CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief SWOV resultaten en voortgang maatregel 4 ATA DEF_.pfd.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 2 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief inzake SWOV-onderzoeken taxi-ongevallen (VN2022-040499)1.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 22 december 2022 Portefeuille(s) Verkeer & Openbare Ruimte Portefeuillehouder(s): Melanie van der Horst Behandeld door Verkeer & Openbare Ruimte (bestuurszaken.VOR@amsterdam.nl) Datum

Onderwerp

Onderzoeken SWOV taxiongevallen, maatregel 4 uit de ATA ‘Aanpak verkeersveiligheid’.

Geachte leden van de gemeenteraad, Met de vaststelling van de Agenda Taxi 2020-2025 in november 2019 heeft de gemeenteraad besloten een nieuw taxistelsel te bouwen waarbij vier doelen centraal gesteld worden: betrouwbaar, veilig, bonafide taxivervoer, in een leefbare stad. Het eindbeeld is één Amsterdamse consumententaximarkt voor opstapvervoer én besteld vervoer met een gebiedsgerichte aanpak en gelijke normen voor alle chauffeurs. De in de Agenda Taxi 2020-2025 opgenomen maatregelen zijn verwerkt in de Amsterdamse Taxi Aanpak (ATA) welke aan u is gepresenteerd eind 2021. De ATA omschrijft 11 maatregelen welke gebieds- en tijdsafhankelijk kunnen worden ingezet. Met deze brief wordt u geïnformeerd over de voortgang van maatregel 4 uit de ATA ‘Aanpak verkeersveiligheid’. U heeft in januari 2022 de notitie taxi en verkeersveiligheid ontvangeni. In deze notitie stonden naast de resultaten van verschillende onderzoeken op het gebied van taxi en verkeersveiligheid, onze ambitie en doelen voor de nabije toekomst en een voorstel voor aanvullende maatregelen waar we op kunnen inzetten binnen de ATA. U bent destijds geïnformeerd over een tweeledig vervolgonderzoek naar mogelijke oorzaken van de stijging van taxiongevallen. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) heeft hier in 2021 opdracht voor gekregen namens I&W, gemeente Utrecht en gemeente Amsterdam.

Deel 1: In het eerste deel van het vervolgonderzoek is een relatie gelegd tussen het aantal ernstige slachtoffers van taxiongevallen en het aantal gereden kilometers (“blootstelling”). Deel 2: In het tweede onderdeel gaat het over de factoren die een rol spelen bij taxiongevallen (onder meer de invloed van afleidende apparatuur en gedrag (“gevaarzetting”)). Aanleiding voor dit vervolgonderzoek was de uitkomst van een eerder onderzoek van het SWOV in 2019 in opdracht van ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) naar ernstige ongevallen met taxi’s. Uit dat onderzoek bleek dat het aantal taxiongevallen in de periode 2015-2018 was gestegen, vooral in de gemeenten Amsterdam en Utrecht.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Oktober 2022 Pagina 2 van 4

Met deze brief wil ik u informeren over de uitkomsten van de vervolgonderzoeken van het SWOV in opdracht van I&W, Amsterdam en Utrecht en aanvullende maatregelen die de gemeente neemt om de verkeersveiligheid bij het taxivervoer te verbeteren. Deelonderzoek 1 naar blootstelling Uit dit onderzoek dat begin 2022 is afgerond, is onder meer gebleken dat de eerdere stijging van het aantal taxiongevallen zich in 2019 niet heeft doorgezet. Tot 2018 vertoont de toename van het taxiverkeer een soortgelijk patroon als de ontwikkeling van het aantal taxiongevallen. Van een toenemende onveiligheid van taxi’s hoeft dan ook geen sprake te zijn.. Voor 2019 geldt dat het taxiverkeer in Nederland en in Amsterdam bleef stijgen, terwijl het aantal ongevallen afnam. De onderzoekers plaatsen een kanttekening bij de kwaliteit van de ongevallenregistratie. In de periode vanaf 2009 is de kwaliteit van de registratie van ongevallen afgenomen. Niet alleen zijn minder (met name lichtere) ongevallen geregistreerd dan in de periode daarvóór, maar ook de kenmerken daarvan zijn minder goed geregistreerd (bijvoorbeeld of een slachtoffer in het ziekenhuis werd opgenomen of wat de toedracht van het ongeval was). De mate van volledigheid is onder meer afhankelijk van de ernst van het ongeval. Ook is de registratie minder volledig wanneer er geen gemotoriseerd voertuig betrokken is bij het ongeval.

