CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2024-206E Bijlagen bij Toelichting BP Zuidas-Zuidasdok 2023

RAAD 14 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Zuidas-Zuidasdok 2023 (VN2024-012742)32.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM ,202 NR. 2116 VAN 13 _„ E-RAADSGRIFFIER, DV

Zuidas-Zuidasdok 2023

Zuidas-Zuidasdok 2023 Amsterdam, Gemeente Amsterdam vastgesteld

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Tracébesluit Zuidasdok (2016)

5

Bijlage 2

Wijziging Tracébesluit 2016

171

Bijlage 3

Wijziging Tracébesluit 2017

183

Bijlage 4

Wijziging Tracébesluit 2023

207

Bijlage 5

MER Zuidasdok

315

Bijlage 6

Notitie geluidbeperkende maatregelen Schinkelhaven

649

Bijlage 7

Quickscan natuur Zuidasdok (6-11-2020)

681

Bijlage 8 Rapportage vervolgonderzoek roofvogels en vleermuizen, Zuidas- Zuidasdokgebied (6-11-2020)

715

Bijlage 9

Onderzoek gebiedsfuncties voor vleermuizen (22-12-2021)

735

Bijlage 10 Rapport vervolgonderzoek roofvogels Zuidas en Zuidasdok 2021 (23-11-2021)

767

Bijlage 11

Natuuronderzoek Zuidasdok - ringslang (29-1-2021)

807

Bijlage 12

Quickscan geluidsschermen Zuidasdok (22-6-2021)

823

Bijlage 13 (12-1-2022)

Natuuronderzoek marterachtigen geluidschermen Zuidasdok

Bijlage 14

Stikstofdepositie (Aeriusberekeningen)

867

Bijlage 15

Nota vooroverleg

909

Bijlage 16

Nota van Beantwoording zienswijzen

915

Bijlage 17

Nota van Wijzigingen

983

Bijlage 18

Verbeelding

993

855

2

Zuidas-Zuidasdok 2023 Amsterdam, Gemeente Amsterdam vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

3

Zuidas-Zuidasdok 2023 Amsterdam, Gemeente Amsterdam vastgesteld

4

Zuidas-Zuidasdok 2023 Amsterdam, Gemeente Amsterdam vastgesteld

Bijlage 1 (2016)

Tracébesluit Zuidasdok

5

Tracébesluit Zuidasdok Deel I Besluit

Tracébesluit Zuidasdok Deel I Besluit

Maart 2016

TRACÉBESLUIT ZUIDASDOK Autosnelweg A10 (Ring Amsterdam) Zuid en knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel.

Vastgesteld op De Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken

.............................................................

Mw. Drs. M.H. Schultz van Haegen

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 1

Inhoud 1

Besluit Artikel 1. Tracéwijzigingen Artikel 2. Maximum rijsnelheden Artikel 3. Kunstwerken en andere bouwwerken Artikel 4. Overige infrastructurele voorzieningen en maatregelen Artikel 5. Tijdelijke maatregelen en voorzieningen Artikel 6. Te amoveren objecten Artikel 7. Tunnelveiligheid Artikel 8. (Verkeers)veiligheid Artikel 9. Geluidmaatregelen Artikel 10. Referentiepunten en geluidproductieplafonds Artikel 11. Waterhuishoudingsmaatregelen Artikel 12. Mitigerende maatregelen Flora- en faunawet Artikel 13. Compenserende maatregelen Bomenverordening Artikel 14. Maatregelen landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing Artikel 15. Uitmeet- en flexibiliteitsbepaling Artikel 16. Opleveringstoets Artikel 17. Evaluatieprogramma Artikel 18. Schadevergoeding Artikel 19. Crisis- en herstelwet Artikel 20. Slotbepaling

Beroep  Bijlage 1

4 4 6 6 8 9 9 9 10 10 12 12 13 15 15 15 16 16 17 17 17

18 Verplaatste referentiepunten en gewijzigde geluidproductieplafonds

20

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 3

1 Besluit

Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet stel ik, minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de staatssecretaris van Economische Zaken, het Tracébesluit Zuidasdok vast voor de wijziging van de autosnelweg A10 Zuid en de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. Het Tracébesluit Zuidasdok bestaat uit deze besluittekst met Bijlage 1: Verplaatste referentiepunten en gewijzigde geluid­ productieplafonds (I), een overzichtskaart, detailkaarten genummerd van 1 tot en met 4 en kaartbladen met lengteprofielen genummerd 5 en 6 (II). Bij het Tracébesluit hoort een toelichting (III) met zeven bijlagen. Deze toelichting met bijlagen maakt geen onderdeel uit van het Tracébesluit.

Artikel 1. Tracéwijzigingen 1. De A10 Zuid wordt verbreed en ingericht met een systeem van hoofd- en parallelrijbanen. Deze worden beschreven in de leden 4 tot en met 7. De A10 Zuid wordt ter hoogte van station Amsterdam Zuid aangelegd in twee tunnels met een lengte van circa 1 km voor de noordelijke hoofdrijbaan en parallelrijbaan en van circa 1.1 km voor de zuidelijke hoofdrijbaan en parallelrijbaan, conform de kilometeraanduidingen in de artikelleden 4 tot en met 7. De hoofdrijbanen en de parallelrijbanen liggen in gescheiden tunnelbuizen met een middentunnelkanaal. De tunnels worden voor wat betreft de toegankelijkheid voor vervoer van gevaarlijke stoffen ingedeeld in categorie C. 2. Het Tracébesluit voorziet tevens in de aanpassing van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel en de daarvan onderdeel uitmakende gedeelten van de autosnelwegen A4 (tot km 1.2), A10 West (tot km 22.1), A10 Oost (tot km 15.1) en A2 (van km 30.8 tot km 32.3). Deze aan­passingen worden beschreven in de leden 3 en 8 van dit artikel. 3. Het knooppunt De Nieuwe Meer wordt als volgt aangepast: a. De zuidelijke rijbaan van de A4 verbreedt ter hoogte van km 0.6 naar 4 rijstroken en splitst zich ter hoogte van km 0.3 in: i. naar rechts 2 rijstroken naar de zuidelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid; ii. naar links 2 rijstroken naar de zuidelijke hoofdrijbaan van de A10 Zuid. b.

De verbindingsweg A10 West naar A10 Zuid splitst zich ter hoogte van km 21.0 in: i. naar rechts met 1 rijstrook naar de zuidelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid; ii. naar links 2 rijstroken naar de zuidelijke hoofdrijbaan A10 Zuid.

4 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

c. De noordelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid splitst zich ter hoogte van km 20.9 in: i. naar rechts de verbindingsweg naar de A4 met 2 rijstroken, die ter hoogte van km 0.5 samenvoegen met de 2 stroken vanaf de noordelijke hoofdrijbaan A10 Zuid (3.e.ii) tot 3 doorgaande stroken die vervolgens samenvoegen met de huidige A4; ii. naar links de verbindingsweg naar de A10 West met 1 rijstrook. d. De verbindingsweg naar de A10 West (3.c.ii) voegt ter hoogte van km 21.5 samen met de hoofdrijbaan A10 West. Ter hoogte van km 21.6 voegt 1 rijstrook uit naar de S107 en voegt de doorgaande rijstrook onder het kunstwerk van de S107 in op de bestaande A10 West. e. De noordelijke hoofdrijbaan van de A10 Zuid splitst zich ter hoogte van km 0.1 in: i. naar rechts de verbindingsweg naar de A10 West met 2 rijstroken; ii. naar links de verbindingsweg naar de A4 met 2 rijstroken, die ter hoogte van km 0.5 samenvoegen met de verbindingsweg vanaf de noordelijke parallelrijbaan A10 Zuid (3.c.i). f. De overige rijbanen en verbindingswegen in het knooppunt blijven als bestaand. 4. De nieuwe zuidelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid wordt van west naar oost als volgt ingericht: a. Van km 20.8 tot km 20.2 bestaat de parallelrijbaan uit 3 rijstroken. b. Ter hoogte van km 20.2 verbreedt de parallelrijbaan naar 4 rijstroken. c.

