Raadsbesluit2021-127B 2. Klaprozenbuurt Regels
Tekst van het document
Nadere eisen
Bij omgevingsvergunning kunnen ter bescherming van de in lid 14.1 genoemde archeologische waarden nadere eisen gesteld worden aan de situering van de bouwwerken, indien uit het archeologisch rapport onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden zoals bedoeld in lid 14.1 aanwezig zijn. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen uitsluitend ten dienste van de in 14.1 genoemde primaire bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Op en onder de in lid 14.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 41
b. c. d.
e.
1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 2 meter onder maaiveld, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; 2. het aanbrengen van drainage; 3. het aanleggen en verbreden van wateren; 4. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; 5. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; De aanvrager van een vergunning zoals bedoeld onder a dient een archeologisch rapport te overleggen; De onder a genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in lid 14.1 niet onevenredig schaden; Aan de onder a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door de bij omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; Het bepaalde onder a en d is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. die betrekking heeft op een waterbodem met een oppervlakte kleiner dan 10.000 m²; 2. die het normale onderhoud betreft; 3.
die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
Artikel 15 15.1
Waarde - Cultuurhistorie 1
Bestemmingsomschrijving
a. De voor Waarde - Cultuurhistorie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden. b. De bestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen; c. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14 15.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 15.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. De volgende te beschermen waarden dienen in acht genomen te worden: a. b. c. d.
de typerende lintbebouwingstructuur met enkele verbindingen naar het benedendijkse land; het groene en waterrijke karakter dat gedragen wordt door het zicht op de water- en groenpartijen; hoogteverschillen met het omringende land, met de typerende doorkijkjes tussen de dijkpanden; het tracé en het profiel van de dijk.
15.3
Nadere eisen
Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering, de afmetingen, de vormgeving, de kaprichting, de kaphelling en de kapvorm van hoofden bijgebouwen; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen; c. de gevelindeling van hoofdgebouwen. 15.4
Nadere eisen
Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering en afmetingen van hoofd- en bijgebouwen en drijvende bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Algemeen Het is verboden op of in de in lid 15.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de in lid 15.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 43
het uitvoeren van baggerwerkzaamheden; het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; werkzaamheden die de walkant kunnen beschadigen; overige werkzaamheden die de bestaande waterstructuur negatief beïnvloeden; het veranderen van het tracé en het profiel van de Waterlandse Zeedijk. 15.5.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 15.5.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de cultuurhistorische waarden. 15.5.4 Voorwaarden Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele aantasting van de waarden.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
Artikel 16 16.1
Waarde - Cultuurhistorie 2
Bestemmingsomschrijving
a. De voor Waarde - Cultuurhistorie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden. b. De bestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 16.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 16.1 genoemde gronden geldt dat bij het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen dient de bestaande waterstructuur van Zijkanaal I te worden behouden. 16.3
Nadere eisen
Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering en afmetingen van hoofd- en bijgebouwen en drijvende bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de in lid 16.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de in lid 16.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van baggerwerkzaamheden; het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; werkzaamheden die de walkant kunnen beschadigen; overige werkzaamheden die de bestaande waterstructuur negatief beïnvloeden. 16.4.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 16.4.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.4.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de cultuurhistorische waarden.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 45
16.4.4 Voorwaarden Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele aantasting van de waarden.
Gemeente Amsterdam
blz. 46
Artikel 17 17.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het in stand houden en het onderhoud van de waterkering met daarbij behorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. a. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald. b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11; 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12; 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17; 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15; 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13; 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 47
Hoofdstuk 3 Artikel 18
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Gemeente Amsterdam
blz. 48
Artikel 19 19.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, koekoeken, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,3 meter bedraagt. 19.2
Ondergrondse bouwwerken
Ondergrondse bouwwerken zijn binnen het bouwvlak toegestaan tot een bouwdiepte van 3,5 meter. 19.2.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, waaronder begrepen parkeervoorzieningen en fietsenstallingen, tot een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10,00 m. 19.2.2 Voorwaarde voor afwijken Afwijken als bedoeld in 19.2.1 is alleen mogelijk indien geen onevenredige aantasting plaatvindt van: a. de waterhuishouding; b. de stedenbouwkundige inpassing en beeldkwaliteit; c. de verkeersveiligheid.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 49
Artikel 20 20.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
a. Voor zover voor dit bestemmingsplan een vrijstelling, ontheffing of vergunning zoals bedoeld in de Flora- en faunawet noodzakelijk is, vindt verwezenlijking van enig planonderdeel niet eerder plaats dan nadat deze in werking is getreden; b. Als verboden gebruik - in de zin van gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven - wordt in ieder geval begrepen: 1. telefoneerinrichting of belhuis, automatenhal, prostitutiebedrijf, seksinrichting, geldwisselkantoor, smartshop; 2. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan. 20.2
Parkeren, laden en lossen
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het veranderen van het gebruik van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte wordt aangebracht voor het op eigen terrein parkeren van auto's overeenkomstig het vigerende parkeerbeleid; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het veranderen van het gebruik van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte wordt aangebracht op eigen terrein voor het parkeren van fietsen en scooters overeenkomstig het vigerende fiets- en scooterparkeerbeleid; c. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. d. Ruimte voor het parkeren van auto's, scooters en fietsen en voor het laden of lossen van goederen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens dit lid is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 20.3
Afwijken van de gebruiksregels
Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 20.2 onder a. en b. overeenkomstig de voorwaarden zoals gesteld in het vigerende parkeerbeleid; b. het bepaalde in lid 20.2 onder c. voor zover op een andere wijze in laad- of losruimte wordt voorzien; c. het bepaalde in lid 20.2 onder d. voor zover geen onaanvaardbare aantasting van de verkeer- en parkeersituatie optreedt.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
Artikel 21 21.1
Algemene aanduidingsregels
Veiligheidszone - lpg
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' aangewezen gronden zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare functies als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) niet toegestaan. 21.2
Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1 t/m 4
Ten aanzien van de functies in het gehele plangebied gezamenlijk gelden de volgende maximale oppervlakten bruto vloeroppervlak per functie: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wonen: 150.000 m2; bedrijven: 11.900 m2; creatieve functies: 5.800 m2 maatschappelijke voorzieningen: 6.050 m2 horeca III en horeca IV: 1.500 m2 detailhandel: 700 m2 detailhandel supermarkt: 3.300 m2 detailhandel in volumineuze goederen: 2.600 m2 consumentverzorgende dienstverlening: 1.400 m2 kantoor / zakelijke dienstverlening; 1.800 m2
21.3
Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1
Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:
Functie
maximum BVO
Wonen
55.000
Bedrijven
3.200
Creatieve functies
1.000
Horeca III of IV
600
Detailhandel
700
Detailhandel supermarkt
3.300
Consumentverzorgende dienstverlening
1.400
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 51
Kantoor / Zakelijke dienstverlening
600
b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 550; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.3.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in 21.3 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: g. h. i. j. k. l.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
21.4
Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2
Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:
Functie
maximum BVO
Wonen
34.000
Bedrijven
5.200
Creatieve functies
3.800
Gemeente Amsterdam
blz. 52
Detailhandel in volumineuze goederen
2.600
Kantoor / Zakelijke dienstverlening
1.200
Horeca van categorie III of IV
650
Maatschappelijke voorzieningen
4.000
b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 350; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.4.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020; g. de maximale bouwhoogtes en bouwgrenzen worden aangehouden zoals aangegeven op de kaart die als Bijlage 3 bij de regels is opgenomen; en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: h. de woonsituatie; i. het straat- en bebouwingsbeeld; j. de verkeersveiligheid; k. de sociale veiligheid; l. de milieusituatie; m. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21.5
Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3
Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 53
Functie
maximum BVO
Wonen
58.300
Creatieve functies
1.000
Bedrijven
3.500
Maatschappelijke voorzieningen
2.050
Horeca III of IV
150
b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 600; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.5.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. de oppervlakte ten behoeve van bedrijven (nutsvoorziening) niet meer bedraagt dan 300 m2' g. de horeca in de plaats komt van de bestemming Horeca zoals opgenomen in artikel 6 onder a.; h. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: i. de woonsituatie; j. het straat- en bebouwingsbeeld; k. de verkeersveiligheid; l. de sociale veiligheid; m. de milieusituatie; n.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21.6
Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4
Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Groen', 'Water', 'Tuin' en 'Verkeer' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. de gronden zijn bestemd voor: Gemeente Amsterdam
blz. 54
1. de aanleg en het in stand houden van een park, plantsoenen, groenvoorzieningen, verkeer, extensief dagrecreatief gebruik, openbare ruimte, waterlopen en waterpartijen, oevers, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bruggen en andere kunstwerken; 2. het verwijderen van één liglaats, inclusief de daarbij behorende tuinen en ontsluitingen ten behoeve van de aansluiting van het park aan het water van Zijkanaal I; 3. nutsvoorzieningen met een oppervlakte van maximaal 300 m2. 21.6.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. b. c. d.
wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet worden geschaad; het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; e. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: f. g. h. i. j.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 55
Artikel 22
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en/of gebruiksregels kan worden verleend, kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de desbetreffende regels van het plan zodat; a. in het plangebied de volgende bebouwing wordt toegestaan: 1. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum vloeroppervlak van 25 m2, met dien verstande dat slechts mag worden gebouwd in de openbare ruimte indien is aangetoond dat situering van nutsvoorzieningen in bestaande bebouwing niet mogelijk is, alsmede 2. waterbergbezinkbassins, alsmede 3. gebouwen ten behoeve van algemene nutsvoorzieningen, met een maximum bouwhoogte van 5 meter en een maximum vloeroppervlak van 25 m2, alsmede 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, erfafscheidingen, straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies; b. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; c.
de in de planregels toegestane maximale bouwhoogten in geringe mate worden overschreden, doch de betrokken bouwhoogte met niet meer dan 1 meter wordt vergroot; d. de in de planregels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in c, met ten hoogste 3 meter worden overschreden ten behoeve van lift- en trappenhuizen en technische ruimten, zoals centrale verwarminginstallaties of koelinstallaties, en ten hoogste 5 meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes en voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen en windmolens; e. de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen worden overschreden tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van balkons, bordessen, galerijen, luifels, buitentrappen en lift- en trappenhuizen, geluidwerende vliezen en andere ondergeschikte delen van gebouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 56
Artikel 23 23.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat: a. bestemmingsgrenzen worden overschreden, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. bestemmingsgrenzen worden overschreden voor zover dit van belang is voor het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate ten behoeve van de verkeersveiligheid en/of –intensiteit. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bijlage bij deze regels wordt gewijzigd, ten behoeve van het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven; d.
de bepalingen in de voorafgaande artikelen worden aangepast, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden gewijzigd. 23.2
Detailhandel
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door een of meerdere aanduidingsvlakken 'detailhandel' te verplaatsen binnen het plangebied, met dien verstande dat: a. het totale bruto vloeroppervlak van bestaande detailhandel binnen het bestemmingsplan gelijk blijft; b. de verplaatsing alleen is toegestaan naar de bestemmingen 'Gemengd' of binnen wijzigingsgebied I en II. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: c. d. e. f. g. h. i.
de woonsituatie; de voorzieningenstructuur; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 57
Artikel 24 24.1
Overige regels
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan: a. bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kunnen burgemeester en wethouders van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen; b. bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is; c. de situering, omvang, exploitatietijden en toelaatbare geluidbelasting daarvan op omliggende woningen van ongebouwde terrassen in de openbare ruimte met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. 24.2
Kostenverhaal en locatie-eisen
a. kosten van gebiedsinvesteringen worden verhaald ten laste van de gronden, gelegen binnen het exploitatiegebied, waarop bouwplannen zijn voorzien; b. het exploitatiegebied is als zodanig aangewezen op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - exploitatiegebied'; c. een exploitatieplan kan, in afwijking van artikel 6.12, eerste en derde lid Wet ruimtelijke ordening, worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 58
Hoofdstuk 4 Artikel 25 25.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing verlenen van het gestelde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 25.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)
blz. 59
Artikel 26
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt. De volledige naam is de aanhaaltitel.
Gemeente Amsterdam