CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-134C Reactienota Inspraak

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de verbetering van het bestuurlijk stelsel 2022 conform de Hoofdlijnennotitie VN2021-01583018.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Reactienota Uitkomsten inspraak en participatie bij de voorgenomen hoofdlijnen Bestuurlijk Stelsel vanaf 2022

Inhoud 1 Toelichting inspraak- en participatieperiode .............................................................. 3 2 Leeswijzer .............................................................................................................. 5 3 Samenvatting en uitkomsten voor de definitieve hoofdlijnen BS 2022.......................... 6 4 Reacties bewoners uit de inspraak en participatie....................................................... 9 4.1 Algemeen ................................................................................................................................. 9 4.2 Rol en positie dagelijks bestuur (DB)........................................................................................

11 4.3 Rol en positie stadsdeelcommissie (SDC) .................................................................................12 4.4 Taken en bevoegdheden .........................................................................................................14 4.5 Verkiezingen............................................................................................................................16 4.6 Loting ......................................................................................................................................16 4.7 Stadsdeelpanel ........................................................................................................................ 17 4.8 Participatie ..............................................................................................................................18 4.9 Cultuur ................................................................................................................................... 20 4.10 Toegankelijkheid dienstverlening en informatie (inclusief gebiedsgericht werken en inrichting bewonersloket) ........................................................................................................................21 5 Reacties dagelijks besturen en stadsdeelcommissies (SDC’s) .....................................

24 5.1 Algemeen ............................................................................................................................... 24 5.2 Rol en positie dagelijks bestuur (DB) ....................................................................................... 25 5.3 Rol en positie stadsdeelcommissies (SDC’s) ............................................................................. 27 5.4 Taken en bevoegdheden .........................................................................................................30 5.5 Verkiezingen ............................................................................................................................ 33 5.6 Loting ...................................................................................................................................... 35 5.7 Stadsdeelpanel ....................................................................................................................... 36 5.8 Participatie .............................................................................................................................. 37 1

5.9 Cultuur ....................................................................................................................................38 5.10 Toegankelijkheid dienstverlening en informatie (inclusief gebiedsgerichtwerken en inrichting bewonersloket) ....................................................................................................................... 39

6 Bijlagen ................................................................................................................ 41

2

1 Toelichting inspraak- en participatieperiode

Het college heeft op 7 april 2021 de notitie Voorgenomen hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 aan de gemeenteraad van Amsterdam aangeboden. Dit voorstel volgde op de in 2019 afgeronde evaluatie van het huidige bestuurlijk stelsel, met als voorname constatering de breed gedragen wens tot verbetering. Met het voorstel wil het college het lokale bestuur versterken, met meer toegang en zeggenschap voor de burgers. Activiteiten in kader inspraak en participatie Amsterdammers is gevraagd om mee te denken en te reageren op de voorstellen. De inspraak is op 8 april gestart en aangekondigd via een persbericht en een advertentie in Het Parool. Het bericht is natuurlijk ook gedeeld via de website van de gemeente en verspreid via de nieuwsbrief van Amsterdam.nl. De documenten zijn ter inzage gelegd bij de stadsdeelloketten en online geplaatst op: - www.amsterdam.nl/bestuurlijkstelsel - https://bekendmakingen.amsterdam.nl/bekendmakingen/publicatie/inspraak/2021/bestu urlijk-stelsel/ Tot 20 mei 2021 hebben bewoners de gelegenheid gehad om zich via reguliere inspraakmogelijkheden en tijdens verschillende participatieactiviteiten te uiten over de voorgenomen veranderingen voor het bestuurlijk stelsel, met als hoofdpunten:        

Een steviger mandaat voor stadsdeelbestuurders Onderzoek naar deels gelote stadsdeelcommissies Instellen van gelote stadspanels Minder afstand tussen stadsdeel en kiezer Meer contact tussen stadsdeelcommissie en de gemeenteraad Meer invloed en ruimte voor Amsterdammers om te participeren De leeftijd voor actief en passief stemrecht stadsdeelcommissie naar 16 jaar Amsterdammers van buiten de EU met een geldige verblijfsvergunning krijgen, nadat zij 2 jaar in Nederland wonen, actief en passief kiesrecht voor de stadsdeelcommissies

Naast de reguliere inspraakmogelijkheid zijn alle Amsterdammers uitgenodigd om deel te nemen aan stadsdeelgesprekken en een online enquête. Een groot deel van de indieners van de reguliere inspraakreactie heeft ook hieraan deelgenomen. De participatie over de voorstellen van het college voor het bestuurlijk stelsel bestond uit een enquête, twee stadsdeelgesprekken en twee stadsgesprekken. De hoofdvragen die hierbij voorlagen waren:  Hoe ervaart u de toegankelijkheid en die dienstverlening van de gemeente op dit moment?  Wat vindt u van de verbetervoorstellen van het college en welke aanvullingen of alternatieve ideeën heeft u zelf? Overzicht van reacties Er zijn op de voorgenomen hoofdlijnen, zoals die door het college op 8 april voor inspraak is aangeboden, 22 reguliere inspraakreacties binnengekomen waarvan 19 van bewoners, 1 3

buurtorganisatie, 1 vereniging en 1 reactie van het afdelingsbestuur van een lokale politieke partij in Noord. De enquête is door 500 Amsterdammers volledig ingevuld. Hiernaast vulden 300 Amsterdammers de enquête gedeeltelijk in. Er namen ongeveer 50 geïnteresseerden deel aan de stadsdeelgesprekken en 100 aan de stadsgesprekken. De inbreng uit de inspraak en participatie varieert tussen suggesties, wensen, analyses, ideeën en kritiek. Met de reacties worden aanbevelingen gedaan voor de versterking van de positie van het lokaal bestuur in de stadsdelen en wordt ingegaan op de voorgestelde veranderingen. Er zijn ook zorgen en overwegingen door bewoners meegegeven zoals de aanpak van de pandemie en het test- en vaccinatiebeleid, waarvoor bestuurlijke aandacht wordt gevraagd. Als het gaat over verkeersveiligheid en de rondvaartboten wordt er door een buurtorganisatie onvrede geuit over het verloop van het traject en de omgang met bewoners. Deze reacties zijn geen onderdeel van deze reactienota die zich richt zich op het voorstel voor versterking van het bestuurlijk stelsel vanaf 2022. Alle Dagelijks Besturen (DB’s) en stadsdeelcommissies (SDC’s) hebben gereageerd: Het DB Zuidoost volstaat met de opmerking dat ze het met de concept hoofdlijnen eens zijn zoals nu opgesteld. In het stadsdeel Oost hebben het DB en de SDC een gezamenlijk advies opgesteld.

In de overige stadsdelen hebben DB en SDC afzonderlijk gereageerd.

Afronding van het participatieproces: slotpeiling Tijdens de inspraak en het participatieproces tot nu toe zijn door Amsterdammers aanvullende ideeën ingebracht, waarover het college zich in dit document ook uitspreekt. Het college hecht ook ten aanzien van deze ideeën aan de mening van andere Amsterdammers, voor wie de ideeën nu nog nieuw zijn. Vandaar dat de participatie voor dit traject nu parallel aan de politieke besluitvorming doorloopt. Van 2 juni tot en met 12 juni kunnen Amsterdammers in een Slotpeiling reageren op de nieuwe voorstellen uit het participatietraject. Ze worden aangeboden in de vorm van stadsamendementen en stadsmoties, die als zodanig door de fracties in de gemeenteraad gebruikt kunnen worden bij de bespreking van het collegevoorstel in de raadscommissie op 23 juni a.s. Dank! Het college is erkentelijk voor alle input die tot dusver door bewoners in deze trajecten is geleverd. Met het inspraak en participatieproces is een groep betrokken en vaak actieve Amsterdammers bereikt, die op verschillende wijze ervaring hebben met de manier waarop de overheid en het politiek bestuur zijn georganiseerd. Er is een podium geboden om inhoudelijke kritiek, wensen en ideeën ten aanzien van het functioneren en verbeteren van bestuurlijk stelsel belicht te krijgen.

Het was mooi geweest als er veel meer reacties binnen waren gekomen, maar het college is te spreken over de kwaliteit van de input en inzet van diegenen die wel hebben meegedacht.

4

2 Leeswijzer

In deze reactienota zijn de verschillende inspraakreacties en de aanbevelingen en adviezen uit het participatietraject ten aanzien van het bestuurlijk stelsel weergegeven, en geeft het college van burgemeester en wethouders weer of en hoe zij de reacties en adviezen heeft verwerkt in de definitieve hoofdlijnen. Mede aan de hand van de ontvangen reacties zijn de volgende thema’s uitgewerkt. De thema’s voor de slotpeiling sluiten hier ook weer op aan: 1. Algemeen 2. Rol en positie dagelijks bestuur (DB) 3. Rol en positie stadsdeelcommissie (SDC) 4. Taken en bevoegdheden 5. Verkiezingen 6. Loting 7. Stadsdeelpanel 8. Participatie 9. Cultuur 10. Toegankelijkheid dienstverlening en informatie (incl. gebiedsgericht werken en inrichting bewonersloket) In hoofdstuk 3 wordt een beknopte samenvatting gegeven van de uitkomsten van de participatie en inspraak zoals deze meegenomen worden in het definitieve hoofdlijnenbesluit en de verdere uitwerking daarvan. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de hoofdlijnen van de uitkomsten uit de reguliere inspraak en de opbrengst van de twee stadsdeelgesprekken, de online enquête en twee verdiepende online stadsgesprekken op hoofdlijnen, en de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders daarbij.

Bijgevoegd aan dit document zijn de verslagen van de verschillende bijeenkomsten en een overzicht van de uitkomsten van de enquête (bijlage a t/m e). De brieven en ingezonden inspraakformulieren zijn omwille van de privacy niet bijgevoegd. Hoofdstuk 5 van de reactie nota gaat nader in op de adviezen vanuit het dagelijks bestuur (hierna te noemen DB) van de stadsdelen en de stadsdeelcommissie (hierna te noemen SDC’s). Dit betreft de hoofdlijnen welke zijn voorzien van een bestuurlijke reactie en aanvullend op de bestuurlijke reactie in hoofdstuk 4. In de bijlagen f t/m r zijn alle binnengekomen brieven opgenomen. Deze reactienota wordt met het definitieve hoofdlijnenbesluit naar de gemeenteraad gestuurd. Daarna volgt in de behandeling daarvan in de raadscommissie KDD van 23 juni 2021 en de gemeenteraad van 7 juli. Na de vaststelling van de definitieve hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 zal hier uitwerking aan gegeven worden in de verordening op het lokaal bestuur voor Amsterdam. Na vaststelling van de verordening door de gemeenteraad kan het nieuwe stelsel vanaf de verkiezingen in maart 2022 van start.

5

3 Samenvatting en uitkomsten voor de definitieve hoofdlijnen BS 2022

Met de reactie van bewoners en uit de stadsdelen wordt de uitwerking van het stadsdeelplusmodel onderschreven. Er worden suggesties gedaan om de voorstellen aan te scherpen, de samenwerking tussen de raad, het college, het DB en de SDC te bevorderen en het belang van ruimte voor lokaal maatwerk en gebiedsgerichte aanpak te benadrukken (zie bijlage f t/m r) bij deze reactienota).Vanuit de stadsdelen komen verschillende varianten voor de invulling van het stadsdeelplus-model naar voren en ondanks de wens tot stadsdeelraden en variant C die daar binnen de wettelijke kaders dan het meest op aansluit, is er bestuurlijk voorkeur voor variant B met twee bestuurscommissies waarvan een benoemd DB door het college en een gekozen stadsdeelcommissie. Het college zet daarmee in op het verbeteren van een aantal zaken: De invloed van stadsdelen moet groter en vooral beter aansluiten op de lokale opgave, door een gebiedsgerichte focus. We willen een stelsel dat beter uitlegbaar is, zodat bewoners weten waar ze moeten zijn met vragen en ideeën, en weten hoe en waarover ze kunnen meebeslissen over zaken die hun directe leefomgeving betreffen.

Hierbij is voor het stelsel vanaf 2022 een aantal uitgangspunten geformuleerd: Democratisch gekozen lokaal bestuur, helder afgebakend takenpakket, controle en verantwoording op stadsdeelniveau, uitlegbaar en transparant voor bewoners, goede bestuurlijke samenwerking (en ambtelijke ondersteuning), stimuleert en biedt ruimte voor participatie. Het college heeft daarvoor de verbeterpunten in de Voorgenomen hoofdlijnen verder uitgewerkt en stelt voor versterking van de lokale democratie in het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 de volgende verbeteringen voor: -

-

-

6

De stadsdeelcommissie krijgt meer positie door een adviserende, richtinggevende en controlerende rol, die in de verordening nader wordt uitgewerkt. De commissie krijgt instrumenten om richting mee te geven aan het dagelijks bestuur en om te sturen op de uitvoering middels stellen van vragen en doen van voorstellen. In de Verordening op het lokaal bestuur wordt ook vastgelegd dat het dagelijks bestuur alleen met zeer zwaarwegende redenen (zoals strijdigheid met de wet of stedelijke dwingende kaders) voorstellen of adviezen van de stadsdeelcommissie die op een meerderheid kunnen rekenen in de stadsdeelcommissie, naast zich neer kan leggen; De relaties tussen DB en SDC wordt versterkt. Afspraken worden vastgelegd in de Verordening. Ook krijgen de SDC’s gelegenheid vooraf aan de benoeming van DB-leden in een hoorzitting vragen te stellen aan de kandidaat bestuurders en om aan het college mee te geven als er zwaarwegende redenen zijn om een dagelijks bestuurder niet te benoemen.

Nadere uitwerking opdracht aan het lokaal bestuur met heldere verantwoordelijkheden, instrumenten en ambtelijke ondersteuning om die opdracht waar te kunnen maken: Taken en bevoegdheden van het lokaal bestuur blijven grotendeels ongewijzigd, maar een duidelijke opdracht en stevig mandaat op een aantal helder omschreven taken aan benoemde stadsdeelbestuurders die zich hierover verantwoorden aan gekozen stadsdeelcommissies, krijgt het lokaal bestuur meer zeggenschap, duidelijkere bevoegdheden, eenduidiger sturing van lokale opgaven, controle en tegenspraak op stadsdeelniveau, met invloed hierop van stadsdeelcommissie en bewoners. Hiermee

-

-

-

-

-

-

wordt het handelen van het bestuur ook voor bewoners meer transparant en beter voorspelbaar. Het college kiest er voor om het verlengd lokaal bestuur met door college benoemde dagelijks bestuurders voort te zetten. Zoals in de Voorgenomen hoofdlijnen is aangegeven vereisen de grote opgaven in de stad een integrale aanpak en goede bestuurlijke samenwerking. Het lokaal bestuur ligt hiermee rechtstreeks in het verlengde van het college en kan daarmee binnen de kaders van het coalitieakkoord met mandaat handelen, maar kan ook snel escaleren naar het college. College en lokaal bestuur kunnen zo samen optrekken in het realiseren van de grote maatschappelijke opgaven voor de stad. Met het oog op rolzuiverheid instellen van twee aparte bestuurscommissies, waardoor een scheiding ontstaat tussen het door het college benoemde orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van taken en bevoegdheden en het door de Amsterdammer gekozen orgaan dat richting geeft en toeziet op de uitvoering door het Dagelijks Bestuur Versterken van de betrokkenheid en relatie tussen de kiezers en de stadsdeelcommissie. Naast verdere ontwikkeling van participatie instrumenten, zoals het beleidskader Participatie, wil het college als proef een stadsdeelpanel instellen dat de stadsdeelcommissie twee keer per jaar adviseert over bepaalde onderwerpen die het stadsdeel betreffen.

