Raadsbesluit2021-112A Bestuurlijk rapport Gemeentelijke rioolwatertaken inrichting
Tekst van het document
25
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Het college zal op korte termijn voorzien in een bestuursopdracht om deze analyse en herijking mogelijk te maken. Bewust wordt gekozen voor een opdracht in aanvulling op het lopende onderzoek van de heer Boogers, juist vanwege de gemeentelijke optiek. Het doel is om de unieke organisatie Waternet goed tegen het licht te houden en klaar te maken voor de uitdagingen, die op de stad af komen. Het expliciet maken van het gemeentelijke belang is essentieel hierbij. Ik loop de aanbevelingen graag langs met een reactie van de zijde van het college toegevoegd. Aanbeveling 1: Breng de huidige inrichting helder in kaart Het onderzoek laat zien dat een herijking van de samenwerkingsafspraken alleen mogelijk is wanneer oorspronkelijke doelstellingen en ambities naast aanvullingen sindsdien en recente discussies worden gelegd. Daarbij moet de focus liggen op het brede takenpakket van Waternet, dus meer dan alleen de rioleringstaken en met een doorkijk naar nieuwe ontwikkelingen die op de stad afkomen. De gekozen rechtsvorm voor de samenwerking is daarbij ook een aandachtspunt; de vraag is of de oorspronkelijke rechtsvorm van stichting nog houdbaar is en welke alternatieven er liggen.
Aanbeveling 2: Behoud kennis over de inrichting bij de gemeente Een gemeentelijke tegenspeler voor Waternet ontbreekt en daarmee ook kennis over niet alleen inhoudelijke dossiers, maar ook het ‘water-geheugen’ van de stad. De oorspronkelijk beoogde bestuursdienst is nooit tot stand gebracht en het gemis doet zich nu gelden, zowel voor de gemeentelijke bestuur en de organisatie als voor Waternet. Het op orde brengen van kennis vraagt ook om het in stand houden. De bestuursopdracht zal voorstellen bevatten hoe naast de herijking van en de specialistische kennis bij Waternet de gemeentelijke organisatie hierop in te richten. Aanbeveling 3: Evalueer regelmatig de samenwerking en de gemaakte afspraken en informeer de raad hierover Waternet heeft zich ontwikkeld sinds de oprichting in 1997. De organisatie in 2021 is veel meer diffuus en complex dan in 1997. En dat hoeft niet erg te zijn. Het gevoel van tevredenheid ten aanzien van de rioleringstaken bij zowel Waternet als de gemeente heeft zeker bijgedragen aan deze ontwikkeling. Ontwikkelen vraagt echter ook om regelmatige en oprechte reflectie, want soms gaan ontwikkelingen sneller dan oorspronkelijk beoogd of voorzien. In combinatie met een gevoel van tevredenheid kan de urgentie daarvoor ontbreken, maar dat laat onverlet dat de noodzaak blijft. Die reflectie is er zeker bij ingeschoten in de afgelopen 25 jaar.
En waar dit wel gebeurd is, bijvoorbeeld rond de binnenwatertaken, is dit op onderdelen gebeurd. Hier ligt een belangrijke opgave voor de bestuursopdracht. Het feit dat afspraken niet altijd worden nageleefd, zoals ook aangestipt wordt in het onderzoek, is een aandachtspunt dat direct een oplossing vraagt. In het onderzoek wordt onder meer aangegeven dat niet altijd duidelijk is of door Waternet wordt gerapporteerd. Het college pakt dit punt op, ook al in binnen de lopende afspraken, en zal nagaan waarin dat zit en hoe dit verbeterd kan worden, mogelijk ook in breder verband.
26
GEMEENTELIJKE RIOOLWATERTAKEN - BESTUURLIJK RAPPORT Aanbeveling 4: Houd rekening met externe ontwikkelingen die invloed hebben op de inrichting Deze aanbeveling sluit nauw aan op de vorige aanbeveling. Ontwikkelingen buiten de oorspronkelijke afspraken kunnen ook impact hebben op de afspraken rond Waternet. Dit kan gaan om regelgeving, bedrijfsvoering en technologische ontwikkelingen, maar ook nieuwe stedelijke vraagstukken of maatschappelijke vraagstukken. De warmtenetten en de rol van Waternet wordt expliciet genoemd in het rapport, maar het kan ook gaan om vraagstukken als bodemdaling, energietransitie of klimaatadaptatie. De rol van Waternet kan zeker kansen bieden bij dergelijke ontwikkelingen, maar dient ook steeds in het licht van bestaande afspraken en rechtsvorm te worden bezien. Aanbeveling 5: Breng scherpte in de bestuurlijke aansturing Aanbeveling 6: Herijk de samenwerking en wees voorbereid op een eventuele aanpassing of ontbinding van de constructie Het college ziet de uitwerking van aanbeveling 5 en 6 als de uiteindelijke ambitie van de bestuursopdracht. Op basis van een goede analyse van bestaande structuur, ontwikkelingen en bedrijfsvoering moet toegewerkt worden naar een herijking van de samenwerking. De inrichting van het bestuur, de wisselwerking met gemeente en AGV, de focus van de directie en regelmatige evaluatie horen hier onlosmakelijk bij.
