Raadsbesluit 2024-184B Begroting 2025 Gemeente Amsterdam
Tekst van het document
Investeren in knooppunten Station Amsterdam Lelylaan wordt vernieuwd. Het is een belangrijk knooppunt voor openbaar vervoer. Straks kunnen Amsterdammers en bezoekers hier overzichtelijk, veilig, snel en prettig overstappen op metro, tram, trein, bus of fiets. De vernieuwing van station Lelylaan gaat onder andere over de stationshal, het middeneiland en de fietsenstallingen. Ook het busstation Bijlmer ArenA wordt aangepakt, zodat het makkelijker toegankelijker wordt voor (regionale) reizigers die daar instappen of overstappen. Bij metrostation Bijlmer ArenA wordt onderzocht of een oostelijke ingang kan worden aangelegd. Aan die zijde van het station worden de komende jaren veel woningen bijgebouwd met bijkomende grotere reizigersstromen.
Hoogwaardig openbaar vervoer businfrastructuur Oostflank Hoogwaardig openbaar vervoer businfrastructuur Oostflank betreft twee hoogwaardige snelle busverbindingen van Strandeiland naar Bijlmer Arena en van Strandeiland naar Weesp. De verbeteringen aan de route naar Bijlmer Arena worden in 2024 uitgevoerd en opgeleverd. Het laadstation en de chauffeursvoorziening op Strandeiland worden uiterlijk begin 2025 opgeleverd. De maatregelen voor de route naar Weesp worden in 2025 uitgevoerd en opgeleverd. 80
H2.2.2
Cruciale mijl Oostflank De Cruciale Mijl IJburglaan loopt van de Piet Heintunnel tot en met Steigereiland. De ontwikkeling van Zeeburgereiland, IJburg en andere plekken in de stad, zorgt voor meer gebruik van fiets, openbaar vervoer en auto. De drukte op de IJburglaan neemt ook toe door maatregelen op andere plekken in de stad. Met de Cruciale Mijl IJburglaan gaat Amsterdam zorgen voor meer ruimte voor voetganger, fiets en OV op de kruising Zuiderzeeweg-IJburglaan door een relatief korte auto-onderdoorgang (circa 170 meter). Ook de trambaan wordt verplaatst naar het noorden van de IJburglaan om doorstroming te verbeteren en prioriteit van tramlijn 26 te geven. Tenslotte vergroten we de capaciteit Enneüs Heermabrug door extra rijbanen op de bestaande brug en een nieuwe bredere fiets- en voetgangersbrug naast de Enneüs Heermabrug aan te leggen.
In 2025 starten we een nieuwe Europese aanbesteding voor vier elektrische veren. De voorbereidingen voor deze aanbesteding kosten meer tijd omdat belangrijke keuzes gemaakt moeten worden over de manier van elektrisch laden. Vanaf eind 2026 verwachten we dat de eerste serie emissievrije IJ-veren beschikbaar zijn. Deze zullen ingezet worden op het IJ-pleinveer, dat als eerste verbinding op het IJ wordt verduurzaamd. Het Buiksloterweg-veer staat als volgende op de planning om te verduurzamen. Als gevolg van de gebiedsontwikkeling Hamerkwartier en de groeiende vloot werken we aan de planvorming voor een nieuwe Ponthaven. Tot slot wordt de aanlanding bij de NDSM-werf, die einde levensduur is, vervangen voor een definitieve aanlanding. De ambitie is dat in 2030 alle veren verduurzaamd zijn.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?
Activiteit 2.2.1.2
GVB Holding NV
We zorgen voor voldoende capaciteit op de veerverbindingen. Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Percentage van afvaarten waarbij ≤3% (2022) passagiers moeten achterblijven op de kade of is het onaangenaam druk op de pont
≤ 3%
Begroting 2024 ≤ 3%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 ≤ 3%
≤ 3%
Veren Voor fietser en voetgangers zijn de veren de manier om naar de overkant van het IJ te komen. De veren krijgen de laatste jaren een hoge klanttevredenheidswaardering. De doelstelling blijft om de passagiers snel, frequent en veilig te vervoeren over het IJ. We zorgen voor een flexibel verensysteem met voldoende capaciteit. GVB Veren doet dit voor ons en wij meten de bezetting en spelen flexibel in op hogere of lagere reizigersaantallen. Ook proberen we drukte beter te spreiden, bijvoorbeeld door betere informatie bij het IJpleinveer als alternatief voor het Buiksloterwegveer.
Het GVB zorgt in Amsterdam voor het openbaar vervoer. Het GVB heeft verschillende dochterondernemingen, of heeft een belang in ondernemingen. Het gaat hier om: • GVB Activa BV • GVB Infra BV GVB Veren BV • GVB Exploitatie BV GVB Activa BV is eigenaar van de zogenaamde strategische ov-activa. Dit zijn onder andere railvoertuigen, werkplaatsen, remises en eindpuntvoorzieningen. GVB Infra BV is onze opdrachtnemer voor met name dagelijks onderhoud aan railinfra en tramvervangingsprojecten. Wij zijn opdrachtgever voor de veerverbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal. GVB Veren BV voert dit uit volgens het Contract voor Exploitatie Beheer en Onderhoud 2019-2024 en de aanbesteding van de verschillende investeringen. Wij zijn 100 procent eigenaar van GVB Holding NV.
Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar.
Begroting 2025
81
H2.2.2
Financiële toelichting
Financiële toelichting op de wijzigingen (bedragen x € 1 miljoen)
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
33,4
63,9
14,6
14,6
14,6
Beginstand Begroting 2025
32,7
63,5
13,9
13,9
13,9
Mutaties 2024-2028
0,7
0,4
0,7
0,7
0,7
Baten
Baten
25,0
33,4
63,9
14,6
14,6
14,6
Lasten
70,8
85,6
130,6
72,2
74,9
81,4
Saldo Baten en Lasten
-45,7
-52,2
-66,8
-57,6
-60,3
-66,9
0,4
0,7
0,7
0,7
0,1
0,2
2,4
0,0
0,0
0,0
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
0,7
Onttrekking Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
85,6
130,6
72,2
74,9
81,4
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
0,1
0,2
2,4
0,0
0,0
0,0
Beginstand Begroting 2025
91,4
119,2
70,6
68,1
75,9
Mutaties 2024-2028
-5,8
11,5
1,6
6,8
5,5
-45,6
-52,0
-64,4
-57,6
-60,3
-66,9
2 Actualisatie kapitaallasten
0,0
-1,4
-1,6
-1,6
-1,7
3 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
4,0
-0,1
-2,0
7,8
5,0
4 Intertemporele mutaties
-9,8
12,0
5,0
0,7
2,2
5 Nominaal
0,0
0,4
0,1
-0,1
0,0
6 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
0,7
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
0,2
2,4
0,0
0,0
0,0
Totaal
Baten en lasten De baten in dit programmaonderdeel van € 63,9 miljoen bestaan voornamelijk uit bijdragen derden voor openbaarvervoerprojecten en daarnaast uit inkomsten voor reclame in en bij openbaarvervoerstations -en haltes. De lasten van € 130,6 bestaan voornamelijk uit projecten in het kader van het programma stadsverbetering, kapitaallasten (afschrijvingen) voor de Noord-zuid lijn en onderhoud.
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten
Beginstand Begroting 2025
1,2
1,4
0,0
0,0
0,0
De baten stijgen in 2025 ten opzichte van de jaarrekening 2023 en dalen vanaf 2026 voornamelijk door kasritme aanpassingen van projecten in de openbare ruimte die gedeeltelijk of geheel gedekt worden door een bijdrage van een derde partij. De lasten zijn hoger in 2025, ook ten opzichte van begroting 2024 en weer aanzienlijk lager in 2026 en daarna weer hoger in 2027 en in 2028. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het bestedingsvoorstel van de projecten binnen programma Stadsverbetering en lasten voor groot onderhoud aan de aanlandingen van het Noordzeekanaal die in 2023 incidenteel hoger waren.
Mutaties 2024-2028
-1,0
1,0
0,0
0,0
0,0
7 Reserve Programma Stadsbehoud
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
8 Reguliere vervanging IJveren
-1,0
1,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-52,0
-64,4
-57,6
-60,3
-66,9
Beginstand Begroting 2025 Eindtotaal
Reserves De onttrekking van € 2,4 miljoen betreft een onttrekking aan de reserve IJ-veren ter dekking van de kapitaallasten van veren.
Begroting 2025
82
H2.2.2
Mutaties baten
Mutaties onttrekkingen reserves
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Deze afwijkingen zijn kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.
7 Reserve Programma Stadsbehoud Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties lasten 2 Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio. 3 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Lagere lasten in dit programmaonderdeel in 2024 en hogere lasten vanaf 2025 door intertemporele en gemeentebreed neutrale mutaties. Dit komt voornamelijk door kasritmeaanpassingen in het programma Stadsverbetering, het Plan Versterken Openbaar Vervoer en door-belasting overhead naar exploitatieprojecten conform regelgeving (€ 0,1 miljoen).
8 Reguliere vervanging IJveren Lagere onttrekkingen van € 1,0 miljoen in 2024 en hogere onttrekkingen van € 1,0 miljoen in 2025. Dit wordt veroorzaakt door een lagere onttrekking in 2024 en hogere onttrekking in 2025 aan de Financieringsreserve vervanging IJveren. De aanbesteding voor vier elektrische veren is in 2023 niet gelukt door het ontbreken van een geldige inschrijving. Hierdoor is de investering vertraagd. In 2025 starten we een nieuwe Europese aanbesteding (€ 1,0 miljoen).
4 Intertemporele mutaties Lagere lasten in dit programmaonderdeel in 2024 en hogere lasten vanaf 2025 door intertemporele en gemeentebreed neutrale mutaties. Dit komt voornamelijk door kasritmeaanpassingen in het programma Stadsverbetering, het Plan Versterken Openbaar Vervoer en door-belasting overhead naar exploitatieprojecten conform regelgeving (€ 12 miljoen). 5 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 6 Reserve-gerelateerde wijzigingen Hogere lasten in 2025 door een reserve-gerelateerde wijziging. Dit betreft de aanpassingen van de bestedingen voor het project NDSM aanlanding voor IJ - veren (€ 0,7 miljoen).
