CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-134C Reactienota Inspraak

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de verbetering van het bestuurlijk stelsel 2022 conform de Hoofdlijnennotitie VN2021-01583018.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

SDC’s worden versterkt, we stellen gelote stadsdeelpanels in, verruimen de mogelijkheid tot het houden van referenda op stadsdeelniveau, er komt een kader voor buurtrechten als het recht op zelf plannen te mogen maken en om de overheid uit te dagen taken over te nemen. Uit de participatie is ook het idee van bewonerseffectrapportage naar voren gekomen. Dat gaat een rol spelen bij de nieuwe omgevingswet die vanaf volgend jaar waarschijnlijk ingevoerd wordt. De politieke en ambtelijke cultuur is iets dat permanent aandacht behoeft en veel processen gaan ook gepaard met monitoring, waarbij ‘lessons learned’ belangrijk zijn. Daar waar bewoners het gevoel hebben dat de overheid tegenover hen staat en niet naast hen en het gevoel hebben dat kritiek van bewoners zo snel mogelijk gepareerd en omzeild moet worden, dient dit geadresseerd te worden. Door ook meer in te zetten op een heldere taakverdeling tussen stad en stadsdelen en het stedelijke daarbij nadrukkelijk in dienst te stellen van de lokale opgaven, zal het voor bewoners ook duidelijker worden waar ze moeten zijn en zal men hopelijk geen gevechten tegen het systeem meer ervaren. In dit verband wordt ook een bewonersloket nader uitgewerkt. Hierbij wordt ook meegenomen dat duidelijk is waar elke Amsterdammer heen kan gaan om uit te vinden wat er aan participatie is gepland of gedaan en waar men ook met klachten terecht kan.

4.10 Toegankelijkheid dienstverlening en informatie (inclusief gebiedsgericht werken en inrichting bewonersloket)

Onder een groot deel de deelnemers bestaat veel onvrede over de toegankelijkheid en de dienstverlening van de gemeente. Dit zowel op stedelijk als stadsdeelniveau. Veel mensen geven aan tegen een muur aan te lopen bij de ambtenarij, politici en bestuurders. Deelnemers geven aan zich niet gehoord te voelen, geen of late reacties op mails/meldingen en ideeën te krijgen. Bewoners zijn van mening dat het huidige systeem van gebiedsgericht werken niet voldoet. En de gebiedsmakelaar een onduidelijke rol heeft vooral als gaat participatie. Een aantal bewoners

21

geven aan dat er een goed contact is met de gebiedsmakelaar maar deze niet verder komt in de organisatie en daarmee vooral veel aan het uitleggen is aan bewoners. Sommige deelnemers pleiten voor het versterken van de posities van de gebiedsmakelaar/gebiedsmanager. Daarnaast is er gepleit voor een participatieloket, een plek waar men terecht kan om te horen op welke manier men kan participeren. Dit zou een onafhankelijke status moeten hebben. Als er meer gedeconcentreerd en responsief moet worden gewerkt in de stadsdelen waarbij aandacht voor maatwerk verandert dit ook de manier van werken stellen bewoners en dit brengt extra kosten met zich mee. Verschillende deelnemers wijzen op de behoefte die er is om te weten waar je terecht kan. Een deel vindt een fysiek loket waar je in gesprek kunt gaan met ambtenaren en bestuurders belangrijk of een contactpersoon (die dan ook een tijd blijft en niet te snel rouleert). Onder de deelnemers leeft de behoefte aan directer contact met bestuurders en ambtenaren én betere afhandeling van meldingen, klachten, e-mails, reactie op aangeleverde ideeën.

Een aanspreekpunt of loket in de buurt kan hierbij helpen, maar zoals verwoordt door een deelnemer aan een stadsgesprek: ‘een bewonersloket heeft geen zin als de backoffice en interne afstemming van de gemeente niet op orde is.’ Bewoners vinden dat de toegankelijkheid en beschikbaarheid van informatie moet verbeteren. Niet alleen om de weg te vinden binnen de gemeente maar ook om te weten wat er speelt op lokaal niveau. Voor een groot deel van de Amsterdammers is het onvoldoende duidelijk hoe procedures werken en bij wie ze het best terecht kunnen, zo wordt gesteld. Openbaarheid en beschikbaar maken van informatie moet gegarandeerd worden en mensen moeten in een vroeg stadium worden geïnformeerd. Voorgesteld wordt om uitgangspunten over de openbaarheid en het beschikbaar maken van informatie waarbij het publiek belang is betrokken, vast te leggen. Er moet een verplichting tot actieve openbaarmaking van alle informatie zijn en een recht van bewoners op deze informatie. De indieners onderschrijven het belang van een bewonersloket, zodat bewoners voldoende informatie kunnen krijgen, de beleidsontwikkeling kunnen volgen en de besluitvorming, als ook de stand van zaken van de burgerparticipatie.

Bewoners vinden dat dit zowel digitaal als fysiek in elk stadsdeel goed georganiseerd moet worden, waarbij de buurtorganisatie pleit voor een onafhankelijk bewonersloket om ook de participatie te begeleiden. Daarbij doet zij de suggestie tot het ontwikkelen van een bewonerseffectenrapportage (BER). Dat betekent dat het bewonersperspectief verplicht onderdeel wordt van de beoordeling van de aanvraag van een omgevingsvergunning, of bij het traject van bestuurlijke besluitvorming over projecten die gevolgen hebben voor bewoners. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college onderschrijft dat gebiedsgericht werken nog onvoldoende van de grond komt. Voor het versterken hiervan is een bestuursopdracht vastgesteld met een aantal doelen ter verbetering. Dit wordt in de komende tijd uitgevoerd. Het college erkent dat de toegankelijkheid en beschikbaarheid van informatie -in een veranderende samenleving- steeds verder ontwikkeld en verbeterd moet worden. Daarbij moet ook aandacht blijven voor mensen die geen toegang hebben tot digitale informatie. Dat bewoners 22

opmerken dat het niet duidelijk is hoe de gemeente georganiseerd is en waar ze het best terecht kunnen sluit aan bij de conclusies uit de evaluatie van het bestuurlijk stelsel. Daar kwam al naar voren dat het voor veel bewoners onduidelijk is wie waar nou over gaat. Het gaat dan om de vraag naar de taakverdeling tussen college en stadsdelen, maar ook om onduidelijkheid over de vraag waar je terecht kunt met vragen over specifieke thema’s. Zoals te lezen is in de reactie onder het kopje ‘Taken en bevoegdheden’ zal het college de komende maanden werken aan een heldere opdracht aan het lokaal bestuur, met als uitgangspunt de vraag welke taken en bevoegdheden direct de leefwereld van bewoners raken en passend zijn om op stadsdeelniveau te beleggen. Het helpt bewoners als duidelijk is voor welke onderwerpen ze waar moeten zijn en dat bekend is dat daar ook de bevoegdheid ligt. Dit neemt niet weg dat voor bewoners in een grote stad als Amsterdam niet altijd duidelijk zal zijn waar ze moeten zijn met een specifieke kwestie. Het college wil niet van iedereen vragen zich te verdiepen in het bestuurlijk stelsel en de bijbehorende taakverdeling tussen college en stadsdelen.

Een van de aanbevelingen uit het evaluatierapport is het instellen van een bewonersloket per stadsdeel, dat een rol zou kunnen vervullen in de informatievoorziening over gebiedsagenda’s, gebiedsprojecten en gebiedsmonitor. Zo’n bewonersloket kan fungeren als hulpmiddel voor inwoners om in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie de gebiedsteams en projectleiders van projecten die in het stadsdeel spelen te vinden. Het college staat positief tegenover het idee voor bewonersloketten als aanvulling op de al bestaande organisatieonderdelen (gebiedsmakelaars, buurtteams) en bestaande fysieke voorzieningen in de buurten... Een bewonersloket (fysiek en digitaal) kan helpen om de gebiedsteams beter toegankelijk en vindbaar te maken. Het college wil daarom samen met de stadsdeelbesturen een voorstel uitwerken voor een bewonersloket. Hierbij wordt de input uit het inspraak en participatietraject over de Voorgenomen hoofdlijnen betrokken. Bij de uitwerking wordt ook gekeken naar de suggestie voor een onafhankelijk participatieloket waar elke Amsterdammer heen kan gaan om uit te vinden wat er aan participatie is gepland of gedaan en waar men ook met klachten terecht kan. De nadere uitwerking wordt ook in januari 2022 aan de raad voorgelegd. Voor de volledigheid wijst het college erop dat sinds kort het Bureau voor Integrale Maatschappelijke Initiatieven (BIMI) bestaat.

