Raadsbesluit 2025-143F Herstelbesluit BP Westerpark Zuid - bijlagen Toelichting
Tekst van het document
1
Aardse en Statema 2017.
37
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Frederik Hendrikplantsoen in de loop van de jaren
Afbeelding 60:
Uitsneden van
kaarten van Amsterdam ter plaatse van het Frederik Hendrikplantsoen. De kaarten laten de ontwikkeling van deze groenvoorziening zien. Met de klok mee: 1890, 1900, 1950, 1990 en 2010. Uit: http://www.topotijdreis.nl/
38
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Frederik Hendrikplantsoen in de loop van de jaren
Afbeelding 61 (links): Frederik Hendrikplantsoen 74-82 (v.l.n.r.), gezien in noordelijke richting. Links de ingang van de Gerard Schaepstraat, circa 1890. Uit: SAA, ANWT00192000001. Afbeelding 62 (rechts): Frederik Hendrikplantsoen met links de Lodewijk Tripstraat, circa 1900. Uitgave Buurman-De Haas, Amsterdam. Uit: SAA, PBKD00008000003.
Afbeelding 63 (links): Frederik Hendrikplantsoen gezien naar het zuidwesten met diverse molens. Uitgave H.G. Schröder, Amsterdam, 1915. Uit: SAA, PBKD00008000001. Afbeelding 64 (rechts): Frederik Hendrikplantsoen, met links op de achtergrond de Westertoren en rechts de Marnixkade, in 1925. Uit: SAA, PBKD00008000004.
Afbeelding 65: Frederik Hendrikplantsoen in de jaren ’60. Uit: SAA, 10009A005501.
39
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Frederik Hendrikplantsoen in 1929 en in 2019
Afbeelding 66: Luchtfoto van het plangebied ter plaatse van het Frederik Hendrikplantsoen. Uit: SAA, A04139001680, 1929.
Afbeelding 67: Luchtfoto van het plangebied ter plaatse van het Frederik Hendrikplantsoen. Uit: City Data Amsterdam, luchtfoto 2019.
40
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Andere pleinen die zich in de buurten bevinden, zoals het Hugo de Grootplein en het Van Limburg Stirumplein zijn tot stand gekomen door de bouwblokken met afgeschuinde kanten af te ronden. De inrichting daarvan gaat vooral uit van verkeer en niet van verblijf. Later, in de jaren tachtig en negentig, werden er veel open (groene) ruimten aan de openbare ruimte toegevoegd door de transformatie van oude industrieterreinen.
Kleinschalige groenvoorzieningen
Afbeeldingen 68 en 69: Klein groene voorzieningen in de wijk. Links: Van Bossepad, Rechts: Van Reenenstraat. Uit: M en A, 2018.
Verder wordt het plangebied doorgekruist door twee grote waterwegen, de Kostverlorenvaart en de Kattensloot, die een significante rol hebben gehad in de ontstaansgeschiedenis van de wijk en belangrijke ruimtelijke assen zijn. Van oorsprong zijn dit belangrijke handelsroutes, maar tegenwoordig worden ze vooral ook ervaren als aantrekkelijk onderdeel van de leefomgeving, voor uitzicht en recreatie op het water. Maatschappelijke voorzieningen Er bevinden zich in het gebied een aantal gebouwen die als filantropische voorzieningen gebouwd werden. In een tijd dat de financiële en sociale zorg nog niet van overheidswege was geregeld namen religieuze en andere ideëel gemotiveerde instellingen de verantwoordelijkheid op zich voor de opvang en huisvesting van weduwen, bejaarden, wezen en zieken. In de zeventiende en achttiende eeuw waren ‘hofjes’ door particulieren en kerkelijke gemeenten in de stad gesticht en de in het gebied aanwezige filantropische voorzieningen zijn met een vergelijkbaar doel en zijn dus een voorbeeld van late negentiende-eeuws hofjes. Ook elders in de 'negentiende-eeuwse ring' zijn enkele van dit soort voorzieningen te vinden, maar over het geheel zijn het zeldzame elementen geworden in deze uitbreidingswijken.
Deze en andere gebouwen met bijzondere functies (zoals kerken en scholen) zijn systematisch in de wand van het bouwblok geplaatst en staan zelden geïsoleerd. Sommige scholen zijn ook volledig op binnenterreinen te vinden, zoals de Zaagmolenschool aan de Kempenaerstraat, en hebben geen gevel die aan de straat grenst. Voorbeelden van uitzonderingen hiervan zijn de later gebouwde Nassaukerk aan de Wittenkade en de voormalige Prinsesseschool aan de Bossestraat. 41
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Tijdens de stadsvernieuwing werden de buurten met speelplaatsen, buurtcentra, gezondheidscentra, bibliotheken en bejaardenwoningen verrijkt. Bedrijvigheid Langs de Kostverlorenvaart, de Kattensloot en de Hugo de Grootgracht zijn sinds de 16de eeuw industriële complexen gevestigd zoals houtzaagmolens en fabrieken. Buiten dit plangebied, maar wel van betekenis zijn dat de Westergasfabriek, de Centrale Markthallen en de Vuilverbanding. Binnen het plangebied is veel gesloopt. Van de complexen die nog bestaan, is het Gemeentewaterleiding Bedrijf (GWL) – dat van niet te onderschatten betekenis was voor de verbetering van de hygiëne in de stad dankzij de komst van schoon drinkwater uit de duinen (zie verder de CHV GWL-terrein, 2012/2018) – het belangrijkste. Van de oude molens bleef slechts één bewaard, ‘De Otter’. Verschillende terreinen langs de Kostverlorenvaart zijn nog tot de jaren 70 voor de vestiging van op dat moment moderne industrie in gebruik genomen. Architectuur De wijk wordt door het negentiende-eeuwse gesloten bouwblok, meestal met vier bouwlagen en een kap, gedomineerd. De kap wordt grotendeels parallel aan de straat geplaatste en de blokken hebben karakteristieke verticale ramen en dakkappelen met een uitkragende hijsbalk. Op de begane grond bevinden zich vaak winkels.
Bij sommige blokken is er uit hygiënisch oogpunt op de ontmoeting tussen de lange zijde van een woonblok en de kopbebouwing ruimte opengelaten voor lichtinval en luchtdoorstroming. De al eerder genoemde kenmerkende afgeschuinde hoeken zijn vaak voorzien van verbijzonderingen in de architectuur. De 19de -eeuwse woningbouw varieert verder van rijk gedecoreerde herenhuizen aan bijvoorbeeld de Nassau- en de Wittenkade en soberder revolutiebouw in de rest van de wijk. Maar ook bij die laatste categorie is vaak sprake van contrasterende speksteenlagen, natuursteen boven de deuren, geprofileerde daklijsten en bijzondere toppen zodat een samenhangend en kenmerkend straatbeeld is ontstaan. Sinds de inwerkingtreding van de woningwet in 1901 bouwden verschillende woningbouwverenigingen aan de westzijde van de Van Hallstraat sociale huurwoningen. Ook hier gaat het om gesloten bouwblokken met vier lagen en een kap. Het betreft in de regel grotere complexen die uit één of meerdere bouwblokken zijn opgebouwd en werden ontworpen door gerenommeerde architecten als Van Eepen en De Bazel. De architectuur heeft Amsterdamse School elementen, maar is relatief sober in de zichtbare toepassing van ornamenten, semi-expressionistische vormen en het plastische gebruik van baksteen.
Tijdens de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig is er moderne woningbouw toegevoegd, met een eigentijdse maar contextuele architectuur die de aanwezige verkavelingsvormen respecteert. De meeste woningen hebben toen ruimere indelingen en balkons gekregen. Tijdens en na de stedelijke vernieuwing in jaren negentig zijn er open blokken en andere vormen van woningbouw toegevoegd die grotendeels voor de markt bedoeld was. Er is vaak voor een historiserende, postmoderne architectuurstijl gekozen.
42
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Open ruimte tussen twee blokken voor de inval van licht
Afbeelding 70: Open ruimte tussen twee blokken voor de inval van licht in de Staatsliedenbuurt. Uit: MenA, 2018.
Kunst in de openbare ruimte
In het kader van de stadsvernieuwing heeft de gemeenteraad in 1983 besloten dat 1,5% van het budget aan 'sculpturale wijkversieringen' besteed moest worden en dat de buurtbewoners en de architecten mede konden beslissen in de keuze van de kunstenaar. Het resultaat hiervan is dat vele pleinen en straten verfraaid zijn met bijzondere kunstwerken.
Kunstwerk in het Van Limburg Stirumplein
Afbeelding 71: Kunsttoepassing tramhalte Van Limburg Stirumplein, Frank Halsman 1997. Uit: http://www.michielmorel.nl/reizen-het-geheugen-van-frank-halmans/ [2018]
43
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
4
Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing
Stedenbouwkundige zones In 2004 werd de Atlas 19de -eeuwse Ring gepubliceerd waarin waarderingskaarten van de stedenbouwkundige structuur en de bebouwing zijn opgenomen. Deze kaarten zijn in combinatie met de Welstandsnota van 2013 vastgesteld. Op deze kaarten zijn de straten en pleinen als stedenbouwkundige zones gewaardeerd. Hieronder wordt het openbaar gebied verstaan, dat wil zeggen straten en pleinen of combinaties dan wel gedeelten daarvan, in samenhang met flankerende bebouwing, groen, water en privétuinen die grenzen aan het openbaar gebied. Deze zones zijn gewaardeerd van een basiszone, via zone C en B opklimmend naar Zone A (zie welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam, p. 44). De zonewaarderingen helpen bij de cultuurhistorische waardering van de verschillende gebieden in Westerpark-Zuid. Omdat het hierbij vooral om een esthetische waardering gaat, kan een gebied ondanks de vele met een basiszone gewaardeerde straten toch van cultuurhistorisch hoge waarde zijn door de historische betekenis ervan.
Waardering stedenbouwkundige zones
Afbeelding 72: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit: stedenbouwkundige zones ter plaatse van het plangebied.
44
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Bebouwing en andere bouwwerken
Op de waarderingskaarten in de Atlas 19de -eeuwse Ring die hierboven werd genoemd, wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing en andere bouwwerken zoals sluizen en bruggen in opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1. Op deze kaarten staat ook aangegeven of de panden behoren tot een architectonische eenheid van twee of meer panden, waar accenten in de architectuur zijn aangebracht en of het om een symmetrisch vormgegeven architectuureenheid gaat. Op de kaarten is alleen de bebouwing die dateert uit de periode 1860-1940 gewaardeerd, bebouwing van voor 1860 en de naoorlogse bebouwing hebben geen waardering gekregen. Op dit ogenblik wordt ook de bebouwing van voor 1860 en die dateert uit de periode 1940 – 1975 gewaardeerd. Daarnaast zijn de aangewezen rijks en gemeentelijke monumenten op deze kaarten aangegeven. Waardering architectuur
Afbeelding 73: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit: architectuur ter plaatse van het plangebied. De drie ensembles als rijksmonument aangewezen zijn met een blauwe cirkel aangegeven.
45
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
De architectonische ordes worden in de 19e-eeuwse Ring als volgt gedefinieerd: Paars – Orde 1: De geregistreerde en beoogde Rijks- en Gemeentelijke monumenten. Rood – Orde 2: Monumentwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Oranje – Orde 3: Karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde. Geel – Basisorde: Voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit, of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren. Grijs – Bebouwing uit overige perioden. Er bevinden zich drie rijksmonumenten in het plangebied die bijzonder aandacht vragen: Schutsluis Haarlemmervaart en molen De Otter uit de 19de eeuw en de drukinktfabriek uit 1939. Deze bouwwerken vormen, samen met bijbehorende sluiswachterswoning, aanbouwen en achterterreinen, waardevolle ensembles die de cultuurhistorische gelaagdheid van het gebied afleesbaar houden. Openbare ruimte, groen en water De pleinen en plantsoen die van begin af aan tot de 19de -eeuwse stadsuitleg behoren zijn betekenisvolle elementen in het gebied. Ook kleinere groene voorzieningen, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, zijn van betekenis voor de leesbaarheid van het 19de -eeuwse karakter van de wijk.
Alle waterwegen en met name de Haarlemmer- en Kostverlorenvaart en de Singelgracht, maar ook de Kattensloot en Hugo de Grootgracht, die een significante rol hebben gehad in de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van de wijk, zijn belangrijke ruimtelijke assen en betekenisvolle cultuurhistorische elementen. Dat geldt eveneens voor bijbehorende waterbouwkundige (kunst)werken zoals de sluizen, bruggen en wachtershuisjes.
N.B. Momenteel wordt aan waarderingskaarten van de stadsvernieuwingspanden, de bedrijven/industrie van na 1950 en de architectuur van na 1970 gewerkt. Hierin zullen zowel de (industriële) architectuur als de stedenbouwkundige eenheden gewaardeerd worden.
46
C 18-020 Juli 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Bronnen Publicaties
H. Aardse en M. Statema, Van licht, lucht en groen wordt je een ‘beter’ mens, een cultuurhistorische verkenning naar de tuin in de Amsterdamse stedenbouw, Monumenten en Archeologie, Amsterdam 2017
Gemeente Amsterdam, Visie op Molenterrein De Otter, Amsterdam 2017
H. Ibelings en T. Verstegen, Westerpark: Architectuur in een Amsterdams stadsdeel 1990-1998, Rotterdam 1998
I. Haagsma en H. de Haan, Stadsvernieuwingsgids van Amsterdam, Amsterdam 1985
M. van Haaren e.a., Atlas van de 19de -eeuwse Ring, Amsterdam 2004
T. Heijdra, Westerpark: Barren, Sparren en Koperen Knopen, Alkmaar 2007
Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting Amsterdam, Sociale Woningbouw Amsterdam 68-86, Amsterdam 1987
MenA, CHV Oud-West, Amsterdam 2015
Archieven
Beeldbank Archief Monumenten en Archeologie
Bureau Monumenten & Archeologie, Beschrijvingen gebouwen in Amis, Amsterdam 2018.
