CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2026-115B Toelichting TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (VN2026-005680)35.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Voor alle deelregio's wordt in aanvulling op de kantorenvraag naar formele locaties extra ruimte geboden voor kantoorontwikkeling in informele milieus. Transformatie: Zowel voor kantoren als voor bedrijventerreinen zijn de transformatieambities hoog. Als gevolg daarvan wordt een uitplaatsingsvraag verwacht, met name vanuit Amsterdam. Herstructurering: de herstructurering van bedrijventerreinen blijkt een belangrijk aandachtspunt. Het meest recente jaarlijkse verslag van de ontwikkelingen op de kantoren- en bedrijventerreinenmarkt in de MRA is de Monitor Plabeka (2017-2018). Daaruit blijkt dat de economie van de MRA in 2017 voor het vijfde jaar op rij een groei vertoonde. Bijna 60% van de banen in de MRA is gesitueerd op gemengde werkmilieus als woonwijken, centrumgebieden en creatieve wijken. Vooral binnen de creatieve wijken groeit de werkgelegenheid sterk. Kantoorruimte concentreert zich in centrumgebieden en woonwijken. De kantorenleegstand in gemengde milieus is in de afgelopen twee jaar gedaald tot 11%. Vooral in centra en creatieve wijken is de leegstand laag. In 2017 was bovendien meer transformatie zichtbaar dan ooit (0,5 miljoen m2, 4% van de totale voorraad). Wonen is de voornaamste nieuwe functie (minstens de helft van de getransformeerde ruimtes).

Tot 2030 beschikt de MRA over 0,9 miljoen m2 hard planaanbod op kantoorlocaties, waarvan bijna de helft op internationale vestigingslocaties als Zuidas. De vraag concentreert zich met name op aantrekkelijke, multimodaal bereikbare plekken met een hoog voorzieningenniveau. In Amsterdam is de voorraad in dit segment krap. Ook de markt voor bestaande bedrijfsruimte lijkt in de gemeente Amsterdam krapper dan elders in de MRA. Het transactievolume van bedrijfsruimte ligt er relatief hoog en de leegstand van industrieel vastgoed en kantoorruimten op bedrijventerreinen is laag.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies. Voor Amsterdam is aangegeven dat behoefte is aan in ieder geval 60.000 m2 extra kantoorruimte. Opgemerkt wordt dat het denkbaar is dat de ruimtebehoefte mogelijk nog groter is dan geschetst. Het is daarom van belang om de feitelijke ontwikkelingen te monitoren. Hiervoor wordt verwezen naar de meest recente monitor van de gemeente. Besluitgebied Het voorgenomen initiatief voorziet, naast woningen, tevens in maatschappelijke en commerciële voorzieningen en vormt een integraal onderdeel van de bredere gebiedsontwikkeling Sloterdijk Zuid en Haven-Stad. Het volledige programma omvat maximaal 850 woningen en circa 10.000 m² bruto vloeroppervlak aan niet-woon functies. Met de herontwikkeling van Blok 1 Zuid, als onderdeel van Sloterdijk I Zuid, wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van het vestigingsklimaat binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), één van de strategische doelstellingen van de regio.

Uit het Plabeka blijkt dat er voldoende vraag is naar deze combinatie van woon- en niet-woonfuncties; de huidige leegstand is beperkt en de behoefte aan ruimte voor niet-woonfuncties in een gemengd werkmilieu neemt toe.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Van Structuurvisie Amsterdam 2040 naar Omgevingsvisie Amsterdam 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is samen met het OER op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040. Met vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 door de gemeenteraad is de Structuurvisie Amsterdam 2040 vervangen. Hierop zijn twee uitzonderingen, de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: richting geven aan groei; versnellen van transities; ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten. In sommige paragrafen wordt derhalve nog verwezen naar de Structuurvisie Amsterdam 2040. Op een aantal punten formuleert de omgevingsvisie een aangepaste ruimtelijke koers. Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de stad en op herstel en vernieuwing van de economie. Wereldwijd groeien steden.

Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische groei is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten. Maar Amsterdam wil ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. Groei een plek

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 29

geven in de stad is daarmee ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op is gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad te worden met meer stedelijke centra. Ook in de regio willen we de kernen meer stedelijke kwaliteit geven. Groeien binnen grenzen: duurzame, compacte stedelijke ontwikkeling en intensief ruimtegebruik. Daarmee maken we sociaal sterke buurten, met veel ruimte voor ondernemerschap en beperken we de ecologische voetafdruk van de stad. Duurzaam en gezond bewegen: in een compacte stad staan ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte voorop. In de hele stad krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer ruim baan. Rigoureus vergroenen: nieuwe parken en meer groen in de openbare ruimte en op en aan gebouwen houdt de stad klimaatbestendig en leefbaar voor mens, dier en plant. Samen stadmaken: meer mogelijkheden voor maatschappelijk initiatief. Samen met Amsterdammers, corporaties en private partijen bouwen we aan de stad. Daarbij maken we meer ruimte voor experimenten en verantwoordelijk en eigenaarschap voor onze inwoners.

Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Verdichten doet de gemeente vooral in grote gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaatsmaakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende bedrijvigheid blijft waar mogelijk behouden. Meer woningen, werkplekken en publiekstrekkende voorzieningen zorgen voor voldoende massa en draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen en lokale ondernemers. De behoefte aan stedelijke plekken als vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en als aantrekkelijke leefomgeving blijft groot. Om daarin te voorzien zijn naast het centrum en Zuidas nieuwe stedelijke centra voor wonen en werken nodig. Deze wil de gemeente in de hele stad en regio laten ontstaan. Besluitgebied Het besluitgebied van voorliggende initiatief voorziet in een toevoeging van maximaal 850 woningen en 10.000 m2 niet-woonprogramma binnen de gebiedsontwikkeling van het bedrijventerrein Sloterdijk I Zuid. De directe omgeving van het projectgebied zal op termijn verder worden ontwikkeld, waarbij een mix aan functies het uitgangspunt is. Zo komen meerdere functies in hoge dichtheid samen, wat in lijn met de ambities van de gemeente.

Op grond van de Visiekaart behoort het besluitgebied tot het type 'Gemengde stadsbuurt. De directe omgeving bestaat uit het type 'hoogstedelijke buurt'. Over gemengde stadsbuurten wordt geschreven dat het gaat om: “Ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en langs watergangen. Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling.”

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Figuur 5: Uitsnede visiekaart (bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050). In het type 'hoogstedelijke buurt' wordt de ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en meer ruimte voor niet-wonen beoogd. Daarnaast dient groen een plek te krijgen in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken. Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling. Om op een klein oppervlak veel dichtheid te maken, is hoogbouw een bruikbare bouwvorm in het type 'hoogstedelijke buurt'. De ontwikkeling beoogt een sterke verbinding tussen Sloterdijk I Zuid en het Westerpark, waarbij Blok 1Zuid als schakelpunt fungeert. Gelegen aan de rand van de Sloterdijk I Zuid-ontwikkeling, reageert het plan op de informele, natuurlijke sfeer van het Westerpark en de robuuste stedelijkheid van Haven-Stad, wat het tot een belangrijke overgang maakt. Daarnaast sluit de herontwikkeling van Kavel I-Zuid aan bij de Omgevingsvisie, omdat een gecombineerd woon- en werkprogramma beoogd wordt. Dit gemengde programma wordt verdeeld over diverse bouwblokken met diverse hoogteaccenten. Daarnaast wordt ingezet op een duurzame, gezonde en veilige woon- en werkomgeving. Onderstaand figuur betreft ene impressie van de gewenste functiemix.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 31

Figuur 6: Weergave beoogde functiemening plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen herontwikkeling van Blok 1 Zuid in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. 3.4.2

