CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief BO MIRT concept raadsbrief 141122

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 24 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake onderzoek zakelijke internationale connectiviteit per trein en vliegtuig vanuit de Metropoolregio Amsterdam (VN2022-037850)3.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 14 november 2022 Verkeer, Vervoer, Woningbouw, Grond en Ontwikkeling en Ruimtelijke ordening Melanie van der Horst/Reinier van Dantzig Cluster Ruimte & Economie, thea.de.vries@amsterdam.nl

Onderwerp

Afspraken BO MIRT 11 november j.l.

Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):

Geachte leden van de gemeenteraad, Graag informeren wij u met deze brief over het verloop van het BO MIRT 2022 (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) dat plaatsvond op vrijdag 11 november jl. Wij verwijzen daarvoor naar de bijgevoegde Kamerbrieven en besluitenlijst (bijlagen 1 en 2) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waarin de uitkomsten zijn verwoord. Belangrijke stappen voor een toekomstbestendige stad en regio Het College is verheugd met de belangrijke afspraken die met het Rijk zijn gemaakt aangaande bereikbaarheid en woningbouw in Amsterdam en de andere delen van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Er is voor de MRA een afspraak gemaakt over een gezamenlijke investering van bijna 5,5 miljard euro voor het oplossen tekort Zuidasdok, doortrekken Noord/Zuidlijn en het sluiten van de Ringlijn. Daarnaast komt er ook circa 1,3 miljard euro (waarvan 350 miljoen euro voor Amsterdamse opgaven) aan Rijksmiddelen beschikbaar voor infrastructuur, wat leidt tot een versnelling van de woningbouw in de MRA. Deze afspraken zorgen ervoor dat we onze ambitie (beschreven in het Verstedelijkingsconcept 2021) om tot 2050 325.000 woningen (175.000 tot 2030) en 270.000 banen (140.000 tot 2030) te realiseren in de MRA waar kunnen gaan maken.

Het is van groot belang dat de MRA als bovengemiddelde groeiregio in Nederland, met nu al 2,5 miljoen inwoners en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor (inter)nationale bedrijven, over goede OV-verbindingen en voldoende woningen beschikt. De gemaakte afspraken zorgen ervoor dat Amsterdam en de MRA als geheel de Verstedelijkingstrategie richting 2050 kan uitvoeren en dat onze regio toekomstbestendig doorontwikkelt op het gebied van regionale , nationale en internationale bereikbaarheid, woningbouw, economie en werkgelegenheid , duurzaamheid en leefbaarheid. In het BO MIRT is het Multimodaal toekomstbeeld (MTB) voor het MRA-gebied vastgesteld. Dit MTB is ondersteunend aan de Verstedelijkingstrategie en geeft inzicht in de bereikbaarheidsopgaven in relatie tot de verstedelijking van de MRA. Het maakt ook inzichtelijk welke maatregelen op gebied van mobiliteit, zowel qua investeringen als qua beleid, nodig zijn om de groei richting 2040 en verder te accommoderen. Daarmee is het de komende jaren een belangrijk

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 2 van 7

kader in de gesprekken binnen de MRA en met het Rijk over wat er moet gebeuren op het vlak van mobiliteit in deze regio. Het MTB sluit overigens goed aan op het al bestaande mobiliteitsbeleid van Amsterdam. Investeren in OV-verbindingen is goed voor de stad, voor de regio en het land Bereikbaarheid staat in ons land steeds meer onder druk. Het aantal inwoners binnen, maar ook (vlak) buiten onze regio groeit enorm. Mensen zijn bereid om langere afstanden af te leggen tussen waar ze wonen en waar ze werken/studeren. Soms omdat het kan, vanwege de steeds beter wordende thuiswerkmogelijkheden. Maar vaak ook omdat wonen in de stad steeds duurder wordt. Daarmee neemt het woon-werkverkeer toe en is er een groeiende behoefte aan goede en snelle OV-verbindingen, met name rond de plekken waar werk en onderwijs zich concentreert, zoals langs de metroring van de stad en het gebied rond Schiphol. Reizigers uit de regio en de rest van het land maken gebruik van de overvolle stations in en rondom Amsterdam, met name Amsterdam Zuid en Schiphol. Onderzoek laat zien dat het OV daar nu al jaren op zijn maximale capaciteit zit. We zien dat mensen daardoor eerder kiezen voor de auto. Met als gevolg dat ook wegen verder dichtslibben. En daarmee weer veel gevolgen hebben voor o.a. economie, leefbaarheid en duurzaamheid.

