Raadsbrief herziening P-wet en Deltaplan Bestaanszekerheid
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 15 juni 2021 Armoede en Schuldhulpverlening Rutger Groot Wassink Directie Participatie (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Kamerbrief opbrengst rondetafelgesprekken Participatiewet en vervolgtraject en oproep Deltaplan Bestaanszekerheid
Geachte leden van de gemeenteraad, De sociale zekerheid die bedoeld is om de bestaanszekerheid van mensen in een kwetsbare positie te borgen, dreigt de bestaanszekerheid van deze groep steeds vaker juist te ondermijnen. Onderzoek van onder andere het Nibud laat zien dat de bijstandsuitkering voor velen te laag is om van rond te komen, zelfs in combinatie met de armoedevoorzieningen van gemeenten. Het college heeft om die reden al eerder1 aangegeven dat het nodig is te investeren in de bestaanszekerheid van mensen met een Deltaplan Bestaanszekerheid. De uitkomsten van de evaluatie van de Participatiewet eind 201g en recent de casus Wijdemeren (beter bekend als de boodschappencasus) laten zien dat er breed draagvlak is voor een herziening van de uitgangspunten van de Participatiewet. Het ministerie van SZW is daarom een traject gestart om de knelpunten van de Participatiewet in kaart te brengen. Met een drietal rondetafelgesprekken is de eerste stap van dit traject afgerond. Met deze brief informeer ik u over de Kamerbrief over de opbrengst van de rondetafelgesprekken Participatiewet en het vervolgtraject daarop en de oproep aan het nieuwe kabinet om werk te maken van een Deltaplan Bestaanszekerheid.
Kamerbrief opbrengsten rondetafelgesprekken Participatiewet en vervolgtraject (bijlage 1) Op 7 juni 2021 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (zie bijlage) om deze te informeren over de opbrengst van de rondetafelgesprekken over de Participatiewet en het vervolgtraject dat hij beoogt. De eerste stap in het traject om de Participatiewet te herzien vormden rondetafelgesprekken met gemeenten om een concreet beeld te krijgen waar hardheden binnen de uitvoering van de Participatiewet optreden. Doel van de rondetafelgesprekken was om signalen van de uitvoering te inventariseren. In de gesprekken zijn mogelijke oplossingsrichtingen ingebracht om bijstandsverlening vorm te geven vanuit vertrouwen en met oog voor de menselijke maat. De opbrengsten van de ronde tafel zijn in een bijlage bij de Kamerbrief gevoegd (bijlage 2). Als oplossingsrichtingen worden genoemd: meer werken vanuit preventie en vertrouwen, minder en eenvoudigere regels, meer kaders en uitvoering vanuit herkenbare normen. Deze 1
Raadsbrief Reactie op rapporten van de WRR en de commissie Regulering van Werk d.d. 21 april 2021
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 april 2021 Pagina 2 van 3
oplossingsrichtingen vragen volgens de minister om een andere benadering, een andere aanpak en mogelijke wijzigingen van wet- en regelgeving. De minister geeft aan dat het om een gezamenlijke opgave gaat. Hij kiest daarom voor een aanpak samen met gemeenten en andere betrokken stakeholders bij het uitwerken van concrete oplossingsrichtingen. Om daar invulling aan te geven wil de minister – als vervolgstap op de rondetafelgesprekken – in gezamenlijkheid de opgehaalde perspectieven verrijken en de analyse verdiepen. Daarbij zal de minister ook expliciet aandacht vragen voor quick wins – relatief snel implementeerbare oplossingen waarmee de scherpe randen van de geconstateerde hardheden kunnen worden afgevlakt. Hij wil er voor zorgen dat een toekomstig kabinet meteen zo concreet mogelijk kan worden geadviseerd over in te zetten acties voor zowel de korte als de langere termijn. Het college is in het kader van het thema Kansenongelijkheid al langer in gesprek met het Rijk over het beter borgen van de bestaanszekerheid van kwetsbare Amsterdammers. In het kader van de lobbypropositie van de G4 over Kansenongelijkheid zijn ook concrete voorstellen gedaan zoals het verhogen van het minimumloon en het sociaal minimum en het afschaffen van de kostendelersnorm in de Participatiewet.