Horecabeleid (2025)

Amsterdam is een bruisende stad waar Amsterdammers en bezoekers graag uit eten gaan, een café bezoeken en tot laat uitgaan. Horeca heeft ook een belangrijke sociale functie: we ontmoeten er bekenden en onbekenden. En de branche is economisch belangrijk, want veel mensen vinden er werk. Kortom; horeca hoort bij Amsterdam. In het Horecabeleid (2025) wordt een nieuw stelsel van regels voor de hele stad geïntroduceerd. Het oude beleid was versnipperd en niet passend voor de toekomst. Besluitgebied Het voorgenomen plan biedt ruimte aan maximaal 500 m2 bvo horeca. Deze horeca is beoogd aan het zogenoemde horecaplein wat onderdeel is van de 'diagonaal' door het bouwplan en de open ruimte. De diagonaal is het centrale element in het plan, dat de verbinding vormt tussen het Dijkpark in het zuidoosten en het Contactplein in het noordwesten. Zoals reeds beschreven maakt de ontwikkeling onderdeel uit van Sloterdijk I Zuid en Haven-Stad. In het kader van de 'Ontwikkelstrategie Haven-Stad' (vastgesteld 2017) is door Bureau Stedelijke Planning onderzoek gedaan naar het draagvlak voor commerciële voorzieningen in Sloterdijk I Zuid. Gelet op de aard en omvang van het woningbouwprogramma binnen de gebiedsontwikkelingen, is er behoefte aan winkels voor de dagelijkse boodschappen, ondersteund met horeca en diensten, en voorliggend plan betreft hier een uitwerking van.

Als gevolg van het spelregelkader van de MER voor Haven-Stad geldt dat binnen 250 meter van bestaande en nieuwe scholen geen nieuwe snackbars (horecacategorie 1) zijn toegestaan. Gezien de

Gemeente Amsterdam

blz. 32

ligging direct ten zuiden van het Mediacollege is een dergelijke functie in de regels van dit TAM-omgevingsplan uitgesloten. 3.4.3

Kantorenplan 2019-2026(2019)

In het Coalitieakkoord Amsterdam 2018 stond een nieuwe kantorenstrategie genoemd, waarmee het bestuur inzet op meer, sneller en toekomstbestendige kantoren. Door in te zetten op meer kantoorontwikkelingen wordt met het kantorenplan 2019-2026 aan dit coalitieakkoord invulling gegeven. Het doel van het nieuwe kantorenplan is een toekomstbestendige en gezonde kantorenmarkt met kwalitatieve woon-werkmilieus. De volgende uitgangspunten zijn in het plan opgenomen: meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en Klimaatneutraal; transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; realiseren van gemengde woon-werkmilieus. Besluitgebied Met het 'Kantorenplan' (2019) geeft de gemeente Amsterdam vorm aan een gezonde kantorenmarkt in Amsterdam. De strategie van Amsterdam om kantoren bij te bouwen op de juiste locaties blijft belangrijk om te voldoen aan de kantoorvraag nu en in de toekomst. Nieuwbouw van kantoren op goed bereikbare OV-locaties en onttrekking door transformatie op andere locaties biedt de juiste ruimte op de kantorenmarkt. Het juiste kantoor op de juiste locatie. Deze vernieuwing levert een grote bijdrage aan de verduurzaming en toekomstbestendigheid van kantoren.

De 'Monitor Kantoren' geeft daarnaast inzicht in de kantorenleegstand, kantoorontwikkelingen en de toekomstbestendigheid van kantoren. Door gemiddeld 125.000 m2 bvo kantoorruimte per jaar toe te voegen, kan de kantorenvoorraad gestaag toenemen om daarmee te voldoen aan de netto uitbreidingsvraag conform het 'Kantorenplan 2019 – 2026'. In de periode 2019 – 2021 is de kantorenvoorraad slechts met circa 100.000 m2 bvo toegenomen. Dit komt omdat er de afgelopen jaren volop is ingezet op de transformatie van incourante kantoren en veel herontwikkeling- en nieuwbouwprojecten nog in uitvoering zijn. Er is op dit moment circa 415.000 m2 bvo kantoorruimte in uitvoering. De verwachte toename van de kantorenvoorraad in de periode 2022 – 2030 is circa 1.250.000 m2 bvo. Dit is blijkens de 'Monitor Kantoren' voldoende om aan de jaarlijkse netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 bvo te kunnen voldoen. Het plan voorziet naast wonen in ruimte voor werken. In de Woonwerkstad geldt dat de gemeente inzet op ruim 20% van het programma in niet-woonfuncties, bestaande uit maatschappelijke - en commerciële voorzieningen en bedrijfsruimtes. In het Kantorenplan wordt over Sloterdijk 1 Zuid het volgende beschreven: “De kantorenstrook Sloterdijk I Zuid ligt ten oosten van de snelweg A10- West, met daarachter een bedrijventerrein dat gaat transformeren naar een woonwerkmilieu.

In de kantorenstrook kan nog beperkt kantoren in een gemengd programma worden toegevoegd. Zoals in de rest van het gebied wordt nagestreefd: een combinatie met woningbouw, bedrijfsruimten en maatschappelijke voorzieningen. In het huidige bedrijventerrein hierachter zal een woon-werkwijk met informeel werkmilieu ontstaan. Een deel van Sloterdijk I ligt op minder dan 400 meter van station Sloterdijk wat de potentie biedt om ook hier binnen de context van het gemengde programma een beperkt aanvullend kantorenmilieu te ontwikkelen”. Binnen dit plan is ruimte voor maximaal 2.500 m2 bvo kantoren als uitwerking van de uitgangspunten uit de Investeringsnota en dit past binnen de kwantitatieve behoefte aan kantoor zoals beschreven in de Monitor Kantoren. Ook kwalitatief gezien levert deze ontwikkeling een bijdrage aan de behoefte om van Kavel I-Zuid een levendig woon-werkgebied te maken, waarbij diverse functies in hoge dichtheid samenkomen.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 33

3.4.4

Nota Ruimte voor de Economie van Morgen (2017)

De groei van Amsterdam, en de betekenis van Amsterdam als economische motor voor de metropoolregio zal de komende jaren doorzetten, maar economische groei houdt niet op bij de gemeentegrenzen van de stad. Als beleidsdocument van de gemeente Amsterdam vormen de gemeentegrenzen een beperking voor de scope van dit product, maar de bouwstenen zijn ook toepasbaar op andere locaties in de metropoolregio Amsterdam. Ruimte voor de Economie van Morgen heeft betrekking op de in Koers 2025 aangewezen ontwikkelgebieden en heeft daarmee een scope tot ongeveer 2030. Besluitgebied Er is grote behoefte aan woon- en werkruimte in Amsterdam, zeker binnen de ring A10. In het visiedocument Koers 2025, een uitwerking van de structuurvisie Amsterdam 2040, is Haven-Stad aangewezen als gebied dat een groot deel van deze vraag moet faciliteren. Eind 2017 heeft de gemeenteraad de 'Ontwikkelstrategie Haven-Stad' vastgesteld. Deze strategie schetst het beeld van Haven-Stad op het gebied van o.a. stedenbouwkundige invulling, voorzieningen, duurzaamheid, identiteit én bereikbaarheid. Ook staat hierin de fasering van de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden, met daarbij de aantallen woningen en werkgelegenheid. De ontwikkelstrategie vormt de basis voor de nadere uitwerking van Haven-Stad in de verschillende deelgebieden.

