Raadsbrief speelautomatenhallen 20 april 2021 access
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de gemeenteraad
Datum Behandeld door Onderwerp
20 april 2021 OOV/DJZ Reactie op raadsvragen beleid speelautomatenhallen en vrijgave voor inspraak Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen
Geachte leden van de gemeenteraad, Tijdens de vergadering van de raadscommissie Algemene Zaken van 28 januari 2021 zijn enkele vragen gesteld over het agendapunt 12, de brief over het vervolg beleid speelautomatenhallen. Daarnaast heeft het lid Boomsma (CDA) op 27 januari een aantal technische vragen gesteld over het dossier speelautomatenhallen. In deze brief zal ik al deze vragen beantwoorden. Raadslid Boutkan (PvdA) heeft gevraagd of het mogelijk is om de overgangstermijn van 15 jaar tot het ingaan van het nieuwe verdeelsysteem, te laten lopen vanaf het moment waarop de nieuwe Verordening op de Speelautomaten en Speelautomatenhallen is vastgesteld. Hij wijst hierbij op de effecten van corona. Ook zou hij hier voorwaarden aan willen verbinden, zoals het meewerken aan het tegengaan van overconcentratie door het inleveren van vergunningen op specifieke plekken. Hij wil weten of de burgemeester hierover overleg wil voeren met de branche. Raadslid Boomsma (CDA) wil weten wanneer de nieuwe verordening wordt besproken in de raad. Verder verwijst hij in zijn vragen naar de technische vragen die hij heeft gesteld. Hij wil daarnaast weten of het niet beter zou zijn om nu eerst in te zetten op overleg om de concentratie in het Centrum te doen afnemen. Er zijn ook ondernemers die willen verhuizen.
Verordening op de kansspelautomaten en speelautomatenhallen vrij voor inspraak Allereerst wil ik de raad meenemen in het verdere proces. Het college heeft op 20 april 2021 ingestemd met het vrijgeven voor inspraak van de Verordening op de kansspelautomaten en speelautomatenhallen. Oorspronkelijk was het de bedoeling tegelijk ook de beleidsregels over het nieuwe verdeelmodel te bespreken. Bij nader inzien lijkt het niet opportuun nu beleid vast te stellen voor de situatie in 2033. De inspraakperiode voor de Verordening loopt van 22 april tot en met 3 juni 2021. Via de website amsterdam.nl/horeca kan een reactie worden achtergelaten. In
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 6
oktober 2021 zal de raad geïnformeerd worden over de uitkomsten van de inspraak en de reactie van het college daarop. In de Verordening wordt geregeld dat de burgemeester de looptijd van de vergunningen kan vaststellen. Dat is de eerste cruciale stap in het proces om de markt toegankelijk te maken voor nieuwe toetreders, binnen het uitgangspunt van een maximumstelsel. Ook wordt in de Verordening duidelijk wat de (on)mogelijkheden zijn van de exploitanten gedurende de overgangstermijn. Omdat deze periode bedoeld is om reeds gedane investeringen terug te verdienen en een wijziging van een bestaande vergunning niet mogelijk is zonder dat nieuwe toetreders aanspraak kunnen maken op die vergunning, zal er gedurende de overgangsperiode in feite sprake zijn van een ‘stand-still’. Overleg met branche Over de uitgangspunten in de Verordening is overleg gevoerd met de branche. Uitgelegd is dat, ondanks de wens van de branche, tussentijdse verhuizing, bijvoorbeeld vanuit de binnenstad naar nieuwe locaties elders in de stad, gedurende de overgangsperiode niet aan de orde kan zijn. Wel wil de gemeente –vanuit de ambities van de aanpak Binnenstad- in overleg met de pandeigenaren van de huidige locaties bekijken of transformatie naar andere functies mogelijk is. Het recentelijk opgerichte transformatieteam kan daarin een faciliterende rol vervullen.
