Raadsbesluit2021-177C - Nota van beantwoording SMP UK
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Strategisch Masterplan Universiteitskwartier DEFINITIEF
Gemeente Amsterdam Amsterdam, juni 2021
Inhoudsopgave 1 Inleiding
3
2 Inhoudelijke behandeling 2.1 Onderwerp van de inspraak 2.2 Kenmerken van de inspraak 2.3 Meest genoemde onderwerpen, belangrijkste thema’s en beantwoording 2.4 Advisering Stadsdeelcommissie Centrum en wijze van uitvoering van advies
4 4 4 4 5
3 Overzicht van inspraakreacties met antwoorden 3.1 Gebouwen Universiteitstheater BG3 Universiteitsbibliotheek BG5 Programma van de UvA Bouwhoogtes 3.2 Thema's Identiteit Historie en Monumentaliteit Toegankelijkheid Openingstijden Gasthuishof/onderdoorgangen Bg-plein Vendelhof Slijkstraat Burgwallen Bereikbaarheid en Leefbaarheid Laad&los-locaties Fietsparkeren fietsroute Leefbaarheid en Veiligheid Beheer Duurzaamheid en Groen Verduurzaming groen 3.3 Overig participatieproces vervolgtraject Besluitvorming Kaartmateriaal
8
Bijlage 1 Geanonimiseerde inspraakreacties
26
2
1 Inleiding
Voor u ligt de Nota van Beantwoording bij het concept Strategisch Masterplan voor het Universiteitskwartier (SMP). De inspraakreacties worden in deze nota beantwoord. Per reactiecategorie wordt vervolgens inhoudelijk bekeken of en zo ja op welke wijze er aanpassingen van het concept SMP nodig zijn. Het concept SMP wordt na verwerking van de reacties ter besluitvorming aan het college van B&W voorgelegd. Alle inspraakreacties zijn geanonimiseerd en van een nummer voorzien. In deze Nota van Beantwoording zijn de inspraakreacties gerubriceerd naar onderwerp. Per onderwerp staan de nummers weergegeven van de betreffende inspraakreacties en wordt kort de strekking van de reacties weergegeven. De volledige reacties zijn in de bijlage terug te lezen. Deze inspraakperiode is vooraf gegaan door een uitgebreid participatieproces. Een groot aantal mensen heeft zich hierbij gedurende 2 jaar op regelmatige basis betrokken getoond bij het planvormingsproces. Dit heeft waardevolle inzichten en informatie opgeleverd. Dit traject is begonnen in 2019 onder externe en onafhankelijke begeleiding. Allereerst zijn verkennende gesprekken gevoerd om te vernemen hoe iedereen tegen het gebied en de toekomst ervan aankijkt. Deze uitkomsten zijn vertaald in zes centrale thema‘s die vervolgens gezamenlijk zijn uitgewerkt in uitgangspunten voor de planontwikkeling.
Deze aanpak heeft geholpen om focus te krijgen op de prioriteiten in het gebied. Hierbij waren de betrokken partijen het lang niet altijd met elkaar eens, maar duidelijk werd wel dat de thema’s een goed handvat bieden om het gesprek op strategisch niveau te voeren. Naarmate de voorstellen concreter werden, scherpten de vragen en standpunten van participanten aan. Hiermee werden ook de overeenkomsten en verschillen van mening duidelijker. Op sommige onderdelen van het SMP zijn de belangen van bewoners, gebruikers en overige stakeholders niet eensluidend en dat betekent dat er spanning op ambities en oplossingsrichtingen staat. Deze inspraakreacties zijn daar een goede weergave van. In de beantwoording in deze nota wordt geappeleerd aan de zorgen die in de inspraakreacties naar voren komen. Na het vaststellen van het SMP is het betrekken van de omgeving niet afgerond en blijven gesprekken over de planuitwerking nodig.
3
2 Inhoudelijke behandeling
2.1 Onderwerp van de inspraak Onderwerp van inspraak was het concept Strategisch Masterplan voor het Universiteitskwartier. Bij het SMP zijn ook een aantal bijlagen gepubliceerd waarop ook inspraakreacties geleverd konden worden; een vijftal uitwerkingsrichtingen voor gebouwen, een indicatieve planning van de werkzaamheden, het eindverslag van het participatieproces en een rapportage met de cultuur historische onderbouwing bij het SMP.
2.2 Kenmerken van de inspraak Het concept SMP heeft ter inzage gelegen van 15 maart 2021 t/m 26 april. Gedurende deze periode zijn 45 inspraakreacties ingediend. Er heeft 1 online inspraakbijeenkomst plaatsgevonden op 30 maart 2021. Opname hiervan en verslag zijn terug te vinden op de projectsite www.amsterdam.nl/universiteitskwartier. De inspraakreacties zijn als volgt onder te verdelen: Reacties van belangenpartijen: o 3 erfgoedbelangenpartijen; o 1 verkeerbelangenpartij; Reactie van een bewonersvereniging. Hieraan refereren een aantal bewoners ook in hun particuliere inspraakreactie; Reacties van 2 ondernemers in het gebied, een hotel en een rederij; Reactie van woningstichting; Reactie van theater in het gebied; 36 particuliere inspraakreacties.
2.3 Meest genoemde onderwerpen, belangrijkste thema’s en algemene beantwoording De inspraakreacties geven een goede weergave van de inhoudelijke gesprekken en discussies tijdens het participatieproces . Op sommige onderdelen van het SMP zijn de belangen van bewoners, gebruikers en overige stakeholders niet eensluidend en dat betekent dat er spanning op ambities en oplossingsrichtingen staat. In het SMP is gepoogd om deze belangen zo integraal mogelijk af te wegen en een zorgvuldig vervolgproces te formuleren. Meest genoemde onderwerpen en belangrijke thema’s De meeste reacties gaan over de uitwerkingskaders voor het gebouw BG3, over het voorstel voor het realiseren van een nieuw gebouw en het verwijderen van het ovale paviljoen. De erfgoedpartijen zijn eensgezind in hun kritiek. Ook een aantal omwonenden zijn hier tegen. Bij dit onderwerp komt veel samen: sloop/nieuwbouw, verandering van de ruimtelijke structuur, monumentale waarden, cultuurhistorische bouwgeschiedenis, het realiseren van twee hoven in plaats van één grote ruimte, het
4
afwaarderen van de fietsroute, veiligheidsbeleving, bezorgdheid om te grote drukte en de programmatische wensen van de UvA; Het afwaarderen van de fietsroute die nu door het BG-terrein loopt en het instellen van een voetgangersgebied waarbij de fiets te gast is, zien indieners nog niet voor zich; Bezorgdheid om mogelijke drukte bij de Vendelstraat, de onderdoorgang naar de Kloveniersburgwal, in het Gasthuishof, in de Slijkstraat en het Vendelhof; Vergroening, er worden veel vraagtekens geplaatst bij het realiteitsgehalte van de plannen hiertoe in het SMP; De toekomstige openingstijden van de UvA-gebouwen. Men is bezorgd over lang openblijvende universiteitsfuncties. De clustering van het UvA-programma in het gebied is te massaal, het programma is te groot en te dominant; Kritiek op de gemeente voor het samen met een tweede partij opstellen van een ruimtelijk planproduct en de daarbij gemaakte afwegingen.
In deze nota worden antwoorden gegeven op de punten van kritiek uit de inspraakreacties. Niet alle reacties waren negatief. Een aantal reacties waren positief en beginnen met complimenten over het SMP als geheel, om daarna toe te spitsen op de onderdelen waar men bezorgd over is. Algemene beantwoording Algemeen beeld is dat de inspraakreacties een goed beeld geven van de kritiek en conflicterende belangen bij de uitwerkingskaders in het SMP. De onderwerpen komen overeen met wat in het participatieproces aan de orde is gekomen. In de planvormingsfase zijn deze belangen en de ingewikkelde onderwerpen bediscussieerd en is men deelgenoot gemaakt van de afweging die hierbij gemaakt moet worden. In Hoofdstuk 3 ‘Overzicht van inspraakreacties met antwoorden’ is per inspraakonderwerp een antwoord gegeven. De Stadsdeelcommissie heeft zich in aanloop naar hun bespreking van het plan verdiept in het plan en gesproken met betrokken stakeholders uit de omgeving. Dit heeft geleid tot een duidelijk advies. In het advies staan een aantal inhoudelijke aanbevelingen en aanknopingspunten voor een zorgvuldig vervolgproces. De Stadsdeelcommissie heeft niet geadviseerd om onderdelen van het SMP aan te passen.
