Raadsbesluit2021-109G Bestemmingsplan - Bijlage bij toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi Kavel 13, Kavel Voormalig Drentestaete Fase I En 2e Partiële Herziening
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Zuidas-Vivaldi kavel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.K1904BPGST-VG01
Datum print
24 Maart 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
MER Zuidas - de Flanken, deel A, 25 januari 2011
7
Bijlage 2
MER Zuidas - de Flanken, deel B, 25 januari 2011
135
Bijlage 3
Verkeersstudie Zuidas 2011, 17 mei 2011
705
Bijlage 4
Actieplan weginfrastructuur Zuidas flanken 2011, 17 mei 2011
779
Bijlage 5
Verkeersstudie 2013 Zuidas flanken, 10 april 2013
819
Bijlage 6
Verkeersonderzoek Zuidas 2014, 3 februari 2015
911
Bijlage 7
Verkeersonderzoek Zuidas 2017
975
Bijlage 8
Verkeersonderzoek Vivaldi en Ravel, 11 november 2020
1093
Bijlage 9
Rapportage externe veiligheid op de Zuidas, 11 januari 2010
1157
Bijlage 10 2015
Rapportage Externe veiligheid bestemmingsplan Vivaldi, 3 november
Bijlage 11
Rapportage externe veiligheid Vivaldi, 28 april 2020
1243
Bijlage 12
Advies EV brandweer, 3 juli 2020
1267
Bijlage 13
Advies EV Vivaldi Brandweer, 2015
1271
Bijlage 14
Watertoets kavel 13, 28 april 2020
1285
Bijlage 15
Natuuronderzoek Zuidas-Zuidasdok februari 2018
1321
Bijlage 16
Natuuronderzoek Wnb kavel 13, 2 december 2019
1365
Bijlage 17
Natuuronderzoek NSI eerste fase Wnb 2 december 2019
1385
Bijlage 18
Rapportage stikstof, 8 juli 2020
1405
Bijlage 19
bijlage aerius bouw nieuwbouw (NSI eerste fase) jaar 2022
1421
Bijlage 20
bijlage aerius bouw kavel 13 jaar 2024
1429
Bijlage 21
bijlage aerius NSI en kavel 13 fase gebruik
1437
Bijlage 22
bijlage aerius overlap nieuwbouw NSI eerste fase /kavel 13 jaar 2024
1443
Bijlage 23 2024
bijlage aerius fase bouw kavel 13 en nieuwbouw (NSI eerste fase) jaar
1213
1453 Gemeente Amsterdam
blz. 4
Bijlage 24
Bezonningsstudie nieuwbouw (NSI deelfase I), 29 april 2020
1465
Bijlage 25
Bezonningsstudie kavel 13, 26 mei 2020
1471
Bijlage 26
Windklimaatonderzoek kavel 13, 5 augustus 2020
1475
Bijlage 27
Windklimaatonderzoek nieuwbouw NSI (deelfase I), 17 december 2019
1519
Bijlage 28
Verklaring van geen bezwaar Lib, 12 december 2019
1563
Bijlage 29
Bureauonderzoek archeologie Vivaldi 2014
1581
Bijlage 30
Cultuurhistorisch advies Vivaldi, 22 mei 2014
1605
Bijlage 31
Planschaderisicoanalyse kavel 13, maart 2020
1609
Bijlage 32
Planschaderisicoanalyse NSI eerste fase, maart 2020
1659
Bijlage 33
Nota van beantwoording zienswijzen (geanonimiseerd)
1701
Bijlage 34
Nota van wijzigingen
1843
Bijlage 35
pdf van de toelichting
1847
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 5
Bijlagen bij de toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 7
Bijlage 1
MER Zuidas - de Flanken, deel A, 25 januari 2011
Gemeente Amsterdam
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
projectnr. 231932 versie 4.1 25 januari 2011
Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Zuidas Amsterdam Postbus 79092 1070 NC Amsterdam
datum vrijgave
beschrijving revisie 4.1
goedkeuring
vrijgave
25-01-2011
Definitief rapport
drs. T. Artz dr. ir. L.T. Runia
ir. H.A.M. van de Wetering
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Inhoud
Blz.
Samenvatting
4
1 1.1 1.2
Inleiding De Zuidasontwikkeling De Zuidas - Flanken
16 16 19
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
De m.e.r.-procedure Doel van milieueffectrapportage De voorgenomen activiteiten in de Zuidas zijn m.e.r.-plichtig Bevoegd gezag Doel en stappen in deze milieueffectrapportage Koppeling van het MER aan een ruimtelijk besluit Gebruik maken van adviezen en zienswijzen uit het voortraject
23 23 23 24 24 26 26
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Voorgenomen activiteiten, referentiesituatie en alternatieven Referentiesituatie Voorgenomen activiteiten bij de Zuidas - Flanken Alternatieven en varianten Begrenzing studiegebied en plangebied Beoordelingsschaal
27 27 28 29 31 31
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Samenvatting effecten verkeer, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en water Inleiding Samenvatting effecten verkeer Samenvatting effecten luchtkwaliteit Samenvatting effecten geluid Samenvatting effecten externe veiligheid Samenvatting effecten water
32 32 32 38 39 44 46
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Duurzaamheid Duurzaamheid en stedelijke ontwikkeling Duurzaamheid in de plannen voor de Flanken Effectbeoordeling Doorkijk naar "Het Dok"
49 49 53 55 56
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Bodem Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
58 58 60 61 61 61
7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Ecologie Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Gevoeligheidsanalyse "Het Dok"
62 62 66 68 68 68
blad 1 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Cultuurhistorie, archeologie en landschap Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
70 70 74 79 81 81
9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Ruimtelijke ordening en economie Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
82 82 84 86 87 87
10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
Overige hinderaspecten en hinder tijdens bouwwerkzaamheden Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
89 89 91 93 94 95
11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7
Conclusies en optimalisaties Aanpak varianten en optimalisaties Conclusies Mogelijkheden tot optimalisatie Gevoeligheidanalyse alternatief: alleen 100% ontwikkeling Flanken Gevoeligheidsanalyse fasering van de ontwikkelingen bij de Flanken Gevoeligheidanalyse anders betalen voor mobiliteit Relatie met het project ZuidasDok
96 96 96 100 103 105 105 106
12 12.1 12.2
Leemten in kennis en aanzet tot evaluatie Leemten in kennis Aanzet tot evaluatieprogramma
107 107 107
Literatuurlijst
109
Colofon
112
Bijlage I
blad 2 van 126
Beleidskader
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Verklaring van veelgebruikte woorden en afkortingen In dit milieueffectrapport voor de Zuidas - Flanken worden enkele woorden en afkortingen veelvuldig gebruikt. In het onderstaand overzicht zijn deze veelgebruikte woorden en afkortingen kort toegelicht.
blad 3 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Samenvatting Inleiding Aanleiding De Zuidas, gelegen rondom de Ringweg A10-Zuid van Amsterdam, is een gebied dat al een aantal jaren sterk in ontwikkeling is. De gemeente Amsterdam is in 1994 begonnen met integrale planvorming om het gebied een impuls te geven en het Rijk heeft het belang van de Zuidas in 1997 bevestigd door het tot Nieuw Sleutel Project (NSP) aan te wijzen. Sinds 1998 wordt er aan de Zuidas gebouwd. Doel van de ontwikkeling van de Zuidas is enerzijds de internationale concurrentiepositie van Nederland, Amsterdam en de Zuidas verder te versterken en anderzijds het unieke gemengde stedelijke gebied met een zeer gunstige ligging ten opzichte van diverse transportassen en met enkele bijzondere functies te behouden en te versterken. De gemeente Amsterdam heeft concrete plannen het gebied verder te ontwikkelen en te intensiveren. Een deel van deze ontwikkelingen is reeds in ruimtelijke besluiten vastgelegd. Voor het overige moet dit nog gebeuren. Dit MER heeft betrekking op die delen van de Flanken van de Zuidas die nog ontwikkeld moeten worden. Aanleidingen om de Zuidas verder te ontwikkelen zijn de wens de marktpositie op de Europese kantorenmarkt te vergroten en deel uit te maken van de groep van Europa's toonaangevende kantorensteden. De werkgelegenheid wordt hierdoor zowel direct als indirect positief beïnvloed.
De Zuidas biedt een aantal gunstige vestigingsfactoren, zoals de goede bereikbaarheid (nabijheid Schiphol, NS-station en ander OV), de nabijheid van Amsterdam als belangrijk centrum voor internationale financiën, zaken, distributie, media, opleidingen , congressen, cultuur en toerisme.
Plangebied De ontwikkeling van de Zuidas valt uiteen in twee delen, waarvoor separaat een m.e.r.procedure wordt doorlopen. Dit MER heeft betrekking op de Flanken van de Zuidas, de gebieden aan weerszijde van de infrastructuurbundel van de A10 en de spoor- en metrolijnen. Later zal een m.e.r.-procedure worden doorlopen voor het realiseren van Zuidas Dok, waarbij ingrepen in de infrastructuurbundel zelf worden beoordeeld. Daarbij is het voorstel de infrastructuurbundel geheel of gedeeltelijk ondergronds te brengen en daarboven een verdere ontwikkeling met kantoren, voorzieningen en woningen te realiseren. In 2003 en 2007 zijn reeds m.e.r.-beoordelingen uitgevoerd, waarbij de conclusie was dat niet van m.e.r.-plichtige activiteiten sprake was. Wijzigingen in het programma leiden wel tot een m.e.r.-plicht. In de Flanken van de Zuidas wordt in de komende jaren op grote schaal de bouw van woningen, kantoren en voorzieningen mogelijk gemaakt. Er zijn meerdere deelgebieden aangewezen (zie figuur op de volgende pagina) in de Flanken van de Zuidas, die ieder een eigen programma kennen. Er blijft enige flexibiliteit bestaan om een beperkte programmatische herverdeling tussen de deelgebieden mogelijk te maken.
blad 4 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
In onderstaande tabel is opgenomen welke activiteiten ontplooid worden in de flanken van de Zuidas. Dit zijn de activiteiten die op milieueffecten zijn beoordeeld .
MER
Aantal bvo woningen (m2)
Kantoren bvo m2
Voorzieningen bvo m2
Totaal m2
ca. 697.000 m2
ca. 635.000 m2
ca. 237.000 m2
ca. 1.569.000 m2
Verplichting tot milieueffectrapportage De ruimtelijke besluiten die genomen zullen worden, maken een m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk, namelijk een 'activiteit, die betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 4.000 of meer woningen omvat binnen de bebouwde kom' (Besluit m.e.r., bijlage C, activiteit 11.21). Daarnaast geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht , vanwege: • de uitvoering dan wel de wijziging of uitbreiding van een stadsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer (Besluit m.e.r., bijlage D, activiteit 11.2); en • de aanleg van één of meer recreatieve of toeristische voorzieningen, die op zichzelf of gezamenlijk 250.000 bezoekers of meer per jaar aantrekken (Besluit m.e.r., bijlage D, activiteit 10.1).
1.
blad 5 van 126
1 Opgemerkt zij dat het Besluit m.e.r. in de loop van 2011 opnieuw zal worden gewijzigd en dat bijlage C, onderdeel 11 alsdan zal komen te vervallen. De activiteit wordt vanaf dat moment waarschijnlijk m.e.r.-beoordelingsplichtig.
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Aangezien reeds een m.e.r.-plicht bestaat vanwege de hoeveelheid woningen, en de recreatieve of toeristische voorzieningen hierin reeds meegenomen zijn, is een aparte m.e.r.-beoordeling voor deze laatste activiteiten niet meer noodzakelijk. De m.e.r.-procedure wordt gekoppeld aan het eerste te nemen ruimtelijke besluit voor een deelgebied van de Flanken van de Zuidas.
Samenhang met VU/VUmc De Flanken grenzen aan de terreinen van de Vrije Universiteit (de VU) en het medisch centrum van de VU (het Vumc), deze terreinen worden in de komende jaren, in opdracht van de VU en Vumc, vernieuwd. Voor die activiteit wordt een aparte m.e.r-procedure doorlopen. Beide ontwikkelingen vertonen een zekere samenhang, maar staan ook grotendeels op zichzelf. Er is dan ook gekozen voor afzonderlijke m.e.r.-procedures voor beide projecten. Reden hiervoor is dat er sprake is van verschillende initiatiefnemers (respectievelijk de gemeente Amsterdam en VU/Vumc). De terreinen van VU en Vumc vormen geen integraal onderdeel van de Zuidas.Er is sprake van een ander type ontwikkeling; waar de Flanken betrekking hebben op verdichting met kantoren, woningen en voorzieningen, gaat het bij VU/VUmc om herinrichting, uitbreiding van de campus en het ziekenhuis en de bouw van studenteneenheden Er zijn echter wel aspecten die in samenhang kunnen worden beoordeeld. Zo hebben beide ontwikkelingen te maken met dezelfde wegenstructuur en verkeersstromen.. Het is logisch en wenselijk dit in één verkeersmodel en -rapport mee te nemen. Ook de afgeleide milieueffecten (geluid en luchtkwaliteit) zijn gezamenlijk beoordeeld, evenals de effecten voor water en externe veiligheid.
Voor deze aspecten is één achtergronddocument opgesteld (deel B), dat zowel bij het MER voor VU/VUmc als voor de Flanken geldt. Het MER bestaat uit een deel A, waarin de beoordeling is toegespitst op de Flanken en een deel B, waarin voor een aantal milieuthema's een gezamenlijke beoordeling voor de ontwikkeling van zowel de Flanken als van VU en VUmc is opgenomen. De in deel B beschreven milieueffecten zijn overigens in deel A samengevat en beoordeeld.
Referentiesituatie en alternatieven Referentiesituatie De referentiesituatie heeft betrekking op het jaar 2020 en bestaat uit de huidige situatie met de autonome ontwikkelingen. De autonome ontwikkelingen zijn die ontwikkelingen of voornemens die bestuurlijk zijn vastgelegd door middel van vastgestelde ruimtelijke plannen of vrijstellingen ex artikel 17 en 19 WRO (oude procedure). In het MER wordt uitgegaan van volledige realisatie van alle plannen in 2020, waarmee een worst-case benadering wordt gehanteerd, omdat de werkelijke realisatie naar verwachting ook na 2020 zal plaatsvinden.
Drie alternatieven In een MER moeten alle 'redelijkerwijs te beschouwen' alternatieven aan de orde komen. De alternatieven die voor de Flanken worden beschouwd , gaan uit van de ruimtelijke hoofdstructuur zoals die in de Visie Zuidas (2009) is beschreven. De locatie van de ontwikkeling en de (stedenbouwkundige) uitgangspunten voor het gebied liggen hiermee
blad 6 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
vast. Hiernaast zijn twee alternatieven beoordeeld in het MER, namelijk een alternatief met 85% van het voorgestelde programma en een met 115% van het voorgestelde programma. Hiermee wordt een bandbreedte van gevolgen van een grotere en kleinere ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Beide percentages bevinden zich in de redelijk te verwachten ontwikkeling van de Zuidas in de komende decennia. De drie alternatieven zijn dus als volgt te karakteriseren: • alternatief 1 (basisalternatief): realisatie van het totale programma (conform de vastgestelde uitgangspunten); • alternatief 2 (alternatief minimaal): een verlaging met een factor 0.85 van het totale programma; • alternatief 3 (alternatief maximaal): een verhoging met een factor 1.15 van het totale programma.
