CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-029B- 06 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 2 - advies bezwaar Stichting Reisjies

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beslissingen op de bezwaarschriften inzake de besluiten van de gemeenteraad op de aanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Nr. VN2021-0021106.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

Gemeente Amsterdam

Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 12 december 2019 inzake een aanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden Kenmerk: D.1.2o.001165.00i

Advies over het bezwaarschrift ingediend door

Stichting Reisjies Gogmoh

tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 12 december 2019 (hierna: de raad). Met dit besluit heeft de raad aan Stichting Reisjies Gogmoh een eenmalige subsidie verleend op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoedenlvan € 88.000,00.

i. Inleiding Stichting Reisjies Gogmoh heeft op 21januari 2020 bezwaar gemaakt tegen het besluit van de raad van 12 december 2019. Bij brief van 4 maart 2019 heeft de Stichting Reisjies Gogmoh de motivering van haar bezwaar aangevuld. Op 11augustus 2020 is daar namens de raad met een verweerschrift op gereageerd. Op 4 september 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie van de raad (hierna: de bezwaarschriftencommissie) partijen op een hoorzitting gehoord.

Het gaat in deze procedure om de verlening van subsidie op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden (verder: de subsidieverordening). Naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport tOpenstaande Rekeningen, de gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-1950' heeft de raad op 14 juli 2016 besloten om een collectieve tegemoetkoming van €3.o miljoen2 ter beschikking stellen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap.

Op 27 september 2o17 heeft de raad besloten om voor de verdeling van deze tegemoetkoming een adviescommissie in te stellen, de Commissie Joodse erfpachttegoeden (verder: de

1 Gemeenteblad 11 september 2018, nr. 193148. 2

Op 18 juli 2018 heeft de raad besloten om het budget te verhogen naar fio,8 miljoen.

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 18

commissie). Deze commissie had tot taak om de raad te adviseren over de besteding van de collectieve tegemoetkoming aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. De raad heeft er daarbij bewust voor gekozen om de commissie samen te stellen uit leden die afkomstig zijn uit de Joodse gemeenschap zelf, zodat verdeling van de ter beschikking gestelde tegemoetkoming werd belegd bij vertegenwoordigers van die gemeenschap. Op 18 juli 2018 heeft de raad de zes personen tot lid van de commissie te benoemd die, zoals gezegd, allen afkomstig zijn uit de Joodse gemeenschap.

Met het oog op een evenredige verdeling van de tegoeden over verschillende aanvragen, afkomstig uit de Joodse gemeenschap, zijn de aanvragen onderverdeeld in vijf sectoren. Het gaat om Educatie, Religie, Welzijn & Zorg, Jongeren en Erfgoed & Cultuur. Vervolgens heeft de commissie de aanvragen binnen de verschillende sectoren beoordeeld op basis van de criteria in de subsidieverordening. Het zwaartepunt van deze beoordeling lag bij de mate waarin een aangevraagde activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. Verder werd onder andere beoordeeld of de doelstelling paste binnen de sector waartoe de aanvraag behoorde, of de aanvraag kans van slagen had, of het bereik van de activiteit in verhouding stond tot de kosten die daarmee waren gemoeid en de mate waarin sprake was van medefinanciering door de aanvrager zelf of derden.

Er konden tot en met 31 december 2018 aanvragen worden ingediend. De raad heeft 123 aanvragen ontvangen voor een subsidie op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden, in totaal voor een bedrag van in totaal €35,8 miljoen. De Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft deze aanvragen conform de criteria in de verordening beoordeeld en advies uitgebracht over de kwaliteit van de aanvragen en — op basis daarvan — de verdeling van de gelden over alle aanvragen. De commissie heeft daarbij geadviseerd om 13 aanvragen volledig in te willigen, 38 aanvragen gedeeltelijk in te willigen en de overige aanvragen af te wijzen.

Stichting Reisjies Gognnoh heeft op 31 december 2018 een subsidie aangevraagd van €260.025,00. De aanvraag heeft betrekking op vier (sub)activiteiten binnen haar sjoel 'Kehal Chassidiem': aanstelling van een rabbijn voor vier jaar (€72.000,00), aanschaffen van twee sifre Tora (€100.000,00), verbouwing van het pand (€16.000,00) en nieuw interieur (€72.025,00). De Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft de aanvraag binnen de sector Religie beoordeeld. Zij is van mening dat de aanvraag een belangrijke bijdrage levert aan de

2

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 18

continuïteit van de Amsterdams Joodse gemeenschap, maar vindt de kosten voor het aangevraagde bedrag niet in verhouding staan tot het bereik. Verder is volgens de commissie sprake van een zeer beperkte bijdrage van de aanvrager. De commissie adviseert daarom de aanvraag gedeeltelijk toe te wijzen, voor een bedrag van €88.000,00. De raad heeft dit advies overgenomen en daarop het bestreden besluit gebaseerd. Daartegen heeft Stichting Reisjies Gogmoh bezwaar gemaakt. Zij meent dat zij door de samenstelling van de commissie is benadeeld en dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Daarom zou de raad alsnog het volledige aangevraagde bedrag moeten toekennen. Hieronder treft u het advies van de bezwaarschriftencornmissie aan. De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om het bezwaar ongegrond te verklaren. 2. Juridisch kader