Overgangstermijn 15 jaar of langer? Zoals beschreven in mijn brief van 3 december 2020 wordt in de Verordening de overgangstermijn van 15 jaar gerekend vanaf 1 oktober 2018, het moment dat de ondernemers voor het eerst zijn geïnformeerd over het feit dat er een nieuw verdeelsysteem moet komen en dat de looptijd van hun vergunning eindig zal worden. Voor het berekenen van de overgangstermijn heeft bureau BEA o.a. gekeken naar de terugverdientijd van investeringen die vóór die datum gedaan zijn en naar het behalen van een redelijk rendement. BEA heeft geconcludeerd dat de terugverdientijd voor de middelgrote en grote speelautomatenhallen uitkomt (afgezien van een enkele zeer grote speler) op in ieder geval 10 jaar en voor de kleinere op 15 jaar of meer. Hierbij is dus steeds uitgegaan van de datum van 1 oktober 2018, het moment dat de exploitanten op de hoogte waren van de eindigheid. Investeringen na die datum zijn daarmee voor rekening en risico van de exploitanten. Over het berekenen van de overgangstermijn is tevens extern juridisch advies ingewonnen. Technische vragen CDA-fractie en antwoorden 1. In 2018 is aangegeven dat nieuw beleid noodzakelijk is omdat er een maximumaantal vergunningen wordt verstrekt en dat dan op grond van de Dienstenrichtlijn en op grond van jurisprudentie van de Raad van State tijdelijk moeten zijn.
Maar uit de literatuur1 begrijp ik dat een verdelingsmodel alleen noodzakelijk is als het daadwerkelijk aantal aanvragers groter is dan het aantal vergunningen. Hoe is het besluit dat dit van toepassing is op de speelautomatenhallen tot stand gekomen en is daartoe een juridisch advies opgesteld? Is daartoe een analyse gemaakt waaruit blijkt dat er meer aanvragen zijn dan vergunningen? Kunnen die worden toegezonden? Op welke manier verschilt een speelautomatenhal in die 1
Rekenkamerrapport en Wolswinkel, C.J. (2017) De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 6
zin van bijvoorbeeld raambordelen of massagesalons of wat dan ook waar ook maar een beperkt aantal vergunningen voor bestaat? Er is sprake van schaarse rechten omdat er via de APV een beleidsmatig maximum is verbonden aan het aantal speelautomatenhallen. Er is diverse jurisprudentie2 die helderheid geeft over een beleidsmatig maximum, daarom is geen extern juridisch advies ingewonnen. Wat betreft andere stelsels zoals prostitutiebedrijven en massagesalons is het afhankelijk van de wijze waarop het kader is vormgegeven. Relevant in deze is bijvoorbeeld of aan deze vergunningen een maximum is verbonden. Zo zijn exploitatievergunningen voor raamprostitutiebedrijven niet gelimiteerd in de APV en geldt voor massagesalons geen vergunningplicht. 2. Er schijnen twee vergunningen ‘ongebruikt’ op de plank te liggen. In hoeverre kan dan nog worden betoogd dat de vergunningen schaars zijn? Waarom zijn er twee vergunningen niet in gebruik? Wat is daarvan de achtergrond? Voor twee locaties is er sprake van nog lopende juridische procedures over de vergunningaanvraag uit 2014 en de daarbij horende Bibob-toets. Zolang deze procedures niet zijn afgerond, zijn deze locaties niet beschikbaar voor nieuwe toetreders. 3.
Moet een volwaardig casino (zoals Holland Casino) ook worden beschouwd als iets waarvan de vergunning als schaars dient te worden beschouwd en die dus tijdelijk moet worden? Zo nee, wat is dan het verschil? Het grote verschil met Holland Casino is dat de Rijksoverheid daar de vergunning voor verleent, de gemeente speelt daarin geen rol. In de Wet op de Kansspelen staat dat de Kansspelautoriteit aan één rechtspersoon een vergunning kan verlenen voor ‘het organiseren van een speelcasino’. Deze vergunning is door het rijk in 1975 verleend aan Holland Casino. Dit is een staatsbedrijf; in de Wet op de Kansspelen staat dat de opbrengst van de speelcasino’s - na aftrek van prijzen en kosten ten goede komt aan de schatkist. De vergunning werd in 1986 uitgebreid met speelautomaten. Holland Casino telt momenteel 14 vestigingen, waarvan twee in Amsterdam. 4. Wat gebeurt er als de gemeente voorlopig geen nieuw vergunningenbeleid opstelt maar dit op de lange baan schuift? Op welk moment ontstaat er dan een probleem? Is dat alleen als zich nieuwe exploitanten melden die een vergunning willen krijgen maar dan tegen het maximum aanlopen? Er ontstaat per direct een probleem als zich iemand aandient die een nieuwe vergunning wil aanvragen. Dan is het onvoldoende om te verwijzen naar het huidige maximumstelsel.
