Raadsbesluit 2024-238A Bekendmaking Wijzigingsverordening APV relevant voor de openbare orde en veiligheid
Tekst van het document
X
Gemeente Amsterdam
x x
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in:
Gemeenteblad
Uiterlijk bekendmaken op:
zo snel mogelijk
Niet eerder bekendmaken dan op:
n.v.t.
Consolideren op overheid.n1
Ja
Gevolgen voor de werking van een
n.v.t
andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid:
n.v.t.
Andere bijzonderheden:
n.v.t.
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met het instellen van een ingebruiknameverbod geldautomaten na plofkraken, aanscherping verblijfsverbod en, en enkele technische wijzigingen naar aanleiding van het Iachgasverbod en toepassing van de bevoegdheid panden, gebieden of branches als vergunningplichtig aan to wijzen. De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van i6 oktober 2024, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; Artikel 3 Opiumwet en het Omgevingsplan Amsterdam Basisregeling; besluit: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd:
A Artikel 1.7 komt to luiden: Artikel 1.7 Algemene gronden voor wijziging of intrekking Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken als: a. ter verkrijging van de vergunning of ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. dit noodzakelijk is ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of de ontheffing is vereist of c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen; d. de houder geen gebruik maakt van de vergunning of ontheffing binnen de daarin genoemde termijn of bij ontbreken daarvan binnen een redelijke termijn; e. de houder of diens rechtsopvolger hierom vraagt of; f. de vergunning of ontheffing is gegeven in strijd met een wettelijk voorschrift. B Artikel 2.7 konnt to luiden: Artikel 2.7 Openlijk gebruik en handel
1. Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen harddrugs openlijk voorhanden te hebben, deze te gebruiken of voor dat gebruik een of meer voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben. 2. Het is verboden zich op of aan de weg op te houden als aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar, te kopen of te koop aan te bieden. 3.Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 4. Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen gelegen in het gebied dat is aangewezen in bijlage 1 bij deze verordening middelen als bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken. 5. Van het verbod in lid 4 zijn uitgezonderd horecabedrijven die tevens beschikken over een gedoogverklaring van de burgemeester voor de verkoop van softdrugs. C Artikel 2.7A komt te vervallen D Artikel 2.7B komt te vervallen E Artikel 2.8 komt te luiden: 2.8 Aanwijzing algemene- en dealeroverlastgebieden 1.
De burgemeester kan een overlastgebied aanwijzen als daar naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring of bedreiging van de openbare orde. 2. De burgemeester stelt bij het aanwijzen van een overlastgebied vast of sprake is van; a. een algemeen overlastgebied; b. een dealeroverlastgebied. 3. De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de openbare orde in het overlastgebied naar zijn oordeel voldoende is hersteld. F Artikel 2.9 komt te luiden: Artikel 2.9 Verblijfsverbod algemeen overlastgebied 1. De burgemeester kan een tijdelijk verbod opleggen om gedurende 24 uur in een algemeen overlastgebied aanwezig te zijn aan degene die een van de volgende artikelen overtreedt of feiten of handelingen begaat; a. artikel 2.2, eerste lid; b. artikel 2.5, eerste lid; c. artikel 2.7, eerste of tweede lid; d. artikel 2.12, eerste lid; e. artikel 2.17, eerste of tweede lid;
2
f. artikel 2.18, eerste of tweede lid; g. artikel 2.21; h. artikel 2.22, eerste lid; i. artikel 131 Wetboek van Strafrecht; j. artikel 35o Wetboek van Strafrecht; k. artikel 426 Wetboek van Strafrecht; I. zakkenrollerij; m. geweldsdelicten pleegt; n. diefstallen uit auto's op of aan de weg pleegt, of o. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft. 2. Als in het afgelopen jaar een verblijfsverbod voor 24 uur als bedoeld in het eerste lid aan de overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod voor 24 uur een verblijfsverbod voor een maand opleggen. 3. Als in het afgelopen jaar eerder een verblijfsverbod voor een maand als bedoeld in het tweede lid of een verblijfsverbod voor drie maanden aan de overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod voor 24 uur een verblijfsverbod voor drie maanden opleggen. G.
Artikel 2.9A komt te luiden:
Artikel 2.9A Verblijfsverbod dealeroverlastgebied 1.De burgemeester kan degene die in een dealeroverlastgebied artikel 2.7 tweede lid overtreedt een tijdelijk verbod opleggen om gedurende 48 uur in het aangewezen overlastgebied aanwezig te zijn 2. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een verblijfsverbod voor 48 uur als bedoeld in het eerste lid aan de overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem bij herhaalde overtreding een verblijfsverbod voor een maand opleggen. 3. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een verblijfsverbod voor een maand als bedoeld in het tweede lid aan de overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod voor 48 uur een verblijfsverbod voor drie maanden opleggen. 4. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een verblijfsverbod voor drie maanden als bedoeld in het derde lid of een verblijfsverbod voor zes maanden aan de overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod voor 48 uur een verblijfsverbod voor zes maanden opleggen. 5. Degene die een verblijfsverbod is opgelegd is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. H.
