CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-178D Meerjarenbegroting OD NKZG 2022-2025

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de resultaatsbestemming 2020, de 1e begrotingswijziging 2021 en de meerjarenbegroting 2022-2025 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en geen zienswijze in te dienen VN2021-01473816.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel: overzicht risico’s (bedragen x € 1.000) Totaal geschat financieel effect

Risicobedrag 2020

Risicobedrag 2021

Risicobedrag 2022

Risicobedrag 2023

Risicobedrag 2024

Risicobedrag 2025

Wet- en regelgeving

3.927

398

468

677

677

497

497

Covid, conjuncturele ontwikkelingen en arbeidsmarkt

1.917

590

Bedrijfsvoering

PM

Prestatiegericht financieren

2.924

560

577

577

798

798

798

8.767

1.548

1.428

1.637

1.859

1.679

1.679

RISICO'S Reeds bekende risico’s

383 -

383 -

383 -

383 -

383 -

-

27

Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect 3.927K)

Omgevingswet De Eerste en Tweede Kamer hebben het Koninklijk besluit met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 niet-controversieel verklaard. Zij zullen voor de zomer een beslissing nemen omtrent de inwerkingtreding. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de datum 1 januari 2022 blijft staan. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft een grote impact op de taken, de werkprocessen en de inhoudelijke werkzaamheden van de OD NZKG. Het basistakenpakket is inmiddels vastgesteld, maar er zijn nog interpretatieverschillen. Bij veel taken verandert het bevoegd gezag en de nieuwe taakverdeling tussen de OD NZKG en de opdrachtgevers is nog niet vastgelegd. Ook voor de opdrachtgevers is nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld rond de overdracht van bodemtaken van de provincies naar gemeenten, de grote wijzigingen m.b.t. het geluidsstelsel en de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die gelijktijdig in werking treedt. Voor de werkprocessen is het Digitaal Stelsel Omgevingswet cruciaal. Dit staat nog in de kinderschoenen en voor een goede werking zijn we afhankelijk van zowel landelijke partijen als de opdrachtgevers. De inhoudelijke veranderingen kunnen een piekbelasting geven op de VTH-processen doordat bedrijven op basis van het nieuwe regime vergunningen gaan aanvragen.

Onze besluiten zullen vaker juridisch worden aangevochten, omdat er nog geen jurisprudentie over de Omgevingswet is. De omvang van deze effecten is nog niet goed in te schatten. Het uitblijven van een besluit m.b.t. de inwerkingtredingsdatum leidt mogelijk tot extra kosten. De implementatiekosten zullen ten dele doorlopen, omdat de implementatie niet in een keer geheel afgebouwd en later weer opgebouwd kan worden. Afhankelijk van de definitieve besluitvorming van de opdrachtgevers over de taken kan de OD NZKG meer of minder werk krijgen. De vele wijzigingen in de werkprocessen en de regelgeving kunnen, in elk geval tijdelijk, leiden tot productierisico’s, zeker als het Digitaal Stelsel Omgevingswet niet meteen optimaal functioneert. Als dit type problemen zich landelijk op eenzelfde manier voor gaat doen, zal de beschikbaarheid van de benodigde expertise op de arbeidsmarkt verder afnemen. Beheersmaatregelen: De OD NZKG heeft een projectorganisatie voor de implementatie van de Omgevingswet. Mede daardoor vervult de OD NZKG in de regio een centrale rol. Met de opdrachtgevers is afgesproken dat de overgang zo beleidsneutraal mogelijk zal verlopen en financiële rust zal worden bewaard in het overgangsjaar. De OD NZKG participeert in diverse regionale en landelijke overleggen, zoals over de legesheffing onder de Omgevingswet en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

De medewerkers van de OD NZKG krijgen de opleidingen over de Omgevingswet van collega’s die zich daardoor verder ontwikkelen. Zo krijgen we een aanzienlijke groep specialisten in huis. Dit verstevigt onze positie zowel naar de opdrachtgevers als in onze taakuitoefening. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is 360K en 180K vanaf 2024.

Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) De Wet kwaliteitsborging bouw zal gevolgen hebben voor de organisatie. Het risico is dat de formatie niet tijdig afgebouwd kan worden. Anders dan eerder verwacht gaan minder taken over naar de markt. De inschatting is dat het van invloed zal zijn op 15-20 fte. Bijkomend risico is dat door de gefaseerde invoering de OD NZKG tijdens een overgangsperiode van circa zes jaar moet werken met twee systemen. De impact van dit risico is nog niet in te schatten.

28

Beheersmaatregelen: Het formatierisico wordt in eerste instantie opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. Vanaf 2025 zal de impact op de organisatie naar verwachting groter zijn. Via strategische personeelsplanning anticiperen we op dit risico. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 209K vanaf 2022.

Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan 4% van de jaaromzet bedragen. Beheersmaatregelen: Er zijn enkele functionarissen aangesteld waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is 108K.