VU/VUmc en het Dok Bij de beoordeling van de alternatieven is steeds uitgegaan van realisatie van 100% van het programma voor VU en VUmc (zie MER VU/VUmc). Per milieuthema is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met betrekking tot de ontwikkeling van VU en VUmc. De alternatieven houden geen rekening met de realisatie van het Dok. Wel wordt per milieuthema een kwalitatieve doorkijk gegeven naar de situatie met het Dok.
Optimalisaties In de startnotitie voor het MER is opgemerkt dat een aantal varianten aan de orde zouden komen. Het gaat om optimalisaties rond drie thema's: • Duurzaamheid, • Mobiliteit, • Positionering van functies binnen deelgebieden. Bij het opstellen van het MER is gebleken dat het meer zinvol was voor deze thema's mogelijke optimalisaties in beeld te brengen dan deze uit te werken tot volledige varianten.
Beoordelingsschaal Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van een zevenpuntsschaal (zie onderstaande tabel). Bij de diverse milieuaspecten is een onderbouwing gegeven voor de gekozen effectbeoordeling. Effectbeoordeling +++ ++ + 0 ----
Omschrijving zeer positief positief enigszins positief neutraal enigszins negatief negatief zeer negatief
Effecten De tabel met de effectvergelijking laat zien dat op diverse milieuaspecten en criteria de alternatieven niet verschillen van de referentiesituatie (score neutraal) en dat op een
blad 7 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
aantal criteria de milieueffecten van de alternatieven weliswaar verschillen van die in de referentiesituatie, maar onderling geen verschil in effectbeoordeling laten zien. Voor de criteria waarvoor een verschil optreedt ten opzichte van de referentiesituatie wordt hierna een onderbouwing van de beoordeling gegeven. aspect
Verkeer en vervoer
Alternatief 1 100%
Alternatief 2 85%
Alternatief 3 115%
toename automobiliteit modal split
+
+
+
A10
0
0
0
stedelijk wegennet Amsterdam en Amstelveen aantal ongevallen en slachtoffers
-
-
-
0
0
0
Toename concentratie NO2 Toename concentratie PM10
-0
-0
-0
Toe- afname Lden bestaande omgeving Wegverkeerlawaai ruimtelijk niveau Wegverkeerslawaai Woningniveau Spoorweglawaai ruimtelijk niveau Spoorweglawaai woning niveau
0
0
-
---
---
---
-
-
--
-
-
-
-
-
-
Hoge druk aardgasleiding Toename groepsrisico A10
0 --
0 -
0 --
Watersysteem en waterberging Waterkwaliteit Grondwater Waterkering
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Bodemopbouw Bodemkwaliteit
0 0
0 0
0 0
Zoogdieren en amfibieën Vleermuizen Vogels Vissen Reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren
0 0
0 0
0 0
Archeologie
bekende archeologische waarden archeologische trefkans
0 -
0 -
0 -
Cultuurhistorie
historisch-geografische waarden historisch-bouwkundige waarden
0 -
0 -
0 --
Luchtkwaliteit
Geluid
Externe veiligheid
Water Bodem
Ecologie
Landschap Duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en economie
Overige hinderaspecten
blad 8 van 126
criterium
landschappelijke waarden
0
0
0
bijdrage aan duurzame ontwikkeling
+++
+++
+++
Sociale veiligheid Barrièrewerking Ruimtelijke kwaliteit
+ 0 +++
+ 0 +++
+ 0 +++
Trillingen Licht Hitte Wind Schaduw Zichtlijnen Kabels en leidingen Obstakelvrije zone
0 0 0
0 0 0
----0 0 0
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Verkeer en vervoer De automobiliteit op en rondom de Zuidas is reeds groot. De verdere ontwikkeling van de Flanken leidt in de drie alternatieven tot slechts een beperkte toename. Hier is een enigszins negatieve beoordeling voor gegeven.Ondanks de toename van de automobiliteit geldt voor de modal split een licht positieve beoordeling. Deze komt voort uit de afname van het aandeel autoverplaatsingen ten gunste van het gebruik van het openbaar vervoer. Een groter aandeel van de verplaatsingen vindt plaats per fiets of openbaar vervoer. Op de reeds zware belasting van de A10 in de referentiesituatie heeft de ontwikkeling van de Flanken slechts een zeer beperkte impact. Hoewel de effecten op de A10 bij het alternatief maximaal groter zijn dan bij het alternatief minimaal zijn deze verschillen te verwaarlozen. Daardoor zijn alle drie de alternatieven als neutraal beoordeeld. Voor het onderliggend wegennet leiden de drie alternatieven tot een enigszins negatieve score, omdat in beide alternatieven de doorstroming op het stedelijke wegennet van Amsterdam en Amstelveen verslechtert. Hierdoor zijn in de onderzochte periode aanpassingen aan kruispunten noodzakelijk teneinde de capaciteit te vergroten. Het moment van de aanpassingen is afhankelijk van de daarvoor relevante ontwikkelingen.
Luchtkwaliteit De toename van NO2 (stikstof?) scoort in alle alternatieven negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De concentraties liggen echter ruim onder de grenswaarden. Voor PM10 (fijn stof)zijn geen significante wijzigingen berekend.Fijn stof scoort neutraal in alle alternatieven. Geluid Door de nieuwe ontwikkeling zal een groter gebied te maken hebben met hoge geluidsniveaus. Het geluid in de Flanken is vooral afkomstig van het verkeer op de A10 en (in mindere mate) van de grotere wegen in en rond het plangebied. De ontwikkeling van de Flanken leidt tot een beperkte toename van de bronsterkte van het wegverkeerslawaai, maar -als gevolg van de nieuwbouw- wel tot een toename van het aantal geluidgevoelige bestemmingen. Op woningniveau is het effect beperkter dan op gebiedsniveau. Dit wordt veroorzaakt door de omstandigheid dat niet in elk gebouw een geluidgevoelige functie, zoals wonen, gerealiseerd zal worden. Gebouwen met een niet-geluidgevoelige bestemming fungeren voorts als afschermende objecten waardoor het geluidniveau achter de gebouwen afneemt. Het aantal geluidgehinderden in het plangebied neemt dus wel toe (als gevolg van de nieuw te realiseren woningen in het gebied), maar minder sterk dan het geluidbelaste oppervlak.
Vandaar ook de verschillen in beoordeling tussen het ruimtelijk niveau (geluidbelast oppervlak) en het woningniveau (geluidsgevoelige objecten). Het spoorweglawaai neemt ook toe, maar de score hiervoor slechts gering negatief., . Het alternatief maximaal scoort voor de toe-/afname van geluid, uitgedrukt in Lden, op de bestaande omgeving en op het wegverkeerslawaai op woningniveau slechter dan de andere alternatieven. Dit komt doordat het verkeer meer toeneemt op het onderliggend wegennet bij het alternatief maximaal dan bij de andere twee alternatieven.
blad 9 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Externe veiligheid Voor de Flanken is alleen de A10 een relevante risicobron. Door de toevoeging van het programma aanwoningen, kantoren en voorzieningen is sprake van een stijging van het groepsrisico. Bij het alternatief minimaal (85%) is deze stijging enigszins negatief, voor het basisalternatief (100%) en het alternatief maximaal (115%) is de stijging negatief. Ecologie Voor vleermuizen, vogels en vissen vindt door de voorgestelde ingrepen verstoring plaats, die als enigszins negatief wordt beoordeeld. Redenen hiervoor zijn het verdwijnen van groen en nestplaatsen voor vogels, het beperken van foerageermogelijkheden voor vleermuizen en het dempen van bestaande sloten, waarin de Bittervoorn en de Rivierdonderpad kunnen voorkomen. De gunstige staat van instandhouding wordt door deze ingrepen niet negatief beïnvloed. Archeologie, cultuurhistorie en landschap In een klein deel van het plangebied is de kans op het aantreffen van archeologische waarden hoog en in een aantal delen is deze kans laag. Daarnaast is een deel van het gebied vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek op basis van de bureauonderzoeken die reeds uitgevoerd zijn. Het plangebied wordt grootschalig bebouwd. Dit betekent dat er een kans bestaat dat archeologische waarden worden aangetast.