Het is niet bekend of ongevallen met taxi beter of slechter worden geregistreerd dan ongevallen met andere gemotoriseerde persoonsvoertuigen. Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1. Deelonderzoek 2 naar gevaarzetting Eind augustus 2022 is het tweede deelonderzoek van het SWOV afgerond dat gaat over de invloed van overige factoren op ongevallen. In totaal zijn 127 letselongevallen onderzocht uit de periode 2017-2019, waarvan 95 plaats hebben gevonden in Amsterdam. Latere jaren zijn niet meegenomen omdat COVID19 het algemene beeld zou kunnen verstoren. De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek zijn:  Ongevallen redelijk gelijk verdeeld over de week Uit het onderzoek blijkt dat de ongevallen redelijk gelijk verdeeld zijn over de dag en week, met uitzondering van de dinsdag en de zaterdag. Op dinsdag vonden relatief weinig ongevallen plaats, terwijl het aantal op zaterdag juist hoger lag dan gemiddeld.  Type taxiongevallen Uit het onderzoek blijkt dat kop-flank botsingen (75%) het meest voorkomen, gevolgd door voetgangersongevallen (10%). Van het totaal aantal onderzochte taxiongevallen vond 20% plaats op de lijnbusbaan. Dit waren voornamelijk ongevallen met kwetsbare verkeersdeelnemers op het moment van oversteken.

 Vooral jonge chauffeurs bij taxiongevallen Kijkend naar de leeftijd van de taxichauffeurs die betrokken zijn geweest bij een ongeval, is 36% van de chauffeurs tussen de 18-29 jaar. Het hoge aandeel van jonge taxichauffeurs dat betrokken is bij een verkeersongeval is grotendeels te verklaren door het hogere ongevalsrisico van jonge automobilisten.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Oktober 2022 Pagina 3 van 4

Rol van de taxichauffeurs en andere verkeersdeelnemers De gedragingen van de taxichauffeur die een rol speelden in het ontstaan van een ongeval, waren een te hoge rijsnelheid, het negeren van rood licht, afleiding en onvoldoende tijd nemen om klanten te laten in- of uitstappen. Alcohol of drugsgebruik werden niet geconstateerd bij de betrokken taxichauffeurs. De gedragingen die een rol speelden bij de bij het ongeval betrokken verkeersdeelnemers, waren (combinaties van) alcoholgebruik en het negeren van een rood verkeerslicht. De politie controleert echter niet alle bestuurders op alcohol- en drugsgebruik en daarnaast worden de resultaten van controles niet altijd vastgelegd.

De resultaten van het onderzoek zijn lastig te duiden. De vraag of een taxichauffeur in het geval van een ongeval ook de schuldige is, is geen onderdeel van het onderzoek geweest en kan dus niet worden beantwoord. Er is ook geen vergelijking gemaakt tussen de uitkomsten van ongevallen met taxi en ongevallen met overig autoverkeer. Aangekondigde maatregelen Ondanks dat de resultaten van het onderzoek lastig te duiden zijn, geeft het onderzoek wel aandachtspunten mee om de eerder aangekondigde maatregelen met betrekking tot het verbeteren van de verkeersveiligheid van het taxivervoer (maatregel 4 uit de ATA) en andere verkeersdeelnemers nader in te vullen. De aandachtspunten uit het onderzoek hebben betrekking op het gebruik en de inrichting van lijnbusbanen, het oversteekgedrag van fietsers en voetgangers, roodlichtovertredingen, en de ongevalsbetrokkenheid van jonge taxichauffeurs. Herijking van het lijnbusbaanbeleid (maatregel 2 uit de ATA) De herijking van het lijnbusbaanbeleid staat gepland voor 2023 (mede naar aanleiding van een eerder uitgevoerde evaluatie die in januari 2022 met u is gedeeld). Taxichauffeurs in Amsterdam hebben een ontheffing nodig om over de vrije tram- en busbanen te mogen rijden. Het vervolgonderzoek gevaarzetting geeft ons beter zicht op het type ongevallen dat plaatsvindt op de lijnbusbaan.