Na artikel 2.10 wordt een nieuw artikel 2.1oA ingevoegd dat komt te luiden: 2.1oA Geldautomaten 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde een gebruiks- of herplaatsingsverbod van een geldautomaat bevelen als daarop een plofkraak of poging tot plofkraak heeft plaatsgevonden. 2. De burgemeester trekt het verbod in als door de rechthebbende van de geldautomaat: a. een veiligheidsonderzoek is uitgevoerd waarin de risico's van de geldautomaat zijn onderzocht en 3
b. maatregelen naar aanleiding van het veiligheidsonderzoek zijn getroffen die naar het oordeel van de burgemeester voldoende zijn om het risico op een nieuwe plofkraak tegen te gaan. 3. In het veiligheidsonderzoek wordt in ieder geval meegenomen: a. of er alternatieve locaties in de buurt zijn waar geen sprake is van boven- en naaste bewoning en b. welke aanvullende veiligheidsmaatregelen mogelijk zijn tegen plofkraken. Lid 4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot het verbod tot gebruik/herplaatsing op de geldautomaat, of in de directe nabijheid daarvan. Lid 5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het bevel wordt aangebracht op de geldautomaat.
Artikel 2.16a komt te luiden 2.16a Aanwijzing van een gebied of gebouw als vergunningplichtig voor bepaalde bedrijfsmatige activiteiten 1. De burgemeester kan een gebied of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.64 bepaalde categorieen bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde of veiligheid verstoren, ondermijning veroorzaken of de spanning waaraan de leefbaarheid ter plaatse reeds bloot staat op ontoelaatbare wijze nadelig beInvloeden. 2. De burgemeester kan op grond van de belangen genoemd in het eerste lid gebouwen aanwijzen waar het verbod van artikel 3.64 van toepassing is als in de afgelopen vijfjaar vergunningen op basis van dat artikel aan een betrokkene bij de exploitatie van die gebouwen zijn geweigerd of buiten behandeling zijn gesteld. 3. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het eerste en tweede lid bepalen dat er gedurende de openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit een leidinggevende aanwezig is. J.
Artikel 3.64 komt te luiden Artikel 3.64 Exploitatie van aangewezen bedrijfsactiviteit Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem op grond van artikel 2.16a aangewezen gebouw of gebied. K.
Artikel 3.65 komt te luiden Art 3.65 Eisen aan de vergunningsaanvraag 1. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Naast het aanvraagformulier wordt bij een aanvraag ook een bedrijfsplan overlegd, waarin in ieder geval staat beschreven welke bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd en op welke
4
wijze wordt voorkomen dat de ontoelaatbare extra druk op de leefbaarheid wordt veroorzaakt, openbare orde en veiligheid worden verstoord of ondermijnende activiteiten worden gefaciliteerd. 3. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden en op te nemen in het bedrijfsplan. De burgemeester verleend als aan de verplichtingen voor de exploitatie wordt voldaan een gewijzigde vergunning. L. Artikel 3.67 komt te luiden 3.67 Bijzondere weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 3.64 weigeren als a. de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen van artikel 3.66; b. een eerdere vergunning voor de exploitatie van het bedrijf is ingetrokken of het bedrijf met toepassing van artikel 2.10 of van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; c. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zullen zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; d. het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het Omgevingsplan of de Wet Milieubeheer; e.
het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.65 naar zijn oordeel onvoldoende garanties geeft dat bedrijfsmatige activiteit de openbare orde of de veiligheid niet nadelig beInvloedt, ontoelaatbare druk op de leefbaarheid oplevert of ondermijning faciliteert. f. de aanvraag is gericht op het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteit in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking is verleend als bedoeld in artikel 3o van de Huisvestingswet; M. Artikel 3.68 komt te luiden 3.68. Bijzondere gronden voor intrekking De burgemeester kan de vergunning intrekken als a. het aannemelijk is dat inbedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de openbare orde in of om het bedrijf, de openbare orde en veiligheid op andere wijze in gedrang komen door de exploitatie van het bedrijf of aannemelijk is dat er sprake is van ondermijning als gevolg van de exploitatie van het bedrijf; b. in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000; c. in strijd wordt gehandeld met wat de exploitant in het bedrijfsplan heeft opgenomen; d. van wijzigingen in de exploitatie of het bedrijfsplan geen voorafgaande mededeling is gedaan aan de burgemeester of als na mededeling de exploitatie of het bedrijfsplan niet meer voldoen aan de eisen gesteld in artikel 3.65; e.