Begroting 2025
83
H2.2.3
2.2.3 Afval en reinigen openbare ruimte Een schone stad is een afvalvrije stad met schone straten, parken en pleinen. Hiervoor reinigen we op de plaatsen en momenten waar het nodig is. Afval dat toch ontstaat, zamelen we efficiënt in en scheiden we voor een zo hoogwaardig mogelijke verwerking. Een schone stad doen we samen met bewoners, ondernemers en andere partners. Samen kunnen we minder afval produceren, zorgen voor zoveel mogelijk hergebruik van materiaal en spullen én de stad schoon maken en houden.
We zien een grote opgave waar het gaat om zwerfafval, maar ook ander verkeerd aangeboden afval zoals grof afval. De reinigingsteams werken gebiedsgericht en verrichten dagelijkse reinigings- en schoonmaakwerkzaamheden in de openbare ruimte van de stad, om de met het bestuur afgesproken kwaliteit te realiseren. We reinigen straten, pleinen en markten. Daarnaast vinden reinigingswerkzaamheden plaats bij evenementen, demonstraties en herdenkingen.
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 2.3 is:
Amsterdam is een schone stad
Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
1.478,21 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
34.314,63 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 2.3.1 Amsterdam is een schone stad. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
Ervaren overlast door vervuiling (cijfers Wonen in Amsterdam) (0-10)
5,4 (2021)
5,7
6,5
6,5
6,5
2
Het schoonhouden van de straten en stoepen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5
6,3 (2021)
6,2
6,5
6,5
6,5
3
Het schoonhouden van het groen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5
6,6 (2021)
6,6
6,5
6,5
6,5
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Dat bereiken we door de overlast van vervuiling voor de burgers zoveel mogelijk te beperken door de stad daar schoon te maken waar het nodig is. Dit doen we op basis van een gerichte aanpak en het sneller afwikkelen van meldingen, voldoende en veilige aanbiedlocaties voor bewoners en bedrijven ter beschikking te stellen en het afval efficiënt en duurzaam in te zamelen. Maar een schone stad kunnen we als gemeente niet alleen, daar hebben we bewoners, ondernemers, bezoekers en de producenten voor nodig. Daarom zetten we ook in op gerichte campagnes bij containers door de aanpak bijplaatsingen, toezicht en handhaving, het uitbreiden van medebeheer van containerlocaties en afvalpreventie. De zomeraanpak afval is in 2024 verlengd.
Effect statiegeld De invoering van het statiegeld heeft helaas als negatief bijeffect dat prullenbakken worden opgebroken met veel zwerfafval tot gevolg. We dringen er bij de verpakkingsindustrie op aan om verantwoordelijkheid te nemen voor het realiseren van oplossingen zoals meer innamepunten en samen met hen en ondernemers zoeken we naar oplossing voor de statiegeld problematiek.
Grof afval en karton Naast zwerfafval is ook het grof afval, (groot) karton en afvaldumpingen op straat een zichtbare opgave. Voor grof afval blijven we kleinere wagens inzetten om drukke buurten te bereiken. En we gaan door met informatie- en motivatiecampagnes naar bewoners en ondernemers. Voor een efficiëntere inzameling van grof afval wordt het inzamelconcept “grof op afspraak” stapsgewijs geoptimaliseerd. Ook worden in enkele jaren tijd voor de inwoners vaste aanbiedlocaties en brengen naar een recyclepunt gecommuniceerd, zodat voor iedereen duidelijk is waar grof afval hoort te staan.
84
H2.2.3
Burgerberaad Om ons te helpen bij de opgave voor een schone stad heeft in 2024 het burgerberaad Schone stad plaatsgevonden. Hun adviezen worden eind van 2024 in de gemeenteraad besproken.
Extra inzet voor een schone stad We doen meer. We hebben al eerder extra middelen uitgetrokken om extra inzet te kunnen realiseren. Voor 2025 en de jaren daarna stellen we voor nog eens incidenteel € 13 miljoen in te zetten. Met deze middelen intensiveren wij de activiteiten om de stad extra schoon te maken met extra reinigers en afvalmedewerkers. Ook wordt ingezet op gedragsverandering doormiddel van activatieteams, toezichthouders en afvalpreventie zodat we afval kunnen voorkomen. Daarnaast reserveren we budget om de adviezen van het burgerberaad Schone stad uit te voeren en de zomeraanpak te verlengen.
Kosten afval en reiniging Uit de benchmark van Cebeon naar de begroting van de gemeente Amsterdam komt onder meer naar voren dat de kosten voor afval en reiniging relatief hoog zijn. Belangrijke verklaring voor de hoge uitgaven bij de reiniging is het grote aantal bezoekers in delen van de stad. Als vervolgstap gaan we onderzoeken wat we kunnen leren van andere vergelijkbare steden. De afvalstoffenheffing wordt in 2025 en 2026 constant gehouden. De kostenstijgingen worden dus niet doorberekend aan de Amsterdammer, maar gedekt vanuit de algemene middelen.