Bovendien zorgt de centrale rol van dit gebied in een veel groter mobiliteitsnetwerk dat het moeilijk wordt om meer treinen te laten rijden naar Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Arnhem, Eindhoven en Noord en Oost Nederland. De afgelopen tijd zijn wij, samen met regiopartners (Vervoerregio Amsterdam, provincie NoordHolland, NS, KLM, ProRail, gemeente Haarlemmermeer en Schiphol), met het Rijk intensief in gesprek geweest over de schaalspronginvesteringen in het openbaar vervoer die nodig zijn voor de toekomstige bereikbaarheid van de regio. Aan de besluitvorming hierover in het bestuurlijk overleg MIRT is een lange aanloopperiode vooraf gegaan. O.a. door een oproep van bovengenoemde regiopartners in 2018 om versneld onderzoek te doen naar een oplossing voor het OV-systeem rondom Schiphol en Amsterdam, bestaande uit het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol-Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn. Maar ook door vanuit de regio en met het Rijk een aanvraag te doen ihkv het Nationaal Groeifonds eind 2020, wat geresulteerd heeft in een reservering van € 1,5 miljard ten behoeve van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Onze gezamenlijke inspanning op deze onderdelen heeft geresulteerd in één omvangrijk investeringspakket, waarin belangen en middelen van de betrokken partijen samen zijn gebracht.

In de afspraken tussen Rijk en regio zijn de volgende onderdelen meegenomen: het doorzetten van de realisatie van Zuidasdok, de realisatie van een derde perron op Station Amsterdam Zuid inclusief een internationale treinterminal, het doortrekken van de metrolijn Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en de aanleg van de 1e fase sluiten Ringlijn tot Hemknoop in combinatie met het verlengen van tramlijn 5 richting Minervahaven, waarbij door Rijk en regio in deze MIRT-verkenning ook onderzoek wordt gedaan naar het sluiten van de metrolijn Ringlijn tussen Amsterdam Sloterdijk en Amsterdam CS. Door de MIRT-afspraken met het Rijk wordt het mogelijk om de bereikbaarheid van Amsterdam, de hele MRA en een groot deel van Nederland op het benodigde peil te krijgen. We investeren in een uitbreiding van het metrosysteem zodat (meer) regionale reizigers de metro kunnen nemen en de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 3 van 7

metro deels de rol van de sprinter overneemt, met als gevolg dat er meer intercity’s en internationale treinen kunnen rijden. Het wordt mogelijk het hele OV-systeem in de regio efficiënter te organiseren en grote knelpunten, zoals het station en spoortunnel Schiphol op te lossen. De uitbreiding van het metronetwerk zorgt ervoor dat de drie belangrijkste economische centra van de MRA, te weten Amsterdam binnen de Ring A10, de Zuidas en Schiphol–Haarlemmermeer aanzienlijk beter worden verbonden. Daarnaast worden nieuwe woon- en werklocaties ontsloten, zoals de in ontwikkeling zijnde gebieden Schinkelkwartier, Haven-Stad, en Hoofddorp. Hierdoor ontstaat er een betere verbinding tussen gebieden met nieuwe bedrijven en meer traditionele zakencentra. Financiering OV-investeringen Zuidasdok, Noord/Zuidlijn, Ringlijn Rijk en regio hebben hebben gezamenlijk besloten een bedrag van bijna € 5,5 miljard te investeren, waarmee dekking is gevonden om de realisatie van Zuidasdok door te zetten en de MIRT verkenningen voor de uitbreiding van de metro te starten. Het Rijk zorgt voor 75% van de dekking van dit investeringspakket en de regio neemt de overige 25% voor haar rekening. De gemeente Amsterdam draagt 600 miljoen euro bij aan de regionale bijdrage van in totaal 1366 miljoen euro.