2.4 Advisering Stadsdeelcommissie Centrum en wijze van uitvoering van advies Onderstaand het advies van Stadsdeelcommissie Centrum in cursieve tekst. Daarbij is aangegeven op welke wijze er uitvoering wordt gegeven aan het advies. Ook is vermeld aan welke inspraakreacties hiermee wordt gerelateerd. Het concept-SMP is besproken door de Stadsdeelcommissie Centrum. Op 6 april heeft de inhoudelijke bespreking plaatsgevonden waarbij ook een aantal buurtbewoners hebben ingesproken, en op 20 april is het advies geformuleerd. Het advies en de beantwoording ervan zijn opgenomen in de tabel met alle inspraakreacties onder hoofdstuk 3. 1. Algemene 0verwegingen a. Het is een verrijking voor het centrum als de UVA in het plangebied een aantal activiteiten (opnieuw) onderbrengt. b. Het Strategisch Masterplan maakt een evenwichtige afweging tussen de belangen van UVA, stad en bewoners en geeft daarmee richting aan de verdere invulling van het gebied. 5
c. Het is goed dat de UVA verder aan de slag gaat met verduurzaming d. We constateren dat de bewoners ondanks de uitgebreide participatie niet gelukkig zijn met de uitkomst en het proces. e. Het karakter van het Masterplan houdt in dat de verschillende planonderdelen nog uitgewerkt moeten worden en dat de bewoners daarbij betrokken moeten worden. 2. Bouwblokken De precieze invulling van de bouwplannen moet nog plaats vinden. De bewoners zullen hierbij betrokken moeten worden. Indien wordt vastgehouden aan de plaatsing van nieuwbouw bij BG3 zoals voorgesteld, dan nadrukkelijk aandacht besteden aan zichtlijnen, sociale veiligheid van beide pleinen, en behoud van het open en lichte karakter gebied. Vervolg In het SMP is vermeld (p.96 en 105) dat de stedenbouwkundige kaders voor de aanpassing van BG3 en vervangen van het ovale pavilioen in opdracht van de UvA nader wordt uitgewerkt in een opdracht voor een ontwerpprijsvraag. De bewoners van het gebied kunnen zitting nemen in de beoordelingscommissie van de prijsvraag. De gemeente toetst de opdracht vooraf. Bij deze toetsing worden eisen gesteld aan zichtlijnen, sociale veiligheid van beide pleinen en behoud van het open en lichte karakter gebied. Voorafgaand aan de toetsing van de opdracht worden bewoners geconsulteerd.
Op deze wijze wordt deels tegemoet gekomen aan de zorgen die in de inspraakreacties 2, 4, 9, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 22, 24, 25, 28, 29, 31, 32, 36, 38, 39, 40, 42, 43 en 44 zijn geuit. 3. Openbare ruimte De plannen zijn nog vrij stenig. Samen met de bewoners moet gezocht worden naar verdere vergroening. Verticaal groen kan daartoe ook bijdragen. Vervolg Als opgave in het SMP is op dit gebied opgenomen dat het aandeel en de diversiteit van het groen in de openbare ruimte moet worden vergroot. Bij de definitieve herinrichtingsopgave neemt deze opgave een belangrijke plaats in. Bewoners worden betrokken bij het daarbij horende ontwerptraject. Voor de tijdelijke situatie, tot aan oplevering van de gebouwen, zetten UvA en gemeente in op manieren om het gebied leefbaar te houden. Hierbij moet gedacht worden aan tijdelijke groene inrichtingen en faciliteren van tijdelijke vergroenings initiatieven uit de buurt. De voorbereidingen hiervoor zijn reeds in gang gezet en binnenkort worden de gesprekken hierover met de buurt opgestart. Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de zorgen die in de inspraakreacties 7, 13, 16, 19, 24, 33, 41, 44 en 45 zijn geuit. 4.
Fietsroute Bij afwaarderen fietsroute over BG-terrein (nu hoofdnet fiets), is het belangrijk dat wordt gezorgd voor een volwaardig en veilig alternatief voor deze belangrijke oost-west-fietsverbinding, bijvoorbeeld via Nieuwe Doelenstraat." Vervolg De huidige situatie kunnen we beschouwen als een voorbode van de toekomstige situatie; de fietsroute is momenteel onderbroken door het bouwterrein ten behoeve van de UB. De komende jaren zal dit naar verwachting blijven voortduren, met de werkzaamheden aan BG5, BG3 en werkzaamheden aan de kades op de kop van de Voorburgwallen. Met het onderzoeken en 6
uitwerken van een alternatief wordt daarom niet gewacht tot het einde van de bouwwerkzaamheden. Het stadsdeel onderzoekt de mogelijkheden in samenhang met de overige ingrepen aan de fietsinfrastructuur in het centrum. Bereikbaarheid en de samenhang in het netwerk staan daarbij centraal. Met deze aanpak wordt tegemoet gekomen aan de zorgen die in de inspraakreacties 5, 16, 19, 20 24, 26, 29, 36, 44 en 45 zijn geuit. 5. Proces In het plangebied staat de komende tijd veel te gebeuren. De detaillering van de plannen voor de bouwprojecten en de herindeling openbare ruimten moet nog plaats vinden. Vervolgens en tegelijkertijd wordt er op verschillende plaatsen al gebouwd. En tegelijkertijd zijn er veel partijen betrokken bij het beheer van het gebied. Het is van grote betekenis dat alle betrokkenen in goed overleg zijn in deze drie fasen planontwikkeling, bouw en beheer. Een vorm waarbij continue betrokkenheid van bewoners, UVA en gemeente is gewaarborgd, bijvoorbeeld door een begeleidingscommissie waarin open communicatie voorop staat. Belangrijk is dat hierbij helder wordt vastgelegd wat de kaders zijn waarbinnen een dergelijke begeleidingscommissie functioneert en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de tijd en inzet van alle betrokken.
Deze procesbegeleiding zal aanwezig moeten zijn gedurende de gehele periode van het veranderingsproces en betreft dus zowel planontwikkeling, bouwproces als beheersituatie. Vervolg Met de deelnemers van de bestaande Klankbordgroep ten tijde van de participatie bij het planvormingsproces is afgesproken dat er een evaluatie wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt de behoefte gepeild over hoe de betrokkenheid van de lokale stakeholders moet worden georganiseerd. Er is ten tijde van de vrijgave voor inspraak ook een korte enquete uitgevoerd over de wijze van participeren. Uit deze enquete bleek bereidheid om betrokken te blijven bij het vervolgtraject. Het stadsdeel draagt zorg voor de continuiteit van de betrokkenheid van de omgeving. Er mag geen radiostilte ontstaan. Hierover zullen kort na het vaststellen van het SMP (of al eerder) de buurt en overige stakeholders worden geinformeerd. Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de zorgen die in de inspraakreacties 7, 16, 21, 24, 27, 29, 30, 31, 39, 40 en 44 zijn geuit.
7
3 Overzicht van inspraakreacties met antwoorden
Inspraakreactie over:
1.
Gebouwen
1.1
Universiteitstheater
Opsomming van inspraakreacties:
Antwoord:
Actie richting SMP:
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 1,35 Wij maken ons ernstig zorgen over het voornemen om het universiteitstheater op te toppen zoals dat wordt omschreven en het dak een invulling anders dan nu het geval is te geven (waarschijnlijk terras). Uit de legenda blijkt dat het dak gebruikt zou moeten gaan worden als representatieve buitenruimte. Hiertegen maken wij bezwaar. Het dak is gelegen direct naast suite 358, de een na grootste suite van Hotel de l’Europe, met een groot rond raam aangrenzend aan het dak van het toekomstige Universiteitstheater.
