CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-013bijl01b Nota van Beantwoording advies stadsdelen

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het gewijzigde Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam. Nr. VN2020-0300113.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Beantwoording adviezen stadsdelen

Bij brief van 30 juni 2020 heeft het college van Burgemeester en Wethouders op basis van artikel 12 van de Verordening op het lokaal bestuur advies aan het Dagelijks Bestuur van de stadsdelen gevraagd over de bestuurlijke wens tot directe implementatie van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam (hierna: het Afwegingskader). Deze directe implementatie is beperkt mogelijk door het Afwegingskader ten grondslag te leggen aan bestaande binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, mits en voor zover de betreffende regels hiervoor de ruimte bieden. Voorts is het mogelijk het Afwegingskader onderdeel te laten zijn van de belangenafweging in het kader van de toepassing van de buitenplanse kruimelafwijking als bedoeld in art. 2.12, lid 1, onder a, sub 2, Wabo juncto art. 4, lid 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). In voornoemde brief is aangegeven dat het college overweegt de directe doorwerking bindend vast te leggen in een stedelijke beleidsregel/instructie. Alle stadsdelen ondersteunen de ambitie van het college zoals neergelegd in het Afwegingskader om de negatieve gevolgen van de aanleg van kelders voor het grondwater te voorkomen. Op onderdelen wordt gevraagd om verheldering, aanvullende informatie en/of nadere uitwerking. Verder worden vragen gesteld over het (tempo van het) besluitvormingsproces en de te nemen vervolgstappen.

In het onderstaande wordt hierop nader ingegaan. Voor zover de reacties min of meer gelijkluidend zijn, worden deze gebundeld behandeld. Daarna wordt per stadsdeel ingegaan op de dan nog resterende reacties.

Adviezen gerubriceerd op onderwerp

1. Status Afwegingskader (Noord, Oost, Zuid, Nieuw-West) De procedure voor de directe implementatie van het Afwegingskader is niet helder; er dient een eenduidige route te worden bepaald omtrent de wijze waarop dit beleid doorwerkt in het binnenplanse en buitenplanse (kruimel)afwijkingenbeleid. Zodra het college het Afwegingskader als stedelijk afwijkingenbeleid vaststelt, staat de status hiervan vast. De vraag is verder hoe de relatie is tussen het paraplubestemmingsplan en de bestemmingsplannen die nu worden geactualiseerd. Reactie: Bij de start van de consultatie van de stadsdelen was inderdaad nog geen keuze gemaakt voor het bindend opleggen van de directe implementatie (voor zover juridisch mogelijk) van het beleid. Nu alle stadsdelen het beleid in algemene zin onderschrijven, en het college wordt gevraagd dit rechtstreeks te regelen, is besloten een stedelijke beleidsregel op te stellen die rechtstreeks van toepassing zal zijn in de gehele gemeente. Het college neemt dit advies van de stadsdelen dan ook over. Deze stedelijke beleidsregel geldt in de eerste plaats voor de toepassing van de bevoegdheid ex art. 2.12, lid 1 onder a, sub 2 Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) (de kruimelafwijking).

Daarnaast is het beleid van toepassing op de binnenplanse afwijkingsbevoegdheden die zich, gelet op de jurisprudentie, naar aard en strekking lenen voor toepassing van het nieuwe beleid. De vraag of de desbetreffende afwijkingsbevoegdheid zich daarvoor leent dient binnen het desbetreffende stadsdeel zelf beantwoord te worden. Het projectteam grondwaterneutrale kelders zal het 1

stadsdeel desgewenst van advies voorzien in gevallen waarin de toepassing van een relevante binnenplanse ontheffing aan de orde is. De vraag in hoeverre bij bestemmingsplannen die nu worden geactualiseerd al rekening kan worden gehouden met het nieuwe beleid en het Afwegingskader kan niet in algemene zin worden beantwoord. Dit hangt onder meer af van de vraag of er planschade te verwachten is en of die schade al voorzienbaar was, zodat sprake kan zijn van passieve risico-aanvaarding als onder het vigerende planologische regime geen gebruik is gemaakt van het recht om een kelder te realiseren. Het risico op planschade moet worden afgewogen tegen het belang dat gemoeid is met onmiddellijke inwerkingtreding van een verbod tot het realiseren van niet-grondwaterneutrale kelders. Het college deelt verder de wens van de stadsdelen om gemeentebreed te werken met een uniforme regeling voor grondwaterneutraliteit. Daarom bestaat het voornemen ook bestemmingsplannen waarin al (andersluidende) regels zijn opgenomen omtrent grondwaterneutraliteit van kelders mee te nemen in het nog vast te stellen parapluplan. Dit zorgt ervoor dat in alle bestemmingsplangebieden straks dezelfde regels gelden.

