Raadsbesluit 2025-141A Bestuurlijkrapport Toegankelijkheid van buurthuizen
Tekst van het document
Bestuurlijk rapport
Toegankelijkheid van buurthuizen Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf Rekenkamer Amsterdam 16 september 2025
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Bestuurlijk rapport
Toegankelijkheid van buurthuizen Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf Rekenkamer Amsterdam 16 september 2025
DEFINITIEF Dit bestuurlijk rapport is een document van de Rekenkamer Amsterdam en bevat bevindingen van het onderzoek Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf. Het bestuurlijk rapport is een bondige samenvatting van de onderzoeksresultaten en bevat de conclusies en aanbevelingen. Het document vormt samen met het onderzoeksrapport de volledige rapportage van het onderzoek. Beide digitale documenten kunt u raadplegen op de projectpagina.
2
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ___________________________________ 3 Samenvatting ____________________________________ 4
Hoofdconclusie ___________________________________ 5
Toegankelijkheid: vanzelfsprekend, maar niet vanzelf _________________ 5
Deelconclusies ___________________________________ 6
1. Toegankelijkheid van buurthuizen laat gemengd beeld zien ____________ 6 2. Tekortkomingen toegankelijkheid raken kwetsbare groepen ___________ 7 3. Gemeente heeft toegankelijkheid niet goed in beeld ________________ 8 4. Beleidsinstrumenten stimuleren toegankelijkheid, maar effect belemmerd _ 9
Aanbevelingen___________________________________ 11
Aanbeveling 1: maak ambities concreet en realistisch ________________ 11 Aanbeveling 2: breng de stand van zaken in beeld __________________ 12 Aanbeveling 3: formaliseer en systematiseer werken aan toegankelijkheid __ 13 Aanbeveling 4: werk aan verschillende vormen van toegankelijkheid ______ 13
Reactie college __________________________________ 15 Nawoord rekenkamer ______________________________ 29 Achtergrond van het onderzoek _______________________ 32
3
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Samenvatting In Amsterdam zijn ruim 180 buurthuizen. De gemeente wil dat iedereen daar gebruik van kan maken. Maar in de praktijk zijn niet alle buurthuizen voor iedereen toegankelijk. De gemeente weet zelf niet goed waar verbeteringen nodig zijn. En maakt niet genoeg gebruik van de mogelijkheden die ze al heeft om aan toegankelijkheid te werken. Buurthuizen niet voor iedereen toegankelijk De gemeente wil dat buurthuizen voor iedereen toegankelijk zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze goed bereikbaar zijn, dat ook mensen in een rolstoel er naar binnen kunnen en dat een kopje koffie niet te duur is. Sommige dingen gaan goed. Er worden bijvoorbeeld veel activiteiten georganiseerd, waar veel verschillende mensen aan mee kunnen doen. Maar er gaan ook dingen minder goed. Vaak is er geen lift om op een hogere verdieping te komen. Of is er weinig informatie te vinden over wanneer een buurthuis open is en wat er te doen is. Ons onderzoek laat zien dat er nog veel verbetering mogelijk is om buurthuizen toegankelijker te maken. Gemeente weet niet hoe toegankelijk buurthuizen zijn De gemeente weet eigenlijk niet goed hoe het staat met de toegankelijkheid. Dat komt doordat de gemeente de mogelijkheden die ze heeft om informatie te verzamelen onvoldoende gebruikt.
De gemeente geeft de organisaties aan wie ze subsidie verstrekt bijvoorbeeld weinig prikkels om regelmatig en uitgebreid over toegankelijkheid te rapporteren. Instrumenten van gemeente verbeteren toegankelijkheid onvoldoende De gemeente vindt toegankelijkheid heel belangrijk en werkt hier op verschillende manieren aan. Toch zijn niet alle buurthuizen voor iedereen toegankelijk. We zien dat het ingewikkeld is om alle vormen van toegankelijkheid te beïnvloeden. Zo kan de gemeente voor een groep mensen de toegankelijkheid verbeteren, maar voelt een andere groep zich daardoor soms juist minder welkom. Tegelijkertijd zien we tekortkomingen in de manier waarop de gemeente werkt aan toegankelijkheid. Bijvoorbeeld: de gemeente geeft sommige vormen van toegankelijkheid meer aandacht dan andere en stelt geen concrete eisen aan buurthuizen op het gebied van toegankelijkheid. Ons advies aan het college We adviseren het college om: 1. 2. 3. 4.
duidelijker te maken wat ze precies wil bereiken; te zorgen dat ze beter weet hoe toegankelijk buurthuizen zijn; goede afspraken te maken over hoe de gemeente aan toegankelijkheid kan werken; aan verschillende vormen van toegankelijkheid te werken.
Hoe reageert het college op ons rapport? Het college reageert positief op ons onderzoek. Het gaat met concrete activiteiten én budget aan de slag met onze aanbevelingen. In ons nawoord geven we het college naar aanleiding van zijn reactie nog drie aandachtspunten mee.
4
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Hoofdconclusie Toegankelijkheid: vanzelfsprekend, maar niet vanzelf
De hoofdvraag van het onderzoek luidt: 'Hoe toegankelijk zijn buurthuizen en wat doet de gemeente om toegang tot deze voorzieningen te waarborgen?' Onze hoofdconclusie luidt: Niet alle buurthuizen zijn breed toegankelijk. De gemeente heeft belemmeringen echter niet goed in beeld en benut de eigen instrumenten onvoldoende om aan alle vormen van toegankelijkheid te werken. In Amsterdam zijn ruim 180 buurthuizen, een overkoepelende term waar in dit onderzoek zowel de grotere Huizen van de Wijk als de kleinere buurtkamers onder vallen.a De gemeente subsidieert in alle stadsdelen maatschappelijke organisaties die ervoor zorgen dat deze buurthuizen open zijn en die een breed aanbod van activiteiten bieden voor Amsterdammers. Met de Amsterdamse buurthuizen (en andere voorzieningen in de sociale basis) wil de gemeente zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale cohesie, zorgpreventie en kansengelijkheid stimuleren.
Goede toegankelijkheid is volgens de gemeente een randvoorwaarde om deze doelen te bereiken: "Die toegankelijkheid geldt voor activiteiten, diensten en fysieke ruimten van voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning, evenals voor de communicatie over al deze voorzieningen."b Net als de gemeente vatten we in dit onderzoek toegankelijkheid breed op als de mogelijkheid om voor iedereen die dat wil gebruik te maken van de diensten die in een buurthuis worden aangeboden. Hieronder vallen onder andere de aanwezigheid, betaalbaarheid en sociale toegankelijkheid van buurthuizen. Om toegankelijkheid in bestaande en nieuwe buurthuizen te stimuleren, zet de gemeente diverse beleidsinstrumenten in. Bovendien is de wil om te werken aan toegankelijkheid breed in de stad aanwezig; tijdens ons onderzoek spraken we veel professionals - in maatschappelijke organisaties, bij de stadsdelen en van afdelingen en directies in de centrale stad - met kennis, kunde en hart voor toegankelijkheid. Desondanks concluderen we dat niet alle buurthuizen breed toegankelijk zijn en de gemeente de mogelijkheden om aan toegankelijkheid te werken nog onvoldoende benut. Deze conclusie valt uiteen in vier deelconclusies: 1. 2. 3. 4.
a
De toegankelijkheid van buurthuizen laat een gemengd beeld zien; Tekortkomingen op toegankelijkheid raken met name kwetsbare groepen; De gemeente heeft de toegankelijkheid van buurthuizen niet goed in beeld; Beleidsinstrumenten stimuleren toegankelijkheid, maar het effect wordt belemmerd.
Een Huis van de Wijk is een ontmoetingsplek op wijkniveau en wordt meestal beheerd door een
welzijnsorganisatie. Buurtkamers zijn kleinschalige accommodaties op buurtniveau, hier hebben bewoners een grote(re) rol bij het beheer. b
Gemeente Amsterdam, Stedelijk kader Samen vooruit 2020-2023, 29 mei 2019, p. 11.
5
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Deelconclusies 1. Toegankelijkheid van buurthuizen laat gemengd beeld zien
De gemeente wil en verwacht dat buurthuizen breed toegankelijk zijn. Ons onderzoek laat een gemengd beeld zien van de toegankelijkheid van de Amsterdamse buurthuizen. In sommige opzichten is het goed gesteld met toegankelijkheid, op sommige aspecten gaan er tegelijkertijd dingen goed en minder goed, en op weer andere mankeert er veel. Over het geheel genomen is er veel ruimte voor verbetering bij zowel buurtkamers als Huizen van de Wijk.
Gemeente benadrukt belang van brede toegankelijkheid De gemeente draagt in haar beleid al lange tijd het belang uit van toegankelijkheid, zowel voor de gehele sociale basis als specifiek voor buurthuizen. Daarbinnen benadrukt ze het belang van verschillende vormen van toegankelijkheid. In navolging daarvan maken we in dit onderzoek onderscheid tussen de aanwezigheid, nabijheid, fysieke toegankelijkheid, openingstijden, betaalbaarheid, informatie-toegankelijkheid, bekendheid en sociale toegankelijkheid van buurthuizen. Aantal aspecten van toegankelijkheid goed op orde De betaalbaarheid van buurthuizen is in het algemeen goed. Op de meeste plekken worden consumpties, activiteiten en huurkosten voor ruimtes als goed betaalbaar ervaren door bezoekers en maatschappelijke organisaties. Dit bevordert de toegankelijkheid van buurthuizen voor mensen die minder geld te besteden hebben. Een positief punt over de nabijheid van buurthuizen is dat in buurten met veel kwetsbare bewoners, inwoners gemiddeld minder ver hoeven te reizen naar het dichtstbijzijnde buurthuis. Dit komt overeen met het idee dat buurthuizen er juist moeten zijn voor kwetsbare Amsterdammers.
Bij sociale toegankelijkheid - de mate waarin mensen zich welkom, veilig en geaccepteerd voelen in buurthuizen - zien we dat deze wordt bevorderd door het grote aantal activiteiten die worden georganiseerd in buurthuizen, grotendeels op initiatief van bewoners. De vele en diverse activiteiten zijn voor bezoekers de belangrijkste reden om naar buurthuizen toe te gaan, samen met het ontmoeten van andere mensen. Daarnaast zijn er veel betaalde krachten en vrijwilligers die bijdragen aan de sociale toegankelijkheid van buurthuizen.
Tekortkomingen op veel vlakken van toegankelijkheid Op bijna elke vorm van toegankelijkheid die we onderzochten, zijn er tekortkomingen die gevolgen hebben voor de kwantiteit en kwaliteit van buurthuizen. We lichten er een aantal uit per vorm van toegankelijkheid:
Aanwezigheid: in elk stadsdeel zijn er signalen van ervaren ruimtegebrek. Nabijheid: voor ongeveer een derde van de Amsterdammers ligt het dichtstbijzijnde buurthuis verder dan 500 meter van diens woning. De afstanden zijn gemiddeld het kleinst in Centrum, West en Zuid, en het grootst in Zuidoost en in Noord. Fysieke toegankelijkheid: er zijn vooral obstakels die mensen kunnen belemmeren om de locatie te betreden (zoals te hoge drempels bij de buitendeur) en te gebruiken (bijvoorbeeld afwezigheid van stoelen met armleuningen en een toegankelijk toilet).
6
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Openingstijden: locaties zijn niet altijd open wanneer ze dat (volgens hun website) wel zouden moeten zijn en de meeste buurthuizen hebben beperkte openingstijden in de avonden en in het weekend. Informatie-toegankelijkheid: locaties zijn lang niet altijd herkenbaar als buurthuis, informatie over programmering en openingstijden is versnipperd en soms onvolledig en verouderd, de toegankelijkheid van websites is gemengd, en informatie over de fysieke toegankelijkheid van locaties is zeer beperkt beschikbaar. Bekendheid: ongeveer de helft van de Amsterdammers weet niet of er een buurthuis in hun woonomgeving is. De bekendheid met buurthuizen is ook laag onder groepen Amsterdammers die gemiddeld het meeste belang hechten aan buurthuizen. Sociale toegankelijkheid: deze vorm van toegankelijkheid staat onder druk. De grote rol van bewonersinitiatieven kan leiden tot een aanbod van activiteiten dat sommigen erg aanspreekt, maar anderen juist uitsluit. Daarnaast hebben bezoekers de wens om zich te begeven in een groep die in bepaalde opzichten op hen lijkt, waardoor anderen formeel of informeel worden uitgesloten. Wanneer dit niet alleen speelt bij individuele activiteiten maar voor hele buurthuizen, dan schaadt dit de sociale toegankelijkheid. Tot slot staat sociale toegankelijkheid onder spanning doordat een steeds grotere groep bezoekers een (zware) zorgbehoefte heeft.
Buurtkamers niet slechter toegankelijk dan Huizen van de Wijk Huizen van de Wijk zijn niet toegankelijker dan buurtkamers. Bij beide soorten locaties is sprake van tekortkomingen op toegankelijkheid. In sommige opzichten zijn er wel verschillen in de mate van toegankelijkheid. Zo is de nabijheid van buurtkamers beter, terwijl de sociale toegankelijkheid vaak beter is in Huizen van de Wijk door het grotere aantal activiteiten. Bij fysieke toegankelijkheid zien we geen verschil in de mate van toegankelijkheid. Buurthuizen als casus Ons onderzoek beperkt zich tot buurthuizen, maar vergeleken met andere maatschappelijke voorzieningen verwachten wij dat zij beter toegankelijk zijn. Deze inschatting werd gedeeld door de ambtelijke organisatie, vanwege het grote aantal locaties, de activiteiten waar alle Amsterdammers (in theorie) aan deel kunnen nemen en de goede betaalbaarheid. Het is daardoor des te opvallender dat wij zelfs bij buurthuizen veel bronnen van ontoegankelijkheid tegenkomen.
2. Tekortkomingen toegankelijkheid raken kwetsbare groepen
Buurthuizen zijn belangrijk voor een aanzienlijk aantal Amsterdammers. Zij komen vooral uit groepen die gemiddeld kwetsbaarder zijn. De tekortkomingen in toegankelijkheid van buurthuizen raken dan ook vooral deze kwetsbare Amsterdammers.
Buurthuizen van belang voor een aanzienlijk aantal Amsterdammers Ongeveer 9% van de Amsterdammers bezoekt minstens eens per maand een buurthuis. Dat zijn tussen de 75.000 en 90.000 mensen. Deze bezoekers komen vooral uit groepen die gemiddeld kwetsbaarder zijn, zoals ouderen, mensen met een lager inkomen en mensen
7
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
met een migratieachtergrond.c Het zijn ook deze groepen die het meeste belang hechten aan de aanwezigheid van buurthuizen. Buurthuizen zijn dus niet voor iedereen een prioriteit, maar voor een aanzienlijke groep inwoners - vaak kwetsbaarder dan de gemiddelde Amsterdammer - zijn ze bij uitstek belangrijk.
