CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-008bijl Bestuurlijke reactie

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel 'Van buurtwerk naar betaald werk' van het lid Grooten en het voormalige lid De Heer en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel. Nr. VN2021-0002912.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Aan de leden van de gemeenteraad

Datum

Bijlage(n)

17 november 2020 WPI 2020- 24312 Jens Roep, directie Werk, j.roep@amsterdam.nl Raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs -

Onderwerp

Bestuurlijke reactie initiatiefvoorstel Van buurtwerk naar betaald werk

Ons kenmerk Behandeld door Afschrift aan

Geachte raadsleden, Met deze brief bied ik u graag namens het college de bestuurlijke reactie aan op het initiatiefvoorstel, d.d. 29 juni 2020, van de raadsleden Grooten (GroenLinks) en De Heer (PvdA). Mede door de coronacrisis wordt deze reactie met de raad gedeeld ruim na het verstrijken van de reguliere reactietermijn. Daarmee is ook een door de initiatienemers beoogde uitbreiding van het aantal buurtbanen in 2020 niet gelukt. Hiervoor bied ik u mijn verontschuldiging aan. Initiatiefvoorstel Van buurtwerk naar betaald werk Het college heeft met belangstelling en instemming kennisgenomen van het initiatiefvoorstel. Het idee dat de initiatiefnemers formuleren is om onder de paraplu van de Werkbrigade buurtbanen te creëren, verspreid over verschillende buurten in Amsterdam. Het doel van deze tijdelijke banen is tweeledig: enerzijds actieve bewoners zonder uitzicht op een baan door laten stromen naar regulier betaald werk en anderzijds hun kennis van de buurt en ervaringen gebruiken om de buurt te versterken. De toegevoegde waarde hiervan is dat zij in staat zijn moeilijk bereikbare mensen te koppelen aan formele instanties. Dit biedt de gemeente niet alleen de mogelijkheid meer Amsterdammers in beeld te krijgen die door overheidsinstanties en welzijnsorganisaties eerder niet bereikt worden, maar past ook in het streven naar meer democratisering en participatie.

De initiatiefnemers bouwen hiermee voort op de Buurtbaan die als concept is ontwikkeld in samenwerking tussen actieve bewoners, de stichting Wikistad en Combiwel, dat het tijdelijke werkgeverschap van een aantal deelnemers op zich geeft genomen. De initiatiefnemers stellen voor dat de gemeente samen gaat werken met deze partijen. Zij willen dat het initiatief zo laagdrempelig mogelijk blijft, zodat we de juiste mensen bereiken om deze banen te gaan vervullen. Andere partners zijn de stadsdelen, organisaties in de sociale basis, de buurtteams en maatschappelijke initiatieven, waaronder MA.AK020.

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 17 november 2020 Kenmerk WPI 2020-24312 Pagina 2 van 5

Om uiteindelijk door te kunnen stromen naar een (reguliere) baan volgen de Buurtbaners een ontwikkelingstraject bij een leerwerkplaats, waarbij de ervaringen van Wikistad, Combiwel en oud-Buurtbaners worden benut. Hierbij is denkbaar dat oud-Buurtbaners in een op te zetten leerwerkplaats een betaalde functie krijgen om nieuwe Buurtbaners te begeleiden bij hun dagelijkse werk. Het doel is dat de Buurtbaners uiteindelijk door kunnen stromen naar regulier betaald werk en de Buurtbaan een opstap daarnaartoe is. De vrijgekomen plek kan dan worden ingevuld door een andere bewoner uit de buurt en zo kan één functie gedurende een langere tijd voor meerdere uitstromingen naar regulier betaald werk zorgen. In zijn uitwerking kan het initiatiefvoorstel een uitbreiding van de inzet van de Werkbrigade betekenen naar andere typen werk. Zo kunnen ook mensen die minder hebben met het werk in de openbare ruimte, de mogelijkheid krijgen om aan het werk te gaan, of kan het bijvoorbeeld ingezet worden in belangrijke sectoren waar tekorten zijn. Zoals de zorg. De Buurtbaan zou volgens de initiatiefnemers dan ook goed passen onder de paraplu en het budget van de Werkbrigade. Een vorm waarin de Werkbrigade mensen detacheert naar partnerorganisaties zou volgens de indieners goed kunnen werken.

Voorop staat dat de Buurtbaner een plek krijgt in een levendig netwerk, collega’s heeft en zich onderdeel kan voelen van een team. Bestuurlijke reactie Het college staat positief tegenover het initiatiefvoorstel om te komen tot Buurtbanen. Het college ziet de Buurtbanen als een manier die bij uitstek kansen biedt om de sociale basis in wijken en buurten te versterken, waarbij de competenties en het netwerk worden benut van mensen die daarin nu al actief zijn. En om deelnemers een doorgroeimogelijkheid te bieden naar een reguliere baan in het verlengde van hun activiteiten binnen de Buurtbaan.

In het akkoord van de coalitiepartijen Samen sterker uit de crisis is – mede geïnspireerd door het initiatiefvoorstel - opgenomen dat het investeren in een sterke sociale basis cruciaal is als we willen voorkomen dat mensen in een meer kwetsbare positie komen. Onderdeel hiervan is dat er middelen zijn vrijgemaakt voor Buurtbanen voor mensen die actief zijn in de buurt in de informele sociale basis. In lijn met het initiatiefvoorstel zou uitgangspunt bij de Buurtbaan moeten zijn dat deelnemende werknemers een opdracht en takenpakket krijgen die maximaal aansluiten bij hun persoonlijke positie in de buurt, hun competenties en ervaringen. Daarmee past het concept Buurtbaan minder goed binnen de Werkbrigade, die juist is ingericht op werken in groepen op laagdrempelig, veelal repetitief werk, met name in de openbare ruimte. Ook het instroomproces dat bij de Werkbrigade wordt gevolgd, via de klantmanagers van mensen in de bijstand, lijkt minder geëigend voor de werving en matching van kandidaten voor een Buurtbaan. Het college staat een uitwerking van de Buurtbaan voor ogen buiten de context van de Werkbrigade.

Daarbij wil het college maximaal faciliteren dat tussen actieve buurtbewoners zonder betaalde baan, die nu al een belangrijke sleutelrol vervullen binnen een buurt, een dienstverband tot stand kan komen met een organisatie die actief is in de betreffende buurt, zoals een welzijnsorganisatie, madi, buurtorganisatie of maatschappelijk initiatief. Doel is dan

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 17 november 2020 Kenmerk WPI 2020-24312 Pagina 3 van 5

dat deze bewoners in een betaalde Buurtbaan hun activiteiten in en voor de buurt verder kunnen ontwikkelen en met begeleiding en scholing door kunnen groeien naar een reguliere vervolgbaan. Om organisaties in staat te stellen tot een tijdelijk dienstverband, dat van toegevoegde waarde is voor de buurt en de kandidaat helpt om door te stromen, en het bieden van de begeleiding die hierbij nodig is, denkt het college aan een subsidieregeling. In de uitwerking en voorwaarden van de subsidie wil het college maximaal recht doen aan beide doelstellingen. Daarbij gaat het college vooralsnog uit van een subsidiekader dat los staat van de Participatiewet. Dit biedt de meeste ruimte om tot maatwerk te komen voor actieve burgers in een buurt. De subsidie is daarbij een tijdelijke investering in zowel het functioneren van de sociale basis in de buurt, als in de ontwikkeling van de deelnemer. De afstand tot de arbeidsmarkt en of een kandidaat eventueel een bijstandsuitkering heeft of niet-uitkeringsgerechtigde is, is daarbij wel onderdeel van de afweging, maar geen harde voorwaarde. Binnen een generieke regeling past het minder goed om deze te beperken tot één of meer werkgevers.

Ook het voorbehouden van de begeleiding en competentie-ontwikkeling aan één of meer organisaties ligt minder voor de hand, zowel vanuit het oogpunt van marktwerking, als om werkgevers en deelnemers zelf de ruimte te geven om hierin keuzes te maken. Op basis van het akkoord Samen sterker uit de crisis en parallel aan de besluitvorming in de raad over het initiatiefvoorstel, bereidt het college besluitvorming voor om aan de Buurtbanen uitvoering te geven. Het college streeft ernaar deze snel na de behandeling van het raadsinitiatief vast te stellen, zodat de eerste Buurtbanen begin 2021 gestart kunnen worden. Met het oog op de besluitvorming in de raad over het initiatief volgt hieronder een reactie van het college op de voorgestelde beslispunten. Reactie op beslispunten initiatiefvoorstel Met het initiatiefvoorstel Van buurtwerk naar betaald werk, ingediend op 29 juni 2020 wordt het college gevraagd om: 1. Een plan te maken om in 2020 een eerste groep Buurtbanen in verschillende stadsdelen en in samenwerking met Combiwel, Wikistad en de oud-Buurtbaners te creëren; 2. Dit plan verder uit te werken met daarin opgenomen de constructie, succesfactoren, doelstellingen en budget en daarmee vanaf 2021 te komen tot een aantal van 50 buurtbanen onder de vlag van de Werkbrigade verspreid over de stad; 3.

Te zorgen voor goede begeleiding en opleiding/training voor de Buurtbaners en een mogelijkheid voor het uitwisselen van ervaringen tussen Buurtbaners onderling; 4. Hierbij samen te werken met het Productiehuis van Wikistad, Combiwel en de Buurtbaners die het traject al hebben doorlopen. 5. Het Buurtbaanproject na twee jaar te evalueren door in kaart te brengen hoeveel Buurtbaners doorgestroomd zijn naar duurzaam betaald werk en een kwalitatieve evaluatie uit te voeren onder Buurtbaners, begeleiders en bewoners en bij succes het project zo mogelijk uit te breiden.

Per onderdeel van het voorstel treft u hieronder een reactie van het college aan.

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 17 november 2020 Kenmerk WPI 2020-24312 Pagina 4 van 5

Ad 1. Plan voor een eerste groep Buurtbanen in 2020 De voorbereiding van de Buurtbanen heeft meer tijd gevraagd dan voorzien bij de indiening van het initiatiefvoorstel. Daarmee is een start in 2020 niet haalbaar gebleken, buiten de Buurtbanen waartoe al eerder het initiatief was genomen. Met betrekking tot het inschakelen van specifieke partijen wordt opgemerkt dat dit in beginsel alleen kan gebeuren op basis van een aanbesteding. Bij grotere opdrachten moeten meerdere partijen hierop in kunnen schrijven. Daarom leent het initiatiefvoorstel zich op dit punt niet voor opvolging door het college.

Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel van de raadsleden Grooten en De Heer op dit punt niet over te nemen. Ad 2 - Uitwerking van een kader om vanaf 2021 te komen tot een aantal van 50 buurtbanen Het college bereidt een kader voor de Buurtbanen voor, dat zo spoedig mogelijk na de behandeling van het raadsinitiatief kan worden vastgesteld. Daarmee kunnen naar verwachting vanaf maart 2021 Buurtbanen gerealiseerd worden. Hierbij acht het college een generieke subsidieregeling het meest geschikt als instrument. Het bepalen van het aantal Buurtbanen en de hiervoor beschikbare middelen zal onderdeel zijn van de verdere uitwerking.

Het organiseren van Buurtbanen als onderdeel van de Werkbrigade acht het college minder geëigend om te komen tot Buurtbanen die zijn toegesneden op de wijk of buurt en de persoonlijke competenties en positie van kandidaten. Het college streeft ernaar deze regeling nog in 2020 vast te stellen en met de raad te delen. Uiteraard kunnen de partijen die eerder betrokken zijn bij het tot stand brengen van Buurtbanen ook een beroep doen op deze regeling en hun ondersteuning en deskundigheid aanbieden. Tevens zal de genoemde partijen voor het tot stand komen van de regeling om inbreng worden gevraagd. Het college adviseert dit punt – afgezien van de aangegeven inzet van de Werkbrigade – dus over te nemen. Ad 3 - Zorgen voor goede begeleiding en opleiding/training voor de Buurtbaners en een mogelijkheid voor het uitwisselen van ervaringen tussen Buurtbaners onderling Ruimte en middelen voor ontwikkeling van de competenties van deelnemers zijn essentieel bij de uitwerking van de Buurtbanen. Zowel voor iemands functioneren in een Buurtbaan, als voor de doorstroom van deelnemers naar een vervolgbaan. Het college wil dit zowel financieel als in de uitvoering van Buurtbanen waarborgen. Binnen de kaders die het college zal stellen dienen de deelnemer en de werkgever hier samen vorm aan te geven.

Het subsidiekader en de begroting van de werkgever bij een Buurtbaan moeten hiervoor de ruimte bieden, ook om deze extern in te kopen. Het college is daarnaast bereid om de onderlinge uitwisseling van ervaringen en het contact tussen Buurtbaners te faciliteren.

Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel van de raadsleden Grooten en De Heer op dit punt over te nemen.

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 17 november 2020 Kenmerk WPI 2020-24312 Pagina 5 van 5

Ad 4. Bij de competentieontwikkeling samenwerken met Wikistad en Combiwel en eerdere Buurtbaners Met betrekking tot de inzet van specifieke organisaties geldt het voorbehoud dat hierboven bij beslispunt 1 is aangegeven. Daarnaast wil het college partijen de ruimte geven om zelf te bepalen hoe zij de begeleiding en competentieontwikkeling willen vormgeven en deze niet voorbehouden aan bepaalde organisaties. Het college is daarnaast graag bereid om waar nodig de ontwikkeling van deelnemers en de onderlinge uitwisseling van ervaringen tussen Buurtbaners en oud-deelnemers aanvullend te faciliteren, uiteraard op basis van vrijwilligheid van de betrokkenen. Voor het inschakelen van andere partijen geldt wat hierboven bij het eerste beslispunt is aangegeven. Het verlenen van gemeentelijke opdrachten kan niet op voorhand tot bepaalde aanbieders worden beperkt.

Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel van de raadsleden Grooten en De Heer op dit punt over te nemen, met inachtneming van de mogelijkheden die hiervoor bestaan. Ad 5. Evaluatie na twee jaar en bij succes zo mogelijk uitbreiden Gezien het tweeledige doel van de Buurtbaan – als investering in de buurt en als bijdrage aan de doorstroom van deelnemers naar regulier werk – is het van belang te volgen in hoeverre de Buurtbanen aan bijdragen. Het college wil hiermee lopende de uitvoering al starten en hierover de raad periodiek informeren. De in- en doorstroom van deelnemers en de ervaringen van direct betrokkenen en buurtbewoners zullen hier onderdeel van uitmaken. Dit kan bijdragen aan een besluit over voortzetting van het concept Buurtbanen in een volgende raadsperiode.

Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel van de raadsleden Grooten en De Heer op dit punt over te nemen. Het college adviseert de gemeenteraad om met het initiatiefvoorstel in te stemmen met inachtneming van het voorbehoud dat bij de beslispunten 1, 2 en 4 wordt aangegeven. Ik vertrouw erop u met het bovenstaande naar behoren te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9700629/1