Deze bijdrage is inclusief de eerdere bijdrage van 340 miljoen in het regionaal bod ten behoeve van de propositie van het Nationaal Groeifonds eind 2020. Waarbij de belangrijkste verschillen nu zijn dat ook Zuidasdok inclusief 5e/6e spoor onderdeel van het pakket uitmaakt. En dat er in het geval van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en het sluiten van de Ringlijn niet langer sprake is van 75% zicht op financiering, maar van 100% . Met dit laatsteneemt de kans op realisatie toe. Belangrijk te vermelden is dat ten aanzien van Zuidasdok de reeds gemaakte afspraken mbt risico’s en beheersingsmaatregelen van kracht blijven (uit de bestuursovereenkomst van 9 juli 2012). Het totale pakket beslaat een investeringsperiode van circa 20 tot 30 jaar. Ten aanzien van de Amsterdamse bijdrage worden tussen partijen nog nadere afspraken gemaakt, onder anderen over wanneer de Amsterdamse bijdrage voor welk onderdeel van het pakket nodig is. Ten aanzien van de metro-investeringen geldt dat het nadrukkelijk gaat om het organiseren van 100% zicht op financiering om daarmee te kunnen komen tot een startbesluit MIRT-verkenning. De MIRT-spelregels van het Rijk vereisen dat bijdragende partijen (Rijk en regio) bereid zijn de benodigde middelen ten aanzien van de voorlopige voorkeursvariant op tafel te leggen, mocht in de toekomst gekomen worden van verkenning naar realisatie.

Het daadwerkelijk voldoen aan de financiële afspraken (en borging in de begroting van de desbetreffende bijdragende partners) volgt na afronding van de MIRT-verkenning (over 2 tot 3 jaar) bij het overeen te komen bestuursakkoord en startbesluit MIRT-planuitwerkingsfase. In de MIRT-verkenningsfase wordt toegewerkt naar een definitieve voorkeursvariant, inclusief de meer concrete kosten, bijhorende risico’s en beheersingsmaatregelen. Pas na het doorlopen van de verkenningsfase kunnen de exacte bijdragen bepaald worden en nemen Rijk en regio een besluit over het vervolg, de start van de planuitwerking. Om de Amsterdamse bijdrage aan deze projecten te bekostigen vindt het College het verstandig vroegtijdig en gedoseerd de benodigde middelen te reserveren, ook als deze bijvoorbeeld voor de uitbreiding van de metro pas over tien jaar nodig zijn. Een deel van de Amsterdamse bijdrage voor het hele pakket van 600 miljoen euro kan worden bekostigd uit de reeds opgebouwde reserve voor

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 4 van 7

Zuidasdok. Over de precieze omvang van dit deel en het moment van beschikbaar stellen, wordt u nog nader geïnformeerd conform de gebruikelijke werkwijze door het programma Zuidas. Naast deze investeringen zal de groei van de stad ook voor andere grote infrastructurele opgaven zorgen in de komende 30 jaar waarvoor middelen beschikbaar gesteld moeten worden. In het kader van de bestuursopdracht ‘Inzicht in geld, beleid en middelen’ worden de mogelijkheden om hiervoor exploitatie- en investeringsruimte te creëren uitgewerkt. Afronding van de eerste stap is voorzien in voorjaar 2023. De daadwerkelijke besluitvorming over de dekking van de 600 miljoen is onderdeel van de nadere uitwerking van de exploitatieruimte en de heroverweging van het investeringsprogramma die hierop volgt. Besluitvorming over de dekking van 600 miljoen volgt vervolgens bij de begroting 2024. De bijdrage van het Rijk voor dit investeringspakket is met prioriteit beschikbaar voor Zuidasdok, inclusief de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, de Rozenoordbrug en het 5e/6e spoor. Voor tekorten en meevallers na 5 oktober 2022 (prijspeil 1 januari 2022) voor Zuidasdok, Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, de Rozenoordbrug en het Derde Perron gelden de afspraken uit de bestaande Bestuursovereenkomst Zuidasdok en beheersingsafspraken over prioritering binnen het pakket projecten.

