Raadsbesluit2021-011bijl04 Bestemmingsplan Slotermeer 2018
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Slotermeer 2018
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.F1701BPSTD-VG01
Datum print
3 December 2020
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
9
Aanleiding Bevoegdheden Leeswijzer
9 9 9
Plankader
11
Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied
11 11 12 12
Beleidskader
23
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
23 25 26 27
Het ruimtelijk kader
33
Inleiding Ontwikkelingen
33 33
Hoofdstuk 5
M.e.r./mer(-beoordelings)plicht
39
Hoofdstuk 6
Verkeer en parkeren
41
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemeen Beleid en regelgeving Verkeer Parkeren
41 41 42 43
Geluid
45
Algemeen Beleid en regelgeving Toetsing
45 45 46
Luchtkwaliteit
49
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken
49 49 50
Bodem
51
Algemeen Beleid en regelgeving Toetsing
51 51 52
Cultuurhistorie en archeologie
55
Algemeen
55
1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 Hoofdstuk 10 10.1
Gemeente Amsterdam
blz. 4
10.2 10.3
Beleid en regelgeving Waardering
55 57
Duurzaamheid
63
11.1 11.2 11.3
Algemeen Beleid en regelgeving Toetsing
63 63 64
Hoofdstuk 12
Externe veiligheid
65
12.1 12.2 12.3
Algemeen Beleid en regelgeving Toetsing
65 65 66
Hoofdstuk 13
Luchthavenindelingsbesluit
69
Hoofdstuk 14
Milieuhinder bedrijvigheid
71
Hoofdstuk 15
Natuur en Landschap
73
Algemeen Nationale en provinciale regelgeving Gemeentelijk beleid
73 73 76
Water
81
Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie
81 81 86 88
Juridische planbeschrijving
89
Algemeen Artikelgewijze toelichting
89 89
Hoofdstuk 18
Economische uitvoerbaarheid
95
Hoofdstuk 19
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
97
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Maatschappelijk overleg
97 97
Hoofdstuk 11
15.1 15.2 15.3 Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 16.4 Hoofdstuk 17 17.1 17.2
19.1 19.2
bijlagen bij toelichting
99
Bijlage 1 Cultuurhistorische verkenningen Noordoever Sloterplas en Van Eesterenmuseum
101
Bijlage 2
Archeologisch bureauonderzoek
121
Bijlage 3
Nota van beantwoording inspraakreacties en 3.1.1-overleg
151
Bijlage 4
Nota van beantwoording zienswijzen
181
Bijlage 5
Nota van wijzigingen
211
Regels
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
225
blz. 5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Hoofdstuk 3 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Hoofdstuk 4
Inleidende regels
226
Begrippen Wijze van meten
226 240
Bestemmingsregels
242
Bedrijf Detailhandel Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen - 1 Groen - 2 Horeca Kantoor Maatschappelijk - 1 Maatschappelijk - 2 Maatschappelijk - 3 Sport Tuin Verkeer - 1 Verkeer - 2 Verkeer - 3 Water Wonen - 1 Wonen - 2 Wonen - 3 Wonen - 4 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie 1 Waarde - Cultuurhistorie 2 Waarde - Ecologie Waterstaat - Waterkering
242 244 245 247 249 251 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 265 267 269 271 272 274 276 278 279 280
Algemene regels
281
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
281 282 283 285 286 287
Overgangs- en slotregels
288
Artikel 36 Overgangsrecht Artikel 37 Slotregel
288 289
bijlagen bij regels
291
Bijlage 1
292
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan ‘Slotermeer 2018' bevat een actuele regeling voor het gebied Slotermeer, onderdeel van stadsdeel Nieuw-West (gemeente Amsterdam). Het geldende ruimtelijke beleid is in het plan verwerkt. Het plan geeft aan waar welke functies toegestaan zijn en waar wat gebouwd mag worden. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan 'Slotermeer 2018' is de actualiseringsplicht uit de Wet ruimtelijke ordening, die voorschrijft dat bestemmingsplannen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar. Het vorige bestemmingsplan ‘Slotermeer’ is op 10 juni 2008 vastgesteld door de deelraad van het voormalige stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Op 19 april 2017 is de 'Startnotitie bestemmingsplan Slotermeer 2018' vastgesteld door het Algemeen Bestuur van stadsdeel Nieuw-West. In de startnotitie is opgenomen dat het doel van het bestemmingsplan 'Slotermeer 2018' is om een actueel toetsingskader te creëren voor het plangebied. Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard: in beginsel zijn de regels van het voorgaande bestemmingsplan 'Slotermeer' overgenomen. Wel is het plan op enkele onderdelen gewijzigd om de omgevingsvergunningen, die sinds de vaststelling van het vorige plan zijn verleend ten behoeve van afwijking van dat plan, planologisch te verankeren.
Daarnaast zijn regels die niet meer (volledig) aansluiten op de wensen vanuit het plangebied in het nieuwe plan gewijzigd. Als een conserverend bestemmingsplan wordt vastgesteld, betekent dat overigens niet dat geen nieuwe ontwikkelingen meer mogelijk zijn. Voor deze ontwikkelingen moet dan wel een aparte procedure worden doorlopen, die kan bestaan uit het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan of - indien noodzakelijk - uit de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor dat deel van het plangebied. Dit geldt bijvoorbeeld voor de plannen die op dit moment worden gemaakt in het kader van de stedelijke vernieuwing in Slotermeer.
1.2
Bevoegdheden
Sinds 19 maart 2014 is de bestuursstructuur van de gemeente Amsterdam gewijzigd. De bevoegdheid om een herziening van het bestemmingsplan vast te stellen op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ligt vanaf die datum bij de gemeenteraad van Amsterdam. In de Verordening op de bestuurscommissies 2013 en de daarbij behorende Takenlijst is bepaald dat een deel van de taken in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan of een uitwerking of wijziging daarvan door de bestuurscommissie kan worden verricht. Tot aan het akkoord voor ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan door de verantwoordelijk wethouder vindt de voorbereiding plaats bij de bestuurscommissie. Daarna ligt de voorbereiding bij de gemeenteraad. Verder worden de bestuurscommissies volgens de Takenlijst in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen aan het college van B&W over het concept-bestemmingsplan en de concept-beantwoording van de zienswijzen.
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken etc.) bij de bestemmingsplanregeling en bevat geen juridisch bindende bepalingen. Na dit hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder meer ingegaan op de ligging en begrenzing van het plangebied en de verschillende buurten in het plangebied worden beschreven. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio, de gemeente en het stadsdeel. In hoofdstuk 5 tot en met 16 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 17 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 18 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 19 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing
Het plangebied van het bestemmingsplan 'Slotermeer 2018' is gelegen in het noorden van het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. Het plangebied van het bestemmingsplan wordt globaal als volgt begrensd: Noorden: de watergang aan de zuidzijde van de Haarlemmerweg; Oosten: de ringspoorbaan; Zuiden: de oever van de Sloterplas, de Noordzijde, de H.M. Kraaijvangerstraat en de watergang ten zuiden van de bebouwing van de Platostraat en W. Gansfortstraat; Westen: de watergangen op de grenzen met Geuzenveld en het Eendrachtspark. Op de hierna volgende afbeelding is het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de digitale verbeelding van het bestemmingsplan.