Dit is de reden dat aangetoond moet worden dat Amsterdam toewerkt naar een nieuw verdeelsysteem en dat hier concrete stappen in gezet worden door het wijzigen van de Verordening. Het ongemoeid 2
Bijvoorbeeld een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) en de conclusie van 25 mei 2016 van staatsraad advocaatgeneraal Widdershoven over schaarse vergunningen (ECLI:NL:RVS:2016:1421)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 6
willen laten van de huidige groep vergunninghouders alleen op basis van de omstandigheid dat zij in het verleden een vergunning hebben gekregen kan geen reden zijn om die positie ongewijzigd te laten ten koste van anderen die dergelijke activiteiten willen ontplooien. Dat is in strijd met het recht. 5. Hoe verhoudt het ruimtelijke vraagstuk zich tot de algemene schaarste? In die zin dat een vergunning op een specifieke locatie wellicht schaars kan zijn omdat er daar behoefte aan is maar op een andere locatie niet? Het antwoord op deze vraag valt uiteen in meerdere onderdelen omdat zich meerdere situaties kunnen voordoen. Bestemmingsplan en omgevingsvergunning Een gemeentelijk bestemmingsplan is in beginsel geen besluit dat schaarse rechten toebedeelt. Ook omgevingsvergunningen zijn in de regel geen besluiten die een schaars recht toebedelen, omdat zij doorgaans alleen kunnen worden aangevraagd door degene die over de grond kan beschikken en er voor de vergunning dus niet meer gegadigden kunnen zijn dan vergunningen. De beschikbare locaties zijn beperkt, niet het aantal vergunningen. In bijzondere situaties kan een omgevingsvergunning wél een besluit zijn dat een schaars recht toekent.
Denk aan de situatie waarin een bestemming een maximaal aantal woningen of andere bouwwerken toestaat op een perceel dat in eigendom is van meer eigenaren dan dat maximum, zonder dat de exacte locatie van de bouwtitels is aangegeven. Denk bijvoorbeeld ook aan de situatie dat een bestemming voor een bepaald gebied meer functies toestaat die procentueel zijn gemaximeerd en er meer gegadigden kunnen zijn die die bouwmogelijkheden kunnen realiseren, omdat zij over een kavel of locatie kunnen beschikken. Kortom, als slechts een beperkt aantal locaties een bepaalde functie heeft in een bestemmingsplan levert dat op zichzelf geen schaarse vergunning op. Het is dan steeds de grondeigenaar of degene die zeggenschap heeft over de locatie die bepaalt wie kan exploiteren en dan is er per definitie maar een partij en dus geen schaarste. Vergunningen die betrekking hebben op de openbare ruimte Het klopt dat bijvoorbeeld ook sprake kan zijn van een schaarse vergunning sprake kan zijn wanneer bijvoorbeeld voor de betreffende locatie in de openbare ruimte slechts één standplaatsvergunning beschikbaar. Dan is sprake van een schaarse vergunning3. Een ander voorbeeld van een schaarse vergunning is bijvoorbeeld wanneer twee verschillende partijen een aanvraag indienen voor een evenementenvergunning voor dezelfde locatie en voor hetzelfde tijdstip.
Deze aanvragen concurreren dan met elkaar en dat betekent dat het bestuursorgaan moet kiezen welke partij de vergunning krijgt.