Websites
'Het Staatsarchief: Het archief van de kraak- en actiebeweging in Nederland': <http://www.iisg.nl/staatsarchief/publicaties/voettussendedeur/hoofdstuk04.php> [juni 2018]
Informatie over nieuwbouwproject Meander: <http://www.latei.nl/Project/amersfoort-toermalijn-3-2-3-2-2-2-2-2-2-3/> [juni 2018]
Informatie over Rijksmonument Schutsluis Haarlemmervaart <https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/526737> [november 2020]
Colofon Datum: Status: Tekst en onderzoek: Redactie:
december 2020 definitief Sandra Guarda Jouke van der Werf, Hester Aardse
© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2020 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van M en A nodig. M en A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. M en A doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.
47
blz. 59
Bijlage 2
Cultuurhistorische verkenning GWL-terrein
Gemeente Amsterdam
2012 C-023 Augustus 2012
Cultuurhistorische verkenning en advies GWL-terrein Amsterdam 2012
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Inhoud Inleiding
3
1
Beleidskader
4
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Historisch stedenbouwkundige analyse Sloter-Binnenpolder Amsterdamsche Duinwatermaatschappij Gemeentelijke Waterleidingen Herontwikkeling GWL-terrein
5 5 5 6 6
Resumé 3
Cultuurhistorisch betekenisvolle bebouwing, elementen en structuren
8
4
Advies
12
Colofon
13
2
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Inleiding
Stadsdeel West heeft Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) verzocht te adviseren over de cultuurhistorische waarden die bij het opstellen van het bestemmingsplan voor het plangebied GWL-terrein van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het plangebied wordt begrensd door de Haarlemmervaart in het noorden, de Van Hogendorpstraat in het zuiden, de Van Hallstraat in het oosten en de Waterkering- en Waterpoortweg in het westen.
Stadsdeel West – Kaart van het plangebied GWL
3
2012 C-023 Augustus 2012
1
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Beleidskader
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) uit 2008 voorziet in de verplichting voor overheden tot het opstellen van een structuurvisie voor hun gebied. Hierin kan onder andere worden opgenomen welke cultuurhistorische waarden binnen een gebied aanwezig zijn. De visie kan door middel van het bestaande vergunningenstelsel en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening in praktijk worden gebracht. Voor Amsterdam geldt, naast de Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040, de Structuurvisie Amsterdam 2040 ‘Economisch Sterk en Duurzaam’ (vastgesteld 17 februari 2011). De Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie is wat de bovengrondse waarden betreft gericht op gemeente-overschreidende zaken waardoor het geen inzicht biedt op de lokale waarden. In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) uit 2010, waarin de Wro nader is uitgewerkt, is opgenomen dat per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Bij nieuwe ontwikkelingen in een gebied, dienen de gevolgen voor de cultuurhistorische waarden op voorhand in kaart te worden gebracht.
Zodoende is het sinds 1 januari 2012 verplicht om cultuurhistorische waarden te verankeren in het proces van ruimtelijke ordening en moet bij het opstellen of wijzigen van een bestemmingsplan daarmee rekening worden gehouden. Voor Amsterdam komt dit punt ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005) en ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011).
4
2012 C-023 Augustus 2012
2
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Historisch stedenbouwkundige analyse
Een groot deel van de grond ten westen van de stad Amsterdam behoorde tot het begin van de twintigste eeuw tot de Gemeente Sloten. In de loop der tijd wist de stad de grens steeds iets naar het westen te verleggen, tot er in 1921 eindelijk tot volledige annexatie kon worden overgegaan. Het huidige GWL-terrein lag nog tot het einde van de negentiende eeuw op het grondgebied van Sloten. 2.1 Sloter-Binnenpolder Het plangebied GWL is gelegen in de voormalige Sloter-Binnenpolder. Deze grote polder aan de westkant van Amsterdam behoorde tot het begin van de twintigste eeuw tot de Gemeente Sloten. De polder bestond grotendeels uit grasland en werd gekenmerkt door poldersloten. In het noorden werd de Sloter-Binnenpolder begrensd door de Haarlemmerweg en -trekvaart uit het begin van de zeventiende eeuw. Deze route was een relatief veilig alternatief voor de Spaarndammerdijk, die vaak onder water stond, en vormde de belangrijkste verbinding tussen Amsterdam en Haarlem. Aan weerszijden van de weg werden buitenplaatsen gebouwd. De bestrating van het zandpad langs de Haarlemmertrekvaart halverwege de achttiende eeuw, vergemakkelijkte het vervoer van personen en goederen per wagen en de route werd zo mogelijk nog belangrijker. In de tweede helft van de negentiende eeuw maakten de buitenplaatsen één voor één plaats voor fabrieksgebouwen van bedrijven die zich aan de Haarlemmerweg vestigden.
Enkele voorbeelden van gebouwen die uit deze ontwikkeling voortkwamen, zijn de Westergasfabriek en het inmiddels gesloopte energiebedrijf Electra N.V.
Detail kaart Amsterdam uit 1770. De Haarlemmertrekvaart met de buitenplaatsen aan weerszijden is duidelijk herkenbaar.
2.2 Amsterdamsche Duinwatermaatschappij Tot halverwege de negentiende eeuw was de beschikbaarheid van vers drinkwater niet vanzelfsprekend. Grachtenwater was niet drinkbaar en Amsterdammers waren aangewezen op regenwater of op water dat per schuit uit de Vechtstreek werd aangevoerd. Om hier verandering in te brengen werd in 1851 op particulier initiatief de Amsterdamsche Duinwatermaatschappij opgericht. Dit bedrijf verzorgde de aanvoer van vers drinkwater uit de duinen via leidingen. Hiermee was Amsterdam de eerste stad in Nederland die over een waterleiding beschikte. Enkele jaren later konden er abonnementen worden afgesloten, maar de levering was onbetrouwbaar door de grote vraag. De behoefte aan vers en veilig drinkwater kan worden gezien binnen de grotere tendens uit de negentiende eeuw van verbeteringen op het gebied van hygiëne, gezondheidszorg en leefomstandigheden. Vanwege het grote openbare belang besloot de gemeente in 1896 de exploitatie van de waterleiding zelf op zich te nemen. Leidingen die op dat moment in het bezit van de Duinwatermaatschappij waren, kwamen per direct in
5
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
handen van de gemeente Amsterdam. Om voldoende druk op de leidingen te krijgen was er al spoedig een pompstation vereist. De Duinwatermaatschappij had reeds een terrein aan de Haarlemmerweg in bezit waar zij een reservebassin had aangelegd. Op dit terrein besloot de gemeente in 1897 een grootschalig pompstation met waterreservoir te bouwen, aangezien het door een annexatie inmiddels binnen de gemeentegrens viel. Dit is het huidige plangebied GWL-terrein (Gemeentelijke Waterleidingen). 2.3 Gemeentelijke Waterleidingen De vroegste bebouwing op het terrein, het oorspronkelijke complex van de Gemeentelijke Waterleidingen, was grotendeels op het noordelijke deel gesitueerd. Het pomp- annex hoofdgebouw lag een stuk terug van de Haarlemerweg en het voorterrein bleef lange tijd relatief onbebouwd, waardoor er vrij zicht mogelijk was op het complex. De reservoirs waren ten zuiden van het pompstation gelegen. Naarmate de stad Amsterdam zich uitbreidde werd de vraag naar water groter en was uitbreiding van de capaciteit van het terrein aan de Haarlemmerweg genoodzaakt. In 1923 werd er een tweede waterreservoir aangelegd, in 1939 een derde en tenslotte in 1954 een vierde. In 1966 werd er op het terrein nog een watertoren geplaatst. Halverwege de jaren tachtig waren de voorzieningen op het terrein verouderd en was nieuwbouw noodzakelijk.
