Raadsbrief tav motie Pilot verhoging dak- en thuislozenuitkering.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de gemeenteraad van Amsterdam
Datum
16 februari 2021
Ons kenmerk Behandeld door L. van den Berg, L.van.den.berg@amsterdam.nl Bijlage
N.v.t.
Onderwerp
Afdoen motie ‘Pilot verhoging van de dak- en thuislozenuitkering’, Taimounti en Roosma, (801 accent)
Geachte leden van de gemeenteraad,
Voor de start van de Coronacrisis heb ik u toegezegd onderzoek te doen naar een andere bijstandsnorm voor daklozen. In de vergadering van de gemeenteraad van 01 juli 2020 heeft uw raad bij de behandeling van de Voorjaarsbrief de motie aangenomen (801 accent) van de raadsleden Taimounti en Roosma waarin het college gevraagd wordt de reeds geplande pilot inzake de verhoging van de bijstandsnorm voor dak- en thuislozen naar 15% uit te breiden naar een tweede groep waarbij de norm gezet wordt op 10%. Hierbij dient er ook een maatschappelijke kosten- en batenanalyse gemaakt te worden zodat de effecten van de verhoging van de norm (15 en 10%) inzichtelijk worden.
Voor dak- en thuislozen hanteert Amsterdam een verlaging van 20% op de bijstandsuitkering als geen woonkosten aanwezig zijn en een verlaging van 10% waar de dakloze gebruik maakt van de nachtopvang. De verlaging vindt zijn oorsprong in het vangnetkarakter van de bijstand. De bijstand is bedoeld om de klant van de minimale bestaansmiddelen te voorzien. Indien de bijstandsgerechtigde geen woonkosten maakt worden deze ook niet vergoed.
Het college deelt de zorgen van de raad over de uitkeringshoogte van dak- en thuislozen en wil graag betere oplossingen voor hen in de stad. Dat was ook de reden om een onderzoek en een
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
16 februari 2021 Kenmerk Pagina 2 van 5
pilot te starten naar de bestaanskosten van dak- en thuislozen en de invloed van inkomen op het oplossen van dakloosheid. Het gelijktrekken van de norm voor alle leefsituaties levert een jaarlijkse stijging van de uitkeringslasten op van ruim € 7 miljoen, zoals eerder becijfert in mijn brief van 12 juni 2020. Deze meerkosten zou Amsterdam vrijwel volledig zelf moeten dragen. Dat komt omdat in het budget dat het rijk aan de gemeente verstrekt rekening wordt gehouden met de gemiddelde hoogte van uitkeringen voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners. Als de uitgaven in het kader van de bijstand voor de gemeente Amsterdam in een bepaald jaar hoger worden, heeft dat nauwelijks invloed op de te ontvangen uitkering van het rijk.
Het college heeft naar aanleiding van uw motie het plan van aanpak van de pilot ‘Verhoging van de dak- en thuislozenuitkering’ aangepast en met OIS (directie Onderzoek, Informatie en Statistiek) overlegd over de wijze waarop in het onderzoek tot een goede vergelijking kan worden gekomen. Op een aantal punten zal uw motie gewijzigd worden uitgevoerd. Het college zal een pilot uitvoeren waarbij drie verschillende groepen economisch dak- en thuislozen op basis van maatwerk een uitkering, opvang en begeleiding ontvangen. De uitkering bedraagt daarbij of 50%, of 60%, of 70% van het WSM (Wettelijk Sociaal Minimum). Oftewel een verhoging van 10 of 20%. Bijvoorbeeld: normaliter is de norm voor de bijstandsuitkering van en een dak- of thuisloze zonder opvang 50% van het WSM. In de pilot wordt maatwerk geleverd en bezien of de bijstand verhoogd kan worden met 10% of 20% en vervolgens welk effect deze verhoging heeft op de situatie van de dakloze Amsterdammer. Voor toelichting op de normen is hieronder een tabel opgenomen. In de motie wordt ook gevraagd om een verhoging van de bijstandsnorm naar 15%. Dat is helaas juridisch niet uitvoerbaar. Dit heeft te maken met het gelijkheidsbeginsel. We mogen niet binnen een groep met dezelfde kenmerken de ene helft meer (of minder) geven dan de andere helft. Maatwerk, op basis van vastgestelde criteria van de doelgroep, mag wel.