Het juridisch kader in deze zaak wordt in algemene zin gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en meer specifiek door de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden en de Verordening commissie Joodse erfpachttegoeden. Algemene wet bestuursrecht Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient de raad zich op grond van artikel 3:9 Awb ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 3:46 Awb dient een besluit te berusten op een deugdelijke motivering. Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden In artikel 2 lid 3. van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden is bepaald dat deze verordening van toepassing is op het budget dat de raad op 14 juli 2016 beschikbaar heeft gesteld als collectieve tegemoetkoming aan de Joodse gemeenschap. Pet doel van deze verordening is subsidiering van activiteiten ten behoeve van met name de Amsterdams Joodse gemeenschap. Op grond van artikel 3 lid ivan de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden is er een commissie die de raad adviseert over de subsidieaanvragen gedaan op basis van deze verordening.

3

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 18

Op grond van artikel 4 kan de raad subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten als bedoeld in artikel 2 in één of meer van de volgende sectoren: "a. Educatie b. Religie c. Welzijn & zorg d. Jongeren e. Erfgoed & cultuur." Op grond van artikel 6 worden de aanvragen die aan de voorwaarden gesteld in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden voldoen gerangschikt op basis van hun kwaliteit. Op grond van artikel 12 van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden wordt de kwaliteit van de subsidieaanvraag vastgesteld aan de hand van de volgende, beoordelingscriteria, die zijn opgesomd in volgorde van hun relatieve belang: a. de mate waarin een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap; b. de doelstelling van de activiteit die moet passen in een van de in de artikel 4 genoemde sectoren; c. de beoordeling van de slagingskans van de activiteit door de commissie; d. het bereik van de activiteit gerelateerd aan de daaraan verbonden kosten; e.de mate waarin een aanvraag financiële soliditeit vertoont; f. de mate waarin sprake is van medefinanciering door de aanvrager zelf of derden; g. de waarborg van de continuïteit van de aanvrager.

Deze criteria zijn in de toelichting bij de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden nader toegelicht: "Dit artikel bevat de criteria aan de hand waarvan de kwaliteit van een subsidieaanvraag wordt vastgesteld. De beoordelingscriteria staan in volgorde van hun relatieve belang. Dat wil zeggen dat aan het criterium onder a. het meeste gewicht en

4

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 18

het criterium onder h. het minste gewicht wordt toegekend bij het beoordelen van de kwaliteit van een aanvraag

Hieronder volgt een nadere omschrijving van de criteria.

De mate waarin een activiteit een bijdrage levert aan de continuiteit van de Joodse gemeenschap. Het moet gaan om activiteiten die een bestendig karakter hebben en die bijdragen aan de Joodse infrastructuur. Dit zal meestal gaan om een nieuwe activiteit, maar ook bestaande activiteiten kunnen voortoekenning in aanmerking komen. Ook langlopende activiteiten kunnen voor toekenning in aanmerking komen middels een meerjarenplan, met een maximum van vierjaar.

De doelstelling van de activiteit De doelstelling van de activiteit dient te passen binnen een van de in artikel 4 genoemde sectoren.

De slagingskans van de activiteit De commissie zal zich een oordeel trachten te vormen over de mogelijkheden van de aanvrager de activiteit tot een goed einde te brengen.

Het bereik van de activiteit gerelateerd aan de daaraan verbonden kosten. Hoeveel personen hebben profijt bij de activiteit in relatie tot de kosten ervan. Het gaat hier om het realiteitsgehalte van een activiteit.

De mate waarin een aanvraag financiële soliditeit vertoont. Dit criterium houdt verband met de slagingskans van de activiteit.

Medefinanciering De mate waarin sprake is van medefinanciering van de activiteit door andere organisaties dan de aanvrager. Gezien de beperktheid van het totaal toe te kennen bedrag kan het in het bijzonder bij omvangrijke activiteiten eenvoudiger worden een uitkering toe te kennen indien anderen dat ook doen. De mate waarin sprake is van medefinanciering van de activiteit door de aanvrager dan wel

5

Verslag (vervolg) Pagina 6 van 18

Gemeente Amsterdam

doordeelnemers/gebruikers. Hierbij dient ook gedacht te worden aan wat door afnemers voor de door de activiteit gegenereerde diensten wordt betaald. Uiteraard zal hierbij de totale financiële situatie van de aanvrager worden betrokken, in het bijzonder ook de omvang van het eigen vermogen. De waarborg van de continuïteit van de aanvrager. De continuïteit van een aanvrager kan door het uitvoeren van een omvangrijke activiteit of investering in gevaar komen. Vragen die hierbij gesteld moeten worden zijn bijvoorbeeld of het mogelijk zal zijnde jaarlijkse kosten die uit de investering voortkomen op te brengen en of de deelname aan de activiteit of investering en de daarmee gepaard gaande inkomsten aan de verwachtingen voldoen." Op grond van artikel n. lid 4 van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden kan de raad naar aanleiding van het advies van de commissie subsidie tot een lager bedrag toekennen dan is aangevraagd. Verordening Commissie Joodse erfpachttegoeden In artikel a is bepaald dat er een Commissie Joodse erfpachttegoeden is, dat deze commissie bestaat uit zes leden en tot taak heeft de raad te adviseren over de besteding van de collectieve tegemoetkoming van tien miljoen euro aan de Joodse gemeenschap voor de erfpachttegoeden. Op grond van artikel 2 van deze verordening benoemt de raad de leden van de commissie.