Kwetsbare groepen hebben meeste last van tekortkomingen in toegankelijkheid Omdat buurthuizen vooral voor kwetsbare groepen van belang zijn, worden zij het meest gehinderd door tekortkomingen in toegankelijkheid. Zo zijn er niet altijd meer buurthuizen in gebieden waar meer inwoners uit kwetsbare groepen wonen, terwijl dat wel de bedoeling is van de gemeente. De lage bekendheid met het bestaan van buurthuizen in iemands woonomgeving is ook zorgelijk onder mensen met een migratieachtergrond, praktisch opgeleiden en ouderen. Juist deze groepen zijn volgens de gemeente bij uitstek de doelgroep van buurthuizen. Bovendien hebben vooral mensen met een fysieke beperking last van gebreken op het gebied van fysieke toegankelijkheid en van de beperkte toegankelijkheid van websites. De beperkte openingstijden in de avonden en in het weekend zijn een bron van ontoegankelijkheid voor mensen die op die momenten de meeste behoefte hebben aan gezelschap, omdat ze dan niet werken of dagbesteding hebben. Bij sociale toegankelijkheid zagen we dat de nadruk op het initiatief van bewoners nadelig kan zijn voor kwetsbare Amsterdammers die mogelijk niet de kennis, tijd of vaardigheden hebben om zelf activiteiten te organiseren. Het risico is dat er hierdoor een gat ontstaat in het aanbod, juist voor de groepen voor wie buurthuizen gemiddeld genomen het belangrijkst zijn.
In een aantal opzichten gaat het overigens wel goed. De goede betaalbaarheid zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen met een laag inkomen ook deel kunnen nemen aan activiteiten. En in buurten met een hoger aandeel kwetsbare inwoners (die vaker gebruikmaken van buurthuizen én vaker beperkte mobiliteit hebben) is de afstand tot een buurthuis gemiddeld kleiner.
3. Gemeente heeft toegankelijkheid niet goed in beeld
De gemeente kan verschillende beleidsinstrumenten inzetten om informatie te verzamelen over de toegankelijkheid van buurthuizen, waaronder de Subsidieregeling sociale basis. In de praktijk gebeurt dat niet systematisch en eenduidig waardoor het beeld dat de gemeente heeft van toegankelijkheid in buurthuizen onvolledig en mogelijk te positief is.
Vooral Subsidieregeling sociale basis biedt in potentie informatie over toegankelijkheid De gemeente heeft diverse instrumenten die ze in kan zetten om een beeld te krijgen van toegankelijkheid. De Subsidieregeling sociale basis is het belangrijkste middel en geeft in potentie drie momenten om informatie te verzamelen over toegankelijkheid: tijdens de subsidieaanvraag, de voortgangsgesprekken en de verantwoording. Andere mogelijke instrumenten zijn de voortgangsrapportage toegankelijkheid, de stedelijke monitor sociale basis en incidentele onderzoeken.
c
Kwetsbare Amsterdammers zijn mensen die minder kansen hebben dan de gemiddelde Amsterdammer
– onder andere op het gebied van werk, wonen en gezondheid – vanwege sociale, demografische of economische kenmerken. Gebaseerd op: Website gemeente Amsterdam: Factsheet kwetsbare bewoners in de stadsdelen | Website Onderzoek en Statistiek, geraadpleegd op 20 mei 2025.
8
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Informatieverzameling schiet in de praktijk tekort De gemeente schiet tekort in het structureel en eenduidig verzamelen van informatie over toegankelijkheid van buurthuizen via de Subsidieregeling sociale basis. De mogelijkheden die de subsidieregeling daarvoor biedt, worden onvoldoende benut. En de andere informatieinstrumenten geven in de praktijk geen of slechts incidenteel informatie over de toegankelijkheid van buurthuizen. Binnen de subsidieregeling is de subsidierelatie vanuit de gemeente gebaseerd op vertrouwen richting maatschappelijke organisaties. Dat is op zichzelf begrijpelijk. Maar we zien ook dat er veel verschillen zijn tussen en binnen stadsdelen in hoe de relatie wordt ingevuld. Door deze combinatie is het erg persoonsafhankelijk of en hoe de door de gemeente vereiste toegankelijkheid wordt nagetrokken en vastgelegd. Het is aannemelijk dat dit leidt tot een onvolledig en ongelijkmatig beeld van toegankelijkheid. Bovendien geeft de gemeente de organisaties geen prikkels (middelen, richtlijnen of belangen) om toegankelijkheid systematisch in kaart te brengen. Er is eerder sprake van een perverse prikkel: openheid over tekortkomingen in toegankelijkheid kunnen in theorie leiden tot het afwijzen van een subsidieaanvraag. Hierdoor is het beeld dat de gemeente heeft van (toegankelijkheid in) buurthuizen onvolledig en mogelijk te positief.
Het is moeilijk om te kwalificeren of kwantificeren in hoeverre dit het geval is, maar we merken in ieder geval op dat er weinig is vastgelegd over toegankelijkheid en dat incidentele onderzoeken naar toegankelijkheid steeds nieuwe inzichten opleverden voor de gemeente. Ten slotte heeft de gemeente geen compleet beeld van het aantal buurthuizen. Ons onderzoek vult op een deel van deze onvolkomenheden het beeld aan.
4. Beleidsinstrumenten stimuleren toegankelijkheid, maar effect belemmerd
De gemeente heeft verschillende instrumenten om toegankelijkheid te stimuleren en zet die ook in. Het effect van de instrumenten is echter beperkt. Dat komt doordat het ingewikkeld is om te werken aan toegankelijkheid. En ook doordat randvoorwaarden ontbreken in de manier waarop de gemeente werkt aan toegankelijkheid.
Gemeente zet verschillende instrumenten in die toegankelijkheid stimuleren De gemeente heeft verschillende beleidsinstrumenten om de brede toegankelijkheid van buurthuizen te waarborgen. Enerzijds gaat het om instrumenten voor bestaande buurthuizen, die vooral financieel van aard zijn. Anderzijds zijn er instrumenten om nieuwe buurthuizen te creëren; dit zijn vooral regelgevende instrumenten. Elk instrument stimuleert de toegankelijkheid van buurthuizen. Dat wil zeggen, elk instrument wordt door de gemeente gebruikt en stimuleert één of meerdere vormen van toegankelijkheid. Dit varieert van subsidieregelingen die het überhaupt mogelijk maken om buurthuizen te exploiteren en subsidies die worden gebruikt voor activiteiten, tot richtlijnen die zorgen voor de aanwezigheid van buurthuizen in nieuwe delen van de stad.
Effect van instrumenten is beperkt De gemeente wil dat buurthuizen breed toegankelijk zijn. Uit ons onderzoek blijkt een gemengd beeld, met tekortkomingen op veel vormen van toegankelijkheid. Hieruit kunnen we niet anders dan concluderen dat het stimulerende effect van de ingezette beleidsinstrumenten niet genoeg is om buurthuizen daadwerkelijk toegankelijk te maken.
9
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Effect belemmerd door complexiteit van toegankelijkheid In navolging van de gemeente, maken we in ons onderzoek onderscheid tussen verschillende vormen van toegankelijkheid. De ene vorm is makkelijker te beïnvloeden dan de andere. Zo is het overbruggen van een drempel vaak makkelijker te realiseren dan de bouw van een nieuw buurthuis. En soms is er een spanning tussen of binnen verschillende vormen van toegankelijkheid; we zagen in ons onderzoek verschillende dilemma's waar de gemeente en maatschappelijke organisaties aan werken en tegelijkertijd mee worstelen. Zo is de gemeente door ruimtegebrek in de stad met regelmaat aangewezen op oude(re) gebouwen die niet fysiek toegankelijk (te maken) zijn. En maatregelen om sociale toegankelijkheid voor de ene groep (bijvoorbeeld dakloze of verwarde personen) te bevorderen, werken soms nadelig uit voor de toegankelijkheid voor een andere groep (buurtbewoners die zich door hun aanwezigheid minder welkom voelen). Effect belemmerd door ontbrekende randvoorwaarden Tegelijkertijd zien we ook dat het beperkte effect van beleidsinstrumenten te maken heeft met randvoorwaarden die ontbreken in de manier waarop de gemeente werkt aan toegankelijkheid:
Evenredige aandacht. De gemeente geeft sommige vormen van toegankelijkheid meer aandacht dan andere. Zo zijn er meerdere beleidsinstrumenten die invloed hebben op de aanwezigheid en betaalbaarheid van buurthuizen. Voor andere vormen van toegankelijkheid - fysieke toegankelijkheid, informatie-toegankelijkheid en bekendheid zet de gemeente echter minder instrumenten in. In sommige gevallen wordt wel gewerkt aan deze vormen van toegankelijkheid, vaak op eigen initiatief van individuele ambtenaren of maatschappelijke organisaties, maar er is weinig structurele inzet. Specifieke eisen. De gemeente stelt geen concrete eisen op het gebied van toegankelijkheid waaraan buurthuizen moeten voldoen. In de verschillende subsidieregelingen hebben diverse vormen van toegankelijkheid een belangrijke rol als aanvullende verplichting of als doel op zich. Deze verschillende vormen van toegankelijkheid zijn door de gemeente omschreven, maar niet geconcretiseerd of nader uitgewerkt in specifieke of minimale eisen. Hierdoor is het voor maatschappelijke organisaties onduidelijk waaraan zij precies moeten voldoen. En voor de gemeente is het moeilijker om te bepalen of, en in te grijpen wanneer, de toegankelijkheid (mogelijk) tekortschiet. Zicht op werking. De gemeente heeft weinig zicht op de werking van de beleidsinstrumenten.