Milieueffectrapportage Haven-Stad is gelijktijdig met de Ontwikkelstrategie is het Milieueffectrapport (MER) Haven-Stad aangenomen door de gemeenteraad. In het MER staan onder meer de randvoorwaarden voor de bereikbaarheid om de ontwikkeling van Haven-Stad mogelijk te maken. Deze vormen de basis voor de ontwikkelvisie en ook een belangrijk uitgangspunt van het mobiliteitsplan Haven-Stad Zuid. De belangrijkste keuzes uit de MER hebben betrekking op mobiliteit: het inzetten op alternatieven voor de auto is voorwaardelijk om de transformatie van Haven-Stad mogelijk te maken. Als niet tijdig wordt ingezet op OV en fiets, en het autogebruik wordt beperkt, loopt het wegennet vast en stagneert de transformatie. Het bedrijventerrein Sloterdijk I verandert de komende jaren stap voor stap in een dynamische en duurzame wijk. Met bedrijven, woningen, horeca en voorzieningen om te ontspannen. In 2024 begonnen de eerste werkzaamheden in Sloterdijk I Zuid, de Contactbuurt. Het is een van de eerste gebieden die ontwikkeld wordt binnen Haven-Stad en voorliggend besluitgebied is daar onderdeel van. De aanzet hiervan is het strategiebesluit Sloterdijk I geweest, dat op 14 juni 2016 door het College van B&W is vastgesteld. De strategienota bevatte drie hoofddoelstellingen waaraan de nieuwe wijk moet voldoen. Dit zijn: 1.

transformatie van het bedrijventerrein naar een woonwerkgebied met een hoog kwalitatief en aantrekkelijk leefmilieu; 2. een betere aansluiting op de omgeving en 3. een geleidelijke en gefaseerde ontwikkeling. De drie hoofddoelstellingen zijn vervolgens in een Investeringsnota uitgewerkt in specifieke ambities en kaders. Het programma waar dit besluitgebied ruimte aanbiedt voorziet in een woon-werkgebied met bedrijvigheid die verenigbaar is met wonen en geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de visie Ruimte voor de Economie van Morgen. Het plan is concreet een uitwerking van de (hoofd)doelstellingen van de eerder genomen besluiten.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

3.4.5

Hoogbouwbeleid

De gemeente Amsterdam heeft in juli 2024 het meest recente hoogbouwbeleid vastgesteld, te weten “Hoogbouwbeleid Amsterdam”. Dit hoogbouwbeleid maakt inzichtelijk waar hoogbouw mogelijk inpasbaar is en onder welke voorwaarden. Bovendien geeft het beleid handvatten voor de borging van de kwaliteit van hoogbouwinitiatieven op gebouwniveau. Deze kwaliteitseisen zijn cruciaal om goede hoge gebouwen te kunnen ontwikkelen, om beter op kwaliteit te kunnen sturen en kunnen bijdragen aan innovatieve oplossingen. Nieuw in het Hoogbouwbeleid t.o.v. de Hoogbouwvisie (2011): Concretere regels voor hoogbouw in relatie tot de scheggen en het IJ waarbij het doel is om de weidsheid van het landschap te behouden. Uitgebreidere beschrijving van de stedenbouwkundige systematiek van gebieden, waaronder de AUP gebieden (Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934) en de wijze waarop hoogbouw daar wel/niet ingepast kan worden. Een duidelijkere indeling in vier regimes met in ieder regime duidelijke regels zoals maximale bouwhoogten. Dit geeft, ten opzichte van de hoogbouwvisie, meer duidelijkheid en een totaaloverzicht van de (on)mogelijkheden voor hoogbouw in de hele stad. Aanscherping regels in het UNESCO werelderfgoed: Geen hoogbouw in het UNESCO werelderfgoed.

Alle gebieden in Amsterdam waar al gebiedsontwikkeling plaatsvindt, zijn nu opgenomen in het beleid, bijvoorbeeld het Hamerkwartier, Zeeburgereiland, Amstel III en Haven-Stad. Geen toetsing meer door hoogbouwcommissie. De regels in het beleid zijn veel concreter en handzamer. Dit schept meer duidelijkheid vooraf, positioneert het beleid als een opgave in plaats van als een test en vergemakkelijkt de planvorming. Een verplichte inpassingsstudie is toegevoegd aan het proces van hoogbouwontwikkeling. Nieuw onderdeel van het beleid: vuistregels op niveau van het gebouw om echt goede gebouwen te maken die lang mee gaan. In het beleid zijn vier regimes opgenomen voor hoogbouw, te weten: 1. 2. 3. 4.

Ja, gebieden geschikt voor hoogbouw Soms, op specifieke plekken In principe nee Nee

Onderstaand figuur betreft een uitsnede van de interactieve kaart bij het hoogbouwbeleid. Daaruit is op te maken dat het plangebied waar dit TAM-omgevingsplan betrekking op heeft, behoort tot een gebied waar “Hoogbouw in principe is toegestaan”.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 35

Figuur 7: Uitsnede interactieve kaart bij Hoogbouwbeleid. Besluitgebied Zoals al blijkt uit bovenstaand figuur is hoogbouw binnen het plangebied in principe toegestaan. Daarbij geldt dat in de Investeringsnota over hoogtes het volgende is beschreven: “De bebouwing krijgt een compact stedelijk karakter. Met straatwanden die worden gevormd door bouwblokken met een basishoogte van 20 tot 30 meter. Daarboven is sprake van hoogbouw van 45 meter. Incidenteel en verspreid gesitueerd komen torens tot maximaal 60 meter hoog”. Het plan waar voorliggend TAM-omgevingsplan ruimte aan biedt is getoetst aan de vuistregels uit het Hoogbouwbeleid. In dit hoogbouwbeleid zijn 11 vuistregels geformuleerd. Bijlage 3 bij dit TAM-omgevingsplan is aangegeven in hoeverre voldaan wordt aan deze vuistregels of hoe hier bij de verdere planvorming invulling aan gegeven kan worden. Vooruitlopend daarop kan geconcludeerd worden dat het initiatief op hoofdlijnen voldoet aan de spelregels uit het Hoogbouwbeleid. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt in overleg met het bevoegd gezag gewerkt aan het VO en DO, waarbij rekening wordt gehouden met de van toepassing zijnde spelregels.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

3.4.6

Bedrijvenstrategie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft op 15 april 2020 de Bedrijvenstrategie 2020-2030 'Amsterdam Duurzaam Productief' vastgesteld. Het doel van het college is om in Amsterdam voldoende ruimte te houden voor productie en bevoorrading van de stad (o.a. bedrijven in maakindustrie, ambachten, stadslogistiek, groothandel en reparatie). De komende jaren gaat de gemeente de ruimte op bedrijventerreinen beter inzetten, zodat meer bedrijven zich kunnen vestigen. Daarnaast wordt 500.000 m2 aan bedrijfsruimte ontwikkeld in nieuwe stedelijke wijken, waar wonen en bedrijvigheid samen kunnen gaan. Besluitgebied De Bedrijvenstrategie kent vier doelstellingen/speerpunten: 1. 2. 3. 4.

maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren, het bestendigen, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen, selectief omgaan met de laatste vrije kavels op bedrijventerrein, een regionale aanpak voor bedrijfslocaties.

In onderstaand figuur zijn de speerpunten uit de bedrijvenstrategie per locatie weergegeven.