1.2
BG3
In het SMP wordt voor het Geen aanpassing Universiteitstheater aangegeven dat de UvA van SMP nodig. in de toekomst nader bouwhistorisch onderzoek wil doen en een ontwerpstudie wil uitvoeren voor uitbreiding van het programma. Aan de hand van deze gegevens worden de (on)mogelijkheden hiervan besproken met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke dienst Monumenten en Archeologie. Daarnaast wordt een eventueel voorstel stedenbouwkundig getoetst. In dit traject is de UvA verantwoordelijk voor afstemming met hun buren. Uiteraard blijft ook de gemeente betrokken bij de vervolgfase. Schriftelijke inspraakreactie nummers: 2, 4, 9, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 22, 24, 25, 28, 29, 31, 32, 36, 38, 39, 40, 42, 43, 44, SDC Wij pleiten voor het behoud van het In het SMP zijn de uitwerkingskaders Overnemen en monumentale gebouw. opgenomen waarmee ontwerpvoorstellen uitvoeren van voor het Binnengasthuisplein en een nieuw advies van Hierbij verzoek ik om BG3 (het ovalen gebouw gebouw in plaats van het ovale paviljoen Stadsdeelcommis ontworpen door Theo Bosch) niet te slopen. kunnen worden opgesteld. Er bestaat begrip sie: direct na voor de zorgen geuit in de inspraakreacties.
vaststelling van Het plan van de bewoners om het gebouw los te De gemeente is van mening dat het uitwerken het SMP de maken van het oude gedeelte van BG3 is een van de nieuwe verbeterde voorbereidingen betere oplossing. stedenbouwkundige opzet van het gebouw en voor het de omliggende ruimten kan opwegen tegen ontwerptraject Door de opstellers van het uitwerkingskader de architectonische betekenis van het starten en daarbij voor BG3 in het strategisch Masterplan wordt paviljoen en de veranderingen die de de omwonenden ten onrechte de suggestie gewekt dat sloop van uitvoering van deze plannen kunnen te consulteren. het paviljoen van Bosch en een nieuw betekenen voor de direct aanwonenden. De bouwvolume midden op het plein de uitwerking van de ontwerpopgave voor plein stedenbouwkundige situatie verbetert. en paviljoen moet stedenbouwkundig goed Integendeel. Door dat nieuwe volume worden genoeg zijn om op te wegen tegen het verlies de doorgaande zicht- en loop/fietsroutes, van monumentale waarden en impact voor de noord-zuid (van Grimburgwal naar Nieuwe omwonenden. Doelenstraat) en oost-west (van Een ontwerpvoorstel dient als onderbouwing Kloveniersburgwal naar oude Turfmarkt), voor de sloop van het huidige paviljoen. Als geblokkeerd wat het oriëntatievermogen en die onderbouwing onvoldoende is wordt er veiligheid niet ten goede komen. geen toestemming gegeven.
De inspraakreacties geven goed zicht op de In feite betekent dit dat een deel van het van argumenten en belangen die gemoeid zijn oudsher semi-openbare Binnengasthuisterrein met het behoud van het paviljoen, maar door de UvA wordt afgezonderd en voor hebben geen nieuwe inzichten opgeleverd die universitaire doeleinden min of meer wordt reden zijn om de uitwerkingskaders voor dit geprivatiseerd. Dat is geen versterking maar een gebouw die tot stand zijn gekomen na een verzwakking van de karakteristieke integrale afweging van de gemoeide belangen hovenstructuur. Gezien de ruimteclaim van de en beleidsvelden, te wijzigen of te schrappen. UvA sluiten we ook niet uit dat de nieuwbouw zich qua volume en uitstraling niet goed laat Naar aanleiding van de inspraakreacties voegen in het historische weefsel, laat staan dat worden de volgende noties meegegeven, deze meer kwaliteit zal hebben dan het gebouw aanvullend op de motivering voor de van Theo Bosch. Een te volumineuze uitwerkingskaders in het SMP voor dit deel
8
nieuwbouw zal ertoe leiden dat de aanwezige monumenten, zoals de Tweede Chirurgische Kliniek en de achter- en zijgevel van het Administratiegebouw resp. Klinisch Ziekenhuis, minder goed zichtbaar zijn en/of beconcurreerd worden. Het is gierende waanzin om het magnifieke ovalen gebouw van de hand van de architect Theo Bosch af te breken; de UvA wil altijd, en kennelijk dus nu ook, waardevolle monumentwaardige gebouwen slopen: niet doen! In het bijzonder verzet ik mij tegen de door u voorgenomen sloop van het ovale gebouw van Theo Bosch. Kan de gemeente uitleggen waarom de ruimtelijke structuur verbeterd wordt door een gebouw voor de woningen te zetten, dat licht, lucht en verbinding met de rest van het BGterrein verhindert? Het slopen van een in uitstekende staat verkerend monument om reden van de wens van de UvA om daar een “iets” groter gebouw voor in de plaats te zetten omdat dat de UvA op dit moment beter uitkomt, is volgens de actuele jurisprudentie niet toegestaan.
Kan de gemeente aangeven op welke wijze het voorstel in het SMP een bijdrage levert aan de verbetering van veiligheid en leefbaarheid ten opzichte van de huidige situatie? Kan de gemeente uitleggen waarom het een goed idee is om een monument dat in uitstekende staat verkeert te slopen, alleen omdat de UvA een “iets” groter gebouw zou willen neerzetten? Waarom wordt in afwijking van het beleid gekozen voor meer bebouwing en verstening in plaats van vergroening? Het plan om het te slopen en er een groter gebouw voor in de plaats midden op het plein te positioneren is in mijn ogen een erg slecht idee voor de stad en haar bewoners. Vergeten wordt dat daarmee een grote hap uit de openbare ruimte wordt genomen en er twee aanzienlijk kleinere pleinen ontstaan. Ik vind de sloop van het Theo Bosch paviljoen niet nodig en ook niet duurzaam. De plaatsing van deze nieuwbouw betekent dat een groot, zonnig en populair plein in het hart van de binnenstad opgeknipt zal worden in twee kleine, donkere “hoven” waar de zon nog nauwelijks door zal dringen. Het is vernietiging van bestaand bezit en levert nieuwe onkosten op, boven de al gigantische kosten van het project. Ik ben voor het behoud en in ere herstel van dit
van het gebied: • Tussen BG3 en BG5 ligt nu een openbare ruimte die klein, deels uit het zicht en hierdoor onveilig is. In het participatieproces is gebleken dat UvA, gemeente én omwonenden het hierover eens zijn.. Echter bij het behoud en eventueel losknippen van het paviljoen (zoals wordt voorgesteld door VOLBG in hun plan) blijft deze ruimte klein. UvA en gemeente creëren, door het verplaatsen van het paviljoenvolume, een nieuw hof aan deze zijde. • Aan de andere zijde, de zijde van de woningen, wordt een tweede hof gecreëerd, dat groen wordt ingericht. Het zal ongeveer de omvang krijgen van het hof van de Oudemanhuispoort. Hiermee wordt aangesloten op de eeuwenoude hovenstructuur van het gebied. De gemeente is van mening dat de bestaande openbare ruimte hier veel beter kan; groener en meer geborgen, zodat het niet hoeft te worden afgezet met o.a. bloembakken. • Daarnaast is gebleken dat de meningen uiteenlopen over de ovale vorm van het paviljoen; in de inspraakreacties is terug te lezen dat het juist een goed contrast en goede zichtlijnen biedt. De gemeente geeft in haar stedenbouwkundige onderbouwing aan dat de vorm afstoot, er geen goede oriëntatie is en de ruimte geen geborgenheid biedt. • indieners van inspraakreacties geven aan te vrezen voor verminderd uitzicht en minder sociale controle op het nieuwe hof tussen BG3 en BG5.
Met de realisatie en de ingebruikname van de nieuwe UB met hoofdentree aan deze zijde verandert het gebruik van de ruimte. Hierdoor zal er voldoende zicht zijn op het nieuwe hof tot in de late avonduren door de ruime openingstijden van de UB. Daarnaast is opgenomen in het SMP dat er goede beheerafspraken moeten worden gemaakt om het woon- en werkklimaat voor bewoners en ondernemers te waarborgen. • Aanvullend op de stedenbouwkundige factoren spelen de belangen van de UvA mee bij het maken van de afweging om de uitwerkingskaders op deze wijze op te nemen in het plan. Het gebouw heeft functionele beperkingen en is qua voorzieningen niet zelfstandig: behoud betekent dat er oa een trappenhuis/lift en sanitaire voorzieningen moeten komen waarmee een substantieel deel van de ruimte in beslag wordt genomen. Er blijft dan te weinig bruikbare ruimte over voor het benodigde programma. Ook is het gebouw moeilijk te verduurzamen omdat deze maatregelen het paviljoen intern en extern teveel aan zullen tasten. • In het SMP zijn concrete en duidelijke uitwerkingskaders opgenomen over de omvang, hoogte en oppervlakte van het nieuwe paviljoen. Ook is aangegeven dat inzet van partijen is tot grondruil te komen waarbij de oppervlakte openbare ruimte gelijk blijft. Bij de vervolguitwerking worden de belanghebbenden uit de omgeving nauw
9
unieke eliptische 'Service & Info' gebouw op het voormalig Binnen Gasthuis terrein.
betrokken.