Daar kunnen Amsterdammers aanvragen doen en plannen indienen voor ontwikkelingen in de buurt of stadsdeel. Het college meent dat met de invoering van de aanstaande Omgevingswet gekeken kan worden naar de implementatie van instrument als een bewonerseffectenrapportage (BER).

23

5 Reacties dagelijks besturen en stadsdeelcommissies (SDC’s)

5.1 Algemeen Stadsdeel Zuidoost Het DB van Zuidoost ondersteunt de voorgenomen hoofdlijnen van het college van BenW. De SDC spreekt de voorkeur uit voor variant C, dat het sterkst tegemoet komt aan een democratisch gekozen lokaal bestuur. Het democratisch gehalte en de transparantie zou sterk toenemen met een monistische relatie tussen SDC en de bestuurders stadsdeel. Voor model B of D spreken 5 leden zich uit. Bij model B wordt genoemd dat hier een meer controlerende/verifiërende rol voor de SDC is weggelegd. Stadsdeel Oost Volgens het DB en SDC zijn de voorgenomen hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 slechts ten dele een oplossing voor de geconstateerde problemen. De oorsprong hiervoor komt voort uit de gewijzigde Gemeentewet. Idealiter zou het DB daar een wijziging in onderschrijven, het DB zou graag zien dat de gemeente zich hard maakt voor de mogelijkheid tot herinvoering van deelgemeenten in de Gemeentewet. Het DB en de SDC zijn voorstander van gekozen SDC met een uit haar midden gekozen DB (variant C). De gekozen DB-ers vormen dan een betere afspiegeling van de SDC. Daarbij ontstaat er bij gekozen bestuurders een duidelijker mandaat vanuit de bewoner. Dit borgt ook de verbondenheid van de bestuurder met het stadsdeel doordat hij/zij bewoner is.

Deze variant voorziet beter in het organiseren van de lokale inkleuring en het nodige tegenwicht binnen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Stadsdeel West De SDC heeft de voorkeur voor een SDC die bestaat uit een volksvertegenwoordiging en een DB. Het DB geeft de voorkeur aan voor variant B waarbij het bestuursmodel volgend moet zijn op nieuwe invulling van taken en bevoegdheden van het DB en de SDC. In de ogen van het DB past daarbij een duaal stelsel, met een scheiding in samenstelling, functies en bevoegdheden van het DB aan de ene kant en de SDC aan de andere kant. Voor het functioneren van het gekozen bestuursmodel is het essentieel om taken, bevoegdheden en verhoudingen duidelijk uit te werken en vast te leggen in een verordening. Hoe de benoeming en het ontslag van het DB wordt vormgegeven acht het DB van West daarbij van secundair belang. Stadsdeel Nieuw-West De SDC geeft aan dat het democratisch gehalte en de transparantie van het stelsel sterk zou toenemen als er sprake is van een monistische relatie tussen SDC en bestuurders. Stadsdeel Noord Het DB adviseert om bij de nog te maken keuzes, bijvoorbeeld over een bewonersloket en het bestuursmodel (B of D), de begrijpelijkheid voor de Amsterdammer voorop te stellen. Als treffend geformuleerd in paragraaf 3.3. van de voorgenomen hoofdlijnen.

Dat vergroot de kans dat meer Amsterdammers zich uitgenodigd voelen om een aandeel te leveren in de representatieve en/of 24

participatieve democratie, wat het DB betreft het belangrijkste oogmerk van het bestuurlijk stelsel na 2022. Stadsdeel Centrum Het DB heeft geen expliciete voorkeur maar plaatst wel vraagtekens bij de helderheid van mandaat bij variant B. Dit zou tot verwarring kunnen leiden. Zij benadrukt het belang van een helder mandaat voor lokale politici. Toegankelijkheid, uitlegbaarheid en inzicht in de wijze waarop het stelsel voor bewoners werkt is belangrijk. De vraag is of de sterke band met de raad nog zo gemist wordt op het moment dat de SDC lokaal een sterkere positie en helder mandaat krijgt. Wat het DB betreft weegt dat laatste het zwaarst. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders De adviezen van de SDC’s en DB’s lopen qua voorkeur voor een van de voorgestelde varianten voor het bestuursmodel uiteen. Vooral variant C blijkt naast de varianten B en D veel steun te krijgen. Het college is van mening dat zoals ook eerder aangegeven de bestuurlijke samenwerking binnen de stedelijke kaders een belangrijke succesfactor is voor het slagen van het stelsel. Het college ziet op basis van de genoemde argumenten geen reden om af te wijken van de een voorkeur voor de varianten B en D.

In beide varianten is er één bestuurscommissie die taken en bevoegdheden van college uitvoert en in geval van variant B daarnaast ook één bestuurscommissie die taken en bevoegdheden van de raad uitvoert. In de variant met twee bestuurscommissies handhaven we een structuur waarbij er een scheiding is tussen het orgaan dat uitvoert (dagelijks bestuur) en het orgaan dat controleert (stadsdeelcommissie). Er is parallel een scheiding tussen het orgaan dat benoemd wordt en het orgaan dat gekozen wordt. Dit maakt het voor de Amsterdammers beter herkenbaar en levert voor de raad en het college ook meer vanzelfsprekende partnerschappen op. Verder wordt met de keuze voor twee bestuurscommissies benadrukt dat het gelijkwaardige organen zijn die met hun eigen taken en rollen hetzelfde gewicht in de schaal leggen. Het gaat om soortgelijke organen met dezelfde basis in de Gemeentewet. Het college vindt het belangrijk dat het bestuur voor de stadsdelen als verlengd lokaal bestuur van college en raad een sterke positie krijgt met een helder mandaat en voor bewoners uitlegbaar en herkenbaar. Dit zijn voor het college belangrijke uitgangspunten en onderdeel van de uitwerking zoals voorgesteld met de definitieve Hoofdlijnen. Zie voorts ook de bestuurlijke reactie in hoofdstuk 3 op dit punt.

5.2 Rol en positie dagelijks bestuur (DB) Stadsdeel Zuid Het merendeel van de leden van de SDC kunnen de argumentatie voor benoemde bestuurders volgen. De andere leden vinden dat de SDC bestuurders moet kunnen kiezen uit eigen kring van gekozen vertegenwoordigers op basis van een profiel bekwaam geachte bestuurders. De SDC zou deze dan voordragen aan de raad. Als toch gekozen wordt voor een benoemd bestuur vindt men het van belang dat er een transparante procedure komt met zeggenschap van de SDC (zwaarwegende stem en een openbaren hoorzitting waarin kandidaten zich voorstellen). Ook zou het mogelijk moeten zijn een motie van wantrouwen in te dienen, die terecht komt bij raad en college.

25

Stadsdeel Zuidoost De SDC adviseert om een ‘klik-gesprek’ in te stellen voor de te benoemen DB-leden, waarbij de SDC positief dient in te stemmen. Stadsdeel Oost Naar aanleiding van de motie Grooten (2021/143) acht het DB het wenselijk dat de SDC een rol vervult bij de benoeming van het DB in plaats van de raad. Voorts wordt het verbeteren van de rechtspositie voor ambtsdragers bepleit. Ten aanzien van de DB-ers is er formeel in de gemeentewet geen sprake van een ambtsdrager met bijbehorende rechtspositie en ondersteuning maar verder wel vergelijkbaar. Het is passend als de gemeente Amsterdam hier aandacht aan besteedt. Stadsdeel West De SDC wil dat het college ten behoeve van het vormen van de dagelijkse besturen van de gekozen SDC’s kandidaten voorstelt aan de SDC’s. Zij kunnen dan op basis van een verkennend gesprek een advies uitbrengen aan de gemeenteraad voordat deze overgaat tot benoeming van de kandidaten. Stadsdeel Nieuw-West De SDC pleit voor een door hen gekozen DB. Het DB geeft aan dat ondanks de politieke verschillen en andere politieke kleur van de SDC - zoals in Nieuw-West er niet constant sprake hoeft te zijn van politisering. Het stadsdeelbestuur adviseert daarom dat de benoeming van de dagelijkse bestuursleden bij het college blijft liggen, net als de verantwoording voor het functioneren.