Omdat er vanuit het stadsdeel ook nieuwe woningbouw gewenst was, werd besloten om de verschillende onderdelen van het GWL-terrein te verspreiden over andere locaties. Op het naastgelegen terrein, voorheen in gebruik bij de Dienst der Was-, Schoonmaak-, Bad en Zweminrichtingen (WSBZ), werd een nieuw pompstation gebouwd. Overige functies verhuisden naar elders in de stad.
Luchtfoto van de Dienst der Publieke Werken uit 1969. De opzet van het GWL-terrein is hier goed zichtbaar. Aan de Haarlemmerweg (linksonder) is het terrein relatief open. Op het achterterrein (rechtsboven) zijn de waterkelders gelegen.
2.4 Herontwikkeling GWL-terrein Aan het einde van de jaren tachtig van de twintigste eeuw besloot Stadsdeel West tot de herontwikkeling van het GWL-terrein. Hiertoe werd begin jaren negentig een ontwerpwedstrijd uitgeschreven die door architect K. Christiaanse en landschapsarchitect A. Geuze werd gewonnen. Het complex moest een autoluw, op duurzaamheid gericht woongebied worden.
6
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Daarbij heeft een deel van de bestaande bebouwing van de voormalige Gemeentelijke Waterleidingen een plaats gekregen binnen de nieuwe woonwijk. Het voormalige pompgebouw, het magazijn, het toegangsgebouw tot de waterreservoirs, de windketel en de watertoren zijn bewaard gebleven. Deze gebouwen hebben alle een nieuwe bestemming gekregen en zijn waar nodig gerestaureerd. Het ontwerp voor de woonwijk bestaat voornamelijk uit korte, middelhoge woonblokken die in het groen zijn gelegen. De nieuwbouw is voornamelijk in de plaats van de waterreservoirs gekomen, maar langs de west- en noordrand van het terrein staat een tweetal langwerpige flatgebouwen om de vereiste woningdichtheid te kunnen behalen. Het blok aan de noordrand fungeert ook als geluidsbuffer voor de Haarlemmerweg en de rest van de woonwijk, maar het zicht op het terrein vanaf de Haarlemmerweg is hiermee volledig verdwenen. Het terrein wordt geleed door middel van enkele oost-west gelegen voetpaden die doorkruist worden door diagonale paden in noord-zuidrichting. Een deel van de woningen is voorzien van een privétuin. Voor het deel van de bewoners dat niet over een eigen tuin beschikt, zijn er nutstuinen aangelegd in de wijk. Om zoveel mogelijk openbare ruimte te creëren is de wijk niet voor autoverkeer toegankelijk en zijn er alleen langs de randen enkele parkeerplaatsen aangelegd.
De nieuwbouw werd ontworpen door Atelier Zeinstra en Van der Pol, Meyer en Van Schooten Architecten, Neutelings Riedijk Architecten, Kees Christiaanse Architecten en DKV Architecten. Het gebruik van één type baksteen is erop gericht de verschillende gebouwen een samenhangend karakter te geven.
T. van Rijn, 1994 – Zicht vanaf de kruising van de Haarlemmerweg met de Van Hallstraat. Door de hoge gevelwand langs de Haarlemmerweg is dit zicht verdwenen, al zijn de woningen op het GWL-terrein hierdoor beter afgeschermd van de drukke Haarlemmerweg.
7
2012 C-023 Augustus 2012
3
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Cultuurhistorisch betekenisvolle bebouwing, elementen en structuren
Binnen het plangebied GWL kunnen enkele objecten of ruimtelijke elementen als betekenisvol worden aangeduid. Op de onderstaande ordekaart uit de ‘Atlas Negentiende-eeuwse Ring’ is slechts een klein deel van de bebouwing van een waardering voorzien. Dit valt te verklaren doordat de periode waarin de meeste bebouwing tot stand is gekomen, buiten de kaders van deze ordekaarten valt. Het voormalige toegangsgebouw tot één van de waterkelders van de Gemeentelijke Waterleiding is abusievelijk niet van een waardering voorzien, maar verdient eveneens een Orde 1-waardering.
Uitsnede van ordekaart 1 van de ‘Atlas 19e-eeuwse Ring’ e
De architectonische ordes worden in de 19 -eeuwse Ring als volgt gedefinieerd: Paars – Orde 1: De geregistreerde en beoogde Rijks- en Gemeentelijke monumenten. Rood – Orde 2: Monumentwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Oranje – Orde 3: Karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde. Geel – Basisorde: Voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit, of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren. Grijs – Bebouwing uit overige perioden.
8
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
De bebouwing binnen plangebied GWL is hoofdzakelijk van relatief recente datum. Om deze reden zijn er nog geen inventarisaties gemaakt van potentieel monumentwaardige gebouwen. Onderstaande bebouwing is momenteel als cultuurhistorisch betekenisvol of anderzijds waardevol aangemerkt. Voormalig Pompgebouw, Watertorenplein 4 Architect: onbekend (vermoedelijk Dienst der Publieke Werken) Bouwjaar: 1897 – 1900 Status: Rijksmonument
H. van Gool, 2007.
Voormalig pompgebouw van de Gemeentelijke Waterleidingen. Bestaat uit vier geschakelde langshallen, waarvan de middelste twee hallen hoger zijn dan de twee buitenste. Elke hal is drie beuken breed en negen traveeën diep op een rechthoekig grondplan en is afgedekt met een zadeldak. De opbouw uit drie beuken is door middel van lisenen afleesbaar aan de buitenarchitectuur. De middenbeuk is als risaliet behandeld en is aan de bovenzijde beëindigd met kantelen. Dit is een verwijzing naar kasteelarchitectuur, een vormentaal die ook voor veel watertorens is gebruikt. De architectuur van voor- en achtergevels is gelijkvormig, alleen aan de voorzijde is de detaillering iets rijker. Ook het interieur is goed bewaard gebleven. Tegenwoordig zijn er in het gebouw een café-restaurant, kantoren en een sportschool gehuisvest. Van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische, alsmede de typologische en industrieelarcheologische waarde. Tevens van belang wegens ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke en historischfunctionele relatie met de overige complexonderdelen alsook met het aan de overzijde gelegen complex van de Westergasfabriek. Beide fabriekscomplexen kwamen immers ongeveer gelijktijdig tot stand, in een periode van verstedelijking en schaalvergroting, en hadden als nutsbedrijf een vergelijkbare functie.