3
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:994)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 6
6. Is het juridisch mogelijk om de noodzaak tot het wijzigen van het vergunningenbeleid naar tijdelijke vergunningen op een andere manier op te lossen – bijvoorbeeld door in de APV geen maximum op te nemen, maar om het aantal wel te beperken via de bestemmingsplannen? Het maximumstelstel is opgenomen omdat het niet wenselijk wordt geacht als er meer locaties bijkomen waar speelautomatenhallen kunnen worden gevestigd. Om goed grip te houden op het wenselijke maximale aantal speelautomatenhallen is het voeren van een volumebeleid in de Verordening onontbeerlijk, net zoals dat het geval is bij de rondvaartboten. Wanneer ervoor zou worden gekozen om geen plafond in een verordening op te nemen, maar om het onderwerp in het bestemmingplan te regelen dan biedt het bestemmingsplan geen vergelijkbare waarborg, omdat er altijd een aanvraag kan worden ingediend om van het bestemmingsplan af te mogen wijken. Als er geen goede ruimtelijke motivering is om de aanvraag af te wijzen dan moet een dergelijke aanvraag worden gehonoreerd. De motivering moet ook altijd zijn afgestemd op de locatie en mag niet algemeen zijn. Daarnaast is het zo dat wanneer er een plafond wordt opgenomen in een bestemmingsplan er dan ook sprake kan zijn van een schaars recht. Zie bijvoorbeeld de eerder gegeven voorbeelden. 7.
De vergunningen zijn gebonden aan een specifiek adres. Hoe verhoudt die vergunning zich tot de bestemmingsplannen en hoe is dat in de bestemmingsplannen geregeld? Is het mogelijk om een speelautomatenhal te vestigen op een locatie als daar geen specifieke voorziening in het bestemmingsplan bestaat en welke vorm heeft die voorziening dan?
Ja, het is in theorie mogelijk om een speelautomatenhal te vestigen op een locatie als daar geen specifieke voorziening voor in het bestemmingsplan bestaat. Zie het antwoord op vraag 6: er kan een Wabo-vergunning worden aangevraagd om af te mogen wijken van het bestemmingplan. 8. Wat gebeurt er als een bedrijf zijn vergunning zou verliezen na de wijziging van het vergunningenstelsel maar zelf eigenaar is van het pand waar de speelautomatenhal zich in bevindt? Hoe verhouden het vergunningsverleningstraject en het ruimtelijke ordeningstraject zich tot elkaar? Als de vergunning voor een specifieke locatie vervalt, welk ruimtelijk traject moet er dan worden bewandeld om de vergunning op een andere locatie te vestigen? Als de vergunning op een specifieke locatie vervalt, is het dan noodzakelijk om ook de bestemming van die locatie te veranderen zodat daar een andere activiteit kan plaatsvinden? Of bestaat het risico dat het pand dan leeg komt te staan? Als een vergunninghouder zijn vergunning zou verliezen na de wijziging van het vergunningenstelsel maar zelf eigenaar is van het pand waar de speelautomatenhal zich in bevindt, dan kan die vergunning dus niet gebruikt worden. In die situatie zou de vergunning bijvoorbeeld ofwel opnieuw transparant in de markt kunnen worden gezet ofwel er kan voor worden gekozen om die vergunning niet opnieuw te verlenen.
Daartoe bestaat geen verplichting. Over de relatie tussen het vergunningsverleningstraject en het ruimtelijke ordeningstraject het volgende. Voor de nu bestemde locaties in het centrum geldt dat deze een gemengde bestemming hebben. Dat betekent dat er naast de speelautomatenhal ook allerlei andere functies mogen worden gevestigd. Het wegvallen van de mogelijkheid een pand als speelautomatenhal te gebruiken is dan ook geen directe oorzaak van eventuele leegstand. Als geen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 6
exploitatievergunning meer is verleend voor het pand, ligt het in de rede om bij een vernieuwing van het planologische regime de gebruiksmogelijkheid speelautomatenhal van de locatie af te halen. In de nieuwe situatie kan er voor gekozen worden dat van een exploitatievergunning geen gebruik kan worden gemaakt zolang het ruimtelijk traject niet positief voltooid is. 9. Klopt het dat er gedurende de ‘stand still’ periode geen verhuizingen plaats kunnen vinden van bijvoorbeeld de binnenstad naar een locatie elders? Ja, op deze wijze wordt dit nu in de concept Verordening voorgesteld. Gedurende overgangsrecht zullen geen wezenlijke wijzigingen mogelijk zijn zonder mededinging te organiseren. Bij elke wezenlijke wijziging is namelijk een nieuwe vergunning nodig en die kan, gezien bovenstaande ontwikkelingen en keuzes, niet onderhands worden verleend. Ik hoop u hiermee voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl