Raadsbesluit2021-033bijl2 Nota van wijzigingen
Tekst van het document
Nota van wijzigingen Bestemmingsplan Cruquius deelgebied 5, Berkhout
Nota van wijzigingen
Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer Datum
december 2020
2
Nota van wijzigingen
1 Algemeen Het ontwerpbestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout heeft met ingang van 11 september 2020 gedurende zes werken, voor een ieder voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. Gewijzigde vaststelling De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. Na de ter inzage legging zijn een aantal ambtshalve aanpassingen doorgevoerd als correctie van enkele omissies in de regels en op de verbeelding. Voorliggende notitie betreft de beschrijving van de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van de ontwerp regels en verbeelding. Actualisatie toelichting In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting is ten opzichte van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan op enkele onderdelen in samenspraak met Rijkswaterstaat geactualiseerd en verbeterd. In deze notitie is aangegeven waar de toelichting volledigheidshalve is aangepast ten op zichte van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan.
2 Ambtshalve wijzingen Regels: 1. In artikel 1 Begrippen: a. identificatienummers wijzigingen in “NL.IMRO.0363.M1807BPSTD-VG01”. 2. In het Artikel 3 Gemengd: a. onder lid 3.4 Afwijken van de gebruiksregels: 1. in sub a “artikel 2, onder a” vervangen door “3.3.1 onder b”; 2. in sub b “artikel 2, onder b” vervangen door “3.3.1 onder c”. 3. In het Artikel 7 Waarde - Archeologie 1 a. onder lid 7.4.2 Uitzonderingen: 1. in de aanhef “7.5.1” vervangen door “7.4.1”; b. onder lid 7.4.3 Voorwaarden en advies: 1. in de aanhef “7.5.1” vervangen door “7.4.1”; 2. in sub d “7.5.1” vervangen door “7.4.1”. Verbeelding 1. De aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' actualiseren zodat deze 50 m bedraagt ten opzicht van de uiterste grens van het water, zijnde de plangrens van het bestemmingsplan.
3
Nota van wijzigingen
Toelichting: 1. Paragraaf 1.1, in de 2e alinea: actualisatie van beschrijving van bestemmingsplannen die zijn vastgesteld. 2. Paragraaf 1.3, in de voorlaatste alinea: a. actualisatie van beschrijving van vaststelling deelgebied 6; b. zinsnede “Voor de gronden” verwijderen. 3. Paragraaf 3.1.2: a. Voor ondersteuning van de beschrijving van de zichtlijnen in de tweede sub b verwijzen naar een nieuw in te voegen afbeelding 3.2 waarop de huidige bebouwing is aangegeven en de toekomstige bebouwing; b. Voor beschrijving van het brandweeradvies in de tweede sub d verwijzen paragraaf 4.6.3. 4. Paragraaf 4.1.3: Toevoegen dat Burgemeester en wethouders op 18 augustus 2020 een m.e.r.-beoordelingsbesluit hebben genomen. 5. Paragraaf 4.4.2, weergave overwegingen scheepvaartgeluid: a. aanvullen met medeweging van de gebiedskarateristiek; b. actualiseren met actuele scheepvaartbewegingen. 6. Paragraaf 4.4.3: a. aanvullen met weergave van de geluidwering van de gevels in samenhang met Bouwbesluit; b. aanvullen met weergave overweging scheepvaartgeluid. 7. Paragraaf 4.6.2: Aanvullen met weergave overweging Plasbrandaandachtsgebied. 8. Paragraaf 5.1.2: a.
onder “Algemeen”: Beschrijving opnemen dat het IJ beheerd wordt door Rijkswaterstaat, dat Rijkswaterstaat tevens water- en vaarwegbeheerder is op het Amsterdam-Rijnkanaal en dat in de Entrepothaven Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor het waterkwaliteit- en waterkwantiteitsbeheer. b. onder “Watersysteem en peilbeheer”: Beschrijving opnemen dat In de huidige situatie het waterpeil NAP -0,40 m is. Als gevolg van de omstandigheden en wijze van beheervoering kunnen de waterstanden fluctueren tussen een waterstand van NAP -0,55 m en NAP -0,30 m. Hierover zijn afspraken vastgelegd in het Waterakkoord voor het Noorzeekanaal en AmsterdamRijnkanaal. c. onder “Vrijwaringszone vaarweg”: verwijzing opnemen naar paragraaf 3.1.2. d. onder “Beheer en onderhoud”: beschrijving opnemen dat RWS verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het hoofdwatersysteem en hierbij behorende kunstwerken en gemalen, terwijl het waterschap verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het boezemwater. 9. Paragraaf 5.2: a. Titel vervangen door “Nautische veiligheid” en onder de titel opnemen dat In het kader van de planvorming ook de nautische veiligheid een relevant aspect is. Nautische veiligheid heeft betrekking op de mate van een vlotte en veilige doorvaart voor de beroeps- en reactievaart op het Amsterdam-Rijnkanaal.