Nieuw is dat het Rijk een eventueel toekomstig tekort op Zuidasdok dekt uit de reservering van het Rijk voor de Noord/Zuidlijn. Indien de rijksmiddelen voor de Noord/Zuidlijn daadwerkelijk worden aangewend voor het opvangen van een eventueel nieuw tekort leidt dit niet automatisch tot een hogere bijdrage van de regio voor de Noord/Zuidlijn. De betrokken partijen treden bij het ontstaan van bovenstaande situatie, in overleg hoe (binnen het kader van dit akkoord) wordt omgegaan met het tekort dat voor de Noord/Zuidlijn is ontstaan. Daarbij wordt de huidige werkwijze zoals deze in de MIRT-spelregels zijn vastgelegd, gerespecteerd. Rijk en regio investeren in bereikbare woningen Om de woningnood aan te pakken, wil het kabinet 900.000 woningen bouwen tot en met 2030, waarvan er ongeveer 175.000 in de MRA kunnen komen. Het Rijk stelt ook hiervoor middelen beschikbaar. Deze komen uit de reservering van € 7,5 miljard in het regeerakkoord voor versnelling van woningbouw door mobiliteitsinvesteringen en het ontsluiten van grootschalige woningbouwlocaties. Deze locaties betreffen de zogenaamde NOVEX-woningbouwlocaties. Dit zijn door het Rijk aangewezen transformatiegebieden, waar grootschalige woningbouw moet worden gerealiseerd, voortkomend uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

In de MRA zijn dit de gebieden MRA-West (Haarlemmermeer), MRA-Oost (inclusief IJburg en Zuidoost) en Haven-Stad (inclusief Achtersluispolder). In de MRA is niet alleen de vraag naar woningen groot, maar is ook een grote concentratie van meer lokaal/regionale mobiliteitsknelpunten aanwezig die opgelost moeten worden voor 2030. Het bouwen van grote aantallen woningen in deze regio zorgt voor meer lokaal verkeer en ook voor meer drukte op het spoor en snelwegen. Om te kunnen bouwen op korte en middellange termijn, is het dus van belang dat ook de randvoorwaarden goed ingevuld worden. Het Rijk investeert daarom in de MRA zo’n € 800 miljoen voor het bereikbaar maken van woningbouw in de periode tot en met 2030 en nog eens ongeveer € 500 miljoen in rijksinfrastructuur in de MRA (oa. maatregelen op het spoor tussen Amsterdam en Lelystad (OV SAAL), maatregelen voor doorstroming op de Ring A10, aanpassing van knooppunt Holendrecht in Zuidoost). Deze