Deze is als enigszins negatief beoordeeld, omdat het grotendeels om gebieden met een lage trefkans gaat en gebieden die zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor de historische bouwkundige waarden geldt een enigszins negatieve beoordeling voor het basisalternatief en het alternatief minimaal, omdat de verdichting van het gebied enerzijds effect heeft op de monumenten die in het gebied voorkomen en anderzijds een effect hebben op monumenten en het aan te wijzen beschermd stadsgezicht Plan Berlage Zuid. Het alternatief maximaal scoort hier negatief, omdat bij een groter programma de mogelijkheid om rekening te houden met monumenten en het aan te wijzen stadsgezicht minder groot is dan bij het basisalternatief en het alternatief minimaal. Duurzaamheid In de Flanken gebeurt veel op het gebied van duurzaamheid. De voorgenomen activiteiten worden conform de uitgedragen principes in de Duurzaamheidsvisie gerealiseerd waardoor er op dit aspect geen onderscheid is tussen de drie alternatieven. Wel kan geconcludeerd worden dat de grootschaligheid van de intensivering ervoor zorgt dat op andere plaatsen in Amsterdam en omgeving niet extra gebouwd hoeft te worden. Zeker in combinatie met een hoogwaardige OV-knooppunt zorgt dat voor een extra duurzaam karakter. Ruimtelijke ordening en economie Sociale veiligheid scoort enigszins positief.
Het programma leidt tot meer functiemenging, waardoor het gebied zeven dagen per week intensief gebruikt zal worden. Het plaatsen van voorzieningen in de plint leidt tot extra levendigheid en verhoogt de sociale veiligheid. Het effect van de ontwikkelingen op de ruimtelijke kwaliteit is beoordeeld als zeer positief. Hierbij zijn de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde betrokken. De nieuwe ontwikkelingen hebben een positief effect door de menging van functies. Uitgangspunt bij de beoordeling is geweest dat deze waarden ook worden betrokken bij de verdere stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen.
blad 10 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Overige hinderaspecten Voor de aspecten trillingen, licht, hitte, wind en schaduw scoren de alternatieven enigszins negatief. Met uitzondering van trillingen is de score voor het alternatief maximaal zelfs negatief. Deze score wordt veroorzaakt door de toename van bebouwing en verharding en de grote dichtheden waarop gebouwd wordt. De trillingen worden met name veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden, die een lange looptijd hebben en voor overlast kunnen zorgen. Schaduwwerking kan door de bewoners aan de noordzijde van de Flanken worden ervaren. Uitstraling van licht behoort bij een stedelijke omgeving, maar kan ook overlast veroorzaken voor bewoners van de omliggende gebieden. Hitte kan in de zomer leiden tot overlast, omdat het stedelijk gebied dan sneller opwarmt en langzamer de warmte weer kwijtraakt in vergelijking met niet -stedelijke gebieden. Door de verdichting van de bebouwing zal de wind minder vrij spel hebben en kan daardoor tussen de gebouwen overlast door sterkte concentratie van wind ontstaan. Effecten in de aanlegfase Hoewel de effecten van de aanlegfase zich over een lange periode uitstrekken, zullen deze effecten niet de gehele periode in het gehele gebied plaatsvinden. De effecten zullen steeds rond de bouwplaatsen optreden en door het gebied schuiven.
Via een BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatieplan) worden maatregelen genomen om de overlast als gevolg van de bouwwerkzaamheden te beperken. Dit is een veel gebruikte werkwijze in Amsterdam.
Maatregelen Geconstateerd is dat bij realisatie van het totale programma bepaalde maatregelen zullen moeten worden genomen ter beperking van,de nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Het gaat met name om maatregelen die betrekking hebben op de verbetering van het stedelijk wegennet ter bevordering van de bereikbaarheid, en maatregelen op het gebied van geluid. Daarnaast zijn optimalisaties mogelijk. Deze worden echter niet noodzakelijk geacht ter beperking van de nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Het betreft maatregelen die betrokken kunnen worden bij de concrete plan- en besluitvorming per deelproject binnen de Flanken, en die ook reeds in het kader van een goede ruimtelijke ordening per plan aan bod dienen te komen. Daarbij kan per plan en besluit worden afgewogen of de maatregelen in het bestemmingsplan kunnen en moeten worden geborgd, of dat deze bij de planuitwerking aan bod dienen te komen. Voor verkeer en vervoer zal een aantal kruispunten, uitgaande van het beoogde programma, moeten worden aangepast. De aanpassingen zijn noodzakelijk en mogelijk om uit te voeren. Omdat de kruispuntanalyses gebaseerd zijn op de situatie waar de alternatieven volledig zijn ontwikkeld dient per ruimtelijk besluit bekeken te worden wanneer en in hoeverre sprake is van eventuele aanpassing van een kruispunt.
Als optimalisatiemogelijkheid is gekeken naar het verder beïnvloeden van de modal split en een verbetering van de oversteekbaarheid van de De Boelelaan. Voor wat betreft de oversteekbaarheid van de De Boelelaan, zijn optimaliseringsmaatregelen voorgesteld, zoals verbrede trottoirs en verruiming van de oversteekmogelijkheden. Met deze maatregelen kan in de latere besluitvorming rekening worden gehouden. Voor de verbetering van de luchtkwaliteit zijn naar verwachting geen extra maatregelen nodig, ook omdat de Flanken onderdeel uitmaken van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
blad 11 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Voor Geluid is aantal maatregelen mogelijk. Bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het plaatsen van geluidsschermen langs de A10, omdat dit de grootste geluidbron is voor het gebied. Voor de toename van het geluidniveau rondom de De Boelelaan kan het toepassen van geluidarm asfalt worden toegepast om dit geluidniveau te verlagen. Naast de hiervoor beschreven maatregelen zijn er verder ook enkele optimaliseringmogelijkheden bij (de situering van) gebouwen om geluidhinder tegen te gaan: • Het voorzien in een terugloop van de bebouwing, in de geluidschaduw van dichter bij de geluidbron gesitueerde gebouwen ; • Het realiseren van collectieve geluidluwe binnenruimten (atrium etc); • Het minimaliseren van geluidlekken ; • Het plaatsen van schermen tussen gebouw en geluidbron ten behoeve van geluidluw binnenhof dan wel het aanbrengen van vliesgevels, • Het realiseren van serres en loggia’s met geluidafschermde werking • Het maken van geluidongevoelige bestemmingen als geluidbuffer; • Hoge gebouwrand als afschermende werking. In de te nemen ruimtelijke besluiten die betrekking hebben op het invloedsgebied langs de A10 zal steeds de stijging van het groepsrisico (externe veiligheid) dienen te worden verantwoord, conform de Circulaire Risiconormering transport gevaarlijke stoffen.