Gebiedsgericht In onze aanpak werken we gebiedsgericht. In 2023 zijn de afvalplannen per stadsdeel opgesteld, die worden in 2025 verder tot uitvoering gebracht. Zodoende zetten we per stadsdeel in op de specifieke opgaven per gebied. Daarnaast werken we met de stadsdelen aan de gebiedsopgaven voor afval en reiniging. Het gaat om problemen waardoor de stad niet schoon is en die niet met standaard (extra) inzet van inzameling of reiniging structureel op te lossen zijn. Vanaf 1 januari 2025 komt ook Weesp er officieel bij. De gemeente Amsterdam gaat vanaf die datum het afval in Weesp met de eigen organisatie inzamelen in plaats van het werk uit te besteden aan een andere partij. Daarnaast wordt ook de organisatie aangepast zodat we gebiedsgericht gaan inzamelen. Dit betekent dat we al het afval in vier gebieden, elk bestaande uit één à twee stadsdelen, en met integrale teams gaan inzamelen. Zo benutten we de kennis van het gebied en vergroten we de samenwerking en eigenaarschap over het gebied.
Begroting 2025
Activiteit 2.3.1.1 We maken de openbare ruimte schoon (daar waar het er toe doet). Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
Percentage CROW scores grof zwerfvuil op niveau B
87% (2021)
84,1%
80%
80%
80%
2
Percentage CROW scores vullings- 89% (2021) graad prullenbakken op niveau B
84,4%
80%
80%
80%
3
Percentage oplosbare meldingen over afval en schoon dat naar tevredenheid is afgehandeld
57% schoon & 69% afval
70%
70%
70%
57% schoon & 69% afval (2023)
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Door de statiegeldproblematiek staan de doelstellingen onder druk. We houden vast aan de eerder afgesproken streefwaarden. Het meldingenproces is erop gericht om de stad schoon te houden en ons te helpen. Door het contact met de burgers weten wij welke straten, buurten en wijken problemen geven en kunnen zo de routes beter aan laten sluiten op het aanbiedgedrag in de stad. De meldingen streven we binnen 72 uur af te handelen. Dit proces verbeteren we doorlopend. In de praktijk betekent dit dat een melding dezelfde dag nog opgepakt wordt en vaak de dag erna al afgehandeld is. De afmelding van de melding naar de bewoner is dan dezelfde dag of de dag erna.
Activiteit 2.3.1.2 We zorgen dat inwoner en bedrijven hun afval op de juiste wijze kunnen aanbieden. Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Percentage CROW scores 85% (2022) bijplaatsingen naast containers op niveau B
85%
Begroting 2024 90%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 90%
90%
In 2025 repareren en vervangen we weer waar nodig containers. Plaatsen containers bij daar waar de stad groeit. Ook zamelen we tijdig in, om zoveel als mogelijk volle en gestremde containers te voorkomen. Als graadmeter kijken we naar de bijplaatsingen bij containers.
85
H2.2.3
Activiteit 2.3.1.3
Doel 2.3.2
We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in.
Amsterdam voorkomt (rest) afval.
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
19,2 (2019)
Kg CO2 uitstoot per ton ingezameld materiaal
Begroting 2024
2,3
2,3
Begroting Prognose 2025 2026-2028 2,3
2,3
In 2025 lopen de voorbereidingen door om het wagenpark van de afvalinzameling stapsgewijs te kunnen gaan vervangen voor emissievrije inzamelvoertuigen. In 2026 zullen de eerste circa 25 procent emissievrije inzamelvoertuigen geleverd en ingezet gaan worden. Daar waar mogelijk huren we al eerder emissievrije inzamelvoertuigen in. Verder wordt het plan om in het centrum van de stad te werken met kleinere emissievrije inzamelvoertuigen in combinatie met overslaglocaties op het water verder uitgewerkt.
Activiteit 2.3.1.4 We ondersteunen medebeheer en zetten in op preventie. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
76% (2020)
Tevredenheid (zeer en redelijk tevreden) onder containeradoptanten
Geen meting
Begroting 2024 Geen meting
Begroting Prognose 2025 2026-2028 75%
75%
De samenwerking met de Amsterdammers wordt in 2025 verder uitgebreid. We zetten onder andere in op gedragsinterventies bij containers, bewonersinitiatieven en verdere samenwerking met handhaving. Ook voor 2025 nodigen we met de aanpak ‘Adoptie ondergrondse afvalcontainers’ bewoners van Amsterdam uit mee te doen om hun eigen leefomgeving schoon te houden. De indicator voor Adoptieaanpak wordt pas in 2026 gemeten. De tevredenheid zal dan gecommuniceerd worden. Dit betekent niet dat we ons niet voor onze Amsterdamse participanten inspannen in 2025. We gaan in 2025 de adoptanten faciliteren en ondersteunen in hun bijdrage aan een schone containerlocatie. Daarnaast blijven we extra adoptanten werven op locaties waar het nodig is.
Begroting 2025
Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Kilogram huishoudelijk fijn en grof restafval per inwoner per jaar (BBV-verplicht)
247 (2019)
230
240
230
227
2
Kilogram huishoudelijk afval per inwoner per jaar
358 (2019)
351
377
347
347
Dit bereiken we door landelijke beleid- en regelgeving op het voorkomen van afval, en door gemeentelijke inspanningen op afvalpreventie en het verhogen van de hoeveelheid gescheiden afval zodat materialen hergebruikt kunnen worden. Maatregelen zijn onder andere het aansluiten van huishoudens op een aparte inzameling voor groente-, fruit-, etensresten- en tuinafval (GFE-T) en bewoners te stimuleren om grof afval naar de recyclepunten te brengen. Deze recyclepunten willen we daarom aantrekkelijker maken door onder andere weekendopening en communicatie op de punten. Daarnaast kijken we naar de prestaties van de nascheiding. In 2025 blijven we streven om meer grondstoffen via nascheiding terug te winnen. De zomeraanpak afval is in 2024 verlengt.