Op grond van artikel 5 lid a zijn de leden van de commissie gezamenlijk, voor de uitoefening van hun taak, verantwoording schuldig aan de raad. Op grond van het tweede lid geven zij de raad alle inlichtingen die de raad daarvoor nodig heeft. 3. Verloop van de procedure Op 31 december 2018 heeft Stichting Reisjies Gogmoh een aanvraag gedaan voor subsidie op grond van de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden. Bij besluit van 12 december 2019 heeft de raad de aanvraag van Stichting Reisjies Gogmoh gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen.

6

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 7 van 18

Op 21 januari 2020 heeft Stichting Reisjies Gogmoh tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De gronden van het bezwaar zijn bij brief van 4 maart 2020 aangevuld.

Namens de raad is op 11 augustus 2020 op het bezwaar van Stichting Reisjies Gogmoh gereageerd.

Op 4 september 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie het bezwaar van Stichting Reisjies Gogmoh op een hoorzitting behandeld.

Naar aanleiding van onder andere deze hoorzitting heeft de bezwaarschriftencommissie bij email van 9 oktober 2020 gevraagd of de Commissie Joodse erfpachttegoeden nader kan motiveren waarom zij heeft geadviseerd dat de activiteiten waarvoor Stichting Reisjies Gogmoh subsidie heeft gevraagd slechts zien op een beperkt deel van de Joodse gemeenschap zien. Ook is gevraagd hoe dit is vastgesteld.

Bij e-mail van 23 oktober 2020 is door de commissie als volgt op deze vraag gereageerd:

"Reisjies Gogmoh, Jeshive, Cheider en Ets Chajim Deze vragen lenen zich voor gemeenschappelijke beantwoording. Deze organisaties zijn exponenten van de Amsterdamse ultraorthodoxe gemeenschap. Dat het hier om een zeer kleine groep binnen Joods Amsterdam en zelfs binnen de orthodoxe gemeenschap gaat, is een feit van algemene bekendheid bij wie ook maar enigszins op de hoogte is van de 'kaart' van Joods Nederland. Voor de leden van onze commissie, die immers zijn benoemd mede om hun kennis van die kaart, is dat dus zeker het geval. Cijfers ter onderbouwing daarvan zijn moeilijk te verkrijgen, maar voor het onderwijs zijn ze er wel: per i oktober jl. telde het Cheider 113 leerlingen, tegen het Joods Bijzonder Onderwijs 408 (steeds PO en VO samen), wat dus neerkomt op ruim 21% van alle leerlingen van het orthodoxe dagonderwijs. Bij haar advisering heeft onze commissie gestreefd naar een billijke spreiding van de subsidie voor religieus gerelateerde projecten over de verschillende `bloedgroepen' binnen de religieus-Joodse gemeenschap (orthodox, Portugees, liberaal). Wanneer men de omvang van de ultraorthodoxe groep daarbinnen beziet, is de zeer kleine groep eerder over- dan onderbedeeld."

7

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 8 van 18

Bij e-mail van 30 oktober 2020 is Stichting Reisjies Gogmoh gelegenheid geboden om op deze nadere reactie te reageren. Op 26 november is een rappel gestuurd. Desondanks is een reactie uitgebleven. 4. Bezwaar Tegen het besluit van 12 december 2019 voert Stichting Reisjies Gogmoh — zakelijk samengevat — de volgende bezwaren aan:

•

Doordat de subsidie slechts ten dele is toegekend, kunnen niet alle activiteiten worden uitgevoerd. In de beschikking is onvoldoende gemotiveerd welk deel van de subsidie aan welke activiteiten kan worden besteed.

•

De motivering van het besluit is ontoereikend en onvolledig. Er wordt niet duidelijk gemaakt waarom de subsidie gedeeltelijk is toegekend.

•

De commissie die de raad over de subsidies heeft geadviseerd is niet representatief voor de hele Joodse gemeenschap. In elk geval niet de orthodoxe gemeenschap waar Stichting Reisjies Gogmoh toebehoort.

•

De argumenten op grond waarvan de subsidie gedeeltelijk is toegekend, zijn willekeurig toegepast. Het is juist dat de activiteiten zich maar op een deel van de Joodse gemeenschap richten, maar dat geldt voor elke aanvraag. Het is willekeur dat dit argument wordt gebruikt om de subsidie gedeeltelijk af te wijzen.

