Raadsbesluit 2024-215A Kunstenplan 2025-2028
Tekst van het document
Kunstenplan 2025-2028 22 november 2024
FOTOGRAAF Sanne Peper
FOTOGRAAF Sacha Hoebergen
Kunstenplan 2025-2028 22 november 2024
FOTOGRAAF Werner Strouven
Inhoud 1 Stad voor vele verhalen 2 Uitwerking van de Hoofdlijnen 1 Investeren in de hele stad 2 Ontwikkelen en ontmoeten: cultuureducatie en talentontwikkeling 3 Hoofdstad voor cultuur: samenwerking met de regio, gemeenten en het Rijk 4 Internationale cultuurstad 5 Cultureel vastgoed 6 Toegankelijkheid 7 Inclusie en Diversiteit 8 Sociale veiligheid 3 Subsidies instellingen onder verant woordelijk heid van de gemeente 2025-2028 4 Besluiten vierjarige subsidies 2025-2028 Amsterdams Fonds voor de Kunst 5 Prestatieafspraken en monitoring 6 Financiën Kunstenplan 2025-2028
7 15 16 19 23 26 29 31 35 36
5 41 49 53 57
Bijlagen
1. Impactanalyse van rijkssubsidie op Amsterdamse kunst en cultuur, gemeente Amsterdam, maart 2024 2. Verkenning van het verhogen van de gemeentelijke inkomsten ten gunste van kunst en cultuur, Berenschot, maart 2024 3. Creatief perspectief voor Amsterdam, Berenschot, november 2024 4. Definitief overzicht toekenningen regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028 Amsterdams Fonds voor de Kunst, november 2024 5. Aanscherping richtlijnen Meerjarenonderhoudsplan (MOP) en verantwoording 2025-2028
FOTOGRAAF Jakup Ferri
H1
Stad voor vele verhalen
Kunst en cultuur zijn cruciaal voor de samenleving in onze stad, al bijna 750 jaar. Ze geven ons leven kleur en raken ons aan. Dagen ons ook uit en maken ons nieuwsgierig. Kunst en cultuur brengen ons samen. Kunst en cultuur staan natuurlijk op zichzelf, maar kunnen ook een tegenkracht vormen. Een kracht die verbindt, inspireert en nieuwe perspectieven toont in een tijd van toenemende polarisatie en segregatie, steeds grotere economische verschillen en steeds minder verbinding tussen mensen. Dat hebben we nodig. Nu meer dan ooit.
7
Beleid voor 2025-2028
Kunstenplan 2025-2028
Toen de gemeenteraad de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 op 9 november 2023 vaststelde, zette de gemeente een belangrijke stap vooruit om de kunst en cultuur in de hoofdstad te steunen. Nieuw beleid voor een sterke, open en toegankelijke cultuurstad, waar Amsterdammers in alle wijken in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur. Door ongelijk te investeren voor gelijke kansen kunnen we een stad zijn voor vele verhalen. Scherpe keuzes waren daarom gemaakt voor een sterke cultuursector van Amsterdam, waaronder meer financiële ruimte huisstijl: 3 miljoen euro voor de instroom van instellingen in het Kunstenplan die ondervertegenwoordigd zijn of niet eerder een kans kregen op meerjarige subsidie. En we hebben gekozen voor directere ondersteuning voor makers en onafhankelijke kunstenaars. Op advies van de Amsterdamse kunstraad hebben we het speelveld gelijk getrokken door alle instellingen voor subsidie in het Kunstenplan 2025-2028 een aanvraag te laten doen bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). We hebben een uitzondering gemaakt voor 7 instellingen die een (bijzonder) gemeentelijk belang hebben. Deze nieuwe aanpak moest bijdragen aan meer gelijke kansen en meer instroom van nieuwe instellingen – onder andere uit Nieuw-West, Noord en Zuidoost – mogelijk te maken.
Met succes, 47 van de 164 instellingen gehonoreerd door het AFK stromen nieuw in, en het aandeel van activiteiten die gepland zijn in Zuidoost, Nieuw-West en Noord neemt toe. Om alle kinderen in Amsterdam in aanraking te brengen met kunst en cultuur blijven we investeren in cultuureducatie, zowel op school als in de vrije tijd. Hierbij maken de cultuurcoaches voor veel kinderen – die niet altijd vanzelfsprekend aan culturele activiteiten deelnemen – het verschil. Waar het ooit begon met een enkele combinatiefunctionaris muziek zijn er op dit moment 102 cultuurcoaches actief in het Amsterdamse onderwijs. Zij werken op minstens 60 Amsterdamse scholen voor primair onderwijs en 19 scholen voor voortgezet onderwijs. Met dit Kunstenplan hebben we de inzet van cultuurcoaches een volwaardig onderdeel van het stedelijk cultuurbeleid gemaakt.
8 Door ongelijk te investeren voor gelijke kansen kunnen we een stad zijn voor vele verhalen.
Op 19 december 2023 heeft de gemeenteraad het Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027 vastgesteld, gericht op het versterken en uitbreiden van de culturele voorzieningen in de stad. Hierbij staat de versterking en uitbreiding van de culturele infrastructuur van Nieuw-West, Noord en Zuidoost centraal, zodat ook de inwoners van deze snelst groeiende stadsdelen van Amsterdam toegang hebben tot en makkelijk in aanraking komen met kunst en cultuur. Op 24 april 2024 volgde de vaststelling van het nieuwe Broedplaatsenbeleid voor 2023-2026 waarmee we ook in de komende jaren ruimte willen blijven bieden aan makers, kunstenaars en creatieven. Talent zit overal in de stad. Verhalen, culturele uitingen en kunst zitten in alle buurten en wijken en die verdienen een plek in deze stad. Met het Broedplaatsenbeleid willen we het talent in de hele stad omarmen en hen meer toegang geven tot broedplaatsen. We werken actief aan het betrekken van de omgeving in de broedplaatsen. We stimuleren lokaal initiatief en gaan actief op zoek naar nieuwe initiatieven die ook een plek verdienen in de broedplaatsen. Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar Nieuw-West, Noord en Zuidoost. We verbreden ook de definitie van broedplaatsen, om ruimte te geven aan werkplekken, kunstenaarschap, maatschappelijk initiatief, programmering en internationale verbinding en ontwikkeling.