Activiteit 2.3.2.1 We maken het voor bewoners mogelijk om hun afval op de juiste manier gescheiden te kunnen aanbieden. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
1% (2019)
Aantal Amsterdamse huishoudens dat toegang heeft tot een GFE-T inzamelvoorziening
8,5%
Begroting 2024 8%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 13%
30%
De huidige doelstelling is om 75 procent van de Amsterdammers in 2030 aan te sluiten op een inzamelvoorziening voor groente-, fruit- , etensresten- en tuinafval. Realisatie van dit doel is afhankelijk van de beschikbare middelen in de komende jaren. In 2025 breiden we de inzameling verder uit met onder andere het gefaseerd plaatsen van rolcontainers in buurten met laagbouw met tuin.
86
H2.2.3
Stichting Pantar
Activiteit 2.3.2.2
Stichting Pantar voert onder andere opdrachten uit op gebied van schoon en afvalinzameling/ recycling (prikken en het verwijderen van bijplaatsingen, inzamelen van afvalstromen, voorsorteren van afvalstromen).
We zorgen dat het afval zo hoogwaardig mogelijk wordt verwerkt. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
22% (2019)
Percentage gerecycled afval per inwoner per jaar t.o.v. totale hoeveelheid huishoudelijk afval
25%
Begroting 2024 25%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 26%
28%
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028
We verwachten dat het recyclepercentage toeneemt, onder andere door het verhogen van de gescheiden ingezamelde hoeveelheid keuken- en tuinafval, het verbeteren van de afzetbaarheid van gescheiden stromen uit de nascheiding en het verhogen van de hoeveelheid grof afval dat we innemen op de recyclepunten. In 2025 start de nieuwe regeling Kringlopen. Momenteel hebben we een overeenkomst met twee kringlooporganisaties, Dit breiden we uit naar drie nieuwe overeenkomsten.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? AEB Holding N.V. Amsterdam AEB verwerkt het Amsterdamse restafval, onder andere door kunststof verpakkingen en metalen na te scheiden en het restafval te verbranden. Daarmee produceert AEB stadswarmte en elektriciteit voor woningen en bedrijven. In 2021 heeft de gemeente besloten haar belang in AEB te verkopen. Eind 2021 is een verkoopovereenkomst bereikt met AVR, waarvoor in 2023 geen goedkeuring is verleend door de ACM.. De gemeente heeft vervolgens besloten om een nieuw verkoopproces voor AEB te starten. Dit is op 23 april 2024 gebeurd. Het verwerkings contract met AEB is herzien en loopt tot drie jaar na het moment dat AEB daadwerkelijk is verkocht. De gemeente heeft de mogelijkheid om eenzijdig het contract met maximaal vier keer een jaar te verlengen. Naar verwachting zal, na afronding van het verkoopproces AEB Amsterdam, de gemeente in 2025 een inkoopprocedure starten voor het laten nascheiden en verwerken van het huishoudelijk restafval.
Begroting 2025
Baten
209,0
211,9
215,3
215,3
215,3
215,3
Lasten
222,6
251,3
268,4
270,2
265,1
265,1
Saldo Baten en Lasten
-13,6
-39,4
-53,1
-54,9
-49,8
-49,8
Onttrekking
0,0
5,6
7,9
7,5
1,0
1,0
Toevoeging
12,3
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
-12,3
5,6
7,9
7,5
1,0
1,0
Totaal
-25,9
-33,8
-45,2
-47,4
-48,8
-48,8
Baten en lasten De baten in dit programmaonderdeel van € 215,3 miljoen bestaan voornamelijk uit de afvalstoffenheffing voor hefbaar netto areaal van bijna 449.800 huishoudens (€ 186,6 miljoen), reinigingsrecht (€ 11,6 miljoen), opbrengsten inzameling commercieel bedrijfsafval (€ 8,3 miljoen), opbrengsten uit gescheiden afvalstromen (€ 8,0 miljoen) en opbrengsten reiniging openbare ruimte (€ 0,8 miljoen). De lasten van € 268,4 miljoen bestaan voornamelijk uit het inzamelen van afval (€ 136,6 miljoen), het reinigen van de openbare ruimte (straatreiniging) (€ 69,1 miljoen) en het verwerken van afval (€ 42,2 miljoen) en kwijtscheldingen (€ 20,5 miljoen). In dit programmaonderdeel zijn de directe lasten en baten van de afvalstoffenheffing opgenomen. Onderdeel van de afvalstoffenheffing zijn toerekeningen waarvan de kosten in andere programma’s dan PO 2.3 zijn opgenomen: handhavingskosten (€ 5,4 miljoen in programmaonderdeel 8.2), kosten centrale overhead (€ 18,0 miljoen programmaonderdeel in B.5) en BTW op inzameling (€ 5,8 miljoen in programmaonderdeel B.5).