•

Ook het argument van de beperkte eigen bijdrage is volgens Stichting Reisjies Gogmoh gezocht. Dat geldt ook voor andere aanvragen.

Stichting Reisjies Gogmoh vraagt de raad van de gemeente Amsterdam het bezwaar gegrond te verklaren en alsnog het volledige subsidiebedrag toe te kennen. 5. Verweren Over deze bezwaren is namens de raad het volgende naar voren gebracht:

Algemeen •

Op 27 september 2017 heeft de raad besloten een adviescommissie in te stellen, die een verdelingsvoorstel voor de Joodse erFpachttegoeden zou doen. Daarbij is besloten de commissie samen te stellen uit leden uit de Joodse gemeenschap, zodat de gemeenschap zelf bij de verdeling betrokken zou zijn.

8

Verslag (vervolg) Pagina 9 van 3.8

•

Gemeente Amsterdam

Degenen die ten behoeve van een activiteit voor subsidie in aanmerking wenste te komen, kon daartoe tot en met 31 december 2018 een aanvraag indienen. Uiteindelijk zijn er 1.23 aanvragen ingediend voor een bedrag van in totaal c 35,8 miljoen.

•

Op basis van die aanvragen heeft de commissie vervolgens advies uitgebracht. Omdat het budget ruim is overvraagd, zijn de aanvragen daarbij gerangschikt op basis van de kwaliteit die zij naar het oordeel van de commissie hadden en de mate waarin zijn voldeden aan de in artikel 12 van de Subsidieverordening opgenomen criteria.

•

Bij de rangschikking was voor de commissie in de eerste plaats van belang dat er binnen de Joodse infrastructuur een aantal sectoren bestaat waarzonder een Joodse gemeenschap niet levensvatbaar is. Versterking van deze infrastructuur vormde het belangrijkste doel bij de adviezen van de commissie.

•

Verder hechtte de commissie groot belang aan de mate waarin werd bijgedragen aan de continuïteit van de Joodse samenleving in brede zin. Als de commissie meende dat slechts een beperkter deel van de gemeenschap baat had bij een activiteit, droeg deze naar mening van de commissie in mindere mate bij aan de continuïteit van de Joodse samenleving. De verhouding tussen kosten en het bereik vormden voor de commissie dan ook een aanleiding om te adviseren minder subsidie toe te kennen.

•

In dat kader heeft de adviescommissie naar eer en geweten en naar haar beste kunnen advies uitgebracht. Dit advies is op io oktober 2019 ook door de raad overgenomen. De gelden zijn dus uiteindelijk op basis het advies verdeeld.

•

Dat neemt niet weg dat het oordeel van een adviescommissie tot op zekere hoogte altijd een subjectief element bevat. Dat betekent echter niet dat deze werkwijze niet kan worden toegepast (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2oo9:BJ30.6 en de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 12 maart 2019, Eal:NLCBB:2019:100).

•

Meer specifiek wordt nog opgemerkt dat voor de werkwijze van de commissie geldt dat eerst is beoordeeld of aanvragen op formele gronden afgewezen dienden te worden. Vervolgens zijn de aanvragen op basis van de statuten van de aanvrager volgens de in de Verordening genoemde sectoren ingedeeld en zijn binnen de commissie teams gevormd die de aanvragen per sector hebben beoordeeld een voorlopig advies hebben gegeven.

•

Deze voorlopige adviezen zijn tot slot door de commissie als geheel bezien. Daarbij is bovendien gekeken of de commissie noodzaak zag budget over te hevelen naar andere sectoren, op grond van artikel s van de Verordening. Dit is mogelijk indien in een of meerdere sectoren na honorering van de subsidiabele aanvragen budget onbenut blijft.

9

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina ao van 1.8

Specifiek naar aanleiding van dit bezwaar •

Bezwaarde geeft aan dat met de subsidie slechts een deel van de projecten kan worden uitgevoerd en dat onduidelijk is hoe het bedrag dient te worden besteed. In de beschikking staat aangegeven dat het bedrag ziet op het opknappen van het pand (€ 16.000,00), aanschaffen van een Torah-rol (€ 50.000,00) en aantrekken van een rabbijn voor een jaar (c 18.000,0o). In totaal c 84.000,00. De overige c 4.000,00 kan de stichting naar eigen inzicht besteden.

•

Dat geen enkele aanvraag de gehele gemeenschap zal bereiken, en het bereik zich altijd zal richten op een deel van de gemeenschap, is inderdaad zeer aannemelijk. Dat neemt echter niet weg dat er op grond van de verordening een afweging kan (en moet) worden gemaakt met betrekking tot het bereik en de daaraan verbonden kosten.

•

Dat er sprake is van een beperkte bijdrage van de aanvrager, is af te leiden uit de begroting die bij de aanvraag is ingediend. De mate waarin sprake is van medefinanciering is ook onderdeel van de beoordelingscriteria.

•

Nu Stichting Reisjies Gogmoh de getallen waarop de commissie haar advies heeft gebaseerd zelf heeft overlegd, lag het niet in de rede om bezwaarde aanvullende vragen te stellen. Een gewijzigde begroting die na het aflopen van de aanvraagtermijn zou zijn overlegd, is een wijziging van de aanvraag en dat kan bij een tendersubsidie niet (oa ABRvS 15 juli 2009, nr. 200807322/1; ABRvS 20 december 2006, nr. 20604066/1).

•

Bovendien blijkt ook uit de verordening dat medefinanciering door de aanvrager zelf, of door derden, meegewogen wordt. Dit was op voorhand dus kenbaar. Er was dus geen sprake van een nieuwe omstandigheid, waarbij een zienswijze gevraagd moest worden.

•

Verder noemt Stichting Reisjies Gogmoh dat de activiteiten wel degelijk een groot deel van de Joodse gemeenschap bedient. Bij de beoordeling heeft adviescommissie telkens de gehele gemeenschap als uitgangspunt genomen; ook de aanwezigheid en het bereik van de verschillende stromingen, gerelateerd aan het aantal leden daarbij, zijn zo bij de beoordeling betrokken. De commissie is van mening dat aanvrager een kleiner deel van de Joodse gemeenschap bedient. Dit heeft zij meegewogen bij de advisering.

•

Dat bezwaarde aanvoert dat het project beter kan worden uitgevoerd bij een volledige (of aanvullende) toekenning, is begrijpelijk. Dit geldt waarschijnlijk echter voor alle aanvragers, en betreft daarmee niet een onderscheidende situatie.

•

Voor de kritiek van bezwaarde op de samenstelling van de commissie geldt dat dit geen onderdeel is van deze bezwaarprocedure. De commissie is al in 2018 ingesteld. Bezwaren

10

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina ii van 18

tegen de samenstelling van de commissie kunnen naar het oordeel van verweerder dus geen onderdeel zijn van deze subsidieprocedure. Aan de hand hiervan wordt verzocht het bezwaar ongegrond te verklaren en het besluit in stand te laten. 6. Onderliggende stukken raadscommissie en gemeenteraad De bezwaarschriftenconnmissie heeft in verband met de advisering over de ingediende bezwaren niet alleen de dossiers maar ook de onderliggende raadsstukken bestudeerd en kennis genomen van de bespreking van deze stukken in raadscommissie en raad. Daaruit blijkt dat de raad in juli 2016, naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport, heeft besloten een tegemoetkoming te doen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. Onderdeel van dat besluit was dat er een stichting zou worden opgericht bestaande uit personen uit de Joodse gemeenschap die de raad zou adviseren over de besteding van die tegemoetkoming. Uiteindelijk is er geen stichting opgericht, maar is er door de raad een commissie in het leven geroepen. Daarbij is overeind gebleven dat de leden onderdeel uitmaken van de Joodse gemeenschap. De leden zijn vanuit die hoedanigheid door de burgemeester gevraagd en door de raad als lid van de commissie benoemd. Verder heeft de raad aan de commissie de kaders meegegeven waarbinnen zij haar advies moest geven.

Deze kaders zijn tot stand gekomen na advies van de commissie en vastgelegd in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. In het kort blijkt uit de verordening dat de tegemoetkoming zou worden verdeeld via een zogenoemde subsidietender. Er konden gedurende een aantal maanden aanvragen worden gedaan, waarna de commissie op basis van de in de verordening opgesomde kwaliteitseisen advies zou geven aan de raad. De raad zou vervolgens op basis van die adviezen een besluit nemen over de toekenning of afwijzing van de aanvragen. Uit de stukken, met name artikel 12 van de verordening, komt naar voren dat de kern van het advieswerk van de commissie wordt gevormd door de vraag of een activiteit een bijdrage levert aan de continuiteit van de Joodse gemeenschap. In dat kader heeft de commissie in de eerste plaats benadrukt het van groot belang te achten dat de tegemoetkoming terecht zou komen bij de verschillende onderdelen van de Joodse gemeenschap in de ruimste zin en bij de verschillende geloofsrichtingen binnen de Joodse gemeenschap.

11

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 12 van 18

Aan de verschillende onderdelen is recht gedaan door in de verordening vijf sectoren te onderscheiden. Die zijn volgens de commissie essentieel voor het voortbestaan van de gemeenschap. Voor de verschillende geloofsrichtingen geldt dat de commissie kenbaar heeft gemaakt dat voor de continuïteit ook van belang was dat elke stroming een (enigszins) evenredig deel zou krijgen. Uit de stukken blijkt dat de commissie hier dus ook specifiek aandacht aan heeft besteed. Met inachtneming daarvan speelde de kwaliteit van de aanvragen de voornaamste rol. Door de commissie is kenbaar gemaakt dat zij zich bij de beoordeling van de aanvragen heeft laten leiden door de in artikel 12 van de verordening vermelde toewijzingscriteria. Zo droeg naar het oordeel van de commissie een aanvraag die niet tot een succesvol afgerond project zou leiden, niet bij aan de continuiteit. Om die reden is bijvoorbeeld meegewogen of de aanvrager een eigen bijdrage levert. Dat vergroot de kans dat een project uitgevoerd kan worden. Voor het beoordelen van de aanvragen geldt dat uit de stukken blijkt dat de (ontvankelijke) aanvragen eerst zijn ingedeeld per sector. Vervolgens zijn per sector twee personen uit de commissie aan de slag gegaan om een voorselectie te maken. Die voorselectie is besproken in de gehele commissie, waarna een lijst met voorlopige toe- en afwijzingen volgde.

Deze lijst is gelegd langs de te behalen doelen en is beoordeeld op de hiervoor bedoelde evenredige spreiding, waarna besloten is sommige aanvragen meer en andere minder subsidie toe te kennen. Op die manier is per aanvraag het definitieve advies tot stand gekomen. Commissieleden die betrokken waren bij een aanvrager, hebben zich daarbij volgens de commissie onthouden van stemming bij alle aanvragen in de betreffende sector waaronder die aanvraag viel. Tot slot is nog van belang dat de commissie in het kader van de adviezen heeft geadviseerd budget over te hevelen van de ene naar de andere sector op grond van artikel s, derde lid van de Verordening. In de stukken is aangegeven dat de commissie dit gedaan heeft omdat een deel van het budget binnen een sector na honorering van de meest geschikte aanvragen onbenut bleef. Ook bij het overhevelen heeft de continuiteit van de Joodse gemeenschap voorop gestaan.

12

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 13 van 3.8

7. Overwegingen Bij de beoordeling van de bezwaren van Stichting Reisjies Gogmoh stelt de bezwaarschriftencommissie het volgende voorop. Het gaat in deze procedure om de toekenning van subsidie. Bij de beslissing aan welke aanvrager subsidie wordt verleend, baseert de raad zich op advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden. Uit artikel 3:9 Awb volgt dat de raad zich er daarbij van dient te vergewissen dat het advies van de commissie op zorgvuldige wijze tot stand gekomen is (de zogenoemde ‘vergewisplichti ). De motivering van het advies over de aanvraag en de motivering van de totstandkoming van de rangschikking tussen de aanvragen speelt daarbij een rol (artikel 3:46 Awb). In deze procedure is daarentegen sprake van een bijzondere vorm van subsidie, die maakt dat hier een meer terughoudende invulling van de vergewisplicht van artikel 3:9 Awb op zijn plaats is. De Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden heeft tot doel om de Amsterdams Joodse gemeenschap collectieve tegemoetkoming te bieden voor de erfpachtgelden die de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft geïnd en de boetes die in verband daarmee zijn opgelegd. Vanuit dat doel heeft de raad er op 18 juli 2018 bewust voor gekozen om de verdeling van de tegoeden over te laten aan de Amsterdams Joodse gemeenschap zelf.

Het is immers die gemeenschap waarvoor de tegoeden zijn bedoeld, en die zelf ook het beste kan beoordelen waarvoor de tegoeden gebruikt dienen te worden. Bij de beoordeling van de adviezen over de verdeling van de subsidies past daarom een terughoudende opstelling van de raad, die zich vertaald in een terughoudende toets van het advies van de commissie. Tegen deze achtergrond beperkt de bezwaarschriftencommissie zich in deze procedure tot de vraag of de raad zijn besluit over de subsidieaanvraag, met inbegrip van de daarbij gepaste terughoudendheid, op het advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft kunnen baseren. De bezwaarschriftencommissie zal daarbij beoordelen of het advies van de commissie op hoofdlijnen zorgvuldig tot stand gekomen en deugdelijk gemotiveerd is, mede in het licht van de bezwaren die Stichting Reisjies Gogmoh daarover naar voren brengt. Samenstelling en werkwijze van de Commissie Joodse erfpachttegoeden Stichting Reisjies Gogmoh voert aan dat de Commissie Joodse erfpachttegoeden niet representatief zou zijn voor de hele Joodse gemeenschap, in het bijzonder de orthodoxe

13

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 14 van 18

gemeenschap waartoe zij zich rekent. Daardoor zou de beoordeling van haar aanvraag zijn benadeeld. De raad zou zich daarvan onvoldoende hebben vergewist, zodat de aanvraag ten onrechte deels is afgewezen. In het besluit van 3.8 juli 2018 heeft de raad bij de aanstelling van de Commissie Joodse erfpachttegoeden gemotiveerd dat de leden van de commissie een groot netwerk in de Joodse gemeenschap hebben en deskundig zijn. In het verweerschrift van 11augustus 2020 is er namens de raad verder op gewezen dat de Commissie Joodse erfpachttegoeden de subsidieaanvragen naar eer en geweten heeft beoordeeld en tijdens het beoordelingsproces steeds in het oog heeft gehouden dat de ter beschikking gestelde tegoeden evenredig over de Amsterdams Joodse samenleving worden verdeeld. In het verlengde daarvan is er in de e-mail van 23 oktober 2020 op gewezen dat onder andere Stichting Reisjies Gogmoh behoort tot een kleine groep binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap, waaraan een tenminste evenredig deel van de ter beschikking gestelde erfpachttegoeden is toegekend. Verder heeft de Commissie Joodse erfpachttegoeden een groot aantal subsidieaanvragen moeten beoordelen, waarbij veel aanvragen weer bestonden uit aanvragen voor uiteenlopende (sub)activiteiten, die samen maakten dat het subsidieplafond met ruim c 25 miljoen is overvraagd.

De bezwaarschriftencommissie begrijpt uit de namens de raad gegeven toelichting dat de commissie steeds per aanvraag heeft bezien of het mogelijk was om een deel van het subsidiebedrag toe te kennen, in plaats van de aanvraag volledig af te wijzen, als zij van mening was dat het aangevraagde bedrag (te) hoog was. De bezwaarschriftencommissie begrijpt dat de commissie daarbij steeds in het oog heeft gehouden of de uiteindelijke verdeling van de subsidie wel zou resulteren in een evenredige verdeling daarvan over de gemeenschap. Naar de mening van de bezwaarschriftencommissie blijkt uit de zojuist besproken werkwijze dat de Commissie Joodse erfpachttegoeden bij de beoordeling van onder andere de aanvraag van Stichting Reisjies Gogmoh zorgvuldig te werk is gegaan. In zoverre meent de bezwaarschriftencommissie dan ook dat de raad terecht heeft besloten om het advies van de commissie over te nemen en het bestreden besluit daarop te baseren. Anders dan Stichting Reisjies Gogmoh naar voren brengt, ontbreekt een feitelijke grondslag voor de stelling dat haar aanvraag benadeeld zou zijn door de samenstelling van de commissie.

14

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 25 van 12

De bezwaarschriftencommissie acht daarbij met name van belang dat de commissie heeft geadviseerd om de aanvraag van Stichting Reisjies Gogmoh deels toe te kennen. Verder neemt de bezwaarschriftencommissie van de commissie aan dat de groep waartoe Stichting Reisjies Gogmoh behoort binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap in absolute zin van beperkte omvang is en dat deze groep bij de verdeling van de subsidies niet onderbedeeld is. De bezwaarschriftencommissie acht het dan begrijpelijk dat het beperkte subsidiebedrag en de evenredige verdeling van de subsidies over de gemeenschap met zich brengt dat niet het volledige aangevraagde bedrag kan worden verleend. Dat dit tot gevolg heeft dat de aanvraag van Stichting Reisjies Gogmoh slechts ten dele kon worden toegewezen, betekent niet dat de commissie dan bevoordeeld zou zijn, of dat de aanvraag door de samenstelling van de commissie zou zijn benadeeld. Integendeel, in de ogen van de bezwaarschriftencommissie laat het gegeven dat de commissie tijdens het beoordelingsproces steeds oog heeft gehouden voor de evenredige verdeling van de tegoeden over de Amsterdams Joodse gemeenschap juist zien dat de adviezen zorgvuldig tot stand gekomen zijn.

De bezwaarschriftencommissie merkt overigens ook op dat de overgrote meerderheid van de instellingen heeft berust in de (gedeeltelijke) afwijzing van hun subsidieaanvraag, en dat ook het beperkte aantal bezwaarmakers in de regel hun waardering uitspreekt voor het werk van de commissie. Ook dat duidt erop dat de adviezen van de commissie zorgvuldig en conform de doelstelling van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden tot stand gekomen zijn. Om deze redenen adviseert de bezwaarschriftencommissie de raad om het bezwaar van Stichting Reisjies Gogmoh over benadeling vanwege de samenstelling en werkwijze van de Commissie Joodse erfpachttegoeden ongegrond te verklaren. De motivering van het bestreden besluit Stichting Reisjies Gogmoh voert verder aan het besluit over haar subsidieaanvraag niet deugdelijk is gemotiveerd. Volgens Stichting Reisjies Gogmoh bereiken de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd een groot deel van de Joodse gemeenschap, staan de kosten van de activiteiten (daardoor) wel in redelijke verhouding tot het bereik en is in de motivering ten onrechte gewezen op het gebrek aan een eigen bijdrage. In het verlengde hiervan merkt Stichting Reisjies Gogmoh op dat sprake is van willekeur, omdat de commissie het beperkte bereik van activiteiten bij andere aanvragen niet heeft aangerekend.

15

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 16 van 1.8

De Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft de aanvraag van Stichting Reisjies Gogmoh als volgt beoordeeld: "De commissie is van mening dat de activiteiten — het opknappen van het pand, aanschaffen van Torah-rollen en aantrekken van een Rabbijn — een belangrijke bijdrage leveren aan de continuïteit van de Amsterdams Joodse gemeenschap. Nu de activiteiten naar het oordeel van de commissie zien op een beperkt gedeelte van de Joodse gemeenschap, acht zij de met de werkzaamheden gemoeide kosten echter te hoog in verhouding tot het bereik, om het aangevraagde bedrag volledig toe te kennen. Voorts is sprake van een zeer beperkte eigen bijdrage van de aanvrager. De commissie is daarom van mening dat de aanvraag gedeeltelijk toewijsbaar is. De commissie komt tot gedeeltelijke toewijzing, voor een bedrag van €88.000,00." In hoofdstuk Ivan dit advies is al opgemerkt dat Stichting Reisjies Gogmoh een subsidieaanvraag heeft gedaan van €260.025,00 voor vier (sub)activiteiten binnen haar sjoel `Kehal Chassidiem'. In aanvulling daarop stelt de bezwaarschriftencommissie vast dat in de (begroting bij) de aanvraag wordt vermeld dat de stichting voor haar activiteiten geen bijdrage vraagt aan bezoekers en dat tot nu toe alleen een eenmalige financiële ondersteuning is gevraagd aan MAROR van ongeveer €3.000,00.

Verder is in de aanvraag opgenomen dat ochtenddiensten door circa zo mannen worden bezocht en de drie shabbatdiensten door ongeveer 65— no personen. In samenwerking met andere Joodse instellingen zijn ook eenmalige activiteiten georganiseerd, die door meer personen zijn bezocht. In de nadere reactie van 23 oktober 2020 heeft de commissie ten aanzien van het bereik van de activiteiten van Stichting Reisjies Gogmoh aangegeven dat de groep waartoe de stichting behoort binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap in absolute zin van beperkte omvang is en dat deze groep bij de verdeling van de subsidies eerder over- dan onderbedeeld is. Op basis van deze vaststellingen acht de bezwaarschriftencommissie de zojuist geciteerde beoordeling van de commissie navolgbaar en in ieder geval niet ondeugdelijk gemotiveerd. Daarbij is van belang dat, zoals op blz. 13 al is opgemerkt, de bezwaarschriftencommissie van de commissie aanneemt dat Stichting Reisjies Gogmoh binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap behoort tot een groep die in absolute zin van beperkte omvang is. De verhouding tussen het bereik van een aanvraag en de daarmee gemoeide kosten is een van de

1.6

Verslag (vervolg) Pagina 17 van 18

Gemeente Amsterdam

criteria waarop de aanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden moesten worden beoordeeld. Anders dan Stichting Reisjies Gogmoh stelt, maakt het feit dat de commissie dit vervolgens bij de beoordeling heeft betrokken niet dat de motivering daarvan willekeurig of ondeugdelijk zou zijn.

Verder blijkt uit de aanvraag dat de eigen bijdrage van de stichting beperkt is. De opmerkingen van Stichting Reisjies Gogmoh dat dit bij andere aanvragen niet zou zijn tegengeworpen en dat daarnaar niet gevraagd is, zijn ongegrond. Uit hoofdstuk 2 van dit advies volgt dat de mate waarin sprake is van medefinanciering door de aanvrager zelf of derden een van de criteria is waarop een subsidieaanvraag wordt beoordeeld (artikel 12, aanhef en onder f, Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden). De commissie heeft de beperkte eigen bijdrage van Stichting Reisjies Gogmoh dan ook terecht bij de beoordeling van de aanvraag betrokken en dit is ook bij de andere beoordelingen het geval geweest.

Naar de mening van de bezwaarschriftencommissie is het advies van de commissie om deze redenen navolgbaar en in ieder geval niet ondeugdelijk gemotiveerd. Dit betekent dat de raad het advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft kunnen overnemen en het besluit van 12 december 2019 heeft kunnen nemen.

Overig Stichting Resjies Gogmoh voert tot slot aan dat in het besluit van 12 december 2019 onvoldoende is gemotiveerd welk deel van de subsidie aan welke activiteiten kan worden besteed.

In het verweerschrift van 11 augustus 2020 is toegelicht voor welke activiteiten subsidie is verleend. Het gaat om het opknappen van het pand (€16.000,00), het aanschaffen van een Torah-rol (€.5o.000,00) en het aantrekken van een rabbijn voor een jaar (€18.000,00). In totaal €84.000,00. De overige €4.000,00 kan de stichting naar eigen inzicht besteden. Deze bedragen sluiten aan bij de begroting die Stichting Reisjies Gogmoh als bijlage bij haar subsidieaanvraag heeft ingediend, zij het dat voor slechts een deel van de aangevraagde activiteiten subsidie is verleend.

Hieruit volgt dat duidelijk is voor welke activiteiten subsidie is verleend. Ook dit bezwaar van Stichting Reisjies Gogmoh is daarom ongegrond.

17

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 18 van 18

8. Conclusie en advies De bezwaarschriftenconnmissie adviseert de raad om het bezwaar van Stichting Reisjies

Gogmoh ongegrond te verklaren en het besluit van 12 december 2019 in stand te laten. Dit maakt dat er ook geen grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

Amsterdam, 19 januari 2021 De bezwaarschriftencommissie,

"h0.1) 41 CIJJ

roz_e.3-:rJ 5 Jurien Korzelius, Secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9802172/1