Ter hoogte van km 20.1 voegen 2 rijstroken rechts uit naar aansluiting 8 (S108) en gaan 2 rijstroken rechtdoor. De afrit gaat over in meerdere rijstroken bij het kruispunt met de Amstelveenseweg. d. Ter hoogte van km 19.8 voegt de 1-strooks toerit vanaf aansluiting 8 (S108) samen tot 2 rijstroken. e. Van km 19.5 tot voorbij km 18.5 ligt de parallelrijbaan in de tunnel. f. Ter hoogte van km 17.7 voegt 1 rijstrook rechts uit naar aansluiting 9 (S109) en gaan 2 rijstroken rechtdoor. De afrit verbreedt direct na het uitvoegen naar 2 rijstroken en gaat bij het kruispunt met de Europaboulevard over in meerdere opstelstroken. g. De zuidelijke toerit vanaf aansluiting 9 (S109) bestaat uit drie rijstroken en voegt ter hoogte van km 17.4 samen tot twee rijstroken, die ter hoogte van km 17.3 samenvoegen met de parallelrijbaan tot 4 rijstroken (2+2 weefvak). 5. De nieuwe zuidelijke hoofdrijbaan van de A10 Zuid wordt van west naar oost als volgt ingericht: a. De 2 rijstroken vanaf de A4 (3.a.i) voegen ter hoogte van km 20.5 samen met de 2 rijstroken vanaf de A10 West (3.b.ii) tot 4 rijstroken. b. Van km 19.5 tot voorbij km 18.5 ligt de hoofdrijbaan in de tunnel. 6. De nieuwe noordelijke parallelrijbaan A10 Zuid wordt van oost naar west als volgt ingericht: a. Van km 16.5 tot km 16.9 bestaat de parallelrijbaan uit 3 rijstroken; b.

Ter hoogte van km 16.9 gaan 2 rijstroken rechtdoor en start het weefvak richting aansluiting 9 (S109). c. Ter hoogte van km 17.3 verbreedt het weefvak naar 2 rijstroken, die ter hoogte van km 17.4 rechts uitvoegen naar aansluiting 9 (S109). De afrit gaat over in meerdere opstelstroken bij het kruispunt met de Europaboulevard. Ter hoogte van km 18.2 voegt de 1-strooks toerit vanaf aansluiting 9 (S109) via een weefvak in. d. Van km 18.5 tot km 19.6 liggen 2 rijstroken in de tunnel. e. Ter hoogte van km 19.7 voegt 1 rijstrook rechts uit naar aansluiting 8 (S108) en gaan 2 rijstroken rechtdoor. De afrit gaat over in meerdere opstelstroken bij het kruispunt met de Amstelveenseweg. f. Ter hoogte van km 20.5 voegen 2 rijstroken vanaf aansluiting 8 (S108) via een weefvak samen tot 3 rijstroken. 7. De nieuwe noordelijke hoofdrijbaan A10 Zuid wordt als volgt ingericht: a. van km 16.5 tot km 17.3 bestaat de hoofdrijbaan uit 5 rijstroken b. van km 17.3 tot km 20.8 bestaat de hoofdrijbaan uit 4 rijstroken. c. Van km 18.5 tot km 19.6 ligt de hoofdrijbaan in de tunnel. 8. Het knooppunt Amstel wordt als volgt aangepast: a. De zuidelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid splitst zich ter hoogte van km 16.7 in: i.

naar rechts de verbindingsweg naar de A10 Oost met 2 rijstroken die samenvoegen met de 3 rijstroken van de hoofdrijbaan A10 zuid naar A10 Oost (8.b.ii) via een weefvak tot 4 rijstroken; ii. naar links de verbindingsweg naar de A2 richting Utrecht met 2 rijstroken die samenvoegen met de verbindingsweg vanaf de hoofdrijbaan A10 Zuid (8.b.i) tot 4 rijstroken en ter hoogte van km 15.7 versmallen naar 3 rijstroken. Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 5

b. De zuidelijke hoofdrijbaan van de A10 Zuid verbreedt ter hoogte van km 17.50 van 4 naar 5 rijstroken en splitst zich ter hoogte van km 16.8 in: i. naar rechts de verbindingsweg naar de A2 richting Utrecht met 2 rijstroken die samenvoegen met de verbindingsweg vanaf de parallelrijbaan (8.a.ii); ii. naar links 3 doorgaande rijstroken naar de A10 Oost. c. De verbindingsweg van de S110 naar de A10 Oost vervalt. d. De 2-strooks verbindingsweg van de A10 Oost naar de A2 versmalt ter hoogte van km 16.4 naar 1 rijstrook en voegt samen met de 1-strooks S110 tot 2 rijstroken, die vervolgens samenvoegen met de 3-strooks verbindingsweg vanaf de A10 Zuid (8.b.i) via een weefvak tot de A2 met 4 rijstroken richting Utrecht. e. De 4-strooks verbindingsweg van de A10 Zuid naar de A10 Oost voegt ter hoogte van km 15.5 samen met de 2-strooks verbindingsweg vanaf de A2 Utrecht via een weefvak tot de 5-strooks A10 Oost. f. De overige rijbanen en verbindingswegen in het knooppunt blijven als bestaand. 9. Vluchtstroken zijn aanwezig waar deze op de detailkaarten (II) zijn weergegeven. 10. De maatregelen opgenomen in de leden 1 tot en met 9 worden gerealiseerd binnen de op de detailkaarten (II) aan­ gegeven maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, zone Wegverharding’, ‘Verkeersdoeleinden, zone open Tunnelbak’ en ‘Verkeersdoeleinden, zone gesloten Tunnel’. 11.

De aanpassingen en het daarbij behorende ruimtebeslag vinden plaats overeenkomstig de detailkaarten en de kaart­ bladen met lengteprofielen (II). De kilometeraanduidingen bij de maatregelen genoemd in de leden 2 tot en met 8 en 12 zijn afgerond, voor de exacte maatvoering zijn de detailkaarten maatgevend. 12. De hoogteligging van de parallelrijbanen tussen km 20.8 en km 16.9 is gelijk aan hoogteligging van de hoofdrijbanen, zoals weergegeven op de kaartbladen met lengteprofielen bij dit Tracébesluit.

Artikel 2. Maximum Rijsnelheden De maximum rijsnelheden op de A10 Zuid en de van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel onderdeel uitmakende gedeelten van de A4, A10 West, A10 Oost en A2 zijn weergeven in Tabel 1. Rijbaan

Van km - tot km (indicatief)

Maximumsnelheid

Zuidelijke hoofdrijbaan Zuidelijke parallelrijbaan Noordelijke hoofdrijbaan Noordelijke parallelrijbaan Verbindingsweg parallelrijbaan A10 Zuid richting hoofdrijbaan A10 Oost

1.0 (A4)/20.5 (A10 Zuid ) - 32.3 (A2)/15.1 (A10 Oost) 0.3 - 15.9 (A10 Oost)/16.5 (A2) 15.1 (A10 Oost)/32.2 (A2) – 20.9 (A10 Zuid)/1.0 (A4) 15.3 - 21.4 (A10 west)/1.3 (A4)

100 km/u 80 km/u 100 km/u 80 km/u 50 km/u

Tabel 1 – Rijsnelheden

Artikel 3. Kunstwerken en andere bouwwerken 1. De op de detailkaarten aangeduide maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, zone open Tunnelbak’ en ‘Verkeersdoeleinden, gesloten Tunnel’ zijn mede bestemd voor de in verband met de in artikel 1 lid 1 beschreven tunnels op te richten bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die met het oog op het adequaat functioneren van de tunnel noodzakelijk zijn, met een maximale hoogte van 10 meter ten opzichte van het maaiveld ter plaatse van de tunnel. 2. De op de detailkaarten opgenomen maatregelvlakken ‘zoekgebied Dienstgebouwen tunnel’ zijn bestemd voor de aanleg van de dienstgebouwen ten behoeve van de in artikel 1 lid 1 beschreven tunnels, met een maximale hoogte van 15 meter ten opzichte van het maaiveld ter plaatse van de tunnel en een maximale oppervlakte per dienstgebouw zoals deze oppervlakte is weergegeven op de detailkaarten (II).

6 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

3. Naast de tunnels als beschreven in artikel 1 lid 1 worden de in Tabel 2 vermelde kunstwerken nieuw aangelegd dan wel aangepast binnen het op de detailkaarten (II) aangegeven maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, zone nieuwe/aan te passen Kunstwerken’. 4. De minimale doorgangshoogten van de tunnels en van de volgens Tabel 2 aan te passen en nieuwe kunstwerken voor onderdoorgaand verkeer zijn als volgt: a. voor autoverkeer 4,6 m; b. voor fietsverkeer 2,5 m; c. voor vaarverkeer i. voor het beweegbare deel van de Schinkelbruggen bij gesloten brug vanaf winterpeil -0,64 meter NAP tot +6,50 meter NAP; ii. voor het vaste deel van de Schinkelbruggen aan de oostelijke oever vanaf winterpeil -0,64 meter NAP tot +5,71 meter NAP; iii. voor de Amstelbruggen vanaf streefpeil -0,40 meter NAP tot +5,30 meter NAP; d. voor railverkeer van de museumtramlijn 5,1 m. Kunstwerk

Nummer

Type

Aanpassing/ nieuw

Viaduct Viaduct Viaduct Viaduct Beweegbare brug Beweegbare brug

Nieuw Nieuw Nieuw Aanpassing Nieuw Nieuw

Viaduct Viaduct Viaduct Viaduct Viaduct

Nieuw Aanpassing Nieuw Aanpassing Nieuw

Aansluiting 9 (S109) zuid – fiets- en voetpad Noord-zuid fietsverbinding Beatrixpark – Vivaldistraat Aansluiting 9 (S109) noord – fiets- en voetpad Noordelijke parallelrijbaan A10 Zuid - spoor

KW07A KW07B KW08B KW10A KW09B KW10B KW11A KW11B KW11C KW17A KW17B KW18A KW18C KW48 KNA03A KNA03B

Viaduct Viaduct Viaduct Vaste brug Voorgespannen vaste brug Viaduct Viaduct Viaduct Viaduct Ondertunneling Viaduct Ondertunneling

Nieuw Aanpassing Nieuw Aanpassing Nieuw Aanpassing Nieuw Nieuw Aanpassing Aanpassing Aanpassing Uitbreiding

Hoofdrijbaan A10 Zuid – A2 Verbindingsweg A10 Oost – S110 over Joan Muyskenweg Verbindingsweg A2 – noordelijke rijbaan A10 Zuid Parallelrijbaan A10 Zuid - hoofdrijbaan A10 Zuid Zuidelijke parallelrijbaan A10 Zuid – spoor

KNA05B KNA16 KNA07 KNA08A KNA08B

Brug Viaduct Viaduct Viaduct Zettingsvrije plaat ter bescherming fundering spoorbrug Brug Viaduct

Aanpassing Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw

Verbindingsweg zuidelijke A4 – zuidelijke hoofdrijbaan A10 Zuid Verbindingsweg A4 – A10 Zuid Verbindingsweg noordelijke parallelrijbaan A10 Zuid - A4 Aansluiting 7 (S107) – Overschiestraat Noordelijke Schinkelbrug parallelrijbaan A10 Zuid Zuidelijke Schinkelbruggen

KNM10 KNM08 KNM19 KNM21 KW01B KW02A t/m KW02C Noordelijke rijbaan A10 Zuid - Museumtramlijn KW03B Zuidelijke rijbaan A10 Zuid – Museumtramlijn KW04A Zuidelijke rijbaan A10 Zuid – Museumtramlijn KW04B Zuidelijke hoofdrijbaan A10 Zuid – Amstelveenseweg KW06A Noordelijke en zuidelijke parallelrijbaan A10 Zuid - Amstelveenseweg KW05B KW06B Noordelijke rijbaan A10 Zuid - Europaboulevard Zuidelijke parallelrijbaan A10 Zuid – Europaboulevard Zuidelijke hoofdrijbaan A10 Zuid - Amstel Noordelijke en zuidelijke parallelrijbaan A10 Zuid – Amstel Noordelijke rijbaan A10 Zuid - Noordzuidlijn

Hoofdrijbaan A10 West - Duivendrechtsevaart KNA10 Verbindingsweg zuidelijke parallelrijbaan A10 Zuid naar A10 Oost – A2 KNA11B

Aanpassing Nieuw

Tabel 2 – Aan te passen bestaande kunstwerken en te realiseren nieuwe kunstwerken

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 7

Artikel 4. Overige infrastructurele voorzieningen en maatregelen 1. De in Tabel 3 vermelde overige infrastructurele voorzieningen en maatregelen worden gerealiseerd dan wel aangepast. Locatie

Omschrijving

Schinkel

Aanpassen fietsverbinding Schinkelsluis: de fietsverbinding wordt in stand gehouden door deze om de nieuwe brugconstructie aan te leggen. Nieuwe fietsverbinding over de Schinkel op de meest zuidelijke Schinkelbrug. De fietsroute sluit aan op de Riekerweg aan de westzijde en het Piet Kranenbergpad aan de oostzijde. Er wordt een vaarweg gerealiseerd aan de oostelijke oever onder het vaste deel van de brug ten behoeve van het verplaatsen van woonboten aan de zijde van de Jachthavenweg. De fietsverbinding Jachthavenweg tussen de jachthaven en de A10 wordt afgewaardeerd tot een schelpenpad. Het bestaande fietspad en voetpad en fietsparkeervoorzieningen vervallen. Onder het viaduct langs de Amstelveenseweg wordt een nieuwe fietsparkeervoorziening gerealiseerd. De bestaande bushalte langs de toerit aan de noordzijde vervalt, er wordt voorzien in een nieuwe halte langs de Amstelveenseweg voor bussen uit noordelijke richting. Het bestaande fietspad ten noorden van de A10 Zuid wordt aangepast in verband met de verbreding. Aanpassen kruispunten aan nieuwe infrastructuur: de rijbaanindeling op het kruispunt ten noorden van de A10 Zuid wordt aangepast aan de nieuwe toerit S108. Aan de zuidzijde van de A10 Zuid wordt de gewijzigde busbaan langs het gebouw Infinity (voormalig ING) aangesloten op het kruispunt.

Bij de aansluiting 9 (S109) zuid wordt het fietspad richting de Amstelbrug verlegd in verband met het toevoegen van een rijstrook aan de toerit. Aanpassen kruispunten aan nieuwe toerit en afrit van aansluiting 9. Afrit HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) bij gebouw Infinity: De afrit vanaf de A10 Zuid naar Amstelveenseweg wordt aangepast. Aanpassen fietsroute langs en diensttoegang tot Amstelpark. Fietsbrug over de Amstel: de huidige fietsroute over de Amstel komt terug op de zuidelijke Amstelbrug, naast de zuidelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid. De boothelling op de oostelijke oever wordt indien noodzakelijk verplaatst. De afmeerplaatsen op de westelijke oever worden indien noodzakelijk aangepast. De functionaliteit van beide voorzieningen wijzigt niet. Inpassing watergang, fietsroute en toegangsweg: de watergang wordt plaatselijk versmald.

Schinkel Schinkel Schinkel Tripolis Aansluiting 8 Beatrixpark/Rai Amstelveenseweg

Aansluiting 9 Europaboulevard Gebouw Infinity Amstelpark Amstel Amstel Ouderkerkerdijk

Tabel 3 - Overige infrastructurele voorzieningen en maatregelen

2. De overige infrastructurele voorzieningen en maatregelen, behoudens de vaarweg bij de Schinkel, de boothelling op de oostelijke oever van de Amstel en afmeerplaatsen op de westelijke oever van de Amstel, worden gerealiseerd dan wel aangepast binnen de op de detailkaarten (II) aangegeven maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, zone Fietspad’ en ‘Verkeersdoeleinden, zone Wegverharding’.

8 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Artikel 5. Tijdelijke maatregelen en voorzieningen 1. Behalve definitieve werken met het oog op de uitvoering van het Tracébesluit kunnen op de gronden die op de detailkaarten zijn aangeduid als maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, zone Wegverharding’, ‘Verkeersdoeleinden, Werkterrein’ en maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, Zoekgebied Werkterrein’ tijdelijke werken ten behoeve van de uitvoering van het Tracébesluit worden uitgevoerd. Onder tijdelijke werken worden onder andere begrepen: a. tijdelijke verlegging van de rijbanen A10 Zuid in verband met fasering van de uitvoering, waarbij een verlaging van de maximale snelheid van 100 naar 90 km/uur is toegestaan; b. opslagplaatsen, werkplaatsen, installaties, pontons, bouwketen en parkeerplaatsen voor personeel en bezoekers; c. laad- en losplaatsen, afmeervoorzieningen langs vaarwegen en grond- en zanddepots; d. pijpleidingen en transportbanden met bijbehorende voorzieningen; e. bouwzones aan weerszijden van de weg ten behoeve van de werkzaamheden; f. damwanden en andere grond- dan wel waterkerende constructies; g. tijdelijke bouwwegen, watergangen, energievoorziening, afrastering, watercompensatie, kunstwerken (waaronder bruggen en viaducten), kabels en leidingen, barriers en geluidschermen. 2.