de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen van artikel 3.66; f. de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
5
g. in strijd wordt gehandeld met de verplichting opgelegd op grond van artikel 2.16 a lid 3 als dit lid is toegepast. N. Artikel 4.3 lid 3 komt te luiden 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet en geldt niet voor zover in het onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet of de verordening Wior 0. Artikel 4.7 komt te luiden: Artikel 4.7 Plakken en kladden 1. Het is verboden op een openbare plaats of zaak die vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende daarop: b. een geschrift, afbeelding of aanduiding aan te brengen of projecteren of; c. met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere wijze een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen. 2. Het verbod geldt niet als gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 3. De houder van de schriftelijke toestemming moet deze op eerste vordering van een toezichthouder of opsporingsambtenaar tonen. 4. Het college wijst aanplakobjecten aan voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame zijn. 5. Het college kan voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten nadere regels stellen die geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuiting. P. Artikel 4.8 komt te vervallen Q.
Artikel 4.9 komt te luiden: Artikel 4.9 Aanplakgereedschap 1. Het is verboden op een openbare plaats enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof, verfgereedschap, projector of beamer te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 4:7. R. In artikel 6.1wordt '2.7A, 2.7B eerste lid' vervangen voor '2.7 derde lid, 2.7 vierde lid'. Artikel II
6
De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 als volgt te wijzigen: Artikel 5.6 komt te vervallen Artikel III Artikel I van deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad. Artikel II van deze verordening treedt in werking bij een daartoe genomen collegebesluit. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2024
De plaatsvervangend voorzitter Kune Burgers
e raadsgriffier lolien Houtman Toelichting Algemeen deel Deze wijzigingsverordening is een verzameling van wijzigingen en kleine verbeteringen. Hoofdpunten in de wijziging zijn het aanscherpen van de duur van gebiedsverboden opgelegd aan dealers in het stadscentrum, wijzigingen die verduidelijken hoe de toepassing van de mogelijkheid tot het aanwijzen van gebieden, panden of branches als vergunningplichtig plaatsvindt, het invoeren van het ingebruiknameverbod van geldautomaten wanneer daar een plofkraak of ander incident plaats heeft gevonden, wijzingen met betrekking tot gebruik en handel in softdrugs als gevolg van de plaatsing van lachgas op de Opiumlijst in de Opiumwet. De wijzigingen zijn in het volgende schema weergegeven.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 1.7 Algemene gronden voor wijziging of intrekking
Artikel 1.7 Algemene gronden voor wijziging of intrekking
Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk wijzigen of of ontheffing geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken als: intrekken als:
7
a. ter verkrijging van de vergunning of ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
a. ter verkrijging van de vergunning of ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. dit vanwege veranderde wetgeving of gewijzigde b. dit noodzakelijk is ter bescherming van het omstandigheden of inzichten noodzakelijk is in het belang of de belangen in verband waarmee de belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of de ontheffing is vereist of vergunning of de ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen;
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen;
d. de houder geen gebruik maakt van de d. de houder geen gebruik maakt van de vergunning of ontheffing binnen de daarin vergunning of ontheffing binnen de daarin genoemde termijn of bij ontbreken daarvan binnen genoemde termijn of bij ontbreken daarvan binnen een redelijke termijn; een redelijke termijn; e. de houder of diens rechtsopvolger hierom vraagt; f. dit noodzakelijk is ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of de ontheffing is vereist of
e. de houder of diens rechtsopvolger hierom vraagt of; f. de vergunning of ontheffing is gegeven in strijd met een wettelijk voorschrift.
