Raadsbesluit2021-225B 3. Paraplu BP Grondwaterneutrale kelders Regels
Tekst van het document
X Gemeente X Amsterdam
BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAE) VAN AM 2)1- ' , NR. VAN i uVI- " DE RAADSGRIFFIER,
X mr. J.S.Y Houtman
Bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMROidn
NL.IMR0.0363.GA2102PBPGST-VG01
Datum print
2 September 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 8
Bestemmingsregels
9
Vervallen regels
9
Algemene regels
10
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels O.erige regels
10 11 12
Overgangs- en slotregels
13
0\ergangsrecht Slotregel
13 14
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan Grondwatemeutrale kelders (vastgesteld)
biz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
Onderstaande begrippen zijn uitsluitend van toepassing op het (\er)bouwen van kelders zoals bedoeld in artikel 1.14, alsmede binnen de plangrenzen zoals weergegeven op de wrbeelding van dit plan. Indien een of meerdere begrippen eveneens voorkomen in de in Bijlage 1 genoemde moederplannen en afwijken van onderstaande begrippen dan gelden moor het bouwen van kelders onderstaande begrippen, tenzij bij een van onderstaande begrippen of in deze regels anders is bepaald. 1.1
plan
het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders met identificatienummer NL.IMRO.0363.GA2102PBPGST--VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald viak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een viak betreft. 1.5
aanduidingsvlak
een aangegeven viak met eenzelfde aanduiding. 1.6
beleidsregel
beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waar aanvragen omgevingswrgunning wor kelders aan worden getoetst. 1.7
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is wrbonden. 1.8
bruto vloeroppervlakte
de totale oppenAakte van een bouwlaag die bestaat uit de som van het product van de afstand tussen de ondergrondse gewlviakken en de afstand hart op hart van de bouwmuren per bouwlaag. 1.9
deklaag
de bovenste bodemlaag die in de laatste ca. 10.000 jaar is ontstaan en die teens de ophooglaag bevat die door de mens is aangebracht moor bijvoorbeeld woningbouw.
bestemmingsplan_Grondwatemeutrale kelders (vastgesteld)
blz. 7
1.10
gebouw
elk bouwwerk, dat een boor mensen toegankelijke, merdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte wmnt. 1.11
geohydrologisch rapport
het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht: • • • • • •
de bodemopbouw; de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; de grondwaterfluctuatie; de grondwaterstroming; de gewlgen wor het grondwatersysteem door de worgenomen activiteit; de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal to kunnen bouwen.
1.12
gevelvlak
een bouwkundige constructie die een ruimte van een gebouw scheidt van de ondergrond en/of buitenlucht. 1.13
grondwaterneutraal bouwen
het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks wranderen, waar mogelijk zal wrbeteren, en geen negatiew grondwatereffecten optreden. Tot negatie‘R effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welwrming, grondwaterowrlast en grondwateronderlast. 1.14
kelder
ondergronds (deel van een) gebouw, ongeacht de benaming hiennor in het moederplan, zoals bijv. bijzondere bouwlaag, souterrain, parkeerkelder, e.d., uitgezonderd funderingsconstructies, moor a:over de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil. 1.15
moederplan
een bestemmingsplan dat genoemd is in Bijlage 1 en dat op het moment van vaststelling van dit plan in het plangebied geldt. 1.16
omgevingsvergunning
wrgunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals deze luidde op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.17 • •
peil
voor gebouwen direct grenzend aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; boor gebouwen waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang tot het perceel waar het gebouw zich op bevindt.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
De bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk. 2.2
Bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gewMakken en/of het hart van de scheidingsmuren.
bestemmingsplan_Grondwaterneutrale kelders (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Vervallen regels
a. Voor aanvragen omgevingswrgunning wor kelders geldt, dat de bouwmogelijkheden in de regels an de moederplannen wrvallen, met uitzondering van de regels die kelders wrbieden. b. Voor aanvragen omgevingswrgunning wor kelders waarwor in de moederplannen een binnenplanse afwijkingsbewegdheid is opgenomen geldt, dat de criteria die betrekking hebben op grondwaterneutraal bouwen komen te wrvallen en uitsluitend nog getoetst wordt aan dit plan. c. In aanvulling op het bepaalde in 3 sub a zijn in Bijlage 2 bij deze regels per moederplan de regels opgenomen die komen te wrallen.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uihoering is gege‘en of alsnog kan worden gegewn, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Grondwaterneutrale kelders (vastgesteld)
blz. 11
Artikel 5 5.1
Algemene aanduidingsregels
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen 'overige zone 1' en 'overige zone 2' zijn de betreffende gronden, naast de daamor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, mede bestemd wor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.13. 5.2
Bouwregels
a. Binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone 1' en 'overige zone 2' is het wrboden kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te \mrgroten. b. Binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone 1' en 'overige zone 2' zijn uitsluitend bestaande kelders toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, alsmede kelders waarwor worafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingswrgunning is Nderleend waar nog uitwering aan gege‘mn kan worden dan wel een aanvraag omgevingswrgunning is ingediend en deze omgevingswrgunning niet geweigerd kan worden. 5.3
Afwijken van de bouwregels
a. Het bewegd gezag is bewegd om binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 2' mereenkomstig het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingswrgunning te wrIenen om in afwijking van het bepaalde in 5.2 sub a, een kelder te bouwen of te vergroten mits de kelder grondwatemeutraal kan worden gebouwd. 1. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd geldt: 1. wor kelders met een totale brutovioeropperviakte van maximaal 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat het bewegd gezag de aanvraag toetst aan de beleidsregel "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; 2. moor kelders met een totale brutovioeropperVakte van meer dan 300 m2 of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang als genoemd in 5.1. b. Het bewegd gezag kan op basis van de toetsing aan de beleidsregel of de uitkomsten uit het geohydrologisch onderzoek aan de omgeVngswrgunning worwaarden verbinden ter bescherming van het belang als genoemd in 5.1. c. Als vast staat dat een bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, houdt het bewegd gezag bij de afweging om gebruik te maken van de bewegdheid in 5.3 sub a teens rekening met overige belangen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. d.
Indien de beleidsregel wordt gewijzigd of herzien, moet bij de toetsing van een aanvraag omgevingswrgunning rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Artikel 6 6.1
Overige regels
Reikwijdte en toepassing
a. De regels van dit plan zijn van toepassing op de moederplannen, en de daar van deel uitmakende uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen zoals Ndermeld in Bijlage 1 bij deze regels, uitsluitend wor de delen die behoren tot het plan zoals aangeduid op de verbeelding. b. De bestemmingen en de bijbehorende bouw- en gebruiksregels van de in 6.1 sub a bedoelde moederplannen, en daarvan deel uitmakende uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen blij\en wor het merige onwrminderd van toepassing.
bestemmingsplan_Grondwatemeutrale kelders (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 4 Artikel 7 7.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingswrgunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gewilge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of wranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bewegd gezag kan eenmalig bij omgevingswrgunning afwijken van het bepaalde in 7.1. sub a voor het wrgroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 7.1 sub a met maximaal 1 %. c. Het bepaalde in 7.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarwor geldende plan, daaronder begrepen de mergangsbepaling van dat plan. 7.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden wortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 7.2 sub a te veranderen of te laten wranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze wrandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 7.2 sub a, na de inwerkingtreding van het plan wor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het 'verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in 7.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het worheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders van de gemeente Amsterdam.
bestemmingsplan_Grondwatemeutrale k elders (vastgesteld)