Raadsbesluit 2025-012E bijlagen bij toelichting BP Buiksloterham 9e partiële herziening
Tekst van het document
5.6.2
Resultaten veldbezoek
Gedurende het veldbezoek zijn alle bekende vindplaatsen van beschermde planten en Rode Lijstsoorten bezocht. Daarbij bleek dat de bekende vindplaatsen van groot spiegelklokje, Franse silene en korenbloem langs de Ridderspoorweg inmiddels bebouwd zijn. Ook de akkerleeuwenbek en wilde ridderspoor langs de Papaverweg konden niet meer worden teruggevonden. De laatste soort, de kleine mantelanjer, heeft zich sinds 2018 flink uitgebreid in zowel verspreiding als aantal planten. Deze soort staat nu aan beide zijden van de brug in de Ridderspoorweg. Van enkele soorten waarvan de bekende vindplaatsen verdwenen waren, werden nieuwe groeiplaatsen gevonden. In het voetpad en het nieuwe groengebied langs de Maagdenpalmstraat werden meerdere groeiplaatsen met in totaal meer dan 50 stuks van Franse silene gevonden. Deze zelfde soort werd in kleine aantallen ook langs de Papaverweg aangetroffen waar ze samen met meerdere korenbloemen en veel klaprozen in de wegberm staan. De groeiplaats en de overige soorten in deze berm wijzen ook nu naar inzaai met een bermenmengsel.
5.7
Overige soorten
Van de overige groepen beschermde soorten zijn uit het projectgebied geen beschermde soorten bekend. Op basis van de aanwezige biotopen en de ligging ten opzichte van het verspreidingsgebied van deze soorten zijn deze hier ook niet te verwachten. Hooguit zouden zeer mobiele soorten zoals dagvlinders of libellen hier incidenteel voor kunnen komen. Dit wijst echter niet op de aanwezigheid van populaties.
19 juni 2019
Pagina 28 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
6
Natuurtoets Bu ksloterham
ONGEWENSTE SOORTEN
In 2018 voerden we een inventarisatie uit van de Japanse (en verwante soorten) duizendknoop op de Buiksloterham. Deze invasieve exoot bleek op meerdere locaties voor te komen. Op de kavels 19, 23, 24, 31 en 72 en tevens langs de Johan van Hasseltkade bleken één of meer groeiplaatsen te liggen. De locaties van deze groeiplaatsen zijn aangegeven op het kaartje in bijlage 4 De gegevens zijn uitgewerkt in het rapport ‘Japanse Duizendknoop in de Buiksloterham, Inventarisatie’ van Groenadvies Amsterdam dat is uitgebracht op 5 juli 2018. Het rapport is als bijlage 5 bijgesloten. In 2019 bleek de groeiplaats in kavel 24 zich, na het verwijderen van de stapels bouwmateriaal en afval, sterk uitgebreid te hebben. Voor twee van deze locaties zijn inmiddels verwijderplannen gemaakt. De groeiplaats langs het Johan van Hasseltkanaal is experimenteel met elektriciteit bestreden en de groeiplaatsen langs de toekomstige Fontijnkruidstraat worden waarschijnlijk later dit jaar verwijderd.
Groeiplaats Japanse duizendknoop
Er zijn enkele stadsduiven waargenomen maar slechts in kleine aantallen. Er treedt geen overlast op. Andere overlast veroorzakende soorten zijn niet waargenomen al zal bruine rat hier ongetwijfeld voorkomen.
19 juni 2019
Pagina 29 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
7
Natuurtoets Bu ksloterham
ONTWIKKELING BUIKSLOTERHAM
In 2007 is het investeringsbesluit genomen voor de omvorming van de Buiksloterham van een verouderd, extensief gebruikt industriegebied tot een hoogwaardig woon-, werk- en leefomgeving. In 2009 is het bestemmingsplan vastgesteld en in 2010 kwamen de eerste kavels op de markt. Deze waren bestemd voor zelfbouw. De belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden voor de herontwikkeling zijn vooralsnog: • een gedifferentieerde aanpak (deels met relatief veel sturing, deels spontane ontwikkeling) • 100% werken in intensiveringgebied; • 50% wonen, 50% werken/voorzieningen in de gebieden met een geleidelijke transformatie; • 70% wonen, 30% werken en voorzieningen in de gebieden met een gestuurde transformatie; • hoge gemiddelde bouwdichtheid; • verdeling woningen: 80% markt, 20% sociale sector; • bouwhoogtes: gemiddeld tussen 20 en 30 m, hoogteaccenten tot 45, 60 en 120 m; • raamwerken groen, water en verkeer zoals beschreven in het concept-Masterplan Noordelijke IJ-oever, financieel en stedenbouwkundig geoptimaliseerd ; • hoog ambitieniveau ten aanzien van duurzame stedenbouw.