Voormalig Magazijngebouw, Watertorenplein 2 Architect: onbekend ( vermoedelijk Dienst der Publieke Werken) Bouwjaar: ca. 1897 – 1900 Status: Rijksmonument
9
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Magazijngebouw op een samengesteld rechthoekig grondplan met één tot twee bouwlagen boven het maaiveld. Afgedekt door zadeldaken met blauwgrijze kruispannen. Het gebouw is samengesteld uit een in totaal acht traveeën breed hoofdgebouw met hoger middendeel en een in het verlengde liggende lagere vleugel aan de zuidzijde. Tegen de oostgevel nog een lagere aanbouw onder plat dak. Gemetselde gevels in roodbruine baksteen in afwisselend koppen- en strekkenlagen, in kruisverband en op een donkere plint. Gebruik van natuursteen bij de afgeschuinde benedendorpels, aanzetstenen van de segmentbogen boven vensters en deuren en hoekstenen van de plint. Het gebouw werd in 1997 omgebouwd tot appartementencomplex naar ontwerp van CASA Architecten. Van algemeen belang wegens industrieel-archeologische waarde en als historisch-functioneel onderdeel van het complex Pompstation Gemeentewaterleidingen Amsterdam. Voormalig Windketelhuis, Watertorenplein 8C Architect: onbekend (vermoedelijk Dienst der Publieke Werken) Bouwjaar: ca. 1897 – 1900 Status: Rijksmonument
Op het voorterrein in de middenas van het pompgebouw geheel vrijstaand gelegen octogonaal windketelhuis, een expansiehuis voor de onderliggende waterkelder. Telt één bouwlaag onder een overstekend tentdak met gootrand en wordt bekroond door een open smeedijzeren pijnappel. Gemetselde gevels in bruinrode baksteen in afwisselend koppen- en strekkenverband en per gevel alternerend een hoog en getoogd en in oorsprong 18-ruits venster, of een getoogde blindnis onder segmentbogen. Het windketelhuis is door architect Paul Westerman in 2003 omgebouwd tot short-stay accommodatie. Van algemeen belang vanwege de architectonische, industrieel-archeologische en typologische waarden, alsmede van belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex Pompstation Gemeentewaterleidingen van Amsterdam. Voormalig Entreegebouw waterkelders, hoek Waterloop/Waterkersweg Architect: onbekend (vermoedelijk Dienst der Publieke Werken) Bouwjaar ca. 1897-1899
10
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Voormalig entreegebouw tot de overdekte waterreservoirs van de Gemeentelijke Waterleidingen. Opgetrokken uit roodbruine baksteen, gebouwd op een nagenoeg rechthoekig grondplan en afgedekt met een schilddak. Van de oorspronkelijke aansluiting op de waterkelders zijn nog bouwsporen te zien. Sinds 1998 in gebruik als clubhuis voor de Beheervereniging Nutstuinen GWL-terrein. Op de plaats van de waterkelders zijn nu tachtig van deze tuinen gelegen. Van algemeen belang vanwege de architectonische, industrieel-archeologische en typologische waarden, alsmede van belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex Pompstation Gemeentewaterleidingen van Amsterdam. Watertoren, Watertorenplein 8B Architect: onbekend Bouwjaar: 1966
Watertoren uit het de tweede helft van de twintigste eeuw dat gekenmerkt wordt door een sobere detaillering. In zijn geheel voorzien van een gladde, stalen behuizing, afgewerkt met een witte coating. Er zijn weinig tot geen constructieve/technische elementen in het zicht gelaten. Door deze ranke vormgeving verschilt de toren van de meeste oudere en contemporaine watertorens. Geplaatst als een van de laatste uitbreidingen in de capaciteit van het terrein. Momenteel is gebruik voor de opslag van extra water in het geval van tekorten. Van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex Pompstation Gemeentewaterleidingen van Amsterdam. Van architectonisch belang vanwege de imposante functionele vormgeving.
Bronnen: Website GWL-Terrein < http://www.gwl-terrein.nl/ > (7 augustus 2012). Bureau Monumenten & Archeologie, Beschrijving Magazijngebouw, Amsterdam 2003. Bureau Monumenten & Archeologie, Beschrijving Pompgebouw, Amsterdam 2003. Bureau Monumenten & Archeologie, Beschrijving Windketelgebouw, Amsterdam 2003. Heijdra, T., Westerpark : Barren, Sparren en Koperen Knopen, Alkmaar 2007.
11
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Advies Resumé Halverwege de negentiende eeuw werd de Amsterdamsche Duinwatermaatschappij opgericht met als doel de stad van vers drinkwater te voorzien. De vraag naar drinkwater nam sterk toe en aan het einde van de negentiende eeuw en de Gemeente Amsterdam nam de maatschappij in 1896 over. De duinwaterleiding maakte vanaf dat moment deel uit van de Gemeentelijke Waterleidingen. Vrijwel direct daarna werd besloten tot de bouw van een nieuw pompstation met waterreservoir en een reeks andere utilitaire gebouwen. Als locatie werd al spoedig het huidige GWL-terrein aangewezen. Het pompstation werd in 1900 in gebruik genomen. Tot de sluiting van het terrein halverwege de jaren negentig, werd de capaciteit nog enkele malen uitgebreid. Reeds aan het einde van de jaren tachtig werd door Stadsdeel West de wens uitgesproken om woningen te realiseren op het terrein. Vanaf de helft van de jaren negentig werd het GWL-terrein omgebouwd tot woonwijk, naar een stedenbouwkundig ontwerp van K. Christaanse en A. Geuze. Voor dit plan zijn de reservoirs gesloopt, maar bleef een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing bewaard. De woningen zijn ondergebracht in meerdere losstaande bouwblokken. Het resultaat is een autoluwe woonwijk met veel (semi-)openbaar groen. De woonbebouwing binnen plangebied GWL is hoofdzakelijk van relatief recente datum.
Om deze reden zijn er nog geen inventarisaties gemaakt van potentieel monumentwaardige gebouwen. BMA adviseert om bij cultuurhistorisch betekenisvolle architectuur bouwhoogten, rooilijnen en kapvormen in de regels van het bestemmingsplan vast te leggen, de aanwezige monumenten op de plankaart aan te duiden en de ordekaart als bijlage op te nemen.
12
2012 C-023 Augustus 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Colofon
Datum: Status: Redactie: Tekst:
15-08-2012 Definitief H. Aardse C. van Onna
© Bureau Monumenten & Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2012 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BMA. BMA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
13
blz. 73
Bijlage 3
Cultuurhistorische verkenning Kop van Jut
Gemeente Amsterdam
Kop van Jut Cultuurhistorische verkenning
C 20-143 Amsterdam 2020
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
2
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Inhoud Inleiding
5
1
Samenvatting, aanwezige waarden en advies
6
2
Beleidskader
8
3
Historisch stedenbouwkundige analyse
9
4
Cultuurhistorisch betekenisvolle bebouwing, elementen en structuren
18
Literatuur en bronnen
20
Colofon
20
3
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
4
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Inleiding
Stadsdeel West heeft Monumenten en Archeologie (MenA) verzocht te adviseren over de bovengrondse cultuurhistorische waarden die bij het opstellen van het bestemmingsplan voor plangebied Westerpark Zuid van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een beknopte uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Dit rapport gaat over het deelgebied Kop van Jut, zie voor de geschiedenis van de rest van het bestemmingsplangebied de CHV Westerpark-Zuid (MenA, 2018/2020). Voor de ondergrondse cultuurhistorische waarden verwijzen we naar het Archeologisch Bureauonderzoek van MenA. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht. Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied.
Afbeelding: Recente luchtfoto met begrenzing van het te onderzoeken gebied. Bron: Data en informatie, Gemeente Amsterdam, 30-11-2020
5
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
1
Samenvatting, aanwezige waarden en advies
1.1.