Klimaatakkoord Er wordt nog gewerkt aan een concrete uitwerking van het Klimaatakkoord op regionaal niveau. Het risico is dat de maatregelen interfereren met andere ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave en huidige weten regelgeving. Hierdoor kunnen de VTH-processen vertragen. Daarnaast kan het tot gevolg hebben dat het toetsingskader voor de VTH-processen niet toereikend of passend is. Hierdoor is meer inzet en expertise nodig voor maatwerk. Het Klimaatakkoord kan ook impact hebben op het takenpakket door een veranderend bedrijvenbestand. Beheersmaatregelen: De OD NZKG biedt aan opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. Daarnaast worden er impactanalyses uitgevoerd. Onderzoeksbureau CE Delft heeft in beeld gebracht welke ontwikkelingen in het kader van het klimaat op korte en middellange termijn bij de industriële sector kunnen worden verwacht. De eerste ontwikkelingen zijn in de VTH uitvoeringspraktijk zichtbaar en worden benut voor verdiepend inzicht op de benodigde voorbereidingen om tijdig in te spelen op de veranderingen die voortvloeien uit het klimaatakkoord. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM.

Stikstofreductie en natuurherstel (Voorheen Programma Aanpak Stikstof) Door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is het PAS buiten toepassing verklaard. Dit had verstrekkende gevolgen voor de vergunningverlening (bouw/milieu) door de OD NZKG. Op landelijk niveau heeft de uitspraak geleid tot de zogenoemde stikstofcrisis. Het Rijk en provincies zijn op regionaal en landelijk niveau met nieuwe maatregelen gekomen en de vergunningverlening is daarmee tijdelijk weer op gang gekomen. In december 2020 is de Wet Stikstofreductie en natuurherstel aangenomen door de Tweede Kamer en doorgestuurd naar de Eerste Kamer (bespreking naar verwachting eind februari 2021). Provincies zijn bezig met het uitwerken van provinciaal beleid, waaronder regionale stikstofregistratiesystemen. Daarnaast lopen er nog verschillende rechtszaken die na uitspraak van de rechter mogelijk ook gevolgen hebben voor de uitvoering. De natuurtaken zijn door de provincie NoordHolland weliswaar ondergebracht bij de OD NHN, maar ook bij de tijdelijke vergunningverlening in 2020 was er al een aanzienlijke rol voor de ODNZKG, met name bij het verlenen van bouwvergunningen. Ook hebben diverse opdrachtgevers, zoals PNH, Zaanstad en Amsterdam, de OD NZKG gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgaven in 2020 en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving in 2021.

Kortom: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog beperkte concrete afspraken, maar de verwachting is wel dat de OD NZKG in de uitwerking en uitvoering al in 2021 een rol gaat spelen. De kans op risico blijft gemiddeld tot klein. Het risicobedrag is PM.

29

Wet open overheid (Woo) De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo heeft tot doel om overheden transparanter te maken doordat overheidsinformatie beter vindbaar en uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het wetsvoorstel maakt de toegang en het hergebruik van publieke informatie tot rechten van burgers. Daarnaast wordt de actieve openbaarheid versterkt door het verplicht stellen ervan voor bepaalde categorieën informatie. Overheidsorganen moeten online een register gaan bijhouden van documenten (zoals ingekomen en uitgaande post en belangrijke interne stukken) en van de datasets waarover zij beschikken. De wijzigingen kunnen - indien niet onderkend - tot een grote verstoring in de operatie van de OD NZKG leiden en daarmee tot extra organisatorische kosten. Beheersmaatregelen: In 2019 is het initiatiefwetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel is aangepast om tegemoet te komen aan kritiek over de uitvoerbaarheid en de kosten. De OD NZKG monitort de procedure tot invoering van de Woo. De verwachting is dat deze wet in 2022 inwerking zal treden. De kans op dit risico is gemiddeld tot klein. Het risicobedrag is PM. Conjuncturele ontwikkelingen, Covid-19 en arbeidsmarkt (totaal geschat financieel effect 1.917k)

Covid-19 en conjuncturele ontwikkelingen Naar mate de Covid pandemie langer duurt nemen de risico’s ten aanzien van de uitvoering toe. De personele gevolgen kunnen toenemen waaronder een toename van het ziekteverzuim en het als gevolg van landelijke maatregelen (gedeeltelijk) niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden. De economische gevolgen voor bedrijven kunnen van invloed zijn op het naleven van de wet- en regelgeving. Daarnaast kan het bedrijvenbestand van de OD NZKG afnemen als gevolg van faillissementen. Dit heeft gevolgen voor de omzet van de OD. De omzet van de OD wordt ook beïnvloed door conjuncturele ontwikkelingen zoals in de bouw. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld. Andersom kan het zijn dat de dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baat uit. Beheersmaatregel: De OD maakt maatwerkafspraken met medewerkers m.b.t. hun arbeidsomstandigheden. De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd.

Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 221K.

Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productie- en kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor onder andere de implementatie van de Omgevingswet en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten. Dat kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Beheersmaatregelen: De OD NZKG werkt met een flexibele schil van personeel die wordt afgebouwd als het nodig is. We zetten extra in op arbeidsmarktcommunicatie en werken samen met wervingsbureaus en de gemeente Amsterdam. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werken. Daarnaast wordt strategische personeelsplanning ingezet en worden medewerkers zelf opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij instromers en training on the job constructies.

30

De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 162K.

Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect PM)

Afbouwrisico door vervallen termijn garantstelling aanvullend pakket Op basis van het dienstverleningshandvest 2017 zijn er afspraken gemaakt over het takenpakket van de OD NZKG. Voor de uitbreiding van taken geldt een minimumtermijn van vier jaar. Na deze periode kan de opdrachtgever stoppen met het afnemen van de taken. De eerste termijn van vier jaar loopt af in 2021. Het risico is dat de organisatie de formatie niet tijdig kan afbouwen. Beheersmaatregelen: De opzegtermijn bedraagt minstens één jaar en gaat gepaard met een redelijke frictievergoeding door de opdrachtgever. Hierdoor is het financiële risico klein. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is nihil.

Nieuw zaaksysteem In 2021/2022 vindt een aanbesteding voor het zaaksysteem plaats. Afhankelijk van de uitkomst van de aanbesteding gaat de OD al dan niet over naar een nieuw pakket. De conversie naar een nieuw pakket brengt implementatie en uitvoeringsrisico's met zich mee. Vooral als dit in combinatie met de implementatie het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) plaatsvindt. Het gevolg kan zijn problemen in de uitvoering waardoor er onvoldoende productie geleverd kan worden en wettelijke termijnen niet worden gehaald. Beheersmaatregelen: De aanbesteding wordt zorgvuldig voorbereid en opgezet. Indien nodig en mogelijk wordt het huidige contract desnoods verlengd. Daarnaast wordt er een projectorganisatie opgezet voor de implementatie. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM.

Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect 2.924K)

Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal Op basis van de PGF-validatie heeft het algemeen bestuur besloten dat de PGF-systematiek om de vier jaar moet worden herijkt. Nieuwe wet- en regelgeving die impact heeft op de werkwijze, en mogelijk ook op de kengetallen, moet een standaardonderdeel zijn van het beheer en kan dan leiden tot een aanpassing. Dit risico is vanaf 2022/2023 van toepassing op de invoering van de Omgevingswet. De kengetallen in de PGF-systematiek voor de werkvelden Milieu en BRZO zijn gebaseerd op een tienjaars gemiddelde, waarvan nog maar drie jaar is verstreken. Daarnaast is bij Milieu en BRZO een nieuwe type C/B/A-indeling met een ketenkengetal voorgesteld. Het risico is dat de gevalideerde kengetallen op termijn niet robuust genoeg blijken te zijn. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. We vervangen afwijkingen tussen de kengetallen en de feitelijke ureninzet voor zover mogelijk binnen de bestaande begroting en/of op basis van de risico-inschatting binnen het weerstandsvermogen. Bij majeure afwijkingen treden we in overleg met het bestuur. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is € 221K en € 443K vanaf 2023.

Asbesttaken De OD is met de gemeenten Amsterdam en Zaanstad in gesprek over middelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de asbesttaken. Het risico is dat de middelen niet toereikend zijn om de taken naar behoren uit te voeren. Hierdoor kan er sprake zijn van maatschappelijke risico's en claims. Daarnaast er een risico m.b.t. de voorbereidingskosten die gemaakt worden om de uitvoering van de taken over te nemen.

31

Beheersmaatregelen: De OD voert gesprekken met de opdrachtgevers over de benodigde middelen en gaat een monitor opzetten voor de uitvoering van de taken. Indien nodig worden opdrachtgevers geïnformeerd over knelpunten. De kans op het risico is gemiddeld. Het risicobedrag is vooralsnog PM.

Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als outputproduct gefinancierd (op basis van vergunningaanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting gemaakt van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/Vthup-afspraken met de opdrachtgevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is 335K.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken. Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. In 2020 hebben er geen mutaties plaatsgevonden. De hoogte van de weerstandscapaciteit is per 31-12-2020 2.018K.

Tabel: meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Reserve weerstandsvermogen

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen1. Het algemeen bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is naar verwachting toereikend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5). Meerjarig is dit mede afhankelijk van onttrekkingen uit de algemene reserve.

Tabel: meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Noodzakelijke weerstandscapaciteit

€ 1.548

€ 1.428

€ 1.637

€ 1.859

€ 1.679

€ 1.679

1,3

1,4

1,2

1,1

1,2

1,2

Ratio weerstandsvermogen

1 De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking

met de universiteit Twente.

32

Legenda Ratio

Waardering

>2

Uitstekend

1,5 - 2,0

Ruim Voldoende

1,0 - 1,5

Voldoende

0,8 - 1,0 0,6 - 0,8

Matig Onvoldoende

<0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de OD NZKG. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling.

Tabel: financiële kengetallen netto schuldquote solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte

Norm ≤ 0% ≥ 20% ≥ 0%

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 -6% -4% -4% -5% -6% -6% 41% 33% 33% 35% 37% 37% -2% 0% 0% 0% 0% 0%

Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de OD NZKG bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor we geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2022 is het kengetal -/- 4%. Het voldoet daarmee aan de gestelde norm.

Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de OD NZKG is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken. De voorschotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten en komt daarmee uit op 33%. De ratio is daarmee voldoende.

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de OD NZKG heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de OD NZKG is 0% of hoger. In 2022 is de ratio 0%.

Algeheel oordeel Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie geldende kengetallen geven een goed beeld. Er is dus een degelijke financiële positie.

33

In bijlage 5.5 is de berekening van de kengetallen toegelicht.