Dit om te voorkomen dat de schakelpositie van de dagelijkse bestuursleden tussen het college en de SDC te veel onder druk komt te staan. Bij de benoeming moet nadrukkelijk gelet worden op de kwaliteit en politieke bestuurlijke ervaring van de bestuursleden. Stadsdeel Noord Een meerderheid van de SDC is voor een benoemd DB (overige leden willen dat de SDC zelf het DB benoemt). Zij adviseert daarbij de collegepartijen bestuurders voor stadsdelen voor te laten stellen en de SDC te laten goed- of afkeuren. Gevraagd wordt om de mogelijkheid voor de SDC om bestuurders weg te sturen. Stadsdeel Centrum Het DB onderschrijft dat in de afgelopen bestuursperiode goed is samengewerkt tussen college en stadsdeelbesturen. Dat is een basisvoorwaarde van een goed werkend verlengd lokaal bestuur. Voor de SDC is in ieder geval van groot belang dat de SDC intensief betrokken is bij de benoeming van de DB leden door: I. Benoeming DB door SDC uit haar midden II. Benoeming DB door SDC na vrije aanmelding III. Benoeming DB door B&W/raad met goedkeuringsrecht door de SDC IV. Benoeming DB door B&W/raad na consultatie van de SDC De SDC Centrum heeft niet eenduidig gekozen voor een van de bovenstaande manieren. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college stelt in het definitieve hoofdlijnenbesluit voor om te kiezen voor variant B met twee bestuurscommissies.

De bestuurscommissie voor het DB zal daarbij benoemd worden door het college. Uit de adviezen blijkt een sterke voorkeur van DB’s en SDC’s voor een rol van de SDC bij het benoemen van de DB-ers. Dit varieert van een klik-gesprek tot benoeming door de SDC. Het 26

college is van mening dat het goed zou zijn de SDC inderdaad een rol te geven in het proces van benoeming van de DB-ers. Het college stelt in de definitieve hoofdlijnen voor daartoe een hoorzitting te organiseren, waarin SDC’s de gelegenheid krijgen vooraf vragen te stellen aan de kandidaat bestuurders en om aan het college mee te geven als er zwaarwegende redenen zijn om een dagelijks bestuurder niet te benoemen.

5.3 Rol en positie stadsdeelcommissies (SDC’s) Stadsdeel Zuid De SDC geeft aan dat zij het belangrijk vindt dat de SDC in de volgende periode een besluitvormend, controlerend én adviserend karakter heeft en ook in de nieuwe setting het recht voorbehoudt om ongevraagd advies uit te brengen. De maatregelen voor de korte termijn voor verbetering van de adviesprocedure worden daarbij onderschreven en adviezen integraal en onverkort agenderen voor college en raad (bij het betreffende onderwerp). De stadsdeeladviezen en de totstandkoming daarvan worden zo voor eenieder inzichtelijk en digitaal vindbaar. De SDC is tegen de optie om stedelijk een selectie te maken van adviesaanvragen die naar stadsdelen gaan, zodat SDC’s zich meer kunnen richten op de lokale opgaven. SDC kan zelf bepalen waar adviseren wel of niet opportuun is. Selectie vooraf betekent minder informatie over stedelijke kaders en dat is niet gewenst. Het DB nuanceert dit en vraagt om gericht advies en adviesaanvragen die niet relevant zijn voor het stadsdeel te vermijden. Versterking van de positie betekent een verzwaring van taak en verantwoordelijkheid van SDC. Met de bestaande vergoeding is het niet haalbaar minder te gaan werken om de SDC-rol uit te oefenen. Om voldoende diversiteit in de commissie te verkrijgen advies om de vergoeding voor commissieleden te herzien.

Ter overweging wordt nog meegegeven de naam van SDC te wijzigen in bestuurscommissie zodat deze aansluit bij de voorgenomen formele positie. Stadsdeel Zuidoost De SDC vindt dat zij zelf haar vergaderingen uit moet kunnen schrijven om de rechtspositie te borgen en adviseert om de vergoedingen voor de SDC niet uitsluitend toe te kennen op basis van de aanwezigheid bij overlegvergaderingen. Enige mate van zelfsturing t.a.v. tijdsbesteding is gewenst. De SDC benadrukt de vraag om betere ondersteuning bij het verkrijgen van kennis en informatie om haar advieswerk te verbeteren en te upgraden. De SDC adviseert om een herschikking van de ambtelijke capaciteit tussen de centrale stad en het stadsdeel op basis van de lokale opdracht. Een uitgewerkte verdeling tussen SDC en DB moet onderdeel zijn van de lokale opdracht. Stadsdeel Oost Stadsdeel Oost onderstreept het belang om de SDC ook met een instrumentarium uit te rusten passend bij de controlerende functie als essentiële functie en tegenmacht.

27

Zij onderschrijft daarbij de beoogde versterking van de ambtelijke ondersteuning voor de SDC zodat deze duidelijker gepositioneerd wordt bij hun adviserende rol en hun beoogde rol van het ophalen van signalen uit de buurt. Zo ontstaat meer ruimte voor eigen agendavorming door SDC. Hogere vergoeding sdc-leden is passend bij zowel een diverse samenstelling van de SDC als de beoogde controlerende taak. De vergoeding is in het huidige stelsel in de vorm van tekengeld. Dat wekt de (onjuiste) indruk dat aanwezigheid bij de vergaderingen de (enige) taak is van de commissie, terwijl de rol van ogen en oren in de buurt juist ook andere activiteit vereist. Democratie kost tijd; tijd die SDC-leden vrij moeten maken van andere zaken zoals bijvoorbeeld werk. Stadsdeel West De SDC adviseert het agenderen van de vergaderingen van de SDC ruimer te formuleren in termen van een jaarlijkse frequentie van 24 bijeenkomsten per jaar. Daarvan worden er vier door het DB georganiseerd in het kader van kwartaalrapportages over voortgang gebiedsplannen, benevens de financiële jaarcyclus met begroting en rekening zoals die past bij een financieel mandaat. De SDC onderschrijft met klem de urgentie om de (rechts)positie van de SDC te versterken met meer controle over invulling van de agenda, type werkzaamheden en vormgeven van vergaderingen.

De SDC adviseert om verplichte ‘verantwoordingsvergaderingen’ in te voeren per kwartaal waardoor voor bewoners en politici helder is wanneer verantwoording wordt afgelegd. De SDC pleit voor verhoging van de vergoeding voor de SDC om hen beter in staat te stellen hun werk goed te doen. Het DB nuanceert dit en stelt om de SDC vergoeding te verhogen wanneer de taken en werklast toeneemt en de gemeente Rotterdam als uitgangspunt te nemen. Het advies is ook de ambtelijke ondersteuning van de SDC te versterken. Daarbij zal ook onderzocht moeten worden wat een passende ambtelijke ondersteuning van het DB is. Bij toename van taken en mandaten moet de ondersteuning en facilitering van de SDC’s worden uitgebreid opdat deze hun rol naar behoren kunnen vervullen. Stadsdeel Nieuw-West De SDC geeft aan dat het procesmatig handiger is om eerst te bepalen wat voor SDC’s er moeten komen en daarna pas te bepalen wat de faciliteiten zijn. Een stevigere rol van de SDC kan gemarkeerd worden door het opnemen van een adviesparagraaf met het standpunt stadsdeel in raadsvoorstellen. Zo wordt binding tussen gemeenteraad en SDC versterkt. Die binding kan verder vorm krijgen door regulier contact tussen leden van de SDC en leden van de gemeenteraad. Op korte termijn is een betere ambtelijke ondersteuning van de SDC vereist zodat zij haar rol als tegenmacht serieuzer kan waarmaken.

De SDC’s moeten maatwerk voor hun stadsdeel kunnen leveren. Met huidige aan vergaderaanwezigheid gekoppelde vergoeding ben je niet inclusief. Door een hogere vergoeding te hanteren, bied je ook mensen met een lager inkomen de mogelijkheid om zich in te zetten op lokaal niveau. En door deze los te koppelen van de vergadering zorg je dat SDC-leden zich ook buiten dit gremium moeten inzetten. De SDC stelt dat het versterken van de relatie tussen de raad en de SDC’s voor nu (naast de borging van de adviezen) de belangrijkste prioriteit is en adviseert om een werkgroep samen te stellen van SDC-leden van de stadsdelen en leden van de raadscommissie KDD, om ook hiervoor 28

voor het zomerreces met een voorstel te komen. Voorstel: de werkgroep komt met een voorstel, vervolgens gaat dit langs de stadsdelen ter adviseren, dan kan het naar de commissie KDD die de besluitvorming in de gemeenteraad hierover voorbereid en vervolgens kan de raad hier dan een beslissing over nemen.

Stadsdeel Noord De SDC wil de toegenomen bevoegdheden van de SDC’s expliciet benoemt zien voor besluitvorming en adviseert om de focus van de SDC meer op het controleren van het stadsdeelbestuur te leggen dan op het adviseren van de centrale stad. Een sterke controlerende rol is cruciaal van belang voor macht en tegenmacht. Laat beleidsstukken in het stadsdeel op de agenda komen en laat de SDC hierover beslissen. De SDC moet meer ambtelijke ondersteuning krijgen. Geef de SDC meer toegang tot ambtenaren voor informatievoorziening. Stadsdeel Centrum De SDC pleit voor extra ondersteuning en een hogere vergoedingen voor SDC-leden. Deze ondersteuning hangt enerzijds samen met de kwaliteit van besturen van de SDC en haar bestuurders en anderzijds met de taken en verantwoordelijkheden die overgedragen worden. Het DB van Centrum is ook van mening dat een hogere vergoeding voor SDC-leden zal leiden tot kwalitatief betere invulling van de rol als lokaal volksvertegenwoordiger. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college wil de huidige werkwijze rond adviezen verbeteren. Adviezen van SDC’s en DB’s zullen vanaf nu integraal aan college en raad worden voorgelegd, als bundel van zeven adviesformulieren.

Met een beslispunt in de voordrachten worden de betreffende adviezen, en hoe dit in de besluitvorming is meegenomen, onder de aandacht van college en raad gebracht. De structurele terugkoppeling aan de SDC zal via de Reactienota lopen, die standaard door de directies bij deze trajecten wordt opgesteld. Het college zal voor het stelsel vanaf 2022 nader onderzoeken hoe een betere adviesprocedure vorm kan krijgen. Bovenstaande overwegingen van SDC’s en DB’s zullen daarbij worden meegewogen. Het college is het er mee eens dat de ambtelijke ondersteuning van de SDC’s versterkt moet worden. Dat geldt voor zowel de korte als de lange termijn. De procesmatige ondersteuning van de tweewekelijkse vergaderingen van de SDC is in alle stadsdelen geregeld. Daarnaast blijkt er breed behoefte te zijn aan meer (inhoudelijke) ondersteuning. Die wens verschilt per commissie en kan bijvoorbeeld gaan over hulp bij agendavorming, hulp bij ophalen en doorzetten van signalen uit buurten en wijken of hulp bij het voorbereiden en formuleren van adviezen. Elke stadsdeelsecretaris bepaalt uiterlijk in juni 2021 in overleg met de voorzitter van de SDC waar de specifieke behoefte aan versterkte ondersteuning voor de rest van deze bestuursperiode ligt.

En voorziet daar vervolgens in, zo nodig in samenwerking met en specifieke directie en zo nodig met hulp van het Gemeentelijk Management Team, vanuit de gedachte van laagdrempelige ambtelijke ondersteuning gemeentebreed. De SDC’s krijgen in het stelsel vanaf 2022 een zwaardere rol en verantwoordelijkheid dan in de huidige periode. Om de zwaardere rol en taken van de SDC’s in de nieuwe bestuursperiode goed te kunnen ondersteunen stelt het college in de hoofdlijnen voor om de ondersteuning in alle stadsdelen te versterken met extra capaciteit. Aan de hand van de besluitvorming over taken en bevoegdheden de benodigde ondersteuning meer specifiek in kaart worden gebracht. 29

De vergoeding voor de SDC-leden is gebaseerd op artikel 96 van de Gemeentewet, waarin in lid 1 bepaald is dat leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie voor zover zij geen lid zijn van de raad of het college, een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding ontvangen: a. voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie en b. van reis- en verblijfkosten in verband met reizen binnen de gemeente In het tweede lid van artikel 96 staat dat dagelijks besturen van bestuurscommissies een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden kunnen ontvangen. Het college heeft begrip voor de in de adviezen genoemde argumenten om de SDC-leden een vaste vergoeding per maand te geven, maar heeft op basis van de gemeentewet die optie helaas niet. In de hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel stelt het college – gezien de zwaardere rol die aan de commissie zal worden toebedeeld en de bijbehorende zwaardere werklast – voor de vergoeding per vergadering te verhogen.

5.4 Taken en bevoegdheden Stadsdeel Zuid In de voorgenomen hoofdlijnen krijgen de stadsdelen een groter mandaat waarmee zij in positie komen om op stadsdeelniveau een volwaardige bijdrage te kunnen aan de representatieve democratie. Het bestuur adviseert hierbij verder taken van het college te delegeren aan het DB, zodat de stadsdelen meer in positie komen bij de besteding van beschikbare middelen in de stadsdelen. Het college hecht veel waarde aan de samenwerking met het stadsdeel ten behoeve van eenheid van beleid en bestuur. De keus voor centrale aansturing staat op gespannen voet met het belang van de maatschappelijke opgave die lokaal liggen. De maatschappelijke vraag ligt in de wijken en de werkwijze zou daarbij moeten aansluiten. Niet het systeem maar de leefwereld is het vertrekpunt voor beleid. Het is van belang dat de taken en bevoegdheden worden ingericht op basis van de hierboven aangehaalde principes, de aansluiting beleid en gebied, bestuursstijl die naar buiten is gericht, meer ruimte voor (andere vormen van) participatie en democratische legitimatie. Versterking van het mandaat is positief. Duidelijkheid over taken en bevoegdheden is – zeker voor de Amsterdammer – gewenst met focus op betere aansluiting tussen gebied en beleid.

Pleidooi voor een andere werkwijze: de SDC is nu te vaak sluitstuk (krijgt kant en klare nota’s voorgelegd tegelijk met bewoners), DB’ers horen van ambtenaren “wat men gaat doen”. In onze visie moeten stadsdelen (DB en commissie) richtinggevend kunnen acteren aan de voorkant. Formele taken en bevoegdheden staan een nieuwe werkwijze niet in de weg: enkel de gelaagdheid van de besluitvorming wordt omgekeerd zodat herkenbaar en gedragen beleid door het stadsdeelbestuur via de commissie aan de gemeenteraad en B&W wordt voorgelegd. Recht doen aan en concreet inzetten op diverse manieren waarop inwoners eerder, breder en sterker betrokken worden bij zaken die hun leefomgeving aangaan is kernopgave. De SDC Zuid stelt dat de stadsdelen bestuurs-, beheers- en ontwikkelingstaken in het stadsdeel moeten kunnen voorbereiden en uitvoeren om zo de eigen bewoners te bedienen en het vertrouwen in het (lokale) bestuur te verbeteren. Daarbij is zij voor versterking van de ondersteuning van de SDC op uniforme wijze, met de juiste inzet van ambtelijke capaciteit. 30

Stadsdeel Zuidoost De SDC geeft aan dat een duidelijke opsomming van taken en bevoegdheden het voor burgers makkelijker zal maken om te weten wie zij kunnen aanspreken. De SDC adviseert om een budgetadviesrecht in te stellen binnen het vrije gedeelte van de opdracht & taakstelling. Breng de SDC op de gebiedsagenda/gebiedsplannen meer in positie en baken af op welke onderdelen ook de SDC kan beslissen in de volgende domeinen: ruimtelijk domein, sociaal domein en participatie. Geef een grotere rol aan SDC om beter integrale sturing te kunnen geven bij de focusopgaven in gebieden/gebiedsagenda’s/gebiedsplannen. De voorbereidingsprocedure van bestemmingsplannen bij de stadsdelen wordt niet gezien als een zinnige toevoeging aan het stelsel. De SDC adviseert om de inspraak van burgers daar te houden op de plek waar de beslissingen genomen worden. Stadsdeel Oost Goed dat het college meegaat in de wens om SDC en DB de middelen te geven om de verantwoordelijkheden waar te maken. Zwaarwegend is dat duidelijkheid wordt gecreëerd aangaande bewegingsvrijheid van de stadsdelen en het nauwkeuriger uitwerken van de bevoegdheden. Zet zoveel mogelijk in op delegeren in plaats van mandateren zoals dat in het stelsel tussen 2014 en 2018 het geval was.