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 5 van 7

investeringen zijn gekoppeld aan de inzet op circa 175.000 woningen (waarvan tweederde betaalbaar) in de MRA tot en met 2030. Met deze rijksbijdrage wordt een belangrijke stap gezet om samen met het Rijk de enorme woningbouwopgave in de regio met de grootste woningnood aan te pakken. De aanvraag, die ten grondslag lag aan deze rijksbijdrage, is vanuit Amsterdam opgebouwd uit projecten die in de mobiliteitsplannen van de betreffende gebieden in MRA-Oost (Zuidoost en Zeeburgereiland/IJburg) en Haven Stad zijn genoemd. Deze plannen zijn, afhankelijk van het betreffende stadsdeel, vastgesteld in 2018 en 2021 en hebben als doel de stadsdelen ook na de verdichtingsopgave en uitbreidingsopgave bereikbaar en leefbaar te houden. Voor de aanvraag zijn in overleg met de ministeries Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Binnenlandse zaken (BZK) projecten ingediend voor een rijksbijdrage op het tekort van de totale (bovenplanse) investering, die binnen het door het Rijk gebruikte afwegingskader vallen en waarvan aannemelijk is dat voor 2030 de schop de grond in gaat voor woningbouw. Vanuit Amsterdam zijn meer projecten aangedragen, dan uiteindelijk door het Rijk zijn gehonoreerd.

De betreffende investeringen gaan bijvoorbeeld over aanpassingen van tunnels, het aanleggen van rotondes, busbanen, wegen, fietsbruggen en fietsroutes, deelmobiliteit en aanpassingen rond (bus/metro/trein)stations. Voor Amsterdam betreft het investeringen in de gebieden rondom NDSM (2,1 miljoen), Amstelstation (12,3 miljoen), Hamerkwartier (4,7 miljoen), Zeeburgereiland/IJburg (106 miljoen), Haven Stad Zuid (35 miljoen) en Zuidoost (192 miljoen). Bij elkaar iets meer dan 350 miljoen. De rijksbijdrage is gekoppeld aan bijdragen van de regio (gemeenten, Vervoerregio Amsterdam en provincies) en de gedachte daarbij is dat het Rijk de regionale tekorten aanvult waardoor woningbouw van de grond kan komen. Tegenover de Rijksbijdragen staan dan ook (stevige) eigen investeringen van de regionale partijen. Met het Rijk wordt daarom doorsproken over maatwerkoplossingen en het kunnen schuiven tussen projecten als dat het tempo van woningbouw ten goede komt. Daarbij is het van belang dat de totale opgave op een programmatische werkwijze wordt opgepakt. In het BO MIRT is hiervoor de afspraak gemaakt om dit in een pilot voor de MRA samen met het Rijk uit te werken. Met deze besluiten in het BO MIRT en de hieruit volgende stevige rijksbijdrage zijn we er helaas nog niet.

Er zijn aanvullende publieke investeringen nodig in zaken als economische ontwikkeling, stikstof, energie, geluidsbelasting en klimaat en duurzaamheid. Deze moeten worden uitgewerkt in aanloop naar de Woondeal MRA, die later dit jaar met het Rijk wordt gesloten en waarin wordt vastgelegd welke locaties in samenwerking met corporaties en marktpartijen ontwikkeld worden, wat het aandeel betaalbare woningbouw is en voor welke groepen wordt gebouwd. Onder het motto ‘het gaat niet alleen over het stapelen van stenen, maar over het bouwen van complete samenlevingen’ gaat de MRA er vanuit met het Rijk komend jaar goede afspraken te kunnen maken over uitvoeringsafspraken en investeringsbeslissingen met behulp van de NOVEX Uitvoeringsagenda (uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie). Dit zal worden meegenomen in het BO Leefomgeving en het BO MIRT van 2023.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 6 van 7

