CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2026-115D Bijlagen Toelichting TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (VN2026-005680)26.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente X Amsterdam

BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTER_DAM VAN 2. 4;/ i s > 26 , NR. 11 DE RAADSGRIFFIER,

x

Bestemmingsplan TAMOmgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.BP2413OP-VG01

Datum print

30 April 2026

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

MER Haven-Stad (Hoofdrapport)

7

Bijlage 2

MER Haven-Stad (bijlagen)

219

Bijlage 3

Onderbouwing Hoogbouwbeleid

1213

Bijlage 4

Onderbouwing parkeren

1221

Bijlage 5

Akoestischonderzoek

1225

Bijlage 6

Onderzoek trillingen

1453

Bijlage 7

Onderzoek externe veiligheid

1473

Bijlage 8

Bodemonderzoek

1507

Bijlage 9

Watertoets

1615

Bijlage 10

Onderzoek stikstofdepositie

1637

Bijlage 11

Quickscan Flora en fauna

1687

Bijlage 12

Rapport Windhinder

1721

Bijlage 13

Bezonningsstudie

1745

Bijlage 14

Notitie Duurzaamheid en klimaatadaptatie

1783

Bijlage 15

Participatieverslag

1795

Bijlage 16

Besluit hogere geluidwaarden industrie

1809

Bijlage 17

Pdf van verbeelding

1817

Bijlage 18

Nota van beantwoording zienswijzen

1819

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

MER Haven-Stad (Hoofdrapport)

Gemeente Amsterdam

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Projectleider:

drs. K.J.A. (Klaas-Jan) Dolman Ruimte en Duurzaamheid

Opgesteld door:

Antea Group drs. T. (Tim) Artz drs. H.W. (Hester) Lindeboom

Contact:

havenstad@amsterdam.nl

Versie:

oktober 2017

Informatie Website

https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/haven-stad/

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Vooraf Omvangrijke transformatieopgave Haven-Stad vormt een ambitieus programma van de gemeente Amsterdam voor de geleidelijke transformatie van het overgangsgebied tussen haven en stad binnen de Ring A10 tot hoogstedelijk gemengd gebied. In omvang is Haven-Stad de grootste transformatieopgave van Nederland. In Haven-Stad kan een belangrijke bijdrage aan de woningbehoefte van Amsterdam worden geleverd.

Een nieuw type MER Bij de transformatieopgave voor Haven-Stad past een flexibel MER dat duidelijke kaders biedt voor de ontwikkeling. Daarom zijn de deelgebieden van Haven-Stad, die als eerste worden ontwikkeld, aangewezen in het kader van de Crisis- en herstelwet. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om vooruitlopend op de Omgevingswet met nieuw instrumentarium te kunnen werken, dat ruimte biedt voor flexibiliteit, mogelijkheden biedt voor borging van een gezonde en veilige leefomgeving en initiatiefnemers uitnodigt om passende ontwikkelingen te realiseren.

Leeswijzer Het MER start met de samenvatting, waarin het doel, de methodiek en de uitkomsten van het MER op hoofdlijnen zijn beschreven. Hoofdstuk 1 betreft de inleiding. In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het gebied Haven-Stad nader beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader voor Haven-Stad. De ambities voor Haven-Stad en de fasering van de ontwikkeling van Haven-Stad komen aan bod in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de methodiek, alternatieven en thema’s in het MER. In hoofdstuk 6 wordt per thema ingegaan op de huidige situatie en referentiesituatie. Dit is een opmaat voor de hoofdkeuzes voor het behalen van de ambities die in hoofdstuk 7 inzichtelijk worden gemaakt. In hoofdstuk 8 volgen de effecten per thema voor de vijf ontwikkelfases. In hoofdstuk 9 wordt het spelregelkader per thema behandeld, dat uiteindelijk een plek krijgt in de diverse ruimtelijke plannen. Tot slot wordt in hoofdstuk 10 ingegaan op monitoring gedurende de transformatie en de leemtes in kennis.

3

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Inhoud Vooraf

3

Omvangrijke transformatieopgave Een nieuw type MER Leeswijzer

3 3 3

Samenvatting

7

Transformatieopgave voor Haven-Stad Een MER op maat Leefomgevingsfoto huidige situatie Dashboards Hoofdkeuzes voor transformatie Haven-Stad Spelregelkader Een levend MER: monitoring

7 8 9 9 9 10 11

1

Inleiding

13

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Grote woningbouwopgave voor de stad Een uitdagende transformatie Haven-Stad als nieuw hoogstedelijk gemengd gebied Voorsorteren op nieuwe Omgevingswet Een MER passend bij Haven-Stad

13 13 14 16 17

2

Haven-Stad in vogelvlucht

21

2.1 2.2 2.3

Ligging plangebied Ontstaansgeschiedenis Beschrijving deelgebieden

21 22 23

3

Beleidskader voor Haven-Stad

28

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Visie Noordzeekanaalgebied 2040 Structuurvisie Amsterdam 2040 Transformatiestrategie Haven-Stad Koers 2025 – Ruimte voor de Stad Ruimte voor de Economie van Morgen Mobiliteitsaanpak Amsterdam Uitvoeringsagenda Mobiliteit Agenda Duurzaamheid Agenda Groen Watervisie Amsterdam 2040

28 28 29 30 31 32 32 33 34 35

4

Ambities en fasering Haven-Stad

36

4.1 4.2

Ambities voor ontwikkeling Haven-Stad Sturingsprincipe gemeente

36 36 4

Milieueffectrapportage Haven-Stad

4.3 4.4 4.5

Transformatie tot hoogstedelijk gemengd gebied Fasering van Haven-Stad Beschrijving ontwikkelingen per fase en deelgebied

38 44 46

5

Methodiek, alternatieven en thema’s

51

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Inleiding Methodiek van dit MER Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Detailniveau van onderzoek Vier thema’s die in het MER centraal staan Plangebied en studiegebied

51 51 54 54 55 56

6

Huidige situatie en referentiesituatie

57

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Verschil tussen huidige situatie en referentiesituatie Raakvlakprojecten Mobiliteit en infrastructuur Gezonde leefomgeving Duurzame inrichting Economie en bedrijvigheid Thema’s waarvoor keuzes nodig zijn

57 57 61 68 90 108 111

7

Hoofdkeuzes voor het behalen van de ambities

114

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Keuzes en alternatieven om de ambities te behalen Keuzes voor een goede bereikbaarheid vanuit stad en regio Keuzes voor een gezonde leefomgeving Keuzes voor een duurzaam en circulair Haven-Stad Impact op bestaande bedrijvigheid

114 116 130 142 159

8

Effecten per thema voor de vijf fases

167

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Een gefaseerde ontwikkeling Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Stikstofdepositie/Natura 2000 Gezondheid Overige thema’s

167 167 174 183 185 187 188

9

Spelregelkader voor de transformatie

191

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Inleiding Mobiliteit en infrastructuur Gezonde leefomgeving Duurzame inrichting Economie en bedrijvigheid Compensatiemaatregelen

191 192 194 197 203 203 5

Milieueffectrapportage Haven-Stad

10

Een levend MER: monitoring

206

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6

Dynamisch monitoringsprogramma Doel van monitoring: sturen op behalen ambities Monitoringsprogramma nader bekeken Een flexibel, adaptief en levend MER Verdere uitwerking monitoringsprogramma Leemtes in kennis

206 208 208 209 209 210

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Gebiedsgericht spelregelkader Haven-Stad Programmatische uitgangspunten Achtergrondrapport Mobiliteit Achtergrondrapport Geluid Achtergrondrapport Luchtkwaliteit Achtergrondrapport Geur en stof Achtergrondrapport Externe veiligheid Achtergrondrapport Bodem Achtergrondrapport Archeologie en cultuurhistorie Achtergrondrapport Water Achtergrondrapport Natuur Achtergrondrapport Duurzaamheid Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage

6

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Samenvatting Transformatieopgave Haven-Stad In de Structuurvisie Amsterdam 2040 en in Koers 2025 is Haven-Stad aangewezen als transformatiegebied. Door dit gebied te transformeren naar een hoogstedelijk gemengd gebied kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de woningbouwbehoefte (tot 70.000 woningen) en de verdere groei van het aantal arbeidsplaatsen. Zo ontstaat als het ware een stad in een stad met een omvang van meer dan 100.000 inwoners, die in een duurzame aantrekkelijke en gezonde leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Hiervoor zijn vier ambities geformuleerd:

Transformatie tot een hoogstedelijk gemengd gebied

Goed bereikbaar vanuit stad en regio

Duurzaam en circulair

Waarborgen van een gezonde leefomgeving

De transformatie van Haven-Stad verloopt gefaseerd en zal meerdere decennia in beslag nemen. Dit vraagt om flexibiliteit, maar ook om duidelijke kaders waarbinnen de ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden.

