CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief bestuurlijke reactie Rekenkamerbrief

RAAD 28 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het jaarverslag 2022 VN2023-0126521.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 27 juni 2023 Financiën en Coördinatie Inkoop Hester van Buren Directie Middelen en Control Bestuurlijke reactie op de brief van de Rekenkamer Amsterdam ‘Monitor informatie Amsterdamse financiën - observaties bij Jaarverslag 2022 en Voorjaarsnota 2023’

Geachte leden van de gemeenteraad, Zoals toegezegd in de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit van donderdag 22 juni 2023, reageert het college op de observaties van de Rekenkamer Amsterdam bij het Jaarverslag 2022 en de Voorjaarsnota 2023. In deze reactie gaat het college achtereenvolgens in op de volgende onderdelen: 1. Rekeningresultaat en effect op de stad en bijbehorende ambities en realisatiekracht; 2. Structurele exploitatieruimte; 3. Investeringsruimte; 4. Externe inhuur; 5. Inkooprechtmatigheid; 6. Financiële effecten corona; 7. Kader voor schuldontwikkeling. De observaties van de Rekenkamer, en daarmee ook de vraagpunten van de Raad, zijn integraal in deze brief opgenomen.

1. Rekeningresultaat en effect op de stad en bijbehorende ambities en realisatiekracht

Vraagpunten:  Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de grootse onderbestedingen?  Heeft het positieve rekeningresultaat effect gehad op de realisatie van de in het afgelopen jaar nagestreefde doelen of het niveau van de gemeentelijke voorzieningen? En zo ja, wat zijn de belangrijkste effecten? Het positieve rekeningresultaat wordt vooral veroorzaakt door meevallers met een incidenteel karakter. Denk hierbij aan hogere baten van de toeristenbelasting, hogere baten uit het gemeentefonds en een vrijval van de verliesvoorziening Afval Energiebedrijf. Deze

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 juni 2023 Pagina 2 van 5

onderbestedingen hebben weinig tot geen effect op de doelstellingen en/of het voorzieningenniveau van de gemeente Amsterdam. Dit is anders voor de onderbestedingen die zijn ontstaan door niet ingevulde vacatures. Door krapte op de arbeidsmarkt gebeurt het steeds vaker dat vacatures niet, of pas na verloop van tijd, ingevuld kunnen worden. Een deel van de onderbesteding hangt daarmee samen. Het realiseren van onze bestuurlijke ambities kan hierdoor onder druk komen te staan. Het college spant zich in om deze effecten tegen te gaan door in te zetten op een gerichte arbeidsmarktbenadering. Dit najaar zal ik u met een brief uitgebreid informeren over de effecten van de krapte op de arbeidsmarkt op de gemeentelijke organisatie en hoe wij daarmee om gaan. De maatregelen die ontwikkeld worden zijn gericht op het aantrekken, benutten en behouden van talent in een krappe arbeidsmarkt: - Vergroten van het arbeidsaanbod door op nieuwe manieren te gaan werven. - Verbeteren van het matchen van vraag en aanbod van personeel. - Binden, boeien en behouden van medewerkers met goede arbeidsvoorwaarden. - Inzetten op prioritering van werk en arbeidsbesparende maatregelen. - Versterken van de inzet op cruciale functies. - Bouwen aan duurzame samenwerking met partners in de regio.