De komende jaren wordt de omvorming gecontinueerd totdat de gebiedsontwikkeling in circa 2030 is afgerond. Gegeven is namelijk dat de Buiksloterham zich er niet toe leent om in één keer grootschalig te worden herontwikkeld. In de eerste plaats is daarvoor het gemeentelijk eigendom te versnipperd, maar daarnaast zou een dergelijke aanpak de gedwongen verplaatsing van veel bedrijven betekenen, terwijl de gemeente Amsterdam deze juist in het gebied wil behouden. Dat kan ook, omdat veel van de bedrijven zich heel goed verdragen met wonen. De over het algemeen goed renderende bedrijvigheid zou een proces met verdringing niet alleen onnodig duur maken, het beginnende transformatieproces zou ook in de kiem gesmoord worden. Menging van wonen en werken kan de dynamiek van het gebied vergroten. De wens tot een levendige woonomgeving met bedrijvigheid - een wens die met de stadsvernieuwing in de jaren ‘70 en ‘80 niet is uitgekomen - kan hier worden vervuld. De visie in het Structuurplan Amsterdam, om een stedelijk gebied te ontwikkelen waar wonen wordt gemengd met bestaande en nieuwe bedrijvigheid, wordt gevolgd.
Dat er in Amsterdam behoefte bestaat aan een stedelijk gemengd woon-werkmilieu, blijkt onder meer uit de blijvende vestiging van Shell en enkele andere bedrijven die bewust de menging met wonen zoeken omdat een doods en ’s avonds verlaten bedrijventerrein weinig aantrekkelijk is. Omdat het om zo’n groot gebied gaat, het plangebied Buiksloterham is 100 hectare, zal de transformatie niet in één keer plaatsvinden. Juist in de geleidelijke ontwikkeling ligt de kracht van het gebied. Anno 2019 is de gebiedsontwikkeling in volle gang. Meerdere kavels zijn inmiddels bebouwd en bewoond, andere kavels worden nu bebouwd terwijl elders nu industriële bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor woningbouw.
19 juni 2019
Pagina 30 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
Natuurtoets Bu ksloterham
8
EFFECTANALYSE GEBIEDSONTWIKKELING
8.1
Gebiedsbescherming
De omvorming van de Buiksloterham heeft geen nadelige gevolgen voor de natuurwaarden in de beschermde lokale, nationale en Europees beschermde gebieden in de regio. Net als ook nu het geval is, blijft het gebied vrijwel volledig bebouwd. Wel wordt de bebouwing intensiever met ook meer hoogbouw. Er is daarom wel het risico op meer verkeersbewegingen wat tot hogere emissies kan leiden. De Natura2000 gebieden liggen echter op een zodanige afstand dat ook daarvan geen negatieve effecten verwacht worden.
8.2
Soortenbescherming
In de Buiksloterham komen meerdere soorten beschermde dieren en planten voor. Het ruimst verspreid zijn de vogels. Op de braakliggende kavels komen de meeste broedvogels en doortrekkers voor. Twee soorten (huismus en gierzwaluw) met een jaarrond beschermd nest broeden in het gebied. Onduidelijk is of de woonboten en de aangrenzende tuinen in de toekomst gehandhaafd blijven. Als dat het geval is, zijn voor de huismus geen verdere maatregelen noodzakelijk. In het geval dat de woonboten verdwijnen, zal voorafgaand daaraan een ontheffing aangevraagd dienen te worden bij de Omgevingsdienst NHN. Hetzelfde geldt voor het pand Grasweg 48 waar in 2018 aanwijzingen waren voor het broeden van gierzwaluwen. Voor de overige soorten broedvogels, ook die van de rode lijst zoals kneu, geldt dat alleen de in gebruik zijnde nesten beschermd zijn. Werkzaamheden buiten het broedseizoen zijn dus toegestaan, ook als ze leiden tot het verloren gaan van het broed- en leefgebied van deze soort. De veilige periode om te werken op deze locaties is september tot en met februari. Desondanks adviseren we ook in deze veilige periode voorafgaand aan werkzaamheden, zeker als daarbij het rooien van bomen inbegrepen is, een schouw uit te voeren vlak voor de start van het werk.
