Raadsbesluit 2025-029E Bijlagen bij Toelichting BP Cruquius deelgebied 7
Tekst van het document
Figuur 1.5. Impressie beoogde bebouwing Kop van Cruquius Programma In het plangebied zal het woningbouwprogramma bestaan uit maximaal 343 woningen. De woningen zullen bestaan uit stadswoningen en vrijesectorwoningen in verschillende afmetingen en prijsklassen. Er worden 38 sociale huurwoningen gerealiseerd. Naast het woningbouwprogramma is er ook ruimte voor commercieel programma. In het gebied zal horeca in de categorieën I, III en IV mogelijk zijn met een maximaal oppervlak van 1.250 m2. Binnen het op te stellen bestemmingsplan zal ruimte zijn voor dienstverlenende functies, maatschappelijke functies en creatieve bedrijven. Omdat nog niet duidelijk is hoe de invulling precies zal worden, zal er rekening mee worden gehouden dat de dienstverlenende of de maatschappelijke functies maximaal in theorie een oppervlak kunnen beslaan van 4.103 m2.
1.3.
Waarom toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking?
Het geldende bestemmingsplan Cruquius (onherroepelijk in 2014) is een conserverend bestemmingsplan en gaat uit van een bedrijfsbestemming. Hierin zijn bedrijven, creatieve bedrijvigheid en ondergeschikte detailhandel mogelijk gemaakt. Dit plan houdt geen rekening met transformatie naar wonen, horeca en dienstverlening/maatschappelijke functies. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.6. Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Cruquius’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
6
Inleiding
Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De voorvraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied met meer dan 12 woningen is aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook het toevoegen van andere functies met een omvang van meer dan 500 m2 die nu nog niet mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan (in dit geval horeca en dienstverlening/maatschappelijke functies) kan worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Regionale afstemming De Provincie Noord-Holland stelt in Artikel 5a van de Provinciale ruimtelijke verordening nadere eisen aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017 zijn nadere eisen aan de regionale afstemming gesteld. Voor horeca en dienstverlening/maatschappelijke functies zijn geen specifieke eisen vastgelegd. Voor deze ontwikkeling zijn de regionale woningbouwafspraken relevant. Als basis voor de toetsing is gebruik gemaakt van het relevante onderliggende beleid en onderzoek. De behoefte aan (creatieve) bedrijven hoeft niet te worden onderbouwd, omdat deze functie niet wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze functie is al mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Wel of geen bestaand stedelijk gebied De tweede vraag die moet worden beantwoord is of de locatie wordt beschouwd als bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In dit geval is sprake van transformatie en intensivering binnen bestaand stedelijk gebied. Een voormalige bedrijfslocatie in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam wordt opnieuw ingevuld met stedelijke functies. Hoewel toetsing aan de ladder op dit punt niet noodzakelijk is, is de locatiekeuze uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd. Gelet op het bovenstaande is in hoofdstuk 2 de behoefte aan de ontwikkeling beschreven en in hoofdstuk 3 de locatiekeuze gemotiveerd. In hoofdstuk 4 zijn conclusies getrokken.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
7
2. Beschrijving behoefte
2.1.
Inleiding en regioafbakening
Transformatie van het verouderde bedrijfsgebied naar nieuwe duurzame functies is door de gemeente gewenst. In dit hoofdstuk wordt de woningbehoefte en de behoefte aan voorzieningen beschreven. Op de Kop van Cruquius wordt naast de woonfunctie voorzien in maximaal 4.103 m2 aan overige functies, waarvan maximaal 4.103 m2 dienstverlening, maximaal 4.103 m2 aan maatschappelijke functies en maximaal 1.250 m2 aan horeca in de categorieën I, III en IV. De behoefte aan de nieuwe functies die nog niet mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan blijkt uit beleid, trends en ontwikkelingen en onderzoek. Waar relevant is ter vergelijk de huidige structuur en het huidige aanbod in kaart gebracht ten opzichte van het gemiddelde in Amsterdam. Hieruit volgt een analyse van de beschikbare marktruimte. Relevante regio voor wonen In de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016) is aangegeven dat de Marktregio Amsterdam bepalend is voor plannen in Amsterdam.
Figuur 2.1. De drie marktregio’s (bron: handreiking ladder Stadsregio) Relevante regio voor (kleinschalige) horeca en dienstverlening Gelet op de beperkte omvang van de overige functies heeft de vestiging een lokaal verzorgingsgebied. De ruimte voor horeca en dienstverlening/maatschappelijke voorzieningen voorziet in de behoefte van de nieuwe inwoners van het Oostelijk havengebied.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
8
2.2.
Beschrijving behoefte
Woningbehoefte
Voor de onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte zijn onder meer de actuele provinciale Monitor Woningbouw, regionale afspraken en het gemeentelijk beleidskader relevant. De behoefte is beschreven op basis van deze onderzoeken en beleidsstukken. 2.2.1. Kwantitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de woningbehoefte in de regio. In de regio worden onvoldoende woningen gebouwd om in de behoefte te kunnen voorzien. Het plan kan mede invulling geven aan de grote regionale kwantitatieve behoefte. Monitor woningbouw 2018 (2018) Uit de Monitor Woningbouw 2018 (provincie Noord-Holland) blijkt dat het woningtekort in Amsterdam in 2018 is opgelopen naar 6,5% (figuur 2.2). Hier is sprake van een zeer gespannen woningmarkt.
Figuur 2.2. Woningtekort in 2016 en 2018 De provinciale woningbehoefte prognose 2017-2040 gaat voor de gemeente Amsterdam uit van een behoefte van 52.800 woningen in de periode 2018-2030. De harde plancapaciteit betreft circa 45.000 woningen (tabel 2.1). Het aanbod aan zachte plannen, met name potentiële locaties in Amsterdam is toegenomen. Voor een groot deel van deze plannen/locaties moet nog onderzocht worden of woningbouw daar mogelijk en wenselijk is. Amsterdam heeft tot 2030 onvoldoende harde plannen om in de woningbehoefte te voorzien. Ook tot 2040 loopt de woningbehoefte in Amsterdam verder op. Het mogelijk maken van nieuwe harde plancapaciteit is noodzakelijk (tabel 2.1 en figuur 2.3). Met de beoogde ontwikkeling kan bij worden gedragen aan vergroting van de harde plancapaciteit om te voorzien in de grote woningbehoefte.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
9
Tabel 2.1 Woningbehoefte 2018-2040 en plancapaciteit (bron: Monitor woningbouw 2018)
Figuur 2.3. Woningbehoefte en plancapaciteit Amsterdam (bron: Monitor woningbouw 2018) Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020, Amstelland-Meerlanden, Amsterdam ZaanstreekWaterland (2017) De actuele regionale behoefte is de woningbehoefte minus de harde plancapaciteit voor de komende 10 jaar. In de drie marktregio's Zaanstreek-Waterland, Amstel-Meerlanden en Amsterdam is op basis van de meest actuele gegevens (monitor plancapaciteit, prognose 2017 en WiRA 2015) in alle segmenten een resterend tekort en dus nog ruimte voor nieuwe plannen. De Marktregio Amsterdam moet worden gebruikt voor plannen in Amsterdam, en bevat de regionale woningbehoefte en plancapaciteit van de gehele Stadsregio: Voor de totale marktregio Amsterdam wordt de behoefte van 2017 tot 2027 geraamd op circa 79.500 woningen. De harde plancapaciteit bedraagt ruim 62.000 woningen. Dit betekent dat er een tekort aan harde plannen is van circa 17.000 woningen (tabel 2.2). Met de beoogde ontwikkeling kan hier een bijdrage aan geleverd worden.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
10
Beschrijving behoefte
Tabel 2.2 Woningbehoefte versus plancapaciteit (bron: Regionaal Actieprogramma Wonen)
Woonagenda Amsterdam 2025 (2017) Met de woonagenda 2025 richt de gemeente zich op voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woningen in Amsterdam. Het bereiken van een ‘voldoende’ aantal woningen, betekent dat er in alle segmenten van de woningmarkt veel gebouwd moet worden: 50.000 woningen erbij tot 2025. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde (sociale) huurvoorraad (figuur 2.4). Ook in de middeldure huur en dure koop is de woningvoorraad niet toereikend voor de woningbehoefte.
Figuur 2.4. Woningbehoefte en woningvoorraad in 2025, zonder de acties uit de woonagenda Belangrijk aandachtspunt uit de Woonagenda blijft tot 2025 de betaalbaarheid van woningen. Het stadsbestuur heeft al eerder haar beleid om corporatiewoningen te behouden en betaalbaar te houden aangescherpt. Om ook de marktwoningen beter betaalbaar te houden worden er tot 2025 jaarlijks 1.500 middeldure huurwoningen bijgebouwd. Deze woningen moeten verplicht de komende 25 jaar tegen deze middeldure huur verhuurd worden. Deze voorwaarden zijn uitgewerkt in de Spelregels 40-40-20 (woningbouwprogrammering). Het project geeft invulling aan het gemeentelijk beleid door het vergroten van de planvoorraad, middeldure en dure koop en middeldure huurwoningen. Het programma maakt onder andere sociale huur mogelijk, daarmee wordt bijgedragen aan de betaalbaarheid van het aanbod.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
11
De spelregels 40-40-20 zijn op deze locatie niet van toepassing omdat eind 2016/begin 2017 al afspraken voor deze locatie met de gemeente zijn gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst en anterieure overeenkomst. Koers 2025 Amsterdam (2016) Koers 2025 bevat het plan van aanpak voor de bouw van 50.000 huizen tot 2025, met de strategische keuzes die daar bij horen. De Amsterdamse ontwikkelstrategie richt zich vooral op het realiseren van voldoende woningen in kwalitatief hoogwaardige, gemengde stedelijke milieus. Jaarlijks wordt over de voortgang van deze ontwikkelingen gerapporteerd in een Voortgangsrapportage Ruimte voor de Stad. Parallel daaraan worden in een Werkprogramma Ruimte voor de Stad de projecten en verkenningen voor het komende jaar aangegeven. De gemeente zet met haar strategie in op gedifferentieerde woonmilieus in hoge dichtheid met een mix van voorzieningen en werkruimten. Amsterdam wil een gemengde, inclusieve stad zijn. Nieuwbouw moet dus ruimte bieden aan alle inkomenscategorieën en elk type huishouden. De plannen moeten bovendien van goede kwaliteit en duurzaam zijn. Het gaat dan zowel om stedenbouw en architectuur, openbare ruimte en groen, bereikbaarheid, woningdifferentiatie en woningplattegronden en voorzieningen (onderwijs, zorg, sport etc.).
De gemeente wil dat er complete nieuwe, duurzame wijken worden gerealiseerd, ook in transformatiegebieden. In de koers is aangegeven dat in het gebied Zeeburg mogelijkheden liggen voor de bouw van circa 2.000 woningen. Op de Kop van het Cruquiuseiland kan dit snel worden opgepakt. 2.2.2. Kwalitatieve behoefte In de marktregio Amsterdam is er behoefte in alle verschillende segmenten (figuur 2.5). Er is voornamelijk behoefte aan eengezinswoningen, in zowel een suburbaan en stedelijk milieu. Voor meergezinswoningen in een stedelijk milieu is de plancapaciteit iets hoger dan de woningbehoefte. Voor koopwoningen geldt dat in alle prijsklassen de woningbehoefte groter is dan de plancapaciteit. Daarnaast is ook voor huurwoningen in het betaalbare en middeldure segment de plancapaciteit niet toereikend.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
12
Beschrijving behoefte
Figuur 2.5. Indicatieve woningbehoefte versus harde plancapaciteit per woonmilieu en prijssegment, 20172027 (bron: Regionaal Actieprogramma Wonen) 2.2.3. Conclusie woningbehoefte Er is grote behoefte aan nieuwe plannen in Amsterdam. Dit project geeft daar mede invulling aan met een gedifferentieerd programma.
2.3.