2. Structurele exploitatieruimte

Vraagpunt:  Hoe is het verschil te verklaren tussen de gerealiseerde structurele exploitatieruimte van 4,0% (positief) ten opzichte van de geraamde structurele exploitatieruimte van -3,4% (negatief)? De maatstaf structurele exploitatieruimte is een verplicht kengetal vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) en geeft aan hoe veel structurele ruimte we hebben gehad in 2022 om onze structurele lasten te dragen. Oftewel, het percentage geeft aan hoe veel de structurele lasten nog kunnen stijgen, of de structurele baten kunnen dalen, voordat we de structurele lasten niet meer volledig kunnen dragen. Dit percentage betreft alleen het verslagjaar 2022. Het gaat dus niet over het structurele beeld van de gemeente Amsterdam vanaf 2027. Zoals toegelicht bij het rekeningresultaat hebben we in 2022 te maken gehad met hogere baten toeristenbelasting en hogere baten uit het gemeentefonds. De toeristenbelasting en het gemeentefonds worden gekenmerkt als structurele baten. Voor de structurele exploitatieruimte heeft dit een positieve werking. Hierdoor is er sprake van een positiever saldo dan begroot en slaat de score op dit kengetal om van negatief naar positief.

3. Investeringsruimte Vraagpunt: Verhelderen van hoe de investeringsportfolio’s zich verhouden tot die van de vorige begroting.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 juni 2023 Pagina 3 van 5

Het college onderschrijft dat helder moet zijn hoe de investeringsportfolio’s zich verhouden tot die van de vorige begroting en zal dit extra aandacht geven. Dit geldt ook voor overprogrammering. In de begroting 2024 zullen we aandacht besteden aan de begrijpelijkheid en de overprogrammering duidelijk zichtbaar maken. De investeringsportfolio’s, de systematiek van overprogrammering en in welke mate hier in de investeringsportfolio’s rekening mee is gehouden komt voor de raad naar voren in de investeringsparagraaf in de begroting en jaarrekening en kan daarnaast aan bod komen bij technische sessies voorafgaand aan de begrotingsbehandeling.

4. Externe inhuur Vraagpunt:  Hoe is het verschil te verklaren tussen de begrote externe inhuur (€ 113 miljoen) en de gerealiseerde externe inhuur (€ 260 miljoen) in 2022? De belangrijkste reden voor het verschil is dat externe inhuur gedurende het jaar leidt tot administratieve aanpassingen die vooraf niet altijd specifiek begroot (kunnen) worden. Dit komt onder andere voor als: - Budgetten op een andere kostensoort zijn begroot. Dit komt voor bij de inzet van programmamiddelen. Deze middelen worden vaak begroot als uitbesteed werk maar in de praktijk ingezet voor de inhuur van extern personeel. Financieel administratief is dit een andere categorie. - Er tijdelijke inhuur plaatsvindt op niet vervulde vacatureruimte. - De externe inhuur wordt gedekt uit incidentele inkomsten. Dit is bijvoorbeeld het geval als een vaste medewerker wordt gedetacheerd en er tijdelijke invulling plaatsvindt met externe inzet. Er is dus wel dekking aanwezig binnen de begroting voor deze kosten. Voor de Begroting 2024 wordt onderzocht hoe deze informatie duidelijker gepresenteerd kan worden met als doel de verschillen tussen de begrote en gerealiseerde externe inhuur beter navolgbaar te maken.

5. Inkooprechtmatigheid

Vraagpunt van de Raad:  Hoe is het verschil te verklaren tussen de nagestreefde onrechtmatigheid bij inkoopuitgaven (€ 20-35 miljoen) en de geraliseerde onrechtmatigheid (€ 44,5 miljoen)? We zijn nog niet waar we willen zijn. De onrechtmatigheid is gedaald ten opzichte van 2021, maar het is niet gelukt om binnen de bij de begroting gestelde bandbreedte uit te komen. Om een instrument te hebben om gericht te kunnen sturen heeft het college met ingang van de Begroting 2023 een prestatie-indicator geïntroduceerd van <1% onrechtmatigheid ten opzichte van de inkoopuitgaven. De prestatie-indicator is vervolgens vertaald naar de organisatie. Directies die meer dan 1% onrechtmatigheid hebben ten opzichte van hun inkoopuitgaven stellen een plan van aanpak op om de onrechtmatigheid terug te dringen. In het plan gaan de directies in op de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 juni 2023 Pagina 4 van 5

oorzaken, wanneer de onrechtmatigheid opgelost wordt en hoe onrechtmatigheid in de toekomst wordt voorkomen. Met deze aanpak kan het college gerichter sturen dan bij de generiek opgestelde bandbreedtes.