Sommige soorten, in dit gebied zijn houtduif en Turkse tortel relevant, blijken namelijk vrijwel jaarrond tot broeden over te kunnen gaan. In het recente verleden zijn meerdere soorten vleermuizen in het gebied vastgesteld. Eén daarvan, de meervleermuis, is gebonden aan groter open water. Hier betreft het de kanalen in het gebied. Deze blijven in de nieuwe situatie gehandhaafd zodat we geen negatieve effecten op deze soort verwachten. Er zijn hier geen verblijfplaatsen van deze soort bekend. Voor de andere hier bekende soort, de gewone dwergvleermuis, zijn dergelijke effecten wel te verwachten. Tot op heden is bij elk onderzoek van oudere bebouwing in de Buiksloterham deze soort aangetroffen. De verwachting is dan ook dat deze soort hier wijd verspreid is. Het is dan ook noodzakelijk om voorafgaand aan de sloop van bebouwing in dit gebied tijdig vleermuisonderzoek te verrichten. Gezien de doorlooptijd van dergelijk onderzoek en de duur van het ontheffingstraject, adviseren we om minimaal 1,5 jaar voor de start van de geplande sloop het onderzoek op te starten. De overige soorten zoogdieren die hier bekend zijn, zijn alle opgenomen in de verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland. Dit houdt in dat de bescherming van deze soorten vervalt bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting. Wel blijft altijd de zorgplicht van kracht.
Dit houdt in dat er altijd zodanig gewerkt moet worden dat dieren de kans krijgen te ontkomen. In dit geval bijvoorbeeld door niet richting het water of drukke wegen te werken maar richting aangrenzende kavels. In het geval dat, bijvoorbeeld, egels worden aangetroffen bij het werk, kunnen deze voorzichtig in een emmer gedaan worden en daarna op een andere geschikte locatie uitgezet. Eén en ander in overleg met de begeleidend of stadsecoloog.
19 juni 2019
Pagina 31 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
Natuurtoets Bu ksloterham
In de Buiksloterham is slechts één soort amfibie bekend; de groene kikker (soort onbepaald). Ook deze soort is opgenomen in de Verordening Vrijstellingen soorten Noord-Holland. Bij de geplande werkzaamheden hier vervalt dus ook voor deze soort de bescherming. Er zijn twee soorten vissen bekend uit het gebied die beide niet beschermd zijn. Wel zijn ze beide opgenomen in de rode lijst. Conform het huidige ontwerp blijft het leefgebied van deze soorten vrijwel volledig intact. Hooguit worden enkele oevers licht richting het kanaal verplaatst. Dit hoeft geen nadelig effect op de eventuele populaties van deze soorten te hebben. In de NDFF is één schimmel opgenomen voor het gebied. Deze soort, de kapjesmorielje, is niet beschermd maar wel opgenomen in de rode lijst. Deze soort komt voor op voedselrijke, humusrijke vaak omgewerkte grond vaak in moestuinen en langs paden Dit soort plekken zijn er volop binnen het projectgebied. Ook na de omvorming blijven dergelijke bermen beschikbaar. Gerichte beschermingsmaatregelen voor deze soort zijn niet mogelijk. In de Buiksloterham waren tot voor kort twee groeiplaatsen van landelijk beschermde vaatplanten en vier groeiplaatsen met alleen Rode Lijst soorten. De groeiplaats met de beschermde soorten zijn inmiddels verdwenen. Eén is bebouwd de andere wordt nu als parkeerplaats gebruikt.
Op één na zijn ook de groeiplaatsen van de Rode Lijst soorten verdwenen. Alleen de groeiplaats van de slanke mantelanjer (op de taluds van de brug in de Ridderspoorweg) is nog intact. Hier zijn geen wijzigingen qua inrichting te verwachten. Alleen beheermaatregelen zoals maaien voor de bloei/zaadzetting, of het gebrek aan beheer (overwoekeren van het talud door bijvoorbeeld dauwbraam) vormt een risico voor deze soort op deze locatie. Gedurende het veldwerk voor deze natuurtoets zijn meerdere nieuwe groeiplaatsen van Rode Lijstsoorten vastgesteld. Het betreft meerdere groeiplaatsen van Franse silene en korenbloem. Deze zijn hier hoogstwaarschijnlijk uitgezaaid. Het is dan ook niet noodzakelijk om rekening te houden met deze soorten bij de verdere ontwikkeling van de Buiksloterham.
Franse silene
19 juni 2019
Pagina 32 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
8.3
Natuurtoets Bu ksloterham
Nader onderzoek
In het geval dat de woonboten en/of het pand Grasweg 48 verdwijnen, is nader onderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogels en vleermuizen. Op basis van de huidige stand van zaken zou daarna een ontheffingsaanvraag, en dus ook een activiteitenplan en werkprotocol noodzakelijk zijn. Voorafgaand aan de sloop van bebouwing in de Buiksloterham is het altijd noodzakelijk om vooraf onderzoek naar vleermuizen uit te voeren. Daarnaast kan het in het zuidelijke deel van de Buiksloterham (ten zuiden van het Johan van Hasseltkanaal) noodzakelijk zijn om ook naar de aanwezigheid van huismussen en gierzwaluwen te kijken. Huismussen worden verspreid over dit gebied her en der gezien zonder dat er duidelijke aanwijzingen zijn voor broeden. Dit is echter zeker niet uitgesloten. Van gierzwaluw is er een eenmalige waarneming die op broeden wijst. We adviseren dit soort onderzoeken minimaal 1,5 jaar voor de geplande sloop uit te voeren. Houdt er rekening mee dat er altijd een volledige onderzoeksperiode (april tot en met september) noodzakelijk is voor het veldwerk. Daarnaast zijn er meerdere maanden nodig voor het opstellen van de stukken en de afhandeling van de aanvraag bij de Omgevingsdienst.
19 juni 2019
Pagina 33 van 36
Groenadvies Amsterdam bv
9
Natuurtoets Bu ksloterham
KANSEN VOOR NATUUR
Bij de omvorming van de Buiksloterham zal een deel van de huidige natuurwaarden verloren gaan. De braakliggende percelen worden immers bebouwd en ook de rommelige overhoekjes op minder intensief gebruikte kavels zullen verdwijnen. De omvorming biedt echter ook mogelijkheden om de natuurwaarden in het gebied te vergroten. We hebben het dan voornamelijk over de mogelijkheden voor broedvogels en vleermuizen. Maatregelen voor andere diergroepen hebben minder zin omdat het resterende leefgebied te klein is voor een levensvatbare populatie (de landgebonden zoogdieren), het biotoop geheel verdwijnt of bekende populaties op een te grote afstand van de Buiksloterham zitten. De mogelijkheden zijn grotendeels dezelfde als die gepropagandeerd worden in natuurinclusief bouwen. Beschikbare maatregelen voor de Buiksloterham zijn dan: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Het inbouwen van vleermuiskasten. Het inbouwen van nestgelegenheid voor gierzwaluwen/huismussen Het plaatsen van kunstnesten voor huiszwaluwen Het aanleggen van grinddaken voor vogels als sterns, scholeksters en meeuwen Het aanleggen van groene daken Aanleg van oeverzwaluwwand langs watergangen Beheer bermen zodat er bloemrijke bermen ontstaan met regionaal inheemse soorten Aanleg bijenhotels, zandkuilen met steilranden en dergelijke in groenstroken
Voor vleermuizen kunnen eenvoudig voorzieningen worden gemaakt in de nieuwbouw. Dit varieert van het toegankelijk maken van spouwen tot het inmetselen van diverse typen kasten. Idealiter worden kasten van verschillend formaat op verschillende typen locaties ingebouwd zodat er zowel kraam- als paarverblijven en winterverblijven beschikbaar komen. Bij de plaatsing dient, onder andere, rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van lichtmasten en bomen.
Slanke mantelanjer
Ook voor diverse soorten vogels zijn kunstmatige nesten beschikbaar. Deze kunnen zowel in (gierzwaluw) als tegen de gevel aangebracht worden (overige soorten). 19 juni 2019
Pagina 34 van 36