87
H2.2.3
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Ten opzichte van 2024 nemen de lasten in 2025 en verder toe. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van indexeringen voor loon en prijsstijgingen, hogere kapitaallasten en autonome ontwikkelingen (zoals de lachgasproblematiek). Er wordt in 2025 en 2026 € 5,0 miljoen per jaar extra ingezet voor een schoner Amsterdam, een deel hiervan in programmaonderdeel 2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte. Om het tarief van de afvalstoffenheffing in 2025 en 2026 gelijk te houden, wordt de algemene middelen voor een bedrag van € 14,3 miljoen in 2025 oplopend tot € 19,7 miljoen vanaf 2026.
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Beginstand Begroting 2025
4,4
2,9
2,5
1,0
1,0
Mutaties 2024-2028
-1,2
-5,0
-5,0
0,0
0,0
10 Egalisatiereserve afval
1,2
5,0
5,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-33,8
-45,2
-47,4
-48,8
-48,8
Mutaties 2024-2028
Reserves
11 Egalisatiereserve afval
De onttrekkingen aan de Egalisatiereserve afval en de reserve Verevening Onroerend Goed in 2025 bedragen respectievelijk € 5,0 miljoen en € 2,9 miljoen.
Eindtotaal
Financiële toelichting op de wijzigingen
Mutaties baten
(bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
211,9
215,3
215,3
215,3
215,3
212,6
211,3
210,8
210,8
210,8
0,8
4,0
4,5
4,5
4,5
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-0,4
4,0
4,5
4,5
4,5
2 Nominaal
0,0
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
3 Reserve-gerelateerde wijzigingen
-1,2
0,0
0,0
0,0
0,0
4 Overig
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
251,3
268,4
270,2
265,1
265,1
250,0
244,0
242,0
240,4
240,4
1,3
24,4
28,2
24,7
24,7
5 Verlenging zomeraanpak afval
1,0
2,0
0,0
0,0
0,0
6 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
0,5
20,3
26,3
26,3
26,3
7 Nominaal
0,0
0,1
0,2
0,2
0,2
8 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
3,7
3,5
0,0
0,0
9 Overig
0,2
1,5
1,4
1,4
1,4
Onttrekking
5,6
7,9
7,5
1,0
1,0
Baten Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Lasten Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Begroting 2025
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen In 2025 stijgen de baten met € 4,0 miljoen en vanaf 2026 en verder met € 4,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door hogere baten vanwege: • de verwachte areaalgroei van het aantal huishoudens (afvalstoffenheffing) • de verwachte areaalgroei van het aantal ondernemers (reinigingsrecht) • de verhoging van de tarieven op het onderdeel bedrijfsafval. Deze extra baten dienen ter dekking van de evenredig stijgende lasten op deze onderdelen. Zie ook toelichting op de lasten. Het tarief van de afvalstoffenheffing blijft in 2025 en 2026 ongewijzigd. De toename van de lasten in de exploitatie van de afvalstoffenheffing worden daarmee niet gedekt uit een verhoging van de baten afvalstoffenheffing, maar vanuit de algemene middelen. 2 Nominaal Aanpassing budget ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 3 Reserve-gerelateerde wijzigingen Lagere baten afvalstoffenheffing op basis van het aantal huishoudens. Bij de begroting 2024 was een hoger aantal huishoudens verwacht dan de werkelijke ontwikkeling (€ 1,2 miljoen in 2024). 4 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
88
H2.2.3
Mutaties lasten
Mutaties toevoegingen reserves
5 Verlenging zomeraanpak afval Hogere lasten door het beschikbaar stellen van incidentele middelen voor het verrichten van reinigingswerkzaamheden in het kader van het verlengen van de zomeraanpak afval (€ 1,0 miljoen in 2024 en € 2,0 miljoen in 2025).
11 Egalisatiereserve afval Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
6 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere lasten door gemeentebrede neutrale mutaties vanwege indexeringen voor loon en prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen voor wagenparkkosten, lachgasproblematiek rondom scheiden en transport restafval, extra inzameling door verwachte areaalgroei aantal huishoudens en ondernemers (reinigingsrecht), aantal kwijtscheldingen. Zie ook toelichting op de baten. Daarnaast komen de hogere lasten ook door het herverdelen van nominale middelen voor loon- en prijsstijgingen vanuit programmaonderdeel 2.4. Deze compensatie is aan de programmaonderdelen 2.3, 2.6, 3.1 en B.5 toegevoegd waar de lasten nu stijgen. Per saldo is het effect gemeentebreed neutraal (€ 14,8 miljoen). 7 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 8 Reserve-gerelateerde wijzigingen Hogere lasten in 2025 (€5 miljoen) en 2026 (€5 miljoen) bij programmaonderdelen 2.3 en 2.4 door extra inzet middelen voor een schoner Amsterdam. Deze extra middelen worden ingezet voor aanpak zwerfafval en grof afval en worden gedekt uit de Egalisatiereserve afval. 9 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties onttrekkingen reserves 10 Egalisatiereserve afval Hogere onttrekking aan de Egalisatiereserve afval in 2024. Zie toelichting op de baten (€ 1,2 miljoen in 2024). Hogere onttrekking van € 5,0 miljoen in 2025 en 2026 aan de Egalisatiereserve afval voor de extra inzet van middelen voor een schoner Amsterdam. Hiervan gaat € 1,4 miljoen in 2025 en € 1,5 miljoen in 2026 naar programmaonderdeel 2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte.