4.6

Onderhoud kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen die de OD NZKG in bezit heeft bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). In 2018 zijn 3 nieuwe investeringen gedaan door OD NZKG. In eigen beheer zijn de Iphones en Ipads voor het personeel vervangen, is een aanpassing/splitsing van de Plaza en de receptie gerealiseerd en zijn alle bureaus voorzien van werkpleksensoren. ICT investeringen In 2021 en 2022 worden vervangingsinvesteringen gedaan voor laptops, Ipads en Iphones. De afschrijvingskosten van deze vervangingsinvesteringen worden binnen de meerjarenbegroting gedekt uit het ICT-budget. Verder wordt het zaaksysteem in 2021/2022 opnieuw aanbesteed. De exacte kosten kunnen pas na de aanbesteding worden vastgesteld.

4.7

Financiering

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de OD NZKG. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico), de financieringspositie en het kasbeheer. Beleidskader De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daarbij behorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financierings- (treasury-)statuut evenals een financieringsparagraaf in begroting en rekening. De OD NZKG werkt volgens het aangepaste Treasurystatuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Eén van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogens- en (rente-) resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. Financierings- en schuldpositie Per balansdatum 31-12-2020 heeft de OD NZKG geen leningen. Voor 2022-2025 zijn geen leningen opgenomen in deze begroting. Kasbeheer De OD NZKG beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Doordat overtollige liquide middelen moeten worden aangehouden in de schatkist zijn er geen kredietrisico’s.

Om het renterisico te beperken is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet worden overschreden. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning, de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de

34

rentevisie. Binnen deze kaders streeft de OD NZKG naar spreiding in de rente typische looptijden van uitzettingen.

4.8

Bedrijfsvoering

De paragraaf Bedrijfsvoering is een verplichte paragraaf conform de Besluit Begroten en Verantwoorden vereisten. Het programma bedrijfsvoering wordt beschreven in paragraaf 3.7. Beleidsindicatoren “bestuur en organisatie” Vanaf het begrotingsjaar 2017 lichten gemeenten en overheidsorganisaties de effecten van beleid toe door een vaste set beleidsindicatoren op te nemen in de begroting en de jaarrekening. De OD NZKG wil deze indicatoren ook aanbieden voor haar organisatie. De meeste van deze indicatoren zijn te vinden op www.waarstaatjegemeente.nl, onder het dashboard “Besluit Begroting en Verantwoording”. De BBV beleidsindicatoren zijn niet dezelfde als de kengetallen die in de benchmark van Berenschot gebruikt worden. Met name voor overhead gaat Berenschot uit van formatieve eenheden en gaat het BBV uit van totale kosten van overhead. Dit laatste zijn niet alleen de salariskosten, maar ook de kosten voor de zogenaamde “PIOFACH-functies”. Dat zijn de kosten voor ondersteunde functies als huisvesting en facilitaire zaken, ICT, Personeel, Financiën, Inkoop etc.

Tabel: beleidsindicatoren bestuur en organisatie

Naam indicator Formatie

Berekening Fte per 1.000 inwoners

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

Externe Inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern Personele kosten als % van totale kosten Materiele kosten als % van totale kosten

Personele overhead Materiele overhead

Begroting 2022 Toelichting Nvt Niet te berekenen per inwoner omdat de OD NZKG in opdracht van provincies en gemeenten werkzaamheden uitvoert. De benodigde formatie bedraagt 389 FTE. Nvt Niet te berekenen per inwoner omdat de OD NZKG in opdracht van provincies en gemeenten werkzaamheden uitvoert. De bezetting bedraagt 374 FTE per 1 januari 2021. Nvt Niet te berekenen per inwoner omdat de OD NZKG in opdracht van provincies en gemeenten werkzaamheden uitvoert. De apparaatskosten bedraagt € 54.473K. 22,3% 18,9% 16,9%

Informatie voor derden Iv3 De Omgevingsdienst voldoet aan de verplichting om de financiële gegevens voor begrotingen, halfjaarrapportages en jaarrekeningen ter beschikking te stellen aan het Centraal Bureau voor de Statistiek in verband met het Publicatiebeleid Iv3 open data voor gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen. Rechtmatigheid en Verbijzonderde Interne Controle Met ingang van het boekjaar 2021 is de wetwijziging rechtmatigheid van toepassing. Het dagelijks bestuur dient verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid bij de jaarstukken. De commissie BBV heeft hiertoe in januari 2020 een modelverklaring opgesteld. Daarin is opgenomen dat in de paragraaf

35

bedrijfsvoering door het dagelijks bestuur een nadere toelichting gegeven wordt op zaken die de rechtmatigheid raken en hoe de interne beheersing is vormgegeven. Hierbij moet in ieder geval nadere toelichting worden gegeven op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn vermeld. Ten behoeve van de wettelijke basis is het nodig om het desbetreffende artikel in het BBV aan te passen. Deze wetswijziging wordt naar verwachting in de loop van 2021 afgerond. Bij de jaarrekening wordt de verklaring en toelichting opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. De OD NZKG heeft de uitvoering van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) uitbesteed. Begin van het verslagjaar wordt een werkprogramma opgesteld waarin de te controleren processen zijn opgenomen. De keuze voor deze processen is bepaald o.b.v. de financiële materialiteit en risico’s. Voor 2022 zullen dit in ieder geval de volgende processen zijn. UVO beheerproces Debiteurenproces Personeelsproces – instroom/doorstroom/uitstroom Inkoop- en crediteurenproces Naast bovenstaande processen worden er ook kwaliteitscontroles opgenomen in het werkprogramma. In 2021 zijn dit evenals in 2020 het bouwlegesproces en last onder dwangsom proces. Ook in 2022 zullen kwaliteitscontroles worden uitgevoerd.