Ik vind het ronduit kapitaalverspillend en schandalig dat dit voor een 'studentenplein' zou moeten worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw gebouw, dat rechtstreeks inkijk geeft in mijn slaapkamer. Het voorstel voor herinrichting van het Binnengasthuisplein door sloop van het paviljoen van Theo Bosch voldoet niet aan de in het SMP uitgesproken wens om het gebied structureel te vergroenen noch aan het gemeentelijke beleid van “vergroening tenzij”. Ook vanuit duurzaamheid is het slopen van een jong gebouw niet wenselijk. Met de nieuwbouw krijgt het BG-terrein een problematische ruimtelijke structuur, dat de leefbaarheid en veiligheid onderuithaalt. Stadsdeelcommissie: Indien wordt vastgehouden aan de plaatsing van nieuwbouw bij BG3 zoals voorgesteld, dan nadrukkelijk aandacht besteden aan zichtlijnen, sociale veiligheid van beide pleinen, en behoud van het open en lichte karakter gebied.
1.3
1.4
Universiteitsbibliotheek
BG5
Schriftelijke inspraakreactie nummer: 9 De voorgestelde gevel van de nieuwe UB, met Het ontwerp- en vergunningentraject voor de die letters en zo, is lelijk en smaakloos. Als men vormgeving van de nieuwe dan toch voor iets opvallends wil gaan, zou men Universiteitsbibliotheek is reeds afgerond. kunnen kiezen voor een lege muur die met Dit project maakt om die reden geen muurschilderingen van lokale artiesten kan onderdeel uit van de uitwerkingskaders. worden opgevuld, als waardige vervanging van de huidige muurschilderingen op dezelfde locatie. Schriftelijke inspraakreactie nummers: 12, 24, 30, 31, 36, 40, 44
Geen aanpassing van SMP nodig.
Het is karaktermoord op een monument om, waar nu de piramide-achtige mensa is, een nieuw gebouw neer te plompen; door het afbreken van de mensa krijgen de twee monumentale vleugels weer de kans om te floreren; bovendien, die ruimte is nodig als openbare verblijfsruimte voor die vele honderden studenten die er rond dwarrelen.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Waar nu de mensa staat, bepleit ik dat die ruimte leeg blijft. Die is goed als open plek en ruimte voor de bezoekers van de UB, want anders wordt het op het BG terrein erg dringen. Op welke manier denkt de gemeente dat de nieuw te creëren doodlopende stegen tussen de oude gevel en de nieuwbouw vrij kunnen blijven van viezigheid en overlast, zonder daar hekken te plaatsen? Ik vraag me af of de ruimte naast het te bouwen volume, wat toch lange nissen zijn, niet tot gebruik van activiteiten leidt, waar we gelukkig sinds een heel aantal jaren redelijk van verlost zijn. Het slopen van de piramide (mensa) met aanbouw en overdekking van het hof van B5 lijkt mij het anatomiegebouw met ronddeel zeer ten goede komen echter jammer dat er dan
Onderdeel van de uitwerkingskaders voor het gebouw BG5 is het vervangen van de glazen piramide door een nieuw entreepaviljoen. Het vrij houden, dat wil zeggen onbebouwd houden van een deel van de ruimte tussen de zijvleugels van het BG5 gebouw heeft in de planvormingsfase op tafel gelegen, vanwege functionaliteit en het programma van UvA is dit niet in het SMP opgenomen. Vanuit monumentaliteit is het creëren van een nieuwe hof positief, van buiten zijn dan de zijvleugels van het gebouw, die nu nog verborgen zitten onder het huidige atrium goed zichtbaar. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het realiseren van een hof op deze plek (of beter; het terugbrengen van een deel van het oorspronkelijke hof) ook goed voorstelbaar. Er is door gemeente en UvA gezamenlijk onderzocht in het ontwerpproces of deze ruimte onbebouwd kon blijven ,onder andere ook naar aanleiding van de wens vanuit de buurt, echter vanuit het benodigde programma op deze locatie was dat voor de UvA niet haalbaar. De uitwerkingskaders in het SMP zijn het resultaat van de zoektocht van UvA, gemeente en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, waarin het optimum is vastgesteld tussen monumentaliteit, stedenbouwkundige kwaliteit en het gewenste programma en
10
alsnog (dan nu wel van glas) weer een gebouw op de binnenplaats gerealiseerd wordt, is deze collegezaal nu echt zo nodig in tijden van online onderwijs? Het verdwijnen van de Piramidezaal biedt bij uitstek gelegenheid om meer groenruimte te creëren tussen de gebouwen. Hoewel de sloop-nieuwbouw van de inbouw van BG5 een aanmerkelijke verbetering belooft ten opzichte van de huidige situatie, gaat het nog steeds om een erg fors volume dat niet het enkele jaren geleden gesuggereerde herstel van de hovenstructuur op deze locatie niet bepaald waarmaakt. Indiener vindt het onwenselijk dat, zoals reeds gemeld door commissie SIRK, een nieuwe uitgang van het pand BG5 ter hoogte van en richting deze looproute en de poort van de Vendelhof naar de Oude Manhuispoort in te richten. De te verwachten toename aan publiek op de binnentuin zou de bespeelbaarheid van de theaterzaal eveneens negatief beïnvloeden of zelfs onbruikbaar maken.
1.5
Programma UvA
functionaliteit van het gebouw voor de gebruiker. De uitwerkingskaders in het SMP voor BG3 en BG5 zijn in stedenbouwkundige samenhang met elkaar opgesteld. Daar waar geen nieuwe hofruimte tussen de vleugels van BG5 in de uitwerkingskaders is opgenomen, is deze opgenomen tussen BG3 en BG5. Hiermee wordt voorzien in voldoende buitenruimte voor de gebruikers en bezoekers van het gebied. Bij het opstellen van het nieuwe ontwerp heeft de gemeente aan de UvA aangegeven dat bijzondere aandacht uit moet gaan naar de vormgeving van de ruimtes tussen het nieuwe paviljoen en de zijvleugels, de inpassing en noodzaak van een zij-ingang aan het Vendelhof. De horecafunctie in het gebouw blijft ongewijzigd ten opzichte van het huidige (of voorlaatste) gebruik, namelijk horeca die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie (onderwijs). De verplaatsing naar de rand van het gebied heeft betrekking op zelfstandige horeca. Dat wil zeggen: hier blijft ruimte voor eten en drinken voor studenten en medewerkers.
Indiener heeft grote moeite met het vestigen van de voornaamste horecafunctie in het gebouw BG5. Zoals eerder aangegeven in het SMP kan deze functie beter naar de rand van het complex worden verplaatst. Schriftelijke inspraakreactie nummers: 13, 15, 16, 19, 27, 28, 29, 36 De ambities van de projectontwikkelaars zijn torenhoog. Deze passen niet allemaal op het Binnengasthuisterrein en in de Oudemanhuispoort. ‘Het Universiteitskwartier’ is veel groter dan BG en OMHpoort. Waarom gaan Aula en College van Bestuur niet in de grote gebouwen in de rest van het ‘Kwartier’ Bushuis, Oost Indisch-huis en Spinhuis? Zijn die al bestemd voor andere functies? Zo ja, dan wordt er veel te veel geëist en niet bezien wat er kan. Is de UvA vrij om eisen te stellen die gehonoreerd dienen te worden? Het stadsbestuur maakt het realiseren van deze algemene doelen voor de buurt en de stad, het publieke belang, dus ondergeschikt aan de ruimtehonger van de UvA. Toch leidt dit wel degelijk tot de creatie van een campus.
