Raadsbesluit2021-029K- 06 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 11 - verslag hoorzitting Amstel Telev
Tekst van het document
X X
Gemeente Amsterdam
x
Verslag hoorzitting vrijdag 25 september 2020 inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 5 december 2019 inzake een aanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden Kenmerk: D.1.2o.001165.002.
Hoorzitting over het bezwaarschrift ingediend door:
Amstel Televisie 5 B.V.
Het bezwaarschrift richt zich tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam van 12 december 2019 om de subsidie die in het kader van de Joodse erfpachttegoeden is aangevraagd niet in behandeling te nemen.
Aanwezig Bezwaarschriften commissie: Mevrouw Kili, voorzitter De heer Vroege, commissielid Mevrouw De Grave-Verkerk, commissielid Mevrouw Bloemberg-lssa, commissielid De heer Nota, ambtelijk secretaris
Bezwaarden: Mevrouw Robichon, gemachtigde AT5/P0A De heer Pier, manager projecten concepten ATs
Verweerder: Mevrouw Wilschut, gemachtigde Mevrouw Kappelhof, gemachtigde
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 6
Verslag De voorzitter opent de hoorzitting, stelt de aanwezigen aan elkaar voor en legt de procedure uit. Daarbij merkt zij op dat de bezwaarschriftencommissie bestaat uit leden van die raad die door hun fractie voor deze commissie voorgedragen zijn. Het betreft dus een commissie die wordt gevormd door leden van het bestuursorgaan dat het besluit genomen heeft. Dit is van belang omdat dit betekent dat niet vereist is dat de leden niet bij de voorbereiding van het betrokken besluit betrokken mogen zijn geweest. Voorts bereidt de commissie alleen de besluitvorming in de gemeenteraad voor; ze brengt aan de hand van de stukken en deze hoorzitting over het bezwaar advies uit aan de gemeenteraad en de gemeenteraad beslist op het bezwaar. De leden van de Bezwaarschriftenconnmissie hebben vanzelfsprekend de bezwaarschriften gelezen, dus graag kernpunten belichten of aanvullende informatie geven. Ten behoeve van de verslaglegging wordt er een audio-opname gemaakt. De voorzitter geeft bezwaarde het woord. Bezwaarde overhandigt vier exemplaren van haar inbreng. AT5 en stichting POA menen dat de aanvraag van AT5 ten onrechte niet inhoudelijk is beoordeeld omdat AT5 een niet op winstgerichte instelling vormt. AT5 voldoet daarmee aan artikel 7 van de subsidieverordening. Niet op winst gerichte organisatie komen immers in aanmerking voor een toekenning.
Alle aandelen van AT5 zijn in handen van stichting POA, de lokale publieke media-instelling van Amsterdam. In de historie heeft de Joodse gemeenschap een bepalende rol die meer aandacht verdient. AT5 heeft een projectvoorstel ontwikkeld voor een documentaire over het ontstaan van de Amsterdamse Jodenbuurt. Historische kennis wordt verbonden met archeologische fondsen en research en hiermee levert AT5 een bijdrage aan de continuïteit van de Joodse gemeente in Amsterdam. Het is de bedoeling de documentaire ook als onderdeel van de lesprogramma's op scholen te vertonen; daarmee dient de documentaire een educatief doel in de zin van artikel 4 van de verordening. Stichting POA heeft een vergelijkbaar publiek doel: het uitvoeren van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Ze heeft niet tot doel winst uit te keren. De conclusie dat AT5 niet in aanmerking komt voor een subsidie omdat ze een winstoogmerk heeft, is dus onjuist. Al deze informatie is openbaar en die had AT5 kunnen verstrekken. Het besluit is onzorgvuldig omdat daarin de wettelijke waarborgen zijn miskend. Op grond van artikel 2.135 en 2.1 Mediawet moeten publieke media-instellingen al hun inkomsten voor de uitvoering van de taakopdracht gebruiken. Stichting POA en AT5 mogen zich volgens artikel 2.141 Mediawet niet dienstbaar maken aan het maken van winst door derden en dat moeten zij aantonen.
De aanname van de gemeente dat een B.V. is gericht op het maken van winst is onjuist en wordt
2
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 6
onvoldoende onderbouwd. Een ideële stichting realiseert haar doelen via een onderliggende B.V. die in handen is van de stichting. Dat is vastgelegd in artikel 2 van de statuten van de stichting POA. De winst moet worden bestemd voor de reserves. Zo is gewaarborgd dat artikel 7 wordt nageleefd. AT5 kent nog een aantal subsidiaire doelen maar die subsidie wordt volledig ingezet voor de documentaire en wordt niet als winst uitgekeerd of voor een commerciële activiteit gebruikt. Het advies van de Adviescommissie is dus onjuist en het college had dit advies niet mogen volgen. AT5 verzoekt de gemeente alsnog inhoudelijk op de aanvraag te beslissen.