Sommige instrumenten, zoals de Subsidieregeling sociale basis, de referentienormen en het Strategisch Huisvestingsplan, zijn in de afgelopen jaren beoordeeld of geactualiseerd. Maar voor alle instrumenten lijkt een systematische evaluatie te ontbreken. In het algemeen blijft het onduidelijk of instrumenten aangepast moeten worden om toegankelijkheid effectiever te bevorderen. Voldoende budget. Voor sommige dimensies van toegankelijkheid is te weinig geld beschikbaar. Dit zien we het duidelijkst bij de verschillende subsidieregelingen toegankelijkheid. Bovendien zijn de regelingen incidenteel, waardoor hiermee niet doorlopend aan toegankelijkheid kan worden gewerkt. In de Subsidieregeling sociale basis vinden we het tegenstrijdig dat de gemeente toegankelijkheid wel als vereiste stelt, maar de subsidieontvangers vervolgens beperkt mogelijkheden biedt om te werken aan toegankelijkheid. Eenduidige aanpak. Aandacht en inzet voor en kennis van toegankelijkheid verschilt tussen ambtenaren. Daarbij creëert het bovengenoemde gebrek aan specifieke eisen veel ruimte voor een eigen invulling door de ambtelijke organisatie. Dit kan zorgen voor
10
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
uitzonderingen in positieve zin, met ambtenaren die kennis hebben van de juiste potjes en procedures, en hard werken aan het verbeteren van toegankelijkheid. Maar wanneer deze individuele kennis en inzet ontbreken, doen de beleidsinstrumenten niet genoeg om toegankelijkheid te waarborgen.
Aanbevelingen
Op beleidsbepalend niveau wordt het belang van toegankelijkheid door de gemeente Amsterdam breed uitgedragen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in het coalitieakkoord en een groot aantal gemeentelijke beleidsvelden en richtinggevende stukken.d Ook in de Amsterdamse raad zien we al meer dan vijftien jaar aandacht voor toegankelijkheid in de vorm van moties, initiatiefvoorstellen en schriftelijke vragen. In de sociale basis ziet de gemeente toegankelijkheid als voorwaarde om te kunnen bijdragen aan grotere ambities zoals gelijke kansen voor iedereen, en het versterken van zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Aan toegankelijkheid wordt dus een bijna vanzelfsprekend belang gehecht. Ondanks deze vanzelfsprekendheid zien we in ons onderzoek tekortkomingen en kwetsbaarheden in de toegankelijkheid van de Amsterdamse buurthuizen. Op basis van onze mogelijke verklaringen hiervoor doen we vier aanbevelingen aan het college. Met deze aanbevelingen kan het college het werken aan toegankelijkheid verbeteren en ook de mate van toegankelijkheid van de Amsterdamse buurthuizen.
Aanbeveling 1: maak ambities concreet en realistisch
Om aan toegankelijkheid te kunnen werken, is het essentieel dat het college definieert wat het precies nastreeft op de verschillende vormen van toegankelijkheid waaraan het belang hecht. We raden daarvoor de volgende drie stappen aan: 1.
Maak van toegankelijkheid het doel Het college gaat ervan uit dat alle buurthuizen toegankelijk zijn voor alle Amsterdammers. Door dit als uitgangspunt te benoemen, dreigt uit het zicht te raken dat toegankelijkheid niet vanzelf tot stand komt. Het toegankelijk maken van buurthuizen vraagt om een voortdurende inzet van de gemeente en de maatschappelijke organisaties. We adviseren daarom toegankelijkheid te zien als een nog te bereiken doel waaraan moet worden gewerkt.
2.
Definieer toegankelijkheid Toegankelijkheid is een parapluterm die niet voor iedereen hetzelfde betekent. Waar de een vooral denkt aan het wegnemen van fysieke drempels voor mensen met een beperking, denkt een ander vooral aan de betaalbaarheid van activiteiten. Om te voorkomen dat bepaalde elementen van toegankelijkheid naar de achtergrond verdwijnen, adviseren we het college om duidelijk te maken welke vormen van toegankelijkheid het onderscheidt en wat het daaronder verstaat.
d
Voorbeelden hiervan zijn de bestuursopdracht Kansengelijkheid, Omgevingsvisie Amsterdam 2050, het
Beleidskader Inclusie en antidiscriminatie en het document Ruimte voor kansen - Amsterdam voor iedereen toegankelijk.
11
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
3.
Bepaal het ambitieniveau Een volgende stap is om per vorm van toegankelijkheid een realistisch ambitieniveau te bepalen. Het is belangrijk om te erkennen dat honderd procent toegankelijkheid - voor iedereen, op ieder moment en in alle locaties - niet haalbaar is. Soms zal er een afweging gemaakt moeten worden: staan de te maken kosten en beschikbare capaciteit in verhouding tot de mate van verbetering die kan worden gerealiseerd? Welke vormen van toegankelijkheid hebben prioriteit om de toegang voor kwetsbare groepen te verbeteren? En wat te doen als het verbeteren van de toegankelijkheid voor de ene groep, de toegankelijkheid voor een andere groep juist verslechtert? We adviseren het college om concrete doelen en prioriteiten vast te stellen die het maken van deze afwegingen ondersteunen en deze desgewenst vast te leggen in beleid. Overweeg daarbij om belangenorganisaties van kwetsbare groepen en de welzijnsorganisaties in de sociale basis te betrekken.
Aanbeveling 2: breng de stand van zaken in beeld
Om te kunnen werken aan toegankelijkheid is een actueel en volledig beeld van de stand van zaken onontbeerlijk. We adviseren het college toegankelijkheid en eventuele tekortkomingen daarin systematisch en eenduidig in kaart te brengen om te weten waar verbeteringen nodig en mogelijk zijn. Daartoe kunnen de volgende stappen worden gezet:
Breng afdelingen samen die belang hebben bij toegankelijkheid Verschillende teams en afdelingen zetten stappen om bepaalde vormen van toegankelijkheid in beeld te (gaan) brengen. Om een breed beeld van toegankelijkheid te krijgen en te houden, vinden we het raadzaam om deze inspanningen samen te brengen, door deze teams en afdelingen onderling informatie te laten uitwisselen. Betrek daarbij bijvoorbeeld de teams die werken aan de sociale basis, maatschappelijk vastgoed en (toegankelijke) stemlocaties.