Behoefte horeca
In het plangebied is maximaal 1.250 m² bvo aan horeca voorzien (in de categorieën l, lll of lV van de Lijst van Horeca-activiteiten). 2.3.1. Beleid, trends en ontwikkelingen In de Horecanota Stadsdeel Oost 2012 is vastgelegd dat Groei van horeca in Oost hoofdzakelijk gebeurt langs de economische assen, voorzieningen en horecaclusters en in mindere mate in de gemengde gebieden. Het Cruquiusgebied is in de horecanota aangemerkt als gemengd gebied, waar mogelijkheden voor horeca zijn. Elk initiatief wordt getoetst aan de spelregelkaart die is opgesteld voor de ontwikkeling van dit gebied. De omzetontwikkeling in de horeca laat al een aantal jaar een stijgende lijn zien (figuur 2.6) (CBS, augustus 2019). De omzet neemt al bijna 5 jaar onafgebroken toe.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
13
Figuur 2.6. Ontwikkeling horeca (CBS, augustus 2019) Rabobank (Trends en Ontwikkelingen, 2019) verwacht dat de groei binnen de horeca- en recreatiesector verder groeit in 2019, al zal de groei minder zijn dan in 2018. De verwachtte groei is 1,5% in 2019. Belangrijke trends die de Rabobank signaleert zijn onder andere de keuze voor gemak. Doordat de consument steeds vaker voor gemak kiest is de ‘buiten-de-deur-consumptie’ hoger, waarvan met name fastcasual en bezorgrestaurants profiteren. Prijzen zullen stijgen, maar tegelijk komen ook marges onder druk te staan door hogere personeelskosten, verhoging van grondstoffen en verhoging van toeristenbelasting. Ook ING (2019) heeft een vergelijkbare prognose. Hogere prijzen en toenemend tekort aan personeel begrenzen de volumegroei in de horeca tot 2 procent in 2019. Voor 2020 wordt uitgegaan van een groei van 1,5%. Naast een groei in de omzet, neemt ook het aantal horecagelegenheden toe. Zo zijn er in 2019 7% meer horecagelegenheden per 10.000 inwoners dan in 2009. De sterkste groei vindt plaats in de Randstad. Conclusie Het marktperspectief voor horeca in Amsterdam is positief gelet op de voortdurende bevolkingsgroei en de gunstige economische ontwikkelingen. 2.3.2.
Aanbod en effecten Op basis van een benchmarkvergelijking wordt geconcludeerd dat Amsterdam beschikt over een bovengemiddeld horeca-aanbod in vergelijking met de grootste Nederlandse steden (Locatus, 2019; figuur 2.7). Het gemiddelde is berekend op basis van het aanbod in de Nederlandse steden met meer dan 175.000 inwoners (Almere, Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Rotterdam, Den Haag, Tilburg en Utrecht).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
14
Beschrijving behoefte
Figuur 2.7. Vergelijking horeca-aanbod Amsterdam met kernen met meer dan 175.000 inwoners (bron: Locatus, 2019) Als het gemiddelde in Amsterdam wordt afgezet tegen het horeca-aanbod in het Oostelijk-Havengebied dan wordt een groter horeca-aanbod verwacht in dit deelgebied van Amsterdam. In het OostelijkHavengebied wonen 18.545 inwoners (CBS, 2019; gegevens over 2018). Op basis van dit inwoneraantal wordt een horeca-aanbod van 9.220 m2 wvo verwacht (figuur 2.8). Momenteel is er 8.283 m2 wvo horeca in het Oostelijk-Havengebied aanwezig, verdeeld over 40 vestigingen (Locatus, 2019).
Figuur 2.8. Vergelijking horeca-aanbod Oostelijk Havengebied met het gemiddelde in Amsterdam (bron: Locatus, 2019) Op basis van de analyse wordt geconcludeerd dat er draagvlak is voor uitbreiding van het horeca-aanbod in het Oostelijk Havengebied. Daarbij zal de behoefte aan horeca verder toenemen als gevolg van de woningbouwontwikkeling. In deze benchmark-analyse is namelijk nog geen rekening gehouden met de extra inwoners in het gebied als gevolg van de woningbouwontwikkeling. Op basis van de benchmarkanalyse worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het ondernemersklimaat in de wijk en de voorzieningen in de omgeving.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
15
Behoefte en plannen Het Cruquiusgebied wordt getransformeerd naar een gemengd woongebied met diverse voorzieningen die noodzakelijk zijn voor een goed functionerend stedelijk gebied. Horeca is noodzakelijk voor een levendig gebied. Op basis van de benchmark mag worden verwacht dat er in het Oostelijk Havengebied minimaal 1.000 m2 bvo horeca bij kan komen. Het Oostelijk Havengebied kan door haar nieuwe functie minimaal op het gemiddelde voor Amsterdam uitkomen, waarbij nog geen rekening is gehouden met een bovenlokale aantrekkingskracht door de bijzondere ligging en bijzondere horecafuncties. Dit is ook exclusief de behoefte door toename van het aantal inwoners in het gebied. Er worden 1.820 woningen in het gebied toegevoegd, waarvan 42 woningen voor woningdelers. Het aantal inwoners neemt hierdoor naar verwachting met 3.252 toe, uitgaande van de gemiddelde woningbezetting in Amsterdam. Voor iedere nieuwe inwoner is de behoefte ongeveer 0,5 m2 horeca. De extra behoefte is dan 1.676 m2. De totale behoefte komt daarmee op minimaal 2.676 m2. Het totaal aantal plannen betreft op dit moment maximaal 3.350m2 inclusief deelgebied 7. Tabel 2.3 Berekening behoefte horeca Gebied
Oostelijk havengebied
Horeca-plannen (planologische mogelijkheden, nog niet ingevuld)
Cruquiusgebied deelgebied 1 tm7
Totale behoefte (minimaal) Plannen Deelgebied 1
Plannen Deelgebied 4 Plannen Deelgebied 6 Plannen Deelgebied 7 Totaal plannen (maximaal)
Inwoners (aantal woningen x gemiddelde huishoudensgrootte van 1,8)
Behoefte (aantal inwoners x 0,5 m² bvo)
18.545
1.000 m2 (opheffen tekort) 1.676 m2 extra behoefte
1.820 woningen, waarvan 42 voor woningdelers: 1.820 x 1,8 = 3.276 inwoners + 42 woningen woningdelers x 1,8 = 76 Totaal 3.352 inwoners 2
maximaal 1.300 m horeca (max. 400 m² per vestiging) in categorie I, III, IV, V maximaal 400 m2 in categorie I maximaal 400 m² horeca in categorie I, III en IV maximaal 1.250 m² bvo in de categorieën l, lll of lV
2.676 m2
3.350 m2
Figuur 2.9. Planinitiatieven deelgebieden
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
16
Beschrijving behoefte
In het plangebied worden onderstaande horeca-activiteiten toegestaan: a. horeca I: een bedrijf of inrichting gericht op de verkoop van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of het verstrekken van consumptie-ijs, zoals een fastfoodrestaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaken, lunchroom, koffietheehuis of ijssalon; b. horeca III: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van sterke alcoholische dranken, zoals een café of bar; c. horeca IV: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van ter plaatse bereide maaltijden, inclusief (alcoholische) dranken, zoals een restaurant, eetcafé of bistro. De berekende behoefte is minimaal 2.676 m2 en de plannen gaan uit van maximaal 3.350m2. Verder is in de berekende behoefte nog geen rekening gehouden met de groeiende behoefte aan horeca door de economische groeiverwachting en trends en ontwikkelingen. Het is bekend dat milennials meer gebruik maken van horeca dan oudere generaties. Het is daarmee realistisch dat het gebied een bovengemiddelde horecavraag krijgt, na realisatie van de nieuwe woningen. Gelet op het bovenstaande ontstaat er naar verwachting voldoende behoefte. Een planaanbod van 3.350 m2 zal bovendien niet leiden tot onaanvaardbare leegstand omdat de ruimte ook met andere functies kan worden ingevuld.
Kwalitatieve motivering De spelregelkaart merkt 'De Werkmeester' aan als behoudenswaardig object. De kantoorvilla verkeert in deplorabele staat, ontdaan van alle oorspronkelijke details. Talloze verbouwingen hebben sporen nagelaten. Het voorstel is om de villa in originele staat met de fraaie detaillering te herbouwen op een in het oog springende plaats en hierin een duurzame publiekstrekker mogelijk te maken.
Figuur 2.10 Toekomstige situatie bouwblokken met te herbouwen Villa De Werkmeester (+ foto huidige situatie)
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
17
Een schiereiland vraagt een aansprekend doel om naar toe te gaan. Daarom gaat het publieke leven zich afspelen op een groot, attractief en mooi omsloten groen plein aan het water. Op dit plein wordt het 'kantoor en woonhuis voor den werkmeester' in oorspronkelijke stijl herbouwd om met publieke functies een stralend middelpunt te vormen, een blijvende herinnering aan het industriële en handelsverleden. Het groene plein loopt trapsgewijs af naar het water. Door een invulling met horeca in het bijzondere pand krijgt het schiereiland de noodzakelijke trekker in de zichtas van de Cruquiusweg en in de zichtlijn tussen de Entrepothaven via het balkon naar het Amsterdam Rijnkanaal. 2.3.3. Conclusie behoefte horeca De transformerende stadsbuurt genereert gelet op de forse toename van het aantal woningen en andere functies een eigen behoefte aan ondersteunende functies. Dit betekent dat de plannen naast elkaar kunnen worden uitgevoerd. Er zullen naar verwachting geen ontwrichtende effecten op het ondernemersklimaat ontstaan als gevolg van de ontwikkeling.
2.4.
Behoefte dienstverlening en maatschappelijke functies
Naast de horecafunctie zijn ook dienstverlenende en of maatschappelijke functies voorzien in de gebiedsontwikkeling van deelgebied 7. In deze onderbouwing wordt uitgegaan van een benadering waar op basis van de planologische mogelijkheden in het bestemmingsplan er in theorie maximaal 4.103 m2 aan dienstverlenende functies of maximaal 4.103 m2 aan maatschappelijke functies mogelijk is. Trends en ontwikkelingen Uit de sectorprognose zakelijke dienstverlening 2019 van de Rabobank blijkt dat de zakelijke dienstverlening blijft groeien. De sector is een van de snelst groeiende sectoren en draagt ruim 20% bij aan de Nederlandse economie. De Rabobank verwacht voor 2019 een groei van 4% van de specialistische zakelijke dienstverlening en een groei van 3% voor overige dienstverlening. De groei voor 2020 zal iets afnemen tot circa 2,5%. ING (2019) komt tot dezelfde conclusies in haar sectorprognose. Uitdagingen binnen de branche zijn personeelstekort en verdergaande digitalisering. Aan de doelgroep voor het plangebied kunnen veel diensten worden geboden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan maatschappelijke functies, een huisarts of tandarts. Zo geeft de sectorprognose gezondheidszorg 2019 van de Rabobank aan dat de vraag naar huisartsenzorg toeneemt, onder andere door de verschuiving van de zorg naar de eerste lijn.
Aanwezigheid van dergelijke functies past bij het hoogstedelijke karakter van het gebied, waar wonen, werken en leven samenkomen. Conclusie Het marktperspectief voor dienstverlening in Amsterdam is positief gelet op de economische groei en de toename van het aantal inwoners. 2.4.1. Aanbod en effecten Uit figuur 2.10 kan worden afgeleid dat het huidige particuliere dienstverleningsaanbod in Amsterdam bovengemiddeld is ten opzichte van het landelijke gemiddelde in de grootste Nederlandse steden.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
18
Beschrijving behoefte
Figuur 2.10. Vergelijking aanbod particuliere dienstverlening Amsterdam met het te verwachten aanbod op basis van het landelijke gemiddelde van grote steden (bron: Locatus, 2019) Als de gemiddelde omvang van particuliere dienstverlening in Amsterdam wordt afgezet tegen het aanbod in het Oostelijk Havengebied, dan wordt een groter aanbod verwacht in dit gebied (figuur 2.11). Momenteel is er 640 m2 wvo aan particuliere dienstverlening aanwezig in het Oostelijk Havengebied. Op basis van het gemiddelde aanbod per 1.000 inwoners in Amsterdam wordt een aanbod van 1.100 m2 wvo verwacht. Dit betekent dat er nog ruimte is voor uitbreiding van het aanbod aan dienstverlening.