Begroting 2025
89
H2.2.4
2.2.4 Beheer en onderhoud openbare ruimte De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 2.4 is: Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
9,34 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
6.162,57 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Doel 2.4.1 De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers. Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
6,7 (2021)
Het onderhoud van de straten en stoepen in uw buurt wordt door de bewoners beoordeeld op 6,5
6,5
Begroting 2024 6,5
Begroting Prognose 2025 2026-2028 6,5
6,5
Amsterdam is een levendige en dynamische stad. De stad staat nooit stil en de openbare ruimte wordt volop gebruikt. Alle spullen in de openbare ruimte hebben een levenscyclus; het wordt gebruikt, vervuilt, verweert en moet worden onderhouden, schoongemaakt, beheerd en periodiek vervangen. De inzet op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is enorm. Jaarlijks gaat het om honderden projecten en dagelijks zijn vele honderden medewerkers druk aan het werk om het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en de vervangingen in goed banen te leiden. Amsterdam beschikt daardoor over een prachtig areaal aan parken, speelplekken, wegen, pleinen, bruggen en waterwegen.
Begroting 2025
De budgetten voor Stadsbehoud, Stadsverbetering en groei van de stad zijn niet toereikend voor de gehele opgave. Met de keuze van de coalitie om een impuls te geven aan (het onderhoud van) de bestaande stad en de vaststelling van de Uitvoeringsstandaard Toekomstgericht werken in de Openbare Ruimte (USTOR), is de onderhoudsopgave het leidende principe geworden bij het programmeren van werkzaamheden in de openbare ruimte. Er worden in beginsel geen werkzaamheden meer gestart als er geen onderliggende onderhoudsopgave is. Dat is duurzamer en kostenefficiënter.
Klimaatadaptatie, verkeersveiligheid en toegankelijkheid
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?
Indicatoren doel
Stadsverbetering en Stadsbehoud
Daar waar er verbeteringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn geven we voorrang aan verbeteringen op het gebied van klimaatadaptatie, verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Denk aan het toevoegen van lokale groenvoorzieningen ter verbetering van hittebestendigheid en afvoer van overtollig water, of het verbreden van voetpaden ter verbetering van de verblijfskwaliteit en toegankelijkheid. Door bijvoorbeeld parkeerplaatsen op te heffen wordt ruimte gemaakt voor deze aanpassingen. Een ander voorbeeld is aanpassen van plekken in de openbare ruimte, zoals het verbreden van fietspaden, die niet veilig blijken te zijn voor de weggebruikers (door veranderd/intensiever gebruik). We hebben 2 miljoen incidenteel extra vrijgemaakt voor klimaatadapatieve maatregelen in 2025. Hiervoor kunnen we natuurgrasvelden met waterberging en (blauw) groene daken aanleggen. Daarnaast voeren we voorbereidend onderzoek uit voor het aanpakken van de meest urgente knelpunten in de openbare ruimte en breiden we onze Weerproof Wijkaanpak uit. We maken in toenemende mate gebruik van landelijke initiatieven door mee te doen met het programma ‘Toekomstbestendige Leefomgeving’ van het Nationaal Groeifonds en de Citydeal Tijdloze Grachten van het rijk met diverse gemeenten. Amsterdam kan daar veel innovaties en kennis brengen maar ook met de andere partijen verder ontwikkelen.
Achterstallig onderhoud We gaan werk maken van het inlopen van achterstallig onderhoud in het groen en verhardingen . De openbare ruimte wordt toegankelijker en ziet er fraaier uit als de stoeptegels recht liggen en lege boomspiegels zijn gevuld. Ook neemt het risico op letsel af en dragen we bij aan het klimaatbestendig maken van de stad door de bomen die ontbreken terug te planten. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is het voorstel om jaarlijks € 15 miljoen extra te bestemmen voor het wegwerken van achterstallig
90
H2.2.4
onderhoud waarvan een 1e tranche van € 11,5 miljoen is opgenomen in de begroting 2025. In 2025 beginnen we met het vullen van de lege boomspiegels en wordt met deze middelen de achterstalligheid op voetpaden in Nieuw West, Zuid en West aangepakt.
Activiteit 2.4.1.1 We beheren en onderhouden onze verhardingen, straat & speel meubilair en busstations. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Percentage van het areaal verhardingen dat voldoet aan niveau C (Sober)
84% (2022)
84%
84%
90%
90%
2
Omvang van achterstallig onderhoud inzake verhardingen
≤1% (2024)
6%
5%
5%
5%
3
Percentage beschikbaarheid speeltoestellen
99% (2022)
99%
99%
99%
99%
4
Percentage oplosbare meldingen over verhardingen dat naar tevredenheid is afgehandeld
68% (2023)
68%
70%
70%
70%
5
Percentage hergebruik restmateriaal verhardingen
80% (2022)
80%
80%
80%
80%
* In de Begroting 2024 was bij de peilwaarde en waarde voor de begroting van achterstalligheid de aangehouden werkvoorraad van 10% opgeteld. Deze optelling is nu weggelaten, waardoor waarden zijn aangepast ten opzichte van de Begroting 2024.
