Raadsbesluit2021-127D 4. Klaprozenbuurt Toelichting
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Klaprozenbuurt
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.N1803BPSTD-VG02
Datum print
11 April 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
9
Aanleiding Bevoegdheden Leeswijzer
9 9 10
Plankader
11
Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied Geschiedenis van het plangebied
11 11 12 16 17
Beleidskader
21
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
21 24 26 28
Het ruimtelijk kader
35
Ruimtelijk-functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten
35 37
M.e.r. / (mer-beoordeling)splicht
41
Milieueffectrapport
41
Hoofdstuk 6
Verkeer en parkeren
43
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Algemeen Beleid en regelgeving Autoverkeer Openbaar vervoer Langzaam verkeer Resultaten onderzoek Conclusie
43 43 46 47 47 48 48
Geluid
49
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
49 49 51 54
Luchtkwaliteit
55
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
55 55 57 57
Bodem
59
1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 Hoofdstuk 5 5.1
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4 Hoofdstuk 9
Gemeente Amsterdam
blz. 4
9.1 9.2 9.3 9.4
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
59 59 60 60
Cultuurhistorie en archeologie
61
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
61 61 62 64
Duurzaamheid
67
11.1 11.2 11.3
Algemeen Beleid en regelgeving Specifiek plan/project
67 67 67
Hoofdstuk 12
Externe veiligheid
71
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
71 72 74 77
Magnetische veldsterkte
79
Algemeen Beleid en regelgeving Onderzoeksresultaten Conclusie
79 79 80 81
Milieuhinder bedrijvigheid
83
Algemeen Toetsingskader Toegestane milieucategorie Resultaten onderzoeken Conclusie
83 83 84 84 85
Hoofdstuk 15
Natuur en Landschap
87
15.1 15.2 15.3 15.4
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
87 87 87 88
Water
89
Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie
89 89 91 93
Juridische planbeschrijving
95
Algemeen Planopzet Planregels Artikelgewijze toelichting
95 95 95 96
Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 10.4 Hoofdstuk 11
12.1 12.2 12.3 12.4 Hoofdstuk 13 13.1 13.2 13.3 13.4 Hoofdstuk 14 14.1 14.2 14.3 14.4 14.5
Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 16.4 Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3 17.4
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 5
Hoofdstuk 18 18.1 18.2 Hoofdstuk 19 19.1 19.2 19.3 19.4 19.5
Economische uitvoerbaarheid
101
Investeringen en opbrengsten Grondexploitatiewet
101 101
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
103
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Maatschappelijk overleg Participatie Bestemmingsplanprocedure Beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
103 103 103 105 105
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het projectgebied Klaprozenbuurt, nu grotendeels een extensief gebruikt bedrijventerrein, ligt als een puzzelstuk tussen de ontwikkelgebieden aan de Noordelijke IJ-oever (Buiksloterham en NDSM-werf) en de bestaande woonbuurten (Banne-Buiksloot, Bloemenbuurt). Het gebied is aangewezen als versnellingslocatie voor woningbouw in het kader van Koers 2025. Op 9 januari 2018 heeft het college het principebesluit genomen om het gebied te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig en flexibel stedelijk milieu met een gevarieerde functiemix. De beoogde ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan, daarom is het nodig voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen. 1.1.1
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan en op de bestemmingsplanprocedure. Dit, vanwege het feit dat er sprake is van een project met meer dan 11 woningen. Zie Crisis- en herstelwet (Chw), artikel 1.1, lid 1 jo Bijlage I, lid 3, sub 3.1 "ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden”. Het voordeel hiervan is dat de (beroeps-)procedures korter zijn onder vigeur van de Crisis- en herstelwet (Chw). Zo duurt de behandeling van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een half jaar in plaats van de normale termijn van een jaar. Het project Klaprozenbuurt maakt tevens deel uit van de projecten in het kader van de 'Koers 2025' die zijn aangemeld als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in de 17e tranche van de Chw. Deze 17e tranche is met het Besluit van 25 januari 2019 in werking getreden (Staatsblad 53 d.d. 15 februari 2019). De projecten in het kader van Koers 2025 zijn opgenomen in artikel 7c, lid 17 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
De bepalingen van artikel 7c zijn hierdoor op het bestemmingsplan “Klaprozenbuurt” van toepassing, waardoor er een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte kan worden opgesteld. Hierdoor wordt het onder meer mogelijk om: In het bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Daarbij kan worden bepaald dat de beleidsregels worden vastgesteld door de raad of door burgemeester en wethouders; Kostenverhaal uit te stellen tot bij een omgevingsvergunning voor het bouwen; Af te wijken van geluidwetgeving om het akoestisch onderzoek beter af te stemmen op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan; Het besluit hogere waarden deel uit te laten maken van het bestemmingsplan. Het bevoegd gezag mag deze experimenteerruimte benutten maar is daartoe niet gehouden.
1.2
Bevoegdheden
Bij besluit van de gemeenteraad (30 mei 2017) is het plangebied Klaprozenbuurt aangewezen tot grootstedelijk project. Bij dit besluit is besloten dat de voorbereiding van het bestemmingsplan bij het college van B&W ligt. Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 20 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis en de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het ruimtelijk kader, het te realiseren programma en de stedenbouwkundige kaders. In de hoofdstukken 5 tot en met 18 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 19 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 20 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).
Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting en de regels gevoegd.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing
Het plangebied van het bestemmingsplan 'Klaprozenbuurt' wordt globaal als volgt begrensd: De grenzen van het plangebied Klaprozenbuurt zijn weergegeven in de afbeelding hieronder. De zuidgrens van het plangebied is de Klaprozenweg, de westgrens is Zijkanaal I, exclusief de bestaande woonschepenhaven. De noordgrens loopt verder langs de noordzijde van de Waterlandse Zeedijk en buigt naar beneden af ter plaatse van de Floraweg 198 daar wordt de oostgrens bepaald door de Klimopweg tot aan de Klaprozenweg.
Plangrens Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding (voorheen de bestemmingplankaart).
2.2
Doelstelling
Het nieuwe bestemmingsplan Klaprozenbuurt heeft de volgende doelstellingen:
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1. functioneren als toetsingskader voor de transformatie van het gebied; 2. het bieden van een planologisch-juridische titel voor bestaande functies in het gebied.
2.3
Geldend planologisch kader
Er gelden voor dit gebied een vijftal bestemmingsplannen, namelijk: 1. bestemmingsplan Metaalbewerkerweg e.o., vastgesteld op 19-06-2013 (dit plan geldt voor het overgrote deel van het nieuwe plangebied); 2. bestemmingsplan Banne Buiksloot II, vastgesteld op 19-06-2013; 3. bestemminsplan Verbreding Klaprozenweg, vastgesteld op 29-05-2013; 4. bestemmingsplan De Bongerd, vastgesteld op 27-05-2009. Bestemmingsplan 'Metaalbewerkersweg en omgeving' Het overgrote deel van het nieuwe plangebied valt binnen het regime van het vigerende bestemmingsplan 'Metaalbewerkerweg en omgeving' dat is vastgesteld door de deelraad van stadsdeel Noord op 19 juni 2013. De volgende bestemmingen komen voor in het plangebied: Bedrijf – 1 (bedrijven en perifere detailhandel, maatbestemming voor horeca I, twee maatbestemmingen voor specifieke vorm van detailhandel) Bedrijf - 2 (bedrijven) Groen Maatschappelijk Sport Verkeer Leiding – Gas Waarde – Cultuurhistorie Waterstaat – Waterkering Geluidszone Industrie In de bestemmingen Bedrijf -1 en 2 zijn bedrijven toegestaan die vallen onder categorie 1, 2 of 3.1 in de van de regels deel uitmakende Staat van Inrichtingen.
Er zijn een aantal maatbestemmingen opgenomen voor reeds gevestigde bedrijven met een hogere milieucatagorie: op het adres Draaierweg 1, een brood- en banketfabriek - categorie 3.2; op het adres Metaalbewerkerweg 19, een garagebedrijf - categorie 3.2; op het adres Metaalbewerkerweg 23, een busremise met vulpunt waterstof - categorie 3.2; op het adres Polijsterweg 7, een autoschadeherstelbedrijf - categorie 3.2; op het adres Polijsterweg 9, een drukkerij - categorie 3.2; op het adres Polijsterweg 15, een smederij - categorie 3.2; op het adres Slijperweg 6, een voedingsmiddelenfabriek - categorie 4.1.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 13
Uitsnede bestemmingsplan 'Metaalbewerkersweg e.o. (bron: ruimtelijkeplannen) Bestemmingsplan Banne Buiksloot II Het bestemmingsplan "Banne Buiksloot II" is vastgesteld door de deelraad van stadsdeel Noord op 19 juni 2013. Bij uitspraak van de Raad van State op 25 juni 2014 zijn de ingediende beroepen ongegrond verklaard. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de wijk Banne Buiksloot en omgeving. Een klein deel van het bestemmingsplan Banne Buiksloot II, rondom de Waterlandse Zeedijk en de Kamperfoelieweg maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt ten behoeve van de realisatie een dijkpark, de herinrichting van de Kamperfoelieweg en de realisatie van vier woonblokken langs de Kamperfoelieweg. De volgende bestemmingen uit het bestemmingsplan Banne Buiksloot II komen voor in het plangebied Klaprozenbuurt: Groen Tuin - 4 Verkeer Water (inclusief aanduiding ligplaats voor woonschepen) Waarde Archeologie Waarde Cultuurhistorie Waterstaat-Waterkering
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Uitsnede bestemmingsplan 'Banne Buiksloot II' (bron: ruimtelijkeplannen) Bestemmingsplan Verbreding Klaprozenweg Het bestemmingsplan Verbreding Klaprozenweg is vastgesteld op 29-05-2013 een heeft betrekking op de reeds uitgevoerde verbreding van de Klaprozenweg. De bestemmingen die van toepassing zijn op het plangebied van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt betreffen: Verkeer; Groen; Horeca.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 15
Uitsnede bestemmingsplan 'Verbreding Klaprozenweg' (bron: ruimtelijkeplannen) Bestemmingsplan De Bongerd Het bestemmingsplan De Bongerd is vastgesteld op 27 mei 2009 door Stadsdeel Amsterdam Noord. Het plan voorziet in de ontwikkeling van de woonwijk De Bongerd. De bestemmingen die van toepassing zijn op het plangebied van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt betreffen: Verkeer; Groen; Water. Deze bestemmingen worden overgenomen in het bestemmingsplan Klaprozenbuurt.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Uitsnede bestemmingsplan 'De Bongerd' (bron: ruimtelijkeplannen)
2.4
Beschrijving van het plangebied
2.4.1
Ruimtelijke opbouw
Het plangebied wordt gekenmerkt door twee structuurelementen, namelijk de wegen- en waterstructuur. Ten zuiden van het plangebied ligt de Klaprozenweg wat een belangrijke doorgaande (stroom)weg van oost naar west is. Ten noorden van het plangebied ligt de Metaalbewerkerweg, een weg naar de noordkant van het stadsdeel (Landsmeerderdijk). En tenslotte aan de oostkant ligt de Floraweg die een belangrijke ontsluiting richting het westen van het stadsdeel is. De Klaprozenweg is in 2018 geherprofileerd. Een ander structuurelement in het plangebied is het water. Hoewel in het plangebied niet veel oppervlaktewater aanwezig is, ligt het plangebied nabij de belangrijkste scheepvaartverbinding die bestaat uit het Noordhollandsch kanaal en daarop volgende kanalen. Zijkanaal I wordt niet meer als vaarroute gebruikt en heeft nu de functie als gracht ten behoeve van waterberging die rondom de gerealiseerde woonwijken loopt en is daarmee onderdeel gaan uitmaken van het woonmilieu. Rondom het plangebied bevinden zich diverse waterlopen die naast een utilitaire ook een recreatieve betekenis hebben gekregen. De openbare ruimte binnen het plangebied Metaalbewerkerweg en omgeving is enige jaren terug
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 17
geherprofileerd. Hoewel dit ten koste is gegaan van de grootte van de openbare ruimte, oogt deze nog steeds weids. 2.4.2
Functionele opbouw
In de wederopbouwperiode van de vorige eeuw is het plangebied Metaalbewerkerweg en omgeving in ontwikkeling gekomen. Aanvankelijk maakte het plangebied deel uit van het gezoneerde industrieterrein Johan van Hasseltterrein-west. Dit industrieterrein bood ruimte aan zware industrie en havengebonden bedrijvigheid. Pas in 2008 maakt het plangebied Metaalbewerkerweg en omgeving geen deel meer uit van dit gezoneerde industrieterrein doordat met de vaststelling van het bestemmingsplan Eerste herziening, Banne Buiksloot de zogenaamde 'grote lawaaimakers' zijn uitgesloten. Dit maakte overigens mede de weg vrij om het gebied Buiksloterham van werken naar wonen te transformeren. Het plangebied Metaalbewerkerweg en omgeving heeft min of meer altijd een werkfunctie gehad. Deze functie heeft zich in de loop der tijd en allerlei ontwikkelingen als het ware geëvolueerd van industrieterrein naar bedrijfsterrein waar zich kleine (stadsverzorgende) bedrijven hebben gevestigd gecombineerd met de vestiging van grootschalige (perifere) detailhandel.
2.5
Geschiedenis van het plangebied
De Metaalbewerkerweg en omgeving bevindt zich in de Buiksloterhampolder en voor een klein deel in het IJ. Voordat deze polder in de 19de eeuw werd drooggelegd, was dit gebied onderdeel van de waterloop van het IJ. Het huidige stroomgebied van het IJ was het resultaat van landschappelijke ontwikkelingen in de 12de - 14de eeuw. Tijdens stormvloeden in die periode werd onder meer de veenrug tussen het Oer-IJ en het Almere, het huidige IJsselmeer, weggeslagen en werd het oorspronkelijke smalle IJ aanzienlijk breder door veenafslag.
De ligging van het plangebied (geel1 ) weergegeven binnen een reconstructie van de middeleeuwse ontwikkeling van het IJ waarbij de oorspronkelijke smalle waterloop (zeer lichtblauw) zich door stormvloeden in de 12 de eeuw (lichtblauw) en 14 de eeuw (donkerblauw) verbreedde, met de zeedijk (rood) uit circa 1350. Vanaf de Middeleeuwen tot aan het einde van de 19de eeuw was het IJ de belangrijkste vaarroutetussen Amsterdam en Haarlem. Vooral werd in toenemende mate gebruik gemaakt van het IJ voor het transport
Gemeente Amsterdam
blz. 18
en de overslag van goederen in de Amsterdamse haven die zeeschepen aanvoerden via de Zuiderzee en de vaargeulen langs Pampus. De Buiksloterham was een inham aan de noordkant van het IJ tussen de landtong De Nes in het westen, de landtong Volewijk in het oosten en de eeuwenoude Waterlandse Zeedijk, die rond 1300 op grote lijnen haar huidige vorm kreeg en nog altijd als zodanig herkenbaar is, aan noordkant. Het gebied was sinds 1819 in gebruik als stortplaats voor baggergrond uit de Amsterdamse havens en grachten. De gemeente Amsterdam begon in 1848 als werkverschaffingsproject met de drooglegging van de Buiksloterham, maar het werk werd al snel wegens geldgebrek stil gelegd, waarna in 1851 F.W.J. Beukelaar als particulier de concessie kocht voor de inpoldering inclusief de uitgevoerde werken en de rechten op ondergrond. Door hem werd de polder ingedijkt en drooggemalen. De nieuw gewonnen grond kreeg een agrarische bestemming. In 1877 werden alle polders in Noord bij wet van 1877 bij de gemeente Amsterdam gevoegd.
Het plangebied (rood omlijnd) op de Topografisch Militaire Kaart uit 1854 een verkaveling van percelen haaks hierop. Nadat de polder weer Amsterdams bezit was geworden, besloot men het te bestemmen tot industriegebied met tentoonstellingsruimte en later ook tot woongebied. Rond 1900 ontstond ruimtebehoefte voor ondermeer grote scheepswerven, toeleverende bedrijven en grootschalige fabrieken. In 1901 stelde het gemeentebestuur daarom de 'Commissie voor het ontwerpen van een plan tot uitbreiding van de bebouwde kom der gemeente Amsterdam benoorden het IJ' in. Een groot deel van de Buiksloterham werd daarin omgevormd tot industrieterrein met in het oostelijke deel woningbouw (zoals de Van der Pek- en Bloemenbuurt).In 1906 werd dit plan vastgesteld. Uiteenlopende bedrijven vestigden zich in de loop van de 20e eeuw van zuid naar noord in de rest van de polder, waarbij de meest recente bedrijven ten noorden van de Klaprozenweg kwamen. Daaronder bevond zich het eerste olieopslagbedrijf van Amsterdam, precies op de plek van het latere Shell Research Laboratorium - nu Overhoeks, de Nederlandse Vliegtuigfabriek Fokker aan de Papaverweg en de Amsterdamse Vuilverbrandingsinstallatie aan het Papaverkanaal. Verder waren er ook enkele publieke functies waaronder tentoonstellingsterreinen en horeca maar die waren allemaal voor 1940 alweer verdwenen.
Wegens niet aflatende twijfels of de investeringen ook wel de verwachte opbrengsten op zouden leveren, liet het stadsbestuur echter na haar plannen uit 1906 op een consequente wijze uit te voeren. Het Hoofdkanaal (1919 Johan van Hasseltkanaal) dat oost-west door de Buiksloterham had moeten lopen, werd vanaf 1908 deels gegraven, maar nooit voltooid. De ruimtelijke ontwikkeling van de Buiksloterhampolder wordt vanaf 1906 gekenschetst door een hoofdstructuur van insteekkanalen en
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 19
wegen en de uitvoering van enkele (spoor)pontveren, waaronder het Distelveer. Hiermee ging de oorspronkelijke structuur van de polder geheel verloren: om de grond bouwrijp te maken hoogde men het terrein flink op en de nieuwe structuur had niets met de oude te maken. Alleen de Grasweg volgt nog de loop van de zuidwestelijke ringdijk en ringsloot rond de polder. Binnen het plangebied werd rond 1920 het Buiksloterkanaal gegraven dat in de jaren 30 echter weer gedempt werd. Sinds 1963 loopt hier de Slijperweg. Het gebied Metaalbewerkerweg e.o. staat in de partiële herziening van het noordelijk gedeelte van het Algemeen Uitbreidingplan uit 1959 als 'nog te ontwikkelen industrieterrein'. In het bestemmingsplan Banne Buiksloot (1969) is voor het eerst de huidige verkaveling te zien. Waterlandse Zeedijk De Waterlandse Zeedijk is een uniek cultuurhistorisch en landschappelijk element, dat de ontstaansgeschiedenis van Noord vertelt: een stadsdeel dat ontstaan is langs de kenmerkende dijkdorpen in een structuur van lintbebouwing. De Waterlandse Zeedijk is afgebouwd rond 1300 en wordt aangemerkt als provinciaal monument. Op de Waterlandse Zeedijk waren verschillende lintdorpen gelegen, waaronder Buiksloot. De dijkdorpen grensden enerzijds aan het open water (de huidige Buiksloterham) en anderzijds aan veeweide gebied (de huidige Banne).
Op het onderdeel van de Waterlandse Zeedijk binnen het plangebied stonden tientallen binnendijkse dijkwoningen, onderdeel van het dijkdorp Buiksloot. Ten behoeve van een oost-west autoverbinding zijn deze dijkwoningen in de jaren '60 gesloopt. De oorspronkelijke dijk is alleen opgehoogd met een breder wegtalud. De autoverbinding is uiteindelijk nooit gerealiseerd. De Waterlandse Zeedijk ter hoogte van het plangebied is als zodanig nauwelijks nog herkenbaar, ook door het dichtgegroeide bosplantsoen op de dijk. In het bestemmingsplan Banne Buiksloot II is in dat kader een dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie opgenomen, waarin de volgende te beschermen waarden zijn opgenomen: De typerende lintbebouwingsstructuur met enkele verbindingen naar het benedendijkse land; Het groene en waterrijke karakter dat gedragen wordt door het zicht op de water- en groenpartijen; Hoogteverschillen met het omringende land.
Kaart uit de jaren '30 met het oorspronkelijk dijklandschap inclusief dijkbebouwing. NB: op deze kaart
Gemeente Amsterdam
blz. 20
worden twee delen van de Waterlandse Zeedijk weergegeven. Het bovenste gedeelte is het oorspronk elijk dijklandschap in het plangebied; het onderste gedeelte ligt meer naar het oosten, buiten het projectgebied. Credits: Allard Pierson Museum
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 21
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities tot 2040 en de ruimtelijke doelen, belangen en opgaven tot 2028. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor de middellange termijn (2020/2028) zijn: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, zijn daarom geborgd in de Amvb Ruimte (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden.
In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a. Rijksvaarwegen; b. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c. Kustfundament; d. Grote rivieren; e. Waddenzee en waddengebied; f. Defensie; g. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h. Elektriciteitsvoorziening; i. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j. Ecologische hoofdstructuur; k. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het plangebied zal worden getransformeerd van een extensief gebruikt stadsverzorgend bedrijventerrein en locatie voor perifere detailhandel naar een gemengd woon-werkgebied. Het betreft een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn. In het plangebied bevindt zich een primaire waterkering. Hiervoor is in het plan een beschermende regeling opgenomen.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De voorgaande systematiek is niet nieuw en werd voorheen de SER-ladder genoemd. Het Rijk adviseerde dit afwegingskader al op enkele beleidsterreinen zoals bij bedrijventerreinen. De SER-ladder is ook in enkele beleidsregels overgenomen. Nu wordt deze systematiek algemeen voorgeschreven bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en wordt deze ook wel de 'ladder voor duurzame verstedelijking' genoemd. Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.
De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Voorliggend bestemmingsplan betreft de transformatie van een extensief gebruikt bedrijventerrein en locatie voor perifere detailhandel naar een gemengd woon-werkgebied. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voorziet in ca. 250.000 m2 bvo aan programma voor wonen, werken en voorzieningen, waarbij de volgende onderverdeling wordt aangehouden: 80% wonen, 15% werken en 5% voorzieningen. Voor een deel van het plangebied, de Klimopwegdriehoek zijn rechtstreekse bouwtitels opgenomen. Voor het overige deel wordt de herontwikkeling van het plangebied via wijzigingsbevoegdheden mogelijk gemaakt. Hieronder wordt ingegaan op de behoefte aan herontwikkeling van het plangebied: Wonen Op basis van het voorliggende woningbouwprogramma (80% wonen) kunnen ruim 2000 woningen gerealiseerd worden. Uit het rapport Demografische ontwikkelingen 2010-2040 van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt de Metropoolregio Amsterdam aanhoudend (tot 2040) sterk tot zeer sterk te groeien: 10 procent tot meer dan 20 procent. Ook de huishoudensontwikkeling geeft dezelfde trend met een stevige groei van 20 procent of meer. De verwachting is dat de gemeente Amsterdam in 2040 ruim 50.000 huishoudens meer heeft dan in 2010.
De werkzame beroepsbevolking in de Metropoolregio Amsterdam zal toenemen. Op 24 mei 2016 is Koers 2025 - Ruimte voor de stad vastgesteld door het college van B&W. In Koers 2025 is de ambitie neergelegd om tot 2025 binnen de stadsgrenzen de bouw van 50.000 woningen mogelijk te maken door nieuwbouw en voor een deel ook door transformatie van onder meer bedrijventerreinen. Om in de verwachte groei van Amsterdam te kunnen voorzien en de druk op de woningmarkt te verlichten is in Koers 2025 een integrale en stadsbrede inventarisatie gemaakt van bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 23
concrete en mogelijke woningbouwlocaties. Het plangebied is in Koers 2025 aangewezen als woningbouwlocatie. Ook uit de Woonagenda 2025, vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 19 juli 2017, blijkt dat een grote behoefte is aan nieuwe woningen in Amsterdam. In het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 en de Monitor Plancapaciteit Noord-Holland is rekening gehouden met een plancapaciteit van 2184 woningen voor het plangebied (zie verder ook paragraaf 3.3.1). De behoefte aan de woningen is daarmee aangetoond. Detailhandel en horeca Voor Amsterdam Noord is een 'Distributie Planologisch Onderzoek' (DPO) opgesteld ter nadere invulling van de 20 december 2017 door de gemeenteraad van Amsterdam vastgestelde 'Detailhandelsbeleid 2018-2022 'Sterke winkelgebieden in een groeiende stad'. Uit het DPO blijkt dat er in het gebied rond de Klaprozenweg nog ruimte is voor uitbreiding van detailhandel. Dit betekent dat vestiging van detailhandel ten behoeve van het realiseren van een goed voorzieningenniveau voor de nieuwe projectgebieden niet ten koste gaat van de bestaande winkelgebieden in Noord (zoals in dit geval het Mosveld of de Banne). De Klaprozenbuurt zal in de toekomst ruim 4000 inwoners tellen. De dichtst bij gelegen voorzieningen zijn te vinden op het Mosveld en in winkelcentrum de Banne.
Deze beide winkelgebieden zijn echter niet op loopafstand gelegen (verder dan 750 meter). Er is derhalve ook een behoefte aan dagelijkse voorzieningen dichter bij huis, dus in het plangebied zelf. Daarom is een bescheiden detailhandelscluster met twee supermarkten met enige ondersteunende detailhandel opgenomen. Het detailhandelscluster met de supermarkten past binnen de uitbreidingsruimte van 4.000 m2 bvo voor dagelijkse goederen die het DPO aangeeft. Daarnaast is er ruimte nodig voor de herplaatsing van reeds bestaande niet-dagelijkse detailhandel in het gebied. Uit het DPO blijkt verder dat er tevens sprake is van een uitbreidingsruimte voor horeca van 2.200 m2 bvo. Horeca heeft een belangrijke publiek aantrekkende functie en kan daarom – naast een detailhandelscluster - als trekker een belangrijke impuls geven aan de ontwikkeling van de Klaprozenweg tot stadsstraat (op dit moment is reeds 400 á 500 m2 bvo aan horeca aanwezig / vergund) in het plangebied. Maatschappelijke voorzieningen Op basis van het (woon)programma is er in afstemming tussen onderwijs, jeugd, zorg en basisvoorzieningen (stadsdelen) een overzicht gemaakt van de benodigde voorzieningen voor de Klaprozenbuurt. Als kader voor het programma is eerst de 'referentienormen maatschappelijke voorzieningen' gehanteerd.
Het concept woonprogramma is daarbij ingevoerd in het 'voorzieningenmodel'; deze geeft de behoefte aan ruimte weer op basis van deze normen. Er is uitgegaan van de opgave van 2000 woningen. Er is ook gekeken naar de relatie met het omliggende gebied (bestaand en in ontwikkeling). In de bestaande wijken zijn er de nodige voorzieningen, maar bij sommige voorzieningen ligt er een veranderopgave. Daarnaast is er voor het benodigde programma aan nieuwe maatschappelijke voorzieningen en de kansen voor inpassing van voorzieningen in de ontwikkelgebieden gekeken naar een hoger schaalniveau: Klaprozenbuurt, Buiksloterham, Overhoeks en NDSM. Maatschappelijke voorziening
Aantal
M2 bvo gebouw
M2 terrein
Per voorz.
Per voorz.
Totaal
Totaal
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Alles-in-één-school
2
3.600
Passantenpension
1
1.800
Buurtkamer
1
120
Behandel-woonlocatie jeugd
1
200
Eerstelijns zorgvoorzieningen
1
150 tot 1.100 m2 bvo
Apotheek
1
100
Madi/wijkzorg
1
150
Maatschappelijk overig (nader in te vullen)
7.200
1.700
3.400
1.830
Speelplek
6a7
150
1.000
Speelveld
2
1.000
2.000
Sporten in de openbare ruimte
2.000
Ruimte voor (andere) georganiseerde buitensport
10.000 (bovenplans in Noord in te passen)
Nieuw openbaar groen
17.000
Bestaand openbaar groen, ingrijpend te verbeteren
28.000
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 25
a. Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. c. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. c. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. d. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie a. De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Het initiatief sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, vooral ten aanzien van het versterken van het bestaand verstedelijkt gebied en het aansluiten bij de kwalitatieve behoeftes en trends. 3.2.2
Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland
Het beleid van de Structuurvisie is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Op 12 december 2016 is de Provinciale ruimtelijke verordening gewijzigd vastgesteld in verband met de ladder voor duurzame verstedelijking en naar aanleiding van beleidswijzigingen. De laatste wijziging van de PRV is van 3 september 2019. In de verordening worden regels gegeven voor stedelijke functies zoals bedrijventerreinen, detailhandel en woningbouw in het landelijk gebied. Uitgangspunt is dat stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie in het bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Gemeente Amsterdam
blz. 26
Artikel 5a: Nieuwe stedelijke ontwikkeling Omdat het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) via de Ladder voor duurzame verstedelijking al regels stelt over het aantonen nut en noodzaak en het onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet meer in de PRV opgenomen. De regionale afstemming is centraal komen te staan in de PRV. Artikel 5a van de PRV bepaalt dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Het projectgebied is geheel gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De behoefte is besproken in paragraaf 3.1.2. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de regels zoals deze zijn opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Vervoerregio Amsterdam
De Vervoerregio Amsterstam is de opvolger van de Stadsregio Amsterdam, een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De regio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Regionaal actieprogramma Wonen 2016-2020 De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten in de Stadsregio Amsterdam gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 t/m 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010 waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. Voor de eerste RAP-periode 2011 t/m 2015 hebben alle regio’s een RAP opgesteld.
Aandachtspunten die de provincie benoemd heeft voor het RAP 2016-2020 zijn: Vraaggestuurd bouwen (zowel kwalitatief als kwantitatief) Binnenstedelijk bouwen en transformeren Betaalbaarheid/Sociale woningbouw (huur en koop) Wonen, zorg, welzijn en voorzieningen Duurzaam Bouwen (collectieve) zelfbouw Demografische prognoses en cijfers over de woningbouwbehoeften Inzicht in potentiële locaties binnen bestaand stedelijk gebied (bsg) OV-knooppunten Het RAP dient ‘ladderproof’ te zijn (Ladder voor Duurzame Verstedelijking) De bestuurders zien een belangrijke opgave voor de samenwerking, toegespitst op drie thema’s. De achtergrond hierbij wordt verder toegelicht in de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt. Het eerste thema is de woningbouwproductie. Levert de optelsom van alle lokale plannen bij elkaar het gewenste beeld op voor de ontwikkeling van de woningmarkt in de Metropoolregio? Zowel kwantitatief als naar type woonmilieu. Vanuit het perspectief van een aantrekkelijke en diverse woningmarkt en om bij te dragen aan de economische concurrentiepositie van de Metropoolregio. Maar ook om tegemoet te komen aan de kwalitatieve woningvraag van huishoudens. Aanvullend daarop hebben de bestuurders al eerder uitgesproken dat zij ondanks de hoge marktdruk in de regio ook aandacht willen houden voor de woningbehoefte van de lage en middeninkomens.
Betaalbare Voorraad is daarom het tweede thema dat
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 27
benoemd is als aandachtspunt voor de samenwerking. Tegelijkertijd constateren we dat de sociale huurwoningen, waarop de laagste inkomens aangewezen zijn, op dit moment een schaars goed zijn. In dat licht bespreken we met elkaar hoe we deze schaarse sociale huurwoningen willen verdelen. Woonruimteverdeling is het derde thema in de samenwerking. Voor de Stadsregio Amsterdam als totaal wordt de groei van de woningbehoefte in de periode 2015-2020 geraamd op ca. 45.000 woningen en voor de periode 2015-2025 op ca. 87.000 woningen. Dat komt neer op ruim 9.000 woningen per jaar. De gemeenten moeten alle zeilen bijzetten om die opgave te kunnen realiseren. Dit bestemmingsplan voorziet in circa 2000 nieuwe woningen en is daarmee in lijn met het regionale beleid. 3.3.2
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.2.1 Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht.
In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Uitvoeringsstrategie Plabek a 3.0, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 3.0 (20 juli 2017). Uit Plabeka 3.0 is onder meer op te maken dat de MRA binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's behoort. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die voor Nederland als geheel ligt. Maar binnen de MRA nemen de verschillen toe. De werkgelegenheid groeit hard in Amsterdam en in iets mindere mate in Amstel-Meerlanden (met name Haarlemmermeer), maar daar staat een krimp tegenover in de regio's Haarlem en Gooi en Vechtstreek.
De behoefte aan bedrijventerreinen is lager in vergelijking tot de periode voor de crisis en op de kantorenmarkt is er een flinke leegstand, al neemt die in sommige deelregio's snel af en met name in Amsterdam. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op transformatie van een bedrijventerrein in woon-werkgebied.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Plabeka 3.0 is hierover onder meer aangegeven dat de ruimtedruk in de kern van de metropoolregio toe neemt en dat dit vraagt om verdichting binnen het stedelijk gebied. Tegelijkertijd vraagt de transitie naar de nieuwe economie (duurzaam, circulair, digitaal) om werklocaties die aansluiten op de veranderde ruimtebehoefte. Transformatie van bedrijventerreinen en kantoren is hiervoor een belangrijk middel; de ambitie die de regio op transformatiegebied heeft is dan ook fors. Overigens gaat het hierbij veelal om transformatie van monofunctionele werklocaties naar gemengde gebieden voor wonen én werken; er wordt dus met transformatie vaak óók nieuwe bedrijfsruimte gerealiseerd. De transformatie naar gemengde woon-werkmilieus - of naar andere functies - zorgt ervoor dat de regio kan voorzien in de kwalitatieve ruimtevraag naar gemengde, multimodaal bereikbare werkgebieden in de stad. De MRA heeft daarbij de opgave om verouderde en/of incourante kantoorlocaties en bedrijventerreinen te herstructureren en/of te transformeren. Een bestemming waar nog wel vraag naar is, en die transformatie in veel gevallen ook rendabel kan maken, is wonen. Daarbij draagt transformatie van werklocaties ook bij aan meer ruimte voor wonen in de MRA.
Weliswaar richt Plabeka zich op ruimte voor werken - en niet op ruimte voor wonen - maar voldoende woningen op de juiste plekken zijn óók nodig om talent in de MRA te kunnen accommoderen, wat ook relevant is voor het vestigingsklimaat. Uitvoeringsstrategie 2010-2040 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'. Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies.
Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam'
Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) legt Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.
De ambitie is om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, een intensiever gebruik van de haven en huidige bedrijventerreinen te realiseren en ruimte te maken voor waterberging. Het plangebied is in de Structuurvisie aangewezen als locatie die zich in de periode 2030-2040 bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 29
transformeert naar een werk-woongebied.
Afbeelding: Structuurvisie Amsterdam 2040
3.4.2
Koers 2025 - Ruimte voor de Stad
Koers 2025 - Ruimte voor de stad is op 24 mei 2016 vastgesteld door het college van B&W. Op 14 september 2016 is Koers 2025 besproken in de gemeenteraad. In Koers 2025 is de ambitie neergelegd om tot 2025 binnen de stadsgrenzen de bouw van 50.000 woningen mogelijk te maken door nieuwbouw en voor een deel ook door transformatie van onder meer bedrijventerreinen. Om in de verwachte groei van Amsterdam te kunnen voorzien en de druk op de woningmarkt te verlichten is in Koers 2025 een integrale en stadsbrede inventarisatie gemaakt van concrete en mogelijke woningbouwlocaties. Koers 2025 operationaliseert de Structuurvisie en de ambitie voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Het plangebied is in Koers 2025 aangewezen als ontwikkellocatie. 3.4.3
Ruimte voor de economie van morgen
De bevolkingsgroei in Amsterdam hangt samen met werkgelegenheidsgroei. Ruimte voor de Economie van Morgen is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025 en biedt een inventarisatie van economische kansen die verder worden uitgewerkt in gebiedsontwikkeling, ruimtelijke projecten en bij gronduitgifte voor kantoor- en bedrijventerreinen. Bij deze inventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen woon-werkgebieden, kantoorgebieden en productiezones. Ruimte voor de Economie van Morgen wijst het projectgebied aan als 'productieve wijk'. Productieve wijken zijn woon-werkwijken die bedrijven met ruimtelijke behoefte aan bedrijfsruimte integreren in nieuw stedelijk woonmilieu. Het grootste deel van Amsterdam tot en met de gordel van de negentiende eeuw, is gebouwd zonder fysieke scheiding tussen werken en wonen. Nieuwe productieve wijken keren terug naar dit principe, waarin ruimte is voor bestaande bedrijvigheid zoals ambachten en lokale productie.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
In dit bestemmingsplan wordt via wijzigingsbevoegdheden mogelijkheid geboden voor kleinschalige bedrijvigheid, creatieve functies, dienstverlening, detailhandel, perifere detailhandel en horeca. 3.4.4
Woonagenda 2025
Op 19 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld. De Woonagenda 2025 heeft als uitgangspunt voor de langer termijn: voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Hiertoe zijn 25 acties geformuleerd. Met de woonagenda wordt in kaart gebracht waar de huidige woningmarkt te kort schiet, wat er nu reeds aan gedaan wordt en welke aanvullende acties nodig zijn. Kern van het nieuwe Amsterdamse woonbeleid is dat het college wil blijven investeren in een stad waar voldoende woningen zijn voor alle Amsterdammers, de woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en betaalbaar voor de Amsterdammers die erin wonen of gaan wonen. In de Woonagenda 2025 staat de prognose dat er in 2025 een tekort zal zijn aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dat tekort heeft de gemeente een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen (huur en koop) en 20% dure woningen (huur en koop). Daarnaast draagt de ontwikkeling van nieuwbouw bij aan de 'ongedeelde stad', een stad met zo min mogelijk ruimtelijke en sociale segregatie. Het woningbouwprogramma van de Klaprozenbuurt houdt het stedelijk uitgangspunt '40-40-20' aan en gezien de bijzondere ligging van het project wordt sterk ingezet op het thema 'ongedeelde wijk'. 3.4.5
Maatschappelijk beleid
Plan maatschappelijke voorzieningen Amsterdam-Noord 2015-2030 Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Noord heeft het Plan maatschappelijke voorzieningen Amsterdam-Noord 2015-2030 vastgesteld op 24 februari 2016. Destijds was planvorming voor het projectgebied nog niet opgestart. De volgende maatschappelijke voorzieningen worden voorzien in het maatschappelijk programma Klaprozenbuurt: twee basisscholen met kinderopvang, een passantenpension (bovenwijkse zorgvoorziening), een buurtkamer, eerstelijnsvoorzieningen, maatschappelijke dienstverlening en wijkzorg en een woonbehandellocatie Jeugd. Deze voorzieningen zijn onderdeel van het maatschappelijke programma dat middels wijzigingsbevoegdheden in dit bestemmingsplan is opgenomen. 3.4.6 stad'
Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 'sterke winkelgebieden in een groeiende
In navolging van het regionaal detailhandelsbeleid en onder andere de 'Structuurvisie Amsterdam 2040: Economisch sterk en duurzaam' en het 'Amsterdams Ondernemers Programma 2015-2018', is nieuw gemeentelijk detailhandelsbeleid opgesteld. Het Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 'sterke winkelgebieden in een groeiende stad', dat op 20 december 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, geldt voor de periode 2018-2022 en dient mede ter vervanging van eerder vastgesteld detailhandelsbeleid op stadsdeelniveau, dat is komen te vervallen. Algemene doelstellingen en uitgangspunten Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners als bezoekers en heeft twee hoofddoelstellingen voor de detailhandel. Boodschappen dichtbij voor bewoners: met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 31
kunnen doen. Meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad: Amsterdam heeft als ambitie om meerdere aantrekkelijke winkelgebieden te hebben, ook buiten de binnenstad. Het betreft hier het echte 'winkelen' voor producten die je niet elke dag koopt. Gebiedsgerichte koers detailhandel Amsterdam is in het beleid onderverdeeld in drie zones: de kernzone, centrumzone en stadszone. Deze verschillen in het al aanwezige winkelaanbod, de stedenbouwkundige structuur en het verzorgingsgebied. Het plangebied ligt in de stadszone. De stadszone is een gebied met veel gezichten: hier doemen de grootste problemen op met leegstand en verloedering. Tegelijkertijd staat het dynamische gebied aan een vooravond van grootse ontwikkelingen met nieuwe woongebieden en verbeterde verbindingen. Het is zaak zowel voor de problemen als kansen ogen te hebben. Voor het aanbod van dagelijkse boodschappen kiezen we ervoor de structuur van kansrijke wijkcentra, de wat grotere winkelgebieden, te versterken.
Afbeelding: de drie zones in Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 'sterke winkelgebieden in een groeiende stad' Het detailhandelsbeleid van Amsterdam 2018-2022 biedt ruimte voor detailhandel bij de ontwikkeling van nieuwe wijken. Het beleid zet in op fijnmazige winkelstructuren in de groeigebieden zoals de Noordelijke IJ-oevers. Het uitgangspunt van dit beleid is dat bestaande kansrijke winkelgebieden eerst worden versterkt. Dan is er meer ruimte voor de ontwikkeling van winkels met niet-dagelijks aanbod, die een bonte schakering kunnen vormen met andere bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen. Er zijn meer mogelijkheden voor nieuwe winkels als het bestaande winkelgebied (vrijwel) aansluitend is op een (nieuwe) stadsstraat die een belangrijke verbindingsfunctie heeft. Eind 2018 is de rapportage Programmering voorzieningen Amsterdam-Noord verschenen, een Distributie Planologisch Onderzoek (DPO) voor heel Amsterdam Noord, als nadere invulling van het Detailhandelsbeleid 2018-2022. Uit het DPO blijkt dat er in het gebied rond de Klaprozenweg op basis
Gemeente Amsterdam
blz. 32
van de extra woningbouw ruimte is voor een uitbreiding van 4.375 bvo (3.500 wvo) aan dagelijkse detailhandel. De uitbreidingsruimte van 4.375 m2 bvo geldt voor de Klaprozenbuurt en het zuidelijk gelegen projectgebied Buiksloterham samen. De ontwikkeling van de Klaprozenweg tot stadsstraat biedt uitstekende mogelijkheden voor de vestiging van een dagelijks detailhandel cluster. De kruising Floraweg/Klaprozenweg vormt het hart van de toekomstige stadsstraat en is gekozen als locatie voor de twee nieuwe supermarkten en de overige 700 m2 dagelijkse detailhandel. Het is zowel vanuit de Klaprozenbuurt als vanuit de Buiksloterham een goed bereikbare, centrale locatie voor voetgangers en fietsers. Ook is er een halte voor de regionale HOV buslijn en de lokale busverbinding naar het CS. De Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid heeft hierover positief geadviseerd. 3.4.7
Overnachtingsbeleid
De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 13 juli 2016 de "herziening van het Amsterdamse deel van de Regionale hotelstrategie 2016-2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid" vastgesteld(gemeenteblad afdeling 1, nr. 868). Dit beleid is per 1 januari 2017 in werking getreden en geldt voor het hele grondgebied van gemeente Amsterdam. Amsterdam gaat van een hotelbeleid naar een overnachtingsbeleid. Vraag en aanbod van alle overnachtingsvormen in de Amsterdamse regio worden hierbij als één geheel gezien, waarbij er zeer beperkt ruimte blijft voor nieuwe hotelinitiatieven, ook in het centrum. Voor de overige overnachtingsvormen wordt het aanbod verder gereguleerd. Vanwege het verband tussen de verschillende overnachtingsvormen blijft Amsterdam zeer beperkt ruimte bieden aan hotelontwikkeling. De toetsing wordt nog strenger. Medewerking wordt alleen gegeven als hotelinitiatieven écht iets toevoegen aan de markt en aan de omgeving. Concepten worden getoetst op kwaliteit, innovatief karakter, duurzaamheid en verbinding met de buurt. Daartoe wordt de hotelladder verscherpt en objectiever gemaakt. De gemeente zet in op concepten die op innovatieve manier nieuwe verbindingen maken, die innovaties doorvoeren in doelgroepen of in ontwerp of programma.
Daarnaast zet de gemeente in op hotelontwikkelingen die een bijzondere bijdrage leveren aan het vestigingsklimaat van (internationale) bedrijven, zoals appartementenhotels. De gemeente Amsterdam verleent geen medewerking aan nieuwe hotels in een groot deel van de stad. In een beperkt deel van de stad is het uitgangspunt 'nee, tenzij…' Aan de hand van een stappenplan beoordeelt de gemeente of een nieuw initiatief op medewerking kan rekenen. Voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt niet uitgegaan van de realisatie van hotels. 3.4.8
Beleidskader Verkeersnetten
In het Beleidskader Verkeersnetten, vastgesteld door de Gemeenteraad op 24 januari 2018, wordt beschreven waar de verschillende verkeersnetten liggen, welke doelen ze dienen en aan welke eisen en toetskwaliteiten ze ten minste moeten voldoen. In het beleidskader is de indeling van de straten en pleinen naar Plusnetten, Hoofdnetten en Basisnetten voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto vastgelegd. Het beleidskader is geen investeringsprogramma, maar dient vanuit de regierol van de gemeente als basis voor investeringen, herinrichtingsplannen en andere maatregelen om de doorstroming van verkeer te verbeteren. Verbetering in de doorstroming leidt over het algemeen ook tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met het Beleidskader Verkeersnetten opgesteld.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 33
3.4.9
De bewegende stad
Met de Beweeglogica, onderdeel van het programma ‘Bewegende Stad’, kan de stad zo ingericht worden dat Amsterdammers meer gaan bewegen. De Beweeglogica geeft ‘stadmakers’ van binnen en buiten de gemeente meer houvast om bewegen op te nemen in een ontwerp of bij de herinrichting van buurten, parken, straten en pleinen. Zowel in bestaande buurten als bij nieuwbouw. Voorbeelden hiervan zijn autoluwe buurten, bredere stoepen om te spelen, meer open zwemwater, voorzieningen voor outdoor sporters, alternatieve fietsroutes en gebouwen waarin trappen beter zichtbaar zijn. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor Klaprozenbuurt dat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de beweeglogica. Met de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied wordt met deze beleidsdoelstellingen rekening gehouden. 3.4.10 Welstandsnota 'De Schoonheid van Amsterdam' (2016) In 2013 zijn vijftien stadsdeelnota's vervangen door één welstandsnota die geldt voor de hele stad: De Schoonheid van Amsterdam. De nota, die in 2016 is geactualiseerd, besteedt aandacht aan duurzaam (ver)bouwen en aan gevelreclame. De welstandsnota zorgt ervoor dat iedereen die in Amsterdam iets wil bouwen duidelijkheid heeft over de wijze waarop de gemeente de schoonheid van Amsterdam wil behouden en bevorderen.
Een opsteller van een bouwplan moet erin kunnen vinden welke eisen op welke plek worden gesteld. De commissie moet op basis van de beschrijvingen en criteria een onderbouwd advies kunnen geven over de plannen. In de welstandsnota zijn de ruimtelijke systemen (gebieden met gelijksoortige bebouwing, zoals de 19de-eeuwse ring, de gordel '20-'40 of de naoorlogse wijken in Nieuw-West en Buitenveldert) de uitgangspunt voor beleid in plaats van stadsdeelgrenzen. De nota maakt een scherp onderscheid tussen drie soorten criteria: concrete standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen en ingrepen aan de bestaande bebouwing, relatieve en meer abstract geformuleerde criteria die toegespitst zijn op grotere en meer ingrijpende plannen en planafhankelijke criteria voor gebieden die in transformatie zijn. Per ruimtelijk systeem zijn een beschrijving, de waardering en de uitgangspunten voor beleid opgenomen. Deze ingrediënten maken de criteria die bij de beoordeling worden toegepast en ook de beoordeling zelf inzichtelijk. Aan de welstandsnota is een kaart met welstandsniveaus toegevoegd. Die geeft de ambities per gebied weer.