De voorzitter geeft verweerder vervolgens het woord.
Verweerder stelt dat het nu gaat om de formele afwijzing. Artikel 7 van de subsidieverordening is helder: subsidie kan alleen worden aangevraagd door een naar Nederlands recht opgerichte niet op winst gerichte organisatie met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid. Over dat laatste bestaat geen discussie, maar het gaat om de vraag of de organisatie op winst gericht is. AT5 is een B.V. Deze rechtsvorm is naar zijn aard gericht op het maken van winst—dat blijkt ook uit de strekking van enkele artikelen uit het BW zoals 216 van boek 2. Dat wordt niet anders als er geen winst aan aandeelhouders wordt uitgekeerd. Hiervoor zijn de statuten bekeken en de jaarrekening van de B.V. Artikel 14 van de statuten bepaalt dat er slechts een minimaal bedrag aan dividend mag worden uitgekeerd, maar artikel 14 lid a stelt dat het bestuur of de aandeelhoudersvergadering jaarlijks kan besluiten meer dividend uit te keren. Uit de doelomschrijving, artikel 2 van de statuten, blijken allerlei activiteiten die commercieel van aard zijn waarvoor de winst kan worden gebruikt. De jaarrekening laat over 2017 een winst zien van 346.000 euro. Hoe dat wordt aangewend, staat niet in de weg aan het oordeel dat deze B.V. naar het oordeel van de gemeente een winstoogmerk heeft. Stichting POA hangt onder de B.V. en dat is een sterke aanwijzing dat de B.V. een winstoogmerk heeft.
Die stichting had wel voldaan aan de criteria van artikel 7 waarop de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag zou zijn gebaseerd. Er is niet gevraagd of stichting POA alsnog een aanvraag wilde indienen, omdat het een tendersubsidie is en daarbij gaat men uit van de aanvraag op het moment dat de aanvragen worden gedaan. Dat systeem van tendersubsidies laat niet toe dat er nog een wijziging in de aanvraag wordt gedaan. Bij normale aanvragen wordt extra informatie verstrekt, maar bij tendersubsidies zijn aanvullingen niet mogelijk en mogen aanvragen niet worden gewijzigd. Dat zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel.
3
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 6
Bezwaarde weet dat dat is aangegeven in de mailwisseling, maar de gemeente heeft toen wel het advies gegeven die wijziging dat POA de aanvrager was, tijdens de hoorzitting in de gemeenteraad aan te geven. Dat is gebeurd, maar hij begrijpt niet dat dat niets heeft opgeleverd. Verweerder weet dat er een mailwisseling is geweest over het feit dat eigenlijk stichting POA de aanvraag had moeten indienen. Gevraagd was of de aanvraag niet kon worden bezien als een aanvraag van stichting POA. Bezwaarde beaamt dat de heer Pier daarover schriftelijk contact heeft gehad en daarmee zou AT5/POA meteen een beslissing kunnen krijgen. Dat zou zo gemakkelijk mogelijk een inhoudelijk besluit op de aanvraag toelaten en dan was deze rechtsgang niet nodig geweest. Maar dat doet niet af aan wat hiervoor is gezegd namelijk dat die afwijzing onterecht is. Zowel voor POA als AT5 geldt dat ze beide voldoen aan de vereisten. Er had dus een inhoudelijke behandeling moeten plaatsvinden. Bezwaarde brengt naar voren dat het primaire doel van AT5 programma's maken is voor de lokale publieke media-instelling. Alle middelen worden daarvoor aangewend. Naast de waarborgen in de publieke Mediawet zitten er ook nog waarborgen in de statuten namelijk die reserves — die zijn bescheiden maar noodzakelijk voor onverwachte uitgaven.
De passage aan het slot van het artikel staat bij alle B.V.'s en is afgedekt via de regeling over reserves en via het feit dat stichting POA, de bovenliggende, via de statutaire waarborgen, geen winstuitkering mag doen. De voorzitter geeft de Bezwaarschriftencommissie gelegenheid voor vragen. Mevrouw Bloennberg-Issa vraagt om een reactie op het standpunt uit het verweerschrift dat op grond van artikel 14 van de statuten bij besluit van het bestuur en de Algemene vergadering kan worden afgeweken van de gemaximeerde winstuitkering. Ze hoort graag of dat wel eens is voorgekomen. Bezwaarde verklaart dat er geen winstuitkeringen zijn gedaan. Reserves moeten worden aangewend voor de programma's. Dat is via de statutaire waarborgen zo geregeld. De heer Pier voegt hieraan toe dat bij AT centraal staat zo goed mogelijke en zo inhoudelijk mogelijke programma's over de stad te maken. Alles dient dat doel.
4
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 6
Als de aandeelhouder zou besluiten winst te gaan uitkeren, zou ze in strijd met haar statutaire doel handelen en ook in strijd met artikel 2.85 lid 2 BW. Zo'n besluit is dus niet mogelijk. Mevrouw De Grave-Verkerk vraagt of dit type verordening nu heel letterlijk moet worden gelezen of meer gericht op de doelstelling als het gaat om wie aanvrager kunnen zijn. Dus de vraag luidt hoe de rechtsspraak dit soort verordeningen in het algemeen uitlegt. Verweerder legt uit dat het hier een formele afwijzing betreft. De verordening bevat verschillende criteria. De eisen zijn heel formeel en daarmee duidelijk. Juist bij tendersubsidies wordt er strak gekeken naar hoe zaken zijn verwoord en wat de bedoeling is geweest. Dat is nodig om het gelijkheidsbeginsel te waarborgen. De verordening is voorgedragen door de commissie Joodse Erfpachttegoeden zelf. De voorzitter is overigens tevens voorzitter van de Hoge Raad. Die heeft ook gekeken naar deze formele afwijzing. De heer Vroege leest in het bezwaar bij de punten 12 en 15 dat het college wordt genoemd. Wellicht wordt daar de gemeenteraad bedoeld en niet het college. Bezwaarde leest in het besluit van 3.9 december vorig jaar: namens burgemeester en wethouders. De verwijzing naar de gemeenteraad mist in het besluit. De heer Vroege begrijpt dat de gemeente de beslissing heel formeel heeft genomen omdat het om een tendersubsidievraag gaat.
Als POA in een volgende ronde een aanvraag indient, zou die wel kans maken. Verweerder beaamt dat aan de formele vereiste wordt voldaan als POA de aanvraag indient, maar nu is de aanvraag niet verder gekomen dan de formele vereiste. Er is nu niet inhoudelijk gekeken naar de aanvraag. Overigens is in het besluit van de gemeenteraad mandaat verleend aan burgemeester en wethouders voor de ondertekening van het daadwerkelijke besluit. De voorzitter geeft gelegenheid voor een tweede termijn. Bezwaarde betwist dat artikel 7 duidelijk is. Dat blijkt ook uit de vragen die vandaag naar voren zijn gebracht. Er blijkt nergens uit dat AT5 naar zijn aard op winst is gericht. Integendeel. Voor de B.V. geldt dat evenmin. Dat volgt niet uit het BW en ook niet uit de typologie. POA had wel aan de vereisten voldaan. POA is 3.00% aandeelhouder en daarom had de gemeenteraad in ieder geval inhoudelijk op de aanvraag moeten ingaan. De informatie die AT5 heeft genoemd,
5
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 6
daarvan had de gemeenteraad zelf kennis van moeten nemen. Die had echt verder moeten kijken en dan was helder geweest dat ATs voor l00% in handen is van stichting POA. De informatie op de website van POA en ATs had beslist bekend moeten zijn bij de gemeente. De heer Pier zou het zeer betreuren als de commissie niet de kans krijgt om het voorstel inhoudelijk te beoordelen. Hij zou bijzonder graag de archeologische vondsten in verband brengen met de geschiedenis van Joods Amsterdam vanaf de inquisitie tot aan WO II. Dit zou echt een educatief onderdeel voor scholen kunnen worden. Dit is echt een unieke kans en hij roept de commissie op dat mee te nemen in haar overweging. Verweerder heeft de statuten en de doelomschrijving in artikel 2 zeker gezien. Er is de gemeente niet één B.V. bekend die als enige doel heeft winst te maken. Dat het doel het realiseren van media-aanbod is, maakt niet dat een dergelijke vennootschap niet op winst gericht zou zijn. Artikel 7 van de subsidieverordening is glashelder en heeft nergens tot problemen geleid. De voorzitter stelt daarop vast dat partijen hiermee alles naar voren hebben gebracht wat zij naar voren wilden brengen en licht kort de verdere procedure toe. De planning is vooralsnog dat besluitvorming plaatsvindt in de gemeenteraad van 25 en 26 november 2020. Tot slot bedankt zij de aanwezigen voor hun komst en sluit ze de hoorzitting.
Amsterdam, 19 januari 2021 De bezwaarschriftencommissie,
b/
13 , Wehr rzCli Li 5)
Ay5eg
Hidde Nota,
Voorzitter
Secretaris
6