Samenvatting
Kop van Jut hoort bij de wijk Centrale Markt in het stadsdeel Amsterdam-West. Het wordt begrensd door de Jan van Galenstraat aan de noordkant, het Westelijke Marktkanaal aan de westkant en de Kostverlorenvaart aan de oostkant. In de jaren ’80 steeg de woningnood in Amsterdam. Er werd gezocht naar aanvullende bouwlocaties, inbreidingen, verdichtingsbouw, etc. Kop van Jut werd daarom begin jaren ’80 uit de grond gestampt als binnenstedelijke uitbreiding op een braakliggend terrein in de stad. Hier werd een woonbuurt met zo’n 300 woningen gerealiseerd. Van Rhijn ontwierp een buurt met zes langwerpige blokken die evenwijdig aan elkaar liepen en in dezelfde verhouding ten opzichte van elkaar verspringen. De wijk wordt gekenmerkt door autoluwe straten, veel collectief groen en gevarieerde woningen. Vanaf het einde van de 20ste eeuw werd er nieuw leven in de buurt geblazen. Architect Sjoerd Soeters werd aangesteld als coördinerend architect voor deze vernieuwing. De oude noodschool in de noordwestelijke hoek van het plangebied werd gesloopt. Twee nieuwe woonblokken werden aan de buurt toegevoegd en voegden zich in het voormalige ontwerp van Van Rhijn. Daarbij zag Soeters zijn kans schoon om de buurt op de kaart te zetten.
Het nieuwe Marcanticollege en de opvallende woontoren “De Piramides” aan de Jan van Galenstraat werden het nieuwe visitekaartje voor en tevens de nieuwe toegangspoort tot de Kop van Jut.
Afbeelding: De Kop van Jut gezien vanaf het zuidoosten, 1990. Bron: SAA 010122007082, 1990
6
C 20-143 December 2020
1.2.
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Aanwezige waarden en advies
De adviezen zijn uitgesplist naar de verschillende aanwezige waarden die voor het plangebied gelden. Stedenbouwkundige eenheid De Kop van Jut is voor een groot deel planmatig ontworpen. Latere aanpassingen zijn in het kader van dit plan ingepast. MenA adviseert om bij wijzigingen de wijk te behandelen als stedenbouwkundige eenheid. Verkavelingspatroon Het ensemble van de evenwijdig lopende woonblokken met plat dak is het beschermen waard. MenA adviseert om de voor- en achterrooilijnen vast te leggen, inclusief aanwezige verspringingen, zodat het verkavelingspatroon van de buurt herkenbaar blijft. Bouwhoogtes De zes langwerpige blokken van Kop van Jut zijn uniform uitgevoerd met dezelfde bouwhoogte - dat aspect is karakteristiek en beeldbepalend. MenA adviseert daarom om de bestaande bouwhoogte van de te onderscheiden gebouwendelen aan te houden. Bebouwing/ architectuur Het verdient aanbeveling om voor de betekenisvolle bebouwing die met een orde 3 gewaardeerd is en zich in een stedenbouwkundige zone B bevindt, een sloopvergunningsstelsel op te nemen waarbij een bepaling van zodanige strekking wordt opgenomen dat een nadere cultuurhistorische afweging gemaakt moet worden. De achtergrond hiervan is dat sinds 1 april 2012 voor de activiteit slopen alleen nog een meldingsplicht geldt en geen samenloopregeling van kracht is tussen de melding en de omgevingsvergunning.
Dit is wel het geval indien een sloopregeling wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Aangezien het ruimtelijke beeld/stads- en straatbeeld in het geding is bij alle orde 1 en 2 panden en bij orde 3 panden in combinatie met een stedenbouwkundige zone A of B, ligt hier de ruimtelijke relevantie en relatie met het bestemmingsplan. Groen, water en openbare ruimte De stedenbouwkundige opzet van de Kop van Jut, met autoluwe doodlopende straten en open bouwblokken, brengt met zich mee dat de openbare ruimte met tamelijk veel collectief groen ingericht werd en dat het groen in de kleine privétuintjes visueel overgaat in het collectieve groen. Het verdient daarom aanbeveling om deze situatie te bestendigen en de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen te verlagen naar 1 meter voor tuinen die direct aan de openbare ruimte grenzen. MenA adviseert tevens om de aanwezige groen- en waterstructuren als zodanig te behouden. Verder dragen de autoluwe wegen bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van de wijk: een intieme wijk waar veilig op straat gelopen en gespeeld kan worden. Het advies is om deze situatie te bestendigen.
7
C 20-143 December 2020
2
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Beleidskader
Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016).
De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010). De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken. Het is daarom niet gericht op de specifiek Amsterdamse waarden, en het geeft daar dan doorgaans ook geen beeld van – hetgeen niet wil zeggen dat er geen waarden zijn.
8
C 20-143 December 2020
3
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Historisch stedenbouwkundige analyse
3.1. Bouwgeschiedenis van het plangebied Het driehoekige plangebied Kop van Jut, ofwel het Marcanti-schiereiland, wordt begrensd door de Jan van Galenstraat aan de noordkant, het Westelijke Marktkanaal aan de westkant en de Kostverlorenvaart aan de oostkant. Het gebied was een uitloper van de industrie- en handelsstrook in Amsterdam-West. Langetijd werd dit braakliggende terrein gebruikt als opslagplaats en kermisterrein. De naam Kop van Jut verwijst dan ook naar een traditionele kermisattractie waarmee met slagkracht gepoogd wordt een bel te luiden. Afbeelding: Het plangebied (rood omlijnd) op deze historische kaart uit 1943. Bron: Dienst der Publieke werken, 1943
Afbeelding: Luchtfoto uit 1973. Te zien zijn de Centrale Markthallen met ten zuiden daarvan het braakliggende terrein (plangebied). Bron: B00000034792, Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening, 1973
9
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
In 1980 werd besloten in de noordwestelijke hoek van het plangebied een noodschool te bouwen. De afdeling bouwwerken van de Dienst Openbare Werken was verantwoordelijk voor het ontwerp, de constructie en de uitvoering. De tijdelijke school bestond uit een hoofdgebouw, gymnastieklokaal, speelvelden en een terrein dat was bedoeld voor een latere uitbreiding. Dit alles moest in twee maanden worden opgeleverd.
Afbeelding: Stedenbouwkundig ontwerp voor de noodschool, 1980. Bron: Centraal Tekeningen Archief, SAA
Voor het overige deel van het braakliggende terrein werd in 1982 door Woningstichting “Zomers Buiten” een aanvraag gedaan voor een woningbouwproject. Het programma bestond uit 197 woningen (8 rolstoelwoningen, 89 woningen voor max. twee personen, 67 wooneenheden (HAT), 4 wooneenheden met atelierruimten en 5 woningen met de bijzondere bestemming “groepswoning”), kantoorruimten en een buurtcentrum. Het plan was tegenstrijdig met het uitbreidingsplan “Landlust” (vastgesteld, 15 april 1931) waarbij het Jan van Galenterrein was aangewezen voor openbare diensten (kermisterrein Jan van Galenstraat), maar werd uiteindelijk goedgekeurd in het kader van de woningnood in de jaren tachtig. In tegenstelling tot stadsvernieuwing in de 19de-eeuwse woningbouwwijken, biedt de herontwikkeling van verlaten industrieterreinen de mogelijkheid tot een vrije aanpak van de verkavelingsstructuren. Architect Sier van Rhijn profiteerde van deze vrijheid bij zijn ontwerp voor het nieuwbouwproject op de Kop van Jut.
10
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Afbeelding: Luchtfoto uit 1983. Te zien is hoe het plangebied in aanbouw is. De noodschool is op dat moment al voltooid. Bron: SAA B00000036425, 1983
Afbeelding: Luchtfoto uit 1986. Te zien is dat het woningbouwproject is voltooid. Bron: SAA B00000037258, 1986
11
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
3.2. Hoofdkenmerken ontwerp Sier van Rhijn, 1982 Verkaveling De woningen zijn ondergebracht in 6 langwerpige blokken van 6 lagen. Ondergronds bevindt zich een kelder met daarin bergingen. Daarboven bevinden zich 5 lagen met woningen. De woonblokken zijn als stroken ontworpen. Ze verspringen in dezelfde verhouding ten opzichte van elkaar. Hierdoor blijft de ruimte tussen de woonblokken constant. De 3 zuidelijkste blokken worden gekenmerkt door een onderdoorgang in het midden van het blok. Aan de uiteinden van de woonstroken zijn doorzichten naar het water gecreëerd.
12
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Afbeelding: Stedenbouwkundig ontwerp Sier van Rhijn, 1982. Bron: Centraal Tekeningen Archief, SAA
Woningen De variëteit in de grootte van de woningen en de aanwezigheid van rolstoelwoningen, wooneenheden met atelierruimten en groepswoningen, geeft aan dat gepoogd werd een diverse bewonerssamenstelling te creëren. Opgenomen waren woningen variërend van 2 tot 5 kamers. Alle woningen zijn noord-zuid georiënteerd. Aan de noordzijde bevinden zich de portieken met de entrees naar de woningen. De zonnige zuidzijde leent zich uitstekend voor de plaatsing van de balkons. De gekozen oriëntering van de woonblokken zorgt voor maximale zonuren per dag in de appartementen, wat het wooncomfort positief beïnvloedt.
Afbeelding: Woningplattegronden. De nummers geven aan hoeveel kamers elke woning bevat. Te zien zijn de entrees aan de noordkant en de balkons aan de zuidkant. Bron: Centraal Tekeningen Archief, SAA
Afbeelding: Gevelontwerp. Te zien is de onderdoorgang in het midden van het woonblok. Bron: Centraal Tekeningen Archief, SAA
13
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Verkeer De verkeersfunctie is in het ontwerp van Van Rhijn ondergeschikt gemaakt aan de woonfunctie. Doodlopende straten waarin langzaam rijdend verkeer wordt getolereerd, wijst hierop. Gepoogd werd de intimiteit van een woonerf te creëren en daardoor een rustige woonomgeving. Er zijn geen doorgaande wegen aanwezig op het eiland. Auto’s kunnen de buurt in en uit via dezelfde toegangsweg aan de Jan van Galenstraat. Op deze manier blijft de circulatie van het verkeer binnen het gebied en wordt er een autoluwe buurt gecreëerd waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. De straten zijn informeel aangelegd en bevatten op onregelmatige plekken parkeervakken op maaiveld.
Afbeelding: Op deze luchtfoto zijn te zien de informeel aangelegde wegen en onregelmatige parkeervakken. Bron: Google Earth, 24-11-2020
14
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Afbeelding: Van Rhijn had een woonerf-achtige sfeer voor ogen. Bron: SAA 010122007079, 1997
Openbare ruimte Het centrale plein, de groene stroken langs de waterkant en de zuidelijke punt van het eiland zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Het ontwerp van Sier van Rhijn bevat tamelijk wat collectief groen. De woningen op de begane grond bezitten kleine privétuinen. Ondanks dat deze middels een hek fysiek gescheiden worden van de openbare ruimte, loopt het groen visueel over in het collectieve groen langs de wegen. Het groen bevindt zich vooral langs de waterkanten en op het zuidelijke punt van het plangebied. Langs de waterkant vertaalt het zich als grasvelden, afgewisseld met solitaire bomen waar men kan gaan zitten of kinderen kunnen spelen. Tussen de bebouwing vertaalt het zich als heggen, middelhoge beplanting en bomen.
Afbeelding: Beplanting is hier net aangelegd, maar het is goed te zien hoe de privé-tuinen visueel overlopen op het collectieve groen. Bron: B00000028359, Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening, 1985
15
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
3.3. Latere ontwikkelingen in het plangebied Met het sloopbesluit van de noodschool aan het einde van de 20ste eeuw, kwamen er nieuwe kansen vrij in het gebied. Sjoerd Soeters werd aangesteld als coördinerend architect voor de vernieuwing van het plangebied. In 2000 werd de aanvraag ingediend voor twee nieuwe woonblokken bestaande uit 40 woningen, ontworpen door Onno Vlaanderen Architecten. Soeters was van mening dat het symmetrische plan van Van Rhijn moest worden doorgezet. De nieuwe woonblokken werden zo gepositioneerd dat de tussenruimte tussen de blokken gewaarborgd bleef en de blokken zouden in dezelfde verhoudingen ten opzichte van elkaar verspringen. Alleen in de organisatie van de woningen zou de opzet anders zijn. De nieuwe woningen waren transparanter van opzet door het toepassen van hoekramen en open puien ter plaatse van de trappenhuizen. De trappenhuizen van de woonblokken uit ‘82 werden aangepakt om dezelfde openheid te krijgen.
Afbeelding: Stedenbouwkundig plan van Onno Vlaanderen Architecten voor de twee nieuwe verkavelingsstroken, 2000. Bron: Centraal Tekeningen Archief, SAA
16
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
De verkaveling in het plangebied staat lager dan en met de rug naar de Jan van Galenstraat. Bij Soeters ontstond er hierdoor de behoefte om een markant punt te maken aan de Jan van Galenstraat. Soeters van Eldonk Architecten kwam in 1999 met een ontwerp voor een nieuwe school, het Marcanticollege. De school voegde zich net als de nieuwe woningen in de bestaande stedenbouwkundige opzet: het spiegelde de blokstructuur om de as van het eiland en completeerde de oorspronkelijk bedoelde symmetrie. De blikvanger die Soeters voor ogen had werd vooral gezocht in de bouw van een woontoren aan de Jan van Galenstraat (aanvraag voor vergunning in 2002). De woontoren werd ontworpen met 82 appartementen, een parkeergarage voor 114 voertuigen en twee ruimtes voor sociaalcultureledoeleinden. . Woontoren “de Piramides” bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoekige torens, met elk een lift en een trappenhuis, en voorzien van terrassen in de getrapte zijkanten. De driehoekige vorm van de torens verwijst naar de contouren van het Marcanti-eiland. Tegen de achterkant van het gebouw, op het dak van de half verdiepte parkeergarage, is een plein aangelegd. Het plein is openbaar toegankelijk. Het is opgetrokken in dezelfde rode baksteen die ook voor de woontorens werd gebruikt.
De ontluchtingspijpen van de garage onder het plein, die de vorm kregen van ouderwetse schoorstenen, markeren tegelijkertijd de opgangen naar het plein. Met zijn kloeke ontwerp voor “de Piramides” heeft Soeters dit stuk stad weer op de kaart willen zetten. Waar de voormalige verkaveling met “de rug” naar de Jan van Galenstraat stond, wordt er met dit gebouw weer een aansluiting met de rest van de stad gezocht. Aan weerszijden bevinden zich de twee hoofdtoegangswegen tot de Kop van Jut. Daarmee fungeert de woontoren als toegangspoort naar de buurt.
Afbeelding: De “Piramides” gezien vanaf de Jan van Galenstraat. Bron: www.funda.nl, 24-11-2020
17
C 20-143 December 2020
4
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing
Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985 In 2016 heeft de gemeenteraad MenA opdracht gegeven om het erfgoed tussen 1965 en 1985 te gaan waarderen. Deze actie wordt momenteel uitgevoerd en zal leiden tot de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985. Op de kaart wordt aangegeven:
Ordes van gebouwen, bruggen en viaducten
Zones van structuren, stedenbouwkundige eenheden, groen/water
Groen/blauwe hoofdstructuur
Openbaar groen
Privé-tuinen grenzend aan openbaar groen
Lanen,wijkontsluitingswegen en buurtontsluitingswegen
De waardering van architectuurordes en stedenbouwkundige/landschappelijke zones leidt in combinatie met elkaar tot een versterking van de aanbevelingen van de aanpak van zowel de architectonische eenheden als van de openbare ruimte. Stedenbouwkundige zones De waardering van de ordekaarten voor de Gordel 20-40 en 19deeeuwse Ring is gebaseerd op een systeem van architectuurordes gecombineerd met stedenbouwkundige zones. Het waarderingssysteem van de ordekaarten voor de AUP-gebieden wijkt hiervan: de stedenbouwkundige waardering wordt opgenomen in de ordewaardering. De komende ordekaart erfgoed tot 1985 bouwt qua waardering voort op het bestaande systeem, met dien verstande dat de ingreep om de stedenbouwkundige waardering in de ordewaardering op te nemen, wordt teruggedraaid. Er is dan weer sprake van 4 ordes gecombineerd met 4 zones. De indeling in stedenbouwkundige zones geschiedt vanuit het oogpunt van stedenbouwkundige, landschappelijke en of cultuurhistorische waarde. Stedenbouwkundige zones maken deel uit van het openbaar gebied in samenhang met de flankerende bebouwing, groen, parken, waterlopen, privétuinen die grenzen aan het gebied. De kwaliteit en uniciteit van het stedenbouwkundig plan, het profiel, de kwaliteit van de architectuur, de inrichting van de openbare ruimte, de groenvoorziening en de aanwezigheid van zichtlijnen zijn waardebepalende factoren.
Bij de stedenbouwkundige zones gaat het om de ruimtelijke samenhang van al deze elementen en de hiermee verbandhoudende kwaliteit van het stadsbeeld, straatbeeld, groenvoorziening en water en de aanwezigheid van bijvoorbeeld zichtlijnen.
Zone basis: voor de periode kenmerkende zone met basiskwaliteit, of een zone waarin door latere invullingen sprake is van een onsamenhangend of verstoord straatbeeld. Zone C: voor de periode karakteristieke zone met stedenbouwkundige en/of landschappelijke meerwaarde. Dit is een zone met meerwaarde doordat het oorspronkelijk stedenbouwkundig plan en de authentieke bebouwing zorgen voor een architectonische of architectuurhistorische continuïteit. Deze continuïteit kan ook ontstaan door beplanting/groenvoorziening. Zone B: Zone met een nadrukkelijke stedenbouwkundige en/of landschappelijke meerwaarde, dikwijls onderdeel van een stedenbouwkundig plan. In deze zone wordt de stedenbouwkundige meerwaarde versterkt door bijzondere 18
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
architectuur of doordat de zone deel uitmaakt van een bijzonder stedenbouwkundig plan en/of cultuurhistorische betekenis. Zone A: Zone te beschouwen als dragende structuur van een hooggewaardeerd stadsgezicht. De bebouwing en het groen en/of het water is/zijn van uitzonderlijke kwaliteit en/of gaafheid en het gebied is gerealiseerd volgens een belangrijk stedenbouwkundig ontwerp of maakt deel uit van een bijzondere ruimtelijke structuur.
Architectuur Op de waarderingskaart die hierboven werd genoemd, wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing (woningbouw, scholen, winkelcentra, kerken, kantoren, enzovoort) in opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1. Bij de ordes gaat het vooral om de wijze waarop de verschillende architectuureenheden tot een harmonisch geheel zijn samengevoegd. Dit leidt per bouwstijl/periode tot een waardering in verschillende gradaties.
Orde basis: voor de periode kenmerkende bouwwerken/architectuureenheden met basiskwaliteit, of bouwwerken die door geringe ontwerpkwaliteit dan wel ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren. Orde 3: Een bouwwerk/architectuureenheid met een voor de periode kenmerkende vormgeving en/of kenmerkende typologie en/of de bijzonderheid daarvan in de periode. Orde 2: Een architectuureenheid met een voor de periode karakteristieke architectonische vormgeving en/of typologie, met een nadrukkelijke architectonische, typologische verbijzondering en/of van cultuurhistorische betekenis. Orde 1: Een bouwwerk/architectuureenheid die op basis van typologie en/of architectonische vormgeving de status heeft van geregistreerd Rijks- dan wel Gemeentelijk monument en panden met een vergelijkbare cultuurhistorische waarde.
Afbeelding: Uitsnede van de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985 ter plaatse van het plangebied. Zoals te zien is op de uitsnede van de waarderingskaart is alleen aan de architectuur van het plan van Van Rhijn een orde 3 toegekend. De rest van de bebouwing werd pas na 1985 gerealiseerd. Het grootste deel van het plangebied wordt als zone B aangemerkt. N.B. De vertoonde waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985 is nog een conceptversie (24-11-2020). Aan deze kaart kunnen daarom geen rechten worden ontleend. De kaart kan nog veranderen.
19
C 20-143 December 2020
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Literatuur en bronnen
Laar, Felix van der. Amsterdam woont hier: volkshuisvesting en stadsvernieuwing tussen 1972 en 1994. Amsterdam, Stedelijke Woningdienst Amsterdam. 1994 Monumenten en Archeologie. Cultuurhistorische verkenning GWL-terrein. Amsterdam, Gemeente Amsterdam. 2012 Monumenten en Archeologie. Cultuurhistorische verkenning Westerpark-Zuid. Amsterdam, Gemeente Amsterdam. 2020
Stadsarchief Amsterdam (SAA), Beeldbank Stadsarchief Amsterdam (SAA), Centraal tekeningen archief
<https://www.arcam.nl/en/de-piramides/> [november 2020] <https://www.parool.nl/nieuws/stadsgezichten-de-piramides~b5f0a7c5/> [november 2020] <https://www.zoeken.hetnieuweinstituut.nl/nl/personen/detail?q=Sier+van+Rhijn&page=2> [november 2020]
Colofon Datum: Status: Onderzoek en tekst: Redactie:
3 december 2020 concept Fenny Ramp Sandra Guarda en Tessa Henkes
© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2020 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van M&A nodig. M&A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. M&A doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.