2.2
Doelstelling
Gelet op de huidige wet- en regelgeving (artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening) is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat voorziet in een actuele planologische en juridische regeling voor het gebied. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
2.3
Geldend planologisch kader
Het bestemmingsplan 'Slotermeer 2018' betreft een actualisatie van het bestemmingsplan 'Slotermeer'. Het bestemmingsplan 'Slotermeer' is op 10 juni 2008 vastgesteld door de deelraad van het voormalige stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Sinds 27 mei 2009 is het bestemmingsplan Slotermeer onherroepelijk.
2.4
Beschrijving van het plangebied
Slotermeer is een van de Westelijke tuinsteden van Amsterdam. Slotermeer bevindt zich in stadsdeel Nieuw-West, ten westen van de Ringspoorbaan. Slotermeer bestaat uit diverse buurten: Buurt 1: Couperusbuurt, Hogguerbuurt en Noordzijde; Buurt 2: Dobbebuurt; Buurt 3: Burgemeesterbuurt Buurt 4: Louterbuurt; Buurt 5: Confuciusbuurt & Lodewijk van Deysselbuurt. Slotermeer is overwegend ingericht als woongebied. Slotermeer beschikt ook over een ruim aanbod aan voorzieningen. Verspreid over Slotermeer zijn er diverse locaties waar bedrijvigheid, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen zijn gevestigd. In het plangebied bevindt zich één groter winkelcentrum: Winkelcentrum Plein '40-45'. Centraal in Slotermeer bevindt zich een groot stadspark, het Gerbrandypark. Slotermeer wordt ontsloten via de Haarlemmerweg, de President Allendelaan, de Burgemeester De Vlugtlaan en de Burgemeester Roëllstraat. Tevens zijn er diverse fietsverbindingen met andere delen van de stad. Slotermeer beschikt daarnaast over een ruim aanbod aan openbaar vervoersmogelijkheden. Diverse bus- en tramlijnen doen Slotermeer aan. Aan de rand van Slotermeer bevinden zich de metrostations Burgemeester De Vlugtlaan en Jan van Galenstraat. 2.4.1
Ontstaansgeschiedenis en typerende kenmerken
Aan het begin van de 20ste eeuw was Amsterdam een grotendeels verpauperde, overbevolkte stad. Zoals in alle grote steden in die tijd was er sprake van slechte en onhygiënische woonomstandigheden. Wanneer in 1921 de gemeente Amsterdam verschillende (delen van) buurtgemeenten, waaronder Sloten, annexeert, is dit aanleiding na te gaan denken over de ontwikkeling van de stad als geheel. Hiervoor werd het Algemeen Uitbreidingsplan, kortweg AUP (1934) ontwikkeld, waarbij de groei van Amsterdam werd opgevangen in woonwijken direct aansluitend op de stad. Het plan introduceerde voor Amsterdam het vingerstadmodel waarbij het groen via groene scheggen tot diep in het stedelijk gebied doordringt. Het huidige stadsdeel Nieuw-West kent één kleine (De Bretten) en twee grote (Sloterplas en Amsterdamse Bos/Nieuwe Meer) groene scheggen. Binnen het plan werd een viertal stedelijke functies benoemd, die een eigen plek dienden te krijgen: wonen, werken, ontspanning en verkeer. Het werken diende zich te concentreren in de bestaande binnenstad (City) en in het aan te leggen Westelijk Havengebied. De voornaamste nieuwe woongebieden werden gepland in het westen (Nieuw-West) en zuiden (Buitenveldert). Recreatie zou tussen de woon- en werkgebieden kunnen plaatsvinden, in parken en groenstroken.
Het AUP vertegenwoordigt een belangrijk moment binnen de internationale architectuur- en stedenbouwgeschiedenis. De planvorming van het AUP was onderdeel van de congressen van de zogenoemde Congrès Internationaux d'Architecture Moderne (CIAM-beweging).
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 13
Het oorspronkelijke uitbreidingsplan voor Slotermeer dateert uit 1939. De plankaart die bij de raadsvoordracht van 7 juli 1939 was gevoegd was tot op in detail uitgewerkt. Slotermeer zou een wijk worden met 11.000 woningen (waarvan 43% laagbouw) en 40.000 inwoners; een autonoom stadsdeel met geheel eigen voorzieningen en een eigen karakter. Dit eigen karakter zou mede worden bepaald door de groene elementen. Vanwege de Tweede Wereldoorlog is dit plan niet uitgevoerd. In het Uitbreidingsplan Slotermeer uit 1952 dat is gerealiseerd zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het plan van 1939. Zo werd er besloten om te gaan bouwen op polderpeil in plaats van stadspeil. Slechts de Burgemeester van Tienhovengracht werd op stadspeil gerealiseerd zodat de gemeentewerf per boot bereikbaar bleef. Met de beslissing om verder niet op stadspeil te gaan bouwen verviel de logica om de Van Tienhovengracht door te zetten ten westen van de Slotermeerlaan. Daarnaast is een staalkaart aan verkavelingsvormen gerealiseerd in plaats van de lange noord-zuidgerichte stroken laagbouw. Naast de zogenaamde Frankendaalverkaveling (twee gespiegelde haken) werd ook een variant op de strokenverkaveling geïntroduceerd, de zogenaamde kam-verkaveling.
Hoewel Van Eesteren ontevreden was met het eindresultaat (hij vond dat er te weinig samenhang en te veel verschillende verkavelingen waren ontstaan) wordt de staalkaart aan verkavelingen tegenwoordig juist hoog gewaardeerd. De locaties voor voorzieningen (scholen en kerken) bleven in grote lijnen ongewijzigd hoewel het oppervlak winkels bijna gehalveerd werd. Schaalvergroting binnen de detailhandel alsook de uitvinding van de koelkast waren hiervoor de oorzaak. Enkele stadsstraten kwamen te vervallen of werden slechts aan één zijde door winkels geflankeerd. De hoofdopzet van de buurten zijn wat intiemer en kleinschaliger van karakter dan in de andere Westelijke Tuinsteden. Wat architectuur betreft zijn er enkele typische voorbeelden van modernisme (De Verfdozen van Warners). Het Rijke roomse leven in de vroeg naoorlogse periode is goed afleesbaar aan de architectuur van scholen (Sint Henricusschool), kerken (Het Nieuwe verbond) en woningbouwcomplexen (delen van de Dobbebuurt en de Lodewijk van Deijsselbuurt) die vrijwel allemaal in Delftse School zijn uitgevoerd. De verzuiling is verder herkenbaar aan de veelheid aan kerken die met de basisschool het sociale hart van de buurten vormden. Van alle AUP-gebieden is Slotermeer één van de belangrijkste en meest gave tuinsteden, met name het oostelijk gedeelte.
Er heeft vergeleken met andere tuinsteden binnen Amsterdam weinig stedelijke vernieuwing plaats gevonden. Voor AUP-wijken typische kenmerken zijn nog altijd duidelijk in het gebied herkenbaar. Functiescheiding, scheiding van verkeerssoorten, een hiërarchisch samenhangend stelsel van wegen, groen en waterlopen, open en repeterende verkavelingen in ensembles (bestaande uit stroken, haken, combinaties van haken en stroken of opengewerkte bouwblokken (hoven), modernistische en traditionalistische architectuur (en vele mengvormen hiervan) en typisch naoorlogse voorzieningen als Aldo van Eijkspeelplaatsen, winkelblokjes, kerken (met buurtfunctie), H-scholen en bejaardenhuizen. Typerend voor de Tuinstad Slotermeer is dat de hoofdopzet lineair is. Vergeleken met andere tuinsteden is de invulling van de woonvelden fijnmazig en zeker in het oostelijk deel bijna romantisch en intiem van karakter. Slotermeer grenst aan Bos en Lommer, een wijk die ook op basis van het AUP gerealiseerd is maar die al voor de Tweede Wereld Oorlog is gebouwd. In veel opzichten is Slotermeer een reactie op deze wijk die de overgang laat zien van gesloten bouwblokken naar een open strokenverkaveling. Bijzonder karakteristiek zijn verder volgroeide, monumentale bomen aan lanen en in parkstroken, groenstroken en op hoven. Ook is de zogenaamde 'Bomentaal' in Slotermeer nog vrijwel geheel intact.
De meest gave buurten liggen in het oostelijk deel van Slotermeer. Omstreeks 1975 was Slotermeer voltooid. Daarna zijn een groot aantal kleine verdichtingslocaties ontwikkeld. Het gaat om projecten in de zogenaamde Aanvullende Woningbouw (1975 en 1987), de zogenaamde LOT-projecten (Lokatie Opsprorings Team, 1987-1992) en enkele door voormalig Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer aan gewezen verdichtingslocaties (vanaf 1992):
Gemeente Amsterdam
blz. 14
1. Arthur Meerwaldtpad; 2. Burgemeester van de Pollstraat; 3. Noordzijde ('De Banaan'); 4. Scholeneiland; 5. Catharina Boudewijnshof; 6. Plein '40-'45; 7. Kop Gerbrandypark (Cornelis van Rijplantsoen); 8. Krijn Breurstraat; 9. Noorderhof; 10. Jan de Louterstraat (A.E. Kokplantsoen); 11. Hoek Slotermeerlaan – Burgemeester Vening Meineszlaan (kantoor); 12. Senecastraat (appartementen en eengezinswoningen); 13. Descartesstraat –Thomas à Kempisstraat. Deze woningbouw had mede tot doel om de trek van de middenklasse naar de groeikernen een halt toe te roepen. De meeste van deze projecten hebben zich relatief naadloos in de oorspronkelijke tuinstad gevoegd. Een geheel nieuw woonmilieu werd echter gecreëerd met Noorderhof van de Luxemburgse architect Rob Krier. De historiserende architectuur en het gebogen, romantische stratenplan rondom de historische kerk van Grandpré-Molière staat in groot contrast met de omliggende naoorlogse tuinstadbuurten. In 2001 is Richting Parkstad 2015 vastgesteld waarin de kaders voor de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden zijn opgenomen. Binnen Slotermeer werden er vernieuwingsplannen opgesteld voor Slotermeer-Noord, -Zuid en Buurt 5. Met name in de Wijsgerenbuurt, rondom het Confuciusplein, is er veel sloop-nieuwbouw gerealiseerd. De Anton Struikbuurt is inmiddels voltooid.
In de Jan de Louterbuurt is multifunctioneel centrum De Honingraat gerealiseerd. Veel (basis)scholen zijn of worden vernieuwd of uitgebreid zoals de Slootermeerschool, de Sint Henricusschool, de Heldringschool, de Burgemeester De Vlugtschool, Immanuelschool en de Veerkracht. Voor de Aireystrook is als gevolg van maatschappelijke druk afgeweken van het voornemen hier sloop-nieuwbouw te plegen. De cultuurhistorische waarden en de ligging binnen Gemeentelijk beschermd Stadsgezicht 'Van Eesteren' hebben geleid tot wijziging van de plannen. Momenteel wordt het meest westelijke deel gerenoveerd, de rest zal volgen. Ook in de Dobbebuurt zijn al veel woningen gerenoveerd en is de openbare ruimte heringericht. Het Gerbrandypark heeft een opknapbeurt gekregen. De overige plannen voor de stedelijke vernieuwing in Slotermeer zijn vanwege de economische en financiële crisis vanaf 2008 vertraagd. De crisis is inmiddels voorbij en er wordt weer nagedacht hoe verder te gaan met de vernieuwing. Een aantal projecten is al gestart, een aantal zal nog volgen. De Gemeente Amsterdam werkt samen met woningcorporaties aan de Investeringsaanpak Nieuw-West. Een programma dat als doel heeft de ontwikkeling van de zogenaamde ontwikkelbuurten nieuw leven in te blazen. Lopende en nog op te starten projecten worden hier inhoudelijk, programmatisch, procesmatig op elkaar afgestemd.
Veel plannen zijn nog in de startfase en worden daarom nog niet in dit bestemmingsplan meegenomen. Deze plannen worden de komende jaren verder uitgewerkt. De planologische wijzigingen die uit deze plannen voortkomen zullen via een wijziging van het bestemmingsplan Slotermeer 2018 of anderszins juridisch-planologisch worden vastgelegd. De vaststelling van dit bestemmingsplan betekent immers niet dat de situatie in het plangebied de komende 10 jaar per definitie ongewijzigd blijft. Binnen die periode zullen er als de plannen dat nodig maken afwijkingsprocedures of bestemmingsplanwijzigingen worden vastgesteld. 2.4.2
Ontwikkelingen per deelgebied
In deze paragraaf worden per buurt de stedenbouwkundige opbouw en de (historische) ontwikkeling beschreven.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 15
2.4.2.1 Buurt 1: Couperusbuurt, Hogguerbuurt en Noordzijde Buurt 1 ligt tussen de Burgemeester van Tienhovengracht, de Ringspoorbaan, Sloterpark en Slotermeerlaan. De buurten worden onderling gescheiden door een brede parkstrook en, oost-west gericht, de Burgemeester Röellstraat. De Burgemeester Röellstraat is een stadslaan die Geuzenveld verbindt met Amsterdam West en de binnenstad. De weg heeft een breed profiel en ligt, ter hoogte van Slotermeer Zuid, gedeeltelijk verhoogd. De eraan gelegen woningen worden vanuit het parallelle netwerk ontsloten, niet rechtstreeks vanaf de Burgemeester Röellstraat. De Dichtersbuurt ligt in het noordwestelijke deel van Buurt 1 en wordt begrensd door de Burgemeester Röellstraat, Slotermeerlaan en aan twee zijden door een parkstrook die de verbinding vormt tussen het Jan de Louterpark en Sloterplas. De centrale ontsluiting is de Henriëtte Roland Holststraat die aan de westzijde aansluit op de Lodewijk van Deysselstraat en aan de oostzijde op de Louis Couperusstraat. Er zijn 6 stempels met duplexwoningen, bestaande uit L-vormige haken rond een groen, openbaar hof. Ten noorden en ten zuiden van de hoven staan portiek-etage blokken. Tussen de bebouwing en de Slotermeerlaan bevindt zich een ventweg waarmee het laagste schaalniveau (de eengezinswoning) en het hogere schaalniveau (de Slotermeerlaan) overbrugd wordt.
De Louis Couperusbuurt ligt in het noordoostelijke deel van Buurt 1 en wordt begrensd door Burgemeester van Tienhovengracht, de Ringspoorbaan, Burgemeester Röellstraat en in het westen de Dichtersbuurt. De centrale oost-westontsluiting van dit gebied is de Louis Couperusstraat. Langs deze straat en in het centrum van de buurt, bevinden zich een school, een kerk en een aantal bedrijfsruimtes. Daaromheen staan grotendeels duplexwoningen in een hovenverkaveling. De woningen die aan de Burgemeester Röellstraat grenzen, staan met hun achterkanten naar deze weg. Dit past bij de vormgeving van de weg als autonome 'parkway'. Een uitzondering hierop zijn de twee woongebouwen aan het begin van de Burgemeester Röellstraat, nabij de Burgemeester Cramergracht, die als een entree van Slotermeer zijn vormgegeven. Tot slot is in de maaiveldinrichting van de wijk duidelijk te zien dat er een hoogteverschil is tussen de Burgemeester van Tienhovengracht en de rest van de wijk. Dit komt door het besluit om een groot deel van tuinstad Slotermeer op polderpeil te bouwen in plaats van stadspeil. De Noordzijde wordt begrensd door de Burgemeester Röellstraat, de Ringspoorbaan, Sloterplas en Slotermeerlaan en ligt in het zuidoostelijke deel van Slotermeer Zuid. De uitstraling van het gebied wordt bepaald door de drie galerijflats ('schijven') aan de Burgemeester Hogguerstraat.
Ze reageren op de maat van de Sloterplas en vormen tevens het decor van de plas vanaf de zuidwest oever (Osdorpzijde). Ten westen van de Burgemeester Hogguerstraat bevindt zich een ensemble met portieketagwoningen, dat qua schaal aansluit bij de haven. Tussen de Burgemeester Röellstraat en de Burgemeester Hogguerstraat staat het Nova-Espritcollege. In de jaren '80 is in Buurt 1 op twee plaatsen aanvullende woningbouw gedaan: aan de Noordzijde met het appartementencomplex “De Banaan” en een appartementenblok ter hoogte van de rotonde Noordzijde-Jan Evertsenstraat. Het banaanvormige woongebouw 'De Banaan' is geplaatst in de as van de voormalige monumentale toegang tot het Strandbad en werd opgevat als een beëindiging van Slotermeer. Tegelijk met de bouw van 'De Banaan' werd een klein woonwagenpark gerealiseerd. Eind jaren '90 is gestart met de bouw van Noorderhof: de woonwijk die begrensd wordt door de Sloterplas, Slotermeerlaan en Burgemeester Röellstraat. Rond de voormalige Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdeskerk (nu Het Nieuwe Verbond) is een nieuwe wijk ontworpen en gebouwd onder supervisie van architect Rob Krier. De stedenbouwkundige opbouw wijkt af van de tuinstedelijke principes door de gesloten bouwblokken, slingerende, intieme straatjes en woningen met elk een verschillende uitstraling. Langs de Slotermeerlaan en de Burgemeester Röellstraat manifesteert
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Noorderhof zich aan het netwerk middels een gesloten wand van bebouwing van drie tot zes lagen. Aan de oostzijde wordt de wijk begrensd door eengezinswoningen met twee lagen plus een gesloten rij dakopbouwen. Deze bebouwing langs de randen vormt de hogere schil rondom de lagere bebouwing in het midden. De uitbreiding van de Noorderhof met een zuidelijk deel was al voorgenomen bij het stedenbouwkundig plan van Rob Krier. Voordat met de bouw kon worden gestart, is eerst het nieuwe Sloterparkbad gebouwd in 2001 zodat het oude zwembad kon worden gesloopt. Vervolgens is de woonwagenlocatie verplaatst naar het Eendrachtspark en kon gestart worden met de planvorming voor Noorderhof Zuid. Onder de naam 'Carte Blanche Noorderhof' zijn hier voornamelijk eengezinswoningen gerealiseerd waarbij de koper invloed had op de uitstraling en indeling van hun woning (consumentgerichte bouw). Ten zuiden van 'Carte Blanche Noorderhof' is een appartementengebouw ontwikkeld onder collectief particulier opdrachtgeverschap. 2.4.2.2 Buurt 2: Dobbebuurt Buurt 2 wordt begrensd door de Ringspoorbaan, de Burgemeester van Tienhovengracht, Slotermeer- en Burgemeester De Vlugtlaan. Belangrijkste drager in dit gebied zijn de Burgemeester De Vlugtlaan, als aanloopgebied voor het winkelcentrum Plein '40-45', en het Gerbrandypark.
Langs de Burgemeester De Vlugtlaan is een strook laagbouw met winkels en voorzieningen in de plint, haaks daarop middelhoogbouw waarvan de tussengelegen hoven overgangen vormen naar het Gerbrandypark. Het besluit om Slotermeer op polderpeil te bouwen heeft tot gevolg gehad dat bij het Gerbrandypark een extra sloot nodig was voor de polderscheiding. Ook werd de Burgemeester Van Tienhovengracht niet verder doorgetrokken richting Geuzenveld maar stopte bij de Slotermeerlaan. Het Gerbrandypark is oorspronkelijk ontworpen door Jan Willem van der Meeren met kenmerken van de nieuwe zakelijkheid zoals rechtlijnige fiets- en voetpaden en rechthoekige, open speelvelden omheind door dichte bosschages. Het park is rond 2008 gerenoveerd: nieuwe elementen zijn toegevoegd waarbij het ontwerp van Jan Willem van der Meeren als inspiratiebron is gebruikt. Aanvullende woningbouw heeft in de jaren '90 plaatsgevonden op de westelijke kop van het park, waar twee torens en twee blokjes appartementen de overgang markeren naar de Jan de Jonghkade. Omdat voor de nieuwbouw bij Plein '40-'45 een deel van de draaikom is gedempt, is compensatie (in de vorm van een boog) gerealiseerd in het Gerbrandypark, namelijk aan de Burgemeester Van Tienhovengracht tegenover de Burgemeester Cramergracht.
In het oorspronkelijke plan uit 1955 werd gesteld dat Slotermeer een plaats nodig heeft waar 'grotere winkelmagazijnen zich kunnen concentreren en waar het culturele leven en het ontspanningsleven van de tuinstad zich zullen kunnen ontwikkelen'. Plein '40-'45, bij de draaikom van de Burgemeester van Tienhovengracht in het hart van Slotermeer, was daarvoor de aangewezen plaats. Plein '40-'45 is ontworpen door de dienst Publieke Werken als een relatief omsloten marktplein aan het water. Op een moderne wijze is de relatie gelegd tussen plein en directe omgeving. Het plein had als doel om Slotermeer Noord en Zuid, dat door de lange groenstrook van het Gerbrandypark en de Burgemeester van Tienhovengracht gescheiden wordt, met elkaar te verbinden. Dat verklaart ook de enorme lengte van het plein en de ligging op de kop van het park en de havenkom waarin de gracht uitkomt. Het weidse uitzicht vanaf het plein over het water en het groen was van begin af aan de opzet, evenals de zichtlijn vanaf de Jan de Louterstraat die de Slotermeerlaan kruist. De pleinruimte wordt als het ware ingeklemd tussen het 10 verdiepingen hoge kantoorgebouw voor de Nederlandse Vakvereniging (het huidige Tuinstadhuis) aan de zuidzijde en aan de noordzijde het twee lagen hoge postkantoor (nu winkelruimte met o.a. supermarkt Jumbo).
De herinrichting van Plein '40-'45 in de jaren '90 had als doel een groot aantal winkels te concentreren in een overdekt winkelcentrum, woningbouw toe te voegen en de pleinruimte zelf een kleurrijker aanzien te geven. De grootte van het plein is in zijn volle omvang te ervaren omdat de bomen op het plein, die in
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 17
zeer slechte staat verkeerden, werden verwijderd. De overdekte passage met winkels en een parkeergarage zijn gebouwd. Woningen zijn toegevoegd aan de Jan de Jonghkade en Krijn Breursstraat. Ten behoeve van de uitbreiding van het winkelcentrum is een gedeelte van de draaikom gedempt. Het weidse uitzicht over het parkgroen en de gracht wordt nu geblokkeerd door de woontorens in de uitloper van het Gerbrandypark. Op het plein is het voormalige postkantoor in 2013 opgetopt met één verdieping, waardoor het nu uit drie bouwlagen bestaat. De laatste jaren hebben zich veel restaurants gevestigd die zorgen voor levendigheid aan zowel het plein als aan de Slotermeer- en Burgemeester De Vlugtlaan. In de Dobbebuurt zijn de woonblokken gerenoveerd en de straten heringericht. Tot slot is in 2017 de nieuwbouw opgeleverd van de Otto Heldringschool (speciaal voortgezet onderwijs) aan de Burgemeester Eliasstraat. 2.4.2.3 Buurt 3: Burgemeesterbuurt Slotermeer Noord wordt begrensd door de Haarlemmerweg, de Ringspoorbaan en Burgemeester de Vlugtlaan. De Burgemeester Vening Meineszlaan is een belangrijke drager, die het gebied in oost-westrichting ontsluit. In noord-zuidrichting wordt het gebied ontsloten door de Burgemeester Fockstraat en de Burgemeester Eliasstraat.
De kern van het gebied wordt echter gevormd door de parkzone die globaal langs de Burgemeester Vening Meineszlaan en vervolgens de Burgemeester Eliasstraat loopt: het Meerwaldpad en omgeving. Het Meerwaldpad is een fraai voorbeeld van het gedachtegoed van de open verkaveling en de relatie die het groen daarmee aangaat. De theorie van het aan elkaar koppelen van verschillende schaalniveaus van groen en de wijze waarop deze aan de bebouwing is gerelateerd is op deze plek zeer letterlijk te ervaren. Het gebied ten noorden van de Burgmeester Vening Meineszlaan is grotendeels ingevuld met de aan Frankendael (Watergraafsmeer) ontleende hovenverkaveling. Het gebied ten oosten van de Burgemeester Fockstraat is ingevuld met eengezinswoningen binnen een min of meer gesloten bouwblokverkaveling met aan de noord- en westrand portieketagewoningen. Het gebied wordt als het ware in drieën gedeeld door de Burgemeester Fockstraat en de Burgemeester Eliasstraat, (op een niet-monumentale wijze) gemarkeerd door respectievelijk de voormalige kerk 'De Kandelaar' (tegenwoordig in gebruik door het Leger des Heils) en het Catharina-complex (nu bekend als de Syrisch Orthodoxe Kerk en de scholen de Viertaal en Henricusschool). Het Catharina-complex is een voorbeeld waar de clustering van kerk en onderwijsvoorzieningen is gerealiseerd als centrum voor de buurt.
De verkaveling in deze buurt is zo bijzonder dat een groot deel van Slotermeer Noord tot beschermd stadsgezicht is benoemd, bekend als het Van Eesterenmuseum (zie ook Hoofdstuk 10 Cultuurhistorie en archeologie). In de jaren '80 is in het kader van de aanvullende woningbouw de reeks eengezinswoningen tussen het Meerwaldpad en de Burgemeester Vening Meineszlaan uitgebreid met drie blokjes van vijf woningen. Daarnaast is op de hoek Slotermeerlaan – Burgemeester Vening Meineszlaan het kantoor van Rochdale gebouwd. Op de westelijke kop van speeltuin Slotermeer is in 2001 een gebouw voor een kinderdagverblijf gebouwd. De vernieuwing in deze buurt beperkt zich tot twee gebieden: de Anton Struikbuurt (gebied tussen Burgemeester Vening Meineszlaan, Jaap Nunens Vasz-, Anton Struik- en Burgemeester Eliasstraat) en de Aireyblokken langs de Burgemeester de Vlugtlaan. De Anton Struikbuurt is vernieuwd door een combinatie van renovatie en sloop/nieuwbouw. Een deel van de duplexwoningen is gerenoveerd, bij een ander deel zijn 2 duplex-woningen samengevoegd tot eengezinswoning. De blokken langs de Burgemeester Vening Meineszlaan zijn gesloopt: hier zijn nieuwe blokken met appartementen en eengezinswoningen voor terug gekomen. De renovatie en sloop/nieuwbouw is gestart in 2016 en nog gaande op het moment dat dit bestemmingsplan wordt gemaakt.
Voor de zogenaamde “Aireystrook”, de portiek-etagebouw met open hofverkaveling langs de Burgemeester de Vlugtlaan, was in 2013 een stedenbouwkundig plan gemaakt uitgaande van
Gemeente Amsterdam
blz. 18
sloop/nieuwbouw binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Door de ligging binnen het beschermd stadsgezicht is van sloop afgezien en worden momenteel de portiek-etage blokken gerenoveerd. De eerste woningen zullen vanaf 2017 worden opgeleverd. Binnen Buurt 3 worden een groot aantal basisscholen gerenoveerd en/of uitgebreid of krijgen vervangende nieuwbouw. De Slootermeerschool heeft begin 2000 een uitbreiding gerealiseerd richting het Meerwaldtplantsoen en heeft nu plannen om de gymzaal te vergroten. Tegelijkertijd wordt de rest van de school gerenoveerd. De St. Henricusschool is onderdeel van het Catharina-complex en wordt momenteel gerenoveerd. Tevens krijgt de school een kleine uitbreiding bij de entree, aan de zijde van de Louis Naarstigstraat. Tot slot krijgt basisschool de Veerkracht (Slotermeerlaan) op de bestaande locatie nieuwbouw. In de openbare ruimte is de herinrichting/renovatie van het Meerwaldtplantsoen belangrijk om te noemen. Het oude inrichtingsplan dient als inspiratie voor het nieuwe ontwerp waarbij zoveel mogelijk van de oorspronkelijke kwaliteit wordt teruggebracht. De uitvoering staat gepland in 2017-2018. 2.4.2.4 Buurt 4: Louterbuurt Buurt 4 wordt begrensd door Burgemeester De Vlugtlaan, Slotermeerlaan, Jan de Louterpark, A.A.H Struijckenkade (zijde Eendrachtspark) en Haarlemmerweg.
De belangrijkste ontsluiting oost-west gericht is Antony Moddermanstraat, noord-zuid gericht is dat de Jan de Louterstraat. Het gebied bestaat uit een kern van laagbouw met daar omheen aan de west-, noord- en oostzijde portieketagebouw. In het gebied bevinden zich twee hoogbouwcomplexen, namelijk bij de entree van Slotermeer bij de Haarlemmerweg en ter hoogte van de bocht in de Burgemeester de Vlugtlaan. De parkstrook ten zuiden van buurt 4, Jan de Louterpark, vormde oorspronkelijk de oost-west verbinding tussen het Eendrachts- en Gerbrandypark maar is in de loop der jaren dichtgeslibd waardoor de verweving van het groen steeds meer aan betekenis heeft ingeboet. Tussen Bernard Loderstraat en Jan de Louterpark is Slotermeerhof gebouwd op een plek waar in het verleden Bejaardencentrum Slotermeeroord heeft gestaan. Het bejaardentehuis is in de jaren '90 gesloopt en vervangen door de twee gebogen appartementengebouwen aan het Adolphine Eduardine Kokplantsoen. Van de aanleunwoningen is één rij behouden gebleven, daaromheen zijn nieuwe eengezinswoningen en appartementen gebouwd. De oude verkaveling, een meanderende aaneenschakeling van laagbouw langs het Jan de Louterpark, is daarbij als uitgangspunt gebruikt. Om de relatie tussen het middengebied van Buurt 4 en het park te versterken is het meest oostelijk gelegen blok niet teruggebouwd maar heringericht als onderdeel van het park.
Met het Jan de Loutercomplex wordt het gebied bedoeld tussen Adolphine Eduardine Kokplantsoen, Jan de Louterstraat, Slotermeerlaan en Jan de Louterpad. In 2007 is een uitwerkingsplan vastgesteld dat uitging van nieuwbouw voor scholen, welzijnsvoorzieningen en woningen. Het blok met welzijnsvoorzieningen en woningen aan de Slotermeerlaan, de Honingraat, is in 2014 gerealiseerd. De Burgemeester de Vlugtschool is inmiddels gesloopt en gestart met nieuwbouw, de Immanuelschool zal daarna volgen met nieuwbouw. Scholeneiland ontleent zijn naam aan de oorspronkelijke betekenis die het gebied had voor Slotermeer: op het eiland in de groenzone tussen Slotermeer en Geuzenveld (het huidige Eendrachtspark) was bij de eerste aanleg een aantal noodscholen gebouwd, die plaats boden aan de grote aantallen kinderen die het nieuwe Slotermeer bevolkten. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling dat het een permanente scholenlocatie zou worden. Nadat de noodscholen overbodig zouden zijn geworden kon het eiland worden teruggegeven aan het groen. Daarbij was er het idee om er dan een openluchttheater aan te leggen. De praktijk was echter anders. In het kader van de het aanvullende woningbouwprogramma kwam het Scholeneiland begin jaren '80 op de kaart als potentiële woningbouwlocatie. In de tweede helft
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 19
van de jaren '80 is het gebied bebouwd met eengezinswoningen volgens het plan van de Architectengroep (Ben Loerakker). Er komen drie woningtypes voor; de zogenaamd A-woningen (hoekwoningen), B-woningen (aansluitend op de hoekwoningen) en C-woningen (de midden in de langere blokken geplaatste woningen). Aan de oostzijde van het scholeneiland bevinden zich acht woonwagenstandplaatsen. De bergingen van de woonwagens zijn naar de straat gekeerd waardoor de woonwagens weinig relatie hebben met de woningen. De wagens richten zich op het water. Gezien de kleinschalige architectuur van de woningen en de betekenis van het water waarop de wagens zijn georiënteerd is er voor de standplaatsen geen ruimte voor schaalvergroting. Dit betekent dat wagens maximaal uit één laag mogen bestaan. De bestaande standplaats is bepalend voor de maximale footprint van de wagens. 2.4.2.5 Buurt 5: Confuciusbuurt en Lodewijk van Deysselbuurt Buurt 5 bestaat uit een noordelijk deel (Lodewijk van Deysselbuurt) en een zuidelijk deel (Confuciusbuurt) en ligt in het zuidwesten van Slotermeer. De buurten worden gescheiden door de Burgemeester Röellstraat.
De westzijde van buurt 5 grenst de buurt aan de parkstrook die Geuzenveld van Slotermeer scheidt, de zuidzijde van buurt 5 grenst aan het Sloterpark, de oostzijde grenst aan de Slotermeerlaan en de noordzijde grenst aan de parkstrook die het Eendrachtspark met het Gerbrandypark verbindt. Lodewijk van Deysselbuurt (voormalig Uitbreidingsplan Slotermeer, deel D) De Lodewijk van Deysselbuurt bestaat voornamelijk uit portieketagewoningen en kent voor tuinstedelijke begrippen een relatief hoge woningdichtheid. De woningdichtheid bedraagt hier 75 woningen per hectare en dat is vergelijkbaar met de woningdichtheid van de Grachtengordel. Ondanks de vele portieketagewoningen is er ook laagbouw aanwezig. Ten noorden van de Van Moerkerkenstraat zijn eveneens zes blokken laagbouwwoningen gebouwd. Andere laagbouw bevindt zich aan de zuidzijde van de Lodewijk van Deysselstraat en aan de Burgemeester Röellstraat. Het Jacques Perkplantsoen was oorspronkelijk bedoeld als centrum voor de buurt met voorzieningen als een politiebureau, een telefooncentrale, diverse winkels en een postkantoor (aan de noordzijde van de Lodewijk van Deysselstraat) en een zwembad (aan de zuidzijde). Op de plek van het zwembad is uiteindelijk een parkeerterrein gerealiseerd. Het brede trottoir met diverse voorzieningen aan de westzijde van de Slotermeerlaan geldt als 'aanlooproute' richting Plein '40-'45.
In de jaren 70 is het Jacques Perkplantsoen van de Slotermeerlaan afgesloten door de bouw van een kantoorgebouw. Aan de andere zijde van het plantsoen is de Christelijk-Molukse kerk gebouwd. Eveneens in de jaren 80 is de school van het 'H-type' aan de westzijde van de Van Moerkerkenstraat door brand verwoest en vervangen door de huidige Van Voorthuijsenschool en de woningbouw aan de Catharina Boudewijnshof. De bijbehorende dienstwoning van de voormalige school werd overigens gehandhaafd en is nu nog in gebruik als woning. In 2001 is de voormalige Volkswagengarage aan het Melis Stokehof gesloopt en vervangen door nieuwbouw bestaande uit woningen, woon-werkwoningen en bedrijfsruimte. De Lodewijk van Deysselbuurt heeft een bijzondere stedenbouwkundige opzet. De noordzone bestaat uit een repeterende haakverkaveling dat samen één herkenbaar ensemble vormt. Doordat deze haakverkaveling lichtelijk opengeklapt is, ontstaat er een subtiele groene doorkoppeling tussen het buurtgroen en de buurtoverstijgende groenstructuren. De haakverkaveling wordt aan de binnenzijde gevormd door strakke gazons met reusachtige populieren. Het middengebied van de buurt bestaat uit een dominerende strokenverkaveling dat in zijn geheel een krachtig ensemble vormt. De strokenverkaveling trekt de doorkoppeling van de groenstructuur verder de buurt in.
Door de rijk ingerichte sierlijke groene hoven en de gedeeltelijke karakteristieke architectuur van de portieketageblokken krijgt dit deel van de buurt soms een romantiserend karakter. Het zuidelijke deel van de buurt wordt gekenmerkt door half opengewerkte bouwblokken. De krachtige groenstructuur, zoals in het noord- en middengebied, is hier nauwelijks aanwezig. Het effect van de doorlopende open Gemeente Amsterdam
blz. 20
ruimtes in de buurt wordt aan de zuidzijde beëindigd door stenige parkeerhoven. De Lodewijk van Deysselstraat is een belangrijke structuurdrager in de buurt en is tevens de parallelroute van de Burgemeester Röellstraat. De straat is ingericht voor een reeks van kleinschalige voorzieningen die ondergebracht zijn in zeer karakteristieke kleine gebouwen met een duidelijk adres aan de straat. Deze reeks van functies aan de Lodewijk van Deysselstraat versterkt eveneens de relatie tussen het Lambertus Zijlplein in Geuzenveld en het Plein '40–'45 in Slotermeer. Het karakter van de kleinschalige voorzieningen is afgestemd op de lokale buurtbehoefte. Er is nu bijvoorbeeld een wasserette en een buurthuis te vinden. Confuciusbuurt (voormalig Uitbreidingsplan Slotermeer, deel H) Het Confuciusplein vormt het hart van de Confuciusbuurt. De Burgemeester van Leeuwenlaan, de De Savornin Lohmanstraat, de Socratesstraat en de Thomas van Aquinostraat (als verbinding met het Sloterpark) komen bij het Confuciusplein bij elkaar. Deze vier assen begrenzen op hun beurt weer een viertal te onderscheiden woongebieden. Ten noorden van de lijn De Savorin Lohmanstraat – Socratesstraat zijn oorspronkelijk voornamelijk portieketagewoningen gebouwd; ten zuiden daarvan voornamelijk eengezinswoningen.
In de jaren '90 is er, op een terrein dat oorspronkelijk was bedoeld als speelterrein, een appartementengebouw tussen het Confuciusplein en de H-school 'De Kans' gebouwd. De zone langs de Aristotelesstraat, de Platostraat, de Wessel Gansfortstraat en de Thomas a Kempisstraat bestaat uit lage randbebouwing van dubbele en in kleine groepen samengebrachte eengezinswoningen en garageboxen. Gevat in een ononderbroken strook groen vormt het een overgang naar het Sloterpark respectievelijk Eendrachtspark. Aan de Diderotstraat bevindt zich een gebiedje met voornamelijk ambachtelijke bedrijvigheid en dit zal binnenkort plaatsmaken voor een woonbestemming. De stedenbouwkundige structuur van de Confuciusbuurt is over het algemeen minder bijzonder en meer gefragmenteerd dan de structuur van de Lodewijk Deysselbuurt. In de buurt zijn echter wel een aantal repeterende ensembles te herkennen, zoals de typische haakverkaveling in de Wijsgerenbuurt, de opengewerkte bouwblokken aan de Burgemeester Röellstraat, de combinatieverkaveling in de Bierens de Haanbuurt en de schuingeplaatste verkaveling van de laagbouw aan de rand van het Sloterpark. De enige groene doorkoppeling van de buurtgebonden en de buurtoverstijgende groenstructuur bevindt zich aan de zuidrand en gaat daar een sterke relatie met het Sloterpark aan.
Op sommige plekken in de buurt is de groenstructuur bijzonder, zoals in de Wijsgerenbuurt waar strakke gazons zijn ingevuld met verschillende boomgroepen en sierlijke heesters en plantenborders. De Burgemeester van Leeuwenlaan gaat vanuit het Confuciusplein een ruimtelijke en programmatische relatie aan met het deel van de Burgemeester van Leeuwenlaan in de Lodewijk van Deysselbuurt. Vernieuwing van Buurt 5 Voor Buurt 5 is in 2003 een Vernieuwingsplan vastgesteld. Het doel van het Vernieuwingsplan was om de huidige en toekomstige bewoners een goede (sociale) omgeving te bieden om in te wonen, om in te groeien, om in door te groeien en om in ouder te worden. Daarvoor is vernieuwing van woningen, voorzieningen en woonomgeving nodig. Maar daarnaast is het noodzakelijk om de positie van de huidige bewoners te verbeteren. Het plan moet gaan voorzien in een beter en gevarieerder woningaanbod, huur en koop, in vernieuwde en beter verspreide voorzieningen, in een prettige winkelstraat en in maatregelen om kwetsbare groepen meer ontwikkelingskansen te bieden. Vernieuwing Confuciusbuurt Het Vernieuwingsplan uit 2003 heeft voor de Confuciusbuurt voor een aantal concrete vernieuwingen gezorgd. Een ander deel van de concrete plannen is vanwege de economische crisis uitgesteld.
De meest ingrijpende vernieuwing voor de Confuciusbuurt is de sloop van 6 portieketageflats tussen de Descartesstraat en de Socratesstraat. Deze sociale huurwoningen hebben plaatsgemaakt voor een grondgebonden woonmilieu waar koopwoningen met tuinen zijn aangeboden. Deze vernieuwing heeft er voor gezorgd dat er nieuwe doelgroepen naar de buurt zijn getrokken. Tegelijkertijd heeft er door deze ingreep een behoorlijke verdunning in de woningvoorraad plaatsgevonden. bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 21
Verder zijn er in de Confuciusbuurt diverse woonbuurten grondig gerenoveerd, zoals de Wijsgerenbuurt (tussen de Socratesstraat en de Platostraat) en de woningen tussen de Bierens de Haanstraat en de Wessel Gansfortstraat. De corporatie werkt hier aan het uitponden van sociale huur naar koopwoningen waardoor ook hier nieuwe doelgroepen naar de buurt trekken. Momenteel wordt de vernieuwing van het Confuciusplein uitgevoerd. Een deel van de bebouwing rondom het Confuciusplein is door middel van sloop- nieuwbouw al vernieuwd. Het oorspronkelijke plan van de sloop van de Senecaflat is vanwege de crisis uitgesteld. Onlangs is de Senecaflat door een ontwikkelaar hoogwaardig gerenoveerd en zijn de woningen in als middensegment huur in de markt gezet. De openbare ruimte rondom de Senecaflat wordt vernieuwd en hiermee wordt ook een nieuwe rijbaan met parkeren aangelegd. De geplande parkeergarage onder de nooit gebouwde Nieuwe Seneca is achterwege gebleven en daarom resteerde er nog een parkeeropgave. Op de korte termijn gaan er in de Confuciusbuurt nog een aantal vernieuwingen van start. Zo gaat corporatie Stadgenoot het bedrijfspand tussen de Socratesstraat en de Diderotstraat slopen en vervangen door een appartementencomplex in het segment sociale huur en jongerenwoningen. Daarnaast start de corporatie Ymere met de renovatie van de portieketageflats ten noorden van de Descartesstraat.
Vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt Het Vernieuwingsplan uit 2003 heeft voor de Lodewijk van Deysselbuurt nog niet voor concrete vernieuwingen gezorgd. Oorspronkelijk was het plan om een groot deel van de woningen te slopen. Vanwege de economische crisis zijn ook deze plannen uitgesteld. Op kleine schaal heeft er echter wel vernieuwing plaatsgevonden. Zo is de karakteristieke 'Verfdoos' aan de Slotermeerlaan hoogwaardig gerenoveerd en is het gebouw inmiddels van monumentale waarde. Momenteel werkt corporatie Rochdale aan de grootschalige vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt. Zij hebben hier een groot aaneengesloten bezit van bijna 1.200 woningen in de sociale huur. De Lodewijk van Deysselbuurt is één van de meest kwetsbare buurten in Amsterdam. Diverse sociaal- maatschappelijke problematiek moet hier worden aangepakt. Daarnaast is de openbare ruimte nodig aan vervanging toe en hebben veel woningen onderhoud nodig. Rochdale onderzoekt momenteel de best passende oplossing voor de vernieuwing van de woningvoorraad. Vanuit de stedelijke opgave voor binnenstedelijke verdichting van woningen, is de Lodewijk van Deysselbuurt aangewezen als één van de buurten waar verdicht zou kunnen worden. De plannen hiervoor moeten de komende tijd verder vorm krijgen.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 23
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Omschrijving De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De SVIR bevat het rijksbeleid voor de ruimtelijke inrichting en infrastructuur en vervangt andere beleidsstukken op dit gebied, zoals de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. Een herijking van dit beleid werd nodig geacht voor het verwezenlijken van vier ambities voor Nederland. De ambities zijn om Nederland in 2040 concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. De vier genoemde ambities zijn in de SVIR vertaald naar drie rijksdoelen, die in 2028 moeten worden behaald: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorischewaarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen dertien onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Deze onderwerpen zijn daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, oftewel het Barro (zie paragraaf 3.1.2). Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. Toetsing Voorliggend bestemmingsplan geeft op onderdelen uitvoering aan het gegeven beleid (bijvoorbeeld het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving), en is voor het overige daarmee niet in strijd.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Omschrijving De nationale belangen uit de SVIR worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geborgd. Het besluit is op 30 december 2011 deels in werking getreden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. De eerste aanvulling op het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Toetsing De onderwerpen uit het Barro en de eerste aanvulling daarop zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Omschrijving Met het Barro is per 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op enkele onderdelen gewijzigd. Sinds dat moment is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden, de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Doel van de ladder is zorgvuldig ruimtegebruik en het voorkomen van leegstand. Per 1 juli 2017 is wederom een wijziging van het Bro in werking getreden. De systematiek van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (artikel 3.1.6 Bro) is gewijzigd. Artikel 3.1.6 Bro luidt per 1 juli 2017: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 2.
Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 3. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijk e ordening. Toetsing
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 25
Het voorliggende bestemmingsplan is, zoals beschreven in paragraaf 1.1 ,conserverend van aard. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Artikel 3.1.6 Bro is daarom niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Structuurvisie Noord-Holland 2040
Omschrijving Op 21 juni 2010 heeft provinciale staten de Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040 vastgesteld. Op 3 november 2010 is de Structuurvisie in werking getreden. In de Structuurvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en aangegeven hoe zij deze visie denkt te realiseren. Uitgangspunt is dat Noord-Holland aantrekkelijk moet blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap. De provincie kiest daarbij voor hoogstedelijke milieus en beperkte uitleg van bedrijventerreinen en houdt het landelijk gebied open en dichtbij. Verder worden de waterkeringen versterkt en calamiteitenbergingen aangelegd om wateroverlast te voorkomen. Door het landelijk gebied te ontwikkelen vanuit de kenmerken van Noord- Hollandse landschappen en de bodemfysieke kwaliteiten blijft de provincie bijzonder en aantrekkelijk om in te wonen, te werken en om te bezoeken. In de structuurvisie worden drie hoofdbelangen en twaalf ondergeschikte belangen benoemd: 1. Klimaatbestendigheid: voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, voldoende en schoon drink-,grond- en oppervlaktewater en voldoende ruimte voor het opwekken van duurzame energie; 2. Ruimtelijke kwaliteit: behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurlandschappen en groen om de stad; 3.
Duurzaam ruimtegebruik: milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting, voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw en visserij, economische activiteiten en voor recreatieve en toeristische voorzieningen. Toetsing Het plan is conserverend van aard. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd met de belangen uit de Structuurvisie (zouden kunnen) zijn. 3.2.2
Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland
Omschrijving Tegelijkertijd met de structuurvisie is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) in werking getreden. De Verordening bevat algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen. Met het inwerking treden van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is het streekplan als beleidsdocument en de goedkeuringsvereiste voor gemeentelijke bestemmingsplannen komen te vervallen. Voor het streekplan is de structuurvisie in de plaats gekomen, echter deze is uitsluitend zelfbindend voor de provincie. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid naar gemeenten toe, heeft de provincie de beschikking gekregen over de zogenaamde provinciale verordening. Deze verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of projectbesluiten. Wel zal hierin duidelijk het provinciaal belang naar voren moeten komen. Het uitgangspunt daarbij is dat de bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet en het provinciale beleid daarbij zoveel mogelijk eenduidig wordt geregeld.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
De PRV richt zich op de inhoud van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij niet alleen om de inhoud in strikt juridische zin, maar ook om eisen aan de toelichting. Toetsing Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de artikelen uit de PRV, voor zover deze van toepassing zijn.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en economie vindt de bestuurlijke coördinatie plaats door drie Platforms: Platform Ruimtelijke Ordening (PRO), Platform Bereikbaarheid Metropoolregio Amsterdam (PBM) en Platform Regionaal Economische Structuur (PRES). De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Naast bovengenoemde platforms is ook het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka), opgericht in 2005, actief. Het Plabeka richt zich o.a.
op het reduceren van de structurele leegstand op de werklocaties in de MRA. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit vanwerklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. 3.3.2