Dit stadsdeelpanel gaat uit gelote burgers bestaan. Op basis van de eindevaluatie zal het college een besluit nemen over het al dan niet toevoegen van gelote leden aan de stadsdeelcommissie met ingang van 2025. Om de toegankelijkheid voor bewoners te vergroten wordt een bewonersloket nader uitgewerkt en een voorstel in januari 2022 aan de raad voorgelegd. Het loket (fysiek en digitaal) kan helpen om de gebiedsteams beter toegankelijk en vindbaar te maken en bewoners te begeleiden bij de participatie en het voor Amsterdammers goed vindbaar is wat er aan participatie is gepland of gedaan en waar men ook met klachten terecht kan. Versterken van de relatie tussen de gekozen stadsdeelcommissies en de raad waarbij het college de raad in overweging geeft om een territoriale commissie in te stellen. Zo kan de raad versterkt sturen via de gekozen stadsdeelcommissie door de stadsdeelcommissie een duidelijke opdracht te geven in de voorbereiding van de raad zoals ook het geval is bij de huidige raadscommissies. Vergroten van de invloed van de bewoners door het versterken van de participatie en door het lokaal bestuur een stevige positie en duidelijker rol in de participatie te geven. Vanaf 16 jaar kunnen Amsterdammers kiezen of zich verkiesbaar stellen en Amsterdammers van buiten de EU met een geldige verblijfsvergunning krijgen deze rechten al nadat zij twee jaar in Nederland wonen.

Het college is van mening dat met deze voorstellen voor de inrichting van het stelsel vanaf 2022, de verbeteringen kunnen worden gerealiseerd en het voor alle betrokkenen in het stelsel en voor de Amsterdammers helder is wie waarover gaat. Het college realiseert zich dat het stelsel hiermee niet af is en de verdere ontwikkeling grote inzet en bestuurlijke betrokkenheid vraagt. Daarbij zal ook worden geïnvesteerd in de (bestuurlijke en ambtelijke) cultuur (houding en gedrag) en een breed gedragen eigenaarschap voor het functioneren van het stelsel. In de hoofdlijnen en de verdere uitwerking van het nieuwe bestuurlijk stelsel worden conform de bestuurlijke reactie in deze nota, de aanbevelingen van bewoners, de dagelijks besturen van de stadsdelen en stadsdeelcommissies aangaande taken en bevoegdheden, de toelage en

7

ondersteuning van de stadsdeelcommissies, de uitwerking van stadsdeelpanels, de participatie en de uitwerking van het voorstel voor een bewonersloket nadrukkelijk meegenomen. Het college bedankt alle Amsterdammers voor hun input via de inspraak en participatie op de voorgenomen verbeteringen aan het bestuurlijk stelsel. Het college onderschrijft dat de toegankelijkheid/dienstverlening van de gemeente en de organisatie van participatie verbeteringen behoeft. Beide zaken zijn voortdurende aandachtspunten die niet klaar zijn met de doorontwikkeling van het bestuurlijk stelsel. Uit de inspraak en participatie blijkt een grote behoefte aan directer contact met ambtenaren en bestuurders, aan duidelijkheid en scherpe kaders voor toekomstige participatieprocessen en steun voor meer mandaat van de stadsdeelcommissieleden. In het voorstel van het college wordt het mandaat van de stadsdeelcommissies en de ambtelijke ondersteuning verruimd. Daarnaast denken we met het invoeren van een bewonersloket bij te dragen aan directer contact. Daarnaast verwachten wij op dit gebied veel van de doorontwikkeling van het gebiedsgericht werken. Scherpe kaders voor participatie stellen wij met een beleidskader participatie die binnenkort zal worden vastgesteld.

Onze verwachting is dat deze nota en de duidelijkheid die dit biedt ook bijdraagt aan de ambtelijke cultuur die door velen als ontoegankelijk wordt ervaren. Overige punten zoals en participatie/buurt-app en een instrument als een Bewoners Effect Rapportage werken we graag samen met jullie, samen met de stad verder uit.

8

4 Reacties bewoners uit de inspraak en participatie

4.1 Algemeen Bewoners en verenigingen hebben constructieve bijdragen geleverd voor de versterking van het lokale bestuur in de stadsdelen. Een aantal reacties is ook voorzien van analyses en onderzoeksrapporten naar versterking van representatieve en participatieve democratie. Wel is door enkele bewoners aangegeven dat het hoofdlijnenbesluit moeilijk te volgen en verwarrend is, met de verschillende voorstellen voor bestuurlijke commissies en stadsdeelpanels. Dat het huidige er nog maar net is en nu alweer aangepast moet worden maakt de zaak ook niet duidelijker. Een aantal bewoners geeft ook aan dat de voorgenomen herziening en de gevraagde inspraak opvallend is in deze tijden van corona. Bewoners hebben nu vooral andere zorgen, er is behoefte aan duidelijkheid en een sterk bestuur. Bewoners geven aan dat de modellen naast het stadsdeelplus-model uit de evaluatie, te snel en onvoldoende gemotiveerd zijn weggestreept door de politiek (gedoeld wordt op scenario 2 en 3, die bij enkele bewoners ook de voorkeur genieten). Ook wordt gemeld dat alleen gekeken wordt naar de stadsdelen, maar belangrijk is ook te kijken naar het functioneren van het gemeentebestuur en het ´afspiegelingscollege’, zoals dat in een van de reacties wordt genoemd.

Er wordt opgemerkt dat veel onderwerpen die in de stadsdelen worden behandeld ook in de raadscommissie en raad terugkomen en hier in de voorgenomen hoofdlijnen niet over wordt gesproken. Over het algemeen vinden bewoners dat Amsterdam te groot is om bestuurlijk alleen over te laten aan het college van B&W en de gemeenteraad, maar dat de voorstellen voor verbetering niet ver genoeg gaan om de problemen uit de evaluatie op te lossen. De vraag wordt ook gesteld wat er nu werkelijk verandert. In een groot deel van de reacties wordt aangegeven dat men terug wil naar de stadsdeel- en wijkraden, en naar de situatie dat het gekozen bestuur ook het DB benoemt om een decentraal bestuur voor bewoners goed te kunnen laten werken. Tijdens het participatieproces is kritiek geuit op de organisatie van het proces: dit betrof met name late/ gebrekkige communicatie, onduidelijkheid rond het samenvoegen van de stadsdeelgesprekken en de beperkte periode waarin mensen konden reageren op het voorstel van het college. Ook werden twijfels geplaatst bij de representativiteit van de uitkomsten van de enquête. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college is het met bewoners eens dat de stad te groot is om alleen centraal te worden bestuurd. De opgaven liggen vooral lokaal.

Daarom is gekozen voor een gedecentraliseerd model met nabijheid van bestuur voor de bewoners in de stadsdelen. Met de wijzing van de landelijke wet- en regelgeving heeft het Rijk per 2014 de mogelijkheid afgeschaft om taken en 9

bevoegdheden binnengemeentelijk op lokaal niveau duaal te organiseren, met gebieden die een eigen stadsdeelraad en DB kennen vergelijkbaar met raad en college. De boodschap in 2014 luidde dat er drie bestuurslagen zijn: Rijk, provincie en gemeente. Het gemeentebestuur heeft daarom vanaf 2014 een nieuwe binnengemeentelijke structuur voor de lokale besturing gekozen om de nabijheid van bestuur voor bewoners in de stadsdelen te behouden. Bij deze overgang heeft het college vastgehouden aan een gedecentraliseerde stelsel voor de nabijheid van bestuur. Daartoe is een limitatieve lijst opgesteld met taken en bevoegdheden die door het college worden overgedragen voor de lokale uitvoering en het maatwerk voor bewoners van het stadsdeel. Dit binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders en passend bij de nieuwe kaders van de Rijkswetgeving. Het stelsel dat gold tussen 2014 en 2018 is – net als nu – ook geëvalueerd. Die evaluatie van de commissie Brenninkmeijer heeft in 2016 onder andere geconcludeerd dat er nog teveel sprake zou zijn van dualisme en dubbelmandaat én er geen goede (bestuurlijke en ambtelijke) samenwerkingscultuur was tussen stad en stadsdelen. Met de stelselwijziging in 2018 is om die reden gekozen voor een door het college benoemd DB die in het verlengde van het college opereert en samen met het college werkt aan de grote opgaven voor de stad.

Om tegenspraak en advies vanuit bewoners te organiseren bij de voorstellen die de directe leefomgeving van bewoners raakt is gekozen voor de SDC als zwaarwegende adviescommissie en bestaande uit vertegenwoordigers uit de gebieden. Het huidige stelsel is op verzoek van de gemeenteraad wederom geëvalueerd. Bij de evaluatie zijn veel bewoners, bestuurders en leden van de SDC’s betrokken. Uit de evaluatie komt naar voren dat het huidige stelsel op onderdelen goed werkt maar op onderdelen ook beter moet. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie van het huidige stelsel en de gesprekken over deze uitkomsten met bewoners, stadsdelen en gemeenteraad, heeft het college een voorkeur uitgesproken. Voorgesteld wordt om te kiezen voor een model waarin de positie van de SDC wordt versterkt en een door college benoemd DB als verlengd lokaal bestuur verantwoordelijk is voor de dagelijkse uitvoering van taken en bevoegdheden van het college op stadsdeelniveau. De samenwerking tussen college en dagelijks besturen heeft in de afgelopen periode goed gewerkt. Het biedt met het bestuurlijk akkoord tussen stad en stadsdelen een mooie basis om dit verder te verbeteren, ook in de relatie van het DB met de SDC en bewoners.

Het college vindt het belangrijk dat bewoners beter gehoord worden en tijdig worden betrokken bij voorstellen die hen raken, en hierin niet alleen meedenken maar ook meedoen en meebeslissen. Om die reden wil het college experimenteren met stadsdeelpanels met gelote bewoners. Daarom wordt in het definitieve Hoofdlijnenbesluit voorgesteld om in alle stadsdelen een stadspanel in te stellen, waarin tenminste 500 gelote Amsterdammers deelnemen. Dit stadspanel buigt zich tenminste vier keer per jaar over voorstellen die betrekking hebben op actuele thema’s die spelen in het stadsdeel, waarbij de status van de uitkomsten er een is van zwaarwegend advies aan SDC en raad. Aangezien het een experiment betreft vindt het college het belangrijk dat er in stadsdelen verschillend invulling wordt gegeven aan de stadsdeelpanels om zo verschillende ervaringen op te doen en voor bewoners te komen tot een werkbare en duurzame samenwerkingsvorm. Wijk- en dorpsraden kunnen raadscommissies, bestuurscommissies of adviescommissies in de zin van de Gemeentewet zijn, maar het kunnen ook informele groepen zijn en verenigingen of stichtingen, die de gemeente van advies dienen zoals ook andere belangenorganisaties dat doen.

10

Het is aan het lokaal bestuur en de bewoners van de stadsdelen om hier samen invulling aan te geven en op die manier de gebiedsaanpak en participatie te versterken. In de nieuwe verordening op het referendum en volksinitiatief die begin 2022 van kracht wordt, is ook voorzien in organisatie van referenda op stadsdeelniveau. Dit betekent dat bewoners de mogelijkheid krijgen om bij besluiten die geen draagvlak lijken te hebben, zich uit kunnen spreken over het voorstel. Of de mogelijkheid hebben om eigen voorstellen voor te leggen. Er hebben honderden betrokken Amsterdammers meegedacht, -gesproken en gereageerd. We hadden het heel mooi gevonden als dat er duizenden waren geweest, maar het is op dit moment zo. De lagere opkomst doet niet af aan de kwaliteit van de input en inzet van diegenen die wel hebben meegedacht. We zien de waarde van het participatieproces van kwalitatieve aard. De enquête, de stadsdeel- en stadsgesprekken zijn bedoeld om aanvullingen, kritiek en alternatieven voor de voorgestelde verbeteringen op te halen. Deze kunnen in eerste instantie leiden tot aanpassingen aan het voorstel van het college. Vervolgens is het aan de raad om te kijken of ze zich laten inspireren door de naar voren gebrachte opmerkingen en voorstellen.

4.2 Rol en positie dagelijks bestuur (DB) Uit het participatieproces komt ruime kritiek over de positie van DB-ers en het feit dat deze benoemd zijn. Bij het verschuiven van meer bevoegdheden naar de stadsdelen en dus ook naar de DB-ers, wijzen verschillende deelnemers erop dat de democratische legitimatie dan ook versterkt moet worden. Dat verhoudt zich niet tot het benoemen van DB-ers door het college/de raad. Alternatieven die worden voorgesteld zijn het rechtstreeks laten kiezen van de DB-ers. Of om ze uit de SDC’s te laten kiezen, dan wel voor te laten dragen door de SDC. Indien kiezen niet kan, dan vinden vrijwel alle deelnemende bewoners dat het DB benoemd moet worden door de gekozen SDC en niet door het college of raad. Dat is dan de variant die het dichtst bij representatieve democratie op lokaal niveau komt. Het zou een democratisch gekozen bestuur moeten zijn. Er zijn bewoners die het geluid meegegeven dat bestuurders soms moeilijk benaderbaar zijn en de omgang met bewoners beter kan. Het stadsdeelbestuur moet duidelijke taken en bevoegdheden krijgen en het vermogen hebben om iets te kunnen doen. Er wordt aangegeven dat onderzocht moet worden in hoeverre verdergaande decentralisatie van bestuur en overdracht van taken en bevoegdheden mogelijk is (‘taakrijk bestuur’). Het DB moet verantwoording afleggen aan de SDC.

Er wordt de vraag gesteld naar verduidelijking van de relatie en functionele banden tussen stadsdeelbestuurders en directies. Een van de bewoners uit de zorg en benoemt een risico als het gaat over het ondermandateren vanuit het stadsdeelbestuur aan ambtenaren als daar niet voldoende expertise zit. Als voorbeeld wordt de vergunningverlening aangedragen. Een andere bewoner geeft aan dat het onduidelijk is wie er over gaat: de ambtenaar of de politiek? Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Vooropgesteld: de landelijke wetgeving biedt geen ruimte om terug te keren naar de situatie van voor 2014 met een volwaardig stadsdeelbestuur. Met de inrichting van het bestuurlijk stelsel op stadsdeelniveau wil het college juist de nabijheid van bestuur voor bewoners in wijken en buurten beter en transparanter maken. Dit vraagt niet alleen een verandering van de (bestuurs-)cultuur 11

maar ook het zorgen voor een goede positie van het stadsdeelbestuur. Hierbij horen duidelijke taken en bevoegdheden met ook het instrumentarium om deze te kunnen uitvoeren met de nodige ambtelijke ondersteuning. In het definitieve hoofdlijnenbesluit wordt daartoe voorgesteld om de bevoegdheidsverdeling te verduidelijken, de status van de SDC te versterken, de onderwerpen waar de SDC over gaat te verruimen en om de vormgeving van de participatie sterker bij de SDC te leggen. Het college kiest voor benoemde bestuurders omdat de grote opgaven in de stad een integrale aanpak en goede bestuurlijke samenwerking vereisen. Het lokaal bestuur ligt hiermee rechtstreeks in het verlengde van het college en kan daarmee binnen de kaders van het coalitieakkoord met mandaat handelen, maar kan ook snel escaleren naar het college. College en lokaal bestuur kunnen zo samen optrekken in het realiseren van de grote maatschappelijke opgaven voor de stad De gelote stadsdeelpanels en de verruimde mogelijkheid voor het organiseren van een referendum en volksinitiatief op stadsdeelniveau versterken de rol van bewoners. Bij bouwplannen en bijvoorbeeld het vergunningenbeleid wordt nagegaan of het instrument van een bewonerseffectrapportage –waarin de impact van een project op bewoners kwantitatief en kwalitatief in kaart wordt gebracht- opgenomen kan worden in het planproces.

4.3 Rol en positie stadsdeelcommissie (SDC) Uit het participatieproces blijkt ruime steun voor het versterken van het advies van de SDC. Er is grote steun voor een sterkere rol als controleurs van het DB en het zwaarder maken van de advisering richting raad (van bindend advies tot zwaarwegend en alleen beargumenteerd vanaf wijken). Er is een grote behoefte aan minder politiek en meer (directe) democratie op stadsdeelniveau. Voorstellen om dit te verminderen zijn een personenstelsel in plaats van een lijstenstelsel, het mogelijk maken van referenda op stadsdeel/buurtniveau, het invoeren van buurtapps waarop mensen actief worden uitgenodigd om hun mening te geven. Ook de gelote burgers in een SDC worden in dit verband als positief gezien (naast dat anderen daar problematische kanten aan zien). Zie uitgebreidere toelichting bij het thema participatie. Bewoners geven aan dat er een beter contact tussen bestuur en de bewoners in de wijken nodig is. Een aantal bewoners geeft aan meer van de SDC’s verwacht te hebben. Bewoners vinden dat de SDC uitgebreid moeten worden en beter moeten worden ondersteund. Er wordt opgemerkt dat uitbreiding gewenst is gezien de voorgenomen verzwaring van taken en bevoegdheden. Bewoners vinden dat de SDC ook een controlerende taak moet krijgen. Uitbreiding moet ook de openheid en representativiteit verder bevorderden.

In de voorgenomen Hoofdlijnen wordt hier nauwelijks tot niet op ingegaan. Dit geldt ook voor de (extra) kosten van uitbreiding en de ondersteuning daarvan. Een bewoner stelt dat het te voorzien is dat in de nieuwe bestuursstructuur de rol (taak / bevoegdheid) van de SDC zal veranderen en dat het voor de hand ligt om daarbij ook (procedureel) te betrekken hoe de SDC – liefst in een vroeg stadium - (bij)sturend kan optreden als trajecten mis dreigen te lopen. Als de stadsdeeladviescommissie een advies geeft moet er terugkoppeling zijn over dat advies naar bewoners van uit raad(commissie) en/of bestuur- met mogelijkheid tot discussie.

12

Ten aanzien van de uitbreiding geeft een bewoner aan dat de representatie ratio op dit moment aan de lage kant ligt . Nu gemiddeld 1 lid op 7.760 bewoners. In het oude stelsel (red. voor 2014) bedroeg dit 1 lid op 2.000 a 2.960 bewoners. Deze ratio bedraagt in Rotterdam gemiddeld 1 lid op 2.830 bewoners. Inzet zou kunnen zijn 1 lid op 5.000 stemgerechtigde bewoners. Er wordt voorgesteld om naast het terugbrengen van de stadsdeelraden ook wijkraden in te stellen met inhoudelijke taken en bevoegdheden. De schaal van het stadsdeel wordt nog steeds als te groot ervaren om zinvolle betrokkenheid te genereren op buurtniveau. Een Amsterdams stadsdeel heeft de omvang van Amersfoort en Maastricht. Deel de stadsdelen op in wijken, en benut en herstel daarbij de infrastructuur van wijkplatforms en buurtcentra. Een aantal deelnemers wijst op Rotterdam waar ze nu kiezen voor kleinere gebieden met gekozen wijkraden. Enkele bewoners stellen voor het stelsel daarom meer in te richten naar de 22 gebieden. Het college lijkt met de voorkeursvarianten voor het stadsdeelplus-model meer gewicht te geven aan het criteria bestuurlijke samenwerking dan aan de andere criteria. Variant C heeft de voorkeur voor de meeste bewoners en voldoet aan alle andere criteria: controle en verantwoording op stadsdeelniveau, uitlegbaar en transparant voor bewoners, stimuleert en biedt ruimte voor participatie.

Een bewoner benadrukt daarbij dat het a priori niet zo is dat variant C op het criterium bestuurlijke samenwerking minder voldoet en stelt een meer dualistische opzet voor. Het DB wordt ingesteld door de SDC en maakt geen onderdeel uit van de SDC, net zoals het college geen onderdeel uitmaakt van de raad en in de andere gevallen er met de SDC nauwe afstemming is over de benoeming. Vanuit een van de bewoners is er de vraag of de leden van de SDC’s benoemd of gekozen worden en een beroep kunnen doen op cursussen en trainingen van de VNG, zoals raadsleden? Een andere bewoner vraagt zich af of er niet een Verklaring omtrent Gedrag voor leden van de SDC’s moet worden in gesteld. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Zoals in de bestuurlijke reactie onder 4.1 aangegeven, is met de wijzing van de landelijke wet- en regelgeving per 2014 de mogelijkheid afgeschaft om taken en bevoegdheden binnengemeentelijk op lokaal niveau duaal te organiseren, met gebieden die een eigen stadsdeelraad en DB kennen vergelijkbaar met raad en college. Wel hecht het college aan een sterker lokaal bestuur en meer aandacht voor de leefomgeving van bewoners in de gebieden. Om die reden stelt het college met het definitieve hoofdlijnenbesluit voor om voor de Nabijheid van bestuur twee bestuurscommissies waarvan een het benoemd DB en de andere de gekozen SDC.

Daarbij krijgt de SDC meer bevoegdheden en een meer controlerende taak ten opzichte van het DB voor zover de stedelijke kaders en de wetgeving dit toelaten. Zoals eerder aangegeven kunnen wijk- en dorpsraden ook informele groepen zijn en verenigingen of stichtingen, die de gemeente van advies dienen zoals ook andere belangenorganisaties dat doen. Het is aan het lokaal bestuur en de bewoners van de stadsdelen om hier samen invulling aan te geven en op die manier de gebiedsaanpak en participatie te versterken. Het werken met een personenstelsel in plaats van een lijstenstelsel kan problemen met zich meebrengen met de opvolging van een gekozen persoon bij terugtreding en heeft niet de voorkeur van de gemeenteraad.

13

Afspraken over hoe de gekozen SDC en het DB zich verhouden worden nadrukkelijker en duidelijker vastgelegd in de verordening. Zoals eerder aangegeven wordt in de Verordening op het lokaal bestuur onder andere vastgelegd dat het dagelijks bestuur alleen met zeer zwaarwegende redenen (zoals strijdigheid met de wet of stedelijke dwingende kaders) voorstellen of adviezen van de stadsdeelcommissie die op een meerderheid kunnen rekenen in de stadsdeelcommissie naast zich neer kan leggen; Als de raad instemt met het definitieve voorstel voor de hoofdlijnen zal dit nader uitgewerkt worden. Het college is van mening dat het niet gaat om meer bestuurders in de stadsdelen maar hoe er samen wordt gewerkt vanuit duidelijke rollen taken en bevoegdheden en de juiste ondersteuning als het gaat om mensen en middelen. Voor de stemverhoudingen wordt het wel van belang geacht dat de gekozen SDC een oneven aantal leden kent. Voor het uitvoeren van taken en bevoegden kunnen leden van de SDC aanspraak maken op een fractiebudget en kan aangesloten worden bij het programma voor raadsleden als het gaat om trainingen en opleiding. Gezien hun zwaardere rol stelt het college voor om de vergoeding te verhogen van maandelijks 700 Euro naar 1200 Euro.

In het huidige stelsel zullen de stadsdeelsecretarissen in overleg met de SDC de ondersteuning versterken en wordt in het definitieve hoofdlijnenbesluit voorgesteld om extra capaciteit voor de SDC beschikbaar te stellen.

4.4 Taken en bevoegdheden Uit het participatieproces blijkt veel steun voor het versterken/vergroten van de bevoegdheden van SDC’s. Het meest geldt dit voor zaken die in de buurten belangrijk zijn: bestemmings- en bouwplannen, openbare ruimte (met name: schoon, heel, veilig), gebiedsgericht werken. Vergunningenbeleid zou ook op stadsdeelniveau afgehandeld moeten worden. Gelijk aan de toegenomen bevoegdheden vinden veel participanten dat ook de ambtelijke ondersteuning van de SDC’s dienen toe te nemen. Als het gaat over de taken en bevoegdheden merken bewoners hierover op dat besturen zonder bevoegdheden frustraties geeft en er moet worden ingezet op een daadwerkelijke versterking van het vermogen van stadsdelen te handelen. In dat kader vinden bewoners dat moet worden onderzocht in hoeverre verdergaande decentralisatie van het bestuur en overdracht van taken en bevoegdheden naar de stadsdelen binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Stadsdelen kunnen meer dan nu worden belast met aangelegenheden die betrekking hebben op hun grondgebied en waarover praktisch, doelmatig en economisch kan worden besloten en gehandeld op het niveau van stadsdelen. Er wordt voorgesteld om per onderwerp na te gaan in hoeverre het college en de raad ook daadwerkelijk zaken aan het lokale bestuur en aan de burgerparticipatie willen overlaten en dat te verwerken in een notitie.

Er moet goed gedefinieerd worden waar bij welke onderwerpen de expliciet verantwoordelijkheid ligt bij het (lokaal) bestuur. Dat wat lokaal kan en binnen stadsdeel/gebied/wijk valt (niet wat overstijgt). De onderwerpen waar bewoners zich zorgen over maken en meer aandacht voor vragen gaan over de jeugdzorg, omscholing, schuldhulp, hun betrokkenheid bij omgevingsvisie, de vergunningverlening en, naar aanleiding van de actualiteit, windmolens. 14

Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college is het eens met bewoners dat er meer duidelijkheid moet komen over de taken en bevoegdheden waarbij ook de SDC een sterkere positie krijgt met een meer controlerende taak. Het college is van mening dat de taken en bevoegdheden voor het DB in voldoende mate dekkend zijn om lokaal binnen de kaders te kunnen handelen op die onderwerpen die voor bewoners belangrijk zijn als het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving. Het college constateert wel dat de taken en bevoegdheden op dit moment algemeen zijn geformuleerd en niet concreet is gemaakt wat ze in de dagelijkse praktijk inhouden. Het is in de praktijk voor bestuurders, ambtenaren en bewoners niet altijd duidelijk welke rollen het stadsdeel hierbij heeft en welke tot het stedelijke domein behoren. Ook is niet voldoende concreet gemaakt welke instrumenten het stadsdeel heeft om haar verantwoordelijkheid in de praktijk waar te maken. Het is belangrijk dat het stadsdeelbestuur ook de juiste instrumenten krijgt om te kunnen handelen, zoals betere (proces-) afspraken, ambtelijke ondersteuning en budget. In de voorgenomen hoofdlijnen was nog enkel het voornemen opgenomen hiertoe. Inmiddels is er een traject gestart om een duidelijkere opgave in beeld te brengen die in de komende periode verder zal worden uitgewerkt.

In de definitieve hoofdlijnen is hierover opgenomen dat het college binnen de stedelijke kaderstelling de komende periode een heldere opdracht aan het lokaal bestuur nader wil uitwerken op een aantal terreinen die de lokale opgave betreffen, met heldere verantwoordelijkheden, instrumenten en ambtelijke ondersteuning om die opdracht waar te kunnen maken. Ambtelijke ondersteuning en instrumenten moeten in balans zijn met de taken en verantwoordelijkheden. De taken en bevoegdheden van het lokaal bestuur behoeven niet te wijzigen maar het mandaat moet wel worden versterkt door het nader uitwerken van de taken en bevoegdheden van het lokaal bestuur en de instrumenten om die taken en bevoegdheden waar te maken, met name op de volgende domeinen omdat daar veel onduidelijkheid en/of ontoereikend instrumentarium wordt ervaren:  ruimtelijk domein (openbare ruimte en groen, omgevingswet, Wabo-vergunningen, bestemmingsplannen)  sociale domein  gebiedsgericht werken  participatie Dit zijn domeinen die bij uitstek de lokale leefomgeving raken en waar de onduidelijkheid over de verantwoordelijkheidsverdeling sterk speelt, dan wel waar stadsdeelbestuurders ervaren dat de instrumenten en ondersteuning niet in balans zijn met de taken en bevoegdheden van het stadsdeel. De onderwerpen zoals door bewoners naar voren zijn gebracht zullen ook meegenomen worden in de uitwerking.

Het college stelt in het definitieve hoofdlijnenbesluit voor om de uitkomsten van dit traject uiterlijk in januari 2022 aan de raad voor te leggen. Het doel is een duidelijke opdracht en daarmee een steviger positie van het stadsdeel direct vanaf de start van de nieuwe collegeperiode. Zoals aangegeven moeten de instrumenten en ondersteuning in balans zijn met taken en bevoegdheden.

15

4.5 Verkiezingen Een aantal bewoners vraagt zich af waarom er verkiezingen zijn als het stadsdeelbestuur toch vooral uitvoerende commissies van raad en college zijn en niet een stevigere en eigenstandige positie krijgen voor het stadsdeel, met bijbehorende taken en bevoegdheden. Als stadsdeelbestuurders kunnen worden benoemd kunnen SDC’s ook worden benoemd. Een van de bewoners pleit voor partijloze personen. Over het toekennen van stemrecht 16-jarigen en buitenlandse Amsterdammers die al twee jaar in Amsterdam wonen blijken de uitkomsten van het participatieproces verdeeld. Een groot aantal deelnemers vindt het uitbreiden van het stemrecht voor 16-jarigen geen goed idee en is van mening dat 16-17-jarigen met andere zaken bezig zijn dan politiek. Een alternatief voorstel uit de participatie is het houden van een representatieve steekproef onder de doelgroep met de vraag of zij dit überhaupt zouden willen. Een tweede alternatief voorstel is om buitenlandse Amsterdammers na 4 jaar stemrecht toe te kennen in plaats van na 2. Bewoners geven daarnaast nog een aantal kritische punten mee:  dat 16-jarigen zich nog moeten ontwikkelen en onderwijs moeten volgen en geen tijd zouden moeten steken in een SDC;  taalvaardigheid van eventuele non-EU kandidaat leden van de SDC’s;  Amsterdammers die twee jaar in Nederland wonen, of ze voldoende betrokken zijn bij de stad.

Daarnaast wordt voorgesteld als het gaat om de verkiesbaarheid van de SDC-leden de termijn te beperken tot twee termijnen. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het college vindt het belangrijk dat er een lokale vertegenwoordiging is voor bewoners met een sterke positie richting het DB. Daarbij wil het college dat ook jongeren zich gehoord voelen en mee mogen beslissen. Dit kan actief door deel te nemen aan de verkiezingen voor het bestuur of passief door te kiezen voor de lokale representatieve vertegenwoordiging. Jongeren kunnen hier zelf een keuze in maken. Als het gaat om bewoners die twee jaar in Nederland wonen en de nonEU kandidaten is voor het college belangrijk dat meedoen ook betekent dat er betrokkenheid gevoeld wordt. Deze groep bewoners is evenzo Amsterdammer met gelijke rechten. Het beperken van de termijn tot twee jaar voor leden van de - wordt niet wenselijk geacht voor de continuïteit.

4.6 Loting Over het voorstel van een deels gelote SDC lopen de meningen uiteen onder de deelnemers aan de participatie. Een deel vindt het helemaal niets en een ondergraving van de representatieve democratie. Door een ander deel wordt het (onder voorwaarden, zie stadsdeelpanel) gezien als een welkome aanvulling op de representatieve democratie. Bewoners hebben vraagteken bij de inzet van loting en vinden dit niet de meest aangewezen manier om burgers te betrekken of onderdeel te maken van een SDC. Niet iedereen kan over de onderwerpen meepraten.

16

Over de uitbreiding van de SDC met gelote leden wordt gesteld dat deze daarmee nauwelijks meer representatief, divers en inclusief is. Legitimiteit en mandaat van de gelote leden zijn onzeker. Loting biedt daarvoor onvoldoende grondslag. Ook de status van de gelote leden is onduidelijk. Bewoners geven aan dat ook andere manieren en instrumenten denkbaar zijn voor het beter betrekken van bewoners. Een van de bewoners stelt het principe van ‘stemkastjes in de huiskamer’ en kunnen stemmen en inbreng kunnen doen bij op onderwerpen die veel impact hebben voor hen. Bewoners vinden wel dat er geëxperimenteerd mag worden met nieuwe vormen voor participatie waarbij het oprichten van lokale burgerfora op basis van loting wordt genoemd. Zo komen burgers aan het woord die dit anders nooit doen. Deze fora kunnen waarde bijdragen op gebieden als mobiliteit en groenvoorziening. Een vereniging vraagt wat de definitie van bewonersparticipatie is; of hier ook verenigingen en maatschappelijke organisaties mee worden bedoeld en of deze partijen ook mogen participeren in een stadsdeelpanel? Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het mogelijk toevoegen van gelote leden aan de stadsdeelcommissies is in 2022 nog niet aan de orde.

Op basis van een t eindevaluatie in 2024 van het werken met deze vorm en omvang van stadsdeelpanels zal beoordeeld worden of tot deze uitbreiding van de participatie zal worden overgegaan. Bij deze evaluatie en bestuurlijke afweging zullen de ervaringen opgedaan in Rotterdam en Groningen ook meegewogen worden en zal ook de input uit de inspraak en het participatietraject over de Voorgenomen hoofdlijnen worden meegenomen. In deze beiden steden wordt ook gewerkt met gelote en gekozen afgevaardigden.

4.7 Stadsdeelpanel Een geloot stadsdeelpanel roept stevige reacties op. Er zijn uitgesproken voorstanders en tegenstanders. Een meerderheid is wel positief, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan: geïnteresseerde deelnemers, echt wat kunnen bepalen, voldoende tijd hebben, kennisniveau van de deelnemers op peil brengen en houden, zelf onafhankelijke expertise kunnen inhuren, zelf thema’s aandragen en frequentie bijeenkomen bepalen. Enkele interessante aanvullingen: het inzetten van een burgerpanel heikele kwesties of conflicten en het loten uit bepaalde groepen of belangen. Ook is het instellen van een stadspanel dat de gemeenteraad adviseert voorgesteld. Als het gaat om de opdracht, vraag en bevoegdheden van de gelote burgers in een stadsdeelpanel en die uit de SDC’s, geven bewoners aan dat deze van te voren duidelijk moeten worden gemaakt. Nu is vaak niet duidelijk wat er gevraagd wordt en welke ruimte er is voor bewoners om iets in te brengen. Een van de bewoners stelt voor om niet alleen te werken met een stadsdeelpanel maar ook een stads breed panel van bewoners voor college en raad, in te zetten om mee te praten. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Het voorstel is om in alle stadsdelen met een geloot stadspanel te gaan werken waarin tenminste 250 gelote Amsterdammers zitten. Zij buigen zich tenminste 2 x per jaar over voor het stadsdeel 17

belangrijke onderwerpen. De uitkomsten van de beraadslaging in het stadsdeelpanel wegen bij meerderheid zwaar bij stemming of advies. Het stadsdeelpanel wordt geraadpleegd door SDC. Omdat het een experiment betreft kan de vormgeving van de gelote panels variëren in de verschillende stadsdelen. Dit wordt na de start van de nieuwe SDC’s nader ingevuld. Het is duidelijk dat de bevoegdheden, de opdracht en de wijze waarop de deelnemers geloot worden en van informatie worden voorzien goed moet worden geregeld. Bij het vormgeven van deze panels worden de uit participatie voortkomende voorwaarden zo veel mogelijk overgenomen. Na een evaluatie van dit experiment kan worden gekeken naar mogelijke uitbreiding op stedelijk niveau. De kieswet laat het niet toe om loting toe te passen voor de samenstelling van de gemeenteraad.

4.8 Participatie Bewoners geven aan dat politiek de keuze al lijkt te zijn gemaakt met het stadsdeelplus-model en is er geen ruimte voor inspraak en participatie van bewoners op de andere modellen zoals deze uit de evaluatie naar voren komen. Dit terwijl in het hoofdstuk participatie is aangegeven dat zo vroeg mogelijk in de besluitvorming wordt vastgesteld wat de beïnvloedingsruimte is waar de participatie over gaat, en welk niveau van participatie gekozen wordt. Aangegeven wordt dat de notitie een herstelplan is voor stadsdelen maar de discussie daarover wordt niet gevoerd met bewoners van de stad. Hier was een burgerberaad op zijn plaats geweest. De rol van het lokaal bestuur bij participatie wordt groter zoals voorgesteld, maar ook nu wordt niet of onvoldoende gebruik gemaakt van de mogelijkheden en middelen die het lokaal bestuur al heeft om participatieprocessen goed te laten verlopen, zo wordt aangegeven. Er bestaat onder de deelnemers aan de participatie (enquête, stadsdeelgesprekken, stadsgesprekken) over het algemeen veel onvrede over gang van zaken bij participatie op stadsen stadsdeelniveau. Men voelt zich vaak te laat geïnformeerd, het is onduidelijk hoe de opgehaalde inbreng wordt gewogen (meepraten, meedenken, meebeslissen?) het is onduidelijk wat er met de inbreng wordt gedaan. Daarnaast bestaat er een grote behoefte om vaker te kunnen (mee)beslissen.

Er is een aantal voorstellen gedaan dat op behoorlijke steun konden rekenen als het gaat om het verbeteren van de participatie. Namelijk:  Buurt/stadsdeelreferenda Voor niet-bindend (online) burgerraadpleging op stadsdeel of buurtniveau bestaat grote steun voor onder de deelnemers. Anderen pleiten voor een bindend referendum op lokaal niveau of vinden dat alleen ‘grote’ stadsbrede thema’s in een referendum zouden moeten voorgelegd.  Buurt/participatie-app: Er is veel steun voor de invoering van een app waarmee bewoners op de hoogte kunnen blijven van plannen van de gemeente, waarmee zij zaken kunnen aangeven die misgaan/spelen in de buurt aan een echt persoon, en waarmee zij kunnen meepraten, adviseren, meebeslissen.  Onafhankelijk participatieloket. Er is onder een (beperkt) deel deelnemers behoefte aan een onafhankelijk orgaan dat toeziet op de participatieprocessen in Amsterdam en waar inwoners terecht kunnen met klachten.