2. Communicatie en inspraak (Noord, Centrum, Nieuw-West) Er wordt aandacht gevraagd voor de communicatie rond het nieuwe beleid. De burger moet zorgvuldig worden geïnformeerd over de aanstaande beleidswijziging. In het kader van de directe implementatie van het beleid moet ook inspraak worden gehouden. (N, C, NW) Reactie: Voor zover sprake is van directe implementatie van het Afwegingskader (d.w.z. doorwerking in bestaande binnen- en buitenplanse afwijkingen) is dit beperkt tot situaties waarin de bouw van een kelder nu al niet bij wijze van recht is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Op het concept Afwegingskader is inspraak gegeven: het concept-Afwegingskader heeft van 5 september 2020 tot en met 17 oktober 2020 ter inzage gelegen, waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld een inspraakreactie in te dienen. Op de ontvangen inspraakreacties wordt in een separate nota van beantwoording ingegaan. In het kader van de procedure tot vaststelling van het ontwerp parapluplan kunnen eveneens zienswijzen worden ingediend; aan die procedure zal een zorgvuldig communicatietraject worden gekoppeld. Tot slot zal ten behoeve van een goede communicatie gezorgd worden voor een duidelijke informatiepagina op de site van de gemeente Amsterdam.

Het college hecht er net als de Dagelijks Besturen van de stadsdelen aan dat burgers goed geïnformeerd worden over dit nieuwe beleid.

3. Leesbaarheid Afwegingskader (Noord, West, Oost) Het Afwegingskader is een ambtelijke en technische notitie die voor burgers soms lastig te begrijpen kan zijn. Wellicht is het mogelijk een versie op te stellen die de inhoud eenvoudiger en begrijpelijker voor het voetlicht brengt. Sommige delen van het afwegingskader zijn nog niet compleet en moeten verder worden uitgewerkt.

2

Reactie: Terecht wordt opgemerkt dat Afwegingskader, dat voor een belangrijk deel erg technisch van aard is, moeilijk leesbaar is. De vergelijking kan worden gemaakt met het Bouwbesluit en de NEN-normen waarnaar in dat besluit wordt verwezen. Daarom zal een eenvoudiger en beter leesbare (publieks)versie van het Afwegingskader opgesteld worden. Voor de toepassing van de regels kan de burger overigens net als voor andere technische toetsingsgronden voor een aanvraag omgevingsvergunning een beroep doen op gespecialiseerde adviesbureaus. Ter verbetering van de leesbaarheid is aan het technische deel van het Afwegingskader een begrippenlijst toegevoegd. Verder zijn onderdelen van het hoofdstuk juridisch kader die niet nodig zijn voor de uitleg van het Afwegingskader zelf, geschrapt; het resterende deel is samengevoegd met hoofdstuk 5.

4. Creëren voorzienbaarheid; termijn (Noord, Nieuw-West, Zuid) Aangedrongen wordt op een spoedige vaststelling en publicatie van het Afwegingskader. Dit kan bijdragen aan het creëren van voorzienbaarheid ter voorkoming van planschadeclaims. Ook zou blijkens jurisprudentie de benuttingsperiode korter kunnen zijn dan de termijn van een jaar waarvan nu wordt uitgegaan. Reactie: Terecht wordt opgemerkt dat in het concept-Afwegingskader werd uitgegaan van een relatief lange begunstigingstermijn; die was gebaseerd op het oorspronkelijke (concept)advies van SAOZ. In het definitieve beleidsadvies van SAOZ wordt aangegeven dat reeds met vaststelling en publicatie van het Afwegingskader kennis is gegeven van een voldoende concreet beleidsvoornemen, waardoor de termijn voor het creëren van voorzienbaarheid reeds is gestart. De noodzaak van het opstellen en publiceren van een Nota van Uitgangspunten (als eerste concreet beleidsvoornemen), zoals oorspronkelijk voorzien, vervalt hiermee. Verder heeft de SAOZ in het definitieve advies onderbouwd waarom een minimale benuttingsperiode van zes maanden in dit geval, mede gelet op de jurisprudentie ter zake, als toereikend kan worden beschouwd. Daarom zal nu direct een ontwerp-paraplubestemmingsplan worden opgesteld en in procedure gebracht.