In afwijking van het gestelde in lid 1 is binnen de maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, Zoekgebied Werkterrein’ de op de detailkaarten (II) aangegeven maximale oppervlakte beschikbaar ten behoeve van de in lid 1 omschreven tijdelijke werken. 3. Tijdelijke werken mogen niet langer in stand gehouden worden dan zes maanden na de ingebruikname van het tracé.

Artikel 6. Te amoveren objecten De in Tabel 4 weergegeven objecten worden geamoveerd. Deze objecten zijn op de detailkaarten (II) aangegeven. Te amoveren object

Locatie

Bijzonderheden

Bedieningsgebouwen Steiger

Schinkelbruggen Jachthaven de Schinkel

De bestaande bedieningsgebouwen moeten worden geamoveerd. Een steiger met vier aanlegplaatsen vervalt in verband met de gewijzigde vaarroute van schepen na aanleg van de nieuwe Schinkelbrug. De kleedkamers en opslagruimtes moeten (gedeeltelijk) worden geamoveerd. De parkeergarages moeten worden geamoveerd.

Gebouwen/bouwwerken Tennispark Joy Parkeergarages Reclamezuil Windscherm WTC Speelvoorziening

Atrium/CRI Rechtbank Station Amsterdam Zuid

De reclamezuil bij de noordelijke uitgang van het station wordt geamoveerd. WTC Het windscherm wordt geamoveerd. Steffens Recreatie (Amstelpark) De speelvoorziening moet worden geamoveerd

Tabel 4 – Te amoveren objecten

Artikel 7. Tunnelveiligheid 1. In de tunnels als beschreven in artikel 1 lid 1 wordt de gestandaardiseerde uitrusting toegepast zoals vastgelegd in artikel 6a, lid 1, van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels jo artikel 13 van de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels. In het tunnelveiligheidsplan, bijlage 3 bij de toelichting bij dit besluit, is deze gestandaardiseerde uitrusting nader beschreven. 2. In de tunnels als beschreven in artikel 1 lid 1 wordt een veilige vluchtroute gerealiseerd door het middentunnelkanaal. In het tunnelveiligheidsplan dat als bijlage 3 hoort bij de toelichting bij dit besluit, is het vluchtconcept nader beschreven.

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 9

Artikel 8. (Verkeers)veiligheid 1. In krappe bogen, in verbindingswegen en bij toe - en afritten wordt voorzien in geleidende elementen (bijvoorbeeld bochtschilden, een botsveilige aarden wal, bebording en/of groen). 2. Bij de noordelijke tunnelmonden wordt voorzien in antiverblindingsmaatregelen: bij de oostelijke ingang en de westelijke uitgang wordt door middel van een combinatie van bebouwing, constructies, groen en/of lamellen voldoende afscherming voor de hemelkoepel aangebracht. 3. In de verbindingsbogen van A10 Oost naar A2 en van A2 naar A10 Zuid wordt voorzien in een extra signaleringsportaal (filebeveiligingssysteem) om te waarschuwen voor langzaam rijdend verkeer. 4. Aan weerszijden van geluidschermen in de middenberm worden waar mogelijk geleiderails toegepast. Barriers worden zo min mogelijk en over beperkte lengte toegepast. Uitsluitend waar vanwege het ruimteprofiel geen andere constructie mogelijk is, wordt lokaal over een beperkte lengte het geluidscherm op de barrier geplaatst. Over de lengte van deze constructie wordt stilstanddetectie en CCTV toegepast. 5. In de (tussen)berm van de hoofdrijbanen A10 Zuid wordt voorzien in een ruimte van minimaal 0,5 meter achter de geleiderail- of barrierconstructie ten behoeve van het veilig kunnen vluchten van inzittenden uit gestrande voertuigen.

Ter plaatse van geïntegreerde geluidschermconstructies in de tussenberm kan hiervan plaatselijk worden afgeweken. 6. De vluchtstroken op de toeritten in de richting van de tunnels bij aansluiting 8 (S108) en 9 (S109) worden doorgezet tot voorbij de afsluitbomen voor de tunnel, voor een goede bereikbaarheid van de tunnels voor hulpdiensten. 7. Het vluchtpad vanuit de tunnel is tot 150 m uit de tunnel minimaal 1,2 m breed. Na 150 m vanuit de tunnelmond is het vluchtpad minimaal 0,85 m breed, met lokaal versmallingen tot 0,6 m. 8. Aan weerszijden van de tunnels worden extra tussenbermdoorsteken gerealiseerd waardoor verkeer de hoofdrijbaan van de tunnel kan verlaten bij langdurige calamiteiten in de tunnel. 9. Er wordt voorzien in Calamiteiten Opstel Plaatsen stroomafwaarts van de tunnelbuizen van de hoofdrijbanen. Op de detailkaarten zijn deze terreinen weergegeven als ‘Maatregelvlak Verkeersdoeleinden, zone Calamiteiten Opstel Plaats’. 10. Op locaties waar vluchtstroken ontbreken op de parallelrijbanen A10 Zuid worden borden ‘Zwaailicht? Maak ruimte!’ toegepast ten behoeve van de bereikbaarheid voor hulpdiensten.

Artikel 9. Geluidmaatregelen 1. De in Tabel 5 opgenomen geluidschermen worden gerealiseerd. Op de detailkaarten zijn de geluidschermen weer­ gegeven als ‘Geluidscherm’. 2. In Tabel 6 worden de wegdekken aangeduid waar geluidreducerend asfalt van het type tweelaags ZOAB wordt gerealiseerd, dan wel een asfalttype met akoestisch gelijkwaardige eigenschappen. 3. In de open tunnelbakken wordt geluidsabsorberende wandbekleding aangebracht welke over enkele tientallen meters doorloopt in de gesloten tunnelbakken. 4. De voegovergangen van vaste bruggen worden geluidsarm gerealiseerd conform de richtlijn RTD-1007-3. 5. Ter beperking van de geluidafstraling van de nieuwe beweegbare Schinkelbrug in de noordelijke parallelrijbaan van de A10 worden de volgende maatregelen getroffen: a. voegovergangen tussen de vaste en beweegbare brugdelen worden aan de zijkant en aan de onderzijde afgesloten; b. zijwanden onder het beweegbare brugdeel worden voorzien van een akoestische absorberende bekleding; c. de constructie van de brugval wordt geoptimaliseerd om de geluidproductie te minimaliseren d. of andere maatregelen die ten minste dezelfde geluidreducerende eigenschappen hebben. 10 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

6. Ter beperking van de geluidafstraling van de bestaande beweegbare Schinkelbrug in de noordelijke hoofdrijbaan van de A10 worden de volgende maatregelen getroffen: a. maatregelen aan de voegovergangen tussen de vaste en de beweegbare brugdelen, in ieder geval bestaande uit het afsluiten van de zijkant en de onderzijde van voegovergangen; b. zijwanden onder het beweegbare brugdeel worden voorzien van een akoestische absorberende bekleding; c. of andere maatregelen die ten minste dezelfde geluidreducerende eigenschappen hebben. Soort en hoogte afscherming*

Locatie

2m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan rechts (tussenberm) 4m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan rechts (tussenberm) 6m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan rechts (tussenberm) 2m hoog transparant reflecterend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 5m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 5m hoog transparant reflecterend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 5m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 4m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan rechts (tussenberm) 3m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 2m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 2m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 2m hoog transparant reflecterend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 3m hoog transparant reflecterend zijbermscherm A10 parallelrijbaan rechts (zijberm) 2m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan links (tussenberm) 4m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan links (tussenberm) 8m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan links (tussenberm) 8m hoog tweezijdig geluidabsorberend

tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan links (tussenberm) 1m hoog tweezijdig geluidabsorberend tussenbermscherm A10 hoofdrijbaan links (tussenberm) 3m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan links (zijberm) 3m hoog geluidabsorberend zijbermscherm A10 parallelrijbaan links (zijberm) * geluidreflecterend scherm dient te voldoen aan productklasse A0 volgens NEN-EN 1793-1; geluidabsorberend scherm dient te voldoen aan productklasse A3 volgens NEN-EN 1793-1

Van km

Tot km

16.50Re 17.20Re 18.27Re 16.84Rex 17.20Rex/a 17.55Rex/a 17.80Rex/b 19.58Re 19.73Rex 20.11Rex/b 20.55Rex 20.73Rex 19.93Rex/a 16.91Li 18.14Li 19.49Li 19.82Li 20.06Li 18.14Liy 19.60Liy

17.20Re 18.27Re 18.53Re 17.20Rex/a 17.72Rex 18.00Rex/b 18.03Rex/b 20.72Re 20.05Rex/a 20.35Rex/b 20.73Rex 20.87Rex 20.20Rex/b 18.14Li 18.44Li 19.82Li 20.06Li 20.50Li 18.35Liy 20.08Li/d

Tabel 5 – Overzicht geluidschermen

Maatregel tweelaags ZOAB tweelaags ZOAB*

Locatie

Van km

A2 hoofdrijbaan links en hoofdrijbaan rechts 30.80 A10 hoofdrijbaan links en hoofdrijbaan rechts en 15.10 parallelrijbaan links en parallelrijbaan rechts (A10 Oost) tweelaags ZOAB A4 hoofdrijbaan links en hoofdrijbaan rechts 0.00 *Uitgezonderd zijn de volgende weggedeelten waar dicht asfalt beton (of een asfalttype met akoestisch gelijkwaardige eigenschappen) wordt gerealiseerd: • toe –en afritten S107, S108 en S109; • kunstwerk verbindingsboog A10 west – A4 km 21.35 tot km 21.48; • kunstwerk verbindingsboog A4 – A10 west km 0.19 tot km 0.28; • kunstwerk (beweegbare brugdeel Schinkelbrug) A10 zuid km 20.80Rex – 20.82Rex; • kunstwerk (beweegbare brugdeel Schinkelbrug) A10 zuid km 20.80Re – 20.82Re; • kunstwerk (beweegbare brugdeel Schinkelbrug) A10 zuid km 20.79Liy – 20.81Liy; • kunstwerk (beweegbare brugdeel Schinkelbrug) A10 zuid km 20.79Li – 20.81Li; • kunstwerk verbindingsboog A10 oost – A2 km 15.78Ret – km 15.83Ret; • kunstwerk verbindingsboog A10 oost – A2 km 15.90Ret – km 15.96Ret; • kunstwerk verbindingsboog A10 oost – A10 zuid km 15.92Rex – km 15.98Rex; • gesloten tunneldeel A10 hoofdrijbaan rechts km 18.53Re – km 19.58Re; • gesloten tunneldeel A10 parallelrijbaan rechts km 18.53Rex – km 19.58Rex. • gesloten tunneldeel A10 hoofdrijbaan links km 18.44Li – km 19.49Li; • gesloten tunneldeel A10 parallelrijbaan links km 18.44Liy – km 19.49Liy.

Tot km 32.30 22.10 (A10 West) 1.20

Tabel 6 – Overzicht asfalttypen Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 11

Artikel 10. Referentiepunten en geluidproductieplafonds Langs de A10 Zuid en de van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel onderdeel uitmakende gedeelten van de A4, A10 West, A10 Oost en A2, worden de in Bijlage 1 opgenomen referentiepunten verplaatst en dienen de in Bijlage 1 opgenomen gewijzigde geluidproductieplafonds in acht te worden genomen.

Artikel 11. Waterhuishoudingsmaatregelen 1. Ten behoeve van de waterhuishouding worden de navolgende maatregelen gerealiseerd: a. Ten behoeve van de mitigatie van te dempen oppervlaktewater en compensatie van toename van verhard oppervlak wordt per peilgebied binnen de grenzen van dit Tracébesluit nieuwe waterberging gerealiseerd in de vorm van open water. In de resterende compensatieopgave wordt voorzien buiten de grenzen van dit Tracébesluit. In Tabel 7 is opgenomen hoeveel te verwachten hectare oppervlaktewater binnen respectievelijk buiten de grenzen van het Tracébesluit wordt gerealiseerd. In Tabel 8 is opgenomen welke maatregelen ten behoeve van oppervlaktewater worden genomen. b. Tijdens de aanleg van de tunnel wordt de waterkerende functie van het onder de noordelijke rijbaan van de bestaande A10 Zuid gelegen dijklichaam door tijdelijke maatregelen gehandhaafd. c. Ter plaatse van de tunnel wordt na realisatie van de tunnel de waterkerende functie van het bestaande dijklichaam van de A10 Zuid overgenomen door de noordelijke tunnelwand van de noordelijke parallelrijbaan van de A10 Zuid. d. Ten behoeve van grondwaterbeheer worden de in Tabel 9 genoemde maatregelen gerealiseerd. e. Afwatering van wegwater vindt in beginsel plaats in de berm. Waar dit niet mogelijk is, wordt voorzien in een afwateringssyteem. f.

In de tunnels wordt voorzien in een verbeterd gescheiden afwateringssysteem. 2. De in lid 1 beschreven waterhuishoudkundige maatregelen worden gerealiseerd binnen de op de detailkaarten aan­ geduide maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, Waterhuishouding’, ‘Verkeersdoeleinden, Groen, Water’, ‘Verkeersdoeleinden, Berm’, ‘Verkeersdoeleinden, Talud’, ‘Verkeersdoeleinden, zone open Tunnelbak’ en ‘Verkeersdoeleinden, zone gesloten Tunnel. Peilgebied (polder of boezem) Amstelland boezem (polder) Begraafplaats Buitenveldert Binnendijkse- Buitenveldertse Polder Riekerpolder Duivendrechtsepolder Rijnlandboezem Venserpolder Stadsboezem

Totale toe-/afname Compensatie

Mitigatie

Realisatie binnen

Realisatie buiten

verhard opp.

verhard opp.

demping

TB-grens]

TB-grens

0.93 -0.54 8.42 1.26 1.07 1.93 2.04 0.03

0.09 -0.05 1.26 0.13 0.11 0.29 0.20 0.00

0.10 0.10 1.16 0.08 0.43 0.085 1.31 0.00

0.00

0.19

-1.40

1,07

0.00 -0.06 -0.05 -2.48 0.00

0,21 0.48 0.32 -0.97 0.00

Totaal 15.14 2.03 3.27 -3.99 1.31 * De Binnendijkse-Buitenveldertse Polder en de polder Begraafplaats Buitenveldert worden door het opheffen van de secundaire indirecte waterkering samengevoegd, zodat de compensatie/mitigatie voor beide polders na realisatie worden samengevoegd. Tabel 7 – Te verwachten compensatie/mitigatie oppervlaktewater in hectare binnen en buiten de grenzen van het Tracébesluit

12 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Locatie

Maatregel

Zuidzijde Knooppunt De Nieuwe Meer

Ruimtereservering voor oppervlaktewater (maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, Groen, Water’) Waterpartij in de lus van de aansluiting* Watergang en ruimtereservering ten zuiden van de A10 Zuid Verbreden waterpartij* en ruimtereservering voor bodempassage Duiker onder de A10 door met een doorsnede van 2.500 mm*

Zuidzijde A10 Zuid, Aansluiting 8 (S108) Zuidzijde A10 Zuid, Kenniskwartier Noordzijde A10 Zuid, RK Begraafplaats Buitenveldert Tussen waterpartij RK Begraafplaats Buitenveldert en waterpartij Kenniskwartier Zuidzijde A10 Zuid, tussen Beethovenstraat en Europaboulevard Noordzijde A10 Zuid, Beatrixpark Knooppunt Amstel Tussen “aansluiting 8” en het water bij de Amstelveenseweg.

Waterpartij langs sportvelden en ruimtereservering voor bodempassage Ruimtereservering voor bodempassage Ruimtereservering voor oppervlaktewater (maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, groen, water’) Duiker om het water in de lus S108 zuid en het bestaande water langs de Amstelveensweg met elkaar te verbinden. Duiker

Zuidzijde A10 Zuid tussen waterpartij aansluiting 8 (S108) en waterpartij Kenniskwartier Zuidzijde A10 Zuid tussen waterpartij ABN-Amro en sportvelden Duiker Ouderkerkerdijk Duiker onder de Ouderkerkerdijk door * Deze maatregelen worden mede ten behoeve van grondwaterbeheer getroffen. Tabel 8 – Waterhuishoudingsmaatregelen oppervlaktewater binnen de grenzen van het Tracébesluit Locatie

Maatregel

Tussen Amstel en Schinkel aan weerszijden van het spoortracé (tussen het spoor en de A10 zuid)

Infiltratieriool met een doorsnede van minimaal 800 mm op een diepte van 2,00 m BS (de hoogte van de bovenkant van de laagste spoorstaaf), gemeten vanaf binnenkant bovenkant buis (bbb) Drainage Transportriool aangesloten op hemelwatersysteem gemeente Amsterdam Opheffen secundaire indirecte waterkering

Onderdoorgangen tussen Amstel en Schinkel RK Begraafplaats Buitenveldert

Tabel 9 – Waterhuishoudingsmaatregelen grondwater binnen de grenzen van het Tracébesluit

Artikel 12. Mitigerende maatregelen Flora- en faunawet Om negatieve effecten op de natuur te voorkomen/verminderen wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, waarin wordt voorgeschreven welke voorzorgsmaatregelen moeten worden getroffen om negatieve effecten te beperken ten aanzien van broedvogels, jaarrond beschermde nesten (boomvalk), vaatplanten (rietorchis) en vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis en laatvlieger). In dit protocol worden in ieder geval de te treffen maatregelen opgenomen als beschreven in Tabel 10.

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 13

Locatie

Soort

Maatregel

Gehele tracé

Broedvogels (algemeen)

Het kappen van bomen en bosplantsoen en het maaien van riet langs watergangen vindt alleen buiten de broedperiode plaats. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Echter, de broedperiode verschilt per vogelsoort en kan zowel eerder als later beginnen of eindigen afhankelijk van de soort. Binnen het broedseizoen mag kappen en maaien slechts plaatsvinden indien inspectie door een ecoloog heeft uitgewezen dat er geen broedende vogels aanwezig zijn op locatie of in direct aangrenzende beplanting. Transparante geluidsschermen worden voor vogels zichtbaar gemaakt. Het kappen van bomen met nesten of bomen in de directe nabijheid van nestlocaties van boomvalk moet plaatsvinden in de periode van 1 augustus tot 1 mei. Verstoring van broedende vogels moet voorkomen worden door verstorende werkzaamheden nabij de nestlocaties te starten voorafgaand aan het broedseizoen. De broedperiode loopt voor de boomvalk van begin mei tot en met juli. Echter, de broedperiode kan zowel eerder als later beginnen of eindigen afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en van de meteorologische omstandigheden voorafgaand en tijdens de werkzaamheden. Een deskundige op het gebied van roofvogels moet de exacte periode van voortplanting aangeven.

De werkzaamheden ter hoogte van de nesten van boomvalk moeten worden afgestemd en uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van roofvogels. Bij alle werkzaamheden worden in beginsel de groeiplaatsen gespaard. Voor groeiplaatsen die niet gespaard kunnen worden, worden de aangetroffen rietorchissen in het groeiseizoen en na zaadzetting met een ruime kluit uitgestoken verplaatst naar geschikt habitat in de omgeving. Eventuele standplaatsen worden vooraf gemarkeerd (gedragscode Amsterdam, 2009). Het uitsteken en verplaatsen van rietorchis, wilde marjolein en tongvaren wordt uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied beschermde planten. Werkzaamheden voor het verwijderen van beplanting en het dempen van oppervlaktewater buiten de kwetsbare periode van vleermuizen uitvoeren. Deze werkzaamheden uitvoeren in de periode van november t/m maart. Tijdens de kwetsbare periode voor vleermuizen (van april t/m oktober) wordt niet gewerkt na zonsondergang, tenzij er gebruik wordt gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting Afscherming en scheiding van werklocatie en vliegroute middels schermen. Nadrukkelijk is het van belang dat de kleine wetering langs de Amstel in het oostelijk deel van het plan­ gebied goed wordt afgeschermd van de werkzaamheden middels verduisterde schermen en vleermuisvriendelijke verlichting.

De vliegroute dient permanent behouden te blijven. Het (tijdelijke) verlies aan geschikt foerageergebied en bestaande vliegroutes, doordat beplanting langs de A10 gekapt wordt, mitigeren door in de directe omgeving beplanting van voldoende omvang aan te planten en door aanleg natuurvriendelijke oevers langs doorgaande watergangen. Deze nieuwe beplanting moet bestaand foerageergebied en vliegroutes versterken of hiermee moet nieuw foerageergebied en vliegroutes worden gecreëerd.

Ten zuiden van de A10

Vogels (Algemeen) Broedvogels (jaarrond beschermde nesten)

Ten zuiden van en binnen het knooppunt Nieuwe Meer

Vaatplanten (rietorchis, wilde marjolein en tongvaren)

Gehele tracé

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger)

Tabel 10 – Mitigerende maatregelen Flora- en faunawet

14 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Artikel 13. Compenserende maatregelen Bomenverordening 1. In verband met de in dit Tracébesluit opgenomen maatregelen moeten circa 10.500 bomen worden gekapt. 2. Op grond van de Bomenverordening van de gemeente Amsterdam (2014) worden bomen zoveel mogelijk herplant. De herplant van bomen vindt plaats binnen de op de detailkaarten (II) aangegeven maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, Groen, Water’ en ‘Verkeersdoeleinden, Talud’: a. tussen de rijbanen A10 Zuid en het spoor; b. op de taluds van de A10 Zuid; c. in de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. 3. Op grond van de Bomenverordening van de gemeente Amsterdam (2014) vindt compensatie voor het overige plaats in de vorm van het storten van de monetaire boomwaarde van de gevelde houtopstand in het herplantfonds van de gemeente.

Artikel 14. Maatregelen landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 1. Ten behoeve van de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing wordt bestaande beplanting zoveel mogelijk behouden of hersteld. Waar dat niet mogelijk is, wordt voorzien in nieuwe beplanting. Daarnaast wordt voorzien in begroeiing van geluidschermen. 2. Voor landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing worden de in Tabel 11 vermelde locatie specifieke maatregelen getroffen: Locatie

Maatregel

Keerwanden A10 Geluidschermen in de zijberm

Begroeien van keerwanden De zijbermschermen worden op de volgende locaties transparant uitgevoerd: de bruggen over de Schinkel/Nieuwe meer en over de Amstel; viaducten over de Amstelveenseweg en de Europaboulevard.

Langs de A10 Beatrixpark/RAI, Gerechtsgebouw noordzijde A10. Schinkelbrug A10 zuidzijde

De overige zijbermschermen worden van een dubbelzijdige begroeiing voorzien Behoud en herstel van de doorgaande groen- en waterstructuren Verbetering van de recreatieve verbindingen

Tabel 11 - Maatregelen landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing

Artikel 15. Uitmeet- en flexibiliteitsbepaling 1. Van de situering van het ontwerp en de maatregelen, zoals vastgesteld in artikel 1 van dit Tracébesluit, kan met de volgende marges worden afgeweken: 1 meter omhoog of omlaag en 2 meter naar weerszijden. 2. Bovenop de afwijkingen die volgens lid 1 zijn toegestaan kan, indien dit vanwege een nadere technische uitwerking dan wel mogelijke innovatieve en/of kostenbesparende uitvoeringswijze gewenst is, met de volgende marges worden afgeweken: 1 meter omhoog of omlaag en 2 meter naar weerszijden.

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 15

3. De volgens lid 1 en lid 2 toegestane afwijkingen zijn slechts toelaatbaar, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het ontwerp en de maatregelen worden uitgevoerd binnen de op de detailkaarten aangegeven begrenzing van dit Tracébesluit; b. de afwijkingen niet leiden tot overschrijding van de geluidproductieplafonds, zoals opgenomen in het geluidregister als bedoeld in artikel 11.25 van de Wet milieubeheer; c. uit de afwijkingen geen negatieve gevolgen voortvloeien voor de omgeving; d. door de afwijkingen geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 4. In afwijking van lid 1 en 2 mag wat betreft de situering van de tunnels naar weerszijden worden geschoven binnen de maatregelvlakken ‘Verkeersdoeleinden, zone gesloten Tunnel.’ en ‘Verkeersdoeleinden, zone open Tunnelbak’. Afwijking omhoog of omlaag is toegestaan conform de in lid 1 en lid 2 genoemde marges. 5. In afwijking van lid 1 en lid 2 mag wat betreft de situering van kunstwerken naar weerszijden worden geschoven binnen het maatregelvlak ‘Verkeersdoeleinden, zone nieuwe/aan te passen kunstwerken’. Afwijking omhoog of omlaag is toegestaan conform de in lid 1 en lid 2 genoemde marges.

Artikel 16. Opleveringstoets 1. De Minister van Infrastructuur en Milieu zal, conform artikel 23 Tracéwet, de gevolgen van de ingebruikneming van de gewijzigde weg onderzoeken. Het onderzoek heeft betrekking op de milieuaspecten geluidhinder, luchtkwaliteit en water. 2. Indien uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een overschrijding van normen die gelden voor de in het eerste lid genoemde milieuaspecten, wordt via daarvoor geldende wettelijke beschermingsregimes, zo nodig planmatig, in maatregelen voorzien. 3. Het onderzoek zal aanvangen 1 jaar na ingebruikname van de weg met bijbehorende voorzieningen en uiterlijk binnen 1 jaar worden afgerond.

Artikel 17. Evaluatieprogramma De Minister van Infrastructuur en Milieu zal, conform artikel 7.39 van de Wet milieubeheer, een evaluatie uitvoeren naar de feitelijke milieugevolgen. De evaluatie beperkt zich tot de in het MER en de in het kader van het vast te stellen Tracébesluit voorspelde milieugevolgen. Het evaluatieonderzoek zal zijn gericht op het meten/berekenen/waarnemen van de werkelijk optredende effecten en mogelijke aanvullende maatregelen. In de evaluatie wordt ook nagegaan of aan de verplichting tot natuurmitigatie en compensatie is voldaan. De termijn waarover de evaluatie zich uitstrekt vangt aan vanaf het moment dat met de werkzaamheden wordt gestart tot drie jaar na ingebruikname van de weg met bijbehorende voorzieningen. Voordat met de werkzaamheden wordt aangevangen, wordt een nulmeting uitgevoerd, die als referentiekader fungeert voor de evaluatie, voor zover deze referentie niet is beschreven in het MER of in rapporten van onderzoeken die ten grondslag liggen aan dit Tracébesluit.

16 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Artikel 18. Schadevergoeding 1. Indien een belanghebbende ten gevolge van dit Tracébesluit schade lijdt of zal lijden, kent de Minister van Infrastructuur en Milieu, op grond van artikel 22, eerste lid, van de Tracéwet, op zijn aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet zijn voor rekening behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. 2. Voor de indiening en afhandeling van de in lid 1 bedoelde aanvraag is de “Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014” van overeenkomstige toepassing. 3. Voor kabels en leidingen is de ‘Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatwerken en spoorwerken 1999’ dan wel hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet en de Overeenkomst inzake verleg­ gingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Infrastructuur en Milieu en Energiened, VELIN en VEWIN van toepassing. 4. Een verzoek om schadevergoeding kan worden ingediend vanaf het moment dat het Tracébesluit is vastgesteld. De Minister zal een beslissing op een verzoek om schadevergoeding niet eerder nemen dan nadat het Tracébesluit onherroepelijk is geworden.

Artikel 19. Crisis- en herstelwet Op dit Tracébesluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Artikel 20. Slotbepaling Dit Tracébesluit kan worden aangehaald als het Tracébesluit Zuidasdok.

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 17

Beroep

De mogelijkheid bestaat voor belanghebbenden die hun zienswijze over het Ontwerptracébesluit naar voren hebben gebracht, alsmede voor belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijzen over het Ontwerptracébesluit naar voren hebben gebracht om binnen zes weken na de dag van ter inzagelegging van het tracébesluit beroep aan te tekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De locaties van de terinzagelegging en de beroepstermijn worden bekend gemaakt via advertenties in de digitale Staatscourant (www.officielebekendmakingen.nl) en in enkele dagbladen en huis-aanhuisbladen. Het Tracébesluit ligt ter inzage op de volgende plaatsen tijdens reguliere openingstijden: • het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Plesmanweg 1-6, Den Haag; • het Voorlichtingsloket van het stadhuis Amsterdam, Amstel 1, Amsterdam; • Stadsdeel Zuid, Stadsdeelkantoor, President Kennedylaan 923, Amsterdam; • Stadsdeel Nieuw-West, Osdorpplein 1000, Amsterdam; • Stadsdeel Oost, Oranje-Vrijstaatplein 2, Amsterdam; • Gemeentehuis Diemen, D.J. den Hertoglaan 1, Diemen; • Gemeentehuis Ouderamstel, Vondelstraat 1, Ouderkerk aan de Amstel. De stukken zijn digitaal te vinden op www.platformparticipatie.nl Een beroepschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het is ook mogelijk om digitaal beroep in te stellen, via het Digitaal Loket van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. U vindt het digitaal loket via https://digitaalloket.raadvanstate.nl/. Digitaal beroep instellen is uitsluitend mogelijk voor burgers. Advocaten, bedrijven en organisaties kunnen hier geen gebruik van maken. Om digitaal beroep in te stellen moet u beschikken over een DigiD. Het beroepschrift dient ten minste de volgende onderdelen te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt; d. de redenen (gronden) waarom u beroep instelt; e. uw handtekening. U moet het beroepschrift ondertekenen; f. zo mogelijk dient tevens een kopie te worden toegevoegd van het besluit waarop het geschil betrekking heeft.

18 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Voorlopige voorziening Indien een beroepschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoek dient ten minste het volgende te bevatten: • naam en adres van de indiener; • de dagtekening; • vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit; • waartegen het beroepschrift zich richt; • de redenen (gronden) van beroep; • handtekening (het verzoek moet ondertekend zijn); • zo mogelijk dient tevens een kopie te worden toegevoegd van het besluit • waarop het geschil betrekking heeft; • een afschrift van het beroepschrift. Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzitter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het beroep en voor het verzoek om een voorlopige voorziening is griffiegeld verschuldigd. Indien het beroep- of verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld, en een vertaling voor een goede behandeling van het verzoek noodzakelijk is, dient de indiener van het beroep- of verzoekschrift zorg te dragen voor een vertaling.

Gevolgen Crisis- en herstelwet Op dit besluit is Afdeling 2 van Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift de beroepsgronden gericht tegen het besluit moet opnemen. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard indien de beroepsgronden niet binnen de beroepstermijn van zes weken zijn ingediend. Na afloop van de beroepstermijn kunnen beroepsgronden niet meer worden aangevuld. Vermeld in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 19

Bijlage 1 Verplaatste referentiepunten en gewijzigde geluidproductieplafonds

Langs de A10 Zuid en de van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel onderdeel uitmakende gedeelten van de A4, A10 West, A10 Oost en A2, worden de in onderstaande tabel opgenomen referentiepunten verplaatst. Referentiepunt

Coördinaten geluidregister X Y

Coördinaten na verplaatsing Y X

22939 22940 23145 34599 34600 34601 34602

119408,21 119508,11 119412,43 121936,54 122014,57 122094,44 122174,30

119408,55 119509,94 119409,90 121915,25 121993,83 122074,40 122155,13

483427,84 483434,38 483649,56 482556,21 482493,60 482433,40 482373,20

483396,70 483401,91 483679,22 482533,09 482468,41 482406,96 482350,33

Langs de A10 Zuid en de van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel onderdeel uitmakende gedeelten van de A4, A10 West, A10 Oost en A2, dienen de in onderstaande tabel opgenomen gewijzigde geluidproductieplafonds in acht te worden genomen.

20 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Referentiepunt 15508 15509 15510 15511 15512 15513 15514 15515 15516 15517 15518 15519 15520 15521 15522 22914 22915 22916 22917 22918 22919 22920 22921 22922 22923 22924 22925 22926 22927 22928 22929 22930 22931 22932 22934 22935 22936 22937 22938 22939 22940 22941 22942 22943 22944 22945 22946 22947 22948 22949 22950 22951 22952

Coördinaten

Geluidproductieplafond (GPP) [dB]

X

Y

117690,77 117691,02 117689,12 117691,76 117692,57 117693,93 117694,25 117672,28 117603,39 117504,90 117404,85 117305,00 117205,16 117104,99 117005,13 117000,03 117100,33 117199,61 117297,75 117391,55 117486,01 117584,58 117683,01 117778,78 117877,73 117977,87 118078,71 118178,65 118278,65 118378,65 118478,68 118578,76 118678,93 118778,43 118946,56 119046,67 119141,71 119215,04 119308,41 119408,55 119509,94 119608,20 119708,42 119808,55 119908,69 120008,84 120109,16 120209,13 120309,37 120409,71 120510,03 120610,17 120709,06

484446,67 484346,93 484247,10 484147,18 484047,21 483947,21 483847,23 483750,80 483680,15 483659,72 483652,17 483651,26 483651,20 483651,05 483650,57 483453,04 483451,18 483444,04 483423,97 483389,22 483354,93 483337,82 483354,17 483344,83 483325,72 483318,53 483321,35 483328,28 483336,68 483345,16 483353,09 483360,49 483366,82 483374,38 483314,50 483307,61 483330,91 483399,57 483416,50 483396,70 483401,91 483440,84 483448,24 483454,85 483461,48 483467,83 483470,42 483470,95 483469,82 483468,12 483465,45 483459,36 483447,91

62,4 65,2 64,5 67,6 69,3 69,1 68,8 68,8 68,4 68,2 67,7 68,4 68,5 70,0 69,7 70,2 70,1 70,3 69,2 67,8 66,8 66,9 69,0 69,5 69,3 70,5 70,0 68,1 68,5 68,6 69,2 67,1 66,7 66,7 62,4 58,5 54,5 51,1 54,7 57,1 56,0 56,0 54,9 53,5 52,6 52,8 52,7 53,5 54,3 56,0 58,7 58,8 57,0 Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 21

Referentiepunt 22953 22954 22955 22956 22957 22958 22959 22960 22961 22962 22963 22964 22965 22966 22967 22968 22969 22970 22971 22972 22973 22974 22975 22976 22977 22978 22979 22980 22983 22984 22985 22986 23118 23119 23120 23121 23122 23123 23124 23125 23126 23127 23128 23129 23130 23131 23132 23133 23134 23135 23136 23137 23138 22 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Coördinaten

Geluidproductieplafond (GPP) [dB]

X

Y

120805,08 120896,40 120981,10 121060,15 121138,05 121215,47 121191,94 121106,06 121106,22 121185,06 121285,05 121380,22 121465,87 121544,84 121622,51 121699,94 121778,72 122415,27 122494,66 122570,03 122626,95 122655,12 122672,15 122701,42 122731,62 122765,48 122801,59 122843,07 117857,91 117864,77 117868,82 117868,05 121813,29 121738,35 121663,24 121588,99 121517,08 121446,89 121384,34 121320,46 121235,94 121167,24 121088,51 120999,83 120905,11 120810,25 120711,56 120611,48 120511,21 120411,24 120310,93 120210,98 120110,98

483421,51 483382,18 483329,61 483267,42 483203,96 483140,51 483063,22 483041,31 482960,16 482941,58 482947,74 482977,42 482934,01 482870,51 482806,96 482744,52 482682,23 482193,37 482131,98 482065,95 481984,42 481888,49 481789,66 481693,87 481598,21 481503,89 481410,29 481318,94 484160,92 484260,75 484360,35 484460,39 482915,86 482981,89 483048,07 483115,27 483185,10 483256,42 483334,46 483412,31 483453,12 483512,97 483574,60 483620,66 483652,65 483683,59 483703,16 483711,95 483711,66 483708,00 483704,36 483699,60 483695,77

61,7 62,2 63,5 64,0 64,2 67,1 64,6 61,0 60,3 63,0 65,0 67,0 66,7 66,5 61,8 63,8 65,8 66,9 66,1 65,9 66,8 67,5 67,1 68,1 68,7 69,0 69,1 68,9 68,8 65,1 64,8 61,2 58,0 56,9 53,5 50,0 53,2 53,1 53,0 53,0 56,4 54,1 57,4 63,4 64,6 65,0 65,3 63,7 62,5 57,8 56,2 55,3 53,9

Referentiepunt 23139 23140 23141 23142 23143 23144 23145 23146 23147 23148 23149 23150 23151 23152 23153 23154 23155 23156 23157 23158 23159 23160 23161 23162 23163 23164 23165 23166 23172 23173 23174 23175 23176 23177 23178 34578 34579 34580 34581 34582 34583 34584 34585 34586 34589 34590 34591 34592 34593 34594 34595 34596 34597

Coördinaten

Geluidproductieplafond (GPP) [dB]

X

Y

120011,29 119911,51 119811,73 119711,58 119611,83 119512,00 119409,90 119313,80 119219,23 119119,56 119019,78 118922,29 118837,24 118738,63 118638,51 118538,73 118439,24 118339,90 118240,08 118140,95 118042,19 117953,92 117901,12 117885,87 117876,28 117868,88 117862,60 122804,55 122954,12 122919,97 122886,71 122857,00 122833,71 122819,97 122810,48 123397,67 123310,21 123221,78 123131,09 123038,90 122942,05 122851,61 122777,63 122731,13 122602,55 122523,11 122424,05 122326,49 122229,03 122140,97 122058,50 121978,61 121902,94

483689,83 483682,86 483676,41 483669,27 483662,48 483655,77 483679,22 483665,28 483691,33 483683,98 483676,41 483654,84 483607,65 483600,24 483592,71 483583,52 483571,55 483560,83 483549,83 483538,61 483535,36 483580,53 483662,90 483761,69 483861,29 483961,09 484060,96 482070,10 481388,83 481482,82 481577,47 481673,23 481770,78 481870,11 481969,96 482695,77 482647,26 482600,67 482558,50 482520,32 482497,81 482533,09 482600,05 482686,37 482674,24 482629,81 482616,03 482594,19 482605,92 482652,51 482708,29 482768,27 482833,00

53,4 53,7 54,4 55,4 57,2 58,9 60,1 62,0 58,4 56,6 56,8 56,8 60,9 62,4 63,9 66,6 65,0 60,6 62,2 65,9 70,3 70,4 71,0 71,0 70,9 70,8 70,4 68,1 69,6 68,4 68,2 68,5 68,7 68,0 67,5 70,4 70,7 71,4 71,5 70,8 69,9 67,2 67,2 65,8 64,8 60,8 62,3 64,8 66,3 64,7 64,6 64,2 59,6 Tracébesluit Zuidasdok – Deel I Besluit | 23

Referentiepunt 34598 34599 34600 34601 34602 34603 34604 34605 35887 35888 35889 35890 35891 35892 35893 35894 36053

24 | Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Coördinaten

Geluidproductieplafond (GPP) [dB]

X

Y

121858,84 121915,25 121993,83 122074,40 122155,13 122254,16 122334,02 122887,91 122823,36 122877,14 122958,28 123048,10 123138,52 123226,95 123314,73 123403,63 122999,32

482619,20 482533,09 482468,41 482406,96 482350,33 482313,00 482252,80 481233,35 482168,02 482252,07 482309,72 482354,06 482397,58 482445,04 482493,72 482540,30 481298,83

64,7 67,3 66,7 65,6 64,9 66,2 66,0 69,3 67,2 67,4 68,1 68,6 68,6 69,8 70,7 70,9 70,1

Financiering

In deze publicatie wordt slechts de mening van de auteur weer­gegeven. De Europese Unie is niet aansprakelijk voor het gebruik dat eventueel wordt gemaakt van de informatie in deze publicatie.

Dit is een uitgave van het

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Postbus 20901 | 2500 EX Den Haag www.rijksoverheid.nl/ienm Maart 2016

Tracébesluit Zuidasdok Deel II Kaartbladen

Tracébesluit Zuidasdok Deel III Toelichting

Tracébesluit Zuidasdok Deel III Toelichting

Maart 2016

Inhoud 1

Inleiding....................................................................................................................................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................................................................................... 6 1.2 Wettelijk kader.......................................................................................................................................................................................................... 7 1.3 Historie van het project........................................................................................................................................................................................ 8 1.4 Voorkeursbeslissing............................................................................................................................................................................................... 9 1.5 Wijzigingen ten opzichte van het Ontwerptracébesluit....................................................................................................................

10 1.6 Relatie met andere projecten.......................................................................................................................................................................... 13 1.7 Leeswijzer.................................................................................................................................................................................................................. 13

2

Verantwoording keuze...................................................................................................................................................................................................... 14 Nut en noodzaak.................................................................................................................................................................................................... 14 2.1 Het Milieueffectrapport (MER)....................................................................................................................................................................... 17 2.2 2.2.1 Uitkomsten van het MER.................................................................................................................................................................... 18 2.2.2 Keuze ontwerp......................................................................................................................................................................................... 19 2.2.3 Toetsingsadvies Commissie m.e.r................................................................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14827315/1