We kunnen dus maatwerk bieden met de bestaande normen binnen de huidige beleidsregels (dus 50%, 60% of 70% van het WSM). In de huidige beleidsregels komt geen verhoging (of verlaging) van 15% voor. Daarvoor zullen de beleidsregels die de gemeente nu kent op basis van de Participatiewet moeten worden gewijzigd en vastgesteld door het college en dat alleen voor een beperkte groep voor een beperkte duur. Alleen op basis van de persoonlijke situatie kan er op grond van art. 18 Participatiewet in de vorm van maatwerk een andere norm dan waarin de Participatiewet en de beleidsregels voorzien, worden toegepast.
Om toch in beeld te krijgen wat het effect is van een verhoging van 15% op het leven van een dakof thuisloze, worden de resultaten van het beleid in de gemeente Utrecht onderzocht. In de gemeente Utrecht ontvangt een dakloze zonder opvang standaard 55% van het WSM ten opzichte van 50% in Amsterdam. Ook vraagt u om een maatschappelijke kosten- en batenanalyse waarmee de effecten van de verhoging van de norm inzichtelijk worden. In overleg met OIS is het college tot de conclusie gekomen dat hierbij de onderzoeksmethode van ‘realistische evaluatie’ het beste past. Dat wordt in de tabel hieronder verder toegelicht.
Gemeente Amsterdam
16 februari 2021 Kenmerk Pagina 3 van 5
Toelichting systematiek berekening bijstandsuitkering dak- of thuislozen Amsterdam (bedragen per 01-01-2021) Situatie Gezin in de bijstand (niet dakof thuisloos) Alleenstaande (niet dak- of thuisloos) Alleenstaande dak-of thuisloze in de opvang Alleenstaande dak- of thuisloze (geen woonkosten)
Norm 100% WSM1 70% WSM 60% WSM (dus 10% verlaging tov reguliere 70%) 50% WSM (dus 20% verlaging tov reguliere 70%)
Bedrag (p. maand) € 1.459,52 (+€ 76,82 vakantiegeld) netto € 1.021,67 ( + € 53,77 vakantiegeld) netto € 875,72 (+ € 46,09 vakantiegeld) netto € 729,76 (+ € 38,41 vakantiegeld) netto
Pilot ‘Verhoging van de dak- en thuislozenuitkering’ Het voorstel is een pilot uit te voeren waarbij maatwerk leveren in hoogte van de uitkering, in begeleiding en in opvang, centraal staat. Hierbij wordt per deelnemende dak- of thuisloze vastgesteld welke hoogte van de uitkering per maand past bij zijn of haar leefsituatie en welke begeleiding passend is. Uit de quickscan ‘Bestaanskosten dak- en thuislozen (door Muzus) van november 2020 bleek dat het meer ontvangen van geld per maand voor een deel van de doelgroep welkom is, maar niet direct bijdraagt aan de oplossing van hun problemen. Wat wel helpt, is het bieden van maatwerk in inkomen en passende ondersteuning. De quicksan van Muzus heeft het gebruik van de uitkering in beeld gebracht en welke kosten een dakloze heeft aan het leven op straat. Deze uitkomsten worden gebruikt in de aanpak van deze pilot. Het doel van de pilot is meer inzicht te krijgen in de effecten van maatwerk, zowel op de uitkering als op de begeleiding van de dakloze. De hoofdvraag is: wat doet meer geld of begeleiding (of beide) met de situatie van een dakloze?
In de pilot wordt onderscheid gemaakt tussen een groep die daarbij intensieve begeleiding krijgt en een groep die dat niet krijgt. We gaan drie groepen verschillend benaderen: 1. 15 economisch dak- en thuislozen die: a. in een hotel verblijven b. maatwerkbegeleiding ontvangen door de Regenbooggroep, naast de begeleiding van de klantmanager van de Gemeente Amsterdam c. 70% van het WSM ontvangen 2. a. b.