De beschikbaarheid van voldoendebluswater, de zelfredzaamheid van personen, de aanwezigheid van goede vluchtwegen en de bereikbaarheid voor hulpdiensten zullen tekens in die verantwoording dienen te worden betrokken. Hiervoor is altijd maatwerk noodzakelijk. De hierna beschreven maatregelen betreffen optimalisaties.Het zijn de volgende: Bluswater Zelfredzaamheid
• •
• • Bereikbaarheid voor hulpdiensten
•
aandacht voor voldoende bluswater aandacht voor de situering van functies waar kleine kinderen of geestelijk en/of lichamelijk zwakkeren aanwezig ten opzichte van risicobronnen aandacht voor de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en/of in het risocogebied rekening houden met vluchtmogelijkheden in het risicogebied van af. aandacht voor de aanrijroutes voor hulpdiensten
Voor ecologie is er een aantal optimaliseringmogelijkheden te overwegen, waaronder: Vleermuizen • voldoende groenstructuren en lijnvormige laanbeplanting • vleermuizenkasten in nieuwe bebouwing Vogels • in beeld brengen van nestlocaties en alternatieve broedplaatsen in nabijgelegen potentieel geschikt leefgebied Vissen • demping van watergangen in een rustig tempo en vanaf één zijde, zodat vissen de mogelijkheid hebben om te vluchten • verzamelen zoetwatermosselen om die elders uit te zetten (voedsel voor Bittervoorn) • plantenrijke watergangen creëeren (Bittervoorn) en watergangen met voldoende substraat in de vorm van stenen, grind of takken en boomwortels (Rivierdonderpad)
blad 12 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Het duurzaamheidplan biedt diverse uitgangspunten voor duurzaamheid. In lijn met mogelijke optimalisaties, zoals gesteld bij verkeer en vervoer, kan de duurzaamheid van het gebied vergroot worden door een toename van het gebruik van de fiets. Voor de aspecten ruimtelijke kwaliteit en overige hinderaspecten geldt dat de stedenbouwkundige en architectonische vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimteeen grote impact kunnen hebben. Het is verstandig om in een vroeg stadium van het ontwerpproces rekening te houden met deze aspecten. De effecten buiten het plangebied zijn beperkt tot verkeerseffecten en de daarvan afgeleide milieueffecten. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat dit effect klein is. Dit komt doordat de Flanken nauwelijks effect hebben op de verkeersbelasting op wegen waar op korte afstand woonbebouwing is gesitueerd..
Gevoeligheidsanalyses Voor de beschrijving van de effecten voor de Flanken is een aantal nog niet uitgevoerde projecten als uitgangspunt genomen en zijn andere mogelijk uit te voeren projecten niet meegenomen. Door middel van een aantal gevoeligheidsanalyses is in beeld gebracht welke impact deze keuzes hebben op de effectbeoordelingen. Die uitgangspunten worden hierna toegelicht. VU/VUmc In de effectbeoordeling voor de Flanken is als uitgangspunt genomen dat de plannen voor de herinrichting van de terreinen van de VU en het VUmc uitgevoerd zouden worden. Voor de meeste milieuaspecten wijzigt de effectbeoordeling niet bij het niet uitvoeren van de plannen voor VU en VUmc. Alleen de verkeersbelasting van de De Boelelaan ter hoogte van de VU is significant lager zonder realisatie van de plannen voor VU en VUmc. Fasering van de ontwikkelingen In het MER is uitgegaan van realisatie van het gehele programma in 2020. In werkelijkheid zal de realisatie over een langere termijn plaatsvinden. Voor de meeste aspecten zorgt een gefaseerde realisatie van de Flanken niet voor een negatieve of positieve impact. Alleen bij het aspect geluid kan de fasering van deelgebieden impact hebben op de geluidbelasting in een gebied. Doordat bestaande gebouwen een afschermende werking hebben wordt de geluidbelasting van het naburig gelegen gebied lager.
Anders betalen voor mobiliteit In de onderzoeken die ten grondslag liggen aan het MER is uitgegaan van invoering van rekeningrijden (Anders betalen voor mobiliteit (ABvM)). Naar verwachting zal het ABvM voorlopig niet worden ingevoerd. Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat er zonder ABvM ongeveer 5-10% meer autoverkeer in Amsterdam zal zijn in 2020). Het blijvend niet doorgaan van ABvM heeft effect op twee aspecten, namelijk de verkeersintensiteit op de A10 (de maatgevende bron van (verkeers)lawaai in het studiegebied) en de verkeersaantrekkende werking van de Flanken zelf. Aangezien al veel verplaatsingen met openbaar vervoer en fiets plaatsvinden en het relatief beperkte effect van het autoverkeer als gevolg van de realisatie van de Flanken, zal leidt dit niet tot een wezenlijk andere effectbeoordeling. Op de A10 zelf zal het verkeer wel sterker toenemen (naar verwachting met 10%), waardoor de afwikkeling daar verslechterd. Dit is echter een autonoom effect, waarop de realisatie van de Zuidas slechts een beperkte invloed heeft. Voor het afgeleide milieuthe-
blad 13 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
ma geluid heeft dit nauwelijks effect, omdat de extra geluidbelasting slechts beperkt toeneemt. Relatie met het project Zuidas-Dok De Flanken en het Dok hebben onderling geen zodanige invloed op elkaar dat (deel)programma's niet uitvoerbaar zijn zonder realisatie van het andere project of door realisatie van het andere project. De realisatie van het Dok heeft een aantal positieve effecten op het gebied van de Flanken, met name op het gebied van geluid. Daarnaast verbetert het naar verwachting ook de leefbaarheid als geheel in de gebieden rond het Dok en komt de barrièrewerking van de huidige infrabundel te vervallen.
Leemten in kennis en aanzet tot evaluatie Er zijn nog geen gegevens van het grondverzet (uitgraven van de bodem) beschikbaar, omdat de nadere uitwerking van de plannen nog moet worden gemaakt. Deze nadere stedenbouwkundige en architectonische uitwerking is ook van invloed op aspecten als ruimtelijke kwaliteit, de aansluiting met de omliggende (woon)gebieden en de overige hinderaspecten. De genoemde aandachtspunten kunnen in de uitwerking betrokken worden. Ten aanzien van de evaluatie geldt een drieledig doel: • Studie naar vastgestelde leemten in kennis; • Toetsing van de voorspelde/berekende effecten aan de daadwerkelijke effecten; • Bepaling van de noodzaak tot het treffen van aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen naast de in dit MER reeds voorgestelde maatregelen. Deze evaluatie zal zijn beslag krijgen na afronding van dit MER en na het vaststellen van de diverse ruimtelijke besluiten die voorzien in de realisering van de voorgenomen activiteit.
blad 14 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Leeswijzer Dit MER voor de Flanken bestaat uit twee delen: • Deel A: algemene beschrijving van de voorgenomen activiteit, alle effectbeoordelingen en de meeste effectbeschrijvingen van de onderzochte (milieu)thema's. • Deel B: hierin zijn de effectbeschrijvingen van de aspecten: verkeer en vervoer, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en water opgenomen. Deel A In dit deel A wordt begonnen met een algemene inleiding op de Zuidas, de Flanken en relaties met andere projecten (hoofdstuk 1). Daarna vindt u in hoofdstuk twee een uitgebreide beschrijving van de te volgen procedures. In hoofdstuk drie zijn de referentiesituatie, de voorgenomen activiteiten bij de Zuidas - Flanken en een beschrijving van de onderzochte alternatieven opgenomen. In de hoofdstukken vier tot en met tien zijn de effectbeschrijvingen en effectbeoordelingen van de onderzochte (milieu)thema's weergegeven. De conclusies uit de verschillende onderzoeken staan opgenomen in hoofdstuk elf. In dit zelfde hoofdstuk zijn ook diverse optimalisatiemogelijkheden beschreven. Ten slotte staan de leemtes in kennis en een aanzet tot evaluatie beschreven. Deel B Naast de m.e.r.-procedure voor de ontwikkeling van de Flanken vindt op initiatief van de Vrije Universiteit en het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VU/VUmc) een m.e.r.procedure plaats voor ontwikkelingen op de gronden aldaar.