6. Financiële effecten corona

Vraagpunt:  Wat is het totaalbeeld van de gerealiseerde effecten van de coronacrisis op de gemeentelijke financiën? De coronacrisis heeft Amsterdam hard geraakt, er is sprake geweest van terugvallende inkomsten op het gebied van de toeristen- en parkeerbelasting en de dividenden. Tegelijkertijd waren er veel extra kosten, onder andere op het gebied van handhaving en subsidies. Alle gederfde inkomsten voor 2020 zijn, op de dividendinkomsten na, inmiddels volledig vergoed door het Rijk, dit kent een totaal van € 220,5 miljoen voor 2020. Ook het verschil tussen de begrote inkomsten in de Begroting 2021 en de realisatie in het Jaarverslag 2021 is inmiddels door het Rijk als compensatie aan Amsterdam uitgekeerd. Dit bedraagt in totaal € 103,3 miljoen. Bovenop de compensatie voor inkomstenderving is in 2020 in totaal een bedrag van € 57,5 miljoen uitgekeerd aan Amsterdam ter compensatie van aanvullende kosten vanwege de coronacrisis. Dit gaat om compensatie voor zaken als lokale en culture voorzieningen, schuldenbeleid en toezicht en handhaving. Voor dezelfde doeleinden is in 2021 een bedrag van € 91,6 miljoen aan Amsterdam uitgekeerd. Hierbij ging het ook om meerkosten in de zorg, bijvoorbeeld de meerkosten bij de jeugdzorg en de WMO door de coronacrisis en de reintegratie of heroriëntatie van zelfstandigen. In 2022 volgde nog een bedrag van € 12,8 miljoen.

2020 2021 2022 Compensatie inkomstenderving 2020 € 220,5 miljoen Compensatie inkomstenderving 2021 € 103,3 miljoen Corona steunpakketen/compensatiue voor meerkosten door corona € 57,5 miljoen € 91,6 miljoen € 12,8 miljoen Totaal € 278,0 miljoen € 194,9 miljoen € 12,8 miljoen

7. Kader voor schuldontwikkeling

Vraagpunt:

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 juni 2023 Pagina 5 van 5

Verduidelijken van de maximaal mogelijke investeringsruimte en het mogelijke effect op de begrotingsruimte als voor de standaardschuld wordt gestuurd op stabilisering van de netto schuldquote rond de 110%.

In de aan de raad verzonden scenario’s voor schuldontwikkeling (ten behoeve van kaderstellend besluit over schuld bij Voorjaarsnota 2023 op 22 maart 2023) wordt hier op slide 7 inzicht ingegeven. Jaarlijks € 525 miljoen investeren (exclusief erfpacht) resulteert in een stabiliserende netto schuldquote van de standaardschuld rond de 110%. De benodigde begrotingsruimte loopt dan per jaar op met € 12 miljoen. Vraagpunt:  Verduidelijken van het moment waarop het college verwacht te beschikken over een systematiek om de sturing op erfpachtschuld en standaarschuld op elkaar af te stemmen bij het bouwen van nieuwe, complete wijken. Momenteel wordt hier globaal rekening mee gehouden, maar dit wordt de komende periode nog beter in kaart gebracht. Woningbouw heeft overigens niet alleen gevolgen voor de investeringen, maar zorgt ook voor stijging van de kosten in de exploitatie. Het gemeentefonds dekt deze kosten momenteel onvoldoende. Het komende jaar willen we inzicht en sturing daarop ook verder verbeteren. Ik ga ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Hester van Buren Wethouder Financiën en Coördinatie Inkoop

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12931271/1