Duurzaam/efficiënt reizen Nederland werkt aan het realiseren van afspraken uit het Klimaatakkoord. Mobiliteit neemt een steeds groter aandeel in binnen de landelijke klimaatopgave (55% reductie t.o.v. 1990). Binnen de MRA vormt mobiliteit meer dan 20% van de totale CO2-uitstoot en kan het m.b.t het aandeel mobiliteit een substantiële bijdrage (circa 10%) leveren aan de landelijke mobiliteitsopgave Klimaat. De realisatie van Zuidasdok en de uitbreiding van de metrolijnen stelt ons in staat het duurzaam reizen/reisgedrag in de MRA aanzienlijk te vergroten. Door meer, sneller, betrouwbaarder en comfortabeler OV (met de investering wordt bijvoorbeeld het aantal reismogelijkheden tussen Hoofddorp en Amsterdam verhoogd van 4 keer per uur naar bijna 20 keer per uur. En wordt het aantal benodigde overstappen omlaag gebracht), wordt het OV aantrekkelijker. Dit wordt versterkt door OV-verbindingen stevig te koppelen aan maatregelen gericht op versterken van deelmobiliteit, fiets en lopen. In het BO MIRT is besloten dat aan de hand van de uitgangspunten van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets en de daar onderliggende regionale fietsnetwerkplannen, Rijk en regio’s, zoals de MRA, in de komende maanden een meerjarige adaptieve ‘uitvoeringsagenda fiets’ gaan opstellen. Deze zullen worden gecombineerd met de versnellingsafspraken over woningbouw en de middelen vanuit duurzame mobiliteit.

Daarnaast wordt een nieuwe impuls gegeven aan het afremmen van de mobiliteitsgroei (thuiswerken) en het spreiden van de mobiliteit over de tijd (spitsmijden) en over de verschillende modaliteiten via een doelgroepenaanpak, waaronder een werkgeversaanpak. Belangrijk bij deze inzet is dat in 2023 de normerende regeling “werkgebonden personenmobiliteit” van kracht zal worden als onderdeel van de landelijke klimaataanpak. Met deze regeling ontstaat nieuw perspectief om duurzaam mobiliteitsgedrag verder te stimuleren. Deze regeling zal een belangrijk element vormen in de gesprekken met werkgevers en onderwijsinstellingen over duurzaam en efficiënt reisgedrag in onze regio. En door nu substantieel te investeren in duurzame vervoersalternatieven en duurzaam gebruik, kan de regio een succes maken van het voornemen van dit Kabinet met betrekking tot de invoering van betalen naar gebruik rond 2030. Vooruitblik komende periode Op 28 november 2022 worden de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg MIRT besproken in de Tweede Kamer. Uiteraard zullen de uitkomsten de komende periode ook nader worden besproken met uw Raad. Vanuit de context van de bestuursopdracht “inzicht in beleid, geld en keuzes Amsterdam” wordt invulling gegeven aan de financiële gevolgen en dekking. De uitkomsten hiervan zijn onderdeel van de bespreking bij de voorjaarsnota 2023.

Met betrekking tot de uitbreiding van de metrolijnen volgt, na het doorlopen van de MIRTVerkenningsfase (over circa 2 à 3 jaar), een go/no go moment op basis van de uitkomsten van deze verkenningen. Op dat moment is, naast een inhoudelijke weging, ook duidelijkheid en besluitvorming nodig over de exacte Amsterdamse dekking van deze metro-uitbreidingen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 november 2022Pagina 7 van 7

Tot slot Het College is trots en blij met dit resultaat voor de inwoners en ondernemers van Amsterdam en mensen die vanuit andere delen van het land in de MRA werken of de regio bezoeken en doorkruisen. Met dit grote pakket aan maatregelen kunnen we echt wat doen aan de bereikbaarheid van stad en regio, die zwaar onder druk staat. We zien de ergernis van reizigers die in volle bussen, trams, metro’s en treinen onderweg zijn. Of in de file staan met hun auto. We zijn ervan overtuigd dat we met deze investeringen zorgen dat er gemakkelijker, comfortabeler, duurzamer en sneller gereisd kan worden. Daarnaast gaan we met de woningbouwgelden samen met het Rijk aan de slag om huizen te bouwen. Het verkrijgen van een huis in onze regio is helaas niet zo vanzelfsprekend meer en daar moet verandering in komen. We hopen de komende jaren een grote slag te slaan om het woningaanbod flink te vergroten. En met dit totale pakket onze stad en regio nog mooier en beter te maken dan dat deze nu al is.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling

Bijlagen 1. Kamerbrief BO MIRT d.d. 14 november 2022

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12090444/2