Figuur 8: Speerpunten per locatie (bron: Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020 – 2030). Sloterdijk I Zuid is daarbij aangewezen als een 'Bedrijventerrein met transformatieplannen'. In onderstaand figuur zijn de beschrijvingen van de zogeheten productieve en creatieve wijken weergegeven. Als kansrijke locaties voor deze wijken is Sloterdijk benoemd als productieve wijk.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 37

Figuur 9: Beschrijving productieve en creatieve wijk (bron: Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020 – 2030). Productieve wijken zijn woon-werkwijken die bedrijven (die behoefte hebben aan bedrijfsruimte) integreren in stedelijk woonmilieu. Integratie van woonwijken is nodig om divers ondernemerschap voor de stad te behouden. Binnen Blok 1 Zuid, als onderdeel van Sloterdijk I Zuid, worden diverse functies toegestaan (en gerealiseerd), waaronder een niet-woonprogramma, zoals bedrijven. Hiermee wordt voorzien in de behoefte aan bedrijfsruimte. Het plan biedt tevens ruimte om het huidig gebruik van het plangebied te realiseren binnen de herontwikkeling van het gebied. De nieuwe wijk wordt op een dusdanige manier gerealiseerd dat wonen en werken naast elkaar kunnen bestaan. Dit is in lijn met de doelstellingen uit de Bedrijvenstrategie 2020 – 2030.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

3.4.7

Woonagenda 2025 (2017)

Voor welke uitdagingen staat Amsterdam tot 2025 op het terrein van wonen? De Woonagenda 2025 geeft hier antwoord op. De Woonagenda 2025 is een kader stellend, richtinggevend en praktisch document voor het woonbeleid tot 2025. Op 19 juli 2017 is de Woonagenda 2025 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de Woonagenda staat beschreven hoe het Amsterdamse college wil blijven investeren in een stad waar voldoende woningen zijn voor alle Amsterdammers, de woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en betaalbaar voor de Amsterdammers die erin wonen of gaan wonen. De Woonagenda zet in op voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025 en brengt in kaart waar de huidige woningmarkt te kort schiet, wat er nu reeds aan gedaan wordt en welke aanvullende acties nodig zijn. Er zijn 25 acties geformuleerd. Voor het uitgangspunt 'voldoende woningen' is de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. De meest in het oog springende actie is het nieuwe stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering: 40% gereguleerde huur (sociale huur), 40% middeldure huur en koop en 20% dure huur en koop. Er zijn spelregels opgesteld om de programmering van 40-40-20 op een goede wijze toe te passen in projecten.

Als de woningvoorraad hierdoor beter aansluit bij de woningbehoefte, is het belangrijk dat deze woningen ook bewoond worden door de huishoudens die hierop zijn aangewezen. Besluitgebied De voorgenomen ontwikkeling die dit TAM-omgevingsplan mogelijk maakt, voorziet onder meer in de realisatie van maximaal 850 woningen. Hiermee wordt voorzien in een deel van de kwantitatieve behoefte die aanwezig is conform de Woonagenda 2025: hieruit volgt immers dat de gemeente tot 2025 de ambitie heeft om circa 50.000 extra woningen te realiseren. Groenvisie 2020-2050 3.4.8

Groenvisie 2020-2050

De Groenvisie 2020-2050 is op 21 december 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Groen is essentieel voor sociaal welzijn, recreatie, klimaatadaptatie (voorkomen hittestress, wateropvang), gezondheid en biodiversiteit. Door de opgave om de stad te verdichten met nieuwe woningbouw, en de opgaves rondom energie en mobiliteit, wordt het drukker in de open ruimte. Tegelijk groeit de behoefte om dichtbij de woning gebruik te maken van een prettige groene ruimte. Gezien het belang van groen, mogen de stedelijke opgaven niet ten koste gaan van de groene ruimte en de kwaliteit daarvan. Waar mogelijk, wordt meer groen gemaakt en het bestaande groen beter benut. Het groen draagt aan zoveel mogelijk opgaven bij. Een groennorm geeft aan hoeveel groen er minimaal in een stad of buurt moet zijn, voor een leefbare omgeving. In 2018 zijn voor het eerst groennormen opgesteld als onderdeel van de ?Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen?. Deze worden gebruikt bij nieuwe stedenbouwkundige plannen en daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruiksgroen en ecosysteem groen. Op die manier worden nieuwe buurten vanaf de aanleg ingericht op basis van de groennorm. De groennorm geldt echter ook voor bestaande buurten.

Op basis van de groennorm wordt het beleid voor nieuw en/of beter groen in de bestaande stad gerealiseerd. De natuur moet een volwaardige plek hebben in de stad. Gestreefd wordt naar een optimale lokale biodiversiteit en natuurwaarden door het natuurinclusief bouwen, ontwerpen, inrichten en beheren van de openbare en private buitenruimten. De hoofdpunten van de Groenvisie zijn kort samengevat: Groene routes van voordeur tot landschap: In 10 minuten wandel je naar een park, in 15 minuten fiets je naar het landschap; Groen tenzij: Waar het kan vervangen we verharding door groen voor een prettige, gezonde en natuurlijke leefomgeving met ruimte;

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 39

Gezonde straat- en pleinbomen: We planten bomen die groot en oud kunnen worden; Openbaar en toegankelijk groen: Volkstuinparken, sportparken en schooltuinen worden toegankelijker voor meer mensen; Samenwerken: Het aanleggen en beheren van groen doen we samen met bewoners, organisaties en bedrijven; Meer biodiversiteit: Door natuurinclusief te bouwen, te ontwerpen, in te richten en te beheren; Parkconci?rges: In elk park is een parkconci?rge, aanspreekbaar voor vragen van bewoners en bezoekers; Groen is gevarieerd: In het groen is voor ieder wat wils. Zo heeft bijvoorbeeld elk stadspark een eigen karakter; Nieuw bos en parken: Er komt een nieuw stadsbos en er komen nieuwe stadsparken; Landschapsparken: In het landschap direct om de stad cre?ren we ruigere natuur, voedselbossen en meer mogelijkheden voor bewegen. Besluitgebied Door stijgende temperaturen neemt het aantal hittegolven toe, vooral in stedelijke gebieden, waar het hitte-eilandeffect optreedt. De plannen voor de omgeving van Sloterdijk I Zuid zijn om het gebied te verstedelijken. Hierdoor zal het hitte-eilandeffect versterken, wat zonder maatregelen leidt tot verhoogde gezondheidsrisico's, vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met hart- en vaatziekten.

In Sloterdijk I Zuid, waaronder voorliggend besluitgebied worden gerichte maatregelen genomen om hittestress te verminderen en het gebied klimaatadaptiever te maken. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het vergroenen van de openbare ruimte. Zo worden er op strategische plekken nieuwe bomen geplant, die in de toekomst voor schaduw en verkoeling zorgen. Daarnaast worden ? waar mogelijk ? grasoppervlakken gerealiseerd, die niet alleen helpen bij het verlagen van de omgevingstemperatuur, maar ook bij het verbeteren van de waterinfiltratie. Ook op de daken wordt vergroening toegepast: waar het haalbaar is, worden groene daken aangelegd. Deze daken dragen bij aan het vasthouden van regenwater, verbeteren de isolatie van gebouwen en zorgen voor extra verkoeling in de stedelijke omgeving. In het besluitgebied is ruim voldoende aandacht voor groen. Daarnaast biedt het plan ruimte aan groene daken, groene balkons, groene binnenplaatsen en paden. In hoofdstuk 13 en 18 wordt hier nader op ingegaan. Op deze manier wordt via groene, publieke ruimtes aangesloten op de Hoofdgroenstructuur en het Westerpark. Op de hoofdgroenstructuur ten oosten van het plangebied wordt nader ingegaan in hoofdstuk 15 van voorliggend TAM-omgevingsplan. 3.4.9