De bestedingsgrens van 5 miljoen die in het huidige bestuurlijk stelsel geldt moet worden heroverwogen, omdat dit niet meer past bij het huidige prijspeil. Bij projecten wordt steeds vaker gestuurd om werk-met-werk te maken en zaken op elkaar te laten aansluiten. Hierbij vormt de grens waarbij de verantwoordelijkheid verschuift van stadsdeel naar centrale stad sneller een barrière die efficiënte uitvoering in de weg zit. Met beschikking over eigen middelen kan een stevige bestuurslaag op stadsdeelniveau ontstaan, waar lokaal maatwerk geleverd kan worden. Dat komt transparantie en legitimatie ten goede. Tevens is de wens om, binnen bestaand beleid en coalitieakkoord, te werken aan een stadsdeelakkoord. Dit akkoord biedt handvatten voor zowel helder mandaat van het DB als tegenmacht/controle van de SDC. Stadsdeel West Maak sturing op de ambtelijke organisatie en budgetten onderdeel van de heldere opdracht en takenpakket lokaal bestuur: het college wil binnen de stedelijke kaderstelling de komende periode een heldere opdracht aan het lokaal bestuur nader uitwerken, met heldere verantwoordelijkheden en goede ambtelijke ondersteuning om die opdracht waar te kunnen maken en daartoe de benodigde taken en bevoegdheden helder af te bakenen. Het college noemt daarbij een aantal specifieke domeinen.

Het DB van West onderstreept het belang van heldere afspraken op de genoemde domeinen, waarbij onze aandacht in het bijzonder uitgaat naar de sociale basis, de VTH-keten en de afvalketen. Ook benadrukt het DB het belang van de mogelijkheid om te sturen op budgetten en om sturing te geven aan zowel de decentrale als centrale ambtelijke organisatie. Het mandateren van een stadsdeelbestuur tot het nemen van besluiten over en besteden van overgedragen budgetten voor onderdelen van portefeuilles, met name:  Openbare ruimte en groen: voor die delen die niet behoren tot de hoofdnetten en hoofdstructuren. *Daarbij wel een taak voor de leden van het DB als verlengd bestuur voor het opzetten en leiden van de participatieprocessen voor die hoofdnetten en hoofdstructuren.  Vergunningen, toezicht en handhaving.  Reiniging en afvalinzameling 31

Sociaal Domein: het lokale welzijnswerk (buurthuis-, jongerenwerk) voor zover zich dat richt op versterking van sociale cohesie en zelfredzaamheid bij de stadsdelen.  Ruimtelijke ordening: bestemmingsplannen tenzij een zwaarwegend stedelijk belang, een uitbreiding of een (bijzondere) inrichting in het geding is. Indien deze overdracht stuit op wettelijke bezwaren zijn de stadsdelen in ieder geval verantwoordelijk voor de voorbereiding en participatie. Voer een budgetadviesrecht in voor SDC’s binnen het gebiedsbudget zodat SDC’s zelf accenten kunnen aanbrengen. Stadsdeel Nieuw-West Het DB stelt voor om geen geen kaderstellende en controlerende positie bij de SDC te leggen en hen verantwoordelijk te maken voor taken waar zij niet verantwoordelijk voor kunnen zijn (conform landelijke wetgeving). Adviesrecht over bepaalde lokale budgetten past binnen het voorgestelde stadsdeelplus-model. Onderzocht moet worden of voor Db en SDC een lokale, directe verantwoordelijkheid voor lokale budgetten mogelijk is. De mogelijkheid om een vergaand advies uit te brengen over plannen die voor een stadsdeel van groot belang zijn, waaronder eventueel bestemmingsplannen, moet worden onderzocht en zo mogelijk bij de verantwoordelijkheden van de SDC worden ondergebracht.

Stadsdeel Noord Het Db geeft aan dat om maatwerk voor hun stadsdeel te kunnen leveren moeten stadsdeelbestuurders over voldoende financiële middelen en beleidsvrijheid kunnen beschikken. De SDC moet een eigen budget buiten de gebiedsplannen krijgen waar ze vrij over kan beschikken en die zij flexibel in kan zetten. De toegenomen bevoegdheden worden niet expliciet genoeg benoemd en dienen nader te worden ingevuld, voordat SDC’s hierover een inhoudelijk advies kunnen uitbrengen. Stadsdeel Centrum Het is positief dat het college de mogelijkheid om op stadsdeelniveau financiële verschuivingen te kunnen doorvoeren gaat uitwerken. De mogelijkheden om met middelen te schuiven kan ook de discussie op lokaal niveau tussen SDC en DB ten goede komen. Het DB heeft geen bezwaar tegen het opnieuw tegen het licht houden van de gemandateerde bevoegdheden maar heeft ook met de huidige mandaten prima kunnen werken. Een goede samenwerking met duidelijke afspraken over rollen – zoals bij een groot project als het Universiteitskwartier – is belangrijker dan de soms gecompliceerde vraag wie precies waar over gaat. Een bevoegdhedenlijst hoeft geen scherprechter te zijn om wel of niet samenwerking met het college te zoeken.

De SDC zou de volgende criteria voor de uitwerking van de precieze bevoegdheden willen meegeven: - De taken en bevoegdheden van DB en SDC moeten worden uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie. - Wat op stadsdeelniveau kan, moet op stadsdeelniveau. - Beschrijving van de taken moet duidelijk zijn. - Er moet een directe relatie zijn tussen bevoegdheid en participatie. - De ambtelijke organisatie moet deze bevoegdheidsverdeling kunnen ondersteunen. - De financiële structuur moet adequaat aangepast worden -

32

Het DB moet zich verantwoorden tegenover de SDC. Welke taken en bevoegdheden de SDC hierbij precies krijgt, moet leidend zijn voor de juridische vorm. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het is duidelijk dat op het gebied van taken en bevoegdheden een opgave ligt. Zie voor de reactie van het college de tekst in hoofdstuk 3 van deze reactienota. De nadere uitwerking van de precieze taakverdeling tussen college en stadsdeelbesturen is inmiddels gestart en zal de komende maanden nader worden uitgewerkt met stadsdeelbestuurders. De input van DB’s en SDC’s zal daarbij worden meegenomen. Het college is blij met het brede scala aan suggesties om te komen tot een betere taakverdeling tussen college en stadsdeelbesturen. Daarbij is een belangrijk uitgangspunt – zoals ook in de adviezen genoemd – dat bewoners ‘eerder, breder en sterker betrokken worden bij zaken die hun leefomgeving aangaan’. In de adviezen van SDC’s en DB’s komt naar voren dat ook sturing op de ambtelijke organisatie en budgetten onderdeel moeten zijn van de opdracht en het takenpakket van het lokaal bestuur. Zoals eerder aangegeven ziet het college dit als onlosmakelijk onderdeel van de opdracht om taken en bevoegdheden beter uit te werken. Wil een stadsdeelbestuur daadwerkelijk kunnen sturen, dan zal het ook de instrumenten moeten hebben om dat te kunnen doen.

Hiermee kan het mandaat voor het stadsdeelbestuur worden versterkt. Dat betekent –naast een goed afgewogen en op het stadsdeelniveau toegesneden takenpakket – dat ook budget beschikbaar moet zijn om lokaal maatwerk te kunnen leveren en dat ook de ambtelijke organisatie toegerust zal moeten worden op optimale ondersteuning van zowel lokaal als stedelijk bestuur. Uit de adviezen komt ook de tweeledige functie van het stadsdeelbestuur naar voren. Het college onderstreept dit graag:DB en SDC kennen de lokale situatie en zoeken samen met alle betrokkenen in het stadsdeel naar maatwerk voor de buurt. Dit werkt twee kanten uit: van beleid naar uitvoering, maar ook van uitvoering naar nieuw beleid. In het eerste geval voert het lokale bestuur in een stadsdeel het door de raad vastgestelde beleid uit, met aandacht voor de specifieke lokale omstandigheden. Het moet beschikken over de mogelijkheid om maatwerk toe te passen, daar waar de specifieke lokale omstandigheden daarom vragen. In het tweede geval voedt het lokaal bestuur het college met wat er lokaal speelt en wat de belangrijke opgaven en vraagstukken zijn in een gebied. Vanuit een integrale blik, samen met bewoners en ondernemers en verdere lokale partners. Een signalerende en agenderende rol die het college aanleiding kan geven tot nieuwe, hernieuwde of nadere besluitvorming.

Tot slot erkent het college – zoals in meerdere adviezen aangestipt – het belang van een goede samenwerking. In feite is dat de basis van alles. Het bestuurlijk akkoord waarvoor in deze bestuursperiode de basis is gelegd zal daarom zoals voorgesteld ook worden meegenomen in de verdere uitwerking van de definitieve hoofdlijnen.

5.5 Verkiezingen Stadsdeel Zuid Het DB en de SDC in Amsterdam Zuid is in meerderheid voorstander van het voornemen om actief/passief stemrecht in te stellen voor 16-jarigen en voor iedereen die 2 jaar in Nederland 33

woonachtig is. De ervaringen daarmee in andere steden in België en Nederland zijn positief en het vergroot de betrokkenheid bij de lokale overheid. Stadsdeel Zuidoost Inwoners van Zuidoost hebben het minst vertrouwen in de politiek en overheid. De SDC blijft daarom wijzen op belang van het verhogen van de opkomst tijdens verkiezingen, bijvoorbeeld door plaatsen extra stembureaus. Staatscommissie Parlementair Stelsel Remkes heeft eerder al aangeraden om meer stembureaus te plaatsen en ook om early voting toe te staan. Stadsdeel Oost Eens met kiezen SDC op stadsdeelniveau en niet meer op gebiedsniveau, evenals keuze voor lijstenstelsel. Ook eens met verruiming van het actief en passief kiesrecht, met als aandachtspunt dat, indien het DB gekozen wordt uit leden van de SDC, er aandacht moet zijn voor de handelingsbekwaamheid aangezien dit zou kunnen betekenen dat een DB-lid onder de 18 is. Verder wil het DB de eis van 2 jaar woonachtig zijn in Nederland voor non-EU aanpassen naar 2 jaar onafgebroken woonachtig in Amsterdam alvorens gebruik te kunnen maken van het passief en actief kiesrecht. Stadsdeel Nieuw-West Om juist de gebiedsgerichte aanpak te borgen en versterken zou het in de ogen van de SDC goed zijn als er ook een verkiezing blijft op gebiedsniveau en niet zoals nu wordt voorgesteld op stadsdeelniveau.

Daarbij zou je kunnen denken aan aantal leden gekozen op basis van stadsdeellijsten en een aantal per gebied. Daarbij zou het goed zijn om de verdeling net iets hoger uit te laten vallen op stadsdeelniveau. Verder zou het goed zijn om op een oneven aantal leden uit te kunnen komen, dan kunnen de stemmen niet meer staken bij gelijke uitslag. De precieze invulling van de aantallen worden opengelaten. Stadsdeel Noord Een van de politieke partijen in Noord geeft aan om een personenstelsel ipv een lijstenstelsel te kiezen. Dezelfde politieke partijen zitten nu in SDC’s en raad. Stadsdeel Centrum De SDC Centrum kiest in meerderheid voor een oneven aantal leden. Bij voorkeur negen of elf. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college constateert dat stadsdelen overwegend positief zijn ten aanzien van de uitbreiding het actief en passief kiesrecht, de kiesgerechtigde non-EU ingezetene en met verkiezingen op basis van het lijstenstelsel. Daarbij geeft Nieuw West aan voorstander te zijn van verkiezingen op gebiedsniveau in plaats van stadsdeelniveau. Het college merkt daarbij op dat met verkiezingen op stadsdeelniveau een sterker bestuur voor de SDC wordt gewaarborgd voor bewoners uit het gehele stadsdeel.

Vanuit enkele SDC’s is ook gepleit voor verkiezingen op stadsdeelniveau, daar zich in de vorige periode soms problemen voordeden met de lijstopvolging bij vertrek (te korte lijsten in een gebied)en ingewerkte commissieleden die binnen het stadsdeel verhuisden de commissie moesten verlaten. De suggestie van een oneven aantal leden voor de SDC vindt het college een goede. Dit zal meegenomen worden in de definitieve hoofdlijnen.

34

Ten aanzien van het personenstelsel merkt het college op dat dit model landelijk niet meer wordt toegepast en problemen met zich mee kan brengen als het gaat om de opvolging van een gekozen persoon bij terugtreding.

5.6 Loting Stadsdeel Zuid Vanuit SDC Zuid wordt aangegeven dat vermenging van gekozen en gelote burgers ingewikkelde verhouding oplevert en impliceert dat de SDC een vorm van participatie is in plaats van een effectief politiek orgaan op stadsdeelniveau. De ervaringen in andere steden zoals Rotterdam zijn niet positief. Volgens de SDC Zuid draagt verwarring tussen representatie en participatie niet bij aan de door B&W nagestreefde duidelijkheid. Noch aan de versterking van de democratische legitimatie. Stadsdeel Zuid Oost De SDC stelt dat het een ingewikkeld experiment is in een stelsel dat al gemankeerd en kwetsbaar is. Hoe verhouden de gekozen en gelote leden zich tot elkaar? Is de inbreng van een gekozen lid ‘waardevoller’ dan die van een geloot lid? Krijgen we met gelote leden geen ‘spek- en bonenleden’? De SDC adviseert om af te zien van gelote leden. Stadsdeel Oost Het DB en de SDC waarderen het idee van loting, maar voorziet ook nadelen door de vorm van roulatie binnen de SDC. Essentiële zaken zoals dossierkennis, kennis van de bestuurlijke besluitvorming, binding en herkenbaarheid als SDC-lid zijn nodig voor het goed laten functioneren van de SDC en daarmee ook het DB. Stadsdeel West Het DB heeft twijfels of de aard van het werk van de SDC zich leent voor tijdelijk gelote leden en of loting bijdraagt aan een sterkere representatieve democratie.

Bovendien wordt het te kwetsbaar geacht om parallel aan een nieuw stelsel aan de slag te gaan met gelote SDC-leden. Voorgesteld wordt om eerst de nieuwe taak- en rolinvulling van de SDC’s in de praktijk te brengen en te bouwen aan een sterke basis. Laat het vervolgens aan de stadsdelen om een vorm te kiezen om de betrokkenheid van bewoners bij de SDC te vergroten, die aansluit bij de lokale situatie. De suggestie van toevoegen van tijdelijke gelote leden aan de SDC wordt ook door de SDC afgewezen. Hierdoor ontstaan een verwarrende mix van participatieve en representatieve democratie. Stadsdeel Nieuw West Het stadsdeelbestuur is gecharmeerd van het versterken van de SDC met ingelote burgers die periodiek van samenstelling wisselen. Het slimmer en beter gebruikmaken van online middelen voor burgerbetrokkenheid kan ook op onze instemming rekenen. Participatie kan niet in plaats van representatie, daarom voorziet de SDC problemen met het loten van SDC-leden. Geadviseerd wordt om voor het aanstellen van SDC-leden niet tot loting over te gaan. De SDC moet alleen bestaan uit gekozen leden.

35

Stadsdeel Noord De SDC vindt gelote burgers voor de SDC is onwenselijk in verband met continuïteit. Stadsdeel Centrum Het DB geeft aan dat het goed is de werking van de democratie tegen het licht te houden en te kijken naar mogelijke aanvulling of versterking met participatieve elementen. Loting kan een verfrissend nieuw middel zijn. Zij hebben geen uitgesproken standpunt over toevoeging van gelote leden aan de SDC en zijn vooral benieuwd naar het nadere onderzoek door het college en ervaringen in andere steden. De SDC vindt loting van leden van de SDC geen goed idee. De SDC vergt behoorlijk wat inzet qua tijdsbesteding per week. Het zou wel heel toevallig zijn als een geloot persoon hier zin in heeft. Bij een combinatie van gelote en verkozen leden bestaat het risico dat zich een tweedeling in de commissie voordoet, tussen gekozen en gelote leden, dit vanwege verschil in o.a. ervaring, netwerk, gewenste tijdsbesteding. Wel kan loting als instrument om burgers te betrekken in de besluitvorming nuttig zijn in hele praktische situaties. Het kan een mooie aanvulling zijn op lokaal niveau en voor concrete zaken. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Over de mogelijkheid om gelote leden te benoemen in de stadsdeelcommissie wordt pas op een later moment een besluit genomen, zoals ook aangegeven in de bestuurlijke reactie in hoofdstuk 4 bij dit punt.

Het college wil op basis van de ervaringen met de stadsdeelpanels en de uitkomsten van de evaluatie hiervan bepalen of gelote leden in de SDC’s mogelijk en wenselijk is. De opmerkingen van DB- en SDC-leden zullen in de evaluatie worden meegenomen.

5.7 Stadsdeelpanel Stadsdeel Zuid Het DB ziet met belangstelling het experiment met stadsdeelpanels tegemoet. In plaats van een structureel instrument (panel) of groep (gelote leden) bepleiten we flexibele inzet van vorm en middelen. De SDC daarentegen bepleit in plaats van een structureel instrument (panel) of groep (gelote leden) flexibele inzet van vorm en middelen. Stadsdeel Oost Om deelname aan een stadsdeelpanel laagdrempelig te maken wordt voorgesteld om flexibele panels bewoners in te loten. Bij de invulling van de stadspanels wil de commissie een gebiedsgerichte aanpak overwegen, mogelijk afgewisseld met thematische (specifieke doelgroepen, panels over lokale thema’s in een gebied of wijk). Zo kan de focus op gebieden, die in Oost goed werkt, voortgezet worden. Het verschil tussen participatie en representatie moet gehandhaafd én scherp blijven. We onderschrijven dat er een verbreding buiten de normale kring aansluiting moet krijgen, maar zien meer in een vorm van fractieondersteuning. Stadsdeel West Een geloot stadsdeelpanel dat de SDC vier keer per jaar adviseert over specifieke onderwerpen die voor het stadsdeel van belang zijn, ziet het DB mogelijk als een goede aanvulling op het stelsel en wachten de resultaten van de pilot met belangstelling af.

SDC onderschrijft een vorm van klankbord vanuit burgers maar wijst een panel af en wil het terugbrengen tot een inspanningsverplichting om een vorm van klankbord te organiseren en 36

stellen voor de vorm vrij te laten. Daarbij kan een combinatie ontwikkeld worden van online en offline raadplegen van stadsdeelbewoners en ondernemers. Stadsdeel Nieuw-West Loting om op gebiedsniveau bewonerspanels is volgens de SDC een positieve ontwikkeling. Je zou naast de reguliere SDC-vergaderingen dan 1 keer per maand een gebiedsoverleg kunnen hebben met SDC-leden en de gelote leden van het panel. Loting zorgt voor het betrekken van andere bewoners. Stadsdeel Noord Zorg ervoor dat experimenten zoals een panel actief begeleid en gemonitord worden, zodat snel en eenvoudig kan worden bijgestuurd als de praktijk daarom vraagt. Stadsdeel Centrum Om betrokkenheid van bewoners te bevorderen ziet de SDC geen toegevoegde waarde in een nieuw in te stellen stadsdeelpanel. Zij voorziet dat dit alleen een extra club wordt en betwijfelt of deze tot andere inzichten komt dan de SDC, die ook geheel uit bewoners van het stadsdeel bestaat. Het DB staat positief tegenover het idee om een panel gelote bewoners in te stellen dat de commissie vier keer per jaar kan adviseren. Wel daarbij wederom de opmerking dat het bij zo’n nieuwe groep duidelijk moet zijn aan wie ze adviseren en dat de commissie ook de slagkracht heeft aan zo’n advies gevolg te geven.

Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Zoals aangegeven zak het college gaan experimenteren met stadsdeelpanels en dit evalueren. De punten die zijn aangedragen vanuit DB’s en SDC’s zullen hierin meegenomen worden.

5.8 Participatie Stadsdeel Zuid Het DB vraagt bij het vormgeven van een duidelijk participatiebeleid aandacht voor het meenemen van de daarbij geleerde lessen uit doorlopen participatietrajecten. De Amsterdammer moet weten waar hij aan toe is. De SDC pleit voor een budget dat de commissie kan gebruiken voor versterking en verbreding van vernieuwende flexibele participatie. Stadsdeel Oost Op het gebied van het versterken van participatie adviseert het DB positief over de voorgestelde lijn. Ook de nieuwe referendumverordening wordt door het DB gesteund en het DB zou binnen deze nieuwe referendumverordening ook graag mogelijkheden zien in de uitvoering op stadsdeelniveau. Daarnaast ziet het DB graag een grotere rol voor buurt- en bewonersverenigingen bij participatie. Stadsdeel Centrum Participatie is essentieel. In de hoofdlijnen staat dat gekeken wordt of de rol van het stadsdeel bij participatie groter kan worden, zeker bij onderwerpen die de leefwereld van inwoners in het stadsdeel raken. Het orgaan dat inhoudelijk verantwoordelijk is moet ook primair verantwoordelijk zijn voor de participatie. Het DB ziet participatie nadrukkelijk als onderdeel van een proces. Voor 37

die processen waar het DB verantwoordelijk voor is neemt zij graag ook de verantwoordelijkheid voor een uitgebreid participatietraject. Helderheid voor bewoners zou te allen tijde het uitgangspunt moeten zijn. Om participatie van bewoners te stimuleren lijkt het de SDC goed om meer gewicht te geven aan bewonersorganisaties, sleutelfiguren uit de wijken en individuele bewoners, een netwerk in de buurten dat meestal al bestaat. Dit kan bijvoorbeeld door: - In procedures standaard het opnemen van stem van buurtbewoners bij plannen die hun buurt betreffen, zoals bijvoorbeeld middels een Bewoners Effect Rapportage; - Echt werk te maken van de cultuur in de gemeente, die nogal verkokerd is, waarin niet goed wordt gecommuniceerd en waarbij bewoners niet centraal staan; - Door de inspraakmogelijkheden bij vergaderingen van SDC’s, raadscommissies en de gemeenteraad te verbeteren. Ook hier valt en staat de inspraakmogelijkheid door een heldere uitwerking van de taken en bevoegdheden van de SDC, zodat het voor bewoners duidelijk is wanneer zij bij de SDC of juist bij de gemeenteraad moeten inspreken Bestuurlijke reactie college BenW Het versterken van de rol van stadsdeelbesturen en SDC’s bij participatie en wat daarvoor nodig is wordt meegenomen in het traject over het verhelderen van taken en bevoegdheden

5.9 Cultuur Stadsdeel Zuid Bestuurscultuur met goede samenwerking tussen college en dagelijks besturen is belangrijke voorwaarde om het bestuurlijk stelsel succesvol te doen zijn. De afgelopen periode is de onderlinge samenwerking en het rechtstreekse contact verbeterd. Om onze slagkracht verder te vergroten ziet het DB graag het naleven van afspraken uit het Bestuursakkoord 2018-2022 en de geactualiseerde bestuursopdracht Gebiedsgericht Werken zoals het nemen van bestuurlijk lef en risico’s, het delen van macht aan de kant van het college en directies en eigenaarschap aan de kant van de stadsdelen (inclusief budget). Ook het tijdig betrekken van het DB bij de plan- en besluitvorming is hierbij cruciaal. De SDC adviseert uit te werken wat de uitgangspunten van het bestuurlijk stelsel betekenen voor de bestuurlijke en ambtelijke rollen en een dialoog te starten. Wat betekent het streven naar toegankelijkheid, begrijpbaarheid, integraliteit, inwonersgerichtheid, democratisering, verbreding participatie voor de organisatie van professionals (van bestuurder tot ambtenaar) die de bedoeling van het systeem met elkaar moeten waarmaken. Stadsdeel Oost Het stadsdeel onderschrijft de bevindingen op het gebied van cultuur, zowel bestuurlijk als ambtelijk.

Een heldere structuur, maar ook houding en gedrag, gedeeld eigenaarschap voor het stelsel en duidelijke opdrachten dragen bij aan het goed functioneren van het bestuurlijk stelsel. De keuzes in de bestuurlijke structuur en werkwijze werken door in de ambtelijke organisatie. Om aan de lokale opgaven te kunnen voldoen moeten de stadsdeelbesturen zonder omwegen een beroep kunnen doen op de capaciteit en expertise van de directies. Het gebiedsgericht werken heeft meer voet aan de grond gekregen. Echter is de inzet van zowel ambtelijke als financiële middelen inherent aan politieke keuzes en niet slechts een overweging op basis van cijfers.

38

Stadsdeel West Benadrukt dat de doorvertaling van de voorstellen naar de praktijk en de samenwerkingscultuur uiteindelijk van doorslaggevend belang zijn voor het functioneren van het bestuurlijk stelsel. Het stadsdeel stelt het college voor om een code te ontwikkelen die de goede bestuurlijke samenwerking tussen het stadsbestuur en de stadsdeelbesturen kan borgen. Bestuurlijke reactie college BenW: De suggestie voor een code voor goed bestuur is begrijpelijk. In de huidige periode is een bestuursakkoord gesloten tussen stadsdeelbestuurders en college. Hoewel het college dat bestuursakkoord nog altijd onderschrijft, is ook uit de evaluatie gebleken dat het akkoord – ondanks de goede wijze van samenwerking – in de praktijk nog onvoldoende tot zijn recht komt. Het college stelt zich in eerste instantie ten doel de verdeling van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en de wijze waarop de ambtelijke organisatie daarin ondersteunend is dermate te verbeteren dat geen afzonderlijke akkoorden meer nodig zijn. Zie voorts ook de bestuurlijke reactie in hoofdstuk 3 bij dit onderdeel.

5.10 Toegankelijkheid dienstverlening en informatie (inclusief gebiedsgericht werken en inrichting bewonersloket) Stadsdeel Zuid De SDC heeft de afgelopen periode duidelijke meerwaarde gezien in het werken in gebieden. Eén van de maandelijkse vergaderingen vindt in de gebieden plaats, waar bewoners laagdrempelig kunnen aanschuiven en er ruimte is voor een meer informeel gesprek in plaats van een politieke vergadering. Dat kwam de samenwerking tussen partijen ten goede. Uiteraard is constructieve samenwerking zoals ook bepleit in het evaluatierapport zeer van belang. Echter dit is vooral een kwestie van menselijke inzet ofwel van de samenwerkingscultuur. Uiteraard kan en moet de structuur de cultuur faciliteren maar als blijkt dat de structuur ertoe leidt dat stedelijke trajecten en projecten op afstand staan van bewoners en SDC’s, is er reden om anders naar de opgave te kijken, het werk anders in te richten. Het DB ervaart in de praktijk te vaak beperkte of geen sturingsmogelijkheden op dossiers waarvoor de stadsdelen bestuurlijke verantwoording dragen door de recente centralisatie van veel gemeentelijke diensten. Deze blijkt tevens de doorontwikkeling van het gebiedsgericht werken te belemmeren. Verbeteringen in de organisatiestructuur en de procesvoering is hier naar onze mening op zijn plaats. Hierbij vragen wij ook aandacht voor de ambtelijke capaciteit in de stadsdelen.

Stadsdeel Centrum De SDC Centrum is verheugd over het instellen van een bewonersloket. De SDC adviseert hier om het doel van het loket zo duidelijk mogelijk te omschrijven, zodat bewoners weten voor welke zaken zij daar terecht kunnen. Het moet in ieder geval een plek zijn waar bewoners geholpen kunnen worden bij nagenoeg elk contact met de gemeente, zeker met zaken als subsidieaanvragen, met initiatieven, met informatie- en participatievragen van bewoners over hun eigen stad en buurt, één punt dat ze kan helpen als ze bij verschillende gemeentelijke diensten en ambtenaren moeten zijn. Het verschil met de gebiedsmakelaars is dat het bewonersloket niet betrokken is bij beleidsvorming en beleidsuitvoering maar vooral faciliterend en informerend is voor bewoners 39

Stadsdeel Zuidoost Het is onvoldoende duidelijk dat gebiedsgericht werken onder het gezag plaatsvindt van het DB als bestuurscommissie. De SDC adviseert daarbij om concreet af te bakenen op welk gebied de SDC kan beslissen binnen het gebiedsgericht werken, inclusief het budgetadviesrecht hierover. Stadsdeel West Het college stelt o.a. voor om nieuwe praktijken voor gebiedsgericht werken te ontwikkelen door een aantal opgaven zoals de drie bestaande masterplannen (Zuidoost, Nieuw-West en Centrum) onder de loep te nemen. Het DB stelt voor om daarbij ook te kijken naar wat er nodig is voor de aansturing van integrale gebiedsopgaven in buurten zoals de Kolenkit Noord in West, de Dapperbuurt in Oost en de Diamantbuurt en de Marathonbuurt in Zuid (integrale opgave en sturing ook buiten masterplannen bezien). Het DB kan zich voorstellen dat er gelijksoortige lessen te trekken zijn uit de masterplan-aanpakken en de aanpak van overige integrale gebiedsopgaven, maar ook dat er specifieke aandachtspunten naar voren zullen komen. Bijvoorbeeld ten aanzien van verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden, plan- en besluitvormingsprocessen en incidentele en structurele inzet van directies. Daarbij wordt meer aandacht voor de inbreng van bewoners en SDC leden bij de formulering en invulling van gebiedsgericht werken en lokale opgaven, gevraagd.

Stedelijke diensten moeten beter gaan samenwerken met de DB’s en op de DB’s rust de dan de taak hierover goed met de SDC’s te communiceren. Ambtelijke ondersteuning is vooral centraal geregeld in de Hoofdlijnennotitie. SDC en bestuurders die gezamenlijk het lokaal bestuur vormen, zullen over een eigen ambtenarenapparaat moeten kunnen beschikken, dat in eerste instantie verantwoording aflegt op stadsdeelniveau. Anders krijgen we bestuurders en leden van SDC’s bevoegdheden, maar geen mogelijkheden daar iets mee te doen. De overdracht van bevoegdheden en mandaten, inclusief die van het gebiedsgerichte werken, impliceert ook overdracht van expertise op die onderdelen. Zodat een eigen integraal functionerend, multidisciplinair ambtelijk team gevormd kan worden, dat deels aangehaakt blijft bij de centrale diensten en directies Stadsdeel Nieuw- West Gebiedsgericht werken dient volgens de SDC in een samenwerkingsmodel met de SDC’s als structurele partners te worden gegoten. Het is onvoldoende duidelijk dat gebiedsgericht werken onder het gezag plaatsvindt van de SDC’s. Dit moet nader worden geëxpliciteerd. Verder adviseren we om de gebiedsagenda’s op te stellen in 2023 en niet in 2022. Dan hebben gekozen volksvertegenwoordigers 1 jaar meer ervaring en dit leidt tot een hogere kwaliteit aan adviezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10412232/1