36

5. 5.1

Bijlagen Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten

Tabel Resultaten per werkveld Programma & taakveld

(x €1.000) Rekening 2020

Primitieve begroting 2021

Eerste begrotingsBaten 2022 Lasten 2022 Saldo 2022 wijziging 2021

2023

2024

2025

TOTAAL Baten TOTAAL Lasten

-52.063 51.868

-52.170 52.170

-55.585 55.585

-56.375 -

56.375

-56.375 56.375

-56.768 56.768

-57.155 57.155

-57.844 57.844

8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bouw

-4.402 -13.584 4.051 4.884 247 -4.402

-4.789 -13.901 5.036 3.601 476 -4.789

-5.708 -14.824 5.201 3.865 50 -5.708

-14.582 -14.582

8.974

-5.609 -14.582 5.329 3.594 51 -5.609

-5.567 -14.463 5.430 3.415 51 -5.567

-5.521 -14.337 5.531 3.235 51 -5.521

-5.593 -14.510 5.632 3.235 51 -5.593

7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bodem

-2.626 -7.215 3.821 766 3 -2.626

-2.355 -7.517 4.702 461 -2.355

-1.540 -6.583 4.533 510 -1.540

-6.818 -6.818

-1.591 -6.818 4.644 582 -1.591

-1.587 -6.902 4.732 582 -1.587

-1.583 -6.985 4.820 582 -1.583

-1.579 -7.069 4.908 582 -1.579

7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Milieu en BRZO

-7.434 -24.449 11.914 3.561 1.540 -7.434

-8.084 -24.203 12.878 2.449 792 -8.084

-9.255 -27.565 13.491 2.834 1.984 -9.255

-28.207 -28.207

-9.464 -28.207 13.824 2.894 2.026 -9.464

-9.547 -28.552 14.086 2.894 2.026 -9.547

-9.632 -28.899 14.347 2.894 2.026 -9.632

-9.718 -29.247 14.609 2.894 2.026 -9.718

-6.675 4.393 1.315 349 -618

-793 -391 -6.549 4.698 643 25 -1.184

-6.613 4.594 629 -1.390

-6.767

4.708 642 5.349

-950 -468 -6.767 4.708 642 -1.418

-946 -466 -6.850 4.797 642 -1.412

-942 -464 -6.933 4.886 642 -1.406

-938 -462 -7.017 4.975 642 -1.400

14.860

16.285

17.769

-

17.956

17.956

17.986

18.014

18.163

-109 6.727 1.584 6.658 -23 -23 14.837

6.558 2.678 205 6.843 126 126 16.411

7.708 3.322 6.739 124 124 17.893

-

7.898 3.177 6.881 126 126 18.082

7.898 3.177 6.881 126 126 18.082

8.047 3.059 6.880 126 126 18.112

8.197 2.938 6.879 126 126 18.141

8.346 2.938 6.879 126 126 18.290

0

-56.375 0

56.375 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0 0

0 0 -56.375

0 0 56.375

0 0 0

0 0

0 0 0

0 0 0

7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Randvoorwaardelijk 0.4 Overhead Baten uitvoeringsovereenkomsten (*) Inkomsten Salarislasten Inhuur Autonome ontwikkelingen Materieel 0.8 Overige baten en lasten Onvoorzien 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Bedrijfsvoering Saldo voor mutatie reserves 0.10 Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen Financien, bedrijfsvoering Saldo na mutatie reserve

-243 49 79 -30 49 -194

0 -

-

0 0

-14.582

-6.818

-28.207 -4.534 -2.233 -6.767

-

5.329 3.594 51 8.974 5.227 4.644 582 5.227 18.743 13.824 2.894 2.026 18.743 3.584 1.765

37

5.2

Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer

Tabel Uitvoeringsovereenkomsten

(x €1.000) jaarrekening 2020

Eerste begrotingswijziging 2021

Gemeente Amsterdam Provincie Noord-Holland Gemeente Zaanstad Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Aalsmeer Gemeente Amstelveen Gemeente Diemen Gemeente Ouder-Amstel Gemeente Uithoorn Provincie Flevoland Provincie Utrecht Totaal UVO

20.466 15.973 2.856 8.119 223 220 277 189 232 302 1.062 49.920

21.196 18.230 2.902 8.499 413 639 304 201 280 339 1.034 54.038

21.690 18.655 2.970 8.697 423 654 311 205 287 347 1.058 55.298

Overige baten Mutaties reserves TOTAAL

2.113 30 52.063

1.547 55.585

1.583 56.881

Deelnemer

2022 incl. WKB & OW

2022

2023

2024

2025

21.294 17.838 2.996 9.022 520 772 365 244 336 347 1.058 54.792

21.335 18.056 3.033 9.055 526 781 369 247 340 351 1.071 55.165

21.372 18.275 3.069 9.086 533 790 374 250 344 356 1.084 55.533

21.630 18.495 3.106 9.195 539 800 378 253 348 360 1.097 56.203

1.583 56.375

1.603 56.768

1.622 57.155

1.642 57.844

Kolom 2022 is exclusief effecten eerste inschatting Omgevingswet Bodem en wet Kwaliteitsborging Bouw. Kolom 2022 incl.WKB & OW is inclusief de effecten doorgerekend naar 2023-2025. Eerste inschatting verschuiving provinciale bodemtaken naar gemeenten is op basis van de realisatie 2019.