Investeringsnota Sloterdijk 1 Zuid

Met Sloterdijk I Zuid wordt een nieuwe woonwerkwijk aan de stad toegevoegd. Sloterdijk I Zuid maakt deel uit van Sloterdijk I, dat ten westen grenst aan de ring A10, ten zuiden aan het treinspoor Amsterdam-Haarlem, ten oosten aan de Spaarndammerbuurt en ten noorden aan de Alfadriehoek en de Coen- en Vlothaven. Dwars door het gebied loopt de Transformatorweg, die Sloterdijk I verdeelt in een noordelijk en een zuidelijk deel. De investeringsnota Sloterdijk I Zuid gaat specifiek over het zuidelijk deel. Het is een uitwerking van de strategienota Sloterdijk I, in 2016 vastgesteld door het College van B&W. De strategienota bevat drie kernambities waaraan Sloterdijk I moet voldoen. Sloterdijk I zal: 1. de komende jaren transformeren van bedrijventerrein naar een woonwerkgebied met een hoog kwalitatief en aantrekkelijk leefmilieu; 2. beter aansluiten op de omgeving; 3. geleidelijk en gefaseerd ontwikkelen met woningbouw wat betreft het zuidelijk deel. De acht ambities voor Sloterdijk I Zuid, zoals toegelicht in de investeringsnota zijn: Gemeente Amsterdam

blz. 40

1. Intensieve stad De stad groeit binnen haar eigen grenzen door te verdichten en intensiever te bouwen zo ook Sloterdijk I Zuid. De bebouwing gaat van middelhoog tot enkele torens, met veel aandacht voor groene, openbare ruimte en een aangenaam verblijfsklimaat op straatniveau. De wijk kent een goede menging van functies en profiteert ook nog eens van de grootstedelijke voorzieningen in nabije gebieden, zoals binnenstad, omliggende stadswijken en -parken en de toekomstige deelgebieden van Haven-Stad. 2. Groene stad Sloterdijk I Zuid wordt een groene wijk. Groene daken, groene balkons, groene binnenplaatsen en paden zijn belangrijke kenmerken van de nieuwe ontwikkeling. De bebouwing is bereikbaar via groene, publieke ruimtes die aansluiten bij de Hoofdgroenstructuur en bij het Westerpark. 3. Ongedeelde stad Sloterdijk I Zuid wordt een wijk voor iedereen. Een duurzaam gemengde, ongedeelde samenleving. Met een evenwichtige balans in woninggroottes en financieringscategorieën. Voor ieder wat wils. Betaalbaarheid en doorstroming vanuit omliggende wijken zijn belangrijke uitgangspunten. 4. Duurzame stad Sloterdijk I Zuid wordt een duurzame wijk. Alle elementen van de wijk zijn aanpasbaar op snelle veranderingen op het gebied van energie, afval, water, mobiliteit en technologie – dat maakt de wijk toekomstgericht. 5.

Bereikbare stad Om de stad bereikbaar (en gezond) te houden, vindt een verschuiving plaats in verkeersbewegingen van (vracht)auto's naar voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Er komt een (zeer) lage parkeernorm en de wijk wordt beter bereikbaar voor fietsers, stadsbussen en op termijn de metro. Parkeren is in principe niet op straat, maar inpandig. Duurzame vervoersconcepten (zoals deelconcepten) worden van begin af aan gerealiseerd. 6. Woonwerk stad Sloterdijk I Zuid biedt ruimte aan wonen en werken. Betaalbare bedrijfsruimtes zijn onderdeel van het niet-woonprogramma. Er is een pakket aan voorzieningen dat past bij de behoefte van de bewoners en ondernemers. Gebouwen kunnen in de toekomst worden aangepast aan een ander gebruik. De wijk is levensloopbestendig. 7. Gezonde stad Sloterdijk I Zuid is een wijk voor alle mensen die er wonen, werken en recreëren, met veel aandacht voor gezondheid. Zorg- en welzijnsvoorzieningen zijn veilig bereikbaar en toegankelijk voor iedereen. De wijk is ingericht op bewegen en faciliteert hiermee in een gezonde levensstijl. 8. Sociale stad De hoogwaardig ingerichte en goed onderhouden omgeving – bebouwd en onbebouwd – draagt bij aan een prettige en aangename woonomgeving. Gemeente eigenaren, gebruikers en bewoners werken samen aan een sociaal netwerk.

De acht ambities zoals toegelicht in de investeringsnota, hebben de basis gevormd voor het plan in het visiedocument. De uitgangspunten uit het visiedocument zijn vervolgens verder uitgewerkt in een structuurontwerp. De uitwerking hiervan wordt hieronder kort beschreven en is vervolgens in onderstaand figuur visueel weergegeven. 1. Intensieve stad: Kavel I-Zuid vormt een schakel tussen Sloterdijk en de Spaarndammerbuurt door een gradiënt in korrelgrootte en pleinen die beide gebieden verbinden.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 41

2. Groene stad: Kavel I-Zuid ligt aan twee groenstructuren en integreert groen via pleinen, gevelgroen en een gevarieerd daklandschap. 3. Ongedeeld stad: Kavel I-Zuid combineert wonen en werken met twee sferen: stedelijke levendigheid, waarbij commerciële en werk plinten diagonaal door het plan lopen, en een intieme woonsfeer. 4. Duurzame stad: De duurzaamheidsambities van de gemeente zijn leidend in het plan. 5. Bereikbare stad: Het hart van het plan is de mobilieitshub, waar centrale functies samenkomen en een sociale en functionele kern vormen. 6. Woonwerk stad: De verbinding tussen Sloterdijk I Zuid en de Spaarndammerbuurt komt tot uiting in de architectuur: een verfijnde, robuuste woonwerkbuurt. 7. Gezonde stad: De doorwaadbaarheid en de verspreide plaatsing van het programma stimuleren beweging binnen het plan, waarbij de levendigheid zich concentreert langs de diagonaal. 8. De sociale stad: Het plan combineert een stedelijke en een intieme wereld, waardoor ruimte ontstaat voor zowel een intiemer gemeenschapsgevoel als een sociaal openbaar karakter.

Figuur 10: Reflectie op de acht gemeentelijke ambities (bron: SO Setboek Kavel I -Zuid, JVST). Deze ambities worden weerspiegeld in de verschillende programmaonderdelen die in het plan zijn opgenomen. Door de intensieve stad te combineren met groene elementen, zorgt Blok 1 Zuid voor een evenwichtige integratie van bebouwde en onbebouwde ruimtes. Dit draagt bij aan een prettige en aangename woonomgeving waarin stedelijke levendigheid en intieme woonsferen samenkomen. Daarnaast wordt de duurzaamheid gewaarborgd door de inzet van een mobiliteitshub, die het hart van het plan vormt. Dit biedt centrale functies en creëert een sociale en functionele kern. De combinatie van wonen en werken in Blok 1 Zuid, met nadruk op de levendigheid langs de diagonaal, versterkt de verbinding tussen Sloterdijk en de Spaarndammerbuurt. Ten slotte zorgt de gezonde stad voor doorwaadbaarheid en stimulans van beweging binnen het plan, terwijl de sociale stad ruimte biedt voor zowel een hecht gemeenschapsgevoel als een sociaal openbaar karakter. Kortom, dit programma geeft concreet invulling aan de acht ambities die in de investeringsnota zijn beschreven, wat resulteert in een integrale en duurzame ontwikkeling van het gebied. In de regels van dit TAM-omgevingsplan is het volgende (maximale) programma opgenomen: Gemeente Amsterdam

blz. 42

850 woningen; 10.000 m2 niet-woonprogramma waaronder 8.500 m2 bedrijven, 2.500 m2 bvo kantoor, maximaal 500 m2 horeca en eveneens voor sportvoorzieningen en maximaal 400 m2 bvo maatschappelijk (waarvan 200 m2 bestemd voor zorgwoning), waarbij geldt dat het geheel aan voorgenoemde functies niet meer dan 10.000 m2 bvo betreft.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 43