18

In de huidige voorstellen is participatie/bewonersinspraak niet concreet, onduidelijk en niet geformaliseerd waardoor ook geen vertrouwen en cultuur zal ontstaan dat burger serieus genomen gaan worden. Bewoners vinden het ook belangrijk dat participatie de ruimte biedt voor dialoog. Naast de formele representatieve democratie van de gemeenteraad, het college van B&W en de SDC’s en de DB’s vinden bewoners het wenselijk dat er meer (online) participatiemogelijkheden worden geboden en minder (ad hoc vormen van) inspraak. In een reactie wordt aangegeven dat Weesp als proeftuin voor het bestuurlijk stelsel inzet op experimenteren en innoveren en lokale netwerken en individuele belangen worden verbonden met online en offline middelen. Hierbij wordt door een van de bewoners de wens uitgesproken tot een gemeentelijke Verordening die formeel de burger/inwoners-democratie of ‘participatieve democratie’ regelt en die helder formuleert hoe, wanneer, waarbij en in welke mate bewoners betrokken worden bij planvorming en plan-uitvoering in hun woon-/leefgebied. Methoden en instrumenten kunnen als extra hulpmiddel worden gebruikt maar niet als vervanging van een structurele vorm van burgerparticipatie.

Voor een duidelijke structuur wordt de suggestie gedaan tot:  Participatieve plannings- en begrotingscyclus in buurten  Ad hoc-participatieprocessen terzake voorgenomen beleid, projecten en activiteiten in gebieden, buurten en wijken  Ad hoc-participatieprocessen terzake incidentele projecten en activiteiten in gebieden buurten en wijken Het 'Right to plan' zoals dat wordt genoemd, is volgens een van de bewoners geen recht gebleken en er moet duidelijker omschreven worden wat dat recht is. Er wordt de suggestie gedaan om een open en stadsbrede discussie met bewoners aan te gaan om in kaart te brengen wat bewoners concreet aan wensen hebben aangaande de mogelijkheden te participeren bij beleidsvoorbereiding en besluitvorming en ook wat de gemeente voor ogen heeft met participatietraject. De bewoners willen inzicht en (mede-) zeggenschap ten aanzien van alles wat er in hun gebied speelt en de leefbaarheid in de wijk, directe betrokkenheid bij de planning en uitvoering van beleid en projecten en zelf (mee-) besluiten. Daarbij wordt gevraagd om meer (online) participatiemogelijkheden. Gesteld wordt dat het een uitdaging van elke participatie blijft wie er participeert, en het is nodig aandacht te hebben voor verschillende doelgroepen.

Als we weten wie er participeert, weten we ook eventueel dat er groepen ondervertegenwoordigd zijn in participatie en kunnen we actie ondernemen dit te verbeteren. Bewoners vinden dat alle bewoners beter de gelegenheid moeten krijgen om te participeren. Vertrouwen is hierbij cruciaal zo wordt ook aangegeven. Dat betekent volgens een van de indieners ook dat er zorgvuldiger en uitgebreider gewerkt moet worden met participatie bij besluitvorming. Burgers moeten het gevoel krijgen dat ze gehoord worden en hun input centraal staat bij de uiteindelijke besluitvorming.

19

Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders Als het gaat om het versterken van de bewoners participatie en het verbeteren van dit proces voor bewoners wordt er een beleidskader participatie opgesteld en zal ook uitwerking gegeven worden aan de rol van stadsdeelpanels. Ook j wordt gekeken op welke manier de adviezen van bewoners kunnen worden meegenomen zoals het tijdig informeren, meer duidelijkheid over de uitvraag en procesgang en ook de concrete voorstellen als het gaat om toepassing van een buurtapp. Met het voorstel voor de verbetering van het bestuurlijk stelsel meent het college niet dat alle toekomstige participatieprocessen in de stad vlekkeloos zullen verlopen. In de beste vorm gebruikt het stadsbestuur participatie om gericht de inzichten van belanghebbende burgers op te halen, om zo hen het beleid en de uitwerking mede vorm te laten geven. Van ambtenaren vraagt participatie dat zij helder en begrijpelijk communiceren, transparant zijn over de vaststaande kaders (respectievelijk de ruimte voor participatie), centraal stellen met welk beoogd doel burgers worden betrokken, en tijdig en duidelijk overbrengen wat er met de opgehaalde inzichten is gebeurd en tot welk besluit dit heeft geleid.

Bovenal vraagt participatie van alle betrokkenen – bestuurders, ambtenaren én betrokken burgers – om risico’s nemen, om het gesprek met elkaar te openen, om ons onderzoekend en kwetsbaar op te stellen, en zeker – voor wat betreft de gemeente – om te blijven leren. Op basis van de lessen die de afgelopen periode zijn getrokken heeft het college participatiebeleid opgesteld dat dit jaar wordt vastgesteld. Er wordt naast dit beleid gewerkt aan een kader voor de Right to Challenge. Verwachting is dat dit zal bedragen aan de, ook door het college, gewenste cultuur van vertrouwen en dialoog. Hiernaast werkt de gemeente voortdurend aan het evalueren en uitbreiden van de (online) participatiemogelijkheden. De inzet vanuit de gemeente is om samen met bewoners beter op te trekken en bewoners beter in staat te stellen om mee te doen. Een onafhankelijk participatieloket is buiten de gemeentelijke dienstverlening geen onderdeel. De wens van bewoners om informatie over participatie beter toegankelijk te maken wordt in de nadere uitwerking van het bewonersloket meegenomen. Het college benadrukt dat de adviezen van bewoners op dit punt worden meegenomen in de verdere uitwerking. In de nieuwe verordening op het referendum en volksinitiatief die begin 2022 van kracht wordt, is zoals eerder aangegeven ook voorzien dat op stadsdeelniveau referenda mogelijk worden.

Dit betekent dat bewoners de mogelijkheid krijgen om bij besluiten die vermeend geen draagvlak hebben, de inwoners zich uit kunnen spreken over het voorstel. Of dat inwoners eigen voorstellen kunnen voorleggen. Er wordt onder experts getwijfeld aan de praktische uitvoerbaarheid van referenda op buurtniveau.

4.9 Cultuur Een rode draad is de kritiek dat er in de voorstellen erg naar de stadsdelen gekeken wordt, maar daarbij de eigen rol van de ‘Stopera’ en de gemeenteraad volledig buiten beschouwing blijft. Zo is er forse kritiek op de bestuurlijke en ambtelijke cultuur die als centralistisch en top down wordt ervaren. Het zorgt ervoor dat veel mensen die zich actief tegen zaken aan willen bemoeien geen poot aan de grond krijgen op het stadhuis. En dan is het gemakkelijk om veranderingen bij de stadsdelen door te voeren maar de eigen positie en werkwijze buiten beschouwing te laten. De indieners vinden een cultuurverandering noodzakelijk. Bewoners geven aan dat het voelt als een gevecht tegen het systeem, het bestuur gericht is op macht en de samenleving op de tweede 20

plaats komt en de cultuur meer naar buitengericht moet worden. Er wordt ook opgemerkt dat het ambtelijke apparaat onvoldoende responsief is en onvoldoende is ingesteld op het direct betrekken van burgers. De suggestie wordt gedaan om hier meer aandacht aan te geven bij het werven en opleiden. De cultuur moet meer open transparant worden naar de bewoners zo wordt gesteld. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders In de afgelopen bestuursperiode heeft het college ingezet op het verbeteren van de samenwerkingscultuur. Het bestuurlijk akkoord is hiervoor de basis geweest. Zoals aangegeven is hier nog meer verbetering nodig om ook beter naar de stem van bewoners te luisteren en dit mee te nemen in de besluitvorming. De gemeente en het bestuurlijk stelsel op basis waarvan zij handelt, is er in de eerste plaats voor de Amsterdammers. Het college betreurt dat inwoners ervaren dat er gevochten wordt tegen het systeem. Het college is het met bewoners eens dat de cultuur open en transparant moet zijn voor bewoners. Een heldere verdeling van rollen en taken kan daarbij helpen. Het college komt met voorstellen om inwoners meer positie te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10412232/1