5.3

Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s

De tarieven in 2022 voor werkzaamheden binnen de UVO worden ten opzichte van het tarief 2021 aangepast naar aanleiding van de loon- en prijsontwikkeling. Het tarief bedraagt in 2022 € 104,57 Tarief ontwikkeling ontwikkelingen OD

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Per uur voor UVO producten Maatwerk door medewerker Maatwerk door projectleider

94,43 94,43 122,76

99,46 99,46 129,30

102,10 102,10 132,73

104,57 104,57 135,94

105,90 105,90 137,67

107,22 107,22 139,39

108,55 108,55 141,12

* Maatwerkuren gaan buiten de UVO om. Opslag projectleider maatwerk bedraagt 30%.

In de begroting 2022 en voor de doorrekening van de tarieven zijn met de volgende hoeveelheden uren rekening gehouden.

Capaciteit in uren UVO Maatwerk Groei in capaciteit t.o.v. 2021

Jaarrekening 2020

501.908 13.760 515.668

Begroting 2021 UVO 2021

507.137 11.779 518.916 0,63%

Begroting 2022

501.516 11.779 513.296 -0,46%

38

Vanuit de benodigde capaciteit in uren wordt gerekend met een norm van 1.365 uur per Full Time Equivalent (FTE = volledig dienstverband). Met deze norm wordt de capaciteit in uren omgezet naar personeel in FTE’s. Met de formatie voor vaste dienstverbanden bij de OD NZKG wordt als saldo de inhuur berekend.

Capaciteit in FTE Programma Bouw Programma Bodem Programma Milieu & BRZO Programma Randvoorwaardelijk Programma Bedrijfsvoering Totaal

5.4

Eigen personeel Inhuur 60 27 54 5 160 16 55 5 80 11 408 64

Totaal 86 59 176 60 90 472

% 18% 12% 37% 13% 19% 100%

Meerjarig overzicht van de risico’s

In onderstaande tabel zijn de strategische bedrijfsrisico’s van de OD NZKG opgenomen in een meerjarig overzicht. Per risico is aangegeven wat het geschat financieel effect is, de kans dat het risico zich voordoet en in welk jaar zich dit kan voordoen.

Risico's

Totaal geschat financieel effect

Risicobedrag 2020

Risicobedrag 2021

Risicobedrag 2022

Risicobedrag 2023

Risicobedrag 2024

Risicobedrag 2025

300

360 0 108

360 209 108

360 209 108

180 209 108

180 209 108

Verandering in Wet- en regelgeving a. Extra werk borging operationele kwaliteit Omgevingwet b. Personele consequenties wet Kwaliteitsborging bouw c. Algemene Verordening Gegevensbescherming d. Klimaatakkoord en interfererende wetgeving e. Natuurwet, gevolgen vergunning verlening PAS uitspraak f. Wet open overheid, operationele risico's

720 1.047 2.160 -

kans dat het risico zich voordoet Verandering in Wetgeving

98

groot

groot

groot

groot

groot

groot

3.927

398

468

677

677

497

497

1.107

222

221

221

221

221

221

810

368

162

162

162

162

Covid pandemie, conjuncturele ontwikkelingen en arbeidsmarkt a. omzetfluctuatie door conjuncturele ontwikkelingen en Covid b. niet realiseren van de dekkingsbijdrage overhead, arbeidsmarkt en inhuur

kans dat het risico zich voordoet Covid pandemie, conjuncturele ontwikkelingen en arbeidsmarkt

groot

groot

groot

162

groot

groot

groot

1.917

590

383

383

383

383

383

-

-

-

-

-

-

-

Bedrijfsvoering a. afbouwrisico door vervallen termijn garantstelling aanvullend pakket b. risico nieuw zaaksysteem

kans dat het risico zich voordoet Bedrijfsvoering

gemiddeld gemiddeld gemiddeld gemiddeldgemiddeldgemiddeld -

-

-

-

-

-

-

2.213

222

221

221

443

443

443

710

338

355

355

355

355

355

groot

groot

groot

groot

groot

groot

Prestatiegericht financieren a. afwijking t.o.v. vastgesteld kengetal b. risico onderhandenwerk bouw en bodem

kans dat het risico zich voordoet Prestatiegericht financieren

2.924

560

577

577

798

798

798

Totaal

8.767

1.548

1.428

1.637

1.859

1.679

1.679

De methode van het bepalen van het benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op het Nederlands Instituut voor Risicomanagement (NAR).

39

Kans

Klasse

Financieel gevolg

Risico matrix

Kans

Frequentie

1

Zeer klein

1x per 20 jaar

5%

2

Klein

1x per 10 jaar

10%

3

Gemiddeld

1x per 5 jaar

20%

4

Groot

1x per 2 jaar

50%

5

Zeer groot

1x per jaar

100%

min.

max.