De ontwikkelingen bij de Flanken en de VU en het VUmc grenzen deels aan elkaar en aan de A10. Dit betekent dat beide ontwikkelingen te maken hebben met dezelfde wegenstructuur en verkeersstromen. Omdat beide ontwikkelingen invloed uitoefenen op deze verkeersstromen is het niet meer dan logisch en wenselijk om dit in één verkeersmodel en -rapport mee te nemen. Naast een analyse van beide ontwikkelingen tezamen in het verkeersmodel geldt ook dat de A10 en in mindere mate het spoor impact hebben op de luchtkwaliteit en geluidbelasting van het totale gebied. Ten behoeve van beide m.e.r.-procedures is één achtergronddocument opgesteld, waarin de sterk samenhangende effecten, namelijk op het gebied van verkeer en de daarvan afgeleide milieuaspecten geluid en luchtkwaliteit zijn beschreven. Ook de effecten op de waterhuishouding en externe veiligheid worden in dit document in samenhang bezien. Dit achtergronddocument vormt deel B van deze milieueffectrapportage.
blad 15 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
1 1.1 1.1.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Inleiding De Zuidasontwikkeling Introductie De Zuidas in het zuiden van Amsterdam, langs de A10 Ringweg-zuid, is een gebied dat al een aantal jaren sterk in ontwikkeling is. In 1994 is de gemeente Amsterdam begonnen met integrale planvorming om het gebied een impuls te geven. Het Rijk heeft het belang van de Zuidas in 1997 bevestigd door het tot Nieuw Sleutel Project (NSP) aan te wijzen. De Zuidas is goed gesitueerd ten opzichte van Amsterdam en Schiphol en uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer (trein, metro, tram) en auto. De Zuidas ontwikkelt zich tot een intensief gebruikt stedelijk gebied met een internationale uitstraling waar wonen en werken samengaan. De voorgenomen plannen zijn gericht op de verdere ontwikkeling van het gebied met een gemengd stedelijk karakter. Sinds 1998 is reeds de nodige bebouwing gerealiseerd in de Zuidas (ca. 500.000 m2). Er wordt nog steeds gebouwd aan de Zuidas (200.000 m2 in aanbouw en 400.000 m2 in voorbereiding). De gemeente Amsterdam heeft concrete plannen om het gebied verder te ontwikkelen en te intensiveren. Als eindbeeld wordt voor de Flanken voorzien in een programma met ca. 763.000 m2 woonfuncties, zo’n 837.500 m2 kantoorfuncties en ca. 360.500 m2 overige voorzieningen, waarvan dus al een deel is gerealiseerd, of in aanbouw is. Voor het overige deel dienen diverse nieuwe bestemmingsplannen opgesteld te worden.
Omdat met name het aantal nieuw te realiseren woningen boven de drempelwaarden van het Besluit milieueffectrapportage uitkomt wordt voor de gehele voorgenomen ontwikkeling van de Flanken een m.e.r.-procedure doorlopen.
1.1.2
Waarom een Zuidasontwikkeling: aanleiding in breder perspectief De werkgelegenheid in de hoogwaardige dienstverlening concentreert zich binnen Nederland steeds meer in de Randstad. Binnen de Randstad speelt Amsterdam in deze sector een dominante rol. Amsterdam kan door verbreding van zijn product zijn internationale positie versterken. Amsterdam heeft de mogelijkheid om de marktpositie op de Europese kantorenmarkt te vergroten en deel uit te maken van de groep van Europa's toonaangevende kantorensteden. Een nieuwe kantoorlocatie van Europese schaal en kwaliteit aan de Zuidas biedt hiertoe de beste mogelijkheden. Gevolg zal zijn een grote toeloop van "decision makers" die het internationale profiel van de stad verder versterken. Naast de toevoeging van duizenden directe arbeidsplaatsen zal deze ontwikkeling onmiskenbaar een uitstraling hebben op andere sectoren en locaties en dus ook op indirecte wijze voor nieuwe werkgelegenheid zorgen.
blad 16 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Bij de ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas kan worden geprofiteerd van een sterk concurrentievoordeel in vergelijking tot andere West-Europese steden: Amsterdam kan het bedrijfsleven een volledig pakket van economische voorzieningen bieden binnen een relatief klein gebied met een zeer goede bereikbaarheid. Daarbij kan worden geprofiteerd van de nabijheid van de luchthaven Schiphol en alle andere soorten infrastructuur. Maar Amsterdam heeft meer voordelen: het is ook een belangrijk centrum voor internationale financiën, voor zaken, distributie, media, opleidingen, congressen, cultuur en toerisme. Daar komt bij dat Amsterdam een rijk geschakeerde beroepsbevolking heeft. Voor de Zuidas zelf geldt daarnaast nog dat de aanwezigheid van de Vrije Universiteit kansen biedt voor het ontwikkelen van activiteiten en voorzieningen in de sfeer van de kennisinfrastructuur. Overigens gelden er nog andere argumenten om de Zuidas te ontwikkelen. Het rijk, maar ook de gemeente Amsterdam heeft op grote schaal in het Zuidasgebied geïnvesteerd. Er ligt reeds een omvangrijk pakket van infrastructurele voorzieningen: lokaal (metro), regionaal/nationaal (NS) en internationaal (Schiphol). Deze infrastructurele voorzieningen worden de komende jaren nog sterk uitgebreid. Ook ten aanzien van het Zuidas gebied bestaat de wens om het gebied verder te intensiveren en te versterken.
Tenslotte biedt een integrale aanpak van de Zuidas de mogelijkheid om de stedenbouwkundige structuur van het gebied wezenlijk te verbeteren. In de gemeentelijke begroting 2011 (oktober 2010) wordt het belang van de ontwikkeling van de Zuidas voor Amsterdam, de regio en Nederland nog eens aangegeven: “Voor de
metropool Amsterdam en Nederland is het belangrijk om een internationale toplocatie te hebben. Menging met wonen en andere functies, een goede bereikbaarheid via openbaar vervoer en bijbehorend een hoogwaardig metro- en treinstation is noodzakelijk.” De Zuidas als geheel komt ook terug in het regeerakkoord van het VVD-CDA kabinet. Hierin is de Zuidas expliciet genoemd als ontwikkellocatie: "Het is voor economische
ontwikkeling en innovatie belangrijk dat bedrijven geclusterd kunnen opereren, zoals ( ) de Zuidas in Amsterdam ( ).Deze clusters worden maximaal gefaciliteerd".
1.1.3
Ligging en plangebied Zuidas-Flanken Het plangebied Zuidas - Flanken ligt aan weerszijden van de infrabundel (A10 Ringwegzuid, trein, metro en tram) van Amsterdam. Naast de A10, trein, metro en tram is de Zuidas op zeer korte afstand gelegen van de binnenstad van Amsterdam en Schiphol, zie figuur 1.
blad 17 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
De Zuidas
figuur 1 Ligging van de Zuidas in breder perspectief
1.1.4
Voorgeschiedenis M.e.r.-beoordeling 2003 en 2007 De ontwikkeling van de Flanken in de Zuidas loopt al een aantal jaren. Enkele delen van de Flanken zijn al ontwikkeld. Voor de ontwikkelingen die de partiële streekplanherziening Amsterdam Noordzeekanaalgebied (ANZKG) mogelijk maakte is in 2003 een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (Ingenieursbureau Amsterdam, 2003). Deze m.e.r.beoordeling heeft destijds geleid tot de conclusie dat voor de op dat moment voorziene ontwikkelingen een m.e.r.-procedure niet nodig was. Een conclusie die ook door de Afdeling bestuursrechtspraak is bevestigd. In 2007 is voor de ontwikkeling van de projecten Ravel, Beethoven, Noordzone en VUkwartier aanvullend een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Deze m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd omdat er ten opzichte van het streekplan en de daaraan gekoppelde beoordeling uit 2003 meer programma werd voorzien. Op basis van deze m.e.r.-beoordeling werd in 2007 geconcludeerd dat voor de besluitvorming over de betreffende projecten geen m.e.r.procedure nodig was. Wijzigingen van uitgangspunten Bij de huidige constatering dat de voorgenomen activiteiten m.e.r.-plichtig zijn is er sprake van een gewijzigd programma ten opzichte van het gezamenlijk programma van de m.e.r.-beoordelingen 2003 en 2007, met onder andere een groter aantal woningen.