Heeft de gemeente voldoende tegenwicht geboden voor het duidelijk te zware programma van de UvA voor het BG-terrein? Heeft de gemeente een restrictief kader opgesteld voor de plannen van de UvA met het oog op de belangen van de stad? Kan de gemeente ons uitleggen hoe deze (toch wel érg zware) dominantie zich verhoudt tot de intentie die uit het “Uitvoeringsprogramma Aanpak Binnenstad” spreekt? Het is niet eenvoudig om op zo’n klein en bovendien kwetsbaar gebied een goed plan te
Het aantal m² vastgoed van de UvA wordt niet uitgebreid, m.u.v. de reeds geplande nieuwbouw van de UB. Zie hiervoor het overzicht op pagina 25 van het SMP. Daarnaast is in dit overzicht ook zichtbaar dat het aantal gebruikers/bezoekers t.o.v. de oude situatie niet toeneemt. • De UvA is verantwoordelijk voor de programmering van haar gebouwen: waar welk functie in welk gebouw en op welke plaats in het Universiteitskwartier wordt gewenst. Daar waar dit tot aanpassingsvoorstellen voor gebouwen heeft geleid, heeft afstemming met de afdelingen Monumenten & Archeologie, Ruimte & Duurzaamheid van de gemeente en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed plaatsgevonden, om te bezien of de voorstellen op gebouwniveau inpasbaar zijn. Bij deze afweging is de noodzaak en locatie van het programma meegewogen. Ook is meegewogen of de programmering past bij het laadvermogen van het gebied. Hierbij is geen restrictief kader opgesteld maar wel gekeken naar de concrete belastbaarheid van het gebied. • De gemeente maakt een integrale afweging met oog op de belangen voor de stad als geheel; van buurt, universiteit en stad (o.a.) tezamen.
• Het SMP draagt bij aan de doelstellingen van de Aanpak Binnenstad onder andere met het faciliteren van behoud van de universiteit in de binnenstad als belangrijke bijdrage aan de functiediversiteit, het investeren in het erfgoed en de inzet op een hogere verblijfskwaliteit in een
Geen aanpassing van SMP nodig.
11
maken. Het SMP is daar niet in geslaagd, omdat het programma van de UvA alle bepalend is. Er is een veel te hoge concentratie om maar aan de wensen tegemoet te komen en daarmee zijn andere belangrijke behoeften uit het oog verloren. Door de clustering van haar activiteiten laat de UvA allerlei lege “gaten” achter in de stad (Spui, Maagdenhuis, oude UB, Spuistraat, om maar een paar voorbeelden te noemen…). Plannen voor deze plekken zegt de UvA nog niet te hebben en dat dit in een later stadium per geval bestudeerd zou worden. Lopen we dan niet het risico met z’n allen dat het ontstaan van de beoogde Binnenstad-cluster (de beoogde "positieve waarde") ergens anders in de stad zich in negatieve waarde vertaalt? Wellicht dat dan niet aan alle m2 wensen van de UvA kan worden voldaan, maar andere verrassende alternatieven zouden nog wel eens kunnen passeren, als je daar ruimte voor laat en wat is er mis mee om het Maagdenhuis te behouden? Ook zo’n icoon en waarom zou je dat wegdoen en een miljoenen verslindend project een halve kilometer verderop beginnen?
vergroende openbare ruimte met meer ruimte voor de fietser en voetganger. In het plangebied is en blijft de UvA inderdaad een dominante functie. Dit is in lijn met de Aanpak Binnenstad. • Grondbeginsel van het SMP is dat er door gemeente en UvA is gewerkt aan een toegankelijk en gemengd gebied, daarmee wordt het geen campus met een monocultuur. • De clustering van activiteiten in het Universiteitskwartier levert een opgave elders op, op de locaties waar de toekomstige functies van het Universiteitskwartier gaan vertrekken. Deze opgave is door de gemeente en UvA herkend. In de dynamische stad die Amsterdam is, bieden deze veranderingen ook kansen. De UvA heeft aangegeven hierover verder met de gemeente in gesprek te willen gaan, maar het opstellen van het SMP mede omwille van voortgang hier niet van afhankelijk te maken.
De campusvorming zelf, en daarmee het afstoten van Bungehuis (reeds gebeurd), het PC Hoofthuis, en het Maagdenhuis, lijkt niet meer terug te draaien te zijn. Toch vraag ik me ten zeerste af, of de UvA echt wel vindt dat de verkoop van het Maagdenhuis een goed idee is: het gebouw bevindt zich al op loopafstand van de binnenstadcampus, en de bestuursactiviteiten die er plaats hebben, hoeven echt niet bovenop het onderwijs te zitten.
1.6
Bouwhoogtes
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 18 Indiener heeft grote twijfels over de voorgestelde verhogingen van de bouwhoogtes aan de monumentale panden aan de Slijkstraat, van het Universiteitstheater en (mogelijk) de overkapping van het nieuwe atrium van BG5. Vooralsnog is voor ons niet vast te stellen hoe en of de lichtval tot het gebied en onze locatie mogelijk (negatief) beïnvloedt.
Bij het opstellen van de uitwerkingskaders is vanuit stedenbouwkundig oogpunt naar de bouwhoogtes gekeken. Bij de Oudemanhuispoort is aangegeven dat voor een nieuwe aula een extra hoogte van 3 meter kan worden toegestaan. De uitwerkingskaders alleen zijn echter nog geen voldoende onderbouwing van een eventuele overschrijding van de toegestane bouwhoogte. Het ontwerp wordt na indiening van de vergunningsaanvraag nog getoetst op welstandscriteria. Bij de uitwerkingskaders voor BG5 en het Universiteitstheater is geen extra bouwhoogte opgenomen.
Geen aanpassing van SMP nodig.
12
Inspraakreactie
Opsomming van inspraakreacties:
Antwoord:
over:
2.
Thema’s
2.1
Identiteit
2.2
Historie en Monumentaliteit
tot SMP:
Schriftelijke inspraakreactie nummer: 29 In de uitwerking treedt vooral de identiteit van de UvA dominant op de voorgrond, wordt de woonfunctie klein gemaakt en afgeschermd, wordt openbare ruimte aan de UvA gegeven (twee-pleinen plan) en worden historische hoven (bibliotheek en BG 5) en pleinen (BG-plein) bebouwd.
Als die hoven-structuur zo kenmerkend is, waarom dan niet de oude hof tussen de armen van BG5 in ere herstellen. Het concept van poorten en hoven is historiserend en doet geen recht aan identiteit van het gebied, namelijk een mix waarbij gebruik door universiteit, bewoners en ondernemers. In de plannen zijn diverse nieuwe doorgangen en openingen voorzien. Wij begrijpen de functionele motivatie daarvan op sommige plekken, maar moeten ook constateren dat veel van de nieuwe openingen forse ingrepen betekenen in bestaande, en in veel gevallen monumentale, gebouwen.
Toegankelijkheid en gebruik
2.3.1 Openingstijden UB
Het SMP biedt kaders voor de ontwikkeling van het Universiteitskwartier, waarbij de sfeer en identiteit van het gebied overeenkomen met die van de UvA én de andere stakeholders in het gebied. In het planvormingsproces zijn de uitgangspunten op het gebied van identiteit gezamenlijk geformuleerd.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 24, 29, 32, 34, 40, 44 Het probleem van het concept van “Poorten, hoven en stegen” is dat het zich niet baseert op de bestaande realiteit van het terrein en de mogelijkheden die dat biedt om aansluiting te vinden bij de eisen van deze tijd. In haar uitwerking leidt het tot vernauwing, verdichting en exclusiviteit. Maar nog belangrijker: het kan anders, met een beter resultaat. Kan de gemeente uitleggen waarom wordt gekozen voor een verkeerde historische verantwoording en dat de bestaande realiteit wordt genegeerd ten gunste van de wens van de UvA om het gebied vol te bouwen?
2.3
Actie in relatie
• In de bij het SMP als bijlage gevoegde Cultuur Historische Onderbouwing is op gebiedsniveau onderzocht en onderbouwd welke aanpassingen in het gebied cultuurhistorisch te verantwoorden zijn. Daarnaast is gepoogd om het Universiteitskwartier verder te ontwikkelen tot een aangenaam en inclusief gebied met hoge verblijfskwaliteit. Met andere woorden, het moet niet alleen passen bij de wordingsgeschiedenis van het gebied maar ook goed in elkaar zitten. Om belanghebbenden bij het uitwerken hiervan te betrekken zijn veel bijeenkomsten georganiseerd, waarin de verschillende perspectieven en meningen over het gebied zijn gedeeld. Dit heeft geleid tot een visie waarin deze verschillende perspectieven zoveel mogelijk tot hun recht komen. • De uitwerkingskaders bevatten een aantal nieuwe doorgangen en openingen. Deze zijn met in acht name van de monumentale belangen opgenomen. Bij de nadere uitwerking na het SMP zal op basis door van bouwhistorisch onderzoek en een zorgvuldige ontwerpproces aangetoond moeten worden of de ingrepen verantwoord plaats kunnen vinden. Ook worden er beheerafspraken gemaakt om toe te zien op een verantwoord gebruik en leefbaarheid voor omwonenden.
Geen aanpassing van SMP nodig.
In het participatieproces is door de buurt talrijke keren naar voren gebracht dat niet poorten en stegen, maar de hovenstructuur kenmerkend en belangrijk is voor deze tijd. Lange tijd was dit buiten beeld, omdat de UvA met haar ontwerpen geen rekening hield met de hovenstructuur. Maar net als met het hierboven beschreven greenwashing, worden hoven nu in het promotie praatje opgenomen. Dan heb je toch geluisterd naar de buurt? Schriftelijke inspraakreactie nummers: 6, 7, 8, 11, 14, 16, 17, 24, 25, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 37, 39, 41, 42, 43, 44, 45 Schriftelijke inspraakreactie nummers: 6, 7, 8, 11, 14, 15, 16, 24, 25, 28, 41, 43, 44, 45 Tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie Centrum 6 april is duidelijk geworden dat de UvA het Universiteitskwartier 24/7 open wil hebben en dat de gemeente daar vooralsnog geen bezwaar tegen heeft. Dit ondanks de afspraken die zijn gemaakt met de
• In het participatieproces is door de UvA inzicht geboden in de huidige openingsregimes van gebouwen en buitenruimtes overdag, ’s avonds en ’s nachts, om zicht te krijgen op het functioneren van het gebied. Afspraken over toekomstige
Als reactie op de inspraakreacties heeft de UvA echter aangegeven dat 24/7 opening van
13
UvA en gemeente tijdens de participatieavonden dat de gebouwen tussen 22:00 - 08:00 niet open zijn. Kan de gemeente uitleggen hoe het mogelijk is dat afspraken over sluitingstijden die in het participatieproces zijn gemaakt, direct na het proces opeens niet meer bestaan en er opeens sprake zou kunnen zijn van 24/7 openingstijden? Het dag en nacht openstellen (in plaats van tussen 08.00 en 22.00 uur zoals eerder afgesproken was) brengt een grote belasting teweeg voor de omwonenden. 24/7 openingstijden van de UB, terwijl ik in het participatieproces heb gestreden voor sluiting vanaf 24:00 uur en geen gebruik van de entree aan de pleinzijde vanaf 22:00 uur. Hoe is dit in vredesnaam mogelijk?
openingstijden van de universiteitsgebouwen zijn niet opgenomen in het SMP. De gemeente wil, in een buurt waar wonen en studeren zo dicht op elkaar zitten, dat de toekomstige openingstijden worden meegenomen in de op te stellen beheerovereenkomst tussen UvA, gemeente en buurt. Deze beheerovereenkomst is als opgave wel opgenomen in het SMP. • De UvA geeft aan géén voorstander te zijn van 24/7-opening van de UB, i.v.m. kosten en het bewaken van de nachtrust voor studenten én omwonenden. Bij evt. aanpassing van de openingstijden is de gemeente betrokken om de leefbaarheid voor de omwonenden te bewaken. Door het BG-terrein lopen openbare straten en het gebied maakt onderdeel uit van het openbare centrum van de stad, en kan om die reden niet afgesloten worden.
de UB niet wenselijk is en er ook geen plannen zijn om hiertoe over te gaan. UvA en gemeente willen dat de openingstijden onderdeel uitmaken van de op te stellen beheerovereenkomst tussen bewoners, uva en gemeente, zoals in het SMP is opgenomen. Naar aanleiding van de inspraakreacties zijn deze afspraken toegevoegd in het SMP.
In het SMP wordt een beeld gegeven van de gewenste ruimtelijke structuur van het gebied. De gewenste structuur verandert niet door recente besluiten van de VVE. Het herinrichten en ‘activeren’ van het Gasthuishof blijft onderdeel uitmaken van het SMP. In de participatiebijeenkomsten heeft dit altijd op tafel gelegen; het openen van het hof waarbij onderscheid is gemaakt tussen een rustiger deel aan de kant van de woningen en een levendiger deel aan de kant van de Gasthuiskerk. Hierbij zijn door de omwonenden duidelijke wensen geuit, die verwerkt zijn in het SMP.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Tijdens de meet ups hebben we gesproken over de noodzaak van een dag- en nacht ritme op het terrein en dat de bewoners de mogelijkheid moeten krijgen om voldoende rust te krijgen. Dit is vertaald in kaarten, waarop de openingsen sluitingstijden stonden van de UB en andere UvA faciliteiten. Deze kaarten zijn niet meer opgenomen in het SMP, noch zijn ze meer te vinden op de website van de gemeente. Maar dit was een belangrijke afspraak tijdens de meet ups! Kan de gemeente garanderen dat er geen 24/7 openstelling van de UB komt, nu niet en in de toekomst, om de nachtrust van bewoners te verzekeren? Ook wordt er in het SMP gesteld dat de openingstijden van het Gasthuishof in overleg met de bewoners vastgesteld moet worden. In het participatieproces is dit echter al afgesproken. Is er een plan om, als de openbare rust en veiligheid in de nacht niet te garanderen is, het hele (BG-)terrein af te kunnen sluiten?
2.3.2 Openstellen binnentuinen/ Gasthuishof/ onderdoorgangen
Het laatste schandaal, de wens om de UB 24/7 open te stellen, slaat wel alles. Dat is zo tegen alle afspraken in en waarom hou je zo’n participatieproces als zelfs de minimale regels voor leefbaarheid plots met voeten worden getreden? Schriftelijke inspraakreactie nummers: 14, 16, 24, 34, 39, 43 Wij zijn tegen het openstellen van de binnentuinen/ doorgangen voor een breder publiek ter hoogte van het Binnengasthuisterrein met daarbij openstelling achterzijde van de Gasthuishof. Het openstellen binnen dit gebied zal zorgen voor een dermate druk op het gebied wat zal zorgen voor overlast voor onze huurders. Indien het groene en nu nog als 'stiltegebied' geprezen Gasthuishof (grenzend aan het Allard Pierson museum) voor studenten zal worden opengesteld door middel van steegjes en (onder)doorgangen, dan maak ik mij ernstige
14
zorgen over de rust voor aangrenzende woningen. Een dergelijke onderdoorgang is een ernstige aantasting van de rust en leefbaarheid. Ook wat betreft veiligheid is het bedreigend. Hoe willen de gemeente en de UvA ervoor zorgen dat de bewoners geen overlast hebben van het nog meer openstellen van de Gasthuishof? Akoestisch onderzoek naar de impact van intensiever gebruik op de omwonenden is gewenst alvorens hiertoe wordt besloten
Bij de uitwerking van de herinrichting van het hof is helder dat het samengaan van bewoning en gebruik van het hof goed moet worden afgestemd, de gemeente en UvA begrijpen de zorgen van de omwonenden. Eventueel kan hierbij een akoestisch onderzoek worden betrokken. De UvA heeft het grootste deel van het hof in eigendom en betrekt de bewoners en gebruikers die direct aan het hof grenzen bij de verdere uitwerking van inrichting en gebruik. Uiteraard blijft de gemeente ook in deze vervolgfase nauw betrokken om de leefbaarheid voor bewoners te garanderen.
Waarom moet het Gasthuishof opengesteld worden op een plek waardoor bezoekers over het rustige gedeelte moeten lopen of onder de huizen door? Een aanbeveling zou kunnen zijn om door slimme inrichting van de openbare ruimte de stromen vanuit de UB als vanzelf te leiden naar de Gasthuiskerk en het Turfdraagsterpad, om via de entree daar toegang te hebben tot het Gasthuishof en zodoende de relatie tussen Gasthuiskerk en UB te versterken. Met name het vrij bewegen in alle richtingen van de bewoners in het gebied zal mijn inziens onder druk komen te staan, het uitvoeren van deze plannen kunnen er voor zorgen dat wij als bewoners een deel van onze bewegingsvrijheid kwijtraken. De VVE heeft tijdens de jaarvergadering in oktober 2020 besloten dat de onderdoorgangen niet opengesteld mogen worden voor derden om de bewoners niet te storen in hun woongenot.
Kan de gemeente aangeven op welke manier het SMP wordt aangepast op dit punt, nu is gebleken dat de VVE geen toestemming geeft voor deze looproute? Is de gemeente op de hoogte dat de VVE van het woningcomplex geen voorstander is openstellen van de onderdoorgang voor bezoekers van de binnentuin en dat daarvoor het recht van overpad over het eigendom van de VVE niet geldt? Waarom kan het tweede hof niet een groen hof worden, in plaats van parkeerterrein waarvoor een groot stuk tuin niet groen kan zijn? Waarom accepteert de gemeente het nog meer openstellen van de Gasthuishof als vergroening, terwijl er ten behoeve van de doorgang minstens een boom gekapt moeten worden en er per saldo groen verdwijnt? Voor het Gasthuishof wordt vergroening voorgesteld, hoewel dit al bestaand groen is. Het bestaande groen wordt zelfs verminderd door het openstellen van 3 routes in dit gebied. Hierbij worden ook de afspraken die gemaakt zijn om het gedeelte bij de huizen rustig te houden en daarmee overlast te voorkomen, niet nagekomen.
15
2.3.3 Binnengasthuisplein
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 16, 28, 32, 42, 44 In het SMP wordt voorgesteld het huidige plein op te delen in een levendig studentenplein en een rustiger groen bewonersplein. Ik vind dit een slecht plan. VOLBG vindt dit een slecht plan omdat de beschikbare ruimte niet groot genoeg is om er twee ruimtes van te maken waarop een prettig verblijfsklimaat gerealiseerd kan worden. Het plein wordt door bewoners gebruikt voor buurtfeesten en andere bijeenkomsten, terwijl studenten en andere bezoekers er van de ruimte en de zon genieten. Kan de gemeente uitleggen waarom zij kiest voor het opdelen van het plein en op welke wijze de belangenafweging tot stand is gekomen? Kan de gemeente uitleggen waarom deze vergelijking met de binnenhof van de Oudemanhuispoort en het “bewonerspleintje” is gemaakt? Ziet de gemeente het verschil in situering, context en functie tussen deze twee plekken en dat dit gevolgen moet hebben? Het “bewonerspleintje” op het Binnengasthuisplein gaat vergroend worden. Dit is groen dat toegevoegd gaat worden. Alleen, waarom moet dat ten koste gaan van de ruimte van bewoners?
• Onderdeel van de uitwerkingskaders voor dit deel van het gebied is dat deze ruimte een inrichting kan krijgen met verbijzonderde materialisering van een buurtplein. Beide pleinen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Ook is opgenomen dat het hof groen wordt ingericht in samenspraak met de bewoners. Tijdens de planvorming is in bijeenkomsten met de buurt de inrichting en sfeer van dit hof besproken en dit is opgenomen in het SMP. De bewoners gaven hierbij te kennen geen segregatie maar integratie van gebruik van verschillende groepen te willen die gebruik maken van het gebied. Insteek is niet de ruimte te verdelen tussen de doelgroepen maar verschillende soorten ruimtes te creëren die verschillend gebruik faciliteren, maar wel waar iedereen welkom is. • Een referentie aan naar de huidige binnenplaats van de Oudemanhuispoort is gemaakt als voorbeeld van een geslaagd binnenhof met een aangenaam verblijfsklimaat. Met de referentie wordt geduid op de overeenkomsten, niet de evidente verschillen. Ook in de vervolgfase wordt de omgeving nauw betrokken.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Een vergrootte poort maakt geen onderdeel uit van de uitwerkingskaders voor dit gebied. Een belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking van de herinrichting hiervan is het houden van een goede balans tussen de verschillende gebruikers. In de uitwerkingskaders is opgenomen dat de zelfbeheertuinen behouden blijven, evenals de speelvoorziening. De inbreng van bewoners van de afgelopen jaren wordt zeer gewaardeerd.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Bovendien zullen studenten de weggetjes langs de huizen gebruiken om naar de Gasthuishof te gaan. Of zij zullen het groen op het bewonerspleintje opzoeken omdat er verder zo weinig groen zal zijn op het BG-terrein. Dit is zeer ongewenst en is vragen om problemen.
2.3.4 Vendelhof
Het BG-terrein wordt verdicht voor de UB, zowel op de hoek van de Binnengasthuisstraat/ Nieuwe Doelenstraat als aan de Vendelstraat. Vervolgens, als de UvA haar zin krijgt, komt er een nieuw gebouw tegenover de ingang van de UB, waardoor er twee kleinere pleinen ontstaan op het Binnengasthuisplein. De Binnengasthuisstraat, beide kleine pleinen (levendige studentenplein en groene bewonersplein) zullen meer schaduw krijgen dan nu het geval is. Schriftelijke inspraakreactie nummers: 18, 29, 44 De Vendelhof dreigt UvA domein te worden. Nu is het een groen gemeenschapsplein voor studenten, bewoners, bezoekers om daar te verpozen en vooral ook spelende kinderen met hun ouders. Deze functie zal echter zwaar onder druk komen te staan door de vergrootte poort (of -gebouw) vanuit de OMHP, tezamen met de poort tussen Vendelstraat en Kloveniersburgwal die de toegang zal vormen voor fiets- en ander publiek voor de UvA. Ik vrees dat de grote drukte van de straat door de plannen van de UvA zich (na corona) ook zal uitbreiden naar het plein achter ons huis, de Vendelhof en de rest van het BGterrein. Dan is het 24/7 druk, lawaaiig en
16
onrustig, zowel aan de voorkant als de achterkant. Het intensieve gebruik van de omgeving van de binnentuin pal voor de theaterzaal van stichting Perdu maakt het gebruik hiervan zo goed als onmogelijk. De theaterzaal is bovendien gevestigd in een Rijksmonument en beschikt over enkel glas.
2.3.5. Slijkstraat
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 15, 16, 18, 30, 31, 33, 37, 44 De geplande opwaardering van de Slijkstraat beschouwen wij op zich als een pluspunt. Het zal echter ook daar veel drukker worden. Hoe denkt de gemeente de leefbaarheid aldaar voor bewoners te garanderen?
De uitwerkingskaders voor de Slijkstraat geven aan dat de geleiding van het fietsverkeer door de straat een aandachtspunt is bij de uitwerking van de herinrichting van de straat. De nieuwe entree wordt op enige afstand van de Kloveniersburgwal gerealiseerd om enige opstelruimte in de Slijkstaat te bieden. Aan deze zijde van de Slijkstraat zijn geen woningen. Geveltuinen en groene gevels behoren tot de herkende vergroeningsopgave zoals opgenomen in het SMP en deze krijgen een plek bij de verdere uitwerking. Wat betreft de drukte in de Slijkstaat is in het SMP aangegeven dat dit een belangrijk aandachtspunt is bij de verdere uitwerking.
Geen aanpassing van SMP nodig.
• In het SMP is aangegeven dat de kadeconstructies worden onderzocht op hun technische staat en onderhoudsbehoefte. Na eventuele vervanging of versteviging wordt tot herinrichting overgegaan onder verantwoordelijkheid van de gemeente Hierbij is de UvA één van de stakeholders, naast de overige belanghebbenden. • Een nieuwe brug over de Oudezijds Achterburgwal maakt geen onderdeel uit van het SMP.
Geen aanpassing van SMP nodig.
Kan de gemeente ons uitleggen hoe zij de overzichtelijkheid en veiligheid op deze plek gaat organiseren? De geplande looproute door de Slijkstraat: vrees voor verdere geluidsoverlast. Het toegankelijker maken van de Slijkstraat is een goed plan want de blinde muur van het universiteitsgebouw is niet om aan te zien, trekt ongure types aan (drugshandel, urinerende toeristen etc.) en maakt de straat doods. Ik maak mij echter zorgen om de fietsdrukte die zal ontstaan in de smalle Slijkstraat als daar ook nog eens een fietsenkelder wordt gerealiseerd, het zal een wandelstraat moeten blijven zonder fietsvoorzieningen.
Indiener heeft bezwaar tegen het doorbreken van de monumentale panden aan de Slijkstraat, waardoor een noord-zuid verbinding wordt gerealiseerd voor voetgangers van de Slijkstraat via de Oude Manhuispoort en Vendelhof richting de Universiteitsbibliotheek (zie pag. 99100 van het SMP. In het SMP wordt genoemd dat de Kloveniersburgwal een auto- en fietshoofdroute wordt en dat de bevoorrading over water zal plaatsvinden. Dit hangt samen met het plan voor een nieuwe binnenplaats en poort bij de slijkstraat. Qua doorstroom, routes en de drukte die dit met zich mee zal brengen op de Kloveniersburgwal en de Slijkstraat, zal dit een grote impact hebben op de leefbaarheid van dit gebied.
2.3.6 Burgwallen
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 31, 17 Het mag niet zo zijn dat de Universiteit gaat bepalen hoe de Oudezijds Voorburgwal en de Oude Zijds Achterburgwal worden ingericht. Een brug over de Oudezijds Achterburgwal naar de Agnietenkapel vind ik absoluut niet kunnen, het zal los van de inbreuk op de privacy van de woonhuizen het zicht op het hele stuk gracht verpesten.
17
2.4
Bereikbaarheid en logistiek
2.4.1 Potentiële laad- en loslocaties, waaronder de Oude Turfmarkt
2.4.2 Combinatie fietsparkeren/ verkeersstromen/ logistiek
Schriftelijke inspraakreactie nummers 3, 5, 7, 16, 20, 24, 26, 29, 31, 36, SDC Schriftelijke inspraakreactie nummer: 3 Wij willen erop wijzen dat de steiger aan de Oude Turfmarkt al decennia lang in gebruik is door Rederij Kooij. Wij vragen u om de locatie Oude Turfmarkt te schrappen als potentiële locatie voor aan- en afvoer van goederen. Wij vinden het erg vervelend dat er via het Strategisch Masterplan zo expliciet over deze locatie gesproken wordt, zonder dat hier vooraf inhoudelijk met ons over is gesproken.
Schriftelijke inspraakreactie nummers: 7, 16, 33, 44 Wat als de plannen niet zo uitwerken als gedacht, de overlast van b.v. de fietsers bij de ingangen toch te groot wordt. Hoeveel ruimte is er dan om aanpassingen te doen? Hoe denken de UvA en de gemeente op die plek bij de smalle Slijkstraat en de drukke Kloveniersburgwal de aan- en afvoer van goederen en vuil, de in- en uitgang van de fietsenkelder, de toegang tot de Aula en andere representatieve functies te combineren? Veiligheid fiets- en voetgangersverkeer door de Slijkstraat komt in het geding door het creëren van de fietsingang in de Slijkstraat. Overlast door groeiend fiets- en voetgangersverkeer over de Oudezijds Achterburgwal en door de Slijkstraat Risico van sterk groeiend fietsparkeren in en nabij de Slijkstraat door nieuwe toegangspoort.
2.4.3 Fietsroutes
Ook lijkt er geen rekening gehouden te zijn met de fietsers die vanuit het westen van de stad komen (45% ten opzichte van 22% uit het oosten, Ecorys) en naar de fietseningangen aan de oostkant (Kloveniersburgwal) moeten, terwijl zij toch ook bijdragen aan de intensiteit van stromen. Schriftelijke inspraakreactie nummers: 5, 16, 19, 20 24, 26, 29, 36, 44, SDC Ik zie graag dat de doorgaande fietsroutes tussen de Kloveniersburgwal en de Grimburgwal blijven behouden. Ik vind het goed dat er een fietsenstalling is, maar tegelijkertijd ben ik bang dat uw voornemens de doorgaande fietsverkeer zal belemmeren. In het SMP wordt voorgesteld de doorgaande fietsroutes over de Vendelstraat en de Binnengasthuisstraat te schrappen en het terrein om te vormen tot voetgangersgebied.
De ambitie voor meer vervoer over water is o.a. ingegeven door de kwetsbare staat van de bruggen en kades. Een integraal haalbaarheidsonderzoek naar laad- en lossteigers is een vervolgstap, na vaststellen van het SMP en uiteraard worden daar de huidige gebruikers bij betrokken. Tijdens de thema-avond Bereikbaarheid en Logistiek op 11 februari 2020 zijn de potentiële laad- en loslocaties, waaronder de Oude Turfmarkt besproken. De vertegenwoordiger en ondertekenaar van de inspraakreactie was hierbij aanwezig en heeft in gesprek met het de gemeente toen zorgen geuit over het gebruik van de steiger voor logistieke doeleinden. Later gevolgd door mailcontact hierover. De steiger is geen eigendom van een particuliere partij maar van de gemeente Amsterdam. Vanuit dat startpunt wordt het toekomstige gebruik met alle stakeholders nader uitgewerkt.
Geen aanpassing van SMP nodig.
De verkeerskundige en ruimtelijke analyses die tijdens de planvorming hebben plaatsgevonden wijzen uit dat de verkeersstromen op verantwoorde wijze georganiseerd kunnen worden. Er zijn een aantal specifieke aandachtspunten gesignaleerd die in het ontwerp van het maaiveld worden geadresseerd. Er worden (tenminste) twee grote fietsenstallingen door de UvA gerealiseerd met interne doorgangen en trappen naar de gebouwen. Dit scheelt veel overlast op maaiveld van geparkeerde fietsen en logistieke bewegingen. De situatie na oplevering zal nauwkeurig worden gemonitord en indien nodig worden aangepast. Ook de beheerregimes vanuit de gebouwen wordt hierbij betrokken (venstertijden koppelen aan sturen van piekdrukte-momenten voor de universiteitsgebouwen bijvoorbeeld). Wat betreft de gebouwen en fietsparkeervoorzieningen zelf is er na realisatie weinig ruimte om fysieke aanpassingen te doen. Aanpassingen in gebruik en gedrag (zoals o.a. fietscoaches) blijven wel mogelijk.
Geen aanpassing van SMP nodig.
• In het SMP is de visie voor het Binnengasthuisterrein opgesteld als een binnengebied met verblijfskwaliteit zonder scheiding van verkeersstromen. Het wordt een voetgangersgebied waar de fiets te gast is. Bij behoud van de fietsroute is het aantal doorgaande fietsers groter, wat met name tussen BG5 en UB conflicten kan geven met veel kruisend fiets-voetverkeer. Er zullen ook minder fietsers het gebied doorkruisen doordat de grote fietsparkeervoorzieningen
Overnemen en uitvoeren van advies van Stadsdeelcommissie: starten met onderzoek naar een volwaardig en veilig alternatief voor fietsroute over BG-terrein.
18
Kan de gemeente aangeven op welke manier de belangen tussen die van de bewoners, het algemene belang van de fietsersbond en die van de UvA zijn afgewogen? Er is gelukkig ook goed nagedacht over de toekomstige bevoorrading. Ik hoop dat het Universiteitskwartier vasthoudt aan de gedachte dat de verblijfsfunctie voor 10.000-en studenten, medewerkers, bezoekers en bewoner belangrijker is dan de verplaatsfunctie voor enkele overhaaste fietsers. Het Universiteitskwartier wordt met meer ruimte voor voetgangers (en de mensen die er wonen en werken) echt waardevol. Mensen staan er centraal. Waarom heeft de gemeente gekozen voor shared space, terwijl 88 % van de respondenten van de enquête uit 2019 dit niet willen, VOLBG dit niet wil en de Fietsbond ook niet? Kan de gemeente uitleggen waarom een shared space in een multifunctioneel woongebied de veiligheid, doorwaadbaarheid en leefbaarheid verbeterd? Shared space geeft narigheid. Ons advies: niet doen! Voorkom ongemak, chaos en chagrijn door: -het BG-terrein goed toegankelijk te maken voor fietsers, -het BG-terrein te voorzien van een herkenbare wegindeling met onderscheid tussen voet- en fietspad, - ook fietsparkeervoorzieningen te creëren aan de westzijde van het Universiteitskwartier.