7

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Een MER op maat Vanwege de omvang van de transformatieopgave van Haven-Stad geldt een m.e.r. beoordelingsplicht en is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. In een MER worden de gevolgen van de ontwikkeling op het milieu in beeld gebracht. Bij de ontwikkelstrategie voor Haven-Stad past een MER dat voldoet aan de volgende voorwaarden: brede reikwijdte, flexibel, onderzoek op maat en geen vastomlijnd programma. In het MER worden zowel concrete ontwikkelingen als deelgebieden waar pas op termijn transformatie aan de orde is onderzocht. De eerste ontwikkelgebieden van Haven-Stad zijn aangewezen als duurzaam innovatief experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet. Daarmee kan worden geëxperimenteerd met de principes van de Omgevingswet. Daardoor is nu minder gedetailleerd onderzoek noodzakelijk, maar kunnen wel richtinggevende uitspraken over de toekomstige transformatie worden gedaan. In dit MER is gebruik gemaakt van innovatieve methoden: een leefomgevingsfoto, een spelregelkader, dashboards en een dynamisch monitoringssysteem. Dit MER vormt de inhoudelijke onderlegger voor de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. De ambities in de Ontwikkelstrategie zijn getoetst in het MER, de uitkomsten van het MER zijn verwerkt in de Ontwikkelstrategie.

Procedureel is de m.e.r.-procedure gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit dat voorziet in woningbouw, het bestemmingsplan verbrede reikwijdte ‘Sloterdijk I Mediacollege’. Het MER maakt gebruik van nieuwe methoden, zoals een leefomgevingsfoto, dashboard, een spelregelkader en een monitoringsprogramma. Zo ontstaat een levend MER dat nu de kaders biedt en bijsturing kan geven gedurende de transformatie waar en wanneer dat nodig is. De samenhang tussen deze nieuwe methoden en instrumenten staat in onderstaand figuur.

8

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Leefomgevingsfoto huidige situatie In de huidige situatie zijn er vele waarden, aandachtspunten en belemmeringen die van invloed zijn op de transformatiemogelijkheden in Haven-Stad. Daarbij gaat het onder meer om milieucontouren vanwege geluid, geur en externe veiligheid, maar bijvoorbeeld ook om archeologische verwachtingswaarden en waardevolle groenstructuren. De relevante waarden, aandachtspunten en belemmeringen in de huidige situatie zijn vastgelegd op een leefomgevingsfoto. In dit digitale systeem is in een oogopslag duidelijk waar rekening mee gehouden moet worden bij een concrete ontwikkeling. De leefomgevingsfoto is de raadplegen via: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/haven-stad/mer/leefomgevingsfoto.

Dashboards Met dashboards zijn de hoofdkeuzes voor de transformatie van Haven-Stad in onderlinge samenhang inzichtelijk gemaakt. De gestelde ambities ten aanzien van verdichting, mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid vormen de basis voor dit MER. Om de ambities te behalen moeten keuzes gemaakt worden. Op het dashboard zijn daarom per ambitie verschillende keuzemogelijkheden geformuleerd, die in meer of mindere mate bijdragen aan het behalen van de ambitie. In het MER is inzichtelijk gemaakt hoe deze keuzemogelijkheden scoren, niet alleen op de ´eigen´ ambitie maar ook op de andere gestelde ambities. Resultaat daarvan zijn diverse voorkeursalternatieven, die hebben geleid tot de hoofdkeuzes zoals geformuleerd in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. Het interactieve overzicht met ambities, hoofdkeuzes en fasering is hier te raadplegen: Interactief overzicht MER Haven-Stad.

Hoofdkeuzes voor transformatie Haven-Stad In dit MER zijn aan de hand van dashboards diverse hoofdkeuzes inzichtelijk gemaakt die nodig zijn om de beoogde transformatie van Haven-Stad naar hoogstedelijk gemengd gebied mogelijk te maken. Hieronder worden de belangrijkste keuzes benoemd die uit het MER volgen. De belangrijkste keuze heeft betrekking op mobiliteit: het inzetten op alternatieven voor de auto is voorwaardelijk om de transformatie van Haven-Stad mogelijk te maken. Als niet tijdig wordt ingezet op OV en fiets en het autogebruik/-bezit wordt beperkt loopt het wegennet relatief snel vast en stagneert de transformatie. Om te komen tot de benodigde ‘mobiliteitsshift’ is het nodig om stapsgewijs (gekoppeld aan moment transformatie) de volgende maatregelen te treffen:       

Optimaal faciliteren fietsverkeer door aanleg snelle fietsverbindingen in alle richtingen Hanteren van maximale parkeernorm van 0,2 voor woningbouw Realiseren hoogwaardige busverbindingen naar het centrum en in Noord Ontvlechten autoverkeer: afwaarderen Transformatorweg, opwaarderen Nieuwe Hemweg Beperken parkeren op straat en autoluw maken noord-zuid verbindingen Stimuleren van gedeeld autogebruik Realiseren collectieve parkeergarage(s)/transferia nabij de Ring A10

9

Milieueffectrapportage Haven-Stad

 

Uitbreiden metronetwerk of toevoegen gelijkwaardige HOV-verbindingen: sluiten kleine metroring van Isolatorweg naar Centraal Station en aanleg metro in Noord richting Zaanstad. Invoeren pontverbindingen tussen noordelijk en zuidelijk deel Haven-Stad.

Sommige maatregelen zijn per direct nodig (lage parkeernorm in eerste ontwikkelgebieden) en kunnen relatief snel worden gerealiseerd (fietspaden en hoogwaardige busverbindingen). Andere maatregelen vergen meer tijd en zijn pas later in het transformatieproces noodzakelijk (metro en pontverbindingen). Met bovenstaand maatregelenpakket kan het aandeel autoverkeer van alle verplaatsingen in Haven-Stad uiteindelijk dalen van 37 procent tot 15 á 19 procent. Haven-Stad blijft dan bereikbaar en het programma kan dan zonder grote knelpunten worden gerealiseerd. Omdat tijdens de transformatie van Haven-Stad de geluidbelasting af zal nemen is het niet wenselijk om op grote schaal woningen met meerdere dove gevels te realiseren. Dat kan door gebiedsgericht en flexibel met milieunormen om te gaan door onder meer daar waar mogelijk gebruik te maken van innovatieve wetgeving (Zeehavennorm en Stad- en Milieubenadering). Gekoppeld aan het accepteren van een hogere geluidbelasting worden compenserende maatregelen verplicht gesteld, bijvoorbeeld extra isolatie bij de slaapkamer. Belangrijke uitgangspunten bij een gebiedsgerichte en flexibele omgang met milieunormen zijn dat altijd een gezonde leefomgevingskwaliteit wordt geborgd en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden.

Daarvoor is het van belang om toekomstige bewoners actief en volledig te informeren (en bijvoorbeeld afspraken vast te leggen in koopcontracten of huurovereenkomsten). Zodoende kunnen toekomstige bewoners bewust kiezen voor wonen in een aantrekkelijke hoogstedelijke, maar ook milieubelaste omgeving. Om woningbouw mogelijk te maken is het noodzakelijk om de milieugebruiksruimte te optimaliseren. Dat kan door de volgende maatregelen te nemen: het gezoneerde industrieterrein stapsgewijs te verkleinen, maatwerkvoorschriften vast te stellen, onbenutte milieuruimte van bedrijven terug te brengen, bronmaatregelen te treffen en eventueel bedrijven te verplaatsen. Ook is het van belang om de maximale milieucategorie voor nieuwe bedrijven te beperken. Daarmee wordt voorkomen dat bedrijven zich kunnen vestigen die een belemmering vormen voor toekomstige woningbouw. Door in Haven-Stad geen aardgas meer toe te passen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de gewenste CO2 reductie. De vergelijking van alternatieven voor een duurzaam warmtesysteem met bijbehorende bronnen maakt inzichtelijk dat de sleutel tot volledige verduurzaming van de energievoorziening slechts in geringe mate wordt bepaald door de keuze voor een specifiek warmtesysteem, maar vooral ligt in de vergroening van het opwekken van elektriciteit.