Bovendien worden er mogelijk verhoudingsgewijs meer kleinere woningen gerealiseerd (o.a. studentenwoningen). Dit leidt tot de verwachting dat het aantal van 4.000 woningen overschreden wordt en daarmee het project m.e.r.-plichtig is geworden. Daarnaast is ook de totale ontwikkeling (dus ook kantoren en voorzieningen) die nu gepland is groter dan de geplande ontwikkelingen ten tijde van de m.e.r.-beoordeling 2003 en de m.e.r.-beoordeling 2007. Hierbij is van belang dat diverse ontwikkelingen in de Flanken de laatste
blad 18 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
jaren meer concreet geworden zijn op grond waarvan het gemeentebestuur heeft besloten dat een m.e.r.-procedure wordt gevolgd. In hoofdstuk twee is nader ingegaan op de m.e.r.-plicht voor dit project.
1.2
De Zuidas - Flanken
1.2.1
De Flankenontwikkeling Zoals reeds in de inleiding is aangegeven wordt er de komende jaren in de Zuidas op grote schaal de bouw van woningen, kantoren en voorzieningen mogelijk gemaakt. Het doel van de ontwikkeling van de Zuidas is enerzijds om de internationale concurrentiepositie van Nederland, Amsterdam en de Zuidas verder te versterken, bijvoorbeeld door de verdere ontwikkeling van kantoren met bijbehorende voorzieningen in de Zuidas. Daarnaast is de Zuidas een uniek gemengd stedelijk gebied met een zeer gunstige ligging ten opzichte van diverse transportassen en met enkele bijzondere functies, zoals de RAI, de rechtbank en het Beatrixpark. Om dit unieke gemengde gebied te behouden en te versterken worden woningen (waaronder studentenwoningen) en diverse voorzieningen mogelijk gemaakt. Voor een aantal deelgebieden is sprake van (mogelijke) aanpassingen in het programma. Bovendien geldt dat er voor een aantal deelgebieden reeds programma is gerealiseerd. Op het programma dat in dit MER centraal staat wordt in hoofdstuk 3 nader ingegaan. tabel 1 Lijst met besluiten waarop de voorgenomen activiteiten zijn gebaseerd
Deelgebied
Type besluit
Fred Roeskestraat Kenniskwartier (excl. VU/VU MC Strawinsky Mahler 4
Uitvoeringsbesluit d.d. nov. 2008 (nog niet vastgesteld) cc- Uitvoeringsbesluit 2009/2010 (nog niet vastgesteld) Startbesluit d.d. 23 juni 2009 Bestemmingsplan d.d.april 2003 (is vernietigd) Bestemmingsplan d.d. dec. 2003 (is vernietigd, nieuw bestemmingsplan is in procedure) Uitvoeringsbesluit d.d. april 2007 Uitvoeringsbesluit d.d. juli 2009 SPvE d.d. maart 2005 SPvE d.d. maart 2005 Projectbesluit d.d.28 okt. 2008 (niet Wro) Bestemmingsplan Kop Zuidas vastgesteld op 20 jan. 2010
Gershwin Beethoven Ravel Parkrand Vivaldi Rai Kop Zuidas
tabel 2 Eindbeeld totaal ontwikkelingsprogramma in de Zuidas-Flanken
Aantal bvo woningen (m2)
Kantoren bvo m2
Voorzieningen bvo m2
Totaal m2
ca. 763.000 m2
ca. 837.500 m2
ca. 360.500 m2
ca. 1.961.000 m2
In figuur 2 is het plangebied van de Flankontwikkeling weergegeven. Hier zijn tevens de verschillende deelgebieden op aangegeven die in dit milieueffectrapport terugkomen.
blad 19 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Fred. Roeskestraat
Strawinsky
Beethoven
RAI
Kop Zuidas
Kenniskwartier
Vivaldi Gershwin
Mahler
Ravel
figuur 2 Begrenzing Zuidas met de gebieden die tot de Flankenontwikkeling behoren
Voor de meeste van deze deelgebieden zijn in het verleden reeds beleidsuitgangspunten vastgesteld. Het gaat om deels gemeentelijke, niet juridische planvormen, zoals stedenbouwkundige programma's van eisen (SPvE's), startbesluiten en uitvoeringsbesluiten, zie tabel 1.
1.2.2
Relatie ontwikkeling Flanken met de kantorenvoorraad en woningbouwbehoefte Algemeen: wonen, kantoren en voorzieningen Mede vanwege de omvang van het programma, de onzekerheid over de toekomstige economische ontwikkelingen en onderlinge concurrentie wordt uitgegaan van een laag afzettempo. In de grondexploitaties is dit voorzien in een zeer gematigde fasering van de gronduitgiften. Mede door marktontwikkelingen (van aanbod- naar vraagmarkt) en de grote leegstand, van met name kantoorgebouwen en de lange looptijd van de grondexploitatie zijn periodiek ingrijpende wijzingen mogelijk in de programma's, projectfaseringen en de financiering hiervan. Naast invloeden op macro- en stedelijk niveau en nadere beleidsontwikkelingen, zal de ontwikkelingsstrategie niet alleen op projectniveau, maar steeds meer integraal benaderd worden. Projecten dienen elkaar vooral te versterken en worden ingevuld op basis van gebiedseigen kenmerken, kwaliteit en perspectieven, in een samenhangend en aantrekkelijk functionerend stedelijk gebied. Hiervoor is tevens een integrale visie nodig op
blad 20 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
marketing en PR. Ofwel het creëren van voorwaarden voor vraaggestuurde ontwikkelingen. Wonen De Zuidas levert een belangrijke bijdrage aan de centraal stedelijke woningbouwopgave. In de ‘Concept Structuurvisie 2040’ staat vermeld dat Amsterdam met de partners binnen de metropoolregio heeft afgesproken dat de stad haar woningvoorraad met vijftigduizend woningen uitbreidt binnen het bestaande stedelijke gebied in de periode 2010-2030. Met deze ambitie gaat Amsterdam op lange termijn verder met het beleid van groei en toenemende differentiatie. ‘Tegenwicht bieden aan suburbanisatie’ en ‘stedelijk draagvlak voor grootstedelijke voorzieningen versterken’ blijven belangrijke argumenten voor dit beleid. Daarnaast zijn er nieuwe argumenten die te maken hebben met het feit dat Amsterdam een sterke nationale rol vervult op het gebied van cultuur, kennis en economie en internationaal gezien een belangrijke poortfunctie voor Nederland vervult. Een toegankelijke en gevarieerde woningmarkt is daarom mede van belang voor Amsterdams internationale connectie. De economie van de metropoolregio is voor een groot deel afhankelijk van de mogelijkheden die talent op de arbeidsmarkt heeft om in de (hoog)stedelijke omgeving van de stad Amsterdam te kunnen wonen. Bovendien is een voldoende ruime arbeidsmarkt, en dus ook woningmarkt, voor internationale bedrijven belangrijke vestigingsvoorwaarde.