Landelijke ontwikkelingen De nabije wereld om ons heen waartoe wij ons als gemeente en kunst- en cultuursector verhouden, kende echter een ongekende verandering. Sinds de landelijke verkiezingen op 22 november 2023 waait er een minder kunst en cultuur gezinde wind in Den Haag. De nieuwe regering wijdt weinig tot geen woorden aan (het belang van) kunst en cultuur. Met een aangekondigd pakket aan fiscale maatregelen (waaronder een BTW-verhoging op kunst en cultuur, een generieke subsidiebezuiniging, korting op het gemeentefonds, afschaffing van de giftenaftrek voor cultuur en verhoging van de afdracht van de loterijen) rijdt het nieuwe kabinet de kunst- en cultuursector in
Nederland letterlijk klem. Ook worden – voor Amsterdam belangrijke – beleids doelstellingen van het Rijk op het gebied van onder meer diversiteit en inclusie en internationalisering afgezwakt. Daarbovenop volgde besluiten van het Rijk (in dit geval van enkele Rijkscultuurfondsen) om de aanvragen van onevenredig veel Amsterdamse culturele instellingen (21) met een landelijke functie voor de periode 2025-2028 niet te honoreren, ondanks een positief advies. Gezelschappen zoals De Warme Winkel, Orkater en Theater RAST, en festivals zoals Amsterdam Roots en het Grachtenfestival, zijn hun landelijke subsidie kwijt door nieuw spreidingsbeleid van het Rijk. Ingegeven door het rapport ‘Elke regio telt!’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur1, en een motie van BBB, ChristenUnie en de SGP, op 24 januari 2024 aangenomen door de Tweede Kamer gericht op regionale spreiding en het schrappen van het belang van inclusie en diversiteit in de besluitvorming van de landelijke subsidies.2 De standplaats van deze – in veel gevallen landelijk toonaangevende – instellingen voor podiumkunsten woog hierdoor in negatieve zin zwaarder dan de bewezen kwaliteit. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, niet alleen voor de rol van Amsterdam als culturele hoofdstad. Deze besluiten raken de gehele keten van podiumkunsten in het land, zoals ook de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten signaleert.3
Waarde van kunst en cultuur voor de stad Kunst en cultuur zijn van grote waarde voor onze stad. En als hoofdstad dragen we een verantwoordelijkheid voor kunst en cultuur in Nederland. Begin 2024 hebben we onderzocht wat de waarde is van kunst en cultuur voor Amsterdam. En we hebben gekeken naar de betekenis van kunst en cultuur in Amsterdam voor de rest van Nederland. Hieruit kwam een aantal belangrijke inzichten naar voren: • •
•
1 2 3
Zie Elke regio telt! Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (rli.nl) Zie Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2024 | Tweede Kamer der Staten-Generaal Zie ook 24-024-reactie-NAPK-op-adviezen-en-besluiten-2025-2028-aan-OCW.pdf
9 Kunstenplan 2025-2028
•
Van de circa 1.200 culturele instellingen in Amsterdam hebben er ongeveer 750 een vaste locatie, verspreid over de stad. Met 66 podia, 21 filmhuizen en bioscopen, 157 galeries, 44 musea en 159 culturele festivals is cultuur een belangrijk onderdeel van de stad. Daarnaast werken circa 185 podiumkunstengezelschappen vanuit Amsterdam. De Nederlandse kunst- en cultuursector is voor een belangrijk deel verzameld in Amsterdam: • 20 procent van de voorstellingen en concerten, 30 procent van de filmhuizen, 35 procent van de galerieën, 12 procent van de Rijksmonumenten en de 5 meest bezochte musea in Nederland bevinden zich in Amsterdam. • 25 procent van de kunst- en cultuursector met circa 31.000 banen in de stad. • De creatieve sector is goed voor ongeveer 10 procent van de werkgelegenheid van Amsterdam. De kunst- en cultuursector draagt met iets meer dan 4 procent bij aan de banen in onze stad. De Amsterdamse kunst- en cultuursector heeft een groot landelijk en internationaal bereik: • Voor ruim een derde (circa 7 miljoen) van de circa 20 miljoen jaarlijkse bezoekers van buiten de stad (waarvan ongeveer 75 procent uit het buitenland komt) is kunst en cultuur de hoofdreden voor het bezoek. • Circa 70 procent van de optredens van Amsterdamse podiumkunstengezelschappen vindt plaats buiten de stad (60 procent in Nederland, circa 10 procent in het buitenland).
• Van alle Nederlandse internationale culturele ‘export’ is de helft van Amsterdamse makers.
•
Kunstenplan 2025-2028
•
10
De Amsterdamse kunst- en cultuursector draagt in belangrijke mate bij aan de economie van onze stad: • De bijdrage aan het Bruto Binnenlands Product van de Amsterdamse sector bedraagt circa 2,2 miljard euro. • 40 procent van de bezoekers aan onze stad geeft aan gericht een bezoek te brengen voor het brede aanbod aan kunst en cultuur in de stad. • De sector creëert direct circa 19.000 fte (circa 31.000 banen) en indirect naar schatting nog 50-100 procent van dat aantal in sectoren die profiteren van het bestaan van de kunst- en cultuursector, zoals horeca, toerisme en technische dienstverlening (tussen de 8.000 en 19.000 fte). Uit vele onderzoeken blijft dat kunst en cultuur een belangrijke sociale waarde voor onze stad en samenleving hebben: • Kunst- en cultuur(educatie) dragen bij aan brede vorming van jongeren en de gezondheid en welbevinden van mensen in het algemeen. • Deelname aan en beleving van kunst en cultuur hebben positieve effecten op gemeenschappen, het vergroot de sociale cohesie, de welvaart en versterkt het maatschappelijk debat.
Een samenvatting van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 1.
Extra steun voor kunst en cultuur van het college Het college onderschrijft de waarde van kunst en cultuur voor Amsterdam en erkent de rol die wij hebben als culturele hoofdstad van Nederland. Tegelijkertijd zien we de uitdagingen waar de sector voor staat en geven we extra steun waar wij kunnen, hoewel de gemeentebegroting onder druk staat. In reactie op deze uitdagingen heeft het college besloten om extra steun te geven aan de kunst- en cultuursector van Amsterdam, als onderdeel van de meerjarige besluitvorming in het kader van de Voorjaarsnota 2024. We zullen dit voornemen bij de behandeling van de Begroting 2025 op 13-14 november 2024 aan de gemeenteraad voorleggen. Onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad besluiten we om: • het beschikbare budget voor de meerjarige subsidies binnen het Kunstenplan 2025-2028 incidenteel te verhogen met 12 miljoen euro; • het beschikbare budget voor de meerjarige subsidies op het gebied van muziekeducatie gedurende de periode 2025-2028 meerjarig incidenteel te verhogen met 1 miljoen euro per jaar. Deze bijdrage is bedoeld voor gratis muziekonderwijs in het basispakket (13 uur per jaar voor groep 3 t/m 8) in de hele stad.
Om zeven instellingen alsnog volledig te kunnen honoreren binnen de vierjarige regeling van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, heeft het college op 15 oktober 2024 de cultuurbegroting aangepast om een extra incidenteel bedrag vrij te maken van 1 miljoen euro. Tot slot heeft het college – onder voorbehoud van goedkeuring van de raad – ingestemd met een nominale compensatie van gemiddeld 1,8 procent voor subsidies voor 2025 en verder.
Meer samenwerking met private cultuurfondsen Door druk op de begroting kan het college nu niet alle financiële noden bij Amsterdamse instellingen – mede veroorzaakt door de landelijke besluiten – steunen. Daarom zoeken we gericht samenwerking met de private cultuurfondsen, zoals onder andere met het Cultuurfonds, Fonds 21, de Vriendenloterij en de VandenEnde Foundation. Waar in 2023-2024 reeds gestart is met samenwerkingen in relatie tot het DigitAll-fonds en het Blockbusterfonds XTRA, hebben we in reactie op de subsidiebesluiten van het Rijk verkend in welke mate de samenwerkende fondsen steun konden bieden aan de instellingen die het Rijk niet langer subsidieert, maar die via het AFK alsnog ondersteund worden. Eind 2024 wordt bekend welke steun deze organisaties kunnen bieden.
Bij de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 heeft de gemeenteraad ook motie 637 Publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds aangenomen van de leden Moeskops (D66), Minderhoud (PvdA), Van der Veen (GroenLinks) en Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen). De motie verzoekt het college te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om een publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds te realiseren, waar particuliere donaties door een publiek bestuur in de cultuursector worden verdeeld.4 Het college waardeert de motie en ziet net als de indieners van de motie dat de cultuursector meer steun vraagt dan de gemeente kan bieden. Maar juist in een tijd waarin – door maatregelen van het kabinet – een steeds groter beroep op private steun voor cultuur zal worden gedaan, acht het college het niet verstandig om een eigen privaat fonds op te richten en daarmee de markt voor private giften voor cultuur extra onder druk te zetten. De gemeente heeft een rol in de publieke financiering voor cultuur. Private fondsen en filantropen pakken hun eigen rol. De meerwaarde zit volgens het college in het zoeken van publiek-private samenwerking en afstemming. Niet in concurrentie met elkaar. In de geest van de motie streeft het college daarom de komende periode naar nauwe samenwerking met de eerdergenoemde private cultuurfondsen. De Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 vormen hierbij een leidraad.
Ook zoeken we samenwerkingen op met fondsen zoals het Gieskes-Strijbesfonds en de ELJA Foundation.