Gemiddeld € 25.000

Klasse 1

€0

€ 50.000

2

€ 50.000

€ 100.000

€ 75.000

3

€ 100.000

€ 250.000

€ 175.000

4

€ 250.000

€ 500.000

€ 375.000

5

€ 500.000

maximaal

€ 1.000.000

Prioriteit

laag

Financieel gevolg

%

hoog

5

5

10

15

20

25

4

4

8

12

16

20

3

3

6

9

12

15

2

2

4

6

8

10

1

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

hoog

laag

Kans

Alle risico’s krijgen een score van kans maal gevolg. Aan de hand daarvan wordt bepaald hoeveel weerstandscapaciteit nodig is.

5.5

Overzicht rente, afschrijvingen, EMU saldo en Vennootschapsbelasting

Rente De OD NZKG heeft per balansdatum 31-12-2020 geen lening. Afschrijving De OD NZKG heeft voor een bedrag van 1.094 aan materiële vaste activa (meubilair, laptops en gevelaanpassing) en geen immateriële vaste activa (ontwikkeling van software) in bezit per balansdatum 31 december 2020. In 2021 en 2022 worden er vervangingsinvesteringen gedaan voor laptops, iphones en ipads. Verder wordt het zaaksysteem in 2021/2022 opnieuw aanbesteed. De exacte kosten kunnen pas na de aanbesteding worden vastgesteld. (Bedragen X € 1.000) Afschrijvingen Gevelaanpassing tochtsluis (in 10 jaar) Bedrijfsgebouwen Installaties (o.a. oplaadpalen in 10 jaar) Machines, apparaten en installaties Inventaris/meubilair (in 10 jaar) Laptops (in 3 jaar) iphones/ipads (in 3 jaar) plaza/balie receptie (in 10 jaar) Huisvestingsplan, werkplekuitbreiding (in 10 jaar) werkpleksensoren (in 5 jaar) Overige materiele vaste activa Kantoorautomatisering software (in 5 jaar) Immateriele vaste activa Totale Afschrijvingen

2020 11 11 6 6 95 127 83 9 26 5 346 250 250 613

2021 11 11 6 6 95 0 83 26 36 5 245 0 0 262

2022 11 11 6 6 95 133 100 26 36 5 395 PM 0 412

2023 11 11 6 6 95 133 100 26 36 5 395 PM 0 412

2024 11 11 6 6 11 134 100 26 36 0 307 PM 0 324

2025 11 11 6 6 0 0 0 26 36 0 62 PM 0 79

40

EMU saldo De berekening van het EMU saldo bij de decentrale overheden (en de bijdrage daaraan door de OD NZKG) wordt gemaakt aan de hand van de onderstaande tabel. De categorieën die niet van invloed zijn op het EMU saldo maar die bij de OD NZKG niet voorkomen, zijn niet in de tabel opgenomen. (Bedragen X € 1.000) Berekening van het EMU saldo Exploitatiesaldo voor bestemming reserves Afschrijvingen Totale bijdrage aan EMU saldo

2020 0 613 613

2021 0 262 262

2022 0 412 412

2023 0 412 412

2024 0 324 324

2025 0 79 79

Vennootschapsbelasting (Vpb) Overheidsorganisaties zijn sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). In een samenwerking met Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen zijn specifieke afspraken gemaakt voor omgevingsdiensten en vastgelegd in een notitie. Eén van de resultaten is een lijst met activiteiten waarvoor geen Vpb-plicht geldt, het gaat dan om wettelijke taken en plustaken. Naast deze lijst zijn er een aantal commerciële activiteiten, bijvoorbeeld het detacheren van personeel. Als de opbrengsten van de commerciële activiteiten niet meer dan kostendekkend zijn, is er geen Vpb-plicht. De Vpb-plicht is in principe van toepassing bij structurele overschotten op alle taken. Echter er is geen plicht tot aangifte Vennootschapsbelasting, wanneer bij een overschot dit eerst wordt bestemd voor een eventuele benodigde aanvulling van het weerstandsvermogen of bestemmingsreserves en vervolgens voor terugbetaling aan de opdrachtgevers. Voor de OD NZKG geldt dat bijna alle taken wettelijke taken zijn. Het geringe deel aan commerciële activiteiten is maximaal kostendekkend. Voor 2022 en verder geldt dat de begroting sluitend wordt opgesteld en er geen overschotten zijn. Er wordt dan ook geen meerjarige Vpb-plicht verwacht over 2022 tot en met 2025.

41

5.6

Geprognotiseerde balans

Meerjarenbalans (Bedragen X € 1.000) ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa TOTAAL VASTE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA TOTAAL Meerjarenbalans (Bedragen X € 1.000) PASSIVA Eigen vermogen Jaarrekeningresultaat vorig boekjaar Bestemmingsreserves Voorzieningen Vaste schulden met rentetypische looptijd > één jaar TOTAAL VASTE PASSIVA Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar Overlopende passiva TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA TOTAAL

Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans 2020 2021 2022 2023 2024 2025 0 0 0 0 0 0 1.094 1.232 1.119 707 383 304 1.094 1.232 1.119 707 383 304

waarde bezittingen ontwikkeling software investering meubilair

debiteuren (te ontvangen) bankrekening saldo vooruitbetaald

financiering bronnen weerstandvermogen saldo vorig jaar WW en 4e tranche personeel, verlof en OHW