(Concept Structuurvisie Amsterdam, 2040). De Zuidas kan een op dit gebied een belangrijke rol spelen als gemengd werk- en woonmilieu van (inter)nationale betekenis. Het inschatten van de afzet blijft desondanks een moeilijke opgave, zeker wanneer we verder in de tijd kijken. De lange termijn trend is dat steeds meer mensen willen kopen. Daarnaast is stadsdeel Zuid al talloze decennia een zeer populair woongebied. De Zuidas ligt tussen twee van de meest geliefde woonwijken van Amsterdam: Amsterdam Zuid en Buitenveldert. Binnen het dagelijks leefgebied van 2 kilometer wonen circa 130.000 inwoners, die gemiddeld het hoogst besteedbaar inkomen van Amsterdam hebben. Uit onderzoeken blijkt dat Zuid wordt ervaren als een bovengemiddeld prettige buurt om te wonen. De huidige bewoners van het stadsdeel verhuizen wel, maar vaak en bij voorkeur binnen het stadsdeel (Wonen in Amsterdam (WiA) 2009). Ook het onderzoek ‘Perspectief voor Amsterdamse woningbouw; groeipotentie en marktkansen op korte en lange termijn’, dat het RIGO in augustus 2010 in opdracht van het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA) heeft uitgevoerd wordt gesteld dat er qua ligging weinig reden is om aan de potentie van de Zuidas als woongebied te twijfelen, “zeker niet op lange termijn”(pag. 25).
Om uitrol van het centrummilieu richting en voorbij de Zuidas te bevorderen wordt een substantiële kritische massa van woningen zeer belangrijk geacht. De massa van het planaanbod woningen in de Zuidas beantwoordt hieraan. Kortom: het bereikbaarheidsprofiel, de ligging naast de gewaardeerde woonbuurten van Amsterdam zuid en het internationale imago en de status van Zuidas zullen naar verwachting een zeer gunstige invloed hebben op de afzetbaarheid van de woningen. De nadere invulling van het woonprogramma en de bijbehorende ontwikkelingsstrategie wordt in een visie op het wonen in de tijd verder uitgewerkt en geactualiseerd. Kantoren Voor de Zuidas als geheel wordt in de nota ‘Bedrijfslocaties in Amsterdam 2010’ uitgegaan van een planaanbod per 1-1-2010 van 925.000 m2 bvo uitbreiding en vervanging van de het bestaande aanbod in de periode tot 2040. Dit volume wordt te
blad 21 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
groot geacht in het licht van de behoefteramingen, zoals die voor de stad Amsterdam in kwantitatieve zin zijn opgesteld. Zuidas Amsterdam heeft reeds een aantal maatregelen getroffen, die het planaanbod aanzienlijk verkleind hebben. Tussen 2009 en 2010 is zodoende het planaanbod kantoormetrage op de Zuidas aanzienlijk teruggebracht. Zuidas Amsterdam zal haar ontwikkelingsstrategie aanpassen op de behoefteramingen conform het scenario Global Gateway.
1.2.3
Ontwikkeling VU/VUmc Op initiatief van de Vrije Universiteit en het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VU/VUmc) vindt er een m.e.r.-procedure plaats voor ontwikkelingen op de gronden aldaar. De ontwikkelingen bij de Flanken en de VU en het VUmc grenzen deels aan elkaar en aan de A10. Dit betekent dat beide ontwikkelingen te maken hebben met dezelfde wegenstructuur en verkeersstromen. Omdat beide ontwikkelingen invloed uitoefenen op deze verkeersstromen is het niet meer dan logisch en wenselijk om dit in één verkeersmodel en -rapport mee te nemen. Naast een analyse van beide ontwikkelingen tezamen in het verkeersmodel geldt ook dat de A10 en in mindere mate het spoor impact hebben op de luchtkwaliteit en geluidbelasting van het totale gebied. Ten behoeve van beide m.e.r.-procedures is één achtergronddocument opgesteld, waarin de sterk samenhangende effecten, namelijk op het gebied van verkeer en de daarvan afgeleide milieuaspecten geluid en luchtkwaliteit zijn beschreven. Ook de effecten op de waterhuishouding en externe veiligheid worden in dit document in samenhang bezien. Deel B van deze milieueffectrapportage vormt dit genoemde achtergronddocument.
1.2.4
Ontwikkeling van het Dok Naast de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden behorend bij de Flanken bestaan er plannen om de infrastructuur A10 en de sporen in een brede tunnel te leggen. Voor deze plannen geldt dat de rol van het bevoegd gezag is weggelegd voor het Rijk. Deze plannen voor het Dok maken geen onderdeel uit van deze m.e.r.-procedure. Hier zal een zelfstandige m.e.r.-procedure voor worden doorlopen. Wel heeft het ondergronds brengen van de infrastructuur impact op de (milieu)situatie bij de Flanken. Om deze reden is ervoor gekozen om voor elk (milieu)thema in dit milieueffectrapport een doorkijk te geven naar de effecten bij een eventuele realisatie van het Dok.
blad 22 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
2 2.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
De m.e.r.-procedure Doel van milieueffectrapportage Het doel van een m.e.r.-procedure is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken. Dit om ten behoeve van het ontwikkelen van plannen en het nemen van besluiten inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen activiteit op de omgeving en om onderzoek te kunnen doen naar mogelijke maatregelen om negatieve effecten op de omgeving te verminderen of te compenseren. Een m.e.r.-procedure is geen doel op zich, maar vindt altijd plaats ten behoeve van het nemen van een besluit, in dit geval meerdere bestemmingsplannen of mogelijke andere ruimtelijke besluiten. De m.e.r.-procedure kent een aantal verplichte (procedure)stappen. De resultaten van het milieuonderzoek worden opgenomen in een milieueffectrapport (MER). Op 1 juli 2010 is een wijziging van de m.e.r.-regelgeving in werking getreden waardoor deze m.e.r.-procedure onder dit nieuwe regime valt. In paragraaf 2.4 wordt hier nader op ingegaan.
2.2
De voorgenomen activiteiten in de Zuidas zijn m.e.r.-plichtig De voorgenomen activiteiten in de Zuidas zijn m.e.r.-plichtig, conform het Besluit m.e.r. 1994, gewijzigd 2008 (VROM, 2008). De m.e.r.-plicht geldt voor de voorgenomen activiteiten in de Zuidas, omdat sprake is van een 'activiteit, die betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 4.000 of meer woningen omvat binnen de bebouwde kom' (Besluit m.e.r., bijlage C, activiteit 11.1). Daarnaast geldt ook een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de Flanken, omdat sprake is van 'de uitvoering dan wel de wijziging of uitbreiding van een stadsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Deze m.e.r.-beoordelingsplicht geldt vanaf 'een oppervlak van 100 hectare of meer of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer' (Besluit m.e.r., bijlage D, activiteit 11.2). Verder wordt onder voorzieningen een aantal functies (o.a. hotels) verstaan die vanwege hun omvang en de daarmee samenhangende bezoekersaantrekkende werking eveneens m.e.r.-beoordelingsplichtig kunnen zijn. Het gaat om de aanleg van één of meer recreatieve of toeristische voorzieningen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een voorziening of een combinatie van voorzieningen die 250.000 bezoekers of meer per jaar aantrekt (Besluit m.e.r, bijlage D, activiteit 10.1).
Omdat sowieso sprake is van een m.e.r.-plicht voor de Flanken, vanwege de hoeveelheid woningen zijn de voorgenomen recreatieve en/of toeristische voorzieningen reeds meegenomen in dit milieueffectrapport waar de totale ontwikkeling beMERd is. Er is dus niet eerst apart een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om te analyseren of de voorgenomen recreatieve en/of toeristische voorzieningen m.e.r.-plichtig zijn. Een extra stimulans hiervoor is de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU op 15 oktober 2009, waarin de door Nederland gehanteerde drempelwaarden voor een m.e.r.-beoordeling ter discussie worden ge-
blad 23 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
steld. Eventuele cumulatie van op zichzelf niet m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en activiteiten die de huidige m.e.r.-beoordelingsdrempels niet overschrijden wordt door deze voorzieningen mee te nemen bij de totale m.e.r.-procedure ondervangen. Omdat de te ontwikkelen woningen in de Zuidas reeds tot een m.e.r.-plicht leiden, zijn de m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten, zoals genoemd in bijlage D, activiteit 11.2 en activiteit 10.1 eveneens meegenomen in deze m.e.r.-procedure. Er is dus hiervoor geen aparte m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.