Het college ziet een fundamentele herziening van de uitgangspunten van de Participatiewet als een randvoorwaarde om de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen beter te borgen. Inzet is dan ook om als Amsterdam in G4 en VNG verband een belangrijke rol te spelen bij de herziening van de Participatiewet. Deltaplan Bestaanszekerheid In dat kader kan ook de oproep aan het nieuwe kabinet om te komen met een Deltaplan Bestaanszekerheid (bijlage 3) worden geplaatst. Te veel mensen hebben moeite om rond te komen, of ze nu werken of op een uitkering zijn aangewezen. En de regelingen die hen zouden moeten helpen zijn vaak ingewikkeld en te karig om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. Het gevolg is dat grote groepen mensen een onzeker bestaan hebben met weinig perspectief op verbetering van hun positie. Daarom een oproep aan het nieuwe kabinet om werk te maken van een Deltaplan Bestaanszekerheid. In de dagelijkse praktijk zien we bijvoorbeeld dat een bijstandsuitkering onvoldoende is, de sociale zekerheid niet is toegesneden op de veranderde arbeidsmarkt, mensen verstrikt raken in complexe en soms tegenstrijdige regelgeving en dat gemeenten gehinderd worden in het bieden van oplossingen voor mensen door Haagse regeldwang. Het kan en moet anders. Wij vinden dat de bestaanszekerheid van mensen door een nieuw kabinet moet worden versterkt. De volgende elementen zijn cruciaal: 1.
Een toereikend en voorspelbaar inkomen voor iedereen 2. Vereenvoudiging van wet- en regelgeving 3. Repareer de sociale zekerheid voor flexwerkers en zelfstandigen 4. Maak werken naast een uitkering meer mogelijk 5. Verbeter de schuldhulpverlening Het achterliggende stuk (bijlage 2) geeft een analyse van een aantal ontwikkelingen in de sociale zekerheid in de afgelopen decennia die ertoe geleid hebben dat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep mensen onder druk is komen te staan. We zien ten eerste dat het stelsel van sociale zekerheid in de loop van de jaren steeds complexer is geworden, met verschillende vormen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 22 april 2021 Pagina 3 van 3
van ondersteuning (zoals uitkeringen, toeslagen, bijzondere bijstand, armoederegelingen) uitgevoerd door verschillende instanties (Belastingdienst/-toeslagen, UWV, gemeenten, SVB). Daarnaast zien we dat de huidige sociale zekerheid onvoldoende is toegerust op de steeds flexibelere arbeidsmarkt en daardoor onvoldoende de bestaanszekerheid kan borgen van een aantal groepen, het gaat dan met name om flexwerkers en zelfstandigen. Gevolg is dat juist de mensen die zijn aangewezen op flexibel werk om (weer) de stap naar de arbeidsmarkt te zetten, hier het meest last van hebben. Ook is het stelsel van uitkeringen erop gericht om mensen onder druk te zetten om in beweging te komen, uiteindelijk op straffe van kortingen op het inkomen, ook waar dat inkomen in een aantal gevallen feitelijk al onder het sociaal minimum ligt. Deze nadruk op verplichtingen is in de afgelopen decennia stapsgewijs steeds sterker in de wet- en regelgeving verankerd, onder andere in de Participatiewet. Met als gevolg dat de sociale zekerheid die bedoeld is om de bestaanszekerheid van mensen in een kwetsbare positie te borgen, in steeds meer situaties de bestaanszekerheid van deze groep juist dreigt te ondermijnen. En op dit fundament van onzekerheid is het lastig bouwen voor de doelgroep en voor de gemeenten, die een begeleidende rol hebben.
Deze ontwikkeling wordt versterkt door de coronacrisis en de verwachte nasleep daarvan. Om de bestaanszekerheid van deze mensen te borgen en hen perspectief te bieden, is het naast aanpassing van de Participatiewet ook nodig dat gemeenten in staat worden gesteld om adequate ondersteuning te bieden. Daarvoor is niet alleen uitvoerbare en op de menselijke maat toegesneden wet- en regelgeving nodig maar ook adequate financiële middelen (passend bij de opgave) voor gemeenten om deze taak uit te voeren. De realiteit is dat de gemeentelijke financiën op het terrein van werk en inkomen al jaren onder druk staan. In een periode van ruim 10 jaar zijn de middelen die gemeenten tot hun beschikking hebben om mensen naar werk te begeleiden meer dan gehalveerd. Dat blijft niet zonder gevolgen: gemeenten kunnen niet alles blijven doen met structureel minder geld. Gemeenten hebben nu incidenteel extra middelen gekregen (voor reintegratie, armoede en schuldhulpverlening) om de gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. Maar om daadwerkelijk de bestaanszekerheid van mensen te kunnen borgen en hen perspectief te bieden op de arbeidsmarkt en in brede zin, moeten de tijdelijke investeringen een structureel karakter krijgen, en de financiële basis van het domein werk en inkomen op orde wordt gebracht. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl