Raadsbesluit2021-013bijl02a Begrippenlijst Afwegingskader
Tekst van het document
Begrippenlijst Hieronder wordt in alfabetische volgorde een aantal technische begrippen genoemd en kort toegelicht. De begrippen gaan over de grondwaterstroming of de bouwkunde.
Begrip
Toelichting
Cannelures
Bij toepassing van damwanden is dit de ruimte tussen de damwand en de bouwmuur
Damwand
Een grond- en waterkerende en eventueel dragende constructie, die bestaat uit een verticaal in de grond geplaatste wand.
Deklaag (holoceen)
Slecht doorlatende of weerstandsbiedende bodemlaag direct onder de ophooglaag, bestaande uit klei, veen, leem en/of zeer fijn zand. De bodemlaag is ontstaan in de afgelopen circa 10.000 jaar (het holoceen).
Doorlaatfactor
Een maat voor het vermogen van grond om water door te laten
(doorlaatcoëfficiënt, doorlatendheid)
(k-waarde in m/dag)
Doorlaatvermogen
Maat voor het vermogen van een watervoerend pakket om water door te laten, genomen over de dikte D van het gehele pakket (kD-waarde in m²/dag)
Drainage
De afvoer van grondwater door de grond naar het waterlopenstelsel
Drainagebuis
Ondergrondse buis om grondwater te verzamelen en af te voeren
Drainagezand
Grof zand met een hoge doorlatendheid
Drooglegging
Hoogteverschil tussen het maaiveld en het oppervlaktewaterpeil
Eerste zandlaag
Watervoerende laag direct onder de deklaag
Evapotranspiratie
Verdamping vanuit bodem, water, verharde oppervlakken en beplantingen naar de atmosfeer
Freatisch pakket
Bovenste watervoerende bodemlaag, die in direct contact met de atmosferische druk staat
Geohydrologie
Leer van de grondwaterstroming
Geotextiel
Kunststof doek, dat waterdoorlatend is, maar vaste (slib/grond) deeltjes tegen houdt
Grondwater
Al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt
Holoceen
Zie deklaag.
Infiltratie
Het in de bodem brengen van water, als aanvulling van het grondwater.
Intreeweerstand/uittreeweerstand
De weerstand die ontstaat als grondwater een materiaal met andere afmetingen of eigenschappen (zoals een leiding) intreedt/uittreedt
Inzijging
Continu optredende verticale grondwaterstroming naar beneden gericht, vanuit het freatisch pakket naar het diepere grondwater
Koekoek
Uitsparing in gebouw naar buiten toe, die zorgt voor lichtinval en/of ventilatie naar de kelder
Kwel
Betekenis in dit onderzoek: continu optredende verticale grondwaterstroming naar boven gericht, vanuit het diepere
grondwater naar het freatisch pakket. Maaiveldzetting
Bodemdaling als gevolg van inklinking, krimp of door het aanbrengen van een bovenbelasting
Ontwateringsdiepte (ontwatering)
Afstand tussen maaiveld en freatische grondwaterstand
Opbarsten
Het openbarsten van de deklaag en/of scheidende laag door een hoge grondwaterdruk vanuit de eronder gelegen bodemlagen.
Ophooglaag
Door mensen aangebrachte grondlaag, als onderdeel van het bouwrijp maken om een gebied te ontwikkelen en/of bebouwen
Oppervlaktewater
Het grondoppervlak bedekt met water; het water in onder meer rivieren, sloten, kanalen, meren
Opstuwing (van grondwater)
Stijging (van grondwater)
Polderriool
Een drainerende voorziening in de openbare ruimte of binnentuinen.
Scheidende laag
Slecht doorlatende of weerstandsbiedende bodemlaag, bestaande uit klei, veen, leem en/of zeer fijn zand
Stijghoogte
Grondwaterstand ten opzichte van een bepaald referentieniveau, veelal NAP
Verticale weerstand
De weerstand die een bodemlaag biedt tegen verticale grondwaterstroming (c-waarde in dagen)
Watervoerend pakket (watervoerende laag)
Goed doorlatende bodemlaag, bestaande uit zand en/of grind
Welvorming
Een lokaal sterk verhoogde, continue kwelstroming
In Figuur 1 is een aantal begrippen over de grondwaterstroming weergegeven.
evapotrans piratie
neerslag
ontwateringsdiepte
maaiveld (Freatisch) grondwaterpeil kwel
inzijging
drooglegging
infiltratie Kruipruimte
onverzadigde zone verzadigde zone
Slecht doorlatende laag
Watervoerende laag
Figuur 1 toelichting begrippen grondwaterstroming