g. de vergunning of ontheffing is gegeven in strijd met een wettelijk voorschrift.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 2.7 Openlijk gebruik en handel
Artikel 2.7 Openlijk gebruik en handel
1. Het is verboden op of aan de weg of in een voor i. Het is verboden op of aan de weg of op andere publiek toegankelijk gebouw of vaartuig harddrugs voor publiek toegankelijke plaatsen harddrugs openlijk voorhanden te hebben, deze te gebruiken openlijk voorhanden te hebben, deze te gebruiken of voor dat gebruik een of meer voorwerpen of of voor dat gebruik een of meer voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben. stoffen openlijk voorhanden te hebben. 2. Het is verboden zich op of aan de weg op te 2. Het is verboden zich op of aan de weg op te houden als aannemelijk is dat dit gebeurt om houden als aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, dan wel Opiumwet of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar, stimulerende middelen of daarop gelijkende waar, te kopen of te koop aan te bieden. te kopen of te koop aan te bieden. 3. De verboden gelden niet voor middelen of activiteiten die van overheidswege worden bevorderd of zijn goedgekeurd in het belang van de volksgezondheid, in het bijzonder de preventie of de bestrijding van drugsverslaving, of de hulpverlening aan verslaafden. Artikel 2.7A Verbod lachgas
3. Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 4. Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen gelegen in het gebied dat is aangewezen in bijlage i bij deze verordening middelen als bedoeld in artikel 3 van
8
1.Het is verboden op een openbare plaats lachgas de Opiumwet of daarop gelijkende waar te recreatief als roesmiddel te gebruiken, gebruiken. voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stollen bij 5. Van het verbod in lid 4 zijn uitgezonderd zich te hebben, indien dit gepaard gaat met horecabedrijven die tevens beschikken over een overlast of andere gedragingen die de openbare gedoogverklaring van de burgemeester voor de orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig verkoop van softdrugs. beInvloeden of anderszins hinder veroorzaken. Artikel 2.7B Openlijk gebruik softdrugs 1. Het is verboden op of aan de weg of op andere voor publiek toegankelijke plaatsen gelegen in het gebied dat is aangewezen in bijlage 1 bij deze verordening middelen als bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken.
3. Van het verbod in lid 1 zijn uitgezonderd de terrassen van horecabedrijven als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 sub f APV die tevens beschikken over een gedoogverklaring van de burgemeester voor de verkoop van softdrugs, mits het terras tevens is opgenomen in de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.8 lid 1 APV.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 2.8 Aanwijzing overlastgebied
2.8 Aanwijzing algemene- en dealeroverlastgebieden
1. De burgemeester kan een overlastgebied aanwijzen als naar zijn oordeel sprake is van een
1. De burgemeester kan een overlastgebied
ernstige verstoring of bedreiging van de openbare aanwijzen als daar naar zijn oordeel sprake is van orde. Hij bepaalt daarbij of artikel 2.9 of artikel
ernstige verstoring of bedreiging van de openbare
2.9A van toepassing is.
orde.
2. Het is verboden zich in een overlastgebied op te 2. De burgemeester stelt bij het aanwijzen van een houden in een groep van meer dan vier personen
overlastgebied vast of sprake is van;
als dit leidt tot verstoring van de openbare orde. a. een algemeen overlastgebied; 3. De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de openbare orde in het overlastgebied naar zijn
b. een dealeroverlastgebied.
oordeel voldoende is hersteld. 3. De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de openbare orde in het overlastgebied naar zijn oordeel voldoende is hersteld. Artikel 2.9 Verblijfsverbod
Artikel 2.9 Verblijfsverbod algemeen overlastgebied
1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.8, eerste lid aangewezen
9
overlastgebied een van de volgende artikelen
1. De burgemeester kan een tijdelijk verbod
overtreedt of feiten of handelingen begaat,
opleggen om gedurende 24 uur in een algemeen
bevelen om zich daar voor de duur van 24 uur niet
overlastgebied aanwezig te zijn aan degene die
meer te bevinden:
een van de volgende artikelen overtreedt of feiten of handelingen begaat;
a. artikel 2.2, eerste lid; b. artikel 2.5, eerste lid;
a. artikel 2.2, eerste lid;
c. artikel 2.7, eerste of tweede lid;
b. artikel 2.5, eerste lid;
d. artikel 2.8, tweede lid;
c. artikel 2.7, eerste of tweede lid;
e. artikel 2.12, eerste lid;
d. artikel 2.12, eerste lid;
f. artikel 2.17, eerste of tweede lid;
e. artikel 2.17, eerste of tweede lid;
g. artikel 2.18, eerste of tweede lid;
f. artikel 2.18, eerste of tweede lid;
h. artikel 2.21;
g. artikel 2.21;
i. artikel 2.22, eerste lid;
h. artikel 2.22, eerste lid;
j. artikel 131 Wetboek van Strafrecht;
i. artikel 131 Wetboek van Strafrecht;
k. artikel 35o Wetboek van Strafrecht;
j. artikel 35o Wetboek van Strafrecht;
I. artikel 426 Wetboek van Strafrecht;
k. artikel 426 Wetboek van Strafrecht;
m. zakkenrollerij;
I. zakkenrollerij;
n. geweldsdelicten pleegt;
m. geweldsdelicten pleegt;
o. diefstallen uit auto's op of aan de weg pleegt, of n. diefstallen uit auto's op of aan de weg pleegt, of p. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet
o. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet
wapens en munitie voorhanden heeft.
wapens en munitie voorhanden heeft.
2. De burgemeester kan degene die in een
2. Als in het afgelopen jaar een verblijfsverbod voor
overlastgebied een van de in het eerste lid
24 uur als bedoeld in het eerste lid aan de
genoemde overtredingen pleegt, bevelen om zich overtreder is opgelegd, kan de burgemeester hem uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar
bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod
niet meer te bevinden:
voor 24 uur een verblijfsverbod voor een maand
a. voor de duur van een maand als hem binnen een opleggen. periode van een jaar tweemaal een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven;
3. Als in de afgelopen twee jaar eerder een
b. voor de duur van drie maanden als binnen een
verblijfsverbod voor een maand als bedoeld in het
jaar, nadat hem een bevel als bedoeld onder a. is
tweede lid of een verblijfsverbod voor drie
gegeven, hij opnieuw een van de in het eerste lid
maanden aan de overtreder is opgelegd, kan de
genoemde overtredingen pleegt;
burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast
c. voor de duur van drie maanden als binnen een
een verblijfsverbod voor 24 uur een verblijfsverbod
jaar, nadat hem een bevel als bedoeld onder b. of
voor drie maanden opleggen.
c. is gegeven, hij opnieuw een van de in het eerste lid genoemde overtredingen pleegt. Artikel 2.9A Verblijfsverbod dealers
Artikel 2.9A Verblijfsverbod dealeroverlastgebied
1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.8, eerste lid, aangewezen
1. De burgemeester kan degene die in een
overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt
dealeroverlastgebied artikel 2.7 tweede lid
waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om
overtreedt een tijdelijk verbod opleggen om
middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de gedurende 48 uur in het aangewezen Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen overlastgebied aanwezig te zijn. of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft
10
op het gebied van het verkopen of te koop
2. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een
aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar,
verblijfsverbod voor 48 uur als bedoeld in het
bevelen om zich onmiddellijk uit dat
eerste lid aan de overtreder is opgelegd, kan de
overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de burgemeester hem bij herhaalde overtreding een duur van drie maanden niet nneer te bevinden.
verblijfsverbod voor een maand opleggen.
2. De burgemeester kan aan degene, aan wie
3. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een
eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is
verblijfsverbod voor een maand als bedoeld in het
gegeven en die binnen een periode van een jaar
tweede lid aan de overtreder is opgelegd, kan de
opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen
burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast
overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat
een verblijfsverbod voor 48 uur een verblijfsverbod
overlastgebied te verwijderen en zich daar
voor drie maanden opleggen.
gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden.
4. Als in de afgelopen twee jaar al eerder een verblijfsverbod voor 3 maanden als bedoeld in het
3. Degene die een bevel heeft gekregen als
derde lid of een verblijfsverbod voor zes maanden
bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht
aan de overtreder is opgelegd, kan de
hieraan onmiddellijk te voldoen.
burgemeester hem bij herhaalde overtreding naast een verblijfsverbod voor 48 uur een verblijfsverbod voor zes maanden opleggen. 5.Degene die een verblijfsverbod is opgelegd is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. 2.2oA Geldautomaten 1. De burgemeester kan in het belang van de
openbare orde een gebruiks- of herplaatsingsverbod van een geldautomaat bevelen als daarop een plofkraak of poging tot plofkraak heeft plaatsgevonden. 2. De burgemeester trekt het verbod in als door de
rechthebbende van de geldautomaat: a. een veiligheidsonderzoek is uitgevoerd waarin de risico's van de geldautomaat zijn onderzocht en b. maatregelen naar aanleiding van het veiligheidsonderzoek zijn getroffen die naar het oordeel van de burgemeester voldoende zijn om het risico op een nieuwe plofkraak tegen te gaan. 3. In het veiligheidsonderzoek wordt in ieder geval meegenomen a. of er alternatieve locaties in de buurt zijn waar
geen sprake is van boven- en naaste bewoning en
11
b. welke aanvullende veiligheidsmaatregelen mogelijk zijn tegen plofkraken. 4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot het verbod tot gebruik/herplaatsing op de geldautomaat, of in de directe nabijheid daarvan. 5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het bevel wordt aangebracht op de geldautomaat.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
2.16a Aanwijzing als gebied, straat of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid
2.16A Aanwijzen gebied of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid.
1. De burgemeester kan een gebied, straat of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.64 bepaalde categorieen bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of ondermijning veroorzaken.
1. De burgemeester kan een gebied of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.64 bepaalde categorieen bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde of veiligheid verstoren, ondermijning veroorzaken of de spanning waaraan de leefbaarheid ter plaatse
reeds bloot staat op ontoelaatbare wijze nadelig 2. Hij wijst in het besluit de activiteiten aan beInvloeden. waarvoor de vergunningplicht geldt en geeft desgewenst aan welke specifieke voorwaarden aan de vergunningplicht worden verbonden. 2. De burgemeester kan op grond van de belangen 3. De burgemeester kan de aanwijzing intrekken genoemd in het eerste lid gebouwen aanwijzen zodra deze bedrijfsmatige activiteiten naar zijn waar het verbod van artikel 3.64 van toepassing is oordeel niet langer de openbare orde verstoren, als in de afgelopen vijf jaar vergunningen op basis het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins van dat artikel aan een betrokkene bij de ondermijning veroorzaken. exploitatie van die gebouwen zijn geweigerd of buiten behandeling gesteld. 3. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het eerste en tweede lid bepalen dat er gedurende de openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit een leidinggevende aanwezig is. Artikel 3.64. Exploitatie van een bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw
Artikel 3.64. Exploitatie van aangewezen bedrijfsactiviteit
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester de bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die op grond van artikel 2.16A door de burgemeester zijn aangewezen.
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem op grond van artikel 2.16a aangewezen gebouw of gebied.
12
Artikel 3.65 Aanvraag vergunning bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw
Art 3.65 Eisen aan de vergunningsaanvraag
1. De exploitant vraagt de vergunning aan door 1. Bij een aanvraag om een vergunning wordt gebruik te maken van een door de burgemeester naast het aanvraagformulier ook een bedrijfsplan vastgesteld formulier. overgelegd, waarin in ieder geval staat beschreven welke bedrijfsmatige activiteiten worden 2. Naast het aanvraagformulier wordt bij een ontplooid, op welke wijze de bedrijfsactiviteiten aanvraag ook een bedrijfsplan overlegd, waarin in worden gefinancierd en op welke wijze wordt ieder geval staat beschreven welke bedrijfsmatige voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord, activiteiten worden uitgevoerd en op welke wijze het woon- en leefklimaat wordt aangetast of er wordt voorkomen dat de ontoelaatbare extra druk anderszins ondermijning wordt veroorzaakt. op de leefbaarheid wordt veroorzaakt, openbare orde en veiligheid worden verstoord of 2. Als de exploitant het bedrijfsplan wil wijzigen, doet hij van de wijziging vooraf mededeling aan de ondermijnende activiteiten worden gefaciliteerd. burgemeester; deze mededeling wordt als 3. De exploitant is verplicht elke verandering in de onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt. uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden en op te nemen in het bedrijfsplan.
De burgemeester verleend als aan de verplichtingen voor de exploitatie wordt voldaan een gewijzigde vergunning.
Artikel 3.67 Bijzondere weigeringsgronden
3.67 Bijzondere weigeringsgronden
1. De burgemeester weigert een vergunning als:
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 kan de
a. het bedrijf wordt gevestigd in een woonruimte burgemeester een vergunning als bedoeld in waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking artikel 3.64 weigeren als is verleend als bedoeld in artikel 30 van de a. de exploitant of Ieidinggevende niet voldoet aan Huisvestingswet terwij1 die wel vereist is; de eisen van artikel 3.66; b. de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 3.66 gestelde eisen. b. een eerdere vergunning voor de exploitatie van 2. De burgemeester kan een vergunning weigeren het bedrijf is ingetrokken of het bedrijf met toepassing van artikel 2.10 of van deze verordening als: dan wel van artikel i3b van de Opiumwet is a. naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de gesloten; omgeving van het bedrijf of de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beInvloed of er om c. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de andere redenen sprake is van ondermijning door bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zullen het bedrijf; zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens b. een eerdere vergunning voor de exploitatie van de Wet arbeid vreemdelingen of het bedrijf is ingetrokken of het bedrijf met Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; toepassing van artikel 2.10 of van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is d.
het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in gesloten; strijd is met het Omgevingsplan of de Wet c. de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding Milieubeheer; geeft; e. het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.65 naar d. in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid zijn oordeel onvoldoende garanties geeft dat vreemdelingen; bedrijfsmatige activiteit de openbare orde of de veiligheid niet nadelig beInvloedt, ontoelaatbare
13
e. naar zijn oordeel het bedrijfsplan als bedoeld in druk op de leefbaarheid oplevert of ondermijning artikel 3.65 onvoldoende garanties geeft dat het faciliteert. woon- en leefklimaat in de omgeving van het f. de aanvraag is gericht op het uitoefenen van bedrijf of de openbare orde of de veiligheid niet nadelig wordt beInvloed of onvoldoende garanties bedrijfsmatige activiteit in een woonruimte geeft dat er om andere redenen geen sprake is van waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking ondermijning door het bedrijf; is verleend als bedoeld in artikel 30 van de f. er niet wordt voldaan aan de specifieke voorwaarden die in het aanwijzingsbesluit zijn opgenomen.
Huisvestingswet;
1 Artikel 3.68 Bijzondere gronden voor intrekking
3.68. Bijzondere gronden voor intrekking
De burgemeester kan de vergunning intrekken als: a. in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de openbare orde in of om het bedrijf;
De burgemeester kan de vergunning intrekken als a. het aannemelijk is dat inbedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de openbare orde in of om het bedrijf, de openbare orde en veiligheid op andere wijze in
b. in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen;
gedrang komen door de exploitatie van het bedrijf of aannemelijk is dat er sprake is van ondermijning
c. in strijd wordt gehandeld met hetgeen de exploitant in het bedrijfsplan heeft opgenomen;
als gevolg van de exploitatie van het bedrijf;
b. in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid d. het bedrijfsplan is gewijzigd zonder dat van de vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000; wijziging vooraf mededeling aan de burgemeester is gedaan of het bedrijfsplan na de wijziging niet c. in strijd wordt gehandeld met wat de exploitant meer voldoet aan de in artikel 3.65, eerste lid in het bedrijfsplan heeft opgenomen genoemde eisen; e. de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 3.66 gestelde eisen;
bedrijfsplan geen voorafgaande mededeling is
f. de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt.
gedaan aan de burgemeester of als na mededeling de exploitatie of het bedrijfsplan niet meer voldoen aan de eisen gesteld in artikel 3.65.
d. van wijzigingen in de exploitatie of het
e. de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen van artikel 3.66; f. de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt. g. in strijd wordt gehandeld met de verplichting opgelegd op grond van artikel 2.3.6 a lid 3, indien van toepassing.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 4.3 Voorwerpen en stoffen op, aan, in of boven de weg
Artikel 4.3 Voorwerpen en stoffen op, aan, in of boven de weg
[...]
[...]
14
3. Het verbod is niet van toepassing op 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet en geldt gesteld bij of krachtens de Omgevingswet en geldt niet voor zover in het onderwerp wordt voorzien niet voor zover in het onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de door de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet. Telecommunicatiewet of de Verordening werken in de openbare ruimte Amsterdam 2021 Artikel 4.7 Plakken en kladden
Artikel 4.7 Plakken en kladden
2.Het is verboden op de weg of op een zaak:
1. Het is verboden op een openbare plaats of zaak
die vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding toestemming van de rechthebbende daarop: of aanduiding op welke wijze dan ook aan te brengen of aan te laten brengen of a. een geschrift, afbeelding of aanduiding aan te brengen of projecteren of; b. met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere wijze een afbeelding, letter, cijfer of teken b. met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op aan te brengen of aan te laten brengen. andere wijze een afbeelding, letter, cijfer of teken 2.Het verbod geldt niet als:
aan te brengen.
a. gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift;
2. Het verbod geldt niet als gehandeld wordt
b. gehandeld wordt door of met schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of de zaak mits die toestemming vooraf is verleend en op eerste vordering kan worden getoond aan een toezichthouder of een opsporingsambtenaar of
krachtens wettelijk voorschrift. 3. De houder van de schriftelijke toestemming moet deze op eerste vordering van een toezichthouder of opsporingsambtenaar tonen. 4. Het college wijst aanplakobjecten aan voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame
c. het aanbrengen of laten aanbrengen geschiedt op een plaats die vanaf de weg niet zichtbaar is.
zijn. 5. Het college kan voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten nadere regels stellen die geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuiting.
Artikel 4.8 Aanplakobjecten
Artikel 4.8 Aanplakobjecten
1. Het college kan aanplakobjecten aanwijzen die uitsluitend bestemd zijn voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame zijn.
[vervallen]
2. Het verbod van artikel 4.7, eerste lid geldt niet wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangewezen aanplakobject. 3. Het college wijst in het belang van de vrijheid van meningsuiting een minimumaantal aanplakobjecten aan. Als het college geen
15
minimumaantal heeft aangewezen dan wel als er minder aanplakobjecten aanwezig zijn dan het college heeft aangewezen is het verbod van artikel 4.7, eerste lid niet van toepassing in het betreffende gebied ten aanzien van meningsuitingen die geen reclame zijn. 4. Het college kan voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten nadere regels stellen mits deze geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuiting. Artikel 4.9 Aanplakgereedschap 2.Het is verboden: a. met een aanplakbiljet, plakmiddel of plakgereedschap op de weg te zijn of b. tussen 22.00 uur en o6.00 uur op de weg te zijn met teer, krijt, kalk of een kleur- of verfstof.
Artikel 4.9 Aanplakgereedschap 1. Het is verboden op een openbare plaats enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof, verfgereedschap, projector of beamer te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 4:7.
2.Het verbod geldt niet als aannemelijk is dat deze voorwerpen of stollen niet gebruikt of bestemd zijn voor handelingen die op grond van artikel 4.7 verboden zijn.
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 5.6 Buiten toepassing laten van geluid- en Iichthindervoorschriften
Artikel 5.6 [Vervallen]
Bestaande tekst APV
Nieuwe tekst APV
Artikel 6.i Strafbepaling
Artikel 6.i Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel i.6 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een geldboete van de tweede categorie:
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel i.6 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een geldboete van de tweede categorie: i.8, 1.9, 2.2 eerste lid, 2.2 tweede lid, 2.2 derde lid, 2.2a, 2.3, 2.4, 2.5 eerste lid, 2.7 eerste lid, 2.7
26
1.8,1.9, 2.2 eerste lid, 2.2 tweede lid, 2.2 derde lid, 2.2a, 2.3, 2.4, 2.5 eerste lid, 2.7 eerste lid, 2.7
tweede lid, 2.7 derde lid, 2.7 vierde lid, 2.8 tweede lid (...)
tweede lid, 2,7A, 2.7B eerste lid, 2.8 tweede lid (...)
Artikelsgewijze toelichting van de wijziging Artikel 2.7 Handel, openlijk voorhanden hebben en overlastgevend gebruik van drugs, nepdrugs en hulpmiddelen komen in een artikel aan de orde, waarbij harddrugs en lachgas in de hele stad verboden zijn, terwijl voor softdrugs gebieden kunnen worden aangewezen waar een verbod geldt. Artikel 2.8 In artikel 2.8 vervalt lid 2, omdat algemene overlast (individueel of in groepen) al in art. 2.2A is geregeld. Verder definieert het artikel straks het type overlastgebied, in plaats van dit in artikelnummers te noemen. Dit maakt de artikelen duidelijker leesbaar. Artikel 2.9 en 2.9A Artikel 2.9 en 2.9A krijgen een consistente manier van beschrijven van de op te leggen verblijfsverbod en, waarin verwerkt is dat er vanwege toenemende overlast in het centrumgebied strenger gaat worden opgetreden tegen straatdealers. Dat uit zich door het eerste verbod voor 48 uur op te leggen waar dit voorheen 24 uur was, en de periode waarin wordt teruggekeken naar een voorgaand verbod wordt verlengd van een naar twee jaar. Art 2.16 In het nieuwe lid 2 wordt uitgewerkt dat bij weigering of buiten behandeling stellen van het ene pand van betrokkene, afhankelijk van de signalen ook andere panden vergunningplichtig kunnen worden gemaakt. Dit kon al, maar is door deze uitwerking in een afzonderlijk lid beter voorzienbaar.
Ook is nu in lid 3 opgenomen dat in een aanwijzingsbesluit kan worden opgenomen dat een leidinggevende tijdens openingstijden aanwezig moet zijn in de betreffende panden. Voor sommige type bedrijfsactiviteit zal dit wel wenselijk zijn, voor andere is dit niet nodig. Het voormalig lid 2 en 3 zijn overbodig. Dat sprake is van een vergunningsverleningsstelsel betekent al dat de burgemeester aan de vergunningvoorschriften kan verbinden in verband met het doel van die vergunning, en dat de vergunningplicht eenmaal opgelegd ook weer ingetrokken kan worden. Art 3.65 In lid i is expliciet gemaakt dat van een vastgesteld formulier gebruik moet worden gemaakt. In lid 3 is verduidelijkt dat bij wijzigingen van het bedrijfsplan een gewijzigde vergunning wordt verleend. Art 3.67 Het onderscheid tussen de gebonden bevoegdheid in discretionaire bevoegdheid voor verschillende weigeringsgronden vervalt. Overtreden van de Vreemdelingenwet en Omgevingswet zijn toegevoegd. Voormalig lid a en f zijn verwijderd. Lid a was geen bijzondere weigeringsgrond maar de algemene weigeringsgrond, lid f komt niet meer voor omdat er geen algemeen verbindende voorschriften in aanwijzingsbesluiten worden opgenomen.
17
Art 3.68 Lid g is toegevoegd, dit ziet toe op de mogelijk ingestelde verplichting een leidinggevende aanwezig to hebben. Art 4.1 De Wior is toegevoegd. Art 4.7 en 4.8 Projecteren is toegevoegd, artikel 4.8 is redactioneel vereenvoudigd en binnen artikel 4.7 opgenomen. Art 4.9 Redactioneel verduidelijkt en de specifieke tijden waarop het verbod geldt verwijderd.
3.8