1
15 economisch dak- en thuislozen die kunnen worden aangemerkt als bankslaper en: Niet in een hotel verblijven maatwerkbegeleiding ontvangen door de Regenbooggroep, naast de begeleiding van de klantmanager van de Gemeente Amsterdam
Wettelijk Sociaal Minimum
Gemeente Amsterdam
16 februari 2021 Kenmerk Pagina 4 van 5
c.
maatwerk krijgen op de hoogte van de uitkering; er wordt in ieder geval 50% van het WSM uitgekeerd en waar nodig wordt het opgehoogd tot 60% of 70% van het WSM.
3. a. b. c.
20 economisch dak- en thuislozen die kunnen worden aangemerkt als bankslaper en: Niet in een hotel verblijven intensieve begeleiding ontvangen van de klantmanager van de Gemeente Amsterdam\ maatwerk krijgen op de hoogte van de uitkering; er wordt in ieder geval 50% van het WSM uitgekeerd en waar nodig wordt het opgehoogd tot 60% of 70% van het WSM.
Daarnaast zal OIS de situatie van dakloze bankslapers in Utrecht in beeld brengen die regulier een verlaging 15% krijgen en dus 55% van het WSM ontvangen. Op deze manier wil het college zo veel mogelijk recht doen aan de gedachte achter uw motie, namelijk de gevolgen onderzoeken van meer geld verstrekken door middel van een vergelijking tussen de effecten op daklozen die verschillende hoogtes van uitkeringen ontvangen, waaronder 15%.
Onderzoek OIS Het onderzoek door OIS bestaat uit een evaluatie van de pilot en daarnaast in beeld brengen van de resultaten van het huidig beleid in Utrecht. Hierbij wordt gekozen voor de methode van ‘realistisch evalueren’. De evaluatie is inzicht te krijgen in wat meer geld, dan wel begeleiding, dan wel onderdak doet met het leven van dak- of thuislozen en waarom dat zo is. Het is dus geen kwantitatief effectonderzoek met een voor- en nameting en een controlegroep, zoals gevraagd door de raadsleden. Daar zijn drie redenen voor. Ten eerste is juridisch niet haalbaar om in een groep met dezelfde kenmerken de ene helft meer uitkering te geven dan de andere helft. Daarbij komt het gelijkheidsbeginsel in het geding. Ten tweede is onderzoekstechnisch gezien een dergelijk effectonderzoek bij de doelgroep niet haalbaar. De aantallen zijn daarvoor te klein en de variaties in het maatwerk te groot. Ook is het bij deze complexe doelgroep moeilijk om te komen tot een harde uitkomstmaat die voor iedereen toepasbaar en meetbaar is (iedere dakloze heeft zijn eigen, gecompliceerde verhaal, dat gaat verloren bij kwantificering).
De derde reden is dat om echt begrip te krijgen van wat meer geld of begeleiding en het type begeleiding of onderdak met deze doelgroep doet, het van belang is om niet voor en na te meten, maar juist om te ontdekken wát meer geld/begeleiding/onderdak met de mensen doet en hoe dat dan tot een bepaalde uitkomst leidt. Op basis van dergelijke inzichten zijn uitspraken te doen over het resultaat van de pilot op verschillende levensdomeinen, en voor wie en wanneer meer geld/begeleiding/onderdak na de pilot al dan niet zinnig is om op in te zetten. Dit type onderzoek levert meer inzicht op dan regulier effectonderzoek (óf meer geld/begeleiding/onderdak leidt tot een bepaalde uitkomst), namelijk inzicht in hoe het werkt, en waarom, wanneer en voor wie dat zo is. Kortom: begrijpen in plaats van kwantificeren.
Gemeente Amsterdam
16 februari 2021 Kenmerk Pagina 5 van 5
Als alles volgens planning verloopt wordt de evaluatie van de pilot na de zomer van 2021 opgeleverd.
Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken