CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-159A Bijlage 1 - Strategisch Plan Sporten en Spele

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het Strategisch Plan Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte VN2021-01234216.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Strategisch Plan Strategisch Plan Sporten en spelen Sporten en spelen in de openbare in de openbare ruimte ruimte concept mei 2021 April 2021

Mei 2021

1

PT

CO

E NC

2

PT

CO

E NC

Inhoudsopgave Voorwoord...................................................................................................................4 Samenvatting..............................................................................................................6 1.

Sporten en spelen in een prettige openbare ruimte..................................................8

1.1 1.2. 1.3.

Gezonder en gelukkiger door sporten en spelen................................................................... 8 Sporten en spelen in je eigen buurt........................................................................................ 8 Doel en resultaat................................................................................................................... 10

2.

Sporten en Spelen in een groeiende stad................................................................13

2.1. 2.2. 2.3.

Veranderde kijk op sporten en spelen ................................................................................. 13 De stad in beweging............................................................................................................. 16 Beweeggedrag...................................................................................................................... 17

3.

Beleid voor sporten en spelen in de stad.................................................................23

4.

Financiën en Organisatie...........................................................................................26

4.1. 4.2. 4.3.

Proces: hoe werken we samen?............................................................................................ 26 Financiële dekkingsbronnen: waar komen de middelen vandaan?...................................... 32 Kosten kengetallen: wat kost een speelplek?....................................................................... 33

5.

Amsterdamse investeringsopgave 2021-2024..........................................................36

5.1. 5.2. 5.3.

Afwegingskader.................................................................................................................... 36 Analyse per thema................................................................................................................ 38 Opgave per stadsdeel........................................................................................................... 48

6.

Investeringsagenda SP SSOR..........................................................Bijlage 1. (kabinet) 3

PT

CO

E NC

Voorwoord Een stad waar bewoners buiten kunnen sporten en spelen is een gezonde en aantrekkelijke stad. Buiten sporten en spelen is leuk en draagt op allerlei manieren bij aan onze fysieke en mentale ontwikkeling en gezondheid. Het prikkelt onze fantasie, maakt ons fitter, draagt bij aan prestaties op school en werk en vergoot de kans dat we gezond oud worden. En als er gesport en gespeeld wordt op straat brengt dat mensen samen. Want een speelplek is ook een ontmoetingsplek; voor kinderen, én voor ouders en buurtbewoners. We delen een bankje, zien elkaar en maken misschien een praatje. Er is werk aan de winkel! Lang niet alle Amsterdammers bewegen voldoende. 1 op de 3 Amsterdamse volwassenen en de helft van 5 en 10-jarigen bewegen onvoldoende. Het overgrote deel van de kinderen zit langer dan 2 uur per dag achter de tv of computer. Een belangrijke oplossingsrichting hiervoor zit in de inrichting van onze omgeving. In je eigen buurt naar buiten gaan om te sporten, spelen en bewegen moet makkelijk en leuk zijn. Juist in een stad die verdicht, waar het aantal inwoners toeneemt en waar veel mensen geen tuin hebben, is de openbare ruimte dé plek die moet uitnodigen om te ontspannen, elkaar te ontmoeten en te sporten en spelen.

Het afgelopen jaar, waarin we vanwege de coronacrisis aan huis en eigen buurt gebonden waren, hebben we allemaal dés te meer ervaren hoe belangrijk die uitnodigende openbare ruimte in onze eigen buurt is. Uitgangspunt van dit Strategisch Plan is dat in heel Amsterdam voldoende en kwalitatief goede plekken zijn, blijven en komen om te kunnen spelen en sporten in de openbare ruimte. Met aandacht voor nieuwe trends, de wensen van buurtbewoners, de lokale kennis uit de stadsdelen, de inzet op goed beheer, groen en klimaatbestendigheid en de veranderende stedelijke opgave. Er is daarbij bijzondere aandacht voor het verbeteren van de toegankelijkheid van sport- en speelplekken voor mensen met een beperking. Juist de openbare ruimte moet voor iedereen zijn. Om dit alles te bereiken zijn investeringen in bestaande en nieuwe openbare sport- en speelplekken essentieel. Amsterdam is alom bekende sportstad en heeft internationale faam als één van de eerste steden ter wereld waar spelen onderdeel was van de ontwikkeling van nieuwe Amsterdamse buurten. Door te blijven investeren in sporten en spelen in de openbare ruimte zorgen we ervoor dat alle Amsterdammers gezond kunnen opgroeien en oud worden. En dat iedereen in Amsterdam die wil sporten, ook kan sporten. Simone Kukenheim, Wethouder Zorg, Jeugd(zorg), Beroepsonderwijs en Sport 4

PT

CO

E NC

5

PT

CO

E NC

Samenvatting Sporten en spelen is in vele vormen in de stad aanwezig. Van 1-jarigen die in de eigen buurt schommelen of in de zandbak spelen, voetballende jongeren op het Olympiaplein, bootcampgroepen in het Vondelpark, tot urban sporters die samenkomen op skatepark Zeeburgereiland. De talrijke sport- en speelaanleidingen dragen in belangrijke mate bij aan een sportieve en gezonde stad. Ze zijn belangrijk voor sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen en bieden ook voor volwassenen en ouderen grote gezondheidswinst. En ze dragen bij aan een prettige, gezonde openbare ruimte in Amsterdam, waar we elkaar tegenkomen, een praatje maken en het stadsleven met elkaar delen. In de hele stad sporten en spelen op fijne plekken, ook in nieuwe buurten

Voldoende en goede sport- en speelruimte in de buurt komen er niet vanzelf. Er gaan gemeentelijk beleid en ambities, samenwerking met bewoners en een goede planning aan vooraf. En het kost geld. Dit Strategisch Plan Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte 2021-2024 (hierna SP SSOR) heeft tot doel in beeld te brengen wat er de komende 4 jaar waar nodig is op het gebied van sporten en spelen in de openbare ruimte en hoeveel dat kost. Zodat op de juiste plekken in Amsterdam voldoende en fijn ingerichte ruimte is, blijft en komt om te kunnen spelen en sporten in de openbare ruimte. Het SP SSOR biedt een overzicht in de bestaande sport- en speelplekken in de stad (Stad zijn), waar verbetering nodig of gewenst is (Stad Verbeteren) en wat erbij moet komen met het oog op de ontwikkeling van de stad tot en met 2024 (Stad maken). Met elk stadsdeel is een opgavekaart opgesteld die in een overzichtelijk beeld laat zien welke ingrepen nodig zijn.

Overzicht in wat er nodig is en wat dit kost

Aan het SP SSOR zijn geen financiële middelen verbonden. Het plan benoemt de noodzakelijke ingrepen op sport- en speelplekken in de openbare ruimte tot en met 2024 en vertaalt deze naar een financiële opgave, in realisatie- en beheerkosten. Een afwegingskader biedt vervolgens een instrument om doelgerichte en duurzame keuzes te maken over waar we investeren in sporten en spelen in de openbare ruimte. Dit afwegingskader is gebaseerd op beleid, ambities en wensen van bewoners en gemeente, en maatschappelijke opgaven in Amsterdamse buurten. Draagt het bij aan opgaven in de ontwikkelbuurten, wordt een speelplek geschikt gemaakt voor mindervaliden of is het een plek waar kinderen van heinde en verre op af komen? Met dit kader kan er met duidelijke criteria gekozen worden waar en waarom we investeren in sporten en spelen in de openbare ruimte. 6

PT

CO

E NC

Investeringsopgave

Geraamde investeringen in sport- en speelplekken voor de periode tot en met 2024 bedragen in totaal € 30,5 miljoen onder te verdelen in: „ Stad Zijn, met een investering van € 13,5 mln. voor het vervangen van 1.810 sport- en speeltoestellen die op het einde van hun levensduur zijn. „ Stad Verbeteren, met een investering van € 5 mnl. voor een kwaliteitsimpuls in 59 bestaande sport- en speelplekken. „ Stad Maken, met een investering van € 12 mln. uit de Grex voor de inrichting van sport- en speelaanleidingen in de ontwikkellocaties, direct gerelateerd aan de groei van de stad. „ Daarnaast is jaarlijks het bestaande bedrag van € 1.900.000,- aan structurele beheermiddelen nodig voor het dagelijks onderhoud van alle 7.200 sport- en speelvoorzieningen in Amsterdam, voor werkzaamheden zoals het schoonhouden, keuren, of herstelwerk na schade. Met de groei van de stad en bijbehorende de sport- en speelruimte zal het benodigde budget voor dagelijks onderhoud meegroeien.

Heldere processen

De financiële en organisatorische regie en de gemeentelijke processen binnen de lijnen Stad zijn, Stad verbeteren en Stad maken kennen overeenkomsten maar ook grote verschillen. Binnen de gemeentelijke organisatie en voor bewoners en initiatiefnemers is behoefte om dit helder te maken. Daarom biedt het SP SSOR een overzicht aan processen en rolverdeling voor de realisatie van sport- en speelplekken. Daarnaast zijn de mogelijke financiële dekkingsbronnen op een rij gezet, en wordt inzicht gegeven in de kosten voor de realisatie van kleine en grote speelplekken. Zo krijgen onder andere stadsdelen een instrument in handen om lokale en wensen en opgaven nadrukkelijker te koppelen aan stedelijk beleid en budgetten. Investeringsaanvragen zijn zo eenduidiger te onderbouwen en tegen elkaar af te wegen.

Impuls Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte

Om een vliegende start te kunnen maken is voor 2021 en 2022 uit de gemeentebegroting jaarlijks € 600.000,- aangevraagd voor een Impuls Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte. Met dit budget wordt in 2021 met al een verbeterslag gedaan in sport en speelruimte, in aanvulling op de geplande investeringen in sporten en spelen uit bestaande dekkingsbronnen. Bij het geven van deze Impuls wordt een bijzonder accent gelegd op wijkoverstijgende, innovatieve en inclusieve sport- en speelruimte.

7

PT

CO

E NC

1 Sporten en spelen in een prettige openbare ruimte

1.1 Gezonder en gelukkiger door sporten en spelen Spelen en sporten in de openbare ruimte is leuk en ontspannend. Door te bewegen voel je je fit en energiek. Waar gesport en gespeeld wordt is ook ruimte voor ontmoeting, gezondheid en levendigheid. Om een praatje te maken met buurtgenoten of op een bankje in de zon te genieten van de reuring. Het draagt bij aan functie van de openbare ruimte als de huiskamer van Amsterdammers. Daarnaast is het een effectieve manier voor Amsterdammers, jong en oud, om meer te bewegen in de stad. Een sportief en speels ingerichte openbare ruimte zorgt ervoor dat bewegen gemakkelijk een vanzelfsprekend en vast onderdeel kan worden van het dagelijks leven. En dit dagelijks bewegen is essentieel voor onze gezondheid. Regelmatig buiten spelen, sporten en bewegen leidt tot betere schoolresultaten en werkprestaties.

Kinderen en volwassenen kunnen zich beter concentreren en komen gemakkelijker met creatieve oplossingen. Verder zorgt regelmatig bewegen voor een betere slaapkwaliteit, minder kans op overgewicht, lagere zorgkosten, minder ziekteverzuim op werk, verlenging van het aantal gezonde levensjaren en tot meer levenskwaliteit op onze oude dag. Daarom willen we dat alle Amsterdammers, jong en oud, in een prettige openbare ruimte kunnen sporten, spelen en bewegen.

Schaars goed in een groeiende stad

Amsterdam groeit de aankomende jaren in het aantal woningen en het aantal inwoners. Het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuwe geluid’ gaat uit van 7500 nieuwe woningen per jaar en verwacht een toename in het aantal

inwoners naar 1.000.000 inwoners in 2040. Met de grote groei in woningen en inwoners wordt de ruimte in de stad schaarser en neemt de druk op de openbare ruimte toe. Het aantal Amsterdammers groeit, de stad verdicht, het gemiddeld woningoppervlak verkleint, mensen hebben minder eigen buitenruimte bij hun woning, met als gevolg dat het gebruik van de openbare ruimte van Amsterdam steeds intensiever wordt gebruikt. De openbare ruimte wordt de huiskamer en tuin van de Amsterdammers en wordt almaar belangrijker als plek om te verblijven, ontmoeten, spelen, bewegen, sporten en ontspannen. Dit vraagt om gerichte aandacht op het sporten en spelen in de openbare ruimte en maakt een gezamenlijke en gemeentebrede aanpak voor voldoende, aantrekkelijke plekken waar gesport en gespeeld kan worden urgent.

1.2 Sporten en spelen in je eigen buurt Buitenspelen lijkt iets heel gewoons en vanzelfsprekends, maar voor steeds meer kinderen in de stad is dit niet het geval. Onderzoek wijst uit dat kinderen van nu

minder vaak buitenspelen dan hun ouders en grootouders dat deden. Kinderen die opgroeien in de stad spelen daarnaast ook minder buiten dan hun leeftijdsgenoten buiten de stad.

Uit cijfers over het beweeggedrag van Amsterdamse kinderen (zie ook hoofdstuk 2) kunnen we afleiden dat kinderen in Amsterdam

8

PT

CO

E NC

inderdaad weinig buiten lijken te spelen. Van de Amsterdamse kinderen tussen 5 en 12 jaar en 13 t/m 18 jaar voldoet slechts 35% aan de beweegnorm. Voor volwassenen geldt dat de helft van de Amsterdammers voldoet aan de beweegnorm. Het aantal Amsterdammers dat nog onvoldoende beweegt is dus groot. Daarbij zijn er grote verschillen tussen gebieden in de stad. Opleidingsniveau en inkomen blijken van oudsher belangrijke voorspellers van beweeggedrag. Daarnaast is ook de fysieke leefomgeving een belangrijke factor in het wel of niet voldoende bewegen. Juist daarom is het van belang er voor te zorgen dat bewegen in elke Amsterdamse buurt dichtbij en aantrekkelijk is. Zo verlagen we de drempel om naar buiten te gaan en actief te zijn.

Investeren op de juiste plekken

De inrichting van straten, stoepen, parken en pleinen speelt een belangrijke rol in de mate waarin kinderen wel of niet goed buiten kunnen spelen en volwassenen goed kunnen sporten en bewegen. De hoeveelheid beschikbare ruimte, de kwaliteit en uitstraling van de inrichting, de aanwezigheid van speel- en sportaanleidingen, sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen allemaal een rol. Doen we dit goed, dan vergroten we de kans dat kinderen en volwassenen met buurtgenoten kunnen sporten en spelen. De samenwerking op het thema spor­ten en spelen in de openbare ruimte is niet gemeentebreed geregeld en de belangen en bijbehorende uitgaven per stadsdeel verschillen. Om te komen tot een stad waar sporten en spelen in elke wijk vanzelfsprekend en laagdrempelig is, is een samenhangende en verstevigde positie 9

PT

CO

E NC

van het thema benodigd zodat investeringen op

het juiste moment en op de juiste plek gedaan

kunnen worden.

de gehele stad, helpen om kwalitatief goede openbare ruimte te realiseren, juist in de buurten waar dat het meest nodig is. Met behulp van dit overzicht zet het SP SSOR een koers uit voor de komende jaren, waarin slim, doelgericht en duurzaam geïnvesteerd gaat worden, zowel stadsbreed als gebiedsgericht. Dit door bijvoorbeeld de koppeling te maken met de gebiedsagenda’s en gebiedsplannen van de stadsdelen. Het biedt een instrument om in te kunnen spelen op de veranderende behoeftes op verschillende schaalniveaus en op de nieuwe ontwikkelingen in de stad. De kwantitatieve

normen en kwalitatieve beleidsambities worden vertaald naar een gezamenlijke opgave voor het blijven verbeteren en ontwikkelen van de sport- en speelruimte in de stad.

1.3 Doel en resultaat Het doel van dit Strategisch Plan Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte (hierna SP SSOR) is om ruimtelijk, financieel en organisatorisch te borgen dat in heel Amsterdam voldoende en kwalitatief goede ruimte is, blijft en komt om te kunnen spelen en sporten in de openbare ruimte. Het SP SSOR brengt in beeld wat we in de stad hebben, wat verbeterd moet worden en wat erbij moet komen. Dit wordt gedaan met behulp van bestaand beleid en binnen bestaande budgetten. Meer duidelijkheid over het verkrijgen van deze budgetten en een betere afstemming op de sport- en speelopgave voor

Afbakening

Het SP SSOR heeft betrekking op de formele, openbare sport- en speelruimte. Deze ruimten zijn bedoeld voor iedereen die wil spelen en sporten, van jong tot oud. Openbaar toegankelijke schoolpleinen, officiële buitenzwemplekken, pierenbadjes en fonteinen en voorzieningen in de openbare ruimte voor urban sports worden zoveel mogelijk meegenomen.

Strategisch plan als instrument

In het SP SSOR wordt de opgave voor sporten en spelen in de openbare ruimte voor de komende vier jaar weergegeven. Het biedt daarmee een meerjarig en samenhangend strategisch kader voor het zicht op de benodigde budgetten uit het Fonds Stadsbehoud, de meerjarige investeringsprogramma’s en financieringscycli. Het plan biedt eveneens een kader voor het prioriteren van de benodigde investeringen in sporten en spelen in de openbare ruimte. Uitbreiding van voorzieningen in de nieuwe stad gaat samen met een doorontwikkeling van de voorzieningen in de bestaande stad. Het gaat om het op peil houden, het verbeteren of beter laten aansluiten op de behoefte van wat we hebben en om het investeren in die dingen die nodig 10

PT

CO

E NC

zijn om mee te gaan in de groei van de stad. Dit sluit aan bij het Stad zijn, Stad verbeteren en Stad maken, kernbegrippen in de gemeentelijke programmabegroting en uitgangspunt voor de financiële paragraaf van dit plan. Een goede afstemming tussen de processen voor Stad zijn, Stad verbeteren en Stad maken leiden tot meer helderheid in opdrachtgeverschap, samenwerken en budgetten. In hoofdstuk 4 wordt hierover meer toegelicht.

Amsterdams beleid voor sporten en spelen

Het doel om in heel Amsterdam voldoende en kwalitatief goede ruimte te hebben om in te kunnen sporten en spelen is vastgelegd in beleid; ambities, uitgangspunten en randvoorwaarden vanuit verschillende domeinen. Er bestaat daarbij wel sportbeleid, maar geen stadsbreed speelbeleid. Voldoende en goede ruimte om te sporten en spelen is onderdeel van een bredere ambitie en daarom terug te vinden in verschillende beleidsstukken met als uitgangspunt; A ­ msterdam is een aantrekkelijke stad en het biedt een gezonde, groene leefomgeving. Hoofdstuk 3 gaat hier op in.

Wat is kwalitatief goede sport- en speelruimte? Het Strategisch Plan Sporten en Spelen in de Openbare Ruimte streeft naar ‘kwalitatief goede sport- en speelruimte.’ Maar wat wordt daar onder verstaan? Dat hangt af van de context. Een kwalitatief goede sport- of speelplek sluit in eerste instantie aan bij de behoefte van de gebruiker, de sporter en het spelende kind. Lokale kennis en een goed participatieproces zijn daarom van groot belang. Daarnaast moet speelruimte uiteraard in technische zin voldoen aan in beleid vastgelegde eisen (bijvoorbeeld met betrekking tot veiligheid, duurzaamheid, beheerbaarheid) en aansluiten bij de bredere opgaven in de omgeving (denk aan waterberging, vergroening, sociale veiligheid). In opdracht van de Gemeente Amsterdam zijn er twee inspiratieboeken gepubliceerd; De Beweegvriendelijke Stad en Spelen in de Stad. Beide boeken geven handvatten bij het ontwerpen van kwalitatief goede sporten speelruimte in de stad. Spelen in de Stad gaat daarbij uit van speelwaarden en besteed aandacht aan de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van het kind. Het boek biedt tal van inspirerende voorbeelden van geslaagde speelruimtes in zowel Nederland als daarbuiten. De Beweegvriendelijke Stad laat zien op welke manier sporten een onderdeel kan zijn van de openbare ruimte. Het biedt inspiratie, ontwerptools en bevat artikelen van experts.

Beide boeken zijn te gebruiken als handreiking en te vinden op www.amsterdam.nl/ bewegendestad.

DE BEWEEGVRIENDELIJKE STAD

SPELEN IN DE STAD PLAYING IN THE CITY BERTE DAAN KARIN PEETERS ANNA FINK

Urhahn | stedenbouw & strategie

Informele speelruimte Formele speelruimte is specifiek bestemd en ingericht voor spelen, bijvoorbeeld met speeltoestellen of speelaanleidingen, of een veld met goaltjes en baskets. In informele speelruimte spelen kinderen zonder specifieke inrichting; brede stoepen, de straat, routes, ruimte in parken, op pleinen of aan slootkanten. Deze informele speelruimte is minstens zo belangrijk voor buitenspelen, maar is geen onderdeel van het Strategisch Plan Sporten en Spelen. Handvatten en richtlijnen voor het maken van goede informele speelruimte worden benoemt in beleidsstukken zoals de Beweeglogica, de Gezondheidslogica, de Visie Openbare Ruimte en de Groenvisie.

11

PT

CO

E NC

12

PT

CO

E NC

2 Sporten en Spelen in een groeiende stad Amsterdam is in beweging, ze groeit en ze verandert. Beweging komt vanuit de stedelijke ontwikkeling en daarin de grote woningbouwopgave, waarmee Amsterdam in de komende jaren een heuse groeispurt ondergaat. Maar beweging komt ook vanuit de Amsterdammer, die meer en diverser sport. Waar wordt afgestapt van vastgezette sporttijden in de week en waar vaste sportaccommodaties worden afgewisseld met plekken in de openbare ruimte. Op een plek en op een moment van de dag dat het uitkomt.

2.1 Veranderde kijk op sporten en spelen Tegenwoordig is sport en spelen overal in de stad aanwezig, in sportparken en in de openbare ruimte. Van voetballen bij de vereniging, tot bootcamp op een lege parkeerplaats tot mindfulness yoga in de huiskamer. Hieronder worden een aantal ontwikkelingen beschreven die invloed hebben op hoe kinderen en volwassenen de openbare ruimte gebruiken voor sporten en spelen.

Levensstijl

Maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering, commercialisering, maar ook de economische crisis hebben geleid tot een groeiende behoefte om het leven, en bewegen daarbinnen, op een eigen manier in te richten. Met name in steden zijn lidmaatschapsvormen flexibeler, het aanbod meer divers en de vraag om flexibele locaties en tijdstippen voor sportbeoefening groter. Dit heeft geleid tot een opkomst en groei van veelal ongeorganiseerde (hardlopen, wielrennen) en commerciële (fitness, yoga) sport. Maar ook de opkomst van urban

sporten, zoals skaten, freerunning, boulderen en 3 tegen 3 basketbal. Deze ongeorganiseerde en anders georganiseerde varianten vertegenwoordigen samen een belangrijk deel van de gegroeide sportdeelname, en zien en gebruiken de stad als hun speelveld.

Kijk op speelruimte

Ook de kijk op speelruimte is veranderd door de jaren heen. Tot in de 19e eeuw speelden kinderen op straat, op de stoep, op veldjes en pleintjes. Speeltuinen waren er niet. In Amsterdam werden rond 1880 de eerste speeltuinen aangelegd. De UJ Klaren speeltuin, opgericht in 1898, was de eerste speeltuinverenigingen en bestaat nog steeds. Na de Tweede Wereldoorlog werd heel bewust ingezet op kleine speelplekken in de buurt. De vele Aldo van Eijk speeltuinen stammen uit deze tijd. Vanaf de jaren 50 zien we verschillende ontwikkelingen. Enerzijds was er een roep om meer avontuur en ontstonden er avontuurlijke speelplekken als Jongensland, later Jeugdland. Anderzijds werden er veel

speelelementen in de openbare ruimte geplaatst, waarbij door gebrek aan goed materiaal en gebrek aan goed onderhoud veel ongelukken gebeurden. Vanaf de jaren ‘80 kwam er veel meer aandacht voor veiligheid en onderhoud en werd er overwegend gekozen voor onderhoudsvrije, stalen speeltoestellen. Een groot deel van de speeltoestellen die we vandaag de dag zien in de openbare ruimte heeft nog steeds deze kenmerken. Inmiddels is het meer avontuurlijke en het ‘natuurlijke’ spelen weer populairder, zowel bij gebruikers als bij de aanbieders. Speelplekken worden weer minder eenvormig, je mag weer vies worden en er wordt meer een beroep gedaan op eigen invulling van het spelen en de fantasie van kinderen. In plaats van te kiezen voor eenduidige speeltoestellen, zoals in de voorgaande jaren, wordt nu gekozen voor speelelementen die op allerlei manieren gebruikt kunnen worden. Een goed voorbeeld van deze trend zijn de verschillende natuurspeelplaatsen die de laatste

13

PT

CO

E NC

14 „

Speeltuin natuurlijk inrichten

PT

CO

E NC

jaren zijn gerealiseerd, zoals het Woeste Westen bij het Westerpark, Natureluur bij de Sloterplas en Meerparc op sportpark Middenmeer.

2024 is in alle leeftijdscategorieën is een groei van de Amsterdamse bevolking te verwachten, met de nadruk op de jongvolwassenen (20-34 jaar).

Ontwikkelbuurten

Parallel aan de woningbouw in ontwikkelgebieden wordt geïnvesteerd in ontwikkelbuurten. Dit zijn bestaande buurten die achterblijven op diverse indicatoren, zoals leefbaarheid, veiligheid en sociaal-economische status, maar ook op sportdeelname en voldoende bewegen. Het gaat in totaal om 32 buurten, verdeeld over NieuwWest, Noord en Zuidoost. Er wordt geïnvesteerd in het verbeteren en toevoegen van woningen, het opknappen van openbare ruimte en het verbeteren van sociale voorzieningen. Met gerichte investeringen in deze ontwikkelbuurten wil Amsterdam meer bewoners laten profiteren van de groei van de stad. Het verbeteren van de sport- en speelruimte is in veel ontwikkelbuurten onderdeel van de aandachtspunten

Demografie

Door het grote aanbod aan voorzieningen komt een relatief jonge, stedelijk georiënteerde bevolking op de stad af. De ontwikkeling van vastgoedprijzen en druk op de woningmarkt zorgt wel weer voor een verhuisbeweging van voornamelijk jonge gezinnen de stad uit. Gecombineerd met de trend om later met kinderen te beginnen en de groei van buitenlandse migranten is een toename te verwachten van kleinere huishoudens en het aantal hoogopgeleiden in Amsterdam. De levensverwachting van de Amsterdammer blijft stijgen en het aandeel 65-plussers zal waarschijnlijk verder toenemen, de landelijke vergrijzing komt in verzwakte vorm in Amsterdam voor. Tot en met 15

PT

CO

E NC

2.2 De stad in beweging

Havenstad stadsdelen West, Nieuw-West en Noord

Voor de groei van de stad t/m 2024 is de geplande woningvoorraad uit de gemeentelijke woningbouwmonitor (d.d. 10-2020) als uitgangspunt genomen. Deze kaart laat de plangebieden in de stad zien waar de meeste woningen worden gerealiseerd.

2 700 woningen

Dit overzicht is een momentopname, woningaantallen zijn bij voortschrijdende planvorming onderhevig aan verandering. In “Koers 2025, Ruimte voor de Stad’’ wordt voorzien in een woningbouwprogramma dat qua grootte vergelijkbaar is met de stad Leiden (50.000 woningen).

Inbreidingslocaties Noord stadsdeel Noord

Noordelijke IJ oevers stadsdeel Noord

2 975 woningen

Binnenstad en West stadsdelen Centrum en West

Zeeburgereiland stadsdeel Oost

8 558 woningen

1 750 woningen IJburg stadsdeel Oost

1 220 woningen Ringzone West stadsdelen West en Nieuw-West

3 600 woningen Zuidelijke IJ-oevers stadsdeel West, Centrum, Oost

1 082 woningen

466 woningen Ontwikkelgebieden Grootstedelijke projecten

Grootte van de gemeente Leiden t.o.v. Amsterdam

Zuidas stadsdeel Zuid

Amstel Arena stadsdeel Zuidoost

3 620 woningen

3 823 woningen

Bijlmer & Gaasperdam stadsdeel Zuidoost 780 woningen

16

PT

CO

E NC

2.3 Beweeggedrag Elke drie à vier jaar wordt het sportgedrag van Amsterdammers gemeten met de Amsterdamse Sportmonitor. Het is een enquête op basis van een steekproef uit de Amsterdamse bevolking. Daarnaast wordt halfjaarlijks een sportdeelname-index opgesteld, waarbij vaker en gebiedsgerichter gemeten wordt. Beide onderzoeken geven een scherp beeld van de sportdeelname en sportbeleving van de Amsterdammer.

Sportdeelname

Het gaat goed met de sportdeelname in Amsterdam, 2/3 van de Amsterdammers sport één keer per week (gemiddelde sportdeelnameindexen 2017-2019). Hiermee ligt de sportparticipatie (69%) zelfs iets hoger dan het landelijk gemiddelde (67%). Deelname verschilt wel sterk per gebied: in wijken met een lagere sociaaleconomische status is sprake van een lagere sportdeelname. Hoe hoger opgeleid en hoe jonger, hoe vaker er minstens één keer per week gesport wordt. Amsterdammers sporten steeds vaker, maar ook meer divers. Het gemiddeld aantal beoefende sporten komt uit op 3,8 sporten (Sportmonitor 2017). Vooral jongeren en jongvolwassenen beoefenen veel verschillende sporten. Fitness is de meest populaire sport in Amsterdam, gevolgd door hardlopen. Deze populariteit hangt samen met de trend van het “on demand sporten”: sporten wanneer je zelf wilt en zonder vast te zitten aan vaste trainingsof wedstrijddagen. Voetbal staat samen met zwemmen op de derde plek. De meest populaire sport per leeftijdscategorie verschilt,

Sportdeelname (RSO norm) 80 75 70 65 60 55 50 2003

Afgelopen 5 jaar gesport 21%

79% 2006

2009

2013

2017 Sporters Niet-sporters

Aantal gemiddeld beoefende sporten, per geslacht en leeftijd

Achtergrond niet-sporters

5,5 5 4,5 4 3,5 3 2,5 2

29% 71% Man Vrouw 6-12 2013

13-17 18-34 35-54 55-80 2017

jaar

In verleden gesport Nooit gesport

17

PT

CO

E NC

Meest populaire sporten Gemiddeld alle leeftijden

Wandelen Zwemssport Voetbal Hardlopen Fitness 0

10

20

30

40

50

60

18 - 34 jaar

Wielrennen, tourfiets Yoga Voetbal Hardlopen, joggen Fitness 0

6 - 12 jaar

Gymnastiek, turnen

Yoga

Vechtsporten

Wandelsport

Zwemsport

Hardlopen, joggen

Voetbal

Fitness 10

20

30

Hardlopen, joggen

Hardlopen, joggen

Wielrennen, tourfietsen

Fitness

Wandelsport

Voetbal

Fitness 10

20

30

40

50

10

20

30

40

50

40

60

60

55 - 80 jaar

Gymnastiek, turnen

Vechtsporten

0

30

35 - 54 jaar

0

40

13 - 17 jaar

Hockey

20

Wielrennen, tourfiets

Hockey

0

10

0

10

20

30

40

50

60

18

PT

CO

E NC

waarbij georganiseerde sporten bij de jeugd en ongeorganiseerde sporten bij volwassenen meer in trek zijn.

Waar sport de Amsterdammer

(On)georganiseerd sporten

De wijze waarop wij (on)georganiseerd spoten kan op verschillende manieren. Dit kan bij een vereniging, bij een commerciële sportaanbieder of juist ongeorganiseerd (alleen of samen met vrienden). Van alle Amsterdammers is 28 procent lid van een sportvereniging (Sportmonitor 2017). Kinderen en jongeren sporten het meest en vooral in georganiseerd verband, bij sportverenigingen en/of gekoppeld aan stimuleringsprogramma’s op scholen. Ook geldt dat hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker men lid is van een sportvereniging. Jongvolwassenen sporten minder in traditioneel verband, vaker bij anders georganiseerde (commerciële) aanbieders en/of individueel in de openbare ruimte van de stad.

0

10

20

30

40

Eigen woonbuurt Binnen eigen stadsdeel

50

60

70

80

90

100

Buiten Amsterdam Dit varieert

Elders in Amsterdam

Organisatieverband 5% 13%

13%

Voldoende bewegen

12%

Stedelijke kengetallen laten de afgelopen jaren een groeiende trend zien van de sportdeelname, toch voldoen veel Amsterdammers niet aan de landelijke beweegnormen. Slechts 47% van de Amsterdammers voldoet aan de beweegnorm. Van de jeugd tot en met 18 jaar voldoet 35% aan de norm. Ook zijn er verschillen per gebied te zien: zo scoren Zuidoost en Nieuw-West beiden 39% op de beweegnorm, terwijl dit voor stadsdelen Centrum en West 56% en 53% is. Er is wel een voorzichtige verbetering zichtbaar, verschillen tussen groepen nemen geleidelijk aan af. Laag- en middelbaar opgeleiden zijn vaker aan sport gaan doen.

22%

51%

70% 14%

6-12 jaar

32%

13-17 jaar

17% Sportvereniging

18%

33%

Commerciele sportaanbieder Met vrienden

18 jaar en ouder

Individueel

19

PT

CO

E NC

Verschillen op gebiedsniveau Stedelijke kengetallen laten een structurele groeiende trend zien op sporten beweegdeelname. Dat is op zich mooi, maar deze gemiddelden maken niet zichtbaar dat het verschil in sportdeelname tussen de verschillende gebieden groot is. Zo scoren Zuidoost en Nieuw-West respectievelijk 62% en 59% op de combinorm, terwijl dit voor stadsdelen Centrum en Zuid 72% en 71% is. Opleidingsniveau en inkomen zijn van oudsher belangrijke voorspellers: hoe hoger opleiding en inkomen, hoe hoger de sportdeelname. Er is wel een voorzichtige verbetering zichtbaar. Het lijkt erop dat de verschillen tussen groepen iets kleiner worden. Laag- en middelbaar opgeleiden zijn wat vaker aan sport gaan doen.

Aantal uur buitenspelen (4-11 jaar) over de jaren heen Aantal uur per week dat kinderen (4-11 jaar) buitenspelen, naar stedelijke woonomgeving

120

100 17

10

12

80 10 9

60

8

66

7

66

68

40

6 5 4

20

3 2

18

20

24

2006-2008

2009-2011

2012-2014

0

1 0 Zeer stedelijk

Matig

Weinig/niet

Beweegrichtlijnen

Sinds 1998 bestaan landelijke normen waarin een bepaalde mate van bewegen wordt voorgeschreven om gezondheidswinst te behalen. Deze beweegrichtlijnen worden als volgt omschreven: Beweegnorm Jongeren (onder de 18 jaar) wordt voorgeschreven 7 dagen per week minimaal een uur actief te zijn, volwassenen 5 dagen per week minimaal een half uur. Fitnorm Zowel jongeren als volwassen wordt geadviseerd 3 keer per week 20 minuten intensief te bewegen. Combinorm Een maatschappelijk breed aanvaarde norm voor

<1 uur

1-3 uur

>3 uur

gezond beweeggedrag. Personen voldoen aan de combinorm wanneer zij aan de beweegnorm en/of aan de fitnorm voldoen. In augustus 2017 heeft de Gezondheidsraad nieuwe beweegrichtlijnen gepresenteerd in een advies naar de Kamer, ter vervanging van de huidige richtlijnen. In de nieuwe beweegrichtlijnen wordt benadrukt dat meer beweging (langer, vaker en/of intensiever) altijd beter is. Volwassenen wordt geadviseerd twee keer per week aan spier- en botversterkende activiteiten te doen, in combinatie met balansoefeningen. Het aantal minuten dat je per week minimaal moet bewegen blijft 150 minuten, verspreid over meerdere dagen.

20

PT

CO

E NC

21

PT

CO

E NC

3 Beleid voor sporten en spelen in de stad Amsterdam heeft wel sportbeleid, maar geen stadsbreed speelbeleid. En zoals dat geldt voor vrijwel alles wat de openbare ruimte aangaat, geldt beleid niet voor één beleidsdomein. Ambities op een strategisch niveau worden vanuit alle relevante invalshoeken vertaald naar uitgangspunten en samenwerkingsvormen, waarmee ambities uitvoerbaar worden voor specifieke plekken en situaties in de stad. Dat betekent bijvoorbeeld dat sportplekken in de openbare ruimte ook voldoen aan uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid, materiaalgebruik en beheer. En dat we bij de inrichting van speelplekken niet alleen aandacht besteden aan beweging voor kinderen, maar dat het ook uitnodigende, groene verblijfsplekken zijn, waar tegelijk regenwater wordt opgevangen. Sporten en spelen in sociaal beleid

De Sportvisie 2025 geeft aan dat Amsterdam als erkende sportstad zorgt dat zijn sportruimte, aanbod en evenementen uitnodigen tot (sportief) bewegen. In de Sportvisie 2025 en de uitwerking van de sportnorm wordt daarom groot belang gehecht aan een sportieve openbare ruimte met uitdagende speelplekken. De sportnorm is onderdeel van de Amsterdamse Referentienormen voor Maatschappelijke Voorzieningen, Groen en Spelen. Hierin is vastgelegd dat we bouwen aan een complete stad, waarin per nieuw gebouwde woning ook ruimte wordt ingericht die groen is en waar gesport en gespeeld kan worden. Die ruimte is gespecificeerd in een aantal vierkante meters: voor zogenoemd ecologisch groen en gebruiksgroen, voor (anders-)georganiseerde sport, ofwel accommodaties voor verenigingssport, voor sport in de openbare ruimte en voor spelen.

prettig stedelijk leven voor ouderen. Het bestaat uit vier stedelijke actielijnen en vier pilotgebieden. De stedelijke actielijnen zijn: eenzaamheid, ouderenhuisvesting, dementie, valpreventie & bewegen voor ouderen. Wat betreft de openbare ruimte wordt bijvoorbeeld aandacht besteedt aan plekken voor ontmoeting en beweging voor ouderen en zaken als aangename looproutes naar buurtvoorzieningen. Het Meerjarenprogramma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht 2018-2021 bestrijdt overgewicht en obesitas bij kinderen door gezonder gedrag in een gezondere omgeving te stimuleren. Dit wordt onder meer gedaan door bij kinderen en hun ouders gezonde voeding en voldoende beweging te stimuleren, onder andere door beweegprogramma’s aan te bieden in de buurt; op Cruyffcourts, Kraijcekvelden en andere sport- en speelplekken in de stad.

De aanpak van het Actieplan Age Friendly City is in het bijzonder gericht op een gezond en

Sporten en spelen in ruimtelijk beleid

Vanuit de ruimtelijke ordening zet Amsterdam met de Groenvisie in op een groene en natuurinclusieve stad, die mensen uitnodigt om te sporten, spelen, fietsen en wandelen. De Groenvisie zet uiteen hoe we nieuw groen ontwikkelen en hoe bestaand groen meer waarde krijgt voor mens en natuur. Daarbij wordt groen toegevoegd waar het kan en geven we groen meer waarde waar het nodig is. Naast een leefomgeving voor dieren is die groene ruimte aantrekkelijk voor mensen (met schaduw, rust, kleur, geur) en nodigt ze uit tot ontmoeting, beweging en spelen. Dat laatste sluit naadloos aan bij de ambities in de Amsterdamse Beweeglogica. De leidende ambitie is hier dat ook de stad zélf uitnodigt tot bewegen. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht gevestigd op een inrichting van de stad die uitnodigt tot fietsen, wandelen, sporten en spelen. Met brede stoepen, veilige en brede fietspaden, ruimte en plekken om te sporten en spelen op loopafstand in elke buurt. Want door

22

PT

CO

E NC

Structuurvisie Amsterdam 2040  Koers 2025 Ruimte voor de stad  Visie Openbare Ruimte  Groenvisie  Watervisie

Strategisch beleid Overkoepelende doelen voor de stad en zijn openbare ruimte

Sport, bewegen, gezondheid

Verkeer en mobiliteit

Water, dieren en ecologie

Tactisch beleid Wat is er nodig voor een goede, functionele en duurzame openbare ruimte

 De Amsterdamse Beweeglogica  Sportvisie 2025

 Amsterdam Autoluw

Operationeel beleid Afspraken over inrichting, ontwerp en aanleg van openbare (sport- en speel)ruimte

 Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen  Amsterdamse Nota Volksgezondheid 2017-2020  Actieplan Schone Lucht  Handboek Hardlooproutes

 Handboek Rood, Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld  1Amsterdam Heel en Schoon  Agenda Autoluw

 Agenda Dieren

Proces Hoe werken we samen aan een openbare ruimte waarin we kunnen sporten en spelen

 Actieplan Age Friendy City  Nationaal Preventieakkoord rookvrije speelruimte  Agenda sport en bewegen  Programma Gezonde Stad  Amsterdamse Impuls Schoolpleinen  Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht 2018-2021