Hierbij zijn de volgende aspecten relevant: (1) zicht, (2) radarverstoring en (3)
4
Nota van wijzigingen
lichthinder op schepen aan de orde. b. Paragraaf 5.2.1 vervangen door: Langs het Amsterdam-Rijnkanaal geldt op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een vrijwaringszone vanwege de scheepvaart. Hieraan is reeds aandacht besteed in paragraaf 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De vrijwaringszone is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan en in de regels zijn voorwaarden gesteld aan het gebruik van gronden binnen deze vrijwaringszone. Door middel van betonning wordt de vaarweg voor de beroepsvaart gemarkeerd. Naast de vaarweg voor de beroepsvaart is een vaarweg voor de recreatievaart gemarkeerd. De breedte van het Amsterdam-Rijnkanaal en het zicht is ter hoogte van het plangebied voldoende voor de goede doorvaart van beroeps- en recreatievaartuigen. De ontwikkeling van het Cruquiusgebied heeft geen invloed op de breedte van de vaarweg van het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij de stedenbouwkundige inrichting van het Cruquiusgebied, wordt rekening gehouden met het profiel vrije ruimte, zoals opgenomen in het beleidsdocument 'De langs de vaarwegen benodigde vrije ruimte'. Dit betekent dat voor het Amsterdam-Rijnkanaal (een vaarweg met CEMT klasse IVb of hoger) rekening moet worden gehouden met een zone van 5 meter langs de kade die vrij is van bebouwing. In het stedenbouwkundig plan is hier rekening mee gehouden.
In het bestemmingsplan is dit vertaald in een bestemming Verkeer - 2 waar nieuwe gebouwen zijn uitgesloten. c.
Als nieuwe paragraaf 5.2.2 Radarverstoring invoegen: Walradar draagt, samen met het marifoonverkeer, de cameraondersteuning en de automatische identificatie van schepen, bij aan de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart naar de havens van Amsterdam, Beverwijk, Velsen/IJmuiden en Zaandam. Zodoende kan het scheepvaartverkeer 24 uur per dag, 7 dagen per week, vlot en veilig worden afgewikkeld. Mede door de sterke groei van de haven is het scheepvaartverkeer flink toegenomen. Een radarsysteem is een vereiste, om in de toekomst onder alle omstandigheden veilige en vlotte verkeersbegeleiding van schepen te kunnen blijven garanderen. Het walradarsysteem bestaat uit 26 radarmasten die langs het Noordzeekanaal en het IJ onderling verbonden zijn door een glasvezelnetwerk. De radar boven op de mast zendt via een draaiende antenne radargolven (elektromagnetische straling) uit in de richting van vaste materie zoals schepen, maar ook land en regenbuien (zoals op buienradar.nl) en ontvangt de door de schepen gereflecteerde radargolven (echo) weer via deze antenne. In de verkeerstoren kan een verkeersleider deze echobeelden bekijken. Uit deze echo kan een aantal gegevens over de schepen bepaald worden ten opzichte van die radar, zoals richting, afstand en snelheid. Op afbeelding 5.2 zijn de locaties van Vessel Traffic System (VTS) walradars nabij het Cruquiusgebied weergegeven.
Deze radars vormen een keten en bieden een gezamenlijk radarbeeld van het scheepvaartverkeer op het IJ en
5
Nota van wijzigingen
Amsterdam-Rijnkanaal. Er is een drietal VTS radars dat zicht heeft op het scheepvaartverkeer dat langs het Cruquiusgebied vaart: een radar op de Amsterdamsebrug, een radar op het KNSM eiland en een radar bij de Oranjesluizen. In het kader van de ontwikkeling van de Kop van Cruquius is onderzoek gedaan naar de effecten van de daar beoogde nieuwbouw op het functioneren van de radarsystemen. Voor het plangebied Berkhout zijn drie aspecten van belang: de hoogte van de bebouwing, de afstand tot de kade en de variatie in vorm en het reflecterend oppervlak. In de notitie Invloed op scheepsradar die is opgenomen als Bijlage 12 wordt hier nader op ingegaan. Er kan worden geconcludeerd dat de beoogde nieuwbouw niet zal leiden tot negatieve gevolgen op de scheepsradar in het Amsterdam-Rijnkanaal. Er kan zelfs worden gesteld dat de nieuwbouw tot een gunstigere situatie zal leiden wat betreft de scheepsradar, vergeleken met de oude situatie. De invloed op scheepsradar kan worden verdeeld in drie effecten: schaduwwerking, spookdoelen en bundelverbreding. Een nadere toelichting op deze effecten is opgenomen in de analyse die door TNO uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van de Kop van Cruquius. De rapportage van deze analyse is als bijlagen bij de notitie Invloed op scheepsradar opgenomen. Hierna wordt kort ingegaan op deze effecten.
Schaduwwerking VTS radars Het project Kop van Cruquius bevat hoogbouw waardoor voor zowel de VTS radar op de Amsterdamsebrug als de VTS radar op het KNSM eiland een schaduwzone zal ontstaan in het verlengde van de nieuwbouw. In de huidige situatie is er echter ook al sprake van bebouwing op de Kop van Cruquius die voor schaduweffecten op beide radars zal zorgen. In de nieuwe situatie zal er vermoedelijk niet meer schaduwwerking zijn dan in de huidige situatie. In Cruquius deelgebied 5 (Berkhout) is bebouwing toegestaan tot een hoogte van maximaal 23 meter en zal niet leiden tot een grotere schaduwwerking dan de bebouwing die op de aangrenzende percelen wordt opgericht. Spookdoelen VTS radars Het is denkbaar dat de nieuwbouw op de Kop van Cruquius spookreflecties worden veroorzaakt. Echter, op een groot gedeelte van het traject van het Amsterdam-Rijnkanaal hebben meerdere VTS radars zicht. Door het combineren van de radarbeelden van de verschillende VTS radars worden deze spookdoelen herkend en binnen het VTS systeem verwijderd. Het is daarom onwaarschijnlijk dat dergelijke reflecties daadwerkelijk tot tracks in de radarprocessing zullen leiden. Tevens staan er in de huidige situatie op de Kop van Cruquius en binnen het plangebied Berkhout ook verschillende gebouwen met zeer regelmatige rechte wanden.
Een dergelijke geometrie kan tot sterke reflecties leiden omdat rechte wanden een grote radar cross sectie hebben. Aangezien de bestaande bebouwing niet voor spooktracks zorgt, is er geen
6
Nota van wijzigingen
reden om aan te nemen dat de geplande nieuwbouw hier wel voor zal zorgen. Bundelverbreding scheepsradars binnenvaartschip Grote objecten zoals gebouwen kunnen zorgen voor grote reflecties die zich over de waterweg kunnen uitstrekken op het radarbeeld. Uit het onderzoek blijkt dat indien schippers op dit moment geen problemen ervaren op het radarbeeld vanwege verbredingseffecten, het onwaarschijnlijk is dat dit na realisatie van de nieuwbouw wel geval zal zijn. Spookdoelen scheepsradars binnenvaartschip Het ontstaan van spookreflecties kan zich ook voor scheepsradars voordoen. Voor scheepsradars geldt echter ook dat er op dit moment al bebouwing op de Kop van Cruquius staat. Er is geen reden aan te nemen dat na de nieuwbouw de situatie op dit punt zal verslechteren, ook omdat de huidige bebouwing ook al bestaat uit gebouwen met regelmatige rechte wanden. d. Paragraaf 5.2.3 vervangen door: Lichthinder De vaartuigen over het Amsterdam-Rijnkanaal hebben momenteel geen hinder van de verlichting op de omliggende stedelijke gebieden ter hoogte van het studiegebied. Het Cruquiusgebied is nu al een verstedelijkt gebied met lichtuitstraling. De ontwikkeling van het Cruquiusgebied leidt mogelijk tot enige extra lichtuitstraling vanuit de woonbebouwing langs het Amsterdam-Rijnkanaal.
Het betreft diffuus licht dat niet op de vaarweg is gericht en de scheepvaart naar verwachting niet zal hinderen. De nieuwe bebouwing ligt verder terug dan de huidige bebouwing en het scheepvaartverkeer vaart hier rechtdoor. De onbebouwde kade zal worden voorzien van verlichting richting het land. De verwachting is dat hierdoor eventuele lichthindereffecten op de vaartuigen beperkt zullen zijn. Rijkswaterstaat zal bij de uitwerking van het verlichtingsplan voor de openbare ruimte worden betrokken. e. Als paragraaf 5.2.4 Overige aspecten toevoegen: Verder zijn de bunkerschepen aan de oostoever van het Amsterdam-Rijnkanaal en het plasbrandaandachtsgebied langs de vaarweg relevant voor de nautische veiligheid. Hierover staat meer informatie in paragraaf 4.6 Externe veiligheid. f. Als paragraaf 5.2.5 Conclusie toevoegen: De ontwikkelingen op Cruquiusgebied leiden niet tot negatieve effecten op de nautische veiligheid. De verwachting is dat de bebouwing geen invloed heeft op de veilige doorvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal. Het aspect nautische veiligheid is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 10. Paragraaf 5.5.2: datum van het stikstofdepositie onderzoek actualiseren. 11.
Paragraaf 6.2.3 onder “Artikel 4 Verkeer - 1”, de laatste zin wijzigen in: Binnen deze zone (het gehele bestemmingsvlak zijnde) zijn geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.
7
Nota van wijzigingen
12. Paragraaf 8.4: beschrijving van ter inzage legging opnemen.
8