Verhardingen Verhardingen beslaan ongeveer 10 procent van het oppervlak in de stad en hebben een totale omvang van ruim 30 miljoen vierkante meter. Het gaat om rijbanen, busbanen, pleinen, fiets- en voetpaden en parkeervakken maar ook om markeringen en straatkolken. Dagelijks beheer van verhardingen bestaat uit werkzaamheden aan de bestrating en het asfalt, maar bijvoorbeeld ook openbare trappen. Hiernaast worden meldingen afgehandeld en kleine wijzigingen uitgevoerd. Van alle verhardingen voldoet 84 procent voldoet aan het kwaliteitsniveau, 10 procent zit in de werkvoorraad en 6 procent is achterstallig onderhoud. We werken aan het
Begroting 2025
inlopen van achterstallig onderhoud, met name in stadsdelen waar de achterstalligheid hoger is dan gemiddeld. In deze stadsdelen (Nieuw-West, West en Zuid) zetten we de komende jaren extra middelen in op aanpak van voetpaden. Ondanks deze inspanningen kunnen we het achterstallig onderhoud in de gehele stad niet wegwerken, maar verwachten we de oplopende trend wel te stoppen. In 2025 realiseren we zo’n 100 onderhoudsprojecten, variërend van (kleinschalig) groot onderhoud tot vervangingsprojecten. Voorbeelden van waar we gaan werken zijn Dwaze Moederplein in Nieuw-West, fietspad Bloemendalergouw in Noord en Sint Willibrordusstraat in Zuid.
Straatmeubilair en speelvoorzieningen Binnen het dagelijks beheer vinden werkzaamheden plaats aan straatmeubilair (onder andere zitbanken, hekwerken, fietsenrekken, palen), speelvoorzieningen, waterspeelplaatsen, kunst- en oorlogsmonumenten, het afhandelen van meldingen en het uitvoeren van kleine wijzigingen. Bij speelvoorzieningen is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. In 2025 werken we aan onze stroomkasten en fonteinen waardoor deze weer voldoen aan het gewenste onderhoudsniveau. Vanuit het Investeringsprogramma Openbare Toiletten worden zelfreinigende toiletten geplaatst in de openbare ruimte. In 2024 is een toilet geplaatst en in 2025 volgen er meer. In 2025 verrichten we onderhoud aan ongeveer 450 speeltoestellen waaronder speeltuin Kralenbeek in Zuidoost en speelplek Chirurgijnsweg in Weesp. We voeren groot onderhoud op niveau sober uit bij 45 stroomkasten en 10 fonteinen.
Activiteit 2.4.1.2 We beheren en onderhouden onze civiele constructies en tunnels.
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Percentage van het areaal van civiele constructies dat voldoet aan niveau C (Sober)
89% (2022)
88%
90%
90%
90%
2
Omvang van achterstallig onderhoud inzake civiele constructies
1% (2022)
2%
0%
0%
0%
91
H2.2.4
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
3
Beschikbaarheidspercentage Amsterdamse wegtunnels voor verkeer
95% (2025)
99%
98%
95%
95%
4
Versnellen van het herstel van bruggen (aantal per jaar)
2 (2024)
1
2
1
4
Beweegbare bruggen, sluizen, steigers en oevers Onze kades, bruggen en sluizen zorgen ervoor dat de stad bereikbaar blijft via de weg en over het water. Daarnaast zorgen ze ervoor dat we droge voeten houden en bieden ze mogelijkheden voor verblijven en recreëren. Daarvoor moeten deze voorzieningen beschikbaar en veilig zijn.
Programma Bruggen en Kademuren Het belangrijkste doel van het programma Bruggen en Kademuren is het veilig en functioneel houden van onze bruggen en kademuren. Het programma richt zich op de 871 verkeersbruggen en circa 205 kilometer gefundeerde kademuur, waar sprake is van achterstallig onderhoud. De programmatische aanpak bewijst inmiddels zijn meerwaarde. Uit inspectie en onderzoek blijkt dat een (groot) deel van de bruggen en kademuren langer meegaat. Door innovatie werken we sneller, goedkoper, met minder hinder en met meer kansen voor boombehoud. Desondanks blijft de herstelopgave groot, met name voor kademuren, en blijven de middelen schaars. De komende jaren zullen we slimme en soms pijnlijke keuzes moeten maken om de stad veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Het is onvermijdelijk dat Amsterdammers daar hinder van ondervinden. Naar verwachting start in 2025 het herstel (vervanging en renovatie) van 1.500 meter kademuur. Ook staat de oplevering van 750 meter kademuur en één brug gepland.
Sluizen, steigers, oevers, watergangen en niet verkeersbruggen Het onderhoud aan onze kades, overige bruggen, tunnels, sluizen, steigers, oevers en watergangen is een combinatie van inspecties, dagelijks- en groot onderhoud en vervangingen. Zo worden de beweegbare bruggen continue gesmeerd en wordt regelmatig onderhoud gepleegd (bijvoorbeeld schilderen) en defecten gerepareerd (bijvoorbeeld gaten en scheuren in kades). Ook worden kades en bruggen volledig vervangen zodat ze weer jaren meekunnen. De beweegbare bruggen worden, indien nodig, in de zomer gekoeld.
Begroting 2025
Op basis van