Er is onder meer gebleken dat 20% van het totaal aantal onderzochte ongevallen plaatsvond op de lijnbusbaan en dat het met name aanrijdingen met een kwetsbare verkeersdeelnemer betrof. Bijna 70% hiervan ontstond toen een fietser, voetganger of scootmobielrijder de lijnbusbaan overstak. Het niet voorrang verlenen (van zowel de taxichauffeur als de andere verkeersdeelnemer), niet houden aan de maximale snelheid en/of beperking van zicht speelden hier een rol. Dit wordt meegenomen in het nog te herijken beleid. Er wordt bijvoorbeeld nog kritischer gekeken naar de lijnbusbanen waar de ontheffing geldt, aanvullende snelheidsbeperkingen en aanscherping van de specifieke gedragsregels zoals het tussentijds open afrijden van de lijnbusbaan en het gebruiken van het tram/buslicht (negenoog). Vanaf 2023 geldt op steeds meer plekken 30 km/u als norm in Amsterdam, dat voor meer verkeersveiligheid en leefbaarheid in de stad zal zorgen. Daarbij ontstaan twee situaties voor taxi’s: - 30 km/u op de meeste plekken binnen de bebouwde kom. - 50/30 km/u op vrijliggende lijnbusbanen en bij het passeren van tramhaltes 20 km/u (conform voorschriften taxichauffeurs). In Amsterdam is en blijft het mogelijk voor chauffeurs om met ontheffingen op de lijnbusbaan te rijden.

Het voornemen van 30 km/u in de stad zal hier geen wijziging in aanbrengen, aangezien al het verkeer dezelfde snelheid rijdt op de lijnbusbaan. De verkeersveiligheid op de lijnbusbaan wordt vanuit het project 30 km/u na invoering gemonitord.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Oktober 2022 Pagina 4 van 4

Samenwerkingsplatform Taxi 020 (maatregel 8 uit de ATA) Het gedrag van alle verkeersdeelnemers speelt een belangrijke rol in het voorkomen van verkeersongevallen. Voor het verbeteren van het gedrag van taxichauffeurs treden we in samenwerking met de taxibranche en andere partners in overleg om te verkennen wat de mogelijkheden zijn. Een nieuw ‘Samenwerkingsplatform Taxi 020’ is opgestart, waarin we samen met de branche vrijwillige maar niet vrijblijvende afspraken willen maken over (onder meer) verkeersveiligheid. Voorlichting en communicatie Gewenst gedrag stimuleren en ongewenst gedrag voorkomen start met bewustwording en stimulering. We verkennen de mogelijkheden om verkeersveilig gedrag bij chauffeurs te stimuleren. Daarnaast werken we als gemeente constant aan het stimuleren van verkeersveilig gedrag van de algemene weggebruiker doormiddel van gedragscampagnes, beheer en onderhoud, herinrichtingen en bij projecten. Voor wat betreft de conclusie van het SWOV dat de registratie van ongevallengegevens is verslechterd, informeer ik u dat ik een oproep heb gedaan aan de Amsterdamse ziekenhuizen en onze regionale ambulancedienst om versneld de verkeersongevallengegevens te ontsluiten in samenwerking met het Rijk. Met deze gegevens wordt het mogelijk om gerichter maatregelen te kunnen nemen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Verkeer en Vervoer en Luchtkwaliteit

Bijlagen 01. Rapport SWOV Blootstelling 02. Rapport SWOV Gevaarzetting i https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11075815/1/09012f978054e3f8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12337786/1