Meer ruimte voor makers
Ter uitvoering van de motie 639 Verbeteren bestaanszekerheid en ontwikkelkansen kunstenaars Amsterdam van de leden Minderhoud (PvdA), Moeskops (D66), Van der Veen (GroenLinks), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Garmy (Volt) en Emmerik (Partij voor de Dieren) presenteert het AFK in de loop van 2025 de regeling Ruimte voor Makers. We maken hierbij gebruik van de ervaringen die we hebben opgedaan met de Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans. Het college maakt voor de uitvoering van deze regeling in 2025 en 2026 incidenteel 0,25 miljoen euro per jaar vrij. De nieuwe regeling is toegankelijk voor professionele kunstenaars met woon- of werkadres in Amsterdam, zowel voor kunstenaars met een vakopleiding als voor autodidacten, een belangrijke groep in het culturele leven in Amsterdam. Door maximaal 3000 euro bij te dragen brengen we de uitvoeringslasten van een kunstenaar substantieel terug. Met het beschikbare budget kunnen we naar schatting meer dan 115 kunstenaars ondersteunen. Naast deze regeling kunnen kunstenaars ook aanspraak maken op de projectregeling van het AFK, als de kosten elkaar niet overlappen.
4
Te vinden via: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1043255/04598_moties-bijlagen_ hoofdlijnen_kunst_en_cultuur-web-v1.pdf
We willen ook in de komende jaren ruimte blijven bieden aan makers, kunstenaars en creatieven.
11 Kunstenplan 2025-2028
Repetitie- en maakruimtes zijn schaars en daardoor soms ook duur. Dit zorgt voor een grote druk op de werkpraktijk van Amsterdamse kunstenaars. Ruimte vinden en kunnen betalen is momenteel een van de grootste opgaven van kunstenaars in Amsterdam. Voor dansers voert het AFK op dit moment de Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans uit. Door deze regeling ondersteunen we dansfreelancers heel concreet met een bijdrage tussen 2000 euro en 3000 euro als tegemoetkoming in huurkosten voor ruimte voor repetitie, montage of onderzoek. Er is veel vraag van dansers naar deze regeling: doorgaans is binnen 10 minuten het maximale aantal aanvragen bereikt voor het beschikbare budget. Maar de behoefte om bij te dragen in de huur van repetitie- en maakruimtes is niet beperkt tot de danssector. Een aanvullende regeling is nodig zodat kunstenaars in alle sectoren een tegemoetkoming kunnen ontvangen voor ruimte voor onderzoek, ontwikkeling of productie.
Blik op de langere termijn
Kunstenplan 2025-2028
Bij de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 heeft de gemeenteraad het college met diverse moties gevraagd om te kijken hoe het budget voor cultuur in de gemeentebegroting in de toekomst zou kunnen groeien. Daarom hebben we eerst inzichtelijk gemaakt hoe een dergelijk groeiperspectief er uit zou moeten zien.
12
Voor de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes heeft onderzoeksbureau CEBEON in 2023 de begroting van de gemeente Amsterdam vergeleken met landelijke uitgaven binnen het gemeentefonds. In 2024 is Amsterdam aanvullend vergeleken met vijf andere gemeenten (Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Haarlem en Leiden) in de vorm van een benchmark.5 Amsterdam geeft op dit moment in vergelijking met deze steden in absolute zin het meeste uit aan kunst en cultuur. Maar uit het CEBEONonderzoek blijkt ook dat Amsterdam structureel minder uitgeeft aan kunst en cultuur, vergeleken met de referentiebudgetten in het gemeentefonds en de uitgaven van de genoemde steden, als we rekening houden met de (landelijke) centrumfunctie van Amsterdam. Om in lijn te komen met de referentiebudgetten in het gemeentefonds – en recht te doen aan de groei van de stad – zou het gemeentelijk budget voor kunst en cultuur in Amsterdam moeten worden verhoogd. Het eerdergenoemde onderzoek van de gemeente naar de waarde van kunst en cultuur voor Amsterdam laat eenzelfde beeld zien, in relatie tot de subsidiestromen van Rijk en gemeente.
Een vergelijkbare conclusie werd getrokken in het rapport Financiële ontwikkeling kunst en cultuur in Amsterdam (18 oktober 2023) dat onderzoeksbureau AEF deed in opdracht van de Amsterdamse kunstraad.6 Met de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 heeft de gemeenteraad de motie 646 Een perspectief van groei voor de Amsterdamse kunst en cultuur van de leden Van der Veen (GroenLinks), Minderhoud (PvdA), Moeskops (D66), Veldhuyzen ((Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Garmy (Volt), Bobeldijk (SP), Emmerik (Partij voor de Dieren), Khan (DENK) aangenomen. De motie verzoekt het college om verschillende groeiperspectieven in kaart te brengen: scenario’s die kunnen leiden tot meer geld voor de Amsterdamse kunst en cultuur. Denk bijvoorbeeld aan meer publiek-private samenwerking en een lobby om de groei van het gemeentefonds in de pas te laten lopen met het aantal nieuwe inwoners. Daarbij gebruik te maken van recente ontwikkelingen, onderzoeken en successen uit onder meer andere steden binnen en buiten Nederland.7 Vanwege deze motie heeft Berenschot in 2024 in opdracht van de afdeling Kunst en Cultuur de mogelijkheden verkend om het budget voor kunst en cultuur in de gemeentebegroting te vergroten. Een van de opties is volgens Berenschot een grotere uitname uit het voor Amsterdam beschikbare budget uit het gemeentefonds.
Een andere optie is volgens de onderzoekers een bijdrage uit de toeristenbelasting. Het onderzoek, inclusief aanbevelingen, is toegevoegd als bijlage 2.
5 6 7
Te vinden via: https://openresearch.amsterdam/nl/media/inline/2024/6/11/geobjectiveerde_ benchmark_begroting_amsterdam.pdf Te vinden via: https://www.kunstraad.nl/user-files/uploads/2023/10/Advies-Groei-vraagt-om-groei_ Amsterdamse-Kunstraad_18-okt-2023.pdf Te vinden via: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1043255/04598_moties-bijlagen_ hoofdlijnen_kunst_en_cultuur-web-v1.pdf
We hebben ook in kaart gebracht hoe we binnen de brede portefeuille van het college kunst en cultuur meer kunnen verbinden met de maatschappelijke opgaven van vandaag. Hiermee hebben we uitvoering gegeven aan motie 645 Kunst als oplossing van de leden Moeskops (D66), Minderhoud (PvdA), Van der Veen (GroenLinks), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Garmy (Volt). Hierin is het college verzocht om culturele activiteiten mee te nemen als oplossingsrichting voor maatschappelijke vraagstukken in alle stedelijke domeinen. Door voor elke portefeuille te bezien of en hoe kunst en cultuur kan bijdragen om maatschappelijke uitdagingen te verbeelden of om oplossingen voor vraagstukken te vinden, zowel binnen het sociaal als fysieke domein. En de raad te informeren over het gedane onderzoek, onder andere door een overzicht te geven van de vraagstukken waarin kunst en cultuur kan en wordt ingezet.8 Berenschot heeft in 2024 – in opdracht van de afdeling Kunst en Cultuur – een vervolgonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van het eerder in 2023 opgestelde rapport In de schijnwerpers, in opdracht van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer.9 Als eerste overheid in Nederland heeft de gemeente Amsterdam met dit onderzoek gedetailleerd in kaart gebracht hoe de culturele sector kan bijdragen aan maatschappelijke opgaven op alle portefeuilles.
Berenschot biedt met hun verkenning niet alleen inzicht in de mogelijke inzet van kunst en cultuur binnen de brede opgaven van de stad, maar geeft ook inspiratie, handvatten en handelingsperspectief aan verantwoordelijken binnen de gemeente om met behulp van culturele bijdragen aan de slag te gaan met actuele maatschappelijke vraagstukken. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 3. Het college komt in het eerste kwartaal van 2025 met een inhoudelijke reactie op het onderzoek.
