Raadsbesluit 2026-116B Regels en Toelichting TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4
Tekst van het document
BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEgNTERAAD VAN AMSTERDAM VAN 1 1‘41, NR. I DE RAADSGRIFFIER,
X Gemeente X Amsterdam x
Bestemmingsplan TAMOmgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi Kavel 4
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.K2412OPGST-VG02
Datum print
28 April 2026
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk4 4.1 4.2 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk7 7.1 7.2 Hoofdstuk8 8.1 8.2 8.3 Hoofdstuk9 9.1 Hoofdstuk10 10.1
7 Inleiding
9
Aanleiding Doel wijziging omgevingsplan Bevoegdheden Leeswijzer
9 9 9 10
Plankader
11
Ligging en begrenzing plangebied Historie van het plangbeid Beschrijving van het plangebied Geldend juridisch planologisch kader
11 12 14 15
Beleid en regelgeving
17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid - Metropoolregio Gemeentelijk beleid - stedelijke kaders
17 20 22 23
Het ruimtelijk kader
33
Ruimtelijk-functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten
33 33
MER Zuidas - de Flanken
35
Wetgeving MER /MER beoordeling MER Zuidas Flanken
35 35 36
Verkeer en vervoer
41
Bereikbaarheid auto, OV en fiets Verkeersveiligheid Parkeren
41 44 45
Geluid
51
Geluid vanwege wegen, spoorwegen en industrieterreinen Geluid vanwege een horecaterras
51 56
Trillingen
59
Algemeen Trillingen ten gevolge van spoorwegen en andere activiteiten Plangebied
59 59 60
Luchtkwaliteit
61
Regelgeving en beleid
61
Omgevingsveiligheid (externe veiligheid)
65
Algemeen
65
Gemeente Amsterdam
blz. 4
10.2 10.3 10.4 Hoofdstuk11 11.1 11.2 11.3 Hoofdstuk12 12.1 12.2 12.3 Hoofdstuk13 13.1 13.2 Hoofdstuk14 14.1 14.2 Hoofdstuk15 15.1 15.2 15.3 Hoofdstuk16 16.1 16.2 Hoofdstuk17 17.1 17.2 17.3 Hoofdstuk18 18.1 Hoofdstuk19 19.1
Regelgeving Gemeentelijk beleid Plangebied
66 67 68
Stralingshinder
71
Algemeen Regelgeving en beleid Plangebied
71 72 72
Bodem en ondergrond
75
Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen
75 76 77
Water
79
Beleid en regelgeving Plangebied
79 84
Natuur, landschap, flora en fauna
89
Beleid en regelgeving Plangebied
89 91
Cultuurhistorie en archeologie
95
Wet- en regelgeving - algemeen Te beoordelen aspecten Plangebied
95 97 98
Hoogbouw (effecten)
101
Wet- en regelgeving en beleid Plangebied
101 104
Duurzaamheid en klimaatadaptie
111
Algemeen Wet- en regelgeving en beleid Plangebied
111 111 116
Juridische toelichting
119
Algemeen
119
Uitvoerbaarheid
129
Algemeen
129
Regels Hoofdstuk1 Artikel 1 Hoofdstuk2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
137 Algemene bepalingen
138
Algemeen
138
Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik
140
Algemene regels Wonen Maatschappelijke dienstverlening Consumentgerichte dienstverlening
140 141 143 145
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 5
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk3
Sportvoorziening Groen Horeca
146 147 148
Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken
150
Artikel 9 Parkeernormering voor auto´s Artikel 10 Parkeernormering voor fietsenstalling Artikel 11 Horeca-activiteiten en openingstijden Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Hoofdstuk5
150 151 152
Bouwwerken
157
Meet- en rekenbepalingen Gebouwen Bouwwerken Hemelwaterberging
157 158 160 161
Slotbepalingen
162
Artikel 16 Slotbepalingen
162
bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Verkeersgeneratie kavel 4, Vivaldi, oktober 2025
Bijlage 2
Geluidsnotitie kavel 4, oktober 2025
Bijlage 3
Terrasgeluid kavel 4, Vivaldi Zuidas, augustus 2025
Bijlage 4
Externe veiligheid kavel 4, augustus 2025
Bijlage 5
Metingen elektrische veldsterkte bij toekomstig Vivaldigebouw, juni 2023
Bijlage 6
Watertoets kavel 4, oktober 2025
Bijlage 7
Stikstofdepositieberekening kavel 4 Vivaldi, Zuidas, oktober 2025
Bijlage 8
Quickscan ecologie kavel 4, juli 2025
Bijlage 9
Archeologisch bureauonderzoek Vivaldi, november 2014
Bijlage 10
Memo Turmac gebouw cultuurhistorie, juni 2019
Bijlage 11
Verklaring van geen bezwaar, 3 juli 2018
Bijlage 12
Windklimaatonderzoek Ravel en Vivaldi, september 2025
Bijlage 13
Bezonningsstudie woontoren kavel 4, 19 juli 2021
Bijlage 14
Participatierapport en eindverslag fase 1 kavel 4 Vivaldi, oktober 2025
Bijlage 15
Nota van Beantwoording zienswijzen
Bijlage 16
Nota van wijzigingen
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Bijlage 17
pdf toelichting van TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4
bijlagen bij de regels Bijlage 1
Nota parkeernormen auto, november 2017
Bijlage 2
Nota parkeernormen fiets en scooter, maart 2018
Bijlage 3
Verbeelding kavel 4 Vivaldi Zuidas
Bijlage 4
pdf van de regels TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Zoals ook aangegeven in de door het Rijk opgestelde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de gemeentelijke Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ontwikkelt Zuidas zich tot internationale toplocatie voor wonen en werken in de Metropoolregio Amsterdam. De uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de economische aantrekkingskracht van Amsterdam vormen de grondslagen voor een succesvolle ontwikkeling. Een ontwikkeling waarmee Amsterdam en Nederland de internationale concurrentie aankunnen. De ontwikkeling die met deze wijziging van het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt sluit aan bij de ontwikkeling van Zuidas. Door een woontoren, met voorzieningen in de plint, mogelijk te maken op deze locatie wordt het deelgebied Vivaldi binnen Zuidas verder ontwikkeld naar een woon-/werkomgeving. Sinds de vaststelling van het Masterplan Zuidas door de Gemeenteraad in 1998, wordt de ontwikkelingsstrategie voor Zuidas uitgewerkt in verschillende deelprojecten. Eén van deze deelprojecten is het project Vivaldi. Voor het project Vivaldi is op 22 juni 2016 het bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi vastgesteld dat bij raadsbesluit van 10 mei 2017 partieel is herzien. De ontwikkeling van kavel 4 is hierin niet voorzien.
1.2
Doel wijziging omgevingsplan
Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in een juridisch planologisch kader voor een concrete eindbestemming van kavel 4 gelegen op de hoek van de Antonio Vivaldistraat en Barbara Strozzilaan, ten zuiden van de A10 en ten noorden van de De Boelelaan. De wijziging geeft aan welke functies zijn toegestaan en hoe de gronden bebouwd mogen worden. De wijziging wordt voorbereid met een TAM IMRO-plan. Juridisch wordt het TAM IMRO-plan daarmee onderdeel van de wijziging van het omgevingsplan, maar technisch wijzigt het TAM IMRO-plan het omgevingsplan niet. Het TAM IMRO-plan is als apart hoofdstuk van het omgevingsplan Amsterdam daarmee ook zelfstandig leesbaar.
1.3
Bevoegdheden
Op grond van de Omgevingswet wordt het omgevingsplan door de raad gewijzigd. De raad kan deze bevoegdheid delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Zuid. De Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 verdeelt de taken (bijlage 2) en bevoegdheden (bijlage 3) tussen de centrale stad en stadsdelen (en het stadsgebied Weesp). Op de kaart in bijlage A behorende bij de Verordening zijn de gebieden aangewezen die vallen onder een stedelijk gebied of project. De voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan binnen een gebied dat is aangewezen als stedelijk gebied of project is een taak van de centrale stad. Het gebied Zuidas, waar het plangebied deel van uitmaakt, is op de kaart in bijlage A aangewezen als stedelijk project. Daarom is deze wijziging van het omgevingsplan door de centrale stad voorbereid. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid heeft ten behoeve van een voorontwerpbestemmingsplan dat deze ontwikkeling ook mogelijk maakte eerder al advies uitgebracht. Er is in samenspraak met de dagelijks bestuurder besloten de wijziging van het omgevingsplan niet opnieuw voor te leggen voor advies, maar om aan te sluiten bij het advies dat is gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. Het dagelijks bestuur heeft positief geadviseerd.
De stadsdeelcommissie heeft geen advies uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.4
Leeswijzer
Na dit hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder meer ingegaan op de ligging en begrenzing van het plangebied. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio, de gemeente en het stadsdeel. In hoofdstuk 4 wordt het ruimtelijke (planologische en stedenbouwkundige kader) toegelicht. In hoofdstuk 5 tot en met 17 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 18 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 19 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (inclusief participatie).
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. De ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Het projectgebied Vivaldi ligt in de zuidoosthoek van Zuidas, is ten zuiden van station Rai gelegen en is in onderstaande afbeelding globaal weergegeven.
Figuur 1: ligging projectgebied Vivaldi Het plangebied van kavel 4 is daarbinnen beperkt en betreft een enkele kavel welke aan de noordzijde begrensd is door de Barbara Strozzilaan, aan de oostzijde door bebouwing en de Tommaso Albinonistraat, aan de zuidzijde door bebouwing en de De Boelelaan en aan de westzijde door de Antonio Vivaldistraat. Hieronder is door middel van een rood vlak kavel 4 binnen projectgebied Vivaldi weergegeven.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Figuur 2: Projectgebied Vivaldi met daarbinnen met een rood vlak kavel 4 Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de plangrens zoals deze op de verbeelding is aangegeven.
2.2
Historie van het plangbeid
De ontwikkeling van Zuidas kent een lange geschiedenis. In 1914 tekende Berlage een eerste plan (Plan Zuid) waarin de ruimte voor een zuidelijk stadsuitbreiding werd voorzien. Pas vanaf de jaren '60 kwam de ontwikkeling op gang, met de bouw van de Europahal (1961) en het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit (1964). In 1981 opende de A10 Zuid en werd het gebied beter ontsloten. De ligging nabij Station RAI, Zuid, Schiphol en de A10 maken Zuidas tot een aantrekkelijk gebied voor grootschalige functies. Het Masterplan Zuidas werd in 1988 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit plan markeerde het begin van de grootschalige gebiedsontwikkeling en positioneerde Zuidas als internationale toplocatie voor kantoren, wonen en voorzieningen. Vivaldi – oostelijk deel Het gebied Vivaldi ligt in het oostelijk deel van de Zuidas, ten zuiden van de A10 en ten westen van de Europaboulevard. Het gebied stond lange tijd bekend als Drentepark, genoemd naar de Drentestraat en naar de provincie Drenthe. In 2005 werd de naam officieel gewijzigd in Vivaldi, met onder meer de hernoeming van de straat tot Antonio Vivaldistraat. Het gebied dat het bestemmingsplan Vivaldi beslaat en waarbinnen het plangebied is gelegen, was binnen het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935 bedoeld als sportterrein. Voor de oorlog was het nog in gebruik als volkstuinpark.
Begin jaren zestig kreeg het zijn huidige vorm als bedrijven- en kantorenlocatie.
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 13
Figuur 3: Algemeen Uitbreidingsplan 1935 In het gebied bevond zich het Turmacgebouw, het voormalig hoofdkantoor van de sigarettenfabriek Turmac in Zevenaar. Het gebouw werd ontworpen door Hein Salomonson en is om een binnentuin van Mien Ruys geplaatst. Het Turmacgebouw is gelegen aan de Antonio Vivaldistraat 2-8 en kreeg in 2015 de status van gemeentelijk monument. Het gebouw ligt direct ten zuiden van het plangebied.
Figuur 4: Turmac gebouw jaren '60
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Het gebouw Vivaldi ten oosten van het plangebied werd in 1967/1968 gebouwd als kantoor voor Philips-Duphar (farmaceutische producten) en Phonogram Records (onderdeel van Philips). Het is ontworpen door Peter de Clerq Zubli en Piet Zanstra. Het gebouw is een voorbeeld van een naoorlogs kantoorgebouw.
Figuur 5: Gebouw Vivaldi met ten westen aangrenzend het plangebied dat nu functioneert als parkeerterrein Aan de zuidoostzijde van Vivaldi opende in 1969 het Esso Motor Hotel zijn deuren als een van de eerste grote gebouwen in het gebied. Het gebouw is later overgenomen door hotelketen Holiday Inn. Het hotel is hiermee een van de oudste nog bestaande gebouwen in het Vivaldi-gebied en vormt een herkenningspunt aan de Europaboulevard. Sinds de start van de gebiedsontwikkeling tot op heden wordt Vivaldi gekenmerkt door een mix van hoogstedelijke functies, waaronder kantoren, voorzieningen, hotels en woningen. In 2008 opende Ernst en Young een nieuw hoofdkantoor en in 2018 volgde het Europees Medicijnagentschap (EMA). Het gebouw van EMA heeft de naam Vivaldigebouw gekregen. In 2020 opende Van der Valk een nieuw hotel in Vivaldi.
2.3
Beschrijving van het plangebied
Het plangebied functioneert in zijn huidige vorm als parkeerterrein dat aan alle zijden grotendeels wordt begrensd door bestaande bebouwing met daartussen openbare ruimte. Het parkeerterrein is deels in erfpacht uitgegeven en deels openbaar terrein. Om bebouwing mogelijk te maken zullen de parkeerplaatsen op het terrein worden opgeheven. De infrastructuur rondom de kavel wordt bepaald door de Barbara Strozzilaan, de Antonio Vivaldistraat en de Tommaso Albinonistraat (plangebied grenst aan de oostzijde niet direct aan deze weg). Ontsluiting vindt plaats via de Vivaldistraat of Albinonistraat en daarna via de De Boelelaan. Het voornemen bestaat hier in de toekomst eenrichtingsverkeer in te voeren, waardoor ruimte ontstaat voor een groene inrichting. De ontsluiting vanuit het plangebied zal dan alleen nog via de Vivaldistraat en de De Boelelaan plaatsvinden.
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 15
2.4
Geldend juridisch planologisch kader
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen van rechtswege overgegaan in één omgevingsplan voor de gemeente. Voor de voorheen geldende ruimtelijke regels over dit kavel moet dan ook gekeken worden in het betreffende bestemmingsplan. Het plangebied wordt aan alle zijden begrensd door het plangebied van het tijdelijk omgevingsplan Zuidas-Vivaldi.
Figuur 6: ligging plangebied in relatie tot plangebied Zuidas-Vivaldi. Bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart Met onderhavig plan wordt een wijziging van het omgevingsplan voorbereid volgens de digitale standaard TAM-IMRO (Tijdelijk Alternatieve Maatregel voor Informatie uitwisseling Ruimtelijke Ordening). Het betreft een wijziging die met de oude digitale standaard wordt gemaakt en gepubliceerd. Hiermee wordt het tijdelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) gewijzigd en voor deze gronden omgezet naar een wijziging van het omgevingsplan. Een TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan juridisch, maar de regels worden technisch niet geïntegreerd in het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan is na vaststelling als los onderdeel van het omgevingsplan te raadplegen op Regels op de kaart in het Omgevingsloket. Zo kan dit TAM-omgevingsplan begripsbepalingen en regels bevatten die op de daarin opgenomen regels van toepassing zijn en in aanvulling of afwijking van het omgevingsplan kunnen gelden.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen en deze vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt.
Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transporten mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse metropoolregio is herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Het havengebied van Amsterdam is bijvoorbeeld essentieel voor de omslag naar een niet-fossiele, circulaire economie. Plangebied Met het wijzigen van het omgevingsplan wordt een woontoren mogelijk, met voorzieningen in de plint. Deze woontoren komt op Zuidas, een internationale toplocatie voor wonen en werken. Met de uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de economische aantrekkingskracht van Amsterdam wordt door het bouwen van een woontoren aangesloten bij de NOVI.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
3.1.2
Instructieregels Rijk via Besluit kwaliteit leefomgeving
Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Het Rijk heeft de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Behalve het Rijk stelt ook de provincie Noord-Holland instructieregels in de omgevingsverordening, zie paragraaf 3.2.2. In hoofdstuk 5 van het Bkl staan de instructieregels voor omgevingsplannen per onderwerp. De meeste instructieregels hebben betrekking op omgevingsaspecten en worden in de hiernavolgende hoofdstukken beschreven. Hieronder worden algemene planologische instructieregels beschreven. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Het is terug te vinden in artikel 5.129g van het Bkl. De instructieregel houdt in dat bij het toelaten van een nieuwe stedelijke ontwikkeling er rekening moet worden gehouden met: de behoefte aan die ontwikkeling; en bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied of stedelijk groen in de behoefte te voorzien. Hierbij gaat het om een inhoudelijke sturing op de uit te voeren belangenafweging.
De formulering ‘rekening houden met’ betekent dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft. Andere belangen dan het belang dat gediend wordt met de instructieregel kunnen de doorslag geven. Daarbij is van belang dat het gaat om een afweging van de ontwikkelingsbehoefte met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Zowel kwantitatieve aspecten als ook kwalitatieve aspecten kunnen een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Plangebied Met de wijziging van het omgevingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk. Daarom moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de ontwikkeling. De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied. Uit de Woonagenda 2025 van de gemeente Amsterdam blijkt dat in Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam een (groot) woningtekort is. Er is dus behoefte aan de ontwikkeling van nieuwe woningen. Om een goed woon- en leefklimaat te behouden is het noodzakelijk dat de omgeving van de nieuwe woningen aantrekkelijk worden ingericht. Voorzieningen dragen daaraan bij. De voorzieningen die gebouwd worden in de plint sluiten dus aan bij de woningbouwopgave en daarmee is ook een behoefte aan de voorzieningen. Behoud van ruimte voor toekomstige functies Paragraaf 5.1.6 van het Bkl bevat instructieregels over het behoud van ruimte voor toekomstige functies.
De paragraaf bevat instructieregels met betrekking tot aangewezen reserveringsgebieden. Plangebied Het plangebied ligt buiten een reserveringsgebied. Daarom wordt het behoud van ruimte voor toekomstige functies niet beperkt.
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 19
Locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking In artikel 5.157 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen om voldoende ruimte voor grootschalige elektriciteitsopwekking van ten minste 500 MW door elektriciteitscentrales te waarborgen. Op grond van artikel 5.156 van het Bkl gaat het om locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking met een of meer elektriciteitsproductie-installaties met een gezamenlijk vermogen van ten minste 500 MW en de daarmee verbonden werken en infrastructuur, met uitzondering van kernenergiecentrales en elektriciteitsproductie-installaties die elektriciteit opwekken door windenergie. Plangebied Het plangebied ligt buiten een locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Daarom wordt het gebruik van een installatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking niet beperkt. Waarborging hoogspanningsverbinding Artikel 5.159, eerste lid, van het Bkl bevat een instructieregel over hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 220 kV. Dit artikel bepaalt dat een omgevingsplan het tracé van een hoogspanningsverbinding dient te bevatten op de locaties die op grond van artikel 5.156, derde lid zijn aangewezen als locatie voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV en waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
Plangebied Het plangebied ligt buiten het tracé van een hoogspanningsverbinding. Daarom wordt het gebruik van een hoogspanningsverbinding niet beperkt. Rijksvaarwegen Artikel 5.161 van het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan dat van toepassing is op een rijksvaarweg of een vrijwaringsgebied als bedoeld in artikel 5.160 van het Bkl, rekening moet worden gehouden met het belang van het veilig gebruik van de vaarweg. In gemeente Amsterdam zijn als vrijwaringsgebied aangewezen de vaarwegen en een zone aan weerszijden van het Noordzeekanaal, zijkanaal H, het IJ, en het Amsterdam-Rijnkanaal. Plangebied Het plangebied ligt buiten het vrijwaringsgebied van Rijksvaarwegen. Daarom wordt het gebruik van Rijksvaarwegen niet beperkt. Landelijke fiets- en wandelroutes In artikel 5.161b van het Bkl is een instructieregel opgenomen over landelijke fiets- en wandelroutes. Dit artikel bepaalt dat als een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen die bepaalde landelijke fiets - en wandelroutes kunnen doorsnijden, het belang van de instandhouding van die fiets - en wandelroutes bij de vaststelling van dat omgevingsplan wordt betrokken. Plangebied Het plangebied ligt buiten een landelijke fiets- en wandelroute. Daarom wordt het gebruik van landelijke fiets- en wandelroutes niet beperkt. Gemeente Amsterdam
blz. 20
Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Paragraaf 5.1.8 van het Bkl bevat instructieregels over het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Artikel 5.162 van het besluit bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in het omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. De instructieregel brengt mee dat bestuursorganen als zij nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken het belang van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een beperking moeten afwegen tegen de overige betrokken belangen. De tekst van artikel 5.162 brengt tot uitdrukking dat gemeenten met inachtneming van, vaak al bestaand, beleid het belang van toegankelijkheid kan meewegen met het oog op een gelijkwaardige wijze van gebruikmaking van de openbare ruimte door eenieder. Plangebied In Amsterdam wordt de openbare ruimte ingericht volgens de ‘Puccini-methode’. Daarmee vormt het straatbeeld in Amsterdam één geheel. De Puccini-methode richt zich onder andere op het toegankelijk maken en houden van de openbare ruimte.
Om de openbare ruimte op een toegankelijke manier in te richten is de ‘Checklist Toegankelijkheid’ binnen Amsterdam geldig. Deze checklist is een overzicht van inrichtingsprincipes en maatvoeringen die samengenomen duidelijk maken hoe een toegankelijke openbare ruimte er idealiter uitziet. Dat betekent niet dat altijd aan alle eisen kan worden voldaan. Het betekent wel dat wanneer niet aan de in deze checklist opgenomen eisen wordt voldaan, duidelijk kan worden gemaakt waarom niet. En dat dit ook aan de doelgroep welke het meeste belang heeft bij een toegankelijke openbare ruimte wordt uitgelegd. De openbare ruimte in en rondom het plangebied zal ook ingericht worden volgens de Puccini-methode en de Checklist Toegankelijkheid. Daarmee is de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen voldoende geborgd en wordt voldaan aan deze instructieregel.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland
Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. Doel en hoofdambitie Klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling, verminderde biodiversiteit. Het is een greep uit de vele grote onderwerpen waar opgaven in schuil gaan. De Omgevingsvisie geeft koers hoe de provincie Noord-Holland met deze onderwerpen moeten omgaan richting de toekomst. Daarin hanteert de Omgevingsvisie het uitgangspunt om in samenhang te kijken naar de opties. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Ambitie in relatie tot (metropool) Amsterdam De provinciale visie ten aanzien van Amsterdam en de metropool rond Amsterdam is opgenomen in de
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 21
Omgevingsvisie. De metropool rond Amsterdam is een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoog stedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snelgroeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van concentraties van economische functies. Grote aantallen arbeidsplaatsen concentreren zich op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij horende mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. Plangebied Uit de Omgevingsvisie NH2050 blijkt dat specifiek in Amsterdam het wenselijk is om nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. Deze ontwikkeling sluit daar perfect bij aan. De woontoren wordt geplaatst op Zuidas, een internationale toplocatie voor wonen en werken. De woon-werkafstanden kunnen daarmee sterk worden verkleind.
Bovendien zorgen de voorzieningen in de plint voor een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. 3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Holland 2022
Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De provincie Noord-Holland wil met de Omgevingsverordening NH2022 ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht wordt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn vertaald naar regels die verankerd zijn in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Instructieregels Provincie via Omgevingsverordening De Omgevingsverordening bevat instructieregels die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan Provinciale Staten, zoals gemeenten. Afdeling 6.2 bevat de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen. Deze instructieregels gelden ook als beoordelingsregels voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er zijn onder andere instructieregels opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, woningbouw, detailhandel, duurzame energie, beschermd landelijk gebied en cultureel erfgoed.
Plangebied Voor deze wijziging van het omgevingsplan wordt hieronder ingegaan op de relevante aspecten uit de Omgevingsverordening NH2022. Op grond van artikel 6.13 van de Omgevingsverordening moet een stedelijke functie in overeenstemming zijn met de in de regio gemaakte afspraken. In paragraaf 3.3 wordt uitgelegd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de in de regio gemaakte afspraken. Op grond van artikel 6.75 moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met klimaatadaptatie. In Hoofdstuk 17 wordt hier uitvoerig bij stilgestaan en wordt ook ingegaan op de uitvoering van deze instructieregel. De ontwikkeling houdt rekening met klimaatadaptatie.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening NH2022.
3.3
Regionaal beleid - Metropoolregio
De Metropoolregio Amsterdam is het samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 30 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De 30 gemeenten vormen 7 deelregio’s; de gemeente Amsterdam is op zichzelf een deelregio. De gemeenteraden en Provinciale Staten van de MRA-deelnemers worden door de eigen colleges geïnformeerd en betrokken bij de activiteiten van de samenwerking. Daarmee treedt de MRA-samenwerking niet in de formele relatie tussen volksvertegenwoordigers en bestuurders. De bestuurders van de colleges zijn op tal van terreinen actief binnen hun provincie of eigen deelregio. Op MRA-schaal werken wethouders namens hun deelregio binnen de drie inhoudelijke MRA-platforms Economie, Ruimte en Mobiliteit aan de uitvoering van de MRA Agenda. Door de aanpak van onderwerpen op het niveau van de deelregio’s in combinatie te brengen met afstemming op het niveau van de MRA wordt de MRA Agenda uitgevoerd. MRA agenda 2025-2028 Deze agenda is de inhoudelijke basis van de samenwerking in de regio. De agenda gaat uit van acht ambities. Deze zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Klimaatneutrale en circulaire regio in 2050 Versterken concurrentie- en innovatiekracht Terugdringen tekorten op de arbeidsmarkt Voldoende toekomstbestendige werklocaties Voldoende betaalbare en bereikbare woningen Kwaliteit landschap en cultuurhistorie behouden en versterken Toerisme draagt bij aan leefkwaliteit leefomgeving Duurzaam en betaalbaar vervoer
In het MRA-Verstedelijkingsconcept is uitvoerig beschreven dat een toevoeging van woningen en voorzieningen noodzakelijk is in de Metropoolregio Amsterdam, en dat ingezet wordt op de verdere ontwikkeling van Zuidas. De ontwikkeling is dus in overeenstemming de in de regio gemaakte afspraken. 3.3.1
Plabeka
Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) richt zich op het reduceren van de structurele leegstand van werklocaties in de MRA. Op 23 juni 2017 heeft het Platform Economie de Uitvoeringsstrategie 3.0 vastgesteld: 'Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030'(Uitvoeringsstrategie). In 2019 is een lichte actualisatie uitgevoerd: 'Actualisatie light – Naar een Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.1'. Hoofddoel in de Uitvoeringsstrategie is voldoende en kwalitatief passend aanbod van werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam, om bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat. In het plangebied worden geen kantoren of bedrijven mogelijk gemaakt. Het Plabeka is daarmee niet relevant.
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 23
3.4
Gemeentelijk beleid - stedelijke kaders
3.4.1
Omgevingsvisie 2050
Van Structuurvisie Amsterdam 2040 naar Omgevingsvisie Amsterdam 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is samen met het OER op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040. Met vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 door de gemeenteraad is de Structuurvisie Amsterdam 2040 vervangen. Hierop zijn twee uitzonderingen, de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. Op 17 juli 2024 is het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 vastgesteld door de gemeenteraad wat het Hoogbouwbeleid uit 2011 vervangt. De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: richting geven aan groei; versnellen van transities; ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten. In sommige paragrafen wordt derhalve nog verwezen naar de Structuurvisie Amsterdam 2040. Op een aantal punten formuleert de omgevingsvisie een aangepaste ruimtelijke koers.
Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de stad en op herstel en vernieuwing van de economie. Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische groei is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten. Maar Amsterdam wil ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. Groei een plek geven in de stad is daarmee ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op is gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad te worden met meer stedelijke centra. Ook in de regio willen we de kernen meer stedelijke kwaliteit geven. Groeien binnen grenzen: duurzame, compacte stedelijke ontwikkeling en intensief ruimtegebruik. Daarmee maken we sociaal sterke buurten, met veel ruimte voor ondernemerschap en beperken we de ecologische voetafdruk van de stad.
Duurzaam en gezond bewegen: in een compacte stad staan ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte voorop. In de hele stad krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer ruim baan. Rigoureus vergroenen: nieuwe parken en meer groen in de openbare ruimte en op en aan gebouwen houdt de stad klimaatbestendig en leefbaar voor mens, dier en plant. Samen stadmaken: meer mogelijkheden voor maatschappelijk initiatief. Samen met Amsterdammers, corporaties en private partijen bouwen we aan de stad. Daarbij maken we meer ruimte voor experimenten en verantwoordelijk en eigenaarschap voor onze inwoners. De ontwikkeling van de woontoren die met deze wijziging van het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt draagt bij aan het groeien binnen de grenzen. De woontoren zorgt voor een compacte
Gemeente Amsterdam
blz. 24
stedelijke ontwikkeling door Zuidas verder te verdichten. Daardoor kan optimaal gebruik worden gemaakt van de huidige infrastructuur en voorzieningen die aanwezig zijn op Zuidas. De toevoeging van woningen en voorzieningen zorgen ervoor dat het deelgebied Vivaldi verder versterkt wordt. 3.4.2
Horecabeleid 2025
Horeca hoort bij Amsterdam. Maar door de toenemende drukte moeten ondernemers, bewoners en bezoekers ook steeds meer rekening houden met elkaar. En dat wringt soms. Daarom heeft de gemeenteraad op 15 mei 2025 nieuw horecabeleid vastgesteld. In het nieuwe horecabeleid zijn de regels met betrekking tot horeca voor de hele stad gelijkgetrokken. Daarvoor is onder andere een nieuwe indeling van horecacategorieën opgesteld. De nieuwe indeling is gebaseerd op de daadwerkelijk uitgevoerde horeca-activiteiten die invloed hebben op de omgeving. Het nieuwe horecabeleid bevat daarnaast regels over openingstijden en terrassen. Per zwaartecategorie wordt met regels bepaald welke horeca-activiteiten er mogen plaatsvinden. De regels uit het nieuwe horecabeleid zijn verwerkt in het TAM-omgevingsplan. Een wijziging van het omgevingsplan die een horecafunctie mogelijk maakt is in overeenstemming met deze nieuwe regels uit het horecabeleid. Op kavel 4 wordt horeca in de categorieën lichte en reguliere horeca toegestaan. De regels uit het horecabeleid zijn van toepassing op deze functie. Daarmee is deze functie op deze locatie in overeenstemming met het horecabeleid. Relatie met de APV Horeca wordt behalve door het omgevingsplan ook door andere wettelijke regelingen gereguleerd. Zo bevat ook de Algemene Plaatselijke Verordening van Amsterdam (hierna: de APV) regels met betrekking tot horeca.
De regels in de APV hebben een ander oogmerk, een ander doel. De regels in de APV zijn gesteld met het oog op openbare orde en veiligheid. In de APV staat onder andere de verplichting dat een horecabedrijf een exploitatievergunning moet hebben. Bij de beoordeling van een aanvraag om exploitatievergunning is ruimte voor afwegingen die te maken hebben met de exploitant, zoals de financiering, het levensgedrag en de bedrijfsvoering, en ook een toets op de gevolgen voor het woon- en leefklimaat vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid. Daarnaast blijft de Bibob bij exploitatievergunningen van toepassing. In het omgevingsplan worden onder meer regels gesteld die moeten zorgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wat betreft horeca gaat het daarbij om regulering van de effecten van horeca op de fysieke leefomgeving, zoals bijvoorbeeld geluidshinder, geurhinder, beperking van de toegankelijkheid van de openbare ruimte door een terras en publiek aantrekkende werking. Hoewel een harde grens tussen de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, openbare orde en veiligheid niet altijd is te trekken, voorziet het Horecabeleid 2025 in een betere afstemming tussen beide regelingen. Regels die betrekking hebben op het voorkomen van onaanvaardbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden opgenomen in het omgevingsplan.
De regels in de APV blijven beperkt tot regels die betrekking hebben op openbare orde en veiligheid. Als uitgangspunt is gehanteerd dat regels die betrekking hebben op het tegengaan van overlast door (wan)gedrag van de exploitant of de individuele bezoeker thuishoren in de APV. Deze overlast wordt dan immers niet veroorzaakt door de horeca-activiteit als zodanig, maar door het gedrag van individuen. Activiteiten die direct verband houden met de uitoefening van horeca zelf, ongeacht het (wan)gedrag van de exploitant of de individuele bezoeker, en die gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, worden gereguleerd in het omgevingsplan. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om geluidsoverlast vanwege gewoon stemgeluid bij een gewoon gebruik van een terras, of vanwege een
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 25
geluidsinstallatie, dan gaat het om gevolgen vanwege de horeca-activiteit als zodanig, ongeacht wie de horecaonderneming exploiteert, en ongeacht wie er op het terras zitten. De gevolgen op de fysieke leefomgeving zijn het gevolg van bedoelde activiteiten: het terras is bedoeld, en op een terras wordt gepraat; een café heeft een geluidsinstallatie, en daarop wordt muziek afgespeeld. Het omgevingsplan beoogt de gevolgen van die bedoelde activiteiten te reguleren en onaanvaardbare overlast op de fysieke leefomgeving te voorkomen, bijvoorbeeld door regulering van sluitingstijden of omvang voor terrassen. Op een aantal onderdelen betekent dit dat regels over onderwerpen die voorheen alleen in de APV werden gesteld, ook in het omgevingsplan worden gesteld. Zo bevatte de APV regels over openingstijden en bestemmingsplannen veelal juist niet, terwijl openingstijden van horeca mede bepalend zijn voor de mate van overlast die horeca kan geven op de fysieke leefomgeving. Om die reden bevat het omgevingsplan regels over openingstijden. De in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over openingstijden bieden het buitenste kader. Binnen die regels is sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Het kan echter voorkomen dat in een specifiek geval feiten op het gebied van openbare orde en veiligheid vragen om een beperking van die openingstijden.
De APV biedt voor die gevallen de mogelijkheid dat de burgemeester beperkingen kan opleggen met het oog op openbare orde en veiligheid. Op deze wijze bevat het TAM-omgevingsplan de randvoorwaarden waarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd. Met het oog op openbare orde en veiligheid kunnen daaraan vanuit de APV verdere beperkingen worden gesteld. Dat betekent dat op grond van het TAM-omgevingsplan een bepaalde activiteit binnen bepaalde regels kan zijn toegestaan, maar dat op grond van de APV nog wel aanvullende beperkingen gelden. Het is onwenselijk dat een exploitatievergunning wordt verleend voor activiteiten die op grond van het TAM-omgevingsplan niet zijn toegestaan. Om te voorkomen dat de exploitatievergunning meer toestaat dan dat het TAM-omgevingsplan toelaat, wordt er in de APV in voorzien dat de exploitatievergunning geweigerd moet worden bij strijd met het TAM-omgevingsplan. Om te kunnen beoordelen of sprake is van strijd met het TAM-omgevingsplan wordt de aanvrager verzocht bij de aanvraag om een exploitatievergunning die informatie in te dienen die deze beoordeling mogelijk maakt. Zo zal moeten worden aangegeven wat de activiteiten zijn die gaan plaatsvinden, en wat de openingstijden zijn. Die voorgenomen activiteiten en openingstijden zijn daarmee onderdeel van de aanvraag en worden daarmee bij vergunningverlening ook onderdeel van de vergunning.
Om het proces van toezicht en handhaving te vereenvoudigen, zal deze informatie als bijlage aan de exploitatievergunning worden toegevoegd. Daarmee heeft de vergunninghouder, maar ook de handhaver, overzichtelijk bij elkaar de voorwaarden uit de verschillende regelingen waaraan de vergunninghouder zich dient te houden.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
3.4.2.1 Gebruiksdoel reguliere horeca In artikel 8 Horeca wordt bepaald waar reguliere horeca is toegestaan, en welke regels daarop van toepassing zijn. Reguliere horeca wordt gedefinieerd als een horecazaak gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en/of al dan niet alcoholische dranken voor directe consumptie in de horecazaak. Voorbeelden van reguliere horeca zijn een brasserie, bistro of restaurant. Op een locatie met gebruiksdoel: reguliere horeca is ook lichte horeca toegestaan. Aanvullend aan wat mag bij lichte horeca is op locaties voor reguliere horeca ook het schenken van alcoholhoudende dranken toegestaan. Net als bij lichte horeca, is het verstrekken van eten voor consumptie in de directe omgeving van het horecabedrijf in beginsel niet toegestaan, omdat dit een aparte bezoekersstroom aantrekt. Voor zover er geen voorbereidingshandelingen nodig zijn, mogen kleine etenswaren meegegeven worden om te consumeren in de directe omgeving van het horecabedrijf. Het meegeven van een bereide maaltijd, die de consument thuis verwarmt en opeet, mag wel. Binnen het besluitgebied van het TAM-omgevingsplan is een aanduiding opgenomen waarmee het binnen kaders wordt toegestaan om niet verwarmde etenswaren in de directe omgeving van het horecabedrijf te consumeren.
Een nadere toelichting is hierna opgenomen onder de artikelsgewijze toelichting bij artikel 8 Horeca. 3.4.2.2 Additionele horeca Ook op locaties die niet met een gebruiksdoel voor horeca zijn aangewezen, kan horeca van toegevoegde waarde zijn. Gedacht kan worden aan een museum waar ook geluncht kan worden, een buurthuis waar koffie of thee wordt geserveerd, of een voetbalkantine waar het nodige is te krijgen. De hoofdfunctie is dan een andere dan horeca. De horeca-activiteiten die dan plaatsvinden worden additionele horeca genoemd. De exploitant van een additioneel horecabedrijf kan een 'commerciële' ondernemer zijn, zoals een BV. Het kenmerkende van additionele horeca zit dus in de omvang (ondergeschikt aan een andere hoofdfunctie), niet in de aard van de ondernemer die de horeca ontplooit. Hierbij geldt dat er horeca mogelijk is, maar nooit de boventoon mag voeren. Dan is het namelijk zelfstandig, en niet meer ondergeschikt, wat andere effecten op de omgeving heeft. Voorkomen moet worden dat de horeca zelfstandige bezoekersstromen trekt. Als de horeca-activiteiten een zelfstandige bezoekersstroom trekken is er geen sprake meer van additionele maar van zelfstandige horeca. Dit komt tot uitdrukking in de begripsbepalingen in het TAM-omgevingsplan.
Daarin is bepaald dat onder additionele horeca wordt verstaan 'al dan niet zelfstandig geëxploiteerde horeca-activiteit, die ondergeschikt en ondersteunend is aan een andere hoofdactiviteit dan horeca, en die geen zelfstandige bezoekersstromen trekt.' De horeca dient dus ondergeschikt en ondersteunend te zijn aan de hoofdfunctie van de locatie en trekt geen zelfstandige bezoekersstromen. Daarbij is het schenken van alcohol ter plaatse toegestaan, mits dit past binnen de kaders van de Alcoholwet. Het horeca-deel mag niet langer open zijn dan een uur voor tot een uur na de sluitingstijd van de hoofdfunctie. En het horeca-deel is niet zelfstandig, zonder een bezoek aan de hoofdfunctie, toegankelijk. Het ondergeschikte karakter komt ook tot uitdrukking in de maximale oppervlakte-eis (20% van de publiek toegankelijke ruimte). Dit ondergeschikte karakter betekent ook dat een terras of gevelbank niet is toegestaan. Overigens is het goed denkbaar dat hiervan in voorkomende gevallen locatiegericht van wordt afgeweken. Dat kan door, mocht dat nodig zijn, op enig moment aanvullende regels toe te voegen. Als het horecadeel stopt, blijft de andere hoofdactiviteit dan een horecazaak, bestaan. Als de hoofdfunctie stopt, dan stopt ook de horeca. Deze vorm van horeca wordt additionele horeca genoemd. De regels over additionele horeca zijn opgenomen in artikel 11.5.
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 27
3.4.2.3 Horecaterrassen Op terrassen kunnen bezoekers elkaar buiten ontmoeten. Terrassen zorgen voor een levendig straatbeeld en kunnen bijdragen aan de sociale controle. Horecabedrijven vallen op door hun terras en ondernemers maken extra omzet. Terrassen zijn dus belangrijk voor de stad, haar bewoners, ondernemers en bezoekers. Maar deze positieve effecten van terrassen hebben ook een keerzijde. Een terras beïnvloedt de omgeving meer dan een horecabedrijf binnen. Het geluid en de geur afkomstig van het terras en het komen en gaan van de terrasbezoekers, is voor omwonenden meestal goed merkbaar. Daarom worden er regels gesteld voor terrassen. Het horecabeleid voorziet in een getrapte toestemming voor horecaterrassen. Eerst worden met de regels in het omgevingsplan locaties aangewezen waar een horecaterras kan worden toegelaten. Het kan gaan om een specifieke locatie of een groter gebied. Bij het aanwijzen van een locatie moet wel worden aangetoond dat die locatie in beginsel geschikt is voor het toelaten van een terras. Dat kan met een ruimtelijke toets op hoofdlijnen. In paragraaf 7.2 wordt een toelichting gegeven op de uitkomsten van het geluidonderzoek bij een horecaterras binnen het besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan. Voor een concreet initiatief is vervolgens een omgevingsvergunning nodig.
Daarbij wordt gekeken naar de specifieke gevolgen van het concrete initiatief en de aanvaardbaarheid daarvan. Daarnaast geldt er een aantal algemene regels die op het exploiteren van een horecaterras van toepassing zijn. Al deze regels zijn opgenomen in artikel 11. Waarom een vergunningplicht Bij het toestaan van een bepaalde functie op een bepaalde locatie, moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van effecten van de betreffende functie op de omgeving, maar ook naar de effecten vanuit de omgeving op de betreffende functie. Daarbij kunnen, waar nodig, regels worden gesteld ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen. Dat geldt ook voor het toestaan van een horecaterras. Een van de aspecten die daarbij in elk geval moeten worden betrokken, betreft stemgeluid. Stem- geluid vanwege een horecaterras kan voor omwonenden een bron van overlast zijn. Artikel 5.59, eerste lid, Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat in een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Het tweede lid bepaalt dat een omgevingsplan erin voorziet dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Dit betekent dat de aanvaardbaarheid van ook het stemgeluid op een horecaterras beoordeeld moet worden.
Het onderzoek dat is verricht voor het besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan maakt een inschatting van de mogelijke geluidniveaus die ter plaatse kunnen optreden door aanwezige functies in de omgeving (paragraaf 7.2), En dat, als dat nodig is, voorwaarden moeten worden gesteld om de aanvaardbaarheid te borgen. Er is echter geen wettelijke norm voor stemgeluid, en die mag op grond van artikel 5.73 Bkl ook niet worden opgenomen in het omgevingsplan. De reden is dat een getalsmatige normering van stemgeluid in de praktijk slecht toepasbaar en handhaafbaar is gebleken (Staatsblad 2018 292, p. 724). Er mag dus geen algemene regel met een geluidsnorm waaraan voldaan moet worden in het omgevingsplan worden opgenomen. Tegelijk moet dus wel de aanvaardbaarheid van ook het stemgeluid op een terras vooraf beoordeeld worden. En als dat nodig is, moeten voorwaarden worden gesteld om de aanvaardbaarheid te borgen. Daarbij kan worden gedacht aan het stellen van tijdvakken waarin bepaalde activiteiten mogen plaatsvinden of door afstanden vast te stellen tussen de activiteit en de geluidgevoelige gebouwen (Staatsblad 2018 292, 714). Relatie met de APV Gemeente Amsterdam
blz. 28
Horecaterrassen worden ook geregeld op grond van de APV. Dat was zo, en dat blijft zo. Dat betekent dat het exploiteren van een terras alleen is toegestaan, wanneer daarvoor ook een exploitatievergunning is afgegeven. Het kan zijn dat aanvullende beperkingen nodig zijn vanwege openbare orde en veiligheidsaspecten. Als dat het geval is, dan kan de burgemeester dat doen. De APV blijft dat mogelijk maken. 3.4.2.4 Openingstijden Het horecabeleid bevat een kader voor opname van regels over openingstijden in het omgevingsplan. Het reguleren van openingstijden voor horeca in het omgevingsplan is een wijziging ten opzichte van de wijze waarop openingstijden van horeca voorheen werden gereguleerd. Openingstijden werden niet in bestemmingsplannen, maar in de APV en op grond daarvan te verlenen exploitatievergunningen geregeld. Daarmee werden openingstijden ook niet betrokken bij het bepalen welke horeca op een locatie mogelijk is. Terwijl openingstijden van horeca wel van invloed kunnen zijn op de mate van overlast die door omwonenden kan worden ervaren. Want hoe langer horeca open is, hoe langer er reuring is in de omgeving. Daarom is er voor gekozen in het omgevingsplan te sturen op openingstijden voor horeca. Regels over openingstijden worden gekoppeld aan de zwaartecategorieën die op een locatie zijn toegestaan.
De nieuwe standaard sluitingstijden van horeca in Amsterdam lopen uiteen van 22:00 uur voor de lichtste horeca, tot 05:00 uur in het weekend voor de zwaarste horeca-categorie. Door de week is laatste sluitingstijd 04:00 uur. Door verschillende eindtijden per zwaartecategorie vertrekken de bezoekers gespreid. Ook ontheffingsmogelijkheden dragen bij aan het gespreid vertrek van bezoekers.
Zwaartecategorie horeca
Maximale standaard openingstijden
Lichte horeca
06:00 - 22:00
Reguliere horeca /reguliere horeca fastfood
Zo/do 07:00 - 01:00 Vr/za 07:00 - 02:00
Middelzware horeca
Zo/do 07:00 - 01:00 Vr/za 07:00 - 03:00
Zware horeca
Zo/do 09:00 - 04:00 Vr/za 09:00 - 05:00
Afwijk- en ontheffingsmogelijkheden per zwaartecategorie Het horecabeleid voorziet erin dat er afwijk- en ontheffingsmogelijkheden komen. De afwijkmogelijkheden hebben betrekking op een bepaald aantal keer per jaar dat uiterste sluitingstijden mogen worden overschreden. Voor locaties met een gebruiksdoel lichte of reguliere horeca is dat vijf keer per jaar, voor locaties met een gebruiksdoel middelzware of zware horeca is dat twaalf keer per jaar. Het beperken van openingstijden
bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22L Zuidas-Vivaldi kavel 4 (vastgesteld)
blz. 29
In het TAM-omgevingsplan worden de maximale openingstijden opgenomen. Het is mogelijk dat op een locatie bepaalde horeca-activiteiten kunnen worden toegestaan, maar alleen wanneer de openingstijden beperkt worden. Als het nodig is om onaanvaardbare overlast voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan, kan de openingstijd van een horecazaak met een maatwerkvoorschrift beperkt worden. 3.4.3
Kantorenplan 2019-2026
In het Coalitieakkoord Amsterdam 2018 stond een nieuwe kantorenstrategie genoemd, waarmee het bestuur inzet op meer, sneller en toekomstbestendige kantoren. Door in te zetten op meer kantoorontwikkelingen wordt met het kantorenplan 2019-2026 aan dit coalitieakkoord invulling gegeven. Het doel van het nieuwe kantorenplan is een toekomstbestendige en gezonde kantorenmarkt met kwalitatieve woon-werkmilieus. De volgende uitgangspunten zijn in het plan opgenomen: meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; realiseren van gemengde woon- en werkmilieus. In het plangebied worden geen kantoren mogelijk gemaakt. Rondom het plangebied zijn al een hoop kantoren aanwezig. Het doel is een meer gemengd woon- en werkmilieu te creëren. De komst van woningen en een plint met verschillende voorzieningen draagt daaraan bij. Binnen deze kavel worden daarom geen kantoren toegestaan. 3.4.4
Woonagenda 2025 (2017)
Voor welke uitdagingen staat Amsterdam tot 2025 op het terrein van wonen? De Woonagenda 2025 geeft hier antwoord op. De Woonagenda 2025 is een kaderstellend, richtinggevend en praktisch document voor het woonbeleid tot 2025. Op 19 juli 2017 is de Woonagenda 2025 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de Woonagenda staat beschreven hoe het Amsterdamse college wil blijven investeren in een stad waar voldoende woningen zijn voor alle Amsterdammers, de woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en betaalbaar voor de Amsterdammers die erin wonen of gaan wonen. De Woonagenda zet in op voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025 en brengt in kaart waar de huidige woningmarkt te kort schiet, wat er nu reeds aan gedaan wordt en welke aanvullende acties nodig zijn. Er zijn 25 acties geformuleerd. Voor het uitgangspunt 'voldoende woningen' is de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. De meest in het oog springende actie is het nieuwe stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering: 40% gereguleerde huur (sociale huur), 40% middeldure huur en koop en 20% dure huur en koop. Er zijn spelregels opgesteld om de programmering van 40-40-20 op een goede wijze toe te passen in projecten.
Als de woningvoorraad hierdoor beter aansluit bij de woningbehoefte, is het belangrijk dat deze woningen ook bewoond worden door de huishoudens die hierop zijn aangewezen. De ontwikkeling sluit niet aan bij het beleidsuitgangspunt van 40-40-20. Van het woningbouwprogramma wordt 35% in het betaalbare segment gerealiseerd. Het uitgangspunt voor deze locatie is circa 35% van het aantal woningen dat gebouwd gaat worden als middensegment huurwoningen of goedkope en middeldure koopwoningen te realiseren. Over de precieze invulling daarvan worden nog nadere privaatrechtelijke afspraken gemaakt.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
3.4.5
Groenvisie 2020-2050
De Groenvisie 2020-2050 is op 21 december 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Groen is essentieel voor sociaal welzijn, recreatie, klimaatadaptatie (voorkomen hittestress, wateropvang), gezondheid en biodiversiteit. Door de opgave om de stad te verdichten met nieuwe woningbouw, en de opgaves rondom energie en mobiliteit, wordt het drukker in de open ruimte. Tegelijk groeit de behoefte om dichtbij de woning gebruik te maken van een prettige groene ruimte. Gezien het belang van groen, mogen de stedelijke opgaven niet ten koste gaan van de groene ruimte en de kwaliteit daarvan. Waar mogelijk, wordt meer groen gemaakt en het bestaande groen beter benut. Het groen draagt aan zoveel mogelijk opgaven bij. Een groennorm geeft aan hoeveel groen er minimaal in een stad of buurt moet zijn, voor een leefbare omgeving. In 2018 zijn voor het eerst groennormen opgesteld als onderdeel van de “Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen”. Deze worden gebruikt bij nieuwe stedenbouwkundige plannen en daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruiksgroen en ecosysteem groen. Op die manier worden nieuwe buurten vanaf de aanleg ingericht op basis van de groennorm. De groennorm geldt echter ook voor bestaande buurten.
Op basis van de groennorm wordt het beleid voor nieuw en/of beter groen in de bestaande stad gerealiseerd. De natuur moet een volwaardige plek hebben in de stad. Gestreefd wordt naar een optimale lokale biodiversiteit en natuurwaarden door het natuurinclusief bouwen, ontwerpen, inrichten en beheren van de openbare en private buitenruimten. De hoofdpunten van de Groenvisie zijn kort samengevat: Groene routes van voordeur tot landschap: In 10 minuten wandel je naar het park, in 15 minuten fiets je naar het landschap; Groen tenzij: Waar het kan vervangen we verharding door groen voor een prettige, gezonde en natuurlijke leefomgeving met ruimte; Gezonde straat- en pleinbomen: We planten bomen die groot en oud kunnen worden; Openbaar en toegankelijk groen: Volkstuinparken, sportparken en schooltuinen worden toegankelijker voor meer mensen; Samenwerken: Het aanleggen en beheren van groen doen we samen met bewoners, organisaties en bedrijven; Meer biodiversiteit: Door natuurinclusief te bouwen, te ontwerpen, in te richten en te beheren; Parkconciërges: In elk park is een parkconciërge, aanspreekbaar voor vragen van bewoners en bezoekers; Groen is gevarieerd: In het groen is voor ieder wat wils.