In de bestuursopdracht werkt het college een tijdpad hiervoor uit, waarbij vanzelfsprekend aangesloten wordt op de andere trajecten die reeds in gang zijn gezet, zoals de onderzoek door de heer Boogers en de onderzoeken in het kader van digitale veiligheid. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, Egbert de Vries, Portefeuille Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit
9 Nawoord rekenkamer We danken het college van B en W voor zijn bestuurlijke reactie. Het college onderschrijft onze bevindingen en conclusies en neemt alle zes aanbevelingen over. Maar dat niet alleen. Het college onderkent ook de urgentie en wil direct beginnen met de opvolging van de aanbevelingen. Daar zijn we blij mee, maar er zijn nog wel een aantal punten die om verduidelijking vragen. Toelichting bij aanbevelingen vijf en zes In onze zesde en laatste aanbeveling pleiten we voor een herijking van de samenwerking. Het is momenteel niet zeker of de huidige rechtsvorm nog te rechtvaardigen is, en enkele essentiële afspraken ontbreken of zijn niet up-to-date. Herijken, heroverwegen en evalueren is essentieel, en dit is de afgelopen jaren onvoldoende gebeurd. Ons pleidooi voor herijking, maakt onze vijfde aanbeveling niet minder relevant. Voor elke mogelijke invulling van de samenwerking tussen Amsterdam, AGV en Waternet blijft een scherpte in
27
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM de bestuurlijke aansturing noodzakelijk. Dit vergt passende betrokkenheid van (eind)verantwoordelijke bestuurders en bewustzijn ten opzichte van het risico op een te eenzijdige informatievoorziening. Onduidelijkheid over de relatie bestuursopdracht en het evaluerend onderzoek Het college geeft enerzijds aan op korte termijn te zullen voorzien in een bestuursopdracht. Anderzijds geeft het college aan dat het stichtingsbestuur ook een evaluerend onderzoek is gestart onder leiding van prof. dr. Boogers. Het college laat weten dat de bestuursopdracht en het al lopende onderzoek van het stichtingsbestuur bewust naast elkaar zullen worden uitgevoerd en elkaar zullen aanvullen. Het is ons echter niet duidelijk hoe de beide opdrachten zich tot elkaar verhouden. We adviseren de raad om het college op te roepen de doelen van beide opdrachten specifieker te formuleren, en toe te lichten op welke wijze beide trajecten elkaar zullen aanvullen, en waar beide trajecten van elkaar verschillen. Advies aan de raad: houd het college scherp Op verzoek van het presidium wordt de raad bij elke behandeling van een rekenkamerrapport via het raadsvoorstel ook gevraagd om in te stemmen met het verzoek aan het college om te komen met een plan van aanpak. Wellicht is een apart plan gegeven de aangekondigde bestuursopdracht niet echt nuttig.
Het is dan wel nodig dat de bestuurlijke reactie op twee punten nog - eventueel mondeling - wordt aangevuld. We constateren namelijk dat de bestuurlijke reactie twee tekortkomingen heeftk: 1) het college gaat niet in op de datum van afronding van de bestuursopdracht en 2) het college gaat niet in op de wijze waarop de raad zal worden geïnformeerd. Daarnaast willen we benadrukken dat, wil de bestuursopdracht een alternatief zijn voor een plan van aanpak, de navolging van onze aanbevelingen wel traceerbaar moet zijn in die bestuursopdracht.
k In oktober 2020 hebben het presidium (namens de raad), de gemeentesecretaris (namens het
college van B en W) en de rekenkamer een aantal afspraken gemaakt over de inhoud van de bestuurlijke reactie. Daarbij is afgesproken dat voor elke aanbeveling in ieder geval de volgende vragen moeten worden beantwoord: 1) Wat is de aanbeveling?; 2) Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet?; 3) Hoe zal aan deze aanbeveling uitvoering worden gegeven (op hoofdlijnen)?; 4) Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond?; 5) Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
28
GEMEENTELIJKE RIOOLWATERTAKEN - BESTUURLIJK RAPPORT
Onderzoeksverantwoording Dit is het bestuurlijk rapport van het onderzoek van de rekenkamer naar de Gemeentelijke rioolwatertaken: inrichting. Het volledige rapport bestaat naast dit bestuurlijk rapport, ook uit het onderzoeksrapport dat vanaf 15 april 2021 staat op de projectpagina.
10 Onderzoeksteam Rekenkamer Amsterdam Directeur
dr. Jan de Ridder
Onderzoekers
drs. Carlos Neves Cordeiro RA RC (projectleider) Tello Heldring Bsc (junior onderzoeker) Ernst van der Poel Msc (junior onderzoeker)
1 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden [COELO] (2021).
Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2021. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
29