Leeswijzer
8 9
Te vinden via: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1043255/04598_moties-bijlagen_ hoofdlijnen_kunst_en_cultuur-web-v1.pdf Te vinden via: https://www.berenschot.nl/nieuws/groeipotentie-culturele-sector-met-bijdrage- maatschappelijke-opgaven
13 Kunstenplan 2025-2028
Dit Kunstenplan 2025-2028 vormt de laatste fase in de besluitvorming over het komende Kunstenplan. Het beleidskader is vastgelegd in Vele verhalen maken de stad. Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028, vastgesteld door de gemeenteraad op 9 november 2023. In het document voor u presenteren we de inhoudelijke uitwerking van diverse beleidsthema’s uit de Hoofdlijnen, waarbij we onder andere ook nader ingaan op het aangepaste beleid voor cultuureducatie en een nieuw beleidskader voor sociale veiligheid (zie hoofdstuk 2). Op basis van het advies van de Amsterdamse kunstraad heeft het college op 11 juli 2024 besloten over de subsidies aan de 7 instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen in het Kunstenplan 20252028. Het gemeentebestuur besluit nu over de subsidies voor de 6 instellingen voor cultuureducatie die in het Kunstenplan 2025-2028 onder verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Ook heeft het college besloten over een reparatie voor de exploitatie van 3 instellingen die deel uitmaken van de ruimtelijke investeringsagenda op cultuur (zie hoofdstuk 3). Op 1 augustus 2024 nam het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) besluiten over de vierjarige subsidies in het Kunstenplan 2025-2028. Het college heeft op 15 oktober 2024 hierop aanvullend besloten over extra steun voor instellingen binnen het Kunstenplan 2025-2028 (zie hoofdstuk 4).
We gaan ook in op prestatieafspraken, monitoring en impactmeting (zie hoofdstuk 5). Tot slot presenteren we een aangepast financieel kader voor het Kunstenplan 2025-2028 (zie hoofdstuk 6).
FOTOGRAAF De Schaapjesfabriek
H2
Uitwerking van de Hoofdlijnen
De gemeenteraad heeft op 9 november 2023 de Hoofdlijnen Kunstenplan 20252028 vastgesteld. Sindsdien hebben we doorgewerkt aan de uitvoering van de plannen. In dit hoofdstuk schetsen we de laatste ontwikkelingen.
15
1. Investeren in de hele stad We investeren in activiteiten voor Amsterdammers van alle leeftijden, en in de uitbreiding van de culturele infrastructuur, onder meer de productie- en presentatieplekken die ruimte moeten bieden aan (nieuwe) makers en jong talent: plekken om te experimenteren, plekken voor nachtcultuur en plek voor kunst in de openbare ruimte.
Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027
Kunstenplan 2025-2028
De groei van de stad en de ambitie om een complete stad inclusief voorzieningen te maken, betekent ook groei van kunst en cultuur (inclusief broedplaatsen en nachtcultuur). Met de vaststelling van het Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027 door de gemeenteraad op 19 december 2023 hebben we een belangrijke stap gezet in hoe we hier in de komende jaren verder vorm aan geven.10 Noord, NieuwWest en Zuidoost krijgen extra aandacht als onderdeel van de inhaalslag op kunst en cultuur, maar we kijken ook naar andere delen van de stad waar verdicht wordt, waar nieuwe wijken worden toegevoegd en waar in de nieuwe situatie te weinig aanbod is.
16
Nulmeting kunst- en cultuurvoorzieningen Om een goed beeld te krijgen van de huidige culturele infrastructuur in de stad zijn we in 2023 gestart met een nulmeting. We hebben onderzocht welke kunst- en cultuurvoorzieningen, broedplaatsen, locaties voor nachtcultuur en creatieve vrije ruimte er momenteel zijn en hoe ze verspreid zijn over de stad. De nulmeting leverde een gedetailleerd overzicht op van het cultuuraanbod van de stad, stadsdelen, wijken en buurten. Het overzicht en de informatie die de nulmeting heeft opgeleverd helpen ons om goede afwegingen en keuzes te maken voor de culturele voorzieningen die we willen toevoegen aan de stad. Daarnaast willen we voorkomen dat er ongemerkt culturele plekken verdwijnen. We benutten de nulmeting om de inhaalslag op de culturele infrastructuur in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost te realiseren. Ook helpt dit instrument ons met de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen in relatie tot de groei van de stad. De eerste resultaten van het onderzoek hebben we al gepresenteerd. Zo hebben we een omvangrijke interactieve cultuurkaart ontwikkeld waarop Amsterdamse kunst- en cultuurvoorzieningen, broedplaatsen en plaatsen voor nachtcultuur en vrije ruimte zijn weergegeven. Deze kaart is publiek toegankelijk en te raadplegen op maps. amsterdam.nl/kunstencultuur.
De overige resultaten van het onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2025 aan de gemeenteraad gepresenteerd. Hiermee zal ook motie 593 Diverser maken van het cultuuraanbod in Amsterdam van het lid Konyucu (DENK) c.s. worden afgedaan. De nulmeting biedt conform de motie inzicht en handvatten om – daar waar het hard nodig is – het aanbod aan culturele ruimte te verrijken.
Broedplaatsen Op 24 april 2024 is het Broedplaatsenbeleid 2023-2026 door de gemeenteraad vastgesteld. In het nieuwe beleid ligt een nadruk op broedplaatsen die niet alleen werkruimtes bieden, maar ook ruimte geven aan kunstenaarschap, maatschappelijke initiatieven, (nacht)programmering en verbinding en ontwikkeling. Ook moeten de broedplaatsen diverser en toegankelijker worden voor kunstenaars, met name uit Nieuw-West, Noord en Zuidoost die in bestaande broedplaatsen sterk ondervertegenwoordigd zijn. Het nieuwe broedplaatsenbeleid volgt hiermee de ambities uit het Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028, gericht op een lokaal, nationaal en internationaal kunst- en cultuurklimaat in Amsterdam. We zijn begonnen met het eerder aangekondigde onderzoek naar het doorstroombeleid, bijgestaan door een klankbordgroep met vertegenwoordigers uit de Amsterdamse broedplaatsen.
10 Te vinden via: https://openresearch.amsterdam/nl/page/103024/strategisch-huisvestingsplan-kunst-en-cultuur-2023-2027
17
FOTOGRAAF Mariet Dingemans
Marco Herris, artistiek leider ISH
Kunstenplan 2025-2028
“ISH Dance Collective heeft een studio in Podium Lely in Nieuw-West. Door deze locatie kan ISH uiteenlopende werelden samenbrengen, precies dat waar de organisatie voor staat. Het is een ontmoetingsplek voor creatievelingen uit verschillende disciplines. En het is dé plek waar de ISH-voorstellingen gecreëerd worden. We zijn hier trots op en zien dat dit zorgt voor een positieve ontwikkeling voor de buurt!”
Nachtcultuur De nachtcultuur is belangrijk voor onze stad: niet alleen cultureel, maar ook sociaal en economisch. Dit belang werd erkend met de Nachtvisie (2021) en is sindsdien verder benadrukt in het Amsterdams Akkoord en de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 20232026. Door de nachtcultuurvoorzieningen op te nemen in het door de gemeenteraad vastgestelde Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027 en in dit Kunstenplan, willen we de positie van de Amsterdamse nachtcultuur nog verder verstevigen en stimuleren.
Kunstenplan 2025-2028
Nieuwe culturele verbindingen tussen dag en nacht stimuleren we met het Kunstenplan 2025-2028. Twee voorbeelden hiervan zijn de Melkweg en Sexyland, die ook een vierjarige subsidie ontvangen vanuit het Kunstenplan. Beide stichtingen combineren muziek, dans, mode, fotografie en vele andere kunstvormen, op elk tijdstip van de dag. Zij gaan verder dan alleen clubnachten en ze dragen ook talentontwikkeling hoog in het vaandel. Ook het Stedelijk Museum Amsterdam zoekt de komende jaren de verbinding tussen dag en nacht met de programmering van Buro Stedelijk. Meer crossovers tussen dag- en nachtcultuur krijgen in de komende jaren een plek in diverse nachtbroedplaatsen. Denk bijvoorbeeld aan een clubfunctie in combinatie met studio’s, ateliers of masterclasses. De eerste nachtbroedplaats komt in 2025 in Club Raum.
18 Meer crossovers tussen dag- en nachtcultuur krijgen in de komende jaren een plek in diverse nacht broedplaatsen.
We zetten in op talentontwikkeling en artistiek experiment in de nacht. Daarom heeft het AFK in opdracht van de gemeente in 2024 voor het eerst een subsidieregeling uitgevoerd specifiek voor de nachtcultuur. Makers, creatieven en organisatoren konden op een laagdrempelige manier toegang krijgen tot projectsubsidies en een startersregeling. Ook nachtclubs en organisaties die zich inzetten voor talentontwikkeling in de nacht kwamen in aanmerking. De eerste ronde van deze regelingen heeft veel organisaties bereikt die we in beeld hadden, bijvoorbeeld omdat zij al eerder langs het maandelijkse spreekuur nachtcultuur waren geweest. Deze organisaties vroegen meer ondersteuning dan we konden bieden in de eerste ronde van de regeling. Dit laat zien hoe belangrijk deze nieuwe impuls is voor de jongeren in de stad. De tweede ronde staat op dit moment open. De ambitie is om de regeling in 2025 voort te zetten.
Kunst in de openbare ruimte In het eerste kwartaal van 2025 presenteren we een nieuw gemeentelijk beleidskader voor kunst in de openbare ruimte. Door het grote aantal verzoeken om herdenkingsmonumenten zullen we richtlijnen formuleren, waaraan verzoeken moeten voldoen om voor uitvoering in aanmerking te komen. We komen aan initiatieven uit de samenleving tegemoet, omdat de gemeente van de openbare ruimte een plek wil maken waarin alle Amsterdammers zich kunnen herkennen. Daarom zal bij nieuwe kunstwerken het uitgangspunt van de inclusieve openbare ruimte richtinggevend zijn. Meer dan nu moeten meer Amsterdammers zich beter kunnen herkennen in de nieuwe kunstwerken en herdenkingsmonumenten in de stad. Ook bekijken we hoe we bestaande kunstwerken kunnen aanpassen om meer recht te doen aan de inclusieve openbare ruimte. Daarbij houden we rekening met het advies Inclusieve kunst openbare ruimte van het Stadscuratorium Amsterdam. Bijzondere aandacht gaat hierbij ook uit naar de uitvoering van het draagvlakonderzoek voor een monument voor gastarbeiders. Dit is een van de stappen die het college zet voor de uitvoering van het op 7 november 2023 ingediende initiatiefvoorstel Erkenning voor de rol van de gastarbeiders voor Amsterdam, van de leden Koyuncu (DENK), Bouhassani (PvdA) en Bentoumya (Groenlinks). De voorbereidingen voor de uitvoering zijn gestart.
We willen de uitkomsten van het onderzoek aan het einde van het eerste kwartaal van 2025 aan de raad presenteren.
2. Ontwikkelen en ontmoeten: cultuureducatie en talentontwikkeling In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 kondigden we een onderzoek onder scholen aan naar de stand van zaken van cultuureducatie in het primair en speciaal onderwijs. Dit onderzoek toonde aan dat op de meeste scholen in Amsterdam de doelstelling van twee uur per week cultuureducatie wordt gehaald. De gratis voorziening muziek, die de gemeente sinds 2013 faciliteert, speelt hierin een belangrijke rol. Het voornemen om het gratis muziekonderwijs te veranderen in een betaald muziekaanbod, heeft risico’s voor de voortgang van dit succesvolle beleid op de scholen, zowel financieel als organisatorisch. Het college heeft daarom meerjarig incidenteel extra middelen vrijgemaakt om het gratis muziekonderwijs voor de komende 4 jaar te behouden. Omdat de kern van het bestaande convenant hiermee behouden blijft, hoeven we geen nieuw convenant met scholen en instellingen af te sluiten. Wel is er een actuele visie op cultuureducatie geformuleerd en worden de voorwaarden voor deze voorziening verduidelijkt. Daarnaast wordt het voucherbedrag per leerling verhoogd.
Eerdere ambities nieuw convenant basispakket kunst- en cultuureducatie In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 kondigden we een nieuw convenant Basispakket kunst- en cultuureducatie aan tussen schoolbesturen, cultuureducatieve instellingen en de gemeente. Dit convenant moest aansluiten bij de kinderen en jongeren in Amsterdam van nu, maar ook rekening houden met de uitdagingen van deze tijd, zoals het lerarentekort en de hoge werkdruk op de scholen. Daarnaast was het, door de gestegen docentkosten, financieel ook niet meer haalbaar om de gratis voorziening muziek (13 uur muziekles voor leerlingen van groep 3 t/m 8) te behouden zoals die sinds 2013 wordt ingezet op de scholen. In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 kondigden we een onderzoek aan naar de stand van zaken van cultuureducatie in het primair en speciaal onderwijs en naar het draagvlak onder scholen om het gratis muziekaanbod betaald te maken.
Resultaten onderzoek onder scholen 2024
Behoud gratis muziekonderwijs Vanwege dit risico heeft het college in het kader van de Voorjaarsnota 2024 besloten extra middelen 1 miljoen euro per jaar meerjarig incidenteel vrij te maken voor de periode 2025-2028 om het gratis muziekonderwijs te behouden voor de komende 4 jaar. Het college vindt muziek een basisvoorziening en vindt dat alle kinderen hier recht op hebben. De lessen worden verzorgd door de 5 muziekscholen: Aslan Muziekcentrum, Muziekschool Amsterdam, Muziekschool Amsterdam Noord, Leerorkest en Muziekcentrum Zuidoost. Deze muziekscholen, verenigd in de Stichting Mosa (Muziek op School in Amsterdam), blijven gezamenlijk verantwoordelijk voor een dekkend raster en rooster over de stad voor de inzet van de vakdocenten muziek. In stadsgebied Weesp worden de binnenschoolse muzieklessen verzorgd door de Gooise Muziekschool. Zij zullen in de periode 2025-2028 de 13 uur gratis muziekles voor groep 3 t/m groep 8 verzorgen voor de scholen in Weesp. Voor het uitvoeren van deze gratis activiteit krijgen zij een subsidie via het stadsdeel.
19 Kunstenplan 2025-2028
Het onderzoek – uitgevoerd in het voorjaar van 2024 – onder scholen, met een respons van 55 procent, toont een aantal positieve zaken. Bijna alle scholen geven aan dat in alle klassen ongeveer 2 uur per week aan cultuureducatie wordt besteed. De vakken muziek en beeldend worden in grote mate in doorlopende leerlijnen aangeboden op school. Dit geldt in mindere mate voor theater en dans, deze vakken worden vooral projectmatig aangeboden. Verder geeft ruim 90 procent van de scholen muziekles, via het Basispakket of op een andere manier. De meeste scholen willen de basisvoorziening muziek het liefst behouden. Gezien de uitdagingen waar scholen voor staan, is deze voorziening niet alleen inhoudelijk waardevol, maar het ontzorgt scholen ook. Om dit aanbod los te laten en de scholen meer keuzevrijheid te geven, vraagt om organiserend vermogen en extra middelen. Het risico is dat scholen die het al moeilijk hebben daarom geen of minder gebruik meer zouden maken van de voorziening.
Kunstenplan 2025-2028
20 “Als cultuurcoach op een Praktijkcollege zie ik leerlingen vol creativiteit die vaak geen plek hebben waar ze terecht kunnen met hun passie of talent. Het is heel belangrijk om juist deze leerlingen te coachen in wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Ik zie hoe ze groeien in zelfvertrouwen als ze hun talenten ontwikkelen en delen.”
FOTOGRAAF Mariet Dingemans
Daniël Top, cultuurcoach De Dreef
Op 11 juli 2024 heeft het college de Amsterdamse kunstraad verzocht om advies uit te brengen over de subsidieaanvragen van 3 muziekinstellingen in het cluster cultuureducatie (Muziekschool Amsterdam, Aslan Muziekcentrum en het Leerorkest) voor het Kunstenplan 2025-2028. In hoofdstuk 3 staan de besluiten van het college – aan de hand van het op 8 november 2024 uitgebrachte advies van de kunstraad – over de subsidies aan deze 3 instellingen. Door de extra middelen kan de kern van het convenant worden behouden: 13 uur gratis muziekonderwijs per jaar voor alle kinderen in het primair en speciaal onderwijs van groep 3 tot en met groep 8. De voorzieningen blijven vrijwel ongewijzigd. Een nieuw convenant voor de komende periode is daarom niet nodig. De voorzieningen uit het Basispakket kunst- en cultuureducatie zijn al opgenomen in de VLOA en worden voor een periode van 4 jaar gecontinueerd. De voorwaarden om gebruik te maken van de voorzieningen worden geactualiseerd.
Actualisering visie cultuureducatie en voorzieningen Betekenisvolle cultuureducatie onder schooltijd vraagt om langdurige, gelijkwaardige samenwerking tussen scholen en culturele instellingen op basis van wederkerigheid. Naast binnenschoolse cultuureducatie zet de gemeente samen met schoolbesturen en scholen in op de doorstroming naar naschoolse en buitenschoolse talentontwikkeling. Om dit te bereiken zijn er via de VLOA de volgende voorzieningen beschikbaar voor Amsterdamse scholen:
Onderwijsvoorzieningen cultuureducatie in natura: • • • •
Vakdocent muziek (13 uur voor groep 3 t/m groep 8) Vervoer met de cultuurbus (8 ritten per schoolcarrière), uitgevoerd door Mocca Cultuurvouchers Inhoudelijke ondersteuning en advies, verzorgd door Mocca
Vakdocent muziek en vervoer met de cultuurbus:
Cultuurvouchers
De cultuurvouchers blijven basisvoorzieningen voor alle kinderen (po, onderbouw vmbo en (v)s0). We kijken hierbij niet naar bovengenoemde voorwaarden. De komende 4 jaar (vanaf schooljaar 2025-2026) gaat het voucherbedrag per leerling omhoog. In het primair onderwijs en de onderbouw van het vmbo gaat het bedrag van 22 euro naar 25 euro per leerling, in het speciaal onderwijs van 66 euro naar 75 euro per leerling. Scholen mogen deze tegoeden naar eigen inzicht inzetten voor cultuureducatie. De verhoging van het voucherbedrag geeft de scholen de ruimte om te kiezen voor meer verbreding of verdieping.
Kunstenplan 2025-2028
De voorwaarde voor deze voorzieningen zijn: • De school biedt minimaal 2 uur cultuureducatie per week, in doorlopende leerlijnen of betekenisvolle projecten. • De interne cultuurcoördinator (ICC’er) is cruciaal voor de uitvoering van het cultuurbeleid en hiervoor is een minimale inzet nodig van: • 2 uur per week voor kleine scholen (tot 200 leerlingen); • 3 uur per week voor middelgrote scholen (200-600 leerlingen); • 4 uur per week voor grote scholen (meer dan 600 leerlingen). • Het cultuureducatiebeleid van de school wordt opgenomen in het schoolplan. Dit schoolplan wordt meegestuurd met de aanvraag van de voorziening vakleerkracht cultuur (zie onder).
21
Mocca
Mocca blijft de rol vervullen van adviseur en intermediair tussen scholen en culturele instellingen. De focus ligt op een sterkere positie van de ICC’er, de begeleiding en de monitoring hiervan, om het cultuurbeleid in de scholen zo goed mogelijk te organiseren. Mocca doet ook de begeleiding van scholen bij het opstellen en actueel houden van het cultuureducatiebeleidsplan. Mocca blijft ook de penvoerder voor Amsterdam van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit vanuit het Rijk, inmiddels voor de vierde periode (2025-2028). In deze periode geldt het programma voor de hele keten, dus ook voor het vmbo en mbo. Voor de Cultuurbus krijgt Mocca 50.000 euro extra uit de stelpost cultuureducatie, om de gestegen brandstofprijzen te compenseren. Het aantal van 8 ritten per schoolcarrière zal hiermee gelijk blijven aan de ambitie van de vorige Kunstenplanperiode. Onderwijsvoorziening vakleerkracht cultuur
Kunstenplan 2025-2028
In aanvulling op de bovenstaande voorzieningen in natura, versterken we ook de komende 4 jaar de cultuureducatie op basisscholen met een vakleerkracht cultuur. Het gaat om een vergoeding van 12 euro per leerling, die gematcht wordt door de school. Zo kunnen meer kinderen in het basisonderwijs en speciaal onderwijs kennismaken met (een van) de culturele vakgebieden.
Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam
22 Alle kinderen die dat willen moeten hun talenten kunnen ontwikkelen.
Het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam (JFSCA) vergoedt de contributie voor culturele activiteiten voor kinderen van ouders met een laag inkomen, zodat alle kinderen die dat willen hun talenten kunnen ontwikkelen. Tot halverwege 2025 is de grens waarop huishoudens recht hebben op vergoedingen via JFSCA verhoogd van 120 procent naar 150 procent van het wettelijke sociaal minimum. We onderzoeken of we deze verhoging kunnen verlengen. Door de coronapandemie was er een flinke terugval in het aantal aanvragen voor een vergoeding voor culturele activiteiten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In 2022 en 2023 trok het aantal aanvragen maar heel langzaam aan. Mede door verschillende initiatieven van het JFSCA is de verwachting voor 2024 dat het aantal aanvragen weer stijgt. De komende 4 jaar wil het fonds groeien van 2650 aanvragen in 2025 naar 3500 in 2028. In hoofdstuk 3 zijn de door het college toegekende middelen opgenomen voor de cultuurvouchers, Mocca en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam.
Regeling Cultuurcoach Ongelijk investeren voor gelijke kansen blijven we doen via de Regeling Cultuurcoach. De cultuurcoaches zijn de schakel tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie. Deze verbindende functie tussen thuis, school en culturele instellingen in de buurt is de afgelopen jaren succesvol gebleken en krijgt daarom een vervolg. De cultuurcoaches worden ingezet op scholen met minimaal 30 procent leerlingen met een hoger risico op onderwijsachterstand. De regeling is bedoeld om het voor kinderen en jongeren makkelijk te maken om via school toegang te krijgen tot het kunst- en cultuuraanbod in Amsterdam en om meer leerlingen te laten doorstromen naar het naschoolse cultuureducatieaanbod. De regeling blijft open voor primair en speciaal onderwijsscholen, maar ook voor scholen voor vmbo- en praktijkonderwijs omdat de regeling goed aansluit bij de behoefte aan talentontwikkeling van deze jongeren. De regeling wordt uitgevoerd door het AFK. Bij het opstellen van de nieuwe regeling is het werkveld betrokken door een evaluatie en een klankbordsessie. De inhoud van de regeling blijft grotendeels ongewijzigd. Er zijn een paar kleine inhoudelijke aanpassingen, zoals een minimum van 8 uur per week dat de cultuurcoach actief is in de school, zodat deze echt impact kan maken. De oude regeling loopt nog door tot juli 2025.
De nieuwe regeling loopt van juli 2025 tot en met december 2028. Het totale budget voor de regeling Meerjarige subsidies Cultuurcoach 2025-2028 bedraagt jaarlijks 1.6 miljoen euro. Een aanvrager kan minimaal 25 duizend euro en maximaal 150 duizend euro per jaar aanvragen. Penvoerders (instellingen die voldoen aan de criteria
om aan te vragen en ook voor samenwerkingspartners kunnen aanvragen) kunnen voor maximaal 50 duizend euro per jaar aanvragen. De aanvragen kunnen worden ingediend tussen 18 en 29 november 2024. Uiterlijk 1 mei 2025 worden de besluiten bekend gemaakt. Deze planning geeft zekerheid voor de culturele instellingen en cultuurcoaches en continuïteit en rust op de scholen.
Nieuw beleid voor artistieke talentontwikkeling In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 hebben we het belang van artistieke talentontwikkeling benoemd. In het bijzonder de route van talenten buiten het formele circuit van vooropleidingen en kunstvakopleidingen, de zogenaamde autodidacten. In 2025 maken we een beleidsvisie op dit deel van artistieke talentontwikkeling in Amsterdam en onderzoeken wat deze doelgroepen nodig hebben om hun talenten tot bloei te laten komen. Om ervoor te zorgen dat de visie aansluit bij de praktijk zullen we de sector hier nauw bij betrekken.
3. Hoofdstad voor cultuur: samenwerking met de regio, gemeenten en het Rijk Als hoofdstad nemen we onze verantwoordelijkheid in de keten voor kunst en cultuur in Nederland. Meer dan 70 procent van de producties van Amsterdamse podiumkunsteninstellingen is te zien buiten de stadsgrenzen op vele podia (groot en klein) verspreid over het land. Amsterdamse podia en festivals bieden ook een belangrijke plek voor producties uit de rest van het land. Veel landelijke instellingen bereiken een breed en omvangrijk publiek in de hoofdstad, waar de vraag naar cultuur groot is. Onze musea trekken bezoekers uit het hele land. Ze pakken ook actief een rol in het mogelijk maken van bruiklenen en samenwerkingen met musea verspreid over het land om de collecties zo breed mogelijk te delen en toegankelijk te maken.
Metropoolregio Amsterdam In de loop van 2025 presenteren we samen met onze partners in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een samenwerkingsprogramma voor kunst en cultuur. Dit volgt op de presentatie van de brede MRA Agenda 2025-2028 eerder dat jaar. We starten onder andere een beleidsprogramma op het gebied van talentontwikkeling in de regio, in het bijzonder gericht op jongeren. Daarnaast verbinden we cultuur aan sociale en economische opgaven en de woningbouwopgave in de regio. We brengen in kaart hoe cultuur in de regio bereikbaarder kan worden, ook met het oog op meer spreiding van toerisme voor cultuur. We onderzoeken ook hoe we sector toegankelijker kunnen maken voor iedereen in de regio. We beginnen een project om kunst en cultuur in de MRA te koppelen aan regionaal toerisme.
G4 en de VNG Als één van de vier grote steden van Nederland (G4) werkt Amsterdam bestuurlijk en inhoudelijk actief samen met Rotterdam, Den Haag en Utrecht op het gebied van kunst en cultuur. In de periode 2025-2028 blijven we dit doen, onder andere door actief kennis uit te wisselen over grootstedelijk cultuurbeleid (bijvoorbeeld op het gebied van diversiteit en inclusie, talentontwikkeling en de ruimtelijke agenda voor kunst en cultuur). Ook willen we meer samenwerken bij internationalisering en bij het doen van onderzoek.
Meer dan 70 procent van de producties van Amsterdamse podiumkunsten instellingen is te zien buiten de stadsgrenzen op vele podia verspreid over het land.
23 Kunstenplan 2025-2028
Ook als gemeente pakken we bestuurlijk onze rol in het land. We kijken naar de regio, maar zoeken ook actief het contact met gemeenten (groot en klein) in Nederland om samen te werken op het gebied van cultuurbeleid en het belang van kunst en cultuur gezamenlijk uit te dragen. Daarnaast verhouden we ons – als culturele hoofdstad – actief tot het Rijk. De samenwerking met het Rijk bij de oprichting van het Nationaal Slavernijmuseum krijgt hierbij bijzondere aandacht.
Kunstenplan 2025-2028
24
FOTOGRAAF Wolthaus Paauw
“Als wethouder in Tilburg én als oud inwoner van Amsterdam ben ik blij dat we als steden zo goed samenwerken waar het gaat om kunst en cultuur. Het draagt bij aan de talentontwikkeling van onze inwoners, aan het tegengaan van eenzaamheid en het bevorderen van kansengelijkheid en welzijn van mensen.” Marcelle Hendrickx, wethouder Cultuur gemeente Tilburg / bestuurlijk woordvoerder cultuur VNG commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs
In de komende periode zal Amsterdam actief bijdragen aan de samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op het gebied van kunst en cultuur. We onderschrijven de propositie Samen cultuur borgen van de VNG11, gericht op de vorming van een nieuw landelijk cultuurbestel in 2029. Als onderdeel van de Koplopergroep Cultuur maken we ons bij het Rijk samen met de partners van de VNG hard voor onder andere de agendering van culturele talentontwikkeling vanuit het principe van kansengelijkheid, het uitwerken van één overheidsgedachte in het landelijke cultuurstelsel en fair pay.
Amsterdam en het Rijk Gezien de positie van Amsterdam in het landelijk cultuurstelsel, het omvangrijke aantal (gecofinancierde) landelijke instellingen in onze stad en de nationale rol van onze cultuursector, is het Rijk een belangrijke partner van Amsterdam voor kunst en cultuur. De gemeente en het Rijk zoeken elkaar hierin actief op. Dat blijven we doen. Het Rijk, provincies en gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de culturele infrastructuur in Nederland. De rijksoverheid trekt samen op met Amsterdam en de overheden in de MRA om de culturele infrastructuur in de regio verder te versterken. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) sluit elke 4 jaar Cultuur convenanten af met 15 stedelijke regio’s in Nederland, waaronder de MRA. In het convenant maken we afspraken voor de periode 2025-2028, onder meer over de cofinanciering van culturele instellingen in Amsterdam, maar ook over de samenwerking op het gebied van cultuureducatie en internationalisering. Ook zijn we in gesprek met het Rijk over de vorming van een nieuw landelijk stelsel voor cultuurbeleid vanaf 2029.
Nationaal Slavernijmuseum Met de presentatie door de kwartiermakers van hun advies Vertel het hele verhaal op 15 februari 2024 – en de daaropvolgende besluitvorming door de gemeenteraad – hebben Amsterdam en het Rijk zich samen definitief verbonden met de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum in onze stad met verbindingen met gemeenten in de rest van Nederland, het Koninkrijk en Suriname.
In de jaren tot de opening van het museum in 2030, werkt de gemeente actief samen met het ministerie van OCW en het ministerie van Binnenlandse Zaken.
11 Te vinden via: https://vng.nl/artikelen/propositie-samen-cultuur-borgen
25 Kunstenplan 2025-2028
Het Nationaal Slavernijmuseum neemt een bijzondere plek in in het Kunstenplan 20252028. Het museum moet het volledige verhaal over slavernij en Nederland vertellen. En moet een middel zijn voor herstel. Niet alleen met aandacht voor de gruwelijkheden die in het verleden hebben plaats gevonden. Ook wordt er inhoudelijk ruimte gegeven aan de wijze waarop het slavernijverleden doorwerkt in onze samenleving van vandaag, en de trots en kracht die de nazaten putten uit hun gedeelde verleden. Het museum zal het culturele verhaal van Amsterdam verrijken en een belangrijk platform bieden voor beeldende kunst, debat, film, media en podiumkunsten van de diaspora en nazaten. Het vormt het middelpunt in een netwerk van musea en culturele instellingen en initiatieven in Amsterdam, Nederland, het Koninkrijk, voormalige koloniën en andere landen die een band hebben met het slavernijverleden.
Het Nationaal Slavernijmuseum moet het volledige verhaal over slavernij en Nederland vertellen.
4. Internationale cultuurstad Kunst en cultuur spelen een belangrijke rol in het internationale profiel van Amsterdam. De stad biedt een podium aan internationale talenten en programmering in alle kunstdisciplines. Daarmee is Amsterdam een belangrijke aanjager van internationale, culturele en creatieve samenwerking. Andersom zijn vele Amsterdamse kunstenaars, makers en grote én kleine culturele instellingen aanwezig op het wereldtoneel. Bijna 50 procent van alle Nederlandse culturele activiteiten in het buitenland komen uit Amsterdam. Daarnaast vormt cultuur een middel om de waarden waar Amsterdam voor staat – zoals vrijheid, openheid, eigenzinnigheid en creativiteit – uit te dragen. Cultuur heeft bovendien een belangrijke (internationale) economische waarde. Kortom, Amsterdam is en blijft een internationale cultuurstad.
Kunstenplan 2025-2028
Landelijke ontwikkelingen
26
Het Rijk werkt op dit moment maatregelen uit waarbij ook zal worden bezuinigd op de beschikbare middelen voor het internationaal cultuurbeleid. Het is een stapsgewijze bezuiniging van zeker 3.5 miljoen euro tot 2029 (ruim 16 procent van de totale begroting voor internationaal cultuurbeleid). Vanaf 2029 stijgt dit zelfs verder tot een korting van meer dan 40 procent. Deze bezuinigingen hebben een onmiddellijk effect op de positie van Amsterdam als internationale cultuurstad en hebben ook gevolgen voor Amsterdamse makers en instellingen. We verwachten dat dit onder andere leidt tot: • Minder bezoekersprogramma’s en buitenlandse collectieve reizen, die onder andere georganiseerd worden door de Rijkscultuurfondsen en ambassades. Voor de sector zijn dit belangrijke programma’s om verdere professionalisering en samenwerking in de sector en tussen kunstenaars en instellingen te stimuleren.
Dit heeft zowel direct gevolgen voor makers en programmering van Amsterdamse instellingen, als voor de mogelijkheden voor internationale kunstenaars en instellingen die werk willen vertonen of samenwerkingen willen aangaan in onze stad; • Minder landelijke middelen voor internationale activiteiten van culturele instellingen; • Minder capaciteit en budgetten bij de Nederlandse ambassades en consulaten voor culturele samenwerking, zodat de opgebouwde expertise en netwerken deels verloren zullen gaan; • Een grote bezuiniging (33 procent met ingang van 2025) op de Rijksbijdrage voor het Prins Claus Fonds, dat in Amsterdam zit. Dit fonds speelt al meer dan 28 jaar een belangrijke rol in het bevorderen van de ontwikkeling, internationale uitwisseling en kennismaking van makers en talent uit 144 landen met Nederlandse – en voor een overgroot deel Amsterdamse – culturele instellingen en makers.
Extra inzet op internationalisering Juist in een tijd waarin het Rijk zich internationaal terugtrekt door onder meer te bezuinigen op het landelijk internationaal cultuurbeleid, wil Amsterdam nadrukkelijk naar voren brengen hoe belangrijk internationale culturele samenwerking en verbinding is. Dit doen we onder andere met projectsubsidies van het AFK in 2025-2028, waarin we voor het eerst ruimte maken voor steun aan internationale projecten. Hiermee bieden we Amsterdamse makers en instellingen de mogelijkheid tot uitwisselingen, kennisdeling, (verdere) professionalisering, netwerkopbouw en nieuwe samenwerkingen. Begin 2025 werken we dit samen met het AFK uit. Het college maakt daarnaast voor 2025 en 2026 in de cultuurbegroting incidenteel 0.25 miljoen euro per jaar beschikbaar voor een bijdrage aan het Prins Claus Fonds voor een speciaal internationaal uitwisselingsprogramma voor de Amsterdamse culturele sector. Jaarlijks gaat het om zo’n 10 samenwerkingen tussen Amsterdamse instellingen (waar mogelijk ook broedplaatsen en nachtcultuurinstellingen) en internationale kunstenaars uit het netwerk van het Prins Claus Fonds. Dit zal resulteren in tentoonstellingen, optredens, lezingen en andere publieke presentaties verspreid over de stad. Ook zal er jaarlijks een kennisdeelsessie met de hele Amsterdamse cultuursector worden georganiseerd.
27 Kunstenplan 2025-2028 FOTOGRAAF Dalal el Ouarach
“In de huidige verdeelde en complexe wereld zijn verbindingen tussen mensen en een kosmo politische blik belangrijker dan ooit. Of het nu gaat om migratie of klimaatverandering, het antwoord vereist wereldwijde samenwerking. ‘Daar’ en ‘hier’ zijn altijd verbonden. Framer Framed streeft naar een inclusief en rechtvaardig kunstenlandschap, waarin de stemmen van diegenen die minder luid zijn vanzelfsprekend worden gehoord en gewaardeerd.”
Voortzetten internationale ambities voor 2025-2028
Kunstenplan 2025-2028
Verder zetten we de lijn en ambities voor internationalisering uit de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 voort. Dit houdt in dat we ons enerzijds blijven richten op het belang van internationale samenwerking; en anderzijds onderzoeken of we de voorgenomen culturele (werk)bezoeken aan landen waar vele Amsterdammers hun herkomst hebben, in een kleinere vorm kunnen organiseren (in samenwerking met de Rijkscultuurfondsen, DutchCulture en het ministerie van OCW). Ook blijven we ons inspannen voor samenwerking en uitwisseling van kennis en beleid met cultuursteden in Europa en daarbuiten.
28
We maken eind 2024 een inventarisatie van de internationale ambities van de instellingen die we met het Kunstenplan 2025-2028 ondersteunen. Dit helpt ons om een gemeenschappelijk beeld te creëren van de kansen waar we als stad op kunnen inzetten. Deze inventarisatie is ook de basis voor een bijeenkomst met de sector rond het thema internationalisering, die we begin 2025 organiseren. In die bijeenkomst willen we gezamenlijk verkennen welke kansen en uitdagingen er zijn op het gebied van internationalisering en hoe we een toekomstbestendig internationaal cultuurbeleid kunnen vormgeven binnen de beperkte beschikbare ruimte. Het Nationaal Slavernijmuseum krijgt bijzondere aandacht in de internationale agenda voor kunst en cultuur van het college. We kijken concreet naar samenwerking met Suriname en de eilanden binnen het Koninkrijk. We verwelkomen ook het gezamenlijke initiatief van 4 internationaal opererende, culturele organisaties – DutchCulture, European Cultural Foundation, Prince Claus Fund en Cultural Emergency Response – om een nieuw platform voor internationale samenwerking te starten. Begin 2025 zullen zij een gemeenschappelijk pand in Amsterdam betrekken. Amsterdam wil samen met dit initiatief optrekken om het belang van internationale, culturele samenwerking vanuit de hoofdstad onder de aandacht te brengen.
Focus op Europa Diverse perspectieven en culturen verwelkomen is belangrijker dan ooit. Ook binnen Europa. We kijken naar samenwerking en uitwisseling met andere cultuursteden in Europa, naar meer mogelijkheden voor financiering en naar het versterken van netwerken. We intensiveren de samenwerking en uitwisseling met andere Europese cultuursteden en nemen daarin een leidende rol. We willen kansen benutten om samen de uitdagingen aan te gaan op het gebied van kunst en cultuur. Dit kan om thema’s gaan zoals nachtcultuur, inclusie en talentontwikkeling. We willen op meerdere manieren samenwerken: van bilaterale uitwisseling tot het vormen van coalities voor EU-projecten. We werken daarbij toe naar een Europese bijeenkomst van culturele (hoofd)steden uit de 27 EU-lidstaten in oktober 2025. Amsterdamse instellingen die in Europa willen samenwerken, helpen we op weg. Amsterdamse makers en instellingen kunnen kennisdelen en nieuwe ideeën opdoen door Europees samen te werken. In samenwerking met DutchCulture en de Creative Europe Desk bieden we diensten, advies en kennis aan waar die het meest nodig is en waar er behoefte aan is. Op die manier vergroten we de mogelijkheden voor Europese subsidies voor de Amsterdamse culturele sector, bijvoorbeeld door meer samen te werken met private cultuurfondsen die zich op Europa richten.
Tot slot verbinden en verstevigen we onze rol en positie in Europese netwerken, zoals Eurocities, EUNIC en EIT Culture & Creativity (van het European Institute for Innovation and Technology). Binnen dit laatstgenoemde netwerk is Amsterdam een belangrijke partner en trekker van het Cities & Regions Network, en host van een regionale hub. Dit kantoor fungeert onder andere als helpdesk en ondersteunt de Amsterdamse culturele en creatieve sector bij het vinden van Europese partners, het toegang krijgen tot Europese financiering, en het verbinden met bedrijven en kennisinstellingen.