Raadsbesluit2021-013bijl02 Afwegingskader Grondwaterneutrale
Tekst van het document
11 SAOZ, Strategisch Advies (Plan)schade d.d. 12 oktober 2020
45
die binnen hun gebied uitvoering geven aan de genoemde bevoegdheden, als beleidskader te worden gehanteerd. Ten behoeve van deze directe doorwerking van het beleid is het Afwegingskader conform de Verordening op het lokaal bestuur voor advies voorgelegd aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen. Deze hebben de aanpak van de grondwaterproblematiek op hoofdlijnen ondersteund. Op de reacties van de stadsdelen is ingegaan in een separate Nota van Beantwoording. De uit deze adviesronde voortvloeiende aanpassingen van het concept Afwegingskader zijn in de definitieve versie verwerkt.
8. Vervolg Doel van dit afwegingskader grondwaterneutrale kelderbouw is om de doelstelling van het college zoals weergegeven op pagina 2 vorm te geven. Het college wil alleen nog “kelders … vergunnen welke grondwaterneutraal zijn. Niet grondwaterneutrale kelders willen wij zo snel mogelijk verbieden”. Om dat te realiseren is het noodzakelijk te beoordelen op welke wijze (met behulp van welke technische maatregelen) die grondwaterneutraliteit vorm kan krijgen, in welke delen van de stad deze maatregelen toegepast moeten worden, in welke delen van de stad geen kelders meer zouden moeten worden toegestaan en op welke wijze de eis van grondwaterneutrale kelders moet worden vastgelegd in de regelgeving zodat de maatregelen ook daadwerkelijk zullen worden toegepast en kunnen worden afgedwongen. Uit dit afwegingskader wordt duidelijk dat de benodigde maatregelen technisch haalbaar zijn. Daarnaast wordt duidelijk dat de noodzaak van de maatregelen sterk verschilt in verschillende delen van de stad. In sommige delen zijn door de bebouwingsstructuur en de samenstelling van de ondergrond geen of nauwelijks maatregelen noodzakelijk. In andere delen zijn bebouwing en (vooral) samenstelling van de ondergrond zodanig, dat elke kelder daar een niet te compenseren barrière op zou werpen voor het grondwater.
En hoewel dat in sommige gebieden op korte termijn geen problemen hoeft op te leveren, dient vanwege de min of meer permanente verandering die een kelder in de ondergrond betekent, rekening te worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering. Daarnaast zijn er delen van de stad waar de bodem zodanig is samengesteld dat elke aanleg van een kelder tot een onaanvaardbaar risico van permanente kwel zal leiden. Tijdens de aanleg kan de deklaag opbarsten door te hoge druk van het grondwater onder die deklaag. Ook kan door de graafwerkzaamheden de deklaag zodanig dun worden dat deze geen garantie op afdekken meer geeft. In beide gevallen komt er zilt water naar boven met blijvende negatieve gevolgen voor oppervlaktewater, groen, biodiversiteit etc. In die gebieden wordt een verbod op particuliere kelders ingesteld. Dat betekent dat de verdeling over de stad van de benodigde maatregelen zoals in dit afwegingskader opgenomen door middel van de genoemde juridische instrumenten dient te worden vastgelegd. Daartoe zal een paraplu bestemmingsplan opgesteld worden dat precies aangeeft in welke delen van de stad kelders worden verboden, in welke delen deze alleen mogen worden aangelegd met aangegeven maatregelen en in welke delen er geen noodzaak is tot het nemen van maatregelen.
46
Uit onderzoek van SAOZ blijkt dat de potentiële planschade onaanvaardbaar hoog is. Er is daarmee geen mogelijkheid kelders per direct te verbieden of per direct aan voorwaarden te binden. Uit ander onderzoek van SAOZ blijkt dat passieve risicoaanvaarding kan worden aangenomen bij een periode van (minimaal) 6 maanden. Om voorzienbaarheid te creëren wordt dus een benuttingsperiode in acht genomen van in ieder geval 6 maanden. Deze periode begint op het moment van publiceren van het Afwegingskader. Dat is op 2 september 2020 gebeurd. Het Ontwerp Paraplubestemmingsplan (OBP) zal dus op zijn vroegst op 5 maart 2021 gepubliceerd kunnen worden. SAOZ adviseert een minimale termijn van 6 maanden benuttingsperiode aan te houden. Hoe langer deze termijn hoe minder risico op planschade. Op het moment van publiceren van het OBP start de voorbescherming: aanvragen voor vergunningen worden aangehouden en die aanhouding kan alleen doorbroken worden indien de aanvraag voldoet aan de eisen in het Parapluplan op het gebied van grondwaterneutraal bouwen. Het Afwegingskader ziet primair op kelders kleiner dan 300 m2; daarvoor voorziet dit beleidskader in mogelijke standaardmaatregelen waarmee de grondwaterneutraliteit kan worden aangetoond.
Voor grotere kelders (denk aan parkeerkelders of grote opslagkelders onder bedrijfsgebouwen) moet de grondwaterneutraliteit worden aangetoond door middel van een geohydrologisch rapport; het gaat hierbij om maatwerk. Zowel grote als kleine kelders zullen in het parapluplan worden mogelijk gemaakt op voorwaarde dat zij grondwaterneutraal kunnen worden gebouwd. In de ‘rode gebieden’, waar het risico op permanente kwel te groot is, worden kelders echter geheel verboden. In het kader van de procedure tot vaststelling van het Afwegingskader is door het college ook besloten het concept hiervan vrij te geven voor inspraak. De inspraakperiode heeft gelopen van 5 september 2020 t/m 17 oktober 2020. In de Nota van Beantwoording Inspraak Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is weergegeven welke reacties er zijn ontvangen en of en zo ja hoe die tot aanpassing van het Afwegingskader hebben geleid. Standaard onderdeel van de procedure voor het vaststellen van een bestemmingsplan is het geven van de mogelijkheid tot inspraak. In de planning voor opstelling van het Ontwerp BP is de wettelijk verplichte inspraak (UOV) uiteraard opgenomen. Het opstellen van een bestemmingsplan betekent dat vastgelegd wordt wat qua grondgebruik wel en niet is toegestaan in Amsterdam, in dit geval op het gebied van realiseren van ondergrondse bouwwerken.
Om er voor te zorgen dat die eisen ook worden nageleefd is een goede samenwerking met de afdelingen Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) van de stadsdelen van belang, alsmede met de in sommige gevallen ook betrokken Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Met de VTH keten wordt onderzocht wat een reële benodigde inzet is voor vergunningverlening en toezicht en handhaving voor grondwaterneutrale kelders. De benodigde extra middelen, zowel op het gebied van kennis en expertise als capaciteit, zullen beschikbaar moeten zijn voordat dit beleid geïmplementeerd kan worden.
Bijlagen:
47
SAOZ, Risicoanalyse Planschade, 20200228, d.d. 12 oktober 2020 SAOZ, Strategisch Advies (Plan)schade, 20200228, d.d. 12 oktober 2020
48
Begrippenlijst Afwegingskader Kaart Afwegingskader Lijst met maatregelen per buurt