CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-029X- 06 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 24 - advies bezwaar Kahal Kados Ahava

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beslissingen op de bezwaarschriften inzake de besluiten van de gemeenteraad op de aanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Nr. VN2021-0021102.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

Gemeente Amsterdam

Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 12 december 2019 inzake een aanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden DJ .2o.003982.00i

Advies inzake het bezwaarschrift ingediend door Kahal Kados Ahavat Hinam Bendigamos tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam (hierna: de raad) van 12 december 2019. De raad heeft daarmee besloten om geen subsidie te verlenen aan Kahal Kados Ahavat

Hinann Bendigamos (hierna: Bendigamos), omdat haar subsidieaanvraag is ingediend na afloop van de termijn die daarvoor gesteld is in artikel io lid Ivan de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden (uiterlijk 31december 2018).

1. Inleiding Bendigamos heeft op 30 januari 2020 bezwaar gennaakttegen het besluit van de raad van 12 december 2019. De bezwaarschriftencommissie van de raad van de gemeente Amsterdam (hierna: de bezwaarschriftencommissie) heeft vastgesteld dat het bezwaar daarmee buiten de daarvoor gestelde wettelijke termijn is ingediend. De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om deze reden het bezwaar van Bendigamos niet-ontvankelijk te verklaren. Dit zal hierna nader worden toegelicht. 2. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden (hierna: de Subsidieverordening). Awb Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het instellen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Op grond van artikel 6:io Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een voor het begin van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien het besluit ten tijde van de indiening:

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 7

"a. wel reeds tot stand was gekomen, of b. nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was." Op grond van artikel 6:11 Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Subsidieverordening Joodse Erf pachttegoeden Op grond van artikel io lid Ivan de Subsidieverordening moet een subsidieaanvraag uiterlijk 31 december 2018 worden ingediend bij de raad. 3. Verloop van de procedure Op 2 januari 2019 heeft Bendigamos een aanvraag ingediend voor een eenmalige subsidie op grond van de Subsidieverordening. Bij e-mail van 9 juli 2019 heeft de raad onder andere Bendigamos bericht dat de Commissie Joodse Erfpachttegoeden over haar aanvraag advies heeft uitgebracht. Ten aanzien van Bendigamos wordt geadviseerd om de aanvraag niet te behandelen, omdat deze buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend. In deze e-mail is verder aangegeven dat de raad op basis van dit advies een besluit zal nemen over de aanvraag. Daarbij is een indicatie gegeven van het verdere verloop van het dossier (behandeling tijdens de commissie Algemene Zaken en de raadsverkiezing van 18 en 19 september 2019).

Bij e-mail van is juli 2029 heeft Bendigamos op deze e-mail van de raad gereageerd. Zij verzoekt de raad daarin om te bezien of haar aanvraag mogelijk toch formeel als 'op tijd' kan worden aangemerkt. Bij e-mail van 20 augustus 2019 heeft de raad op deze e-mail van Bendigamos gereageerd. Hierin is opnieuw aangegeven dat de raad de aanvragen op basis van het advies zal gaan behandelen in de commissievergadering van 5 september en de raadsvergadering van 1.8 en 19 september 2019. Vervolgens is erop gewezen dat Bendidannos daar desgewenst kan inspreken. Tot slot is aangegeven: "Indien de raad instemt met het advies van de commissie, dan kunt u hiertegen in bezwaar." De bezwaarschriftencommissie heeft begrepen dat Bendigamos vervolgens op de commissievergadering van 5 september 2019 daadwerkelijk heeft ingesproken. Bij besluit van 12 december 2019 heeft de raad de subsidieaanvraag van Bendigamos vanwege de hiervoor genoemde termijnoverschrijding afgewezen. De raad heeft dit besluit gepload in

2

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 7

het Online subsidieoverzicht en een bevestiging daarvan per e-mail aan Bendigamos toegestuurd. In deze e-mail is onder andere vermeld dat er "een nieuw document klaarstaat in het Online subsidieoverzicht" en dat het betreft "Beschikking weigeren subsidieaanvraag", onderverwijzing naar een inhoudelijke beschrijving van de subsidieaanvraag van Bendigamos en het kenmerk van de aanvraag. Bij e-mail van 3o januari 2020 heeft Bendigamos over de bovengenoemde e-mail van 12 december 2019 het volgende aan de raad gestuurd: "Beste gemeente Amsterdam, Hartelijk dank voor uw e-mail. lk heb alleen een klein probleem, het lukt me niet om dit te openen. Ten eerste kwam dit bericht in de spann terecht, waardoor ik het eind december heb gevonden. Eerst kwamen we e-herkenning niet in, in de tussentijd is het verlopen en het kost nu al veel tijd om het te verlengen. Heeft u het bericht misschien ook per mail voor ons? Kunt u ons vertellen of het hebben van e-herkenning nog nodig is of kunnen we het sowieso laten zitten? Dat scheelt ook kosten. lk ga ervan uit dat dit het officiële bericht is dat mijn organisatie — Bendigamos—voor de erfpachttegoeden geen toewijzing gekregen heeft en dat ik in bezwaar kan gaan. Graag wil ik als dat kan bij dezen in bezwaar gaan. Over het bezwaar kan ik kort zijn: We willen graag dat onze aanvraag alsnog wordt bekeken door de commissie.

We hebben ons hele verhaal al eerder gedaan. We hebben ook ingesproken bij de Commissievergadering en werden daar gesteund door de raad, door de adviescommissie en door de burgemeester. Dat was heel fijn, en we hopen dat we nu een eerlijke behandeling zullen krijgen. (—)." Bij e-mail van 9 maart 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie de ontvangst van het bezwaar van Bendigamos bevestigd. Bendigamos is daarbij gevraagd om in te gaan op de reden dat het bezwaarschrift na afloop van de wettelijke termijn is ingediend. Bij e-mail van 27 maart 2020 heeft Bendigamos op deze vraag van de bezwaarschriftencommissie gereageerd. Voor de reden van de late indiening verwijst Bendigamos naar de zojuist geciteerde e-mail van 3o januari 2020. Verder wijst Bendigamos erop dat zij een vrijwilligersorganisatie is, die nooit eerder met subsidieregelingen van de gemeente te maken heeft gehad. Bij e-mail van 30 maart 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie Bendigamos (opnieuw) gevraagd om de reden voor de te late indiening te verduidelijken.

3

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 7

Op 11augustus 2020 is namens de raad van de gemeente Amsterdam met een verweerschrift op het bezwaar van Bendigannos gereageerd. De bezwaarschriftencommissie heeft partijen op 4 september 2020 op een hoorzitting mondeling gehoord. 4. Onderliggende stukken raadscommissie en gemeenteraad De bezwaarschriftencommissie heeft in verband met de advisering over de ingediende bezwaren niet alleen de dossiers maar ook de onderliggende raadsstukken bestudeerd en kennis genomen van de bespreking van deze stukken in raadscommissie en raad. Daaruit blijkt dat de raad in juli 2016, naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport, heeft besloten een tegemoetkoming te doen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. Onderdeel van dat besluit was dat er een stichting zou worden opgericht bestaande uit personen uit de Joodse gemeenschap die de raad zou adviseren over de besteding van die tegemoetkoming. Uiteindelijk is er geen stichting opgericht, maar is er door de raad een commissie in het leven geroepen. Daarbij is overeind gebleven dat de leden onderdeel uitmaken van de Joodse gemeenschap. De leden zijn vanuit die hoedanigheid door de burgemeester gevraagd en door de raad als lid van de commissie benoemd. Verder heeft de raad aan de commissie de kaders meegegeven waarbinnen zij haar advies moest geven.

Deze kaders zijn tot stand gekomen na advies van de commissie en vastgelegd in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. In het kort blijkt uit de verordening dat de tegemoetkoming zou worden verdeeld via een zogenoemde subsidietender. Er konden gedurende een aantal maanden aanvragen worden gedaan, waarna de commissie op basis van de in de verordening opgesomde kwaliteitseisen advies zou geven aan de raad. De raad zou vervolgens op basis van die adviezen een besluit nemen over de toekenning of afwijzing van de aanvragen. Uit de stukken, met name artikel 12 van de verordening, komt naar voren dat de kern van het advieswerk van de commissie wordt gevormd door de vraag of een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. In dat kader heeft de commissie in de eerste plaats benadrukt het van groot belang te achten dat de tegemoetkoming terecht zou komen bij de verschillende onderdelen van de Joodse gemeenschap in de ruimste zin en bij de verschillende geloofsrichtingen binnen de Joodse gemeenschap. Aan de verschillende onderdelen is recht gedaan door in de verordening vijf sectoren te onderscheiden. Die zijn volgens de commissie essentieel voor het voortbestaan van de gemeenschap. Voor de verschillende geloofsrichtingen geldt dat de commissie kenbaar heeft gemaakt dat voor de continuïteit ook van belang was dat elke stroming een (enigszins)

4

Verslag (vervolg) Pagina 5 van 7

Gemeente Amsterdam

evenredig deel zou krijgen. Uit de stukken blijkt dat de commissie hier dus ook specifiek aandacht aan heeft besteed. Met inachtneming daarvan speelde de kwaliteit van de aanvragen de voornaamste rol. Door de commissie is kenbaar gemaakt dat zij zich bij de beoordeling van de aanvragen heeft laten leiden door de in artikel 12 van de verordening vermelde toewijzingscriteria. Zo droeg naar het oordeel van de commissie een aanvraag die niet tot een succesvol afgerond project zou leiden, niet bij aan de continuïteit. Om die reden is bijvoorbeeld meegewogen of de aanvrager een eigen bijdrage levert. Dat vergroot de kans dat een project uitgevoerd kan worden. Voor het beoordelen van de aanvragen geldt dat uit de stukken blijkt dat de (ontvankelijke) aanvragen eerst zijn ingedeeld per sector. Vervolgens zijn per sector twee personen uit de commissie aan de slag gegaan om een voorselectie te maken. Die voorselectie is besproken in de gehele commissie, waarna een lijst met voorlopige toe- en afwijzingen volgde. Deze lijst is gelegd langs de te behalen doelen en is beoordeeld op de hiervoor bedoelde evenredige spreiding, waarna besloten is sommige aanvragen meer en andere minder subsidie toe te kennen. Op die manier is per aanvraag het definitieve advies tot stand gekomen.

Commissieleden die betrokken waren bij een aanvrager, hebben zich daarbij volgens de commissie onthouden van stemming bij alle aanvragen in de betreffende sector waaronder die aanvraag viel. Tot slot is nog van belang dat de commissie in het kader van de adviezen heeft geadviseerd budget over te hevelen van de ene naar de andere sector op grond van artikel 5, derde lid van de Verordening. In de stukken is aangegeven dat de commissie dit gedaan heeft omdat een deel van het budget binnen een sector na honorering van de meest geschikte aanvragen onbenut bleef. Ook bij het overhevelen heeft de continateit van de Joodse gemeenschap voorop gestaan. 5. Ontvankelijkheid van het bezwaar Uit het juridisch kader in hoofdstuk 2 volgt dat de termijn voor het instellen van een bezwaarschrift zes weken betreft. In deze procedure verliep deze termijn op 24 januari 2020. Bendigannos heeft eerst op 3o januari 2020 bezwaar gemaakt. Uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat het bezwaarschrift van Bendigamos daarmee te laat is ingediend en niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, mits redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Deze uitzonderingssituatie doet zich hier niet voor.

5

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 7

De bezwaarschriftencommissie heeft Bendigamos op 9 en 30 maart 2020 gevraagd naar de reden voor de termijnoverschrijding. Daarop heeft Bendigamos verwezen naar haar bezwaarschrift van 3o januari 2020, waarin is vermeld dat de e-mail van de raad van 12 december 2019 in de spam-inbox terecht is gekomen, waardoor Bendigamos de e-mail pas eind december heeft gevonden. Verder wijst Bendigamos erop dat zij een vrijwilligersorganisatie is, die nooit eerder te maken heeft gehad met subsidieregelingen bij een gemeente. De bezwaarschriftencommissie stelt vast dat Bendigamos in de e-mail van 3o januari 2020 bevestigt dat zij al eind december 2019 op de hoogte was van (de e-mail over) het besluit van de raad van 12 december 2019. In het verlengde daarvan bevestigt Bendigamos in de e-mail van 30 januari 2020 ook dat zij door de inhoud van de e-mail van 12 december 2019 op de hoogte was van de strekking van het besluit en het feit dat zij daartegen bezwaar kon maken. Naar de mening van de bezwaarschriftencommissie laten deze omstandigheden geen ruimte voor een andere conclusie dan dat Bendigamos in verzuim was, toen zij pas op 3o januari 2020 voor het eerst met de gemeente Amsterdam contact opnam over het besluit van 12 december 2019, terwijl zij daarvan naar eigen zeggen al sinds eind december 2019 op de hoogte was. Dit betekent dat het bezwaar van Bendigamos niet-ontvankelijk is.

Tijdens de hoorzitting heeft Bendigamos nog gewezen op haar e-mail van is juli 2019 (zie p. 2) en op basis daarvan gesteld dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:10 Awb. Ook dat betoog slaagt niet. Vast staat dat er op is juli 2019 in ieder geval nog geen besluit tot stand gekomen was, zodat de situatie zoals bedoeld in artikel 6:10 lid 1, aanhef en onder a, Awb in ieder geval niet aan de orde is. Verder meent de bezwaarschriftencommissie dat Bendigamos uit de e-mails van de raad van 9 juli 2019 en 20 augustus 2019 heeft moeten begrijpen dat er nog geen besluit tot stand gekomen was. Daarbij is met name van belang dat in beide e-mails uitdrukkelijk is aangegeven dat het ging om een advies van de Commissie Joodse Erfpachttegoeden aan de raad, dat de raad daarover nog zou gaan vergaderen en daarover een besluit "zal nemen". Ook acht de bezwaarschriftencommissie van belang dat de raad in de email van 20 augustus 2019 uitdrukkelijk heeft opgemerkt: "Indien de raad instemt met het advies van de commissie, dan kunt u hiertegen in bezwaar." De bezwaarschriftencommissie leest ook daarin de bevestiging dat Bendigamos in verzuim was, toen zij al sinds eind december 2019 van het besluit op de hoogte was en daarover pas op 30 januari 2020 contact opnam met de gemeente. 6.

Conclusie en advies De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om de zojuist besproken redenen om het bezwaar van Bendigamos overeenkomstig artikel 6:3.1 Awb niet-ontvankelijk te verklaren.

6

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 7 van 7

Aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaar komt de bezwaarschriftencommissie als gevolg hiervan niet toe. Dit maakt dat er geen reden is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 19 januari 2021 De bezwaarschriftencommissie,

jcVa oemberg-Issa

Hidde Nota,

Voorzitter

Secretaris

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9802186/1