Met oog op de grondwaterproblematiek, rainproof en overstromingsrisico’s ligt er een aanzienlijke opgave om diverse gebieden in Haven-Stad op te hogen. Door te kiezen voor het aanleggen van een fijnmazig systeem van watergangen kan de benodigde ophoging worden beperkt, wat positief is voor de transformatiemogelijkheden.

10

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Spelregelkader Het MER geeft inzicht in de benodigde keuzes, randvoorwaarden en spelregels om de transformatie naar hoogstedelijk gemengd gebied mogelijk te maken. Dit is vastgelegd in een visie leefomgevingskwaliteit en bijbehorend gebiedsgericht spelregelkader voor Haven-Stad. De visie leefomgevingskwaliteit geeft inzicht in de unieke kwaliteiten van het gebied en de leefomgevingskwaliteit. De visie vormt de basis voor de gebiedsgerichte randvoorwaarden en spelregels en voor eventuele stap 3-besluiten in het kader van de Stad- en Milieubenadering. Gekoppeld aan het spelregelkader is de leefomgevingsfoto, zodat duidelijk is welke regels gelden op een specifieke plaats. Dit vormt tezamen het toetsingskader voor de toekomstige ruimtelijke plannen voor de deelgebieden in Haven-Stad. Aan nieuwe ontwikkelingen en de verschillende zones op de leefomgevingsfoto zijn randvoorwaarden en spelregels gekoppeld. Randvoorwaarden zijn harde eisen om een bepaalde kwaliteit of rechten te beschermen (nee, tenzij). Spelregels zijn flexibele kaders waarbinnen ontwikkeling mogelijk is (ja, mits), waarbij vooral beschreven is wat nodig is om een bepaalde kwaliteit te halen. Door in de leefomgevingsfoto op een gebied te klikken worden direct de daaraan gekoppeld randvoorwaarden, spelregels en salderingsmogelijkheden getoond.

Voor bepaalde thema’s zal nader onderzoek nodig zijn gericht op een specifiek ruimtelijk plan (bijvoorbeeld geluidsbelasting of windhinder) of zal nader advies nodig zijn van een instantie. Voor het behalen van de ambitie om mensen te stimuleren met het OV en de fiets te gaan en het autogebruik te beperken is een mobiliteitspakket samengesteld, bestaande uit infrastructurele ingrepen, nieuwe OV-infrastructuur, nieuwe fietsverbindingen, een lagere parkeernorm en stimuleren van gedeeld autogebruik. Een groot deel van deze maatregelen, zoals infrastructurele maatregelen zijn randvoorwaarden, die de gemeente zal moeten uitvoeren. Voorbeelden van spelregels voor nieuwe ontwikkelingen zijn de regels voor het borgen van een goed geluidsklimaat. Haven-Stad is heeft te maken met geluid afkomstig van gezoneerde industrieterreinen, individuele bedrijven, de A10 en stedelijke wegen, spoor en metro. Om een goed geluidsklimaat te creëren, zijn er specifieke spelregels gekoppeld aan contouren rondom de geluidsbronnen. Per ontwikkeling is nader geluidsonderzoek nodig om de specifieke geluidssituatie in beeld te brengen en te toetsen aan de wet- en regelgeving. Uit het onderzoek kan naar voren komen dat aanvullende geluidsmaatregelen nodig zijn om een goed geluidsklimaat te creëren, bijvoorbeeld zorgen voor een afschermende werking, een stille zijde en dove gevels bij een nieuwe woning.

Indien noodzakelijk kan van bepaalde spelregels worden afgeweken. Dan kunnen compenserende maatregelen uitkomst bieden. Deze stappen, bestaande uit een oplopend maatregelenpakket, zijn overzichtelijk weergegeven in de spelregels voor het thema geluid.

Een levend MER: monitoring Het is lastig om aannames te doen voor de situatie over twintig jaar. De komende jaren zullen ontwikkelingen plaatsvinden die van invloed zijn op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden in Haven-Stad. Daarbij kan gedacht worden aan maatschappelijke ontwikkelingen (zoals

11

Milieueffectrapportage Haven-Stad

gemiddelde woninggrootte), technologische ontwikkelingen (zoals smart mobility), ruimtelijke ontwikkelingen (zoals vertrek van bedrijven) en ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving (zoals inwerkingtreding Omgevingswet). Om in te kunnen spelen op onvoorziene ontwikkelingen is een flexibel MER met een dynamische leefomgevingsfoto opgesteld. Om de ontwikkelingen goed te kunnen monitoren en waar nodig bij te kunnen sturen wordt een monitoringsprogramma voor Haven-Stad gemaakt. Bijsturen kan ook betekenen dat bijvoorbeeld tussentijds uitgangspunten moeten worden bijgesteld of het MER moet worden aangevuld. Dit sluit goed aan op de systematiek van de Omgevingswet en geeft bestuurders de mogelijkheid om ‘vinger aan de pols’ te houden.

12

Milieueffectrapportage Haven-Stad

1

Inleiding

1.1

Grote woningbouwopgave voor de stad

Amsterdam groeit per jaar met gemiddeld 11.000 inwoners, de verwachting is dat in 2040 het inwonertal rond de 1 miljoen ligt. Om de druk op de woningmarkt te verlichten wil de gemeente tot 2025 de bouw van 50.000 nieuwe woningen mogelijk maken binnen de stadsgrenzen. Plekken, zeker binnen de Ring A10, waar ‘eenvoudig’ nieuwe woningbouw gerealiseerd kan worden, zijn echter beperkt. Naast bevolkingsgroei is ook sprake van sterke economische groei van de stad. Amsterdam en de omliggende gemeenten vormen samen als metropool een handels- en kennisregio met een positie op wereldniveau. De haven vervult hierin een belangrijke rol in het aanjagen van de economie. De haven heeft de ambitie om een duurzame en flexibele haven te worden, die snel kan inspelen op veranderende behoeften van bedrijven. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 en in Koers 2025 is Haven-Stad (zie figuur 1-1) aangewezen als transformatiegebied. Door dit gebied te transformeren naar een hoogstedelijk gemengd gebied kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de woningbouwbehoefte (40.000 tot 70.000 woningen) en de verdere groei van het aantal arbeidsplaatsen. Zo ontstaat als het ware een stad in een stad met een omvang van meer dan 100.000 inwoners, die in een duurzame aantrekkelijke en gezonde leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren.

figuur 1-1 Ligging Haven-Stad

1.2

Een uitdagende transformatie

De transformatie van Haven-Stad is een stedelijke ontwikkeling waarmee in Amsterdam nog maar beperkte ervaring is opgedaan. Het gaat niet om stadsuitbreiding in maagdelijke weilanden of op dito eilanden, zoals bij IJburg of Zeeburgereiland. Het gaat ook niet om sloop/nieuwbouw in een 13

Milieueffectrapportage Haven-Stad

stadsvernieuwingsbuurt of om in onbruik geraakte havenbekkens, zoals het Oostelijk Havengebied. In Haven-Stad gaat het om transformatie van een omvangrijk gebied, terwijl dit gebied nog functioneert als bedrijfs-, kantoor- en haventerrein. Dat maakt de opgave complexer, ongewisser en extra uitdagend en vraagt het om een flexibel planproces.

figuur 1-2 Havengebied binnen de ring A10

Feitelijk is de transformatie van het gebied al geruime tijd aan de gang. In delen van het gebied is bedrijfsleven in de afgelopen decennia al aanzienlijk van kleur veranderd. Traditionele ‘blue collar’bedrijven vertrokken, creatieve ondernemingen kwamen er voor terug. De herontwikkeling van de Westergasfabriek tot cultuurcentrum en de kantoorontwikkeling op het Kraanspoor aan de Noordoever van het IJ waren voorbodes van wat het gebied te wachten stond. Ook de transformatie van kantorenlocatie Teleport tot het gemengde Sloterdijk-Centrum is al enige tijd gaande. Met andere woorden: de (verdere) ontwikkeling van Haven-Stad is een logisch vervolg van een proces dat al is ingezet.

1.3

Haven-Stad als nieuw hoogstedelijk gemengd gebied

Haven-Stad, een gebied van circa 650 hectare (exclusief water), bestaat uit het deel van het havengebied binnen de Ring A10, de aangrenzende bedrijventerreinen, het gebied rondom station Sloterdijk, het Westerpark en het westelijk deel van de Noordelijke IJ-oever. Juiste ambitie op de juiste plek De transformatie van Haven-Stad is een logische stap in de ontwikkeling van Amsterdam. HavenStad is één van de laatste grote gebieden binnen de Ring A10 waar een hoogstedelijk gemengd 14

Milieueffectrapportage Haven-Stad

gebied mogelijk is. Haven-Stad is, door zijn ligging binnen de Ring A10 en omvang, een kansrijke ontwikkellocatie en wordt ook wel gezien als de nog ‘ontbrekende taartpunt’ in het zich cirkelvorming uitbreidende centrumstedelijke Amsterdam, zie figuur 1-3

figuur 1-3 Haven-Stad en de ligging binnen de Ring A10

De gemeente Amsterdam wil Haven-Stad transformeren tot hoogstedelijk gemengd gebied met hoge dichtheden. Naast woningen bevat het programma ook bedrijven, culturele en stedelijke voorzieningen. De realisatie van een hoogstedelijk woonwerkmilieu stelt specifieke eisen aan de leefomgevingskwaliteit, die recht doen aan het unieke karakter van Haven-Stad. Belangrijke doelstellingen voor Haven-Stad zijn het inzetten op een goede bereikbaarheid vanuit stad en regio, een duurzame inrichting en een gezonde leefomgeving. In de Ontwikkelstrategie HavenStad is dit nader uitgewerkt, zie verder hoofdstuk 4. Geleidelijke transformatie en gefaseerde besluitvorming Het kenmerk van Haven-Stad is dat er geen blauwdrukplanning is. De strategie is gebaseerd op geleidelijke transformatie van het gebied en gefaseerde besluitvorming. De transformatie van Haven-Stad zal gefaseerd plaatsvinden en start rondom station Sloterdijk en het Westerpark, in een later stadium volgt ontwikkeling op de Noordelijke IJ-oever en tot slot in het havengebied. De haalbaarheid van de transformatie naar hoogstedelijk gemengd gebied wordt voor een groot deel bepaald door de mogelijkheden om woningbouw te kunnen realiseren, een goed woon- en leefklimaat te laten ontstaan en bedrijven niet onnodig in hun bedrijfsvoering te belemmeren.

De gemeente stuurt daarbij op het wegnemen van belemmeringen voor de ontwikkeling van een hoogstedelijk gemengd gebied. De gemeente creëert de randvoorwaarden en spelregels, 15

Milieueffectrapportage Haven-Stad

waarbinnen initiatiefnemers nieuwe ontwikkelingen kunnen realiseren. Het tempo van de realisatie is in grote mate afhankelijk van het absorptievermogen van de markt en de bereidheid van marktpartijen om te transformeren. Een relevante afspraak in de transformatie van Haven-Stad is het convenant Houthaven/NDSM dat in 2009 is gesloten door de gemeente en de provincie NoordHolland met drie bedrijven in de Coen- en Vlothaven: Cargill/Bunge, ICL Fertilizers en Eggerding. Concreet is afgesproken dat de woningbouwontwikkeling in de gebieden Houthaven en NDSM-werf doorgang kan vinden, maar dat voor andere voor de bedrijven relevante gebieden een ‘pas op de plaats’ wordt gemaakt met plannen voor woningbouw. figuur 1-4 ‘Pas op de plaats’ gebied

Eventuele woningbouwplannen in het ‘pas op de plaats’ gebied (zie figuur 1-4) zullen pas vanaf 2024 in procedure worden gebracht en pas vanaf 2029 feitelijk tot uitvoering worden gebracht. In het convenant is ook opgenomen dat de ‘pas op de plaats’ niet wil zeggen dat gedurende de convenantperiode op deze terreinen überhaupt geen ontwikkelingen mogelijk zijn: ontwikkelingen die de bedrijfsvoering van de bedrijven niet schaden zijn wel toegestaan.

1.4

Voorsorteren op nieuwe Omgevingswet

Op basis van de huidige bestemmingsplannen is transformatie naar hoogstedelijk gemengd gebied niet mogelijk. Er zijn nieuwe bestemmingsplannen nodig om woningbouw in het plangebied te introduceren. Daarnaast biedt de maximale toegestane bouwhoogte in de huidige bestemmingsplannen onvoldoende ruimte voor de verdichtingsopgave. De ontwikkelstrategie voor Haven-Stad leidt ertoe dat de planvorming gefaseerd plaatsvindt, waarbij voor de te onderscheiden deelgebieden één of meerdere planologische besluiten worden voorbereid die de transformatie mogelijk moeten maken. De delen van Haven-Stad die in de eerste fasen ontwikkeld worden (Sloterdijk Centrum, Sloterdijk I en Zaanstraat emplacement) zijn aangewezen als duurzaam innovatief experiment en ontwikkelingsgebied in het kader van de Crisis- en herstelwet. Zodoende wordt voor die deelgebieden geëxperimenteerd met bestemmingsplannen met een verbrede reikwijdte, waardoor onder meer een plantermijn van 20 jaar kan worden gehanteerd, meer flexibiliteit en globaal en gefaseerd onderzoek mogelijk wordt. Feitelijk wordt hiermee voorgesorteerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2021). Deze gebieden zijn tevens aangewezen als ontwikkelingsgebied, zodat tijdelijk van milieunormen kan worden afgeweken.

16

Milieueffectrapportage Haven-Stad

1.5

Een MER passend bij Haven-Stad

1.5.1

Waarom een m.e.r.?

Het is verplicht om voor ontwikkelingen met mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r. te doorlopen en een MER op te stellen (m.e.r. staat voor de procedure, MER staat voor milieueffectrapport). Vanwege de omvang van de beoogde ontwikkeling in Haven-Stad (een stedelijk ontwikkelingsproject met meer dan 2.000 woningen, 100 hectare en/of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2) geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Omdat belangrijke nadelige gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is ervoor gekozen om een m.e.r. te doorlopen en een MER op te stellen. Binnen het beoogde programma zijn diverse onderdelen die op zichzelf tot een m.e.r.-procedure kunnen leiden (bijvoorbeeld de aanleg van een metrolijn).

1.5.2

Een bijzonder MER

Het MER voor Haven-Stad is in meerdere opzichten bijzonder. Ten eerste worden zowel de meer concrete woningbouwplannen als gebieden waar pas in de verdere toekomst een mogelijke transformatie aan de orde is, onderzocht. Ten tweede sorteert dit MER voor op de Omgevingswet. Hierdoor is nu minder gedetailleerd onderzoek noodzakelijk, maar kunnen wel richtinggevende uitspraken over de toekomstige transformatie gedaan worden. Tot slot is dit MER bijzonder omdat gebruik gemaakt wordt van innovatieve methoden: een dynamische leefomgevingsfoto, een spelregelkader en een interactieve monitoring (zie hoofdstuk 5).

1.5.3

Doel van dit MER

Het wettelijke doel van een m.e.r.-procedure is om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming. Daarvoor is onderzoek naar de milieueffecten en mogelijke andere (milieuvriendelijkere) alternatieven voor bepaalde keuzes cruciaal. Dit MER geeft de bestaande waarden, belemmeringen en aandachtspunten van de huidige situatie weer en laat zien met welke randvoorwaarden en spelregels de transformatie van Haven-Stad naar een hoogstedeljk gemengd gebied mogelijk is. Ook laat dit MER zien welke alternatieven mogelijk zijn voor de belangrijkste keuzes die gemaakt moeten worden. Tot slot geeft het MER invulling aan een monitoringsprogramma om gedurende de transformatie van Haven-Stad ‘vinger aan de pols’ te houden en waar nodig bij te kunnen sturen.

1.5.4

Samenhang tussen ontwikkelstrategie, MER en ruimtelijke besluiten

Het MER heeft een directe koppeling met en vormt een belangrijke inhoudelijke onderlegger voor de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. Tussen beide planprocessen is sprake van kruisbestuiving: de ambities in de Ontwikkelstrategie zijn getoetst in het MER, de uitkomsten van het MER zijn verwerkt in de Ontwikkelstrategie. De keuzemogelijkheden ter verwezenlijking van de ambities zijn in het MER afgewogen. De uiteindelijke keuzes die het meeste bijdragen aan het behalen van de gestelde ambities zijn verwerkt in de Ontwikkelstrategie. De aanbevelingen (spelregels en randvoorwaarden) voor de verschillende deelgebieden om nadelige milieugevolgen van het voornemen te beperken of te voorkomen worden meegenomen in de ruimtelijke plannen.

17

Milieueffectrapportage Haven-Stad

De m.e.r.-procedure voor Haven-Stad is gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit dat voorziet in woningbouw, te weten het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Sloterdijk I Mediacollege’. Een levend MER De transformatie van Haven-Stad staat centraal in dit MER. Het MER biedt dan ook de basis voor de diverse (concrete) ruimtelijke besluiten, die de transformatie mogelijk maken. Hieronder vallen de ruimtelijke plannen in ontwikkelfase 1a en 1b, maar dit kunnen in de toekomst ook ruimtelijke plannen in andere deelgebieden zijn. Als dit een plan met directe bouwtitel is, zoals het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor Sloterdijk I Mediacollege, dan fungeert deze m.e.r. als project/besluit-m.e.r.. Als sprake is van een kaderstellend plan (bijvoorbeeld een omgevingsvisie of bestemmingsplan met uit te werken bestemmingen) dan is sprake van een plan-m.e.r.. In beide gevallen is dit MER hiervoor geschikt. De centrale vraag is vooral of de uitgangspunten van dit MER nog passend zijn bij het dan voorliggende voornemen. Het antwoord hierop is bepalend of in een later stadium nog sprake is van een m.e.r.-plicht voor toekomstige plannen of dat deze m.e.r. (eventueel met aanvullingen) volstaat. Dit MER is niet het eindstation. Het betreft een ‘levend’ en flexibel MER dat meeloopt gedurende de transformatie van Haven-Stad.

Het MER wordt actueel gehouden en er kan worden bijgestuurd en waar nodig worden aangevuld. Deze nieuwe methodiek is mogelijk vanwege de volgende redenen:  Haven-Stad opgenomen is in de Crisis- en herstelwet en daarmee het mogen vooruitlopen op de Omgevingswet biedt meer kansen voor flexibiliteit en globaler onderzoek.  De toepassing van een spelregelkader met dynamische leefomgevingsfoto én continue monitoring maakt dit MER beter geschikt voor het hele transformatieproces. Dit past ook goed bij de suggestie van de Commissie m.e.r. om in plaats van ‘één document voor één besluit een flexibel MER dat ook op langere termijn bruikbaar blijft voor vervolgbesluiten’ te maken. Om dit vormt te geven is en in te kunnen spelen op onvoorziene ontwikkelingen is een flexibel MER met een dynamische leefomgevingsfoto opgesteld. Zo ontstaat een levend MER. Om de ontwikkelingen goed te kunnen volgen, effecten inzichtelijk te maken en waar nodig bij te kunnen sturen wordt een monitoringsprogramma voor Haven-Stad opgestart. Bijsturen kan betekenen dat bijvoorbeeld tussentijds uitgangspunten moeten worden bijgesteld, ambities moeten worden aangescherpt of het MER moet worden aangevuld. Dit sluit goed aan op de systematiek van de Omgevingswet en geeft bestuurders de mogelijkheid om ‘vinger aan de pols’ te houden.

Ook wordt door deze methodiek het milieubelang telkens expliciet meegewogen bij de besluitvorming en waar nodig extra redelijkerwijs te beschouwen alternatieven in een later stadium meegenomen. Hierdoor zijn de kernwaarden van m.e.r. gedurende de transformatie van Haven-Stad gewaarborgd.

1.5.5

M.e.r.-procedure

De volgtijdelijke stappen in de m.e.r.-procedure voor Haven-Stad zijn weergegeven in figuur 1-5.

18

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 1-5 M.e.r.-procedure Haven-Stad

Notitie Reikwijdte en Detailniveau, terinzagelegging en advies Voor de start van de m.e.r-procedure is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. De NRD heeft zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder schriftelijk kunnen reageren op deze notitie en aan kunnen geven over wat onderzocht moet worden in het MER en op welke manier. Ook zijn wettelijke adviseurs en betrokken instanties in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn diverse reacties en adviezen ingediend. In de Nota van beantwoording voor de NRD Haven-Stad is aangegeven hoe met de binnengekomen reacties en adviezen op de NRD in het MER rekening is gehouden. Ook is de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. om advies gevraagd. De Commissie heeft op 1 september 2016 een advies op de reikwijdte en het detailniveau van het MER uitgebracht. De Commissie heeft geadviseerd het m.e.r. zodanig te organiseren dat het niet alleen geschikt is voor het voorgenomen besluit, maar tevens de basis vormt het gehele transformatieproces. Verder is geadviseerd om de volgende onderdelen in het MER op te nemen:  Een beschrijving van de huidige situatie (‘leefomgevingsfoto’) en autonome ontwikkelingen, met daarbij de beschikbare ruimte voor de realisatie van nieuwe activiteiten.

 De gemeentelijke ambities en wettelijke eisen voor nieuwe ontwikkelingen te beschrijven.  Een monitorings- en evaluatiesysteem op te nemen om in de gaten te houden in welke mate de ambities worden bereikt en of de milieugevolgen acceptabel blijven. Het college van B&W heeft op 8 november 2016 ingestemd met de reikwijdte en het detailniveau van het MER Haven-Stad. Daarbij zijn de Nota van beantwoording NRD en het advies van de Commissie m.e.r. betrokken. Terinzagelegging MER bij eerste ruimtelijk besluit Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Sloterdijk I Mediacollege’ en het MER zijn ter inzage gelegd. Een ieder heeft de mogelijkheid gekregen om gedurende de termijn van zes weken

19

Milieueffectrapportage Haven-Stad

zienswijzen naar voren te brengen op het ontwerpbestemmingsplan en het MER. Gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Sloterdijk I Mediacollege’ is de concept Ontwikkelstrategie Haven-Stad met het MER als bijlage in het kader van inspraak ter inzage gelegd. Toetsingsadvies Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. heeft op 5 oktober 2017 het toetsingsadvies over het MER uitgebracht. De Commissie vindt dat het MER een goed beeld geeft van de huidige milieusituatie in het plangebied en duidelijk laat zien welke maatregelen nodig zijn om het huidige gebied geschikt te maken voor woningen. Volgens de Commissie ligt er met het rapport een goede milieubasis ligt voor een afgewogen besluit over de Ontwikkelstrategie Haven-Stad en het bestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege. Met de Commissie is afgesproken dat zij in 2018 nog een advies uitbrengt over het monitorings- en evaluatieprogramma Haven-Stad.

De Commissie geeft een aantal aanbevelingen voor toekomstige bestemmingsplannen (ontwikkelfase 1a en later):  te beargumenteren waarom een geurbelasting van meer dan 2 OUE/m3 acceptabel is en past binnen de ambitie voor een gezonde leefomgeving;  de ambities nader te concretiseren, vooral waar het gaat om de te realiseren basiskwali-teit voor een gezonde leefomgeving en het te hanteren tijdschema voor de sanering van de industriële milieubelasting en het realiseren van de openbaar vervoersambities, afge-stemd op de realisatie van de nieuwe woonfunctie;  het realiseren van de openbaar vervoersambities, afgestemd op de realisatie van de nieuwe woonfunctie;  aan te geven in welke mate en hoe, dat wil zeggen met welke spelregels, de ambities daadwerkelijk gerealiseerd (kunnen) worden en op welke wijze significante effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Vaststelling ruimtelijk besluit en MER De ingebrachte zienswijzen en adviezen op het MER zijn voorzien van een inhoudelijke beantwoording. Op onderdelen zijn het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte of het MER aangepast. De beantwoording van de zienswijzen en de wijzigingen MER zijn opgenomen in de Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen. Het ruimtelijk besluit wordt tezamen met het MER en de Nota van beantwoording door het college van B&W aangeboden ter vaststelling aan de gemeenteraad.

De Ontwikkelstrategie Haven-Stad wordt gelijktijdig aan de raad voorgelegd ter vaststelling. Na vaststelling van het ruimtelijk besluit door de raad bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van State tegen het ruimtelijk besluit, inclusief het MER. Aangezien de Ontwikkelstrategie geen juridisch bindend besluit is, bestaat er geen mogelijkheid om tegen de Ontwikkelstrategie beroep aan te tekenen bij de Raad van State. Evaluatie/monitoring Als onderdeel van de m.e.r.-procedure is het bevoegd gezag verplicht de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit te onderzoeken. Hier wordt invulling aan gegeven via een dynamische leefomgevingsfoto en een monitoringsprogramma (zie hiervoor hoofdstuk 10). 20

Milieueffectrapportage Haven-Stad

2

Haven-Stad in vogelvlucht

2.1

Ligging plangebied

Haven-Stad is gelegen tussen het Amsterdamse havengebied en het centrum van Amsterdam en bestaat uit diverse aaneengesloten locaties binnen de Ring A10, van station Sloterdijk, de Coenen Vlothaven tot aan de noordkant van het IJ. Haven-Stad herbergt diverse functies: havenindustrie, bedrijventerreinen en kantoorlocaties, stedelijke woon-werkgebieden, grootschalige infrastructuur en groengebieden. Haven-Stad ligt strategisch ten opzichte van het centrum van Amsterdam en van diverse werkgebieden in de regio. Het ligt op het snijpunt van de circulaire Westas (het Noordzeekanaalgebied, Schiphol en Greenport Aalsmeer) en de Zaan-IJcorridor (Buiksloterham, NDSM, Achtersluispolder en Hembrugterrein). Het plangebied kan in drie deelgebieden verdeeld worden (zie figuur 2-1):  Sloterdijk - Westerpark e.o.: Sloterdijk Centrum, Sloterdijk I, Zaanstraat emplacement, Sportpark Transformatorweg en Westerpark.  Havengebied: Minervahaven, Alfadriehoek en Coen- en Vlothaven.  Noordelijke IJ-oever: Cornelis Douwesterrein 0-1, Cornelis Douwesterrein 2-3 en Melkweg/Oostzanerwerf.

Noordelijke IJ-Oever

Havengebied

Sloterdijk – Westerpark e.o. figuur 2-1 Plangebied Haven-Stad en deelgebieden

21

Milieueffectrapportage Haven-Stad

De drie deelgebieden verschillen sterk van elkaar en ook binnen de deelgebieden is sprake van een grote verscheidenheid aan functies en karakter.

figuur 2-2 Indeling van Haven-Stad in 12 ontwikkelgebieden

2.2

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied Haven-Stad is voor een belangrijk deel gevormd door het IJ, een voormalige zeearm. In het begin van de dertiende eeuw werd besloten tot de aanleg van een zeedijk langs de gehele kust van het IJ, waaronder de Landsmeerderdijk aan de noordkant en de Spaarndammerdijk aan de zuidkant. Langs deze dijklichamen verrezen dorpen, buitenplaatsen en boerderijen (waaronder dorp Sloterdijk). Om de Amsterdamse haven bereikbaar te houden moest regelmatig worden gebaggerd, waarbij het opgebaggerde slib in zogenaamde baggerdepots werd gestort. Uiteindelijk werd het probleem van bereikbaarheid in de negentiende eeuw voortvarend aangepakt met de aanleg van het Noordzeekanaal (1876). De nieuw gewonnen IJ-polders aan de westzijde werden vooralsnog voor agrarische doeleinden gebruikt. Pas begin twintigste eeuw werd discussie gevoerd om het havenareaal structureel aan de westkant te ontwikkelen. In 1913 besloot de gemeenteraad tot het in gebruik nemen van de Amsterdammer Polder voor de aanleg van nieuw havengebied. De ontwikkeling tot Westelijk Havengebied vond plaats in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 en kreeg vooral na de Tweede Wereldoorlog gestalte met bijbehorende op-, overslag- en industrieterreinen met insteekhavens. De Minerva- Vlot en Houtveemhaven werden bestemd voor houtopslag. De Coenhaven werd aangelegd voor de op- en overslag van stukgoed.

De Noordelijke IJ-polder werd medio negentiende eeuw aangelegd als onderdeel van het Noordzeekanaal. In 1919 werd besloten om op de hoek van de polder met Zijkanaal I de NSM-werf te vestigen met iets ten noorden daarvan Tuindorp Oostzaan voor de arbeiders. Niet veel later volgde westelijk daarvan de NDM (het latere Shipdock). In de jaren vijftig fuseerden beide werven 22

Milieueffectrapportage Haven-Stad

tot NDSM. Geleidelijk aan werd de hele polder opgehoogd, bouwrijp gemaakt en bebouwd. Het Cornelis Douwesterrein werd eind twintigste eeuw ontwikkeld tot bedrijventerrein. Het noordwestelijke gedeelte van de polder werd in de jaren zestig vergraven en opgehoogd voor de aanleg van de Coentunnel. Daarbij is in zand gewonnen, waardoor de Noorder IJ-plas is ontstaan.

figuur 2-3 Kaart 1854

figuur 2-4 Kaart 1952

In het zuidelijk deel van het plangebied resulteerde de industrialisatie en verstedelijking vanaf de negentiende eeuw in de bouw van de Westergasfabriek, de aanleg van het historische Westerpark en de aanleg van de volkstuinparken en schooltuinen. Vanaf het einde van de jaren vijftig werden in Sloterdijk I en Teleport bedrijven gebouwd. In dit gebied is in de tweede helft van de twintigste eeuw grootschalige spoor- en weginfrastructuur aangelegd. In de jaren tachtig werden uitbreidingen van de bestaande spoorlijnen uitgevoerd, waarbij ook station Sloterdijk werd vernieuwd. Teleport werd in de jaren negentig als kantoorlocatie ontwikkeld.

2.3

Beschrijving deelgebieden

Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 kan het plangebied Haven-Stad worden onderverdeeld in drie deelgebieden: Sloterdijk-Westerpark e.o., Havengebied en Noordelijke IJ-oever. Hieronder komen de verschillende deelgebieden in vogelvlucht aan de orde.

2.3.1

Sloterdijk – Westerpark e.o.

Het deelgebied Sloterdijk-Westerpark e.o. bestaat uit de deelgebieden Sloterdijk Centrum, Sloterdijk I, Zaanstraat emplacement, Sportpark Transformatorweg en het Westerpark. Het gebied wordt (mede door de aanwezigheid hiervan) gekenmerkt door grootschalige infrastructurele voorzieningen, waaronder de spoorbundels, de Ring A10, de Westrandweg, de Ringspoorbaan, de Transformatorweg, de Nieuwe Hemweg en de Haarlemmerweg. Deze infrastructuur doorkruist het oude landschap en de ruimtelijke samenhang en vormt een belangrijke barrière richting de binnenstad. Het gebied Sloterdijk-Westerpark e.o. is nu voornamelijk een werkgebied waar slechts sporadisch wordt gewoond. 23

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Rondom station Sloterdijk (Sloterdijk Centrum) bevindt zich een relatief monofunctioneel kantorenpark dat vanaf begin jaren negentig als Teleport is ontwikkeld. Hier bevinden zich diverse bedrijven die hier hun hoofdkantoor hebben gevestigd. Het station vormt het kruispunt van de spoorlijn Amsterdam-Haarlem, de spoorlijn Amsterdam-Schiphol en de Hemboog (verbinding Noord Holland-Schiphol), de Ringlijn (metrolijn tussen Amsterdam Zuidoost en Amsterdam-West) en een bus- en tramstation met lokale en regionale verbindingen. Beeldbepalend voor Sloterdijk Centrum zijn de hoge spoor- en metroviaducten. Op basis van het vigerende bestemmingsplan transformeert dit gebied tot gemengd woon-werkgebied. Er is recent gestart met de eerste woningbouwplannen. Ook is de openbare ruimte rondom het station grondig opgeknapt. Bedrijventerrein Sloterdijk I, gelegen ten oosten van Sloterdijk Centrum, bestaat uit een noordelijk en zuidelijk deel, gescheiden door de Transformatorweg. Ten zuiden van het bedrijventerrein loopt de spoorlijn van Amsterdam Centraal richting Haarlem. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven gevestigd in de sectoren transport/logistiek, advisering en onderzoek, financiële en zakelijke diensten. Tussen de A10 en de Kabelweg zijn kantoren gebouwd.

De afgelopen jaren is sprake van meer verkleuring met onderwijs (waaronder Mediacollege), horeca, volumineuze detailhandel, leisure en stedelijke voorzieningen. Het gebied is intensief bebouwd, met parkeren grotendeels op de openbare weg, veel hallen en bedrijfsverzamelgebouwen.

figuur 2-5 Sloterdijk Centrum en Sloterdijk I

figuur 2-6 Westerpark en aangrenzend poldergebied

figuur 2-7 Zaanstraat emplacement

figuur 2-8 Spaarndammerdijk, dorp Sloterdijk

24

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Het Zaanstraat emplacement, tegen de Spaarndammerbuurt aan gelegen, is een opstel- en onderhoudsplaats voor treinen. Het bestaat uit grotendeels uit verhoogd gelegen sporen. Ten oosten van het emplacement ligt volkstuinencomplex Zonnehoek, ten westen bevindt zich het oude poldergebied met begraafplaats St. Barbara en een buurtboerderij. Het gebied Sportpark Transformatorweg herbergt sportvelden en jeugdgevangenis Amsterbaken. Het aangrenzende Westerpark is in omvang het grootste stadspark van Amsterdam. In het oostelijk deel van het park bevindt zich het tot cultuurpark getransformeerde Westergasfabriekterrein. In het westelijk deel van het Westerpark bevinden zich omvangrijke groen- en volkstuingebieden. Ingeklemd tussen de volkstuinen en grootschalige infrastructuur ligt het oude dijkdorp Sloterdijk.

2.3.2

Havengebied

Het Havengebied bestaat uit de deelgebieden Minervahaven, Alfadriehoek en Coen- en Vlothaven. Deze gebieden zijn onderdeel van het exploitatiegebied van het Havenbedrijf Amsterdam. Dit deelgebied herbergt actieve havenindustrie, maar ook stedelijke bedrijvigheid en creatieve industrie. Het IJ en de havenbekkens zijn bepalend voor de ruimtelijke hoofdstructuur.

figuur 2-9 Minervahaven met op achtergrond Coenhaven en Hemcentrale

Minervahaven, gelegen in de overgangszone tussen haven en stad, is oorspronkelijk ontwikkeld als houthaven. Momenteel wordt het gebied vooral gebruikt door veelal creatieve en kantoorachtige bedrijvigheid, In de Minervahaven hebben diverse grote modebedrijven hier een hoofdkantoor gevestigd. Recent is een verdere verkleuring naar meer stedelijke voorzieningen zoals leisure en horeca waarneembaar is. Aan de Danzigerkade is een theater gevestigd. In het zuidelijk deel van Minervahaven (Hempoint) zijn diverse logistieke en stadsverzorgende bedrijven gevestigd, waaronder een afvalverwerkingsbedrijf.

25

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Het gebied Alfadriehoek, gelegen tussen de Coen- en Vlothaven en Sloterdijk I, ligt ingeklemd tussen grootschalige infrastructuur: de Ring A10, de Ringlijn van de metro en de Nieuwe Hemweg. Het gebied wordt hoofdzakelijk gebruikt door kantoren en logistieke bedrijvigheid. Het gebied word ontsloten via de Kabelweg en de Contactweg. Parkeren vindt op eigen terrein (op maaiveld) plaats. Direct ten zuiden van het gebied ligt metrohalte Isolatorweg.

figuur 2-10 Minervahaven

figuur 2-11 Alfadriehoek

De Coen- en Vlothaven, gelegen in het hart van plangebied Haven-Stad, is een vitaal havengebied met enkele grote watergebonden productie- en overslagbedrijven zoals Cargill/Bunge (voedingsingrediënten, waaronder soja), IGMA (bulkterminal), Eggerding (industriële mineralen) en ICL Fertilizers (kunstmest). Deze bedrijven zijn voor hun bedrijfsvoering afhankelijk van overslag via zeeschepen. In 2009 heeft de gemeente heeft met deze drie bedrijven en de provincie Noord-Holland het convenant Houthaven/NDSM afgesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt over het moment van transformatie van deelgebieden die in de nabijheid van deze bedrijven liggen. De Vlothaven, van oorsprong ontwikkeld als houthaven, is in gebruik voor opslag en overslag van grond- en bouwstoffen. De Coen- en Vlothaven wordt via weg ontsloten via de Coenhavenweg en Nieuwe Hemweg.

figuur 2-12 Overslag bij ICL Fertilizers in Coenhaven

26

Milieueffectrapportage Haven-Stad

2.3.3

Noordelijke IJ-oever

Alleen het westelijk deel van de Noordelijke IJ-oever is gelegen binnen het plangebied van HavenStad. Het westelijk deel bestaat uit de deelgebieden Cornelis Douwes 0-1, Cornelis Douwes 2-3 en Melkweg/Oostzanerwerf. Voor dit deelgebied zijn het IJ en insteekhavens bepalend voor de ruimtelijke hoofdstructuur. Verder vormen de Cornelis Douwesweg (S112), de A10 en de Noorder IJ-plas belangrijke elementen in de ruimtelijke structuur van het gebied.

figuur 2-13 Cornelis Douwes 0-1

figuur 2-14 Cornelis Douwes 2-3

Cornelis Douwes 0-1 is een vitaal bedrijventerrein voor hoofdzakelijk stadsverzorgende bedrijvigheid zoals groothandel, transport/logistiek en bouw- en productiebedrijven (waaronder een betonmortelcentrale, een opslag van bouwmaterialen). Opvallende functies op Cornelis Douwes 0-1 zijn een windturbine in het westelijk deel en het Keerkringpark in het oostelijk deel. Het gebied Melkweg/Oostzanerwerf, ten noorden van Cornelis Douwes 0-1 en direct grenzend aan de Ring A10, bestaat hoofdzakelijk uit sportvelden en enkele stedelijke voorzieningen. Op Cornelis Douwes 2-3 is Damen Shipyard (Shipdock) gevestigd, een internationaal opererende werf waar onderhoud en reparatie aan schepen wordt uitgevoerd.

figuur 2-15 Zicht vanaf het IJ op Cornelis Douwesterrein

27

Milieueffectrapportage Haven-Stad

3

Beleidskader voor Haven-Stad

3.1

Visie Noordzeekanaalgebied 2040

Op 23 september 2013 is de Visie Noordzeekanaal vastgesteld door Provinciale Staten van NoordHolland en de raden van de gemeenten in het Noordzeekanaalgebied. Het doel van deze visie is versterking van de internationale concurrentiepositie door een integrale benadering van de verschillende ruimtevragers rondom het Noordzeekanaal. Uitgangspunt is de haven, het landschap en de stedelijke milieus in balans met elkaar te verweven. Daartoe is een aantal keuzes gemaakt die in een uitvoeringsagenda zijn uitgewerkt.

figuur 3-1 Visie 2040 Noordzeekanaalgebied

Op basis van de visie is de geluidszone rondom Westpoort en HoogTij (Zaanstad) aangepast, waardoor de havenindustrie beter kan groeien op de daartoe bestemde terreinen, en aan de stadse zijde een start kan worden gemaakt met woon-werkmilieus, zoals deze in Haven-Stad worden voorgestaan. Afgesproken is om zodoende grip te krijgen op eventuele toekomstige beslissingen over de haventerreinen binnen de Ring A10 - mede in relatie tot de Noordelijke Houtrakpolder als mogelijke uitbreidingslocatie - en bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Cornelis Douwesterreinen in de richting van Zaanstad.

3.2

Structuurvisie Amsterdam 2040

Op 17 februari 2011 is de Structuurvisie ‘Amsterdam 2040, economisch sterk en duurzaam’ vastgesteld in de gemeenteraad van Amsterdam. Daaruit volgt dat tot 2040 in Amsterdam 70.000 woningen nodig zijn. Doelstelling is een economisch sterke en duurzame stad en Amsterdam en de regio verder te kunnen ontwikkelen als internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. De beoogde ruimtelijke ingrepen laten zich onderbrengen in een viertal robuuste bewegingen, ruimtelijke ontwikkelingstrends, met elk zijn specifieke aanjager: uitrol centrumgebied, verweving metropolitane landschap en stad, herontdekking van het waterfront en internationalisering van de zuidflank. 28

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Haven-Stad ligt op het snijvlak van twee van deze bewegingen, namelijk de uitrol van het centrumgebied en de herontdekking van het waterfront. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 is het deel van het havengebied binnen de Ring A10, Haven-Stad, aangewezen als transformatiegebied. In Structuurvisie is opgenomen dat Haven-Stad zich op langere termijn zal ontwikkelen tot een gemengd stedelijk gebied.

figuur 3-2 Herontdekking van het waterfront

Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken over de te volgen koers en de zittende bedrijven nu al meer zicht te geven op hun lange termijn perspectief, heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van de Structuurvisie in februari 2011 besloten om scenario 2 en 3 nader uit te werken. In scenario 2 wordt Haven-Stad gedeeltelijk getransformeerd, met als opgave verdere verstedelijking langs de IJ oevers in combinatie met schonere en stillere havenactiviteiten. In scenario 3 maken de havenactiviteiten binnen de Ring A10 plaats voor gemengd stedelijk gebied.

3.3

Transformatiestrategie Haven-Stad

In het verlengde van de Structuurvisie Amsterdam heeft de gemeenteraad op 4 juli 2013 de Transformatiestrategie Haven-Stad ‘Sterke Stad - Slimme Haven’ vastgesteld. Met de vaststelling is besloten om Haven-Stad geleidelijk te transformeren en de besluitvorming te faseren. Met het oog op omvang, diversiteit en kwaliteit is niet gekozen voor een vastomlijnd scenario. Langs de Noordelijke en de Zuidelijke IJ-oever en vanuit het westelijk deel van Amsterdam kan Haven-Stad stapsgewijs transformeren, te beginnen bij station Sloterdijk en het bedrijventerrein Sloterdijk I. In de Transformatiestrategie is inzicht gegeven in de programmatische en financieel-economische haalbaarheid en de mogelijkheid om de gevestigde bedrijven voor de regio te behouden. Zonder actieve verplaatsing van de havenbedrijven in de Coen- en Vlothaven zijn tot 2040 circa 9.000 woningen en 38.000 arbeidsplaatsen mogelijk, inclusief transformatie van de Coen- en Vlothaven zal Haven-Stad gaat het om 20.000 woningen en 44.000 arbeidsplaatsen. In 2025 neemt de gemeenteraad een besluit over het moment en de wijze van transformatie van de Coen- en Vlothaven. Daarbij wordt rekening gehouden met de woningbehoefte en behoefte

29

Milieueffectrapportage Haven-Stad

aan haventerrein op dat moment, intensivering van bestaande haventerreinen, milieuverantwoorde verplaatsing / uitbreiding van havenactiviteiten en financiële haalbaarheid.

figuur 3-3 Visiekaart Transformatiestrategie Haven-Stad

3.4

Koers 2025 - Ruimte voor de Stad

De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om te kunnen voorzien in de verwachte groei van Amsterdam. Naar verwachting zijn er tot 2025 50.000 woningen nodig. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Om in de beoogde groei te voorzien is daarom in Koers 2025 een integrale en stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties. Koers 2025 is op 24 mei 2016 vastgesteld door het college van B&W. In Koers 2025 leveren de deelgebieden van Haven-Stad een belangrijke bijdrage aan de ruimte voor woningbouw. Sloterdijk Centrum is opgenomen als versnellingslocatie 1e tranche en het zuidelijk deel van Sloterdijk I als nieuw project voor 2016 (investeringsbesluit). Een aantal gebieden is opgenomen als strategische ruimte ten behoeve van gebiedsontwikkeling na 2020: Sloterdijk I - Noord, Zaanstraat emplacement, Minervahaven, Cornelis Douwesterrein 2-3 en Melkweg/ Oostzanerwerf. Op 14 september 2016 is Koers 2025 besproken in de gemeenteraad. Een aantal aangenomen moties zijn relevant voor Haven-Stad. Er is onder andere verzocht om nader te onderzoeken of meer woningen op (middel)lange termijn (na 2025) te realiseren zijn in Haven-Stad. Verder is besloten om op alle bouwlocaties in Koers 2025 die niet binnen de Hoofdgroenstructuur vallen een zo hoog mogelijke dichtheid na te streven en actief werk te maken van hoogbouw.

30

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 3-4 Uitsnede kaart Koers 2025

3.5

Ruimte voor de Economie van Morgen

De (concept) visie Ruimte voor de Economie van Morgen is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025. Deze visie agendeert het belang van werken in de stad, en de ruimte die daarvoor nodig is, en dient als economisch uitgangspunt voor ruimtelijke projecten, gebiedsontwikkeling, een nieuwe bedrijven- en kantorenstrategie van Amsterdam. De economische scenario’s van de metropoolregio dienen als basis voor verschillende informele werkmilieus: internationaal topmilieu, innovatiedistricten, creatieve wijken (oranje) en productieve wijken (lichtblauw). Samen met bestaande werkmilieus als haven (donkerblauw), bedrijventerrein (grijs), multimodale knooppunten (roze), stadsstraten (rood), en woonwijken waar economische menging niet zo kansrijk is (geel).

figuur 3-5 Uitsnede Haven-Stad kansenkaart woon-werkmilieus

31

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Voor Haven-Stad zijn de volgende nieuwe werkmilieus relevant:  Creatieve wijken zijn woon-werkwijken die door menging met kleine zelfstandige kantoorruimtes voorzien in de behoefte aan nieuw stedelijk werkmilieu. Het zijn wijken die in economisch opzicht aansluiten op het bestaande Amsterdamse centrummilieu binnen de Ring A10. Dit betreft onder meer Minervahaven-Zuid en Zaanstraat emplacement.  Productieve wijken zijn woon-werkwijken die bedrijven (met bedrijfsruimte) integreren in nieuw stedelijk woonmilieu. Samen met productieve delen in stadstraten bieden deze wijken nieuwe ruimte voor bedrijven die nodig is, om economisch divers te blijven, omdat een groot deel van de binnenstedelijke bedrijventerreinen gaat verdwijnen. Sloterdijk I en Cornelis Douwes 2-3 zijn aangeduid als productieve wijk.

3.6

Mobiliteitsaanpak Amsterdam

De Mobiliteitsaanpak Amsterdam ‘Amsterdam Aantrekkelijk Bereikbaar’, op 13 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld, is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam en vormt het overkoepelende kader voor het mobiliteitsbeleid van Amsterdam in de periode tot 2030. Hierin staat beschreven op welke wijze de economische vitaliteit van Amsterdam op duurzame wijze versterkt kan worden door de bereikbaarheid in en van de stad en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte te vergroten. Een belangrijke opgave is om meer ruimte te creëren voor verblijfsgebieden en langzaam verkeer en het gebied binnen de Ring A10 ten zuiden van het IJ autoluwer in te richten. Daarbij wordt ingezet op minder autoparkeren op straat, extra stallingsplaatsen voor fietsen een slimmer ingericht OV netwerk. Om de netwerken voor voetganger, fiets, auto en OV beter te laten functioneren en de ruimteverdeling te optimaliseren zijn voor deze modaliteiten plusnetten benoemd. De plusnetten zijn leidend bij het maken van keuzes bij toekomstige reconstructies en bij het kiezen van prioriteiten in het stedelijk verkeersmanagement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17177973/1