Figuur 2.11. Vergelijking aanbod particuliere dienstverlening Oostelijk Havengebied met het gemiddelde in Amsterdam (bron: Locatus, 2019) In deze benchmark-analyse is nog geen rekening gehouden met de extra inwoners in het gebied als gevolg van de woningbouwontwikkeling. De woningbouwontwikkeling zal ook haar eigen behoefte creëren aan dienstverlenende functies. Ten aanzien van bepaalde basisvoorzieningen voor een wijk heeft het onderzoeksbureau Stipo kengetallen ontwikkeld (Kennisbank Voorzieningenscan, van mensen naar meters, 2012). Met de kengetallen kan een inschatting gemaakt worden van de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in een (nieuwe) wijk (tabel 2.4). De kengetallen zijn berekend op basis van gemiddelden. Op basis van de mogelijkheid tot 343 woningen en een gemiddelde huishoudensgrootte van 1,8 in Amsterdam (CBS, 2019; gegevens over 2018) worden 617 inwoners verwacht. Op basis van dit inwonertal is de indicatieve behoefte weergegeven. Voor een aantal voorzieningen is dit nog niet mogelijk, omdat deze ook
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Beschrijving behoefte
19
afhankelijk zijn van het aantal kinderen in een wijk. Daarnaast is ook de vergelijking gemaakt met een indicatie van de behoefte voor het totale Cruquiusgebied op basis van de woningbouwplannen zoals in de vastgestelde bestemmingsplannen. Tabel 2.4 Inschatting behoefte maatschappelijke functies (bron: Voorzieningenscan 2012) per 1.000 inwoners (m²)
behoefte plangebied (circa 617 inwoners)
buurthuis
70
43
jongerencentra en poppodia
110
68
369
muziek- en creativiteitscentra
10
6
34
maatschappelijk werk
25
15
84
bibliotheek
60
37
201
muziekschool en creativiteitscentra
10
6
34
huisartsenruimte
56
35
188
tandartsenruimte
57
35
191
ruimte voor fysio- en oefen therapie
54
33
181
praktijkruimte voor verloskundige (per 1.000 vrouwen in de leeftijdscategorie 15-39 jaar) consultatiebureau (per 1.000 0-4 jarigen)
39
n.t.b
n.t.b
195
n.t.b
n.t.b
Peuterspeelzaal (per 1.000 2-3 jarigen)
2.650
n.t.b
n.t.b
kinderdagverblijf (per 1.000 0-3 jarigen)
2.025
n.t.b
n.t.b
Buitenschoolse opvang (per 1.000 4-11 jarigen)
585
n.t.b
n.t.b
apotheekruimte
31
19
104
algemeen- en specifiek maatschappelijk werk
25
15
84
314
1.169
indicatie behoefte maatschappelijke functies
behoefte Cruquiusgebied (circa 2.352 inwoners)
235
De extra behoefte aan dienstverlenende/maatschappelijke functies als gevolg van de woningbouwontwikkeling is op basis van de kencijfers van de Voorzieningenscan circa 300 m2. Op basis van deze indicatie blijkt dat er in de nieuwe wijk behoefte is aan een aantal basisvoorzieningen. Maatschappelijke functies zijn bovendien essentieel voor de leefbaarheid in de nieuwe buurt. De indicatieve behoefte aan een aantal basisvoorzieningen voor een wijk komt lager uit dan het maximaal toegestane oppervlak aan deze functies in het bestemmingsplan. In de praktijk zal echter de beschikbare 4.103 m2 ruimte worden verdeeld en gebruikt door dienstverlenende, maatschappelijke en horecafuncties. Bovendien betreft het Cruquiusgebied een afgebakende wijk die een eigen behoefte zal hebben als gevolg van de woningbouw, en vanwege de functie een eigen identiteit heeft. Daarmee is de verwachting dat toevoeging van deze functies niet tot negatieve effecten elders zal leiden. 2.4.2. Conclusie behoefte dienstverlening en maatschappelijke functies Gelet op het belang voor de werkgelegenheid in de stad, de groeiende dienstverleningssector en de behoefte aan diensten vanuit de nieuwe buurt, wordt in het plangebied ruimte geboden voor dienstverlening. Een dienstverleningsfunctie past goed binnen de gebiedsidentiteit.
Daarnaast zijn in de huidige situatie in het Cruquiusgebied zelf nog geen maatschappelijke functies aanwezig. Met de nieuwe inwoners in het gebied zal ook hieraan een eigen behoefte gegenereerd worden.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
20
Beschrijving behoefte
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Locatieafweging
21
3. Locatieafweging
3.1.
Inleiding
Onderdeel van de laddermotivering voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een motivering waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is. In dit geval gaat het om een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Toch is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening de locatiekeuze gemotiveerd. Voor de toetsing aan de ladder is relevant of in de behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. In dit geval is sprake van een transformatielocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het gebied is volledig verhard en grotendeels bebouwd. De gewenste transformatie van het gebied is nader onderbouwd in het gemeentelijk beleid.
3.2.
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie NH2050 (2018) Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie voor de provincie Noord-Holland vastgesteld. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie is als volgt: “Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten we ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven”. De provincie heeft vijf samenhangende bewegingen geschetst. Deze bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op onze samenleving afkomen en die ze willen faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Binnen de beweging ‘sterke kernen, sterke regio's’ zet de provincie in op het zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren en concentreren van wonen en werken (transformeren, bundelen, verdichten). Nieuwe ontwikkelingen van voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van die kernen in het regionale netwerk. Een van de uitgangspunten is het op peil houden van het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid. Ook binnen de beweging ‘metropool in beweging’ wordt ingezet op het zoveel mogelijk binnenstedelijk concentreren van wonen en werken.
Provinciale Ruimtelijke verordening (geconsolideerd september 2019) Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen is in de provinciale verordening opgenomen dat deze uitsluitend met bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt indien deze in overeenstemming is met regionale afspraken. In hoofdstuk 2 is onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de regionale prognoses ten aanzien van woningbouwprogramma.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
22
Locatieafweging
Toetsing visie en verordening Het provinciaal beleid is gericht op optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Het project geeft hier invulling aan.
3.3.
Gemeentelijk beleid
Ambitie, spelregelkaarten en Spelregels (2011) Herontwikkeling van industrie- tot woon- en werkgebied Het Cruquiusgebied heeft de potentie om uit te groeien tot een uniek werk- en woongebied. Het is interessant om het gebied te transformeren vanwege de gunstige ligging binnen de ring, de robuuste sfeer van het gebied, het aanwezige water en de vele mogelijkheden van het terrein zelf. De vernieuwing van het Cruquiusgebied verloopt anders dan in andere gebieden in Amsterdam. De gemeente maakt geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan. In plaats daarvan geeft ze initiatiefnemers de gelegenheid om hun eigen kennis, kunde en creativiteit te gebruiken om projecten uit te voeren die passen in de gewenste ontwikkeling van het gebied. Dit betekent dat initiatiefnemers ruimte krijgen, maar ook een grotere verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van de buurt. In de nieuwe aanpak is veel is mogelijk, maar niet alles. De plannen van initiatiefnemers moeten wel passen binnen de voorwaarden die de gemeente heeft opgesteld voor het Cruquiusgebied, de zogenaamde Spelregelkaarten en Spelregels. Hierin zijn de belangrijkste ruimtelijke uitgangspunten en ambities die de gemeente heeft voor de ontwikkeling van het Cruquiusgebied tot een aantrekkelijk werken woongebied opgenomen.
Er is dus geen sprake van een traditionele manier van planontwikkeling, met een gedetailleerde beschrijving van functies en bestemmingen. In plaats daarvan zal het gebied zich meer ‘organisch’ ontwikkelen. Dat betekent ook dat de ontwikkeling geleidelijk verloopt. Hierdoor kan de ontwikkeling zich aanpassen aan de wensen en behoeften van haar gebruikers.
Figuur 3.1. Uitsnede spelregelkaart Cruquiusweg e.o. 2012 (projectgebied in rood gemarkeerd)
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Locatieafweging
23
Toetsing spelregelkaart De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de spelregelkaart. Dit wordt nader onderbouwd in het bestemmingsplan. Het behoudenswaardige gebouw wordt herbouwd en krijgt een nieuwe functie. Structuurvisie 2040 (2011) Centraal in de structuurvisie staat de volgende ambitie: “Amsterdam ontwikkelt zich verder als kernstad van een internationaal concurrerende duurzame, Europese metropool”. Om deze ambitie te kunnen ontwikkelingen richt de gemeente zich onder andere op meer woonkwaliteit, intensivering van het stedelijk gebied en het verbeteren van de kwaliteit van het openbaar gebied. De ontwikkeling van het Cruquiusgebied past binnen de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarin is de Cruquiusweg als te transformeren werk- en woongebied aangemerkt. Toetsing structuurvisie Het gemeentelijk beleid is gericht op transformatie van het gebied naar een woon- en werkgebied. Het initiatief geeft daar invulling aan.
3.4.
Conclusie locatiekeuze
De gekozen locatie is een optimale locatie vanuit het perspectief van een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat het in dit geval gaat om een binnenstedelijke transformatielocatie in stadsdeel oost.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
24
Locatieafweging
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Conclusie
25
4. Conclusie
Uitgaande van de relevante regio worden ten aanzien van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' de volgende conclusies getrokken.
4.1.
Behoefte wonen
De bouw van 343 woningen voorziet in een regionale behoefte. Er is binnen de planperiode (10 jaar) sprake van een regionale behoefte - zowel kwalitatief als kwantitatief - aan de voorgenomen ontwikkeling. De woningbehoefte blijkt uit de Monitor Woningbouw 2018 van de provincie Noord-Holland, het Regionaal Actieprogramma wonen 2016 t/m 2020, regio Amstelland-Meerlanden, Amsterdam Zaanstreek-Waterland en de Woonagenda Amsterdam 2025. Kwantitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de woningbehoefte in de regio. In de regio worden onvoldoende woningen gebouwd om in de behoefte te kunnen voorzien. Het plan kan mede invulling geven aan de grote regionale kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de vraag naar appartementen in diverse segmenten, en gaat daarbij ook uit van aanbod in de sociale huursector.
4.2.
Behoefte voorzieningen
Amsterdam heeft een grote woningbehoefte en het aantal inwoners in het Oostelijk Havengebied zal fors toenemen door de transformatie van het gebied naar een gemengd gebied. Om de nieuwe bewoners van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving te voorzien zijn voorzieningen noodzakelijk. Dit betekent dat de behoefte aan dienstverlening/maatschappelijke voorzieningen en horeca met een lokale verzorgingsfunctie toeneemt. De transformerende stadsbuurt genereert gelet op de forse toename van het aantal woningen en andere functies een eigen behoefte aan ondersteunende functies. Uit het onderzoek in paragraaf 2.3 en 2.4 blijkt dat er ruimte is voor uitbreiding van het aanbod aan dienstverlenende en maatschappelijke functies in het marktgebied Oostelijk Havengebied. Deze toevoeging van functies kan plaatsvinden zonder dat er sprake zal zijn van een duurzame ontwrichting van de bestaande voorzieningenstructuur. De beoogde vestigingen zijn aanvullend en hebben een buurtfunctie. De geplande functies hebben geen negatieve invloed op de bestaande verzorgingsstructuur in Amsterdam. De functies komen niet in de plaats van de bestaande voorzieningencentra. De nieuwe inwoners nieuwe inwoners zijn voor een compleet voorzieningenaanbod aangewezen op de bestaande wijkcentra.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
160111.20191591
26
Conclusie
Regionale afstemming Het woningbouwprogramma is regionaal afgestemd in Het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). In het RAP is op basis van actueel onderzoek en de meest recente provinciale prognose, de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte beschreven, en is de plancapaciteit en een versnellingsbouwprogramma opgenomen. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale eis van regionale afstemming. Regionale afstemming over de andere functies is gelet op de beperkte omvang niet noodzakelijk.
4.3.
Conclusie
Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voldaan is aan het vereiste van de ladder. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
160111.20191591
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7
Bijlage 8 Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Cruquiusgebied
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 87
Definitief Versie 5
15 mei 2018
Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruquiusgebied
Auteur(s) P. Zwart Opdrachtgever Ontwikkelaar Amvest Contactpersoon P. Zwart Ingenieursbureau Kenmerk 23637
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 2 van 19
Inhoud
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE
3 3 3 4 4
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT
5 5
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING 3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
8 8 8
4
18
Samenvatting en conclusie
Bijlage(n) Bijlage 1 - Literatuurlijst
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 3 van 19
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt.
Figuur 1: Contour Cruquiusgebied (bron Gemeente Amsterdam De ontwikkeling van het Cruquiusgebied past binnen de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarin is de Cruquiusweg aangewezen als te ontwikkelen werk- en woongebied.
1.2 WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? Inmiddels liggen er meerdere initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Uitgangspunt van de ontwikkelstrategie is dat voor elk van deze initiatieven een (postzegel) bestemmingsplan wordt opgesteld. Echter de ruimtelijke samenhang tussen de initiatieven is groot en ook qua planning lopen de ontwikkelingen nagenoeg gelijk. Daarom is besloten voor de hele transformatie op basis van
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 4 van 19
de nu bekende gegevens meerdere onderzoeken uit te laten voeren op het gebied van verkeer, lucht en geluid. Deze onderzoeken worden gebruikt worden voor het opstellen van bestemmingsplannen en deze MERbeoordeling. De procedures die moeten worden doorlopen zijn: 1. (postzegel)bestemmingsplan voor de verschillende initiatieven conform de Wet ruimtelijke ordening. Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling te voorspellen is voorziet in uit in de realisatie van 2 ,294 woningen en 58.128 m2 BVO werken. Vanwege de realisatie van het woningbouwprogramma/transformatie, (meer dan 2000 woningen) geldt op basis van activiteit 11.2 van de Dlijst van het Besluit Milieueffectrapportage een m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen volledige m.e.r-procedure noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-procedure plaatsvinden.
1.3 DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING Het doel van een m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag (gemeente Amsterdam). Dit doet de initiatiefnemer (Ontwikkelaar Amvest) in een aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid van een m.e.r. Het bevoegd gezag besluit op basis van deze informatie of voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit (in dit geval het woningbouwprogramma/de transformatie) een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, vanwege ‘de belangrijke nadelige gevolgen die de ingreep voor het milieu kan hebben’. In voorliggende notitie wordt op deze milieueffecten ingegaan, aan de hand van de volgende onderdelen: • Kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie), uitgewerkt in hoofdstuk 2. • Plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving), uitgewerkt in hoofdstuk 3. • Kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit), uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1.4 M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE Met de voorliggende aanmeldingsnotitie deelt de initiatiefnemer ontwikkelaar Amvest in samenspraak met de rve Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam) aan het bevoegd gezag Gemeente Amsterdam mede dat zij voornemens is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, de realisatie van een woningbouwprogramma/transformatie mogelijk te maken. Daarbij is in deze aanmeldingsnotitie gemotiveerd of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. Op basis van de aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag vervolgens het besluit nemen of al dan niet een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 5 van 19
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT Het Cruquiusgebied ligt in Amsterdam Oost en is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied. Het schiereiland grenst in het westen aan de architectenbuurt en wordt omsloten door water van de Entrepothaven, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Nieuwe Vaart.
Figuur 2: uitsnede van bestemmingsplan (bron ruimtelijkeplannen.nl )
De gemeente heeft een spelregelkaart opgesteld om de transformatie van het Cruquiusgebied mogelijk te maken. Deze transformatie verloopt via afzonderlijke (postzegel)bestemmingsplannen Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt. Als kader voor de transformatie is door de gemeente een spelregelkaart vastgesteld.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 6 van 19
Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling is te voorspellen, ziet er als volgt uit:
functie wonen (m2) parkeerplaatsen (aantal) werken (m2) werken gespecificeerd (m2)
type
totaal Maatschappelijk Horeca Hotel Detailhandel Creatief Dienstverlening Bedrijven/commercieel Kantoren Nader te bepalen
programmascenario 244.862 2.255 93.128 3.534 2.676 20.393 1.080 1.837 161 49.380 2.058 12.010
Tabel 1: programmascenario van het Cruquiusgebied in geval van totale ontwikkeling na 2027. .
Voor dit programmascenario wordt ervan uitgegaan dat in 2027 alle initiatieven en alle fases zijn uitgevoerd. Dat betekent dat in programmascenario er ook kavels zijn opgenomen waarvoor nog geen initiatieven bekend zijn. Voor deze kavels is eveneens aangenomen dat zij in 2027 volledig zijn ontwikkeld en voor de invulling is uitgegaan van een extrapolatie van het programma van alle bekende initiatieven samen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Figuur 3: overzicht van de deelgebieden in het Cruquiusgebied
Figuur 4 globale posities ondergrondse parkeergarage t/m mrt 2017
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 7 van 19
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 8 van 19
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING In de volgende paragraaf is voor de relevante milieuaspecten aangegeven of, en zo ja welke, milieueffecten optreden door transformatie .Zoals gezegd liggen er inmiddels vier initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Vanwege de samenhang tussen de initiatieven in ruimte en tijd zijn voor de hele transformatie op basis van de nu bekende gegevens onderzoeken voor de aspecten verkeer, lucht en geluid, externe veiligheid uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken wordt in dit hoofdstuk op onderstaande aspecten beoordeeld of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. De volgende milieuaspecten zullen in de beoordeling aan de orde komen: • verkeer, • luchtkwaliteit, • geluidhinder, • externe veiligheid, • grondwateroverlast, • milieuhygiënische bodemkwaliteit, • natuur.
3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
3.2.1 Verkeer Voor de uitvoer van het verkeersonderzoek is gebruik gemaakt van het Amsterdamse verkeersmodel (VMA), het op VMA gebaseerde Ritproductiemodel van V&OR en een verkeersregelkundig programma (COCON). Daarnaast is gebruik gemaakt van verkeerstellingen die in februari 2016 zijn uitgevoerd in het kader van het Verkeersonderzoek Bestemmingsplan Zeeburgerpad en een verkeerstelling die in november 2016 is uitgevoerd op het kruispunt Zeeburgerdijk-Zuiderzeeweg. V&OR heeft de verkeersintensiteiten berekend voor de zichtjaren 2017 en 2027, met en zonder programmascenario’s. Op basis van deze verkeersintensiteiten heeft R&D een analyse gemaakt van de doorstroming op de geregelde en ongeregelde kruispunten in het studiegebied. Het door het model berekende autobezit is vergeleken met de parkeercapaciteit in de programmascenario’s. Regelbaarheid geregelde kruispunten Voor het kruispunt Zeeburgerdijk met de Zuiderzeeweg geldt dat dit kruispunt alleen regelbaar blijft als er een profielwijziging plaatsvindt. Voor dit knelpunt in de toekomst is een redelijke standaard technische oplossing beschikbaar. Dit knelpunt wordt niet daarom niet als een bijzonder nadelig gevolg beschouwd. Ook al niet omdat het knelpunt qua geluidhinder en/of luchtkwaliteit niet tot problemen leidt.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 9 van 19
Uit de doorrekeningen van de twee geregelde kruispunten waarbij de Zeeburgerdijk kruist met de Panamalaan en met de Molukkenweg, volgt dat de huidige profielen de prognoses voor 2027 nog voldoende kunnen verwerken. De verkeersregelingen blijven voldoen aan de Amsterdamse randvoorwaarden. Noodzaak tot regelen van de ongeregelde kruispunten Uit de toetsing van de vier ongeregelde kruispunten (aan het Zeeburgerpad en op de Th.K.van Lohuizenlaan) volgt dat verkeerslichten hier niet noodzakelijk zijn. Wat het aspect verkeer betreft is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.2 Luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit Het wettelijke toetsingskader luchtkwaliteit is vastgelegd in titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (Wm). De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden overeenkomstig de Wet luchtkwaliteit is geregeld in artikel 5.16 van de wet en kan als volgt worden samengevat: - Indien aannemelijk is gemaakt dat grenswaarden niet worden overschreden bij realisatie van het plan, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van dat plan, zelfs niet indien het voorgenomen plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Tabel 2: Grenswaarden voor fijn stof en NO2 De gevolgen voor de luchtkwaliteit, die samenhangen met de herontwikkeling van het Cruquiusgebied zijn in kaart gebracht. Hiertoe zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen berekend op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit maximaal zijn en de hoogste concentraties luchtverontreinigende stoffen te verwachten zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maatgevende jaar 2017. In dit kader zijn de concentratiebijdragen bepaald vanwege de herontwikkeling. Hiertoe zijn de bijdragen vanwege: – de verkeersaantrekkende werking van het Cruquiusgebied; – het scheepvaartverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal ten oosten van Cruquiusgebied; – het wegverkeer op omliggende verkeerswegen en – de emissie van de (vooralsnog) te handhaven bedrijvigheid op het zuidelijke gedeelte van het Cruquiusgebied.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 10 van 19
In het onderzoek is uitgegaan van de ingebruikname van het Cruquiusgebied in 2017. Omdat de ingebruikname van de herontwikkeling in de praktijk gefaseerd zal plaatsvinden, vormen de berekende concentraties luchtverontreinigende stoffen in voorliggend onderzoek een overschatting van de werkelijk te verwachten concentraties (worstcase). Uitkomsten toekomstige situatie Uit de berekeningen volgt dat zelfs bij de gehanteerde worstcase benadering, de grenswaarden voor (zeer) fijn stof en NO2 niet worden overschreden op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit vanwege de beoogde ontwikkeling het grootst zijn. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect luchtkwaliteit betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.3 Geluidhinder Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder worden respectievelijk voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (per weg, per spoorweg, per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Voor de geluidbron scheepvaart gelden geen grenswaarden. In onderhavig onderzoek worden geluidniveaus vanwege scheepvaartlawaai inzichtelijk gemaakt Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een zogenaamde hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het College van Burgemeester en Wethouders (B en W). Het vaststellen van een hogere waarde door B en W is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels).
Voor de herontwikkeling van het Cruquiusgebied is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en scheepvaartlawaai uitgevoerd. De herontwikkeling bevinden zich volgens de Wet geluidhinder binnen de zones van de Cruquiusweg, Th.K. van Lohuizenlaan, Zeeburgerdijk en de IJburglaan (Piet Heintunnel). Ten oosten van het gebied is het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen. Ondanks het ontbreken van wettelijke grenswaarden voor scheepvaartlawaai moet de geluidbelasting van de scheepvaart meewegen in de beoordeling. Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 14 april 2016. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De geluidbelastingen vanwege scheepvaartverkeer zijn berekend volgens de specialistische methode II-8 uit de Handleiding meten en reken industrielawaai.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 11 van 19
De berekende geluidbelastingen voor wegverkeerslawaai zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: voorkeursgrenswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB. Conclusies voor de toekomstige situatie: Het Cruquiusgebied is thans een gezoneerd industrieterrein ingevolge de Wet geluidhinder. Met de voorgenomen transformatie van een industriegebied naar een werk- en woongebied komt de zonering te vervallen. Er is dan geen sprake meer van een gezoneerd industrieterrein. Industrielawaai is derhalve niet van belang. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Cruquiusweg is op de eerstelijnsbebouwing hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 53 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Th. K. van Lohuizenlaan is op de twee westelijk gelegen gebouwen hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 59 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Op de oostelijk gelegen bebouwing wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Zeeburgerdijk en Piet Heintunnel is overal lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden.
– De geluidbelasting ten gevolge van scheepvaartverkeer bedraagt ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing ten hoogste 64 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege de afschermende werking van de gebouwen is de geluidbelasting op de westelijk geprojecteerde gebouwen niet hoger dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect geluidhinder betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat in op de kans en bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Deze gevaarlijke stoffen kunnen opgeslagen worden bij bedrijven of getransporteerd worden over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in risicobronnen (zoals een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd of een hogedruk aardgastransportleiding) en kwetsbare objecten, zoals woningen en woonschepen, gebouwen waar minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten verblijven en gebouwen waar doorgaans grote aantallen mensen. Een combinatie van verschillende aspecten is bepalend voor het risiconiveau voor specifieke trajecten van transportroutes: • de omvang van de vervoersstroom , die bepalend is voor de kans op ongevallen met effecten op de omgeving; • de soort van gevaarlijke stoffen, die bepalend is voor de effecten op de omgeving; • de veiligheid, die bepalend is voor de kans op ongevallen; • het aantal mensen langs de route, dat bepalend is voor het mogelijk aantal dodelijke slachtoffers. Voor de effecten van risicobronnen op de bovengenoemde kwetsbare objecten gelden twee normeringen:
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
•
•
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 12 van 19
Het 'Plaatsgebonden Risico' (PR): dit wordt weergegeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Het 'Groepsrisico' (GR): dit is een grafiek waarin de kans op een ongeval wordt afgezet tegen het potentieel aantal dodelijke slachtoffers. Voor het berekenen van de hoogte wordt gekeken hoeveel mensen en op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedsgebied van de risicobron. Het invloedsgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar nog 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt geen harde normering. Het bevoegd gezag bepaalt of de kans op ongeval en het potentieel aan slachtoffers voor haar acceptabel is. Hierbij worden ook aspecten als de mogelijkheid om jezelf in veiligheid te brengen (voldoende vluchtwegen) en voldoende bluswatervoorzieningen meegewogen in dit besluit.
Relevantie voor plangebied Cruquius Belangrijk is te weten dat inmiddels de Bevi-inrichting, Metaal Magnus International (Risicobronnen betreffen twee PGS-15 loodsen met per loods meer dan 10 ton opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) is verkocht en ook wordt het kavel ook getransformeerd wordt tot woongebied. Ook wordt daarmee vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cruquiusweg dwars door het transformatiegebied naar Metaal Magnus International verleden tijd. De relevante risicobronnen voor het Cruquiusgebied zijn: 1) Transport gevaarlijke stoffen Amsterdam Rijn kanaal. 2) 2 Bunkerboten aan de overzijde van Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Zeeburgereiland. Ad 1/ Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plaatsgebonden risico: Het IJ en Amsterdam-Rijnkanaal zijn vaarwegen met een bevaarbaarheidsklasse 6. De bijlage bij de HART stelt dat een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 geen plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 heeft. Groepsrisico: De vuistregels in de bijlagen stellen dat langs een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden wordt. Een berekening van het groepsrisico is niet nodig. Het groepsrisico voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het water ligt onder de 10% van de oriëntatiewaarde.
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. in de toelichting bij een bestemmingsplan wordt dan in elk geval ingegaan op (Artikel 7 van het Bevt): a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op het binnenwater waarover de gevaarlijke stoffen worden vervoerd. b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op dat binnenwater een ramp voordoet.
Ad2 Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plangebied Cruquius is op meer dan 120 meter gelegen van de bunkerschepen Calpam en Sleurink. Voor deze bunkerschepen moet een veiligheidsafstand van 100 m tot kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een groep woningen of een groot kantoor, >1500 m2) worden aangehouden (Activiteitenbesluit). Cruquius is zodoende niet binnen deze veiligheidsafstand gelegen.