Hoofdstuk 4 4.1

Het ruimtelijk kader

Ruimtelijk functionele aspecten

Zoals in voorgaande hoofdstukken beschreven biedt het plan ruimte aan maximaal 850 woningen (circa 74.000 m2 bvo) en een overig programma van circa 10.000 m2 bvo. Het overige programma bestaat uit bedrijfsruimte (bandbreedte van 6.000 tot en met 8.500 m2 bvo), kantoor (2.500 m2 bvo), horeca (500 m2 bvo), sportvoorzieningen (500 m2) en maatschappelijk en meer specifiek een buurtkamer en behandelwoonlocatie (400 m2 bvo). De exacte invulling van het plan is vooralsnog onbekend. Dit geldt ook voor de verdeling van functies over de verschillende bouwblokken. Wel geldt dat in het midden van het plangebied een mobiliteitshub gerealiseerd wordt, waarin onder andere ook de technische installaties voorzien zijn, het auto- en fietsparkeren evenals bedrijfsruimte. De oostzijde van het plangebied bestaat voornamelijk uit woningen. Aan de westzijde van het plangebied is eveneens woningbouw voorzien in combinatie met commerciële functies (waaronder horeca) in de plint. Ook is hier een blok voorzien voor de kantoorruimte. In de regels van het omgevingsplan zijn al deze gebruiksdoelen binnen het gehele plangebied toegestaan een en ander ten behoeve van de gewenste flexibiliteit in de verdere uitwerking van het plan. Daar waar nodig vanuit 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (etfal) zijn bepaalde functies uitgesloten of juist enkel toegestaan.

Het een en ander is ter impressie in onderstaand figuur weergegeven.

Figuur 11: Impressie beoogd programma verdeeld binnen het besluitgebied. (bron: SO Setboek Kavel I -Zuid, JVST). Zoals al eerder beschreven vormt de zogenoemde 'diagonaal' de basis voor de programmatische verdeling in het gebied. Blok 1 Zuid is een woonwerkbuurt waarin naast wonen, ook ruimte is voor aanvullend programma zoals bedrijfsruimte, kantoren, commerciële voorzieningen (horeca) en maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een buurtkamer en behandel- woonlocatie. Al het niet-woonprogramma is gepositioneerd aan de diagonale as in het plan, waarbij de bedrijfsruimte en kantoorruimte aan het entreeplein zijn geplaatst, grenzend aan het Contactplein. De kleinschaligere functies van commerciële en maatschappelijke aard bevinden zich op de begane grond aan het plein dat Gemeente Amsterdam

blz. 44

grenst aan het Dijkpark. Daarnaast is het plan in zijn geheel zelfvoorzienend en biedt het voldoende ruimte voor parkeren, fietsparkeren, afvalinzameling, pakketpunten en technische installaties. Hierbij is gekozen voor een centrale aanpak, waarbij we zoveel mogelijk van het bovenstaande programma onderbrengen in een mobilitetshub, centraal gepositioneerd in het plan.

4.2

Stedenbouwkundige aspecten

Het huidig programma biedt ruimte aan in totaal 19 gebouwen. Deze gebouwen variëren niet alleen in afmeting en hoogte, maar ook in functie. Het grootste gedeelte van het programma bestaat uit woningen. Daarnaast komt bedrijvigheid terug in het plan, aangevuld met kantoren, horeca en maatschappelijke functies. Daarnaast worden de parkeerplaatsen voor auto's, fietsen, afvalverzameling en installaties inpandig ingepast in het plan binnen de mobiliteitshub. Naast de gebouwen is het resterende deel van het terrein openbaar toegankelijk, met prioriteit voor voetgangers en een beperkte rol voor autoverkeer. Gezien de hoogwaardige groene omgeving rondom het perceel is bewust gekozen voor een stedelijke invulling met een relatief hoog aandeel verharding. Hierdoor blijven de bestaande groenstructuren behouden en goed zichtbaar. Het plangebied neemt een strategische positie in als schakel tussen de informele atmosfeer van het Westerpark en het meer stedelijke karakter van Sloterdijk. Binnen het plan komen beide sferen samen; de stedelijke ambiance van de Contactweg en het Contactplein verbindt zich via een diagonale as met het Dijkpark. Tegelijkertijd brengen het Dijkpark en de aanwezige dijk op twee punten hun informele sfeer het gebied binnen.

De functies aan de plint zijn afgestemd op deze wisselwerking: het woonprogramma bevindt zich bij voorkeur in het informele deel, terwijl niet-woonfuncties juist in het stedelijke segment zijn gepositioneerd. Deze programmatische indeling versterkt de identiteit van beide sferen binnen het plan. Bij de verdere uitwerking van de plint wordt zorgvuldig nagedacht over de plaatsing en oriëntatie van verschillende entreetypen. Om levendigheid in het stedelijke deel te stimuleren, zijn de meeste hoofdentrees van de woningen – naast de niet-woonfuncties in de plint – georiënteerd op de stedelijke wereld. De private entrees bevinden zich hoofdzakelijk in het informele gedeelte. Zowel pleinen als straten worden op deze manier geactiveerd, met als doel een dynamisch plan te realiseren dat sociale controle en zichtbaarheid op straat bevordert.

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 45

Figuur 12: Projectie van het besluitgebied met het concept van de stedelijke en intieme wereld. In het plan wordt de parkeerbehoefte efficiënt geïntegreerd via een centrale multimodale buurthub, die het gehele plangebied en al zijn functies ondersteunt. Deze hub zorgt ervoor dat het gebied autoluw blijft, doordat voertuigen direct vanaf de Contactweg de parkeergarage kunnen inrijden. In de regels van het omgevingsplan is geborgd dat de ontsluiting van de mobiliteitshub uitsluitend is toegestaan aan de noordzijde. Parkzijde – kleinschalig karakter Het verkavelings- en volumeconcept balanceert tussen kleinschaligheid en grootschaligheid, met een nadruk op de kleinschalige elementen aan de zijde van het Dijkpark. De kleinere korrel van de gebouwen in dit gebied zorgt voor een intiemer woonklimaat en sluit goed aan bij de nabijgelegen structuren en atmosfeer van het Westerpark en de Spaarndammerbuurt. Dit creëert een zachte overgang naar het groen en versterkt de verbinding met de bestaande stedelijke context, wat de leefbaarheid en beleving van de omgeving bevordert. Contactwegzijde – grote korrel Aan de kant van de Contactweg wordt de schaal vergroot, wat bijdraagt aan de overgang naar de meer stedelijke context van Sloterdijk Zuid.

De grotere korrel van de gebouwen aan deze zijde maakt een stedenbouwkundige relatie mogelijk met het Contactplein en versterkt de verbinding met het grotere stedelijke netwerk van Sloterdijk Zuid. Deze grootschaligheid biedt ruimte voor levendigheid en dynamiek, waardoor het plan zowel kleinschalige als grootschalige stedelijke elementen combineert en een brug slaat tussen de verschillende gebieden.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 47

Hoofdstuk 5 5.1

Milieueffectrapportage

Wetgeving

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Omgevingswet (afdeling 16.4) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11) met bijlage V. In afdeling 16.4 Omgevingswet is onderscheid gemaakt tussen de MER en de m.e.r.-beoordeling voor plannen en programma's (paragraaf 16.4.1) en tussen de MER en de m.e.r.-beoordeling voor projecten (paragraaf 16.4.2). In bijlage V van het Omgevingsbesluit is de aanwijzing van de m.e.r-(beoordelings-)plichtige projecten en besluiten geregeld. In bijlage V zijn verschillende kolommen opgenomen. Zo bevat kolom 1 in samenhang met kolom 2 van bijlage V Omgevingsbesluit de projecten waarvoor een project-MER moet worden gemaakt. Kolom 1 in samenhang met kolom 3 van bijlage V Omgevingsbesluit bevat de projecten waarvoor een project-m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. De besluiten waarvoor de projectMER-plicht of de project-m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, zijn aangewezen in kolom 4 van bijlage V Omgevingsbesluit. In kolom 4 wordt onder 'het omgevingsplan' ook 'de omgevingsplanactiviteit' verstaan (art. 11.6 lid 3 Omgevingsbesluit).

Indien een ontwikkeling bijvoorbeeld kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject, is een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Er dient in dat geval te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. De initiatiefnemer van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag (zie ook Omgevingsbesluit artikel 11.10). De mededeling is vormvrij, wel zijn er eisen aan de inhoud. In de praktijk staat de informatie vaak in een aparte notitie (aanmeldnotitie). In deze mededeling staat de informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om te bepalen of de initiatiefnemer een MER moet maken. De mededeling en aanvraag kunnen tegelijkertijd, het verzoek om de m.e.r.-beoordelingsbeslissing is dan onderdeel van de aanvraag. Het is ook mogelijk om eerst te verzoeken om een m.e.r.-beoordelingsbeslissing, en daarna de aanvraag te doen. Het bevoegde gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de te verlenen omgevingsvergunning (artikel 11.11 Omgevingsbesluit).

Gemeente Amsterdam

blz. 48

5.2

MER/m.e.r.-beoordeling

Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Sloterdijk I Zuid en Haven-Stad. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 en in Koers 2025 is Haven-Stad aangewezen als transformatiegebied. Door dit gebied te transformeren naar een hoogstedelijk gemengd gebied kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de woningbouwbehoefte (tot 70.000 woningen) en de verdere groei van het aantal arbeidsplaatsen. Zo ontstaat als het ware een stad in een stad met een omvang van meer dan 100.000 inwoners, die in een duurzame aantrekkelijke en gezonde leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Vanwege de omvang van de transformatieopgave van Haven-Stad is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld (Bijlage 1 MER Haven-Stad (Hoofdrapport) en Bijlage 2 MER Haven-Stad (bijlagen). In het MER zijn de gevolgen van de ontwikkeling op het milieu in beeld gebracht. Het MER geeft inzicht in de benodigde keuzes, randvoorwaarden en spelregels om de transformatie naar hoogstedelijk gemengd gebied mogelijk te maken. Dit is vastgelegd in een visie leefomgevingskwaliteit en bijbehorend gebiedsgericht spelregelkader voor Haven-Stad. Het MER Haven-Stad is met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 'Sloterdijk I Mediacollege' in 2017 ter inzage gelegd, omdat dit bestemmingsplan het eerste ruimtelijke plan was dat voorzag in de transformatie naar hoogstedelijk gemengd woon- en werkgebied.

Het plangebied waar voorliggende motivatie betrekking op heeft maakt onderdeel uit van de programmatische uitgangspunten voor het MER Haven-Stad. Uit de resultaten van het MER volgen vele waarden, aandachtspunten en belemmeringen die van invloed zijn op de transformatiemogelijkheden in Haven-Stad. Daarbij gaat het onder meer om milieucontouren vanwege geluid, geur en externe veiligheid, maar bijvoorbeeld ook om archeologische verwachtingswaarden en waardevolle groenstructuren. De relevante waarden, aandachtspunten en belemmeringen zijn vastgelegd op een leefomgevingsfoto. In het MER Haven-Stad zijn aan de hand van dashboards diverse hoofdkeuzes inzichtelijk gemaakt die nodig zijn om de beoogde transformatie van Haven-Stad naar hoogstedelijk gemengd gebied mogelijk te maken. De belangrijkste keuze heeft betrekking op mobiliteit: het inzetten op alternatieven voor de auto is voorwaardelijk om de transformatie van Haven-Stad mogelijk te maken. Als niet tijdig wordt ingezet op OV en fiets en het autogebruik/-bezit wordt beperkt loopt het wegennet relatief snel vast en stagneert de transformatie.

Om te komen tot de benodigde 'mobiliteitsshift' is het nodig om stapsgewijs (gekoppeld aan moment transformatie) de volgende maatregelen te treffen: optimaal faciliteren fietsverkeer door aanleg snelle fietsverbindingen in alle richtingen; hanteren van maximale parkeernorm van 0,2 voor woningbouw; realiseren hoogwaardige busverbindingen naar het centrum en in Noord; ontvlechten autoverkeer: afwaarderen Transformatorweg, opwaarderen Nieuwe Hemweg; beperken parkeren op straat en autoluw maken noord-zuid verbindingen; stimuleren van gedeeld autogebruik; realiseren collectieve parkeergarage(s)/transferia nabij de Ring A10; uitbreiden metronetwerk of toevoegen gelijkwaardige HOV-verbindingen: sluiten kleine metroring van Isolatorweg naar Centraal Station en aanleg metro in Noord richting Zaanstad; invoeren pontverbindingen tussen noordelijk en zuidelijk deel Haven-Stad. Op grond van de leefomgevingsfoto waarop de relevante waarden, aandachtspunten en belemmeringen zijn vastgelegd blijkt dat de volgende aspecten (mogelijk) relevant zijn voor voorliggend besluitgebied: cultuurhistorie, externe veiligheid, geluid, geur, hoogbouw, milieuzonering, trillinghinder en water. In navolgende hoofdstukken wordt nader ingegaan op de resultaten van de leefomgevingsfoto en de resultaten uit het MER Haven-Stad en het spelregelkader voor zover van toepassing.

Daarop wordt opgemerkt dat het spelregelkader MER Haven-Stad en bijbehorende leefomgevingsfoto op onderdelen

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 49

niet meer actueel is. Voorliggend plan is getoetst en beoordeeld aan de actuele wet- en regelgeving en beleid.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 51

Hoofdstuk 6

Verkeer en vervoer

Het Rijk is verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en de instandhouding van de hoofdinfrastructuur. Het Rijk bewaakt de samenhang en het functioneren van de netwerken vanuit internationaal, nationaal en regionaal perspectief. Voor bepaalde onderdelen van het netwerk, of bepaalde thema's (bijvoorbeeld verkeersveiligheid) kan de uitwerking nadrukkelijk wel op regionaal niveau plaatsvinden.

6.1

Bereikbaarheid auto, OV en fiets

Beleidskader Beleidskader Mobiliteit 'Verbinden in Verscheidenheid' De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van veertien gemeenten dat sinds 1 januari 2017 is opgericht als opvolger van stadsregio Amsterdam. De Vervoerregio Amsterdam werkt onder meer aan de verbetering van de bereikbaarheid. Op 31 oktober 2023 heeft de regioraad van de Vervoerregio het nieuwe beleidskader 'Verbinden in Verscheidenheid' vastgesteld. Het Beleidskader Mobiliteit is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio Amsterdam. Het geeft de doelen van Vervoerregio Amsterdam weer en geeft richting aan alle activiteiten, uitgaven en de keuzes die de vervoerregio daarbij moeten maken. Het beleidskader is opgedeeld in twee documenten. Het Beleidskader Mobiliteit deel A: deze visie beschrijft de lange termijnvisie op mobiliteit en bereikbaarheid. In Beleidskader Mobiliteit deel B is de visie dieper uitgewerkt en gaat de vervoerregio in op de keuzes die ze maken. Het beleidskader Mobiliteit Deel A: visie De Vervoerregio Amsterdam verbindt veertien gemeenten en samen met deze gemeenten wordt gewerkt aan een regio waar mensen zich prettig en vlot kunnen verplaatsen. Het beleidskader mobiliteit is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio.

Het geeft de doelen weer en geeft richting aan alle activiteiten, uitgaven en de keuzes die de Vervoerregio daarbij moet maken. De Vervoerregio heeft vijf samenhangende doelen: Bereikbaarheid Optimale bereikbaarheid voor alle bewoners. De definitie van bereikbaarheid wordt verbreed naar 'de mogelijkheden voor iedereen om binnen redelijke tijd en tegen redelijke kosten en op een prettige en soepele manier de plaatsen te bereiken waar men wil zijn'. Inclusiviteit Iedereen moet kunnen meedoen aan maatschappelijke activiteiten, ongeacht leeftijd, fysieke of mentale gesteldheid, sociaaleconomische status of waar diegene vandaan komt. Duurzaamheid Er wordt gewerkt aan een CO2-neutraal mobiliteitssysteem, het verminderen van stikstof uitstoot, verminderd grondstoffenverbruik, verminderde invloed van ons mobiliteitssysteem op het milieu, het voorkomen van de verslechtering van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Verkeersveiligheid Het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden in het verkeer stijgt. De Vervoerregio Amsterdam wil in 2050 zo dicht mogelijk bij het doel van nul verkeersdoden en ernstig gewonden komen. Door meer op

Gemeente Amsterdam

blz. 52

risico's te sturen, is de wens om op korte termijn een trendbreuk te realiseren en de stijging om te zetten in een daling door de aanpassing van de wegen en het gedrag van de verkeersdeelnemer. Gezondheid Met de juiste mobiliteitsoplossingen en -keuzes wordt positief bijgedragen aan de fysieke en mentale gezondheid. Dat kan door mensen aan te moedigen meer voor actieve manieren van vervoer (lopen, fietsen) te kiezen. Ook wordt toegewerkt toe naar minder uitstoot van schadelijke stoffen, minder geluid en zo min mogelijk stress. Het beleidskader Mobiliteit Deel B: uitwerking Omdat de gebieden binnen de Vervoerregio erg van elkaar verschillen, verschilt de aanpak ook per gebied. Allereerst wordt onderscheid gemaakt tussen vijf gebiedstypen: (A) Metropolitaan centrum stedelijk; (B) Centrum stedelijk; (C) Stedelijk woon-werkgebied; (D) Landelijk wonen en recreëren; en (E) Logistieke kerngebieden. Ieder gebiedstype vraagt om een andere invulling van de mobiliteit volgens het STOMP- principe. Voor ieder gebiedstype is bepaald welke vervoerswijzen de Vervoerregio wil stimuleren, faciliteren, accepteren of juist ontmoedigen. Hubs zorgen ervoor dat men kan overstappen tussen vervoerswijzen en je zo tussen verschillende typen gebieden kunt verplaatsen. Er wordt uitgegaan van vijf doelen: bereikbaarheid, inclusiviteit, duurzaamheid, verkeersveiligheid en gezondheid.

Daarbij wil de Vervoerregio minder vanuit het systeem denken en meer vanuit de mens en het gebied. Daarvoor wordt gewerkt vanuit vier principes: 1. De mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen. Reis- en verkeersgedrag van mensen kan worden beïnvloed met campagnes, onderwijs en andere niet-infrastructurele maatregelen. In de logistiek maken bedrijven keuzes hoe ze hun producten vervoeren en aanbieden. Ook dat is mensenwerk. De Vervoerregio vindt verduurzaming, ruimtebeslag, verkeersveiligheid en efficiëntie belangrijke onderwerpen. Ook prijsprikkels kunnen hierbij worden ingezet. 2. STOMP is de basis (niet-reizen, actief, gedeeld, schoon). STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, MaaS en privéauto. Bij het STOMP-principe wordt aan de de S de meeste prioriteit gegeven, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. Wanneer het STOMP-principe wordt toegepast, betekent dit automatisch dat de voetganger een belangrijke plek heeft in het mobiliteitssysteem. Het is vanuit leef kwaliteit, gezondheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid belangrijk dat de voetganger de ruimte krijgt die deze verdient. 3. Ieder gebied vraagt om een andere oplossing. De Vervoerregio streeft naar goede publieke mobiliteit. Naast bus, tram, metro en trein zijn dat bijvoorbeeld flexibel vervoer, deelfietsen, deelscooters en deelauto's.

Dit wordt gedaan om twee redenen: 1) Er wordt gezorgd dat iedereen in de regio de bestemmingen kan bereiken die nodig zijn om het dagelijks leven goed vorm te geven en 2) Het bieden van aantrekkelijke vervoersopties en daarmee de keuzevrijheid vergroten. 4. Mobiliteit en Ruimte versterken elkaar. Hoewel de Vervoerregio geen ruimtelijke bevoegdheden heeft vinden we dat de invulling van de mobiliteit start bij een betere ruimtelijke ordening en de inzet op nabijheid. Er wordt in eerste instantie ingezet op vervoerswijzen die dit ondersteunen, zoals lopen en fietsen. De kennis en expertise van de Vervoerregio wordt daarom actief aan gemeenten aangeboden, om tot ruimtelijke keuzes te komen die passen bij het STOMP-principe. Regionale OV-Visie 2010-2030

bestemmingsplan_TAM-Omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (vastgesteld)

blz. 53

De OV-Visie 2010-2030 is samen met gemeenten van de Stadsregio Amsterdam (nu: Vervoerregio Amsterdam), aangrenzende overheden, maatschappelijke organisaties (reizigersverenigingen) en vervoerbedrijven ontwikkeld en op 24 juni 2008 vastgesteld door de Regioraad. Het aanleggen van grootschalige infrastructuur vraagt een lange voorbereidingstijd. Daarom is een visie nodig voor de langere termijn. Op basis van de visie wordt ook een investeringsstrategie gemaakt. Met de visie kunnen juiste en toekomstbestendige keuzes worden gemaakt in de aanleg of aanpassingen van het OV-netwerk in de regio. De ambitie van de OV-visie is om het openbaar vervoer in de vervoerregio Amsterdam te verbeteren en uit te breiden. Dit betekent enerzijds het marktaandeel te vergroten en tegelijkertijd de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer te verbeteren. Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030: Amsterdam Aantrekkelijk Bereikbaar In de MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030: Amsterdam Aantrekkelijk Bereikbaar (MMA 2030) wordt geschetst hoe de gemeente Amsterdam de stad in de toekomst goed bereikbaar wil houden. Amsterdam staat de komende jaren voor de uitdaging om meer bewoners, banen en bezoekers op te vangen. Hierdoor is ook een verder groei van de mobiliteit noodzakelijk. Het openbaar vervoer speelt hierin een belangrijke rol. De hoofdlijnen van de MMA 2030 zijn: 1.

met minder geld gerichter investeren door scherpe keuzes, 2. ruimte maken voor de veranderende mobiliteitsbehoefte en een betere openbare ruimte en 3. gebiedsgerichte aanpak voor centrumgebied, rond de Ring en daarbuiten. Uitvoeringsagenda Mobiliteit Behorend bij de MAA 2030 is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit (vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september 2015). De speerpunten van de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zijn: 1. Meer ruimte in het centrum a. Autoluwer maken van straten en invoering 30 km p/u-gebied. b. Nieuwe fietsbrug- en veerverbindingen over het IJ en fietsparkeren onder- en bovengronds. c. Parkeergarages en -plekken ondergronds. 2. Betere doorstroming op belangrijke routes a. Verbeteringen van het OV. b. Betere fietsroutes en fietskruispunten. c. Meer hoogwaardige voetgangersgebieden. d. Vlotte autoroutes in- en uit de stad. e. Ruimte voor laden- en lossen. f. Aantrekkelijkere P+R-locaties aan de randen van de stad. g. Elk vervoersmiddel krijgt de ruimte op geschikte routes. 3. Verbinden van de binnenstad met de delen daarbuiten a. Het aanleggen van ontbrekende delen van fietsroutes. b. Het verbeteren van verbindingen van en naar de stad. c. Het verbeteren van de verbinding met Noord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17177974/1