19.229 5 1.599 20.832 21.926

19.229 5 1.599 20.832 22.064

19.229 5 1.599 20.832 21.952

19.229 5 1.599 20.832 21.540

19.229 5 1.599 20.832 21.216

19.229 5 1.599 20.832 21.137

Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2.018 2.018 2.018 2.018 2.018 2.018 194 0 0 0 0 0 1.042 698 698 698 698 698 1.021 939 939 939 939 939

lening bij BNG

0 4.276

0 3.656

0 3.656

0 3.656

0 3.656

0 3.656

crediteuren (te betalen) vooruitontvangen

3.870 13.781 17.651 21.926

4.627 13.781 18.408 22.064

4.515 13.781 18.296 21.952

4.103 13.781 17.884 21.540

3.779 13.781 17.560 21.216

3.700 13.781 17.481 21.137

Verloopoverzicht reserves Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve WW & Reintegratie Bestemmingsreserve Omgevingswet Bestemmingsreserve Wetgevingskalender Bestemmingsreserve Persoonlijk ontwikkelbudget Gerealiseerde resultaat 2020 Totaal reserves

Stand per 31-12-2020 2.018 230 167 152 494 194 3.254

(bedragen x € 1.000) Stand per Stand per Stand per Stand per Stand per 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 2.018 2.018 2.018 2.018 2.018 230 230 230 230 230 494 494 494 494 494 2.741 2.741 2.741 2.741 2.741

*afrondingsverschil Algemene reserve

Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Baten: Onttrekking bestemmingsreserve Omgevingswet Onttrekking bestemmingsreserve Wetgevingskalender Ontrekking bestemmingsreserve koersen op toekomst Onttrekking algemene reserve (CAO 2020) Vrijval voorziening personeel Totaal baten Lasten: Lasten Omgevingswet Toevoeging reserve POB Toevoeging voorziening restant verlof Totaal lasten

(bedragen x(bedragen € 1.000) x € 1.000) 2023 2024 2025

2020

2021

2022

25

167 152 6 325

-

-

-

-

-

-

-

-

23 76 124

-

-

-

-

319 79 160 239

319

42

Algemene reserve De Algemene reserve vormt het Weerstandsvermogen. Dit Weerstandsvermogen dekt het risico af zoals dit is omschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bestemmingsreserve Persoonlijk Ontwikkelbudget Ten gevolge van een cao wijziging hebben alle medewerkers over een periode van vijf jaar recht op een persoonlijk ontwikkelbudget (POB) van 5k. Met dit POB kan een medewerker investeren in zijn scholing en ontwikkeling. Hiervoor kan de helft van het opleidingsbudget worden ingezet, dat normaliter ook werd gebruikt voor scholing en persoonlijke ontwikkeling. Dit betekent dat over een periode van vijf jaar voor het POB voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om aan de verplichting richting de medewerkers te kunnen voldoen. WW & re-integratie De OD NZKG is eigen risicodrager voor werkloosheidskosten, re-integratie inspanningen bij ziekte, bemiddeling- en mobiliteitstrajecten, etc. Het is verplicht om voor dit reële bedrijfsrisico een reserve te vormen. Wanneer lopende het jaar een beroep wordt gedaan op deze reserve, zal dit in de halfjaarrapportage worden opgenomen.

5.7

Verklaring kengetallen

Hieronder is de berekening van de financiële kengetallen toegelicht. Zie hoofdstuk 4.5 voor de beoordeling en toelichting op de kengetallen.

Netto schuldquote Vaste schulden

(bedragen x €1.000) Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 -

-

-

-

-

-

Netto vlottende schuld

3.870

4.627

4.515

4.103

3.779

3.700

Overlopende passiva

13.781

13.781

13.781

13.781

13.781

13.781

19.229

19.229

19.229

19.229

19.229

19.229

5

5

5

5

5

5

Overlopende activa

1.599

1.599

1.599

1.599

1.599

1.599

Totale baten (excl. mut. res.)

52.063

55.266

56.375

56.768

57.155

57.844

-6%

-4%

-4%

-5%

-6%

-6%

Financiële activa (excl. verstrekte leningen) Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen

Netto schuldquote

-

De netto schuldquote wordt berekend door het saldo van de schulden en vorderingen te delen door de totale baten. (bedragen x €1.000) Solvabiliteitsratio

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Eigen vermogen

3.254

2.716

2.716

2.716

2.716

2.716

Balanstotaal*

9.852

8.283

8.171

7.759

7.435

7.356

Solvabiliteit

33%

33%

33%

35%

37%

37%

*Gecorrigeerd met voorschotten opdrachtgevers

De verhouding tussen het eigen vermogen en totale vermogen geeft de ratio voor de solvabiliteit.

43

(bedragen x €1.000) Structurele exploitatieruimte

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Totale structurele lasten

51.583

55.266

56.375

56.768

57.155

57.844

Totale structurele baten

51.957

55.260

56.375

56.768

57.155

57.844

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

-

-

-

-

-

-

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

-

-

-

-

-

-

52.063

55.585

56.375

56.768

57.155

57.844

1%

0%

0,0%

0%

0%

0%

Totale baten Structurele exploitatieruimte

De berekening voor structurele exploitatieruimte is het saldo van structurele baten en lasten en structurele toevoegingen en onttrekkingen van reserves. Het resultaat hiervan wordt gedeeld door de totale baten.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409042/1