 Meerjarenprogramma Fiets  Maatregelen uit Amsterdam Autoluw

 Programma Rainproof

 Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 -2021  Amsterdam Rainproof

23

PT

CO

E NC

te bewegen blijven we fysiek én mentaal gezond en fit, nu en als we ouder worden. En dat is goed voor schoolprestaties, effectiviteit op het werk en ons geluksgevoel en tegen ziekteverzuim, obesitas en depressie. Hoe we de openbare ruimte inrichten is vastgelegd in de Visie Openbare Ruimte 2025. De visie schrijft voor dat de openbare ruimte zo toegankelijk mogelijk wordt ingericht voor iedereen en verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers prioriteit krijgen. Openbare ruimte moet mooi, groen en toegankelijk zijn en uitnodigen om in te sporten en bewegen. Daarom creëren we meer voorzieningen en maken we goed toegankelijke ruimte voor sport en spel op straat en in het groen, voor kinderen, volwassenen en ouderen. Het Handboek Rood (Puccinimethode) schrijft tot in detail voor hoe we verschillende typen straten inrichten; van maatvoering en kleur van tegels en stenen tot afwatering, beplanting en straatmeubilair. In 1Amsterdam Heel en Schoon is vastgelegd hoe we de openbare ruimte schoon houden en zorgen dat alles heel en veilig is en er goed uitziet.

De Agenda Autoluw bevat 27 voorstellen voor maatregelen, pilots en onderzoeken voor meer leefruimte en schone lucht. Ze zijn gericht op ander en schoner vervoer, minder auto’s op de weg, minder parkeerplekken en meer verblijfsruimte en bovendien op een prettige openbare ruimte. De Inrichtingsprincipes voor een autoluwe stad, die hierbij horen, laten onder meer zien hoe we ruimte die nu nog door de (rijdende of geparkeerde) auto wordt ingenomen, willen inrichten om verblijven, sporten, spelen en ontmoeting te stimuleren. Met het Programma Amsterdam Rainproof (2017) voorkomen we wateroverlast door regenwater op gebouwen en in de openbare ruimte op te vangen en te vertragen. Die ambitie is goed te combineren met groene sport- en speelruimte. Regenwater kan uitstekend worden vertraagd door sport- en speelruimte te vergroenen en de verharding te verminderen; dat geeft tegelijk schaduw, kan onderdeel zijn van sporten speelobjecten en kan op schoolpleinen zelfs onderdeel vormen van het educatieve programma.

scholen hulp te bieden bij de vergroening van versteende schoolpleinen. De AIS is een regeling waarbij eenmalig een subsidie wordt verstrekt om een openbaar of besloten schoolplein te (her)inrichten; van versteend naar groen en rainproof. Hiermee creëren we meer groene, veilige en uitdagende speelplekken in Amsterdam. Schoolbesturen en stadsdelen kunnen hier gebruik van maken.

Elke plek is anders

Elk project heeft zijn eigen context en dus is maatwerk nodig. Afhankelijk van de plek en de opgave kan bij de inrichting van sporten speelruimte de focus verschuiven. Op projectniveau moeten keuzes worden gemaakt over de manier waarop bestuurlijk vastgestelde randvoorwaar-den, uitgangspunten en ambities een plek krijgen in de openbare ruimte. Dit Strategisch Plan helpt bij het bepalen van de focus per plek of buurt. Hoofdstuk 5 biedt een afwegingskader voor investeringen in sporten speelruimte, geeft inzicht in de huidige faciliteiten en schetst de opgave voor de komende jaren per stadsdeel.

De Amsterdamse Impuls Schoolpleinen dient dan ook een waaier van beleidsambities door

24

PT

CO

E NC

25

PT

CO

E NC

4 Financiën en Organisatie Bij de realisatie en het beheer van sport- en speelruimte zijn veel verschillende partijen betrokken. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de organisatie en financiering van sport- en speelruimte. Wie zijn de betrokken partijen, hoe werken we samen en waar komen de middelen vandaan?

4.1 Proces: hoe werken we samen? Bij het realiseren en beheren van sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte zijn verschillende partijen betrokken. Een goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende betrokken directies, stadswerken, de stadsdelen én bewoners is cruciaal. Stadsdelen zijn bevoegd tot het maken van besluiten over de inrichting van sport- en speelplekken in de openbare ruimte, binnen de stedelijke beleidskaders. De stadsdelen zijn ‘de oren en ogen’ van de stad en daarom onmisbaar bij het zo goed mogelijk aansluiten op de wensen en behoeften uit de buurt. Bij het aanpassen van bestaande sport- en speelplekken en het realiseren van nieuwe sport- en speelplekken vindt altijd participatie met de omgeving plaats. De invulling van het participatieproces is

maatwerk en afhankelijk van de gebiedscontext en de opgave. Daarnaast staat het beheer en onderhoud van sport- en speelvoorzieningen in nauw contact met de gehele opgave voor het beheer van de openbare ruimte in de stad. Hierin wordt zoveel mogelijk gezocht naar het op elkaar laten aansluiten van deze opgaven. In de figuur op de volgende pagina’s wordt toegelicht hoe in de huidige dagelijkse praktijk zorg wordt gedragen voor de processen van het ‘stad zijn’, ‘stad verbeteren’ en ‘stad maken’. Dit zijn nadrukkelijk geen losstaande processen, maar processen die met elkaar samenhangen en op elkaar ingrijpen. Verdere stroomlijning van deze processen is een verantwoordelijkheid van de ambtelijke directies en verdient de komende jaren nog meer de aandacht. .

26

PT

CO

E NC

areaal van bestaande spor voorzieningen in de Openb Areaal van bestaande sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte

Inspectie door V&OR Maatregelentoets met alle benodigde en gewenste ingrepen

Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis van

Concept Instandhoudingsplan

1 Amsterdam

Heel en Schoon

areaal van bestaande sport- en speelvoorzieningen in de Openbare Ruimte Nieuw gebouwde gebieden

Initiatieven en wensen uit de gebieden

in de stad In overleg met stadsdelen en externe partijen instandhoudingsplannen van alle assets koppelen waar mogelijk 1 Amsterdam

Heel en Schoon

Definitie

3 stromen

Documenten waarin de opgave wordt vastgelegd

Creëren van meerwaarde voor de sport- of speelplek

Algemeen Beheer

Stad verbeteren

Stad zijn

Programma groot onderhoud en vervanging

Meerjaren Investeringsprogramma (MIP)

27

Sport- en speelplekken in gebiedsontwikkeling

Stad maken Opgave wordt bepaald adhv Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen

PT

CO

E NC

Stad verbeteren

Stad zijn

€ Financiën

€

€

Algemene* Middelen

Mobiliteits fonds

Fonds Stadbehoud

aansluiten bij locale behoefte

algemeen beheer

Hoe en waarom

Doel

€

€

€

GREX Dekking per project

o.b.v. Amsterdamse referentienorm

heel, schoon en veilig

meerwaarde creëren voor de buurt

leefbare nieuwe buurt

planning afstemmen met beheer andere assets

prioriteren + koppelen met andere projecten

coördineren met gebied + afstemming met beheer + planning i.h.k.v. project

raadplegen omgeving naar lokale wensen en behoefte

in overleg met gebiedsteam en de buurt

participatie met de directe omgeving en potentiële gebruikers

geheel vernieuwde sport- en/of speelplek

afgerond project, dat wordt overgedragen aan de lijn om het beheer te waarborgen (stad zijn)

Planning en coördinatie

Participatie

Stad maken

heel houden van sporten speelvoorzieningen en 1 op 1 vervanging met mogelijk aanpassing of verbetering * programmabudget voor beheer, onderhoud en exploitatie

28

PT

CO

E NC

Financiering

Toelichting

Definitie

Stad zijn

Stad verbeteren

Stad maken

De instandhouding van het bestaande areaal aan sport- Aanpassing of herinrichting van bestaande sport- De toevoeging van nieuwe speelplekken en en speelvoorzieningen in de openbare ruimte, inclusief en speelvoorzieningen, waar de technische nood- speeltoestellen in nieuw ontstane openbare de vervanging van speeltoestellen wanneer de techni- zaak niet de directe aanleiding is, of het omvormen ruimte door het maken van nieuwe delen van sche of visuele staat daar aanleiding toe geeft. Vervan- van andersoortige openbare ruimte naar sport- of Amsterdam. De opgave voor de sport- en ging van speeltoestellen betreft een 1 op 1 vervanging, speelareaal. De aanleiding hiervoor verschilt, maar speelvoorzieningen wordt voor stad maken dat wil zeggen: een afgeschreven speeltoestel wordt het doel is altijd om een meerwaarde toe te voe- vastgesteld aan de hand van de sport- en vervangen door een toestel dat in prijs en omvang ge- gen aan de sport- en speelvoorzieningen in de speelnorm uit de “Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, lijkwaardig is en eenvoudig ingepast kan worden. Het openbare ruimte. groen en spelen”. beheer- en onderhoudsproces loopt altijd door en de aanleiding is altijd de technische of visuele staat van het areaal.

Bij het opstellen van de jaarlijkse programmering voor Soms zijn sport- en speelvoorzieningen technisch Het creëren van nieuwe delen van Amstergroot onderhoud en vervanging wordt vooruit gekeken gezien nog prima in orde, maar is het toch tijd voor dam gebeurt op plekken waar voorheen naar de daaropvolgende 4 jaren. Hierbij wordt bekeken iets anders. Aanleiding voor stad verbeteren is bij- geen woon- en verblijfgebied was, maar bijof bij het beheer op een speeltoestel een mogelijke voorbeeld de demografische ontwikkeling van de voorbeeld water, bedrijven of havengebied. combinatie is te maken met de beheeropgave of verbe- buurt, veranderende wensen van bewoners, Bij deze nieuwe delen van Amsterdam wordt teropgave van alle assets. Als binnen een programmeer- nieuwe beleidsdoelen, etc. Bij initiatieven of aan- het merendeel nieuw ontworpen en ontwikperiode van 5 jaar meer dan 50 % van de toestellen op vragen voor stad verbeteren wordt altijd gekeken keld. Dit gebeurt veelal in grote gebiedsonteen speelplek vervangen moet worden wordt de gehele of een verbinding gemaakt kan worden met an- wikkelingen. Hierbij gaat het om woningen, plek, inclusief de valondergrond, aangepakt.

We kiezen dere aanvragen onder het Stedelijk Mobiliteits- voorzieningen en de openbare ruimte met dan de middelste datum voor het uitvoeren van de ver- fonds (SMF) of beheeropgaven die op de rol staan wegen, groen, pleinen en sport en speelvanging. Als de technisch staat van een toestel te slecht onder vanuit stad zijn. De aanvragen voor stad ver- voorzieningen. is voor de middelste datum, gebeurt de vervanging van beteren komen hoofdzakelijk vanuit de stadsdelen. de gehele plek eerder. Groot onderhoud en vervanging zijn structureel gefinan- Aanpassingen en herinrichtingen worden opgeno- De benodigde financiering wordt in beeld cierd vanuit Fonds Stadsbehoud. Dagelijks onderhoud men in het Ste­delijk Bestedingsvoorstel SMF en gebracht met behulp van normbedragen zo(kleine reparaties, schilderwerk, schoonhouden, etc.) worden als toegekend in principe gefinancierd als bekend bij V&OR. De dekking voor inveswordt gefinancierd uit de exploitatie (van programma vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF). Soms is teringen zal in de basis uit de GREX van deze 11). Voor de beheerkosten van een asset worden geke- incidenteel ook financiering mogelijk vanuit andere projecten komen. De mogelijke dekkingsken naar de periode beginnend bij over twee jaar tot en middelen, waaronder bijdragen van stichtingen, in- bronnen voor eventuele specials zijn divers, met over zeven jaar.

Hiermee wordt ver vooruit gekeken cidentele fondsen vanuit de portefeuille Jeugd, van het Stedelijk Mobiliteitsfonds tot een bijdrage van ontwikkelaars. naar de benodigde budgetten. NB: Wanneer er sport- of etc. (zie 5.2). speeltoestellen bijkomen die duurder in beheer zijn, zijn de meerkosten niet automatisch gedekt.  De assetmanager Wegen, waar speeltoestellen on-  der valt (V&OR, Stedelijk Beheer) is ambtelijk verantwoordelijk voor de vervangingen.  Grote vervangingsprojecten worden in opdracht van de assetmanager uitgevoerd het Ingenieursbureau.  Bij het programmeren van vervangingsprojecten worden de gebieds-teams gevraagd om input. De aanvraag wordt hoofdzakelijk gedaan op basis van inspectie-gegevens, normkosten en wat reëel kan wor-

De programmamanager fysiek van het stads-  deel is ambtelijk verantwoordelijk voor het opstellen van projectvoorstellen en het aanvragen van de benodigde budgetten. Kleinschalige aanpassingen, als een soort 29herinrichting van een speelplek, komen  kleine voort uit een vraag of uit de behoefte van het stadsdeel. De uitvoering van deze aanpassingen wordt gedaan door de afdeling Gebied en

De uitvoeringen van de werkzaamheden in de gebiedsontwikkeling wordt gedaan binnen een samengesteld team die daarbij de inrichtingen en andere keuzes coordineert. Het projectteam wint advies in bij de di- T P recties voor de passende expertise voor CE N de gebiedsontwikkeling. CO

Finan

Definitie Rolverdeling Proces Toelichting Participatie

naar de benodigde budgetten. NB: Wanneer er sport- of etc. (zie 5.2). speeltoestellen bijkomen die duurder in beheer zijn, zijn de meerkosten niet automatisch gedekt. Stad zijn Stad verbeteren

drage van ontwikkelaars.

Stad maken

 instandhouding De assetmanager waar speeltoestellen on- Aanpassing  De programmamanager fysiek van het sportstads- De  toevoeging De uitvoeringen van de speelplekken werkzaamheden van nieuwe en De vanWegen, het bestaande areaal aan sportof herinrichting van bestaande der valt (V&OR, Stedelijk Beheer) is ambtelijk verantdeel is ambtelijk verantwoordelijk voor het opin de gebiedsontwikkeling wordt gedaan openbare en speelvoorzieningen in de openbare ruimte, inclusief en speelvoorzieningen, waar de technische nood- speeltoestellen in nieuw ontstane woordelijk voor de vervangingen. binnen een samengesteld team die daarstellen van projectvoorstellen en het aanvragen de vervanging van speeltoestellen wanneer de techni- zaak niet de directe aanleiding is, of het omvormen ruimte door het maken van nieuwe delen van bij de inrichtingen en andere keuzes co Grote vervangingsprojecten worden in opdracht van van de benodigde budgetten. sche of visuele staat daar aanleiding toe geeft. Vervan- van andersoortige openbare ruimte naar sport- of Amsterdam. De opgave voor de sport- en ordineert. de assetmanager uitgevoerd het Ingenieursbureau.  Kleinschalige aanpassingen, als een soort voor stad gingBij vanhet speeltoestellen betreft 1 op 1 vervanging, speelareaal.

De aanleiding verschilt,komen maar speelvoorzieningen  Het projectteam wordt wint advies in bijmaken de diprogrammeren vaneen vervangingsprojecten kleine herinrichting vanhiervoor een speelplek, vastgesteld aan de hand van de sport-voor en het doel is altijd om een meerwaarde toe te voedat worden wil zeggen: een afgeschreven speeltoestel wordt recties voor de passende expertise de gebieds-teams gevraagd om input. De voort uit een vraag of uit de behoefte van het speelnorm uit de “Amsterdamse referentiegen aan de sportvervangen door een toestel dat in prijs en omvang geen speelvoorzieningen in de de gebiedsontwikkeling. aanvraag wordt hoofdzakelijk gedaan op basis van instadsdeel. De uitvoering van deze aanpassinlijkwaardig is en eenvoudig ingepast kanreëel worden. Het openbare ruimte. spectie-gegevens, normkosten en wat kan worgen wordt gedaan door de afdeling Gebied en norm voor maatschappelijke voorzieningen, en onderhoudsproces loopt altijd door en de beheerden uitgevoerd. Gebruik van Stadswerken door het team pro- groen en spelen”.  Stadswerken voor staat het dagelijks jecten in de vorm van een kleine functionele aanleiding is altijdisdeverantwoordelijk technische of visuele van het beheer, inclusief kleine vervangings-projecten. wijziging, maar wel in opdracht en onder verareaal. antwoordelijkheid van het stadsdeel.