Maak beter gebruik van de Subsidieverordening sociale basise We raden het college aan beter gebruik te maken van de mogelijkheden die de Subsidieverordening sociale basis biedt om tekortkomingen in toegankelijkheid in kaart te brengen, te beginnen bij de aanvraag. Nu is toegankelijkheid een verplichting, wat er in theorie toe kan leiden dat er geen subsidie mag worden toegekend bij gebreken in toegankelijkheid. Hierdoor zullen organisaties minder geneigd zijn tekortkomingen te delen. Het is realistischer om van organisaties te verlangen dat zij buurthuizen zo toegankelijk mogelijk maken. Om hier handen en voeten aan te geven, kan een checklist organisaties helpen om een accuraat beeld te geven van de werkelijke en gewenste mate van toegankelijkheid.
Faciliteer oplossingen De checklist kan tijdens de looptijd van de subsidieperiode ook door accounthouders worden gebruikt tijdens de gesprekken die zij met organisaties voeren. Accounthouders kunnen daarnaast een beter beeld krijgen als zij regelmatig ter plekke de mate van toegankelijkheid van een buurthuis inventariseren. Tijdens deze gesprekken en bezoeken kunnen ze in kaart brengen welke verbeteringen nodig zijn, en waar de
e
Tot en met 2024 heette dit de Subsidieregeling sociale basis. Omdat we hier aanbevelingen doen over de
huidige en toekomstige situatie, spreken we over de Subsidieverordening sociale basis.
12
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
organisatie nog ondersteuning bij kan gebruiken. Accounthouders kunnen dan meedenken over passende oplossingen voor problemen waar organisaties tegenaan lopen. Overweeg om binnen de Subsidieverordening sociale basis middelen beschikbaar te stellen om deze oplossingen te financieren. Dat geeft organisaties niet alleen een financiële prikkel om informatie over de mate van toegankelijkheid te delen, maar helpt bovendien bij het daadwerkelijk verbeteren van de toegankelijkheid.
Aanbeveling 3: formaliseer en systematiseer werken aan toegankelijkheid
We adviseren het college om werken aan toegankelijkheid uit de informele en incidentele sfeer te halen. Daarvoor is het van belang om een en ander vast te leggen en taken en verantwoordelijkheden te beleggen. Niet om te bureaucratiseren, maar wel om duidelijkheid en eenduidigheid te scheppen. Zo kan het college handvatten en kaders bieden voor de pragmatische insteek die in de uitvoering leeft en weten de ambtelijke organisatie en maatschappelijke organisaties welke stappen zij kunnen zetten om de toegankelijkheid van een buurthuis te verbeteren. Leg bijvoorbeeld vast:
waar inwoners en organisaties terechtkunnen met signalen over toegankelijkheid en hoe het opvolgen daarvan in beeld wordt gehouden; wie welke rol heeft op het gebied van toegankelijkheid van buurthuizen, en welke verantwoordelijkheden en taken daarbij horen. Daarbij gaat het over afdelingen en functies in de centrale stad en bij de stadsdelen, maar ook over maatschappelijke organisaties en pandeigenaren. aan welke eisen bestaande en nieuwe locaties moeten voldoen op het gebied van herkenbaarheid, fysieke toegankelijkheid of informatie-toegankelijkheid; hoe en waar een verbetering gefaciliteerd kan worden en wat mogelijke financieringsbronnen zijn.
Aanbeveling 4: werk aan verschillende vormen van toegankelijkheid
Uit ons onderzoek blijkt dat er op verschillende vormen van toegankelijkheid veel ruimte is voor verbetering. Een deel van deze verbeteringen lijkt de gemeente met weinig inspanning en lage kosten te kunnen realiseren. Voor andere verbeteringen is een realistische afweging nodig tussen ambities en (on)mogelijkheden. We adviseren het college in ieder geval te behouden wat goed gaat en laaghangend fruit aan te pakken. Daarnaast is het belangrijk werk te maken van de complexere uitdagingen om toegankelijkheid te verbeteren.
Behoud wat goed gaat Zowel binnen maatschappelijke organisaties als binnen de ambtelijke organisatie maken mensen zich hard om de toegankelijkheid van buurthuizen te verbeteren. Dit heeft een positief resultaat op bepaalde vormen van toegankelijkheid en in een deel van de buurthuizen. Stimuleer en faciliteer deze inzet door in beeld te brengen tegen welke obstakels en dilemma's zij nog aanlopen bij het werken aan toegankelijkheid, en wat zij verder nodig hebben om effectief aan verbetering te werken. Als hiervoor veranderingen nodig zijn in de manier van werken, leg deze dan ook vast (zie aanbeveling 3).
13
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Leer van wat werkt We adviseren het college om succesvolle en minder succesvolle casussen en werkwijzen in kaart te brengen en te onderzoeken hoe geleerde lessen ook bij andere vormen van toegankelijkheid en andere buurthuizen in kunnen worden gezet. Ook raden we aan om elk van de instrumenten waarmee de gemeente werkt aan toegankelijkheid, zoals de Subsidieverordening sociale basis en de referentienormen, regelmatig te evalueren om te zien of de gemeente ermee bereikt wat ze beoogt.
Werk aan laaghangend fruit Een deel van de belemmeringen in toegankelijkheid lijkt relatief eenvoudig weggenomen te kunnen worden. Zonder te pretenderen dat we een volledige lijst van mogelijke ingrepen kunnen geven, noemen we hier een aantal suggesties om ons punt te illustreren. Informatietoegankelijkheid: laat organisaties gebruikmaken van het bestaande platform WijkConnect om informatie over buurthuizen en activiteiten te publiceren. Zorg dat ze de informatie op deze website actueel houden. Informatie over fysieke toegankelijkheid: zorg dat buurthuizen duidelijk communiceren over de mate van fysieke toegankelijkheid van een locatie of activiteit. Op hun website, op WijkConnect en aan de buitenkant van het buurthuis. Bekendheid: niet alle buurthuizen zijn van buitenaf herkenbaar als buurthuis. Dit is bijvoorbeeld te verbeteren met een bord op de gevel of een poster met een maandelijks activiteitenoverzicht achter het raam. Fysieke toegankelijkheid: zorg dat er in alle buurthuizen stoelen met armleuning en drempeloverbruggingen aanwezig zijn. Wijs maatschappelijke organisatie op het belang hiervan. Sociale toegankelijkheid: vergroot deskundigheid onder vrijwilligers en medewerkers over doelgroepen die begeleiding nodig hebben, zoals mensen met een licht verstandelijke beperking. Bied trainingen en voorlichting aan.
Werk toe naar het oplossen van complexere problemen en dilemma's Niet alle tekortkomingen zijn eenvoudig op te lossen. Sommige ingrepen kosten meer tijd, capaciteit en geld. Andere vragen om een keuze in dilemma's die het werken aan toegankelijkheid met zich mee kan brengen. In het verlengde van de derde stap onder aanbeveling 1 - bepaal het ambitieniveau - raden we het college aan om te werken aan een afwegingskader om onderbouwd keuzes te kunnen maken. Daarin kunnen de doelstellingen en prioriteiten van het college op toegankelijkheid vertaald worden naar richtlijnen voor accounthouders en maatschappelijke organisaties. Als de ambities hoog blijven, zou een overweging daarbij moeten zijn om structureel financiële middelen en capaciteit vrij te maken voor toegankelijkheid.
Pas kennis toe in de hele sociale basis In dit onderzoek hebben wij ons beperkt tot de toegankelijkheid van buurthuizen. Dit deden we vanuit het idee dat buurthuizen binnen de sociale basis de meest laagdrempelige en toegankelijke voorziening zijn voor een brede groep Amsterdammers. Dat we juist bij buurthuizen tekortkomingen in de toegankelijkheid hebben geconstateerd, roept de vraag op hoe toegankelijk andere voorzieningen in de sociale basis zijn. We adviseren het college om te onderzoeken of daar dezelfde uitdagingen spelen, en zo ja, waar mogelijk onze aanbevelingen en geleerde lessen in te zetten om de toegankelijkheid van de hele sociale basis te verbeteren.
14
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Reactie college
Op 9 september 2025 ontvingen we onderstaande reactie van het college van burgemeester en wethouders op ons rapport.
Inleiding Het college heeft met interesse kennisgenomen van het onderzoek naar de toegankelijkheid van buurthuizen en waardeert de waardevolle inzichten en aanbevelingen van de Rekenkamer. Buurthuizen vervullen een essentiële rol in het versterken van sociale cohesie en het bieden van een plek waar alle Amsterdammers, ongeacht achtergrond of beperkingen, zich welkom en betrokken voelen. Het rapport biedt belangrijke handvatten om de toegankelijkheid van deze voorzieningen verder te verbeteren en sluit aan bij de ambitie van het college om Amsterdam een inclusieve stad te maken. Een toelichting vooraf Amsterdam beschikt over een uitgebreid netwerk van vele 144 buurtkamers, 40 huizen van de wijk en 47 andere locaties waar gesubsidieerde activiteiten in het kader van de sociale basis plaatsvinden. (Bron: overzicht directie Maatschappelijke Voorzieningen augustus 2025). Deze aantallen kunnen variëren, bijvoorbeeld omdat er buurthuizen bij komen of omdat tijdelijke locaties sluiten. Ongeveer 30% van deze buurthuizen, ofwel 73 gebouwen, zijn in eigendom van de gemeente. De overige locaties zijn eigendom van derden en worden gehuurd of zijn in bruikleen gegeven. Bij de aanhuur van panden door de gemeente van derden wordt het uitgangspunt rond fysieke toegankelijkheid meegenomen.
Maar omdat betaalbare ruimte in Amsterdam schaars is, moeten stadsdelen soms prioriteit geven aan beschikbaarheid van panden boven toegankelijkheid. Het huidige aanbod van buurthuizen is daarnaast grotendeels historisch gegroeid, omdat stadsdelen voorheen hun eigen vastgoedbeleid voerden. Daarom zijn er verschillen tussen stadsdelen als het gaat om aantal, omvang en spreiding van buurthuizen. Sinds 2019 is er meer centrale sturing met strategische huisvestingsplannen, referentienormen en programma's van eisen. Daardoor ontstaat er langzaam maar zeker meer eenduidigheid in Amsterdam als het gaat om buurthuizen. De schaarste aan betaalbare ruimte in Amsterdam vormt een continue uitdaging. Hierdoor wordt relatief veel aangehuurd door de gemeente. Tot nu toe investeert de gemeente alleen in verbeteringen van panden in eigen bezit. Het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid van aangehuurde panden vraagt om nieuw beleid en substantieel extra middelen. Voor andere vormen van toegankelijkheid, zoals sociale, digitale en financiële toegankelijkheid, beschikt het college over sturingsinstrumenten en ligt de nadruk op het verbeteren van de effectieve inzet hiervan. Het college ziet het rapport van de Rekenkamer als een waardevolle bijdrage aan de gezamenlijke ambitie om Amsterdam toegankelijker en inclusiever te maken.
In de reactie op het rapport hieronder worden de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer besproken en de stappen geschetst die het college onderneemt om de toegankelijkheid van buurthuizen te waarborgen en te versterken.
15
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Aanbeveling 1: maak ambities concreet en realistisch 1.1 Maak van toegankelijkheid het doel Het college onderschrijft dit advies. Het college zet zich actief in voor een inclusieve stad waar alle Amsterdammers, ongeacht achtergrond, leeftijd, economische situatie, seksuele geaardheid of beperkingen, toegang hebben tot essentiële voorzieningen. Het verbeteren van de toegankelijkheid van maatschappelijke accommodaties, zoals buurthuizen, is daarbij een belangrijk speerpunt. Dit sluit aan bij de Amsterdamse Inclusie Agenda, die in 2020 is opgesteld op basis van het VN-verdrag Handicap, samen met Amsterdammers, ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers. In deze agenda en het coalitieakkoord heeft het college duidelijke ambities vastgelegd voor sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid van de stad en haar voorzieningen. Toegankelijkheid en inclusie zijn verankerd in het beleidskader en de subsidieverordening van de sociale basis. Inclusie en fysieke toegankelijkheid zijn voorwaarden voor het toekennen van subsidies. Het verbeteren van de toegankelijkheid zal dan ook vooral in de uitvoering opgepakt moeten worden. 1.2 Definieer toegankelijkheid Het college onderschrijft deze aanbeveling.
Voor de belangrijkste vormen van toegankelijkheid zijn de volgende definities al vastgesteld door het college: In de subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 staan in artikel 1.10 de verplichtingen beschreven dat accommodaties waar publieksgerichte activiteiten plaatsvinden goed bereikbaar, fysiek toegankelijk, bruikbaar en veilig zijn en de activiteiten sociaal toegankelijk en inclusief voor alle Amsterdammers. Op basis van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) is het wel mogelijk uitzonderingen te maken op openstelling van activiteiten voor iedereen, als sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit. Bij fysieke toegankelijkheid van buurthuizen is de definitie van het college:f Een gebouw is toegankelijk als mensen met een beperking zonder hulp van anderen het gebouw kunnen bereiken vanuit de openbare ruimte, toegang hebben tot het gebouw en tevens alle voorzieningen in het gebouw kunnen gebruiken. De gemeente hanteert bij de subsidieregeling vergroten en toegankelijkheid de Integrale Toegankelijkheid standaard (ITS) als minimale norm en zal vanaf 2026 de landelijke norm NEN 9120:2025 nl Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen (NEN 9120) gepubliceerd op 3 februari 2025 als standaard hanteren bij subsidies voor fysieke toegankelijkheid.
De NEN 9120 is een landelijke norm gebaseerd op de criteria uit de ITS. Bij digitale toegankelijkheid is de definitieg: elektronische informatie, websites en softwareapplicaties en diensten zijn toegankelijk als personen met een functiebeperking ze even effectief kunnen gebruiken als personen zonder functiebeperking.
f
Zie de subsidieregeling vergroten toegankelijkheid van Amsterdam die door college is vastgesteld september
2024 Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR727854 g
Zie de subsidieregeling vergroten toegankelijkheid van Amsterdam die door college is vastgesteld
september 2024 Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR727854
16
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
De criteria voor digitale toegankelijkheid zijn vastgelegd in de WCAG 2.2-richtlijn (oktober 2023). Sinds een collegebesluit uit 2002 schrijft de gemeente verplicht in heldere taal (B1-niveau) en hanteert strengere eisen voor laaggeletterden, ondersteund door het Amsterdams Taalakkoord. Bij sociale toegankelijkheid is volgens het collegeh: Mensen (met een beperking) ervaren geen drempel bij deelname aan activiteiten en mensen (met een beperking) worden sociaal geaccepteerd. Het gaat hierbij om meer subjectieve richtlijnen zoals het juiste taalgebruik, een goede bejegening (houding) en bewustwording van hoe we op een gelijkwaardige manier met elkaar omgaan. Financiële toegankelijkheid betekent dat inwoners, ongeacht hun inkomen, toegang hebben tot essentiële voorzieningen en diensten. Dus ook voor participatie aan het maatschappelijk leven en in de buurthuizen. Het college zal deze definities zoals gebruikt in de subsidieregelingen sociale basis en communiceren aan alle directies, stadsdelen en de partners in de sociale basis. 1.3 Bepaal het ambitieniveau Het college neemt deze aanbeveling over. Zoals verwoord in het coalitieakkoord 2022-2026 zorgen we als college voor een veilige, toegankelijke en inclusieve stad voor alle Amsterdammers.
Deze ambities en uitgangspunten zijn opgenomen in het beleid voor onder andere de inrichting van de openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed, kunst en cultuurbeleid, sport, zorg en uiteraard ook in de sociale basis. Zoals opgenomen in de participatieverordening van de gemeente van september 2024 betrekken we de gebruikers en aanbieders om te bepalen of wat we aan beleid en maatregelen inzetten voor hen ook werkt. Inclusie en toegankelijkheid zijn grote ambities die we stap voor stap realiseren. We richten ons daarom in de bestuurlijke reactie op het nemen van concrete maatregelen om de toegankelijkheid van buurthuizen verder te verbeteren, zodat deze belangrijke ontmoetingsplekken voor iedereen toegankelijk worden. Voor het jaar 2026 zal het college vanuit incidentele Wmo-middelen een impuls geven van € 540.000 specifiek bestemd voor het toegankelijker maken van de buurthuizen. Aan het einde van 2026 kan het college aan de hand van de gerealiseerde inzet van deze incidentele middelen een betere inschatting maken van wat een realistisch tempo is en wat de benodigde (extra) middelen zijn om op termijn alle buurthuizen toegankelijk te maken. In het onderzoek stelt de Rekenkamer dat veel door de hen beoordeelde locaties nog niet goed toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking.
Voor digitale en fysieke toegankelijkheid van buurthuizen stelt het college realistische doelen. Hieronder leest u welke concrete ambities het college heeft: Fysieke toegankelijkheid: Zie voor de inspanningen en ambities van het college de voortgangsrapportages toegankelijkheid, en de speerpunten van de Amsterdamse Inclusie Agenda. De afgelopen jaren heeft de gemeente vele miljoenen geïnvesteerd in het fysiek toegankelijker maken van Amsterdam en de voorzieningen. Vanuit de subsidieregeling Vergroten sociale en fysieke toegankelijkheid van Amsterdam zijn in de eerste helft van 2025 twee aanvragen ingediend door buurthuizen voor het verbeteren van de toegankelijkheid. Hiervan is er één inmiddels toegekend (Buurthuis de Kadoelen in
h
Zie de subsidieregeling vergroten toegankelijkheid van Amsterdam die door college is vastgesteld
september 2024 Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR727854
17
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Noord) en de andere aanvraag is nog in behandeling. In de meeste stadsdelen zijn al buurthuizen die fysiek toegankelijk zijn. Dat betekent dat veel bewoners met beperkingen wel ergens in het eigen stadsdeel terecht kunnen en dat we bij de toegankelijkheid van buurthuizen niet op nul beginnen. Het college streeft ernaar om bij nieuwbouw en (geplande) verbouwingen zoveel mogelijk te voldoen aan de NEN-9120 voor fysieke toegankelijkheid. Met behulp van deze NEN-9120 wil het college jaarlijks bij een aantal bestaande buurthuizen in beeld brengen in hoeverre gebouwen aan deze landelijke criteria voor toegankelijkheid voldoen. Vervolgens kunnen wij op basis daarvan analyseren welke aanpassingen er nodig zijn om bestaande locaties aan te passen. Voor het uitvoeren van een aantal NEN 9120 schouwen stelt het college in 2026 een deel van het incidentele budget beschikbaar. Daarnaast zal het college vanuit de incidentele middelen een geoormerkt subsidiebudget instellen, specifiek bestemd voor het vergroten van de toegankelijkheid van buurthuizen. Omdat het bij verbouwingen om bestaande, vaak oudere gebouwen gaat, kan volledige toegankelijkheid volgens NEN 9120 niet altijd worden gegarandeerd. Waar volledige toegankelijkheid niet haalbaar is, wordt dit opgevangen door voldoende alternatieve locaties te bieden in het stadsdeel.
Het uiteindelijk doel van het college is om richting de verdere toekomst gefaseerd toe te werken naar maximale toegankelijkheid. Dat wil zeggen dat alle buurthuizen zoveel mogelijk voldoen aan de NEN 9120, voor zover het binnen bestaande gebouwen technisch te realiseren is. Op basis van de inzichten die we verkrijgen uit de NEN 9120- schouwen en de daadwerkelijke aangevraagde investeringen via subsidieaanvragen door de buurthuizen in 2026 zal het college de gemeenteraad eind 2026 kunnen informeren over wat er nodig is aan (extra) middelen en doorlooptijd om alle resterende buurthuizen op termijn toegankelijk te maken. Digitale toegankelijkheid Het college zet zich in voor volledig toegankelijke en begrijpelijke digitale communicatie (WCAG 2.2, B1-niveau) en verwacht dit ook van samenwerkings- en subsidiepartners in de sociale basis. Hiermee starten we in 2026. Om dit te bereiken wijzen we alle partners in de sociale basis op de gratis tools die er zijn om een quick scan uit te voeren op de bestaande websites. De aanpak via de Digitale Voordeur waarvan de eerste fase gerealiseerd gaat worden in 2026 ondersteunt hierbij het stadsbreed verbeteren van de digitale vindbaarheid van het best passende aanbod, ondersteuning of hulp.
(Zie ook de reactie onder aanbeveling 4) Uit het incidentele budget voor het vergroten van de toegankelijkheid van buurthuizen dat het college in 2026 beschikbaar stelt om de toegankelijkheid van websites van buurthuizen te verbeteren zullen ook een beperkt aantal scans digitale toegankelijkheid gefinancierd worden. Sociale toegankelijkheid Het college heeft de ambitie om van Amsterdam een stad te maken waar iedereen zichzelf kan zijn en zich veilig voelt, ongeacht achtergrond, gender, leeftijd, geloof, beperkingen of seksuele oriëntatie. Discriminatie en racisme worden niet getolereerd en sociale toegankelijkheid is een kernwaarde in het beleid voor een inclusieve stad. Sociale toegankelijkheid is complex en daardoor niet altijd eenvoudig meetbaar. Dat komt ook omdat wat voor de ene bewoner goed sociaal toegankelijk is door andere
18
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
(groepen) bewoners juist als minder toegankelijk ervaren kan worden. Subsidiepartners en stadsdelen spelen een belangrijke rol door sociale toegankelijkheid te bevorderen in hun activiteiten en voorzieningen. Het college streeft naar een goede balans in de verdeling van het gebruik van buurthuizen door verschillende (groepen) bewoners. Stadsdelen en maatschappelijke partners hebben elk een rol bij de exploitatie, beheer en coördinatie van programmering van de huizen van de wijk, zodat activiteiten mogelijk worden gemaakt en er gedurende openingstijden voldoende passend aanbod is. Stadsdelen stemmen met gebruikers af over het gebruik van locaties waar veel specifieke voorzieningen zijn die nodig zijn voor bepaalde doelgroepen. Daarbij kan het zijn dat er alternatieve locaties aangeboden worden voor (groepen) bewoners die deze specifieke voorzieningen niet nodig hebben. Extra aandacht gaat hierbij uit naar kwetsbare groepen die moeilijk aansluiting vinden bij het bestaande aanbod. Om de monitoring van de sociale basis te versterken wil het college vanaf 2026 inzetten op ervaringsonderzoek bij gebruikers van de sociale basis. Daarnaast communiceren we aan de bewoners en partners in de sociale basis dat meldingen van discriminatie actief worden opgepakt. Meldingen kunnen bij de gemeente gedaan worden via 14020 en het klachtenformulier op de website.
Nabijheid Schaarste aan ruimte voor buurthuizen is een groeiende zorg in alle stadsdelen, zeker nu de stad verder verdicht en het aantal inwoners blijft toenemen. De rekenkamer geeft in het onderzoek aan dat het aantal buurthuizen is afgenomen. Het college herkent dit beeld niet. Na een eerdere beweging naar schaalvergroting in de vorm van grotere buurthuizen en clustering per stadsdeel is gebleken dat (met name oudere) buurtbewoners locaties op loopafstand bezoeken. De afgelopen jaren is er daarom met behulp van de referentienormen basisvoorzieningen meer geïnvesteerd in laagdrempelige en kleinschalige buurtvoorzieningen. Wij zijn blij te lezen dat de rekenkamer concludeert dat in buurten met een hoger aandeel kwetsbare en oudere bewoners de afstand tot een buurthuis gemiddeld kleiner is. De rekenkamer concludeert in het onderzoek dat de nabijheid van buurthuizen voor het grootste deel voor bewoners op orde is. We zien nog wel een opgave met name in stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West. In deze stadsdelen is er een relatief lager aantal buurtkamers ten opzichte van het aantal inwoners, maar ook van een grotere vertegenwoordiging van kwetsbare doelgroepen. In lijn met het collegebeleid van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ wil het college in deze stadsdelen extra inzetten op meer buurtkamers en andere laagdrempelige voorzieningen.
Het beter benutten van bestaande buurthuizen kan onder andere door uitbreiding van openingstijden. Hiervoor is extra personeel nodig en ook meer vrijwilligers, met name in de avonduren en weekenden. Het realiseren van ruimere openingstijden vraagt wel om voldoende financiële middelen, mede omdat de beschikbaarheid van vrijwilligers schaars blijft en niet altijd kan worden gegarandeerd. In 2026 wil het college een inventarisatie uitvoeren van de spreiding, bezetting en openingstijden van buurthuizen. Op basis van deze inventarisatie kan worden bepaald welke verbeteringen mogelijk zijn. Daarnaast wil het college de samenwerking tussen verschillende formele en informele partijen in de sociale basis versterken, met als doel de programmering en openingstijden te optimaliseren. De alliantievorming binnen de
19
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
sociale basis sluit hierop aan. Stadsdelen voeren hier regelmatig het gesprek over met betrokken partijen. Het college zet in op actief vrijwilligersbeleid om meer vrijwilligers te werven en behouden. Wij verwijzen daarbij naar de recente raadsinformatiebrief over de nieuwe aanpak vrijwilligersbeleid Amsterdam van 17 juni 2025i Het college ziet dit als belangrijke stappen om buurthuizen nog toegankelijker te maken voor alle Amsterdammers. Daarnaast vraagt de vergrijzing in Amsterdam om een gerichte aanpak. De verwachte toename van het aantal ouderen in de stad heeft te maken met het ouder worden van de huidige bevolking. Door deze vergrijzing stijgt de gemiddelde leeftijd in Amsterdam. Dit college geeft via het Programma Ouderen in Amsterdam en Ouderenhuisvesting antwoord op het toenemend aantal oudere Amsterdammers en Weespers. (Zie ook Uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting 2024-2027). Onderdeel van de aanpak is het versterken van zorgzame wijken en het creëren van locaties zoals inloopruimtes en buurtkamers in de nabijheid van ouderen, bijvoorbeeld in de zogenaamde Lang Leve Thuis-flats.
Deze buurtgerichte voorzieningen voor ouderen dragen bij aan sociale samenhang en ondersteunen ouderen om langer zelfstandig thuis te blijven wonenj Het college blijft zich inzetten om in alle stadsdelen voldoende en toegankelijke buurtvoorzieningen te realiseren, passend bij de groei en diversiteit van de stad. Aanbeveling 1: Eind 2026 zullen we de raad via een raadsinformatiebrief informeren over de voortgang van de toegankelijkheid van de buurthuizen. Aanbeveling 2: breng de stand van zaken in beeld 2.1 Breng afdelingen samen die belang hebben bij toegankelijkheid Het college neemt deze aanbeveling over. Het college kiest voor een pragmatische aanpak om de toegankelijkheid van buurthuizen in beeld te brengen en waar nodig te verbeteren. Eerst wordt een digitaal overzicht gemaakt van de toegankelijkheid en voorzieningen per locatie, met behulp van de toolkit toegankelijke communicatie. (Zie https://www.iamsterdam.com/amsterdam-en-partners/amsterdamse-musea-lancerennieuwe-communicatieaanpak-om-toegankelijkheid-musea-duidelijk-te-maken). Dit biedt snel inzicht in de status van de toegankelijkheid van buurthuizen per stadsdeel. De toolkit is al gepubliceerd en het gebruik van de toolkit is gratis.
Uit het incidentele budget dat het college in 2026 beschikbaar stelt om de toegankelijkheid van websites van buurthuizen te verbeteren zal tijdelijke extra inzet gefinancierd worden om stadsdelen en buurthuizen te helpen met het invullen van gegevens. Bovendien kunnen de formele en informele partners en de beheerders van de buurthuizen de informatie uit de toolkit gemakkelijk publiceren op de eigen website (via een HTML-code). Daarnaast wil het college vanuit de incidentele middelen 2026 een aantal gemeentelijke buurthuizen laten schouwen volgens NEN 9120 om de toegankelijkheid van deze buurhuizen te verbeteren. Op basis hiervan worden uitvoeringsplannen opgesteld om deze gebouwen toegankelijker te maken, in overleg met belangenorganisaties en gebruikers.
i
09012f9781608c33
j Zie Raadsinformatiebrief 2 juli 2025 Afdoening Moties 010, 019, 020, 021 en 022 bij het Programma Ouderen
in Amsterdam 2024-2029 (inclusief actieplan Mantelzorg) en het Manifest Help! Ouderen
20
Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Sociale toegankelijkheid is zoals eerder uitgelegd complexer en subjectiever te meten. Dit vraagt maatwerk per locatie, bijvoorbeeld via gebruikersonderzoeken. Hiermee kan worden onderzocht hoe bezoekers zich welkom en betrokken voelen, hoe informatie effectief wordt gedeeld en hoe activiteiten aansluiten bij diverse doelgroepen. De unieke kenmerken van elke locatie maken het mogelijk om vervolgens op maat per buurthuis ontvangst, activiteiten en bejegening verder te versterken. 2.2 Maak beter gebruik van de Subsidieverordening sociale basis Het college neemt deze aanbeveling over. Toegankelijkheid is een belangrijke pijler van de verordening sociale basis en een randvoorwaarde voor subsidie. Inzet is hiervoor meer systematisch aandacht te vragen in de accountgesprekken. Hierbij gaat zowel over de fysieke toegankelijkheid van de locaties, en de sociale toegankelijkheid/ inclusie van de activiteiten. Digitale toegankelijkheid wordt vanuit de wetgeving vereist. Het college zet zich actief in om toegankelijkheid te verbeteren, ondanks uitdagingen zoals de schaarste aan betaalbare gebouwen en beperkte middelen. Investeringen in toegankelijkheid vallen bij voorkeur onder andere regelingen, zodat middelen in de sociale basis gericht blijven op het versterken activiteiten (zie ook onder ‘Faciliteer oplossingen’).
Met de coalitiemiddelen toegankelijkheid en de subsidieregeling voor het vergroten van de sociale en fysieke toegankelijkheid van Amsterdam zijn al belangrijke stappen gezet. Daardoor ontstaat meer handelingsperspectief voor alle betrokken partijen. Het college onderschrijft dat het belangrijk is om een goed beeld te krijgen van de toegankelijkheid van voorzieningen binnen de sociale basis. Het is belangrijk dat iedereen dezelfde definities en toetsingskaders gebruikt. Het college ziet de meeste meerwaarde in een gezamenlijke aanpak, waarbij de informatie die uit de toolkit toegankelijke communicatie en de NEN 9120 schouwen komt, vervolgens wordt vertaald in een plan van aanpak met concrete oplossingen. Op basis van de toolkit krijgen we een eerste inzicht in hoe groot de opgave is per stadsdeel. Bij verbouwingen is vervolgens het streven om te voldoen aan de normen van NEN 9120, afhankelijk van de technische mogelijkheden en de beschikbare middelen. Het college wil bij het herzien van het strategisch huisvestingsplan en de richtlijnen voor programma's van eisen voor basisvoorzieningen, zoals buurthuizen, integrale fysieke toegankelijkheid nadrukkelijker als belangrijke ambitie wordt opgenomen. Hiervoor zullen we de definities zoals in deze reactie is openomen hanteren.