Vanaf het moment dat het parapluplan in ontwerp ter visie is gelegd, geldt een aanhoudingsplicht voor aanvragen om omgevingsvergunningen (bouw) die op grond van het vigerende bestemmingsplan niet geweigerd kunnen worden, maar die niet passen in het parapluplan. Na de inwerkingtreding van het parapluplan worden die vergunningen geweigerd, mits de vaststelling van het paraplubestemmingsplan uiterlijk binnen 12 weken na de termijn van terinzageligging plaatsvindt.

5. Uitwerken toetsing, toezicht en handhaving (Noord, Centrum, Oost, Zuid) Er moet meer aandacht worden gegeven aan het handhaven en borgen van het Afwegingskader. Op de handhaafbaarheid van de verschillende technische maatregelen wordt in het Afwegingskader niet ingegaan. Verzocht wordt ook in te gaan op uitvoering, instructies en advisering door Waternet. Er zou vóór de vaststelling van het Afwegingskader een uitwerking van de uitvoerbaarheid moeten zijn met een overzicht van de verwachte kosten van toezicht op de naleving en handhaving. 3

Reactie: Het college heeft deze adviezen ter harte genomen en naar aanleiding hiervan zal ten behoeve van de uitvoering en handhaving van het Afwegingskader een apart projectteam in het leven worden geroepen dat, op basis van de werkwijze die nu al in stadsdeel West wordt toegepast, zal onderzoeken wat de reële benodigde inzet is voor vergunningverlening en toezicht & handhaving (VTH), rekening houdend met het type gebied en het soort maatregel. Op basis daarvan zullen vervolgens in een aantal stadsdelen proefprojecten worden gestart. Op die manier wordt kennis opgedaan voor de goede analyse van de vereiste inzet vanuit VTH en kan worden beoordeeld hoe dit zich verhoudt tot de leges. Waternet adviseert standaard over geohydrologische rapporten in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning. Voor zover het gaat om toetsing van een standaardmaatregel uit het Afwegingskader zal Waternet aan kennisoverdracht doen, zodat deze uiteindelijk door de plantoetser zelf kan worden verricht. In de aanvangsperiode zal Waternet in dit kader nog wel een ondersteunende en adviserende rol op zich nemen.

6. Monitoring a. Voor het klimaat/grondwater meetbare effecten ontbreken. Geadviseerd wordt die effecten/resultaten te kwantificeren en monitoren. De ontheffingen en gebruikte technieken dienen zorgvuldig vastgelegd te worden. b. Het DB van West zou op basis van de juiste feiten en omstandigheden, gebaseerd op de keldermonitor van West, de wenselijkheid van kelderbouw graag nog eens nader bespreken. Reactie: a. Voor de gemeentebrede monitoring wordt gebruik gemaakt van een monitoringsnetwerk dat bestaat uit 3000 peilbuizen. In het kader van het onderzoek voor het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) wordt beoordeeld of het huidige stelsel geschikt is voor de monitoring van het effect van de maatregelen. In de komende tijd zal de gehele gemeente overstappen op het gebruik van PowerBrowser, een specifiek op het VTH-domein toegesneden zaaksysteem; hierin worden alle verleende vergunningen en de adviezen van Waternet geregistreerd. b. Het college ziet op basis van de onderzoeksresultaten in het kader van het voorgenomen beleid ten aanzien van grondwaterneutraliteit onvoldoende aanleiding voor een algeheel verbod op kelders (zonder binnenplanse afwijkingsmogelijkheid) in de gehele gemeente. Als de uitkomsten van de keldermonitor van West daartoe aanleiding geven kan uiteraard een bredere evaluatie plaatsvinden.

7. Bouwoverlast en privaatrechtelijke geschillen (Oost, Zuid) De aanleg van kelders leidt tot klachten van bewoners. Voorgesteld wordt in het Afwegingskader ook voorwaarden op te nemen waarmee privaatrechtelijke geschillen worden voorkomen; daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verplichte nulmeting van de staat van aangrenzende panden bij aanvang van de verbouwing. Het DB van stadsdeel Oost adviseert de mogelijkheid te onderzoeken tot het opzetten van een meld- of steunpunt bouwoverlast.

4

Reactie: Alhoewel het college de wens voor het opzetten van een dergelijk meldpunt begrijpt heeft dit Afwegingskader uitsluitend betrekking op grondwatereffecten en de grondwaterneutraliteit van ondergrondse bebouwing. Bouwoverlast in het algemeen, en privaatrechtelijke geschillen daaromtrent, vallen buiten de scope van dit beleid. Aan het onderwerp bouwoverlast wordt echter wel aandacht geschonken in het kader van het project Bouwdynamiek. De suggesties kunnen wellicht in dat spoor worden onderzocht.

(Resterende) adviezen per stadsdeel Noord 

Er zou naar meer ontheffingsmogelijkheden moeten worden gekeken, bijvoorbeeld voor boeren in landelijk Noord. Zij bouwen soms mestkelders die vernieuwd moeten worden; in die gevallen zouden ontheffingsmogelijkheden geboden moeten worden.

Reactie: Het voornemen is om kelders in de rode gebieden uit het Afwegingskader, waaronder landelijk Noord, vanwege het opbarstrisico te verbieden zonder opname van een binnenplanse bevoegdheid om van dit verbod af te wijken. Het risico voor het grondwater en de bodemopbouw is te groot om in het bestemmingsplan te voorzien in een (breed toepasbare) bevoegdheid om mee te werken aan de bouw van een kelder. Hierdoor zou de kans op ongewenste effecten op de grondwaterstanden, het oppervlaktewater en de waterkwaliteit te groot worden. Het is in de rode gebieden desondanks niet helemaal uitgesloten om een kelder aan te leggen; de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voorziet immers altijd nog in de mogelijkheid om toepassing te geven aan een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Dit betreft een zwaardere vergunningprocedure dan de zogenaamde binnenplanse afwijking, mede vanwege de (technische) stukken die ter onderbouwing bij de aanvraag ingediend moeten worden. Aan de toepassing van die bevoegdheid (die dan alleen in uitzonderingsgevallen aan de orde is) zullen in het concrete geval naar verwachting wel zware (technische) eisen (voor wat betreft grondwaterneutraliteit) moeten worden gesteld, waaraan ook hoge uitvoeringskosten verbonden zullen zijn.

En in de gevallen dat het technisch niet mogelijk blijkt om een grondwaterneutrale kelder aan te leggen zal dit alsnog tot een weigering van de aanvraag leiden. Kortom:in de rode gebieden, waaronder ook een deel van stadsdeel Noord, zal het in de praktijk lastiger blijken om een grondwaterneutrale kelder aan te laten leggen vanwege de bodemopbouw en de gevolgen van kelderbouw voor die bodemopbouw. Hier zal in beperkte mate een uitzondering op kunnen worden gemaakt, uitsluitend in de gevallen dat aangetoond is dat de kelder met de maatwerk oplossingen wel grondwaterneutraal aangelegd kan worden zonder dat het opbarstrisico zich voordoet. In de Toelichting op het parapluplan zal aandacht worden besteed aan de mogelijkheden en beperkingen in dit verband.

5

Centrum 

Het DB adviseert het verschil in kosten voor een gewone kelder en een grondwaterneutrale kelder in beeld te brengen.

Reactie: Het verschil in kosten zal variëren al naar gelang het gebied, het soort maatregel en de omvang van de kelder, en is daarom moeilijk in algemene zin te bepalen. De toename van kosten voor de aanleg van een kelder is niet te voorkomen omdat de maatschappelijke schade van het niet-reguleren van de grondwaterneutraliteit van kelders, in de vorm van grondwateroverlast en -onderlast in de gemeente, te groot is. Overigens zal de kostenverhoging in relatie tot de totale bouwsom over het algemeen beperkt zijn.

Het DB wordt graag betrokken bij het opstellen van het ontwerp-parapluplan

Reactie: De stadsdelen worden in het Bestuurlijk Team gezamenlijk vertegenwoordigd door twee stadsdeelbestuurders uit stadsdeel West en stadsdeel Zuid. Het Bestuurlijk Team zal de collega bestuurders zoals tot nu toe gebruikelijk informeren over de uitwerking in het ontwerp-parapluplan.

West 

Op pagina 10 van het Afwegingskader staat dat het niet wenselijk is dat door kelderbouw een deel van de ruimte voor klimaatadaptatie wordt opgesoupeerd. Het DB ziet graag een nadere borging hiervan in de maatregelen.

Reactie: Mogelijk heeft de betreffende passage over het “opsouperen” van ruimte voor klimaatadaptatie voor verwarring gezorgd en is een nadere toelichting daarom geboden. Het uitgangspunt van het onderzoek was een toekomstig (KNMI) klimaatscenario Wh (meest ingrijpende scenario van klimaatverandering) voor het jaar 2050. In de maatregelen is hiermee rekening gehouden, in de buurten waar dat mogelijk is. Voor de gebieden waar maatregel 1 geldt “geen maatregelen voor doorlaatvermogen”, resteert ook na kelderbouw voldoende ruimte voor klimaatadaptatie. Waar maatregel 2 “standstill kD (doorlaatvermogen)” geldt, is grondwaterneutraal bouwen door handhaving van de huidige grondwaterstanden het maximaal haalbare. In de buurten waar maatregel 3 “vaste kD doorlaatvermogen)” geldt, is een verbetering mogelijk met het oog op klimaatadaptatie. Maatregel 4 is aanvullend op de overige maatregelen en maatregel 5 staat kelderbouw niet toe.

Oost 

Stadsdeel Oost stelt voor een voorbereidingsbesluit te nemen voor de Watergraafsmeer in verband met het opbarstrisico. Het risico op schade en permanente negatieve gevolgen voor omwonenden en gemeente is onaanvaardbaar. Het DB merkt op dat het kelderverbod voor de Watergraafsmeer pas van 6

kracht wordt als het parapluplan in werking treedt. Dat zou volgens het DB betekenen dat gedurende een termijn van minstens 2 jaar kelders in de Watergraafsmeer toegestaan zouden blijven. Reactie: Het college onderkent net als het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost de urgentie van het treffen van maatregelen om schade als gevolg van ongewenste effecten op grondwaterstanden door kelderbouw te voorkomen. Dit streven tot voorkomen van schade door ongewenste effecten op grondwaterstanden is uitgangspunt in de besluitvorming en alle keuzes die daarbinnen gemaakt moeten worden. Daarnaast is het van belang om te zorgen dat de besluitvorming ook daadwerkelijk uitvoerbaar blijkt. Hier speelt ook de financiele uitvoerbaarheid een rol. Het nemen van een voorbereidingsbesluit heeft tot gevolg dat er geen benuttingsperiode ontstaat waarmee wordt beoogd het risico op planschade te minimaliseren. Een aanvraag voor een kelder die niet in strijd is met het vigerende bestemmingsplan moet dan na het nemen van een voorbereidingsbesluit worden aangehouden; op grond van artikel 6.1, lid 2, onder d, is de aanhouding van een besluit omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning ook een schadeoorzaak in de zin van de planschaderegeling in de Wet ruimtelijke ordening.

Hoewel voor een voorbereidingsbesluit - waarmee direct een halt wordt toegeroepen aan de bouw van niet-grondwaterneutrale kelders - veel te zeggen valt, is in dit gevalhet risico van (forse) planschade dermate groot , dat het niet verantwoord zou zijn om geen voorzienbaarheid te creëren.

Voorgesteld wordt om in de meest kwetsbare buurten in het parapluplan de variant van de smalle kelder vast te leggen door middel van het opnemen van maximale (breedte)maten voor een kelder.

Reactie: Hoewel een eenduidige maatregel vooral uit praktisch oogpunt en qua handhaafbaarheid voordelen heeft, rechtvaardigt de doelstelling van het beleid een dergelijke beperking niet. Uitgangspunt voor het beleid is de grondwaterneutraliteit van kelders te borgen, teneinde grondwateroverlast en -onderlast te voorkomen. De methode die wordt toegepast om dit doel te bereiken is voor dit beleidsdoel niet van belang. Het Afwegingskader maakt het ook mogelijk niet onderzochte maatregelen te treffen, indien hiermee hetzelfde resultaat wordt bereikt als de maatregelen die wel beschreven zijn. Een vergelijking kan worden getrokken met de gelijkwaardigheidsbepaling uit het Bouwbesluit. Dit systeem geeft bouwbedrijven ook de mogelijkheid om innovatieve oplossingen te bedenken. In dit geval zijn er dus meerdere technische uitvoeringsoplossingen denkbaar om hetzelfde resultaat (grondwaterneutrale kelders) te bereiken en is het niet aan het college om dwingend een bepaalde oplossing voor te schrijven.

Zuid 

Stadsdeel Zuid verzoekt nader in te gaan op de relatie van het Afwegingskader met binnenplanse afwijkingen, in verband met de directe doorwerking.

Reactie: De mogelijkheid van directe doorwerking van het Afwegingskader bij bestaande binnenplanse afwijkingsbevoegdheden is helaas niet in algemene zin te beantwoorden. Om geen ongewenste vertraging in de besluitvorming omtrent het Afwegingskader op te lopen heeft geen toetsing van alle bestaande 7

binnenplanse afwijkingsbevoegdheden in de huidige bestemmingsplannen, aan de hand van de jurisprudentie, plaatsgevonden. Het is in eerste instantie aan het stadsdeel om die beoordeling in het kader van een concrete situatie/aanvraag te maken. Dit voorkomt ook dat onnodig capaciteit wordt ingezet voor onderzoek naar de juridische mogelijkheden van planregels waarop gedurende de - relatief korte benuttingsperiode mogelijk geen beroep zal worden gedaan. Zoals hierboven al opgemerkt zal het projectteam grondwaterneutrale kelders het stadsdeel desgewenst van advies voorzien in gevallen waarin de toepassing van een relevante binnenplanse ontheffing aan de orde is.

Het stadsdeel verzoekt nader in te gaan op de gevolgen voor mogelijke beperking van de bouw van parkeerkelders onder binnentuinen waardoor de mogelijkheid om bestaande parkeerplaatsen op straat op te heffen (uit te ruilen) verandert. Deze kelders zijn nu in Zuid in binnenplanse regels opgenomen.

Reactie: Het Afwegingskader heeft niet tot doel om ander bestaand beleid m.b.t. (de wens voor) kelders in de verschillende stadsdelen te beperken. De voorwaarden voor de realisatie van parkeerkelders in binnentuinen zijn niet anders dan die welke in het algemeen gelden voor de grondwaterneutraliteit van kelders. De functie van de kelder is voor het beleidsdoel van grondwaterneutraliteit immers niet van belang. Het parkeerbeleid van het stadsdeel blijft overeind, met dien verstande dat ook de aanleg van de parkeerkelders grondwaterneutraal zal moeten plaatsvinden. Het afwegingskader ziet dan ook alleen op de eis van grondwaterneutraliteit. Eventuele aanvullende beleidswensen voor kelders, die niet zien op grondwaterneutraliteit, blijven onverkort van kracht.

Nieuw West 

Het afwegingskader vormt geen onderbouwing voor een algeheel verbod op kelders. Het verbod kan ook gaan gelden voor kantoor- en bedrijventerreinen, waar nu nog meerlaagse (parkeer)kelders van veel grotere omvang gerealiseerd kunnen worden. Mogelijk heeft een bedrijf/kantoor wel voldoende financiële middelen om de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn, terwijl een particulier dat niet heeft. Het DB verzoekt het college om het algehele verbod op kelders nader te onderbouwen.

Reactie: Het college heeft dit advies ter harte genomen en mede naar aanleiding van dit advies is besloten om voor kelders groter dan 300 m2 geen algeheel verbod in het leven te roepen (met uitzondering van het rode gebied waar kelders helemaal uitgesloten worden), maar deze evenals de kleinere kelders in beginsel onder een verbod met binnenplanse afwijkingsbevoegdheid te brengen. Ook voor de grote(re) kelders geldt dan de eis van grondwaterneutraliteit, met dien verstande dat deze niet kan worden aangetoond door te voldoen aan een in het Afwegingskader beschreven standaardmaatregel. Er zal dus bij de aanvraag altijd een geohydrologisch rapport moeten worden aangeleverd waarmee de grondwaterneutraliteit wordt aangetoond; hierbij is sprake van maatwerk.

8

Conclusie: De reacties van de stadsdelen hebben geleid tot belangrijke aanpassingen van het Afwegingskader en bijstelling van het voorgenomen beleid. Daarbij gaat het met name om:    

 

verbeteringen in de leesbaarheid, alsmede het opstellen publieksversie; voorstel voor het opzetten van een informatiepagina en communicatie; versnelling vervolgtraject (ter inzagelegging ontwerp-parapluplan na benuttingsperiode (ter beperking van planschaderisico) van minimaal 6 maanden conform definitieve advies van SAOZ; binnenplanse ontheffing ook voor kelders groter dan 300 m2, mits op basis van een geohydrologisch rapport grondwaterneutraliteit wordt aangetoond (met dien verstande dat kelders in de “rode gebieden” in het geheel niet worden toegestaan, ongeacht de omvang); directe implementatie Afwegingskader door vaststelling van een stedelijke beleidsregel voor kruimelafwijkingen en binnenplanse afwijkingen; opstarten project voor onderzoek naar benodigde inzet voor vergunningverlening en toezicht & handhaving (VTH).

Deze wijzigingen en aanvullingen zijn verwerkt in de stukken voor de definitieve besluitvorming omtrent het Afwegingskader.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9700652/1