Bij het opstellen van de jaarlijkse programmering voor Soms zijn sporten speelvoorzieningen technisch  Grotere herinrichtingen worden uitgevoerd on- Het creëren van nieuwe delen van Amsterdernog eenprima ambtelijk opdrachtgever van V&OR. groot onderhoud en vervanging wordt vooruit gekeken gezien in orde, maar is het toch tijd voor dam gebeurt op plekken waar voorheen naar de daaropvolgende 4 jaren. Hierbij wordt bekeken iets anders. Aanleiding voor stad verbeteren is bij- geen woon- en verblijfgebied was, maar bijProgrammering en prioritering van onderhoud en ver- Programmering en prioritering van herinrichtingen Referentienormen zijn een vast onderdeel of bij het beheer op een speeltoestel een mogelijke voorbeeld de demografische ontwikkeling van de voorbeeld water, bedrijven of havengebied. vangingen verloopt via de afspraken die hierover ge- verloopt via de afspraken die hierover gemaakt zijn van het gemeentelijk Plaberum. In de gecombinatie is te maken met de beheeropgave of verbe- buurt, veranderende wensen van bewoners, Bij deze nieuwe delen van Amsterdam wordt maakt zijn in het kader van Fonds Stadsbehoud. De pro- in het kader van het Meerjarig Investeringspro- biedsontwikkleing kan het projecteam per teropgave van alle assets. Als binnen een programmeer- nieuwe beleidsdoelen, etc.

Bij initiatieven of aan- het merendeel nieuw ontworpen en ontwikgrammering wordt op elkaar afgestemd en met elkaar gramma (MIP), gekoppeld aan het Stedelijk Mobi- planfase de actuele gegevens gebruiken om periode van 5 jaar meer dan 50 % van de toestellen op vragen voor stad verbeteren wordt altijd gekeken keld. Dit gebeurt veelal in grote gebiedsontgekoppeld, ook in relatie tot de gebiedsopgaven die in- liteitsfonds (SMF). De aanvragen die binnenkomen de ruimtelijke behoefte aan maatschappeeen speelplek vervangen moet worden wordt de gehele of een verbinding gemaakt kan worden met an- wikkelingen. Hierbij gaat het om woningen, gediend worden voor het SMF. Het jaarlijkse programma bij het SMF worden vooraf afgestemd met het pro- lijke voorzieningen, groen en spelen te raplek, inclusief de valondergrond, aangepakt. We kiezen dere aanvragen onder het Stedelijk Mobiliteits- voorzieningen en de openbare ruimte met groot onderhoud en vervangingen wordt opgesteld van- gramma Stadsbehoud. Op basis van dit Strate- men. Op deze manier kan het integrale prodan de middelste datum voor het uitvoeren van de ver- fonds (SMF) of beheeropgaven die op de rol staan wegen, groen, pleinen en sport en speeluit V&OR in samenwerking met de stadsdelen en Stads- gisch Plan wordt gezamenlijk de SMF aanvraag ge- gramma voor het gebied (wonen en niet-wovanging.

Als de technisch staat van een toestel te slecht onder vanuit stad zijn. De aanvragen voor stad ver- voorzieningen. werken. Dit programma is daarna ook de inzet voor het daan voor het gemeentebreed verbeteren van de nen, waaronder maatschappelijk) in samenis voor de middelste datum, gebeurt de vervanging van beteren komen hoofdzakelijk vanuit de stadsdelen. programma Stadsbehoud voor de Voorjaarsnota. hang worden vormgegeven. sport- en speelvoorzieningen in de stad. de gehele plek eerder. De referentienormen zijn vertaald in een rekentool, Amsterdamse voorzieningen-model, waarmee projectteams de opgave kunnen berekenen. Er vindt binnen vervangingsprojecten participatie met Bij aanpassingen en herinrichtingen op basis van Bij het maken van nieuwe delen van de stad de omgeving plaats. Bij kleine vervangingen (bv een stad verbeteren vindt altijd participatie met de om- vindt grootschalige participatie plaats met klein toestel) vindt beperkte participatie plaats over de geving plaats. De invulling van het participatiepro- de directe omgeving van de locatie en met wensen voor het soort toestel. Bij het vervangen van een ces is maatwerk en afhankelijk van de gebiedscon- de potentiële gebruikers van het nieuwe deel grotere, gehele speelplek vindt uitgebreide participatie text en de opgave. Op sommige plekken leent de van Amsterdam.

Sport- en speelruimte kan plaats waarbij de buurt kan meedenken over de invulling opgave zich goed voor co-creatie, een vorm van een rol spelen bij placemaking en het vergvan de gehele speelplek. Door de inzet van participatie participatie waarbij jongeren, kinderen en volwas- roten van eigenaarschap onder nieuwe bevindt bij de vervangingen onder Stad zijn ook een be- sen samen met professionals werken aan het vorm- woners. Het openbare ruimte ontwerp moet perkte verbetering plaats. geven van een sport- of speelplekken zodat deze voldoende ruimte laten voor het laten partibeter aansluiten bij de wensen en behoeften van ciperen van de uiteindelijke bewoners met bewoners en daardoor duurzamer gebruikt kan betrekking tot de invulling van speelruimte. worden.

30

PT

CO

E NC

Van stad zijn, naar stad verbeteren

Speelplek met tijdelijke nieuwe functie

In Amsterdam proberen we zo veel mogelijk ‘werk met werk’ te maken. Daarom kijken we bij het afwegen, prioriteren en plannen van vervangingswerkzaamheden en herinrichtingen altijd vooruit, om te kijken of we van een vervangingsproject een herinrichting moeten en kunnen maken. Daarnaast kijken we naar de vervangingsopgave van alle assets in de stad om te zorgen dat de straat niet herhaaldelijk open ligt. Deze gesprekken worden gevoerd met de stadsdelen en zijn ook verbonden met de gesprekken die gevoerd worden in het kader van het StedelijkMobiliteitsfonds.

Een speelplek kan op een bepaald moment niet meer nodig zijn in de buurt, omdat de demografische samenstelling van de buurt is veranderd. In een dergelijk situatie is het mogelijk om een speelplek voor een periode om te vormen door het toestel weg te halen, maar wel een simpel ondergrond te laten liggen. De functie van dit

deel van de openbare ruimte wordt dan tijdelijk anders, maar sluit daarmee wel beter aan op de samenstelling in de buurt. De functieverandering maakt de plek beschikbaar voor een bredere doelgroep, maar houdt het wel flexibel om weer als speelplek ingericht te worden als de samenstelling van de buurt daar weer aanleiding toe geeft.

Na vaststelling wordt het Strategisch Plan Sporten en Spelen een middel tot meer overzicht over de gehele opgaven voor sport- en speelvoorzieningen. Het helpt bij het afstemmen tussen stadsdelen, het gelijk verdelen van kwaliteit en het maken van prioriteringen en keuzes.

31

PT

CO

E NC

4.2 Financiële dekkingsbronnen: waar komen de middelen vandaan? Voor het proces van stad zijn, stad verbeteren en stad maken kan gebruik gemaakt worden van verschillende dekkingsbronnen. De verschillende dekkingsbronnen worden nader toegelicht.

„ Fonds Stadsbehoud Voor het groot onderhoud (vervanging van toestellen) wordt gebruik gemaakt van het Fonds Stadsbehoud. Stedelijk Beheer (V&OR) stelt elk jaar het Programma Stadsbehoud op, dat inzichtelijk maakt wat er nodig is om de openbare ruimte op het afgesproken kwaliteitsniveau te hou­ den. De bedragen die worden opgenomen in het programma Stadsbehoud zijn op basis van normkosten. Normkosten zijn de gehele vaste gemiddelde bedragen voor het onderhoud van een asset over alle jaren. Ongeacht waar het is en wat de staat ervan is. Het programma Stadsbehoud wordt vastgesteld in de Voorjaarsnota voor de aanvulling van het Fonds Stadsbehoud. Als gevolg van de bezuigingsronde is hiervoor echter vooralsnog tot 2025 geen geld gereserveerd. Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) Het Stedelijk Mobiliteitsfonds is ingesteld voor de fysieke opgave op straat. Het hoofddoel is het geven van een impuls voor een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte en het verkeer- en vervoersysteem. De aanvragen worden in dezelfde (sleutel-) gesprekken met de stadsdelen en de gesprekken met alle andere partners als hij Fonds Stadsbehoud behandeld. Op basis hiervan wordt een prioritering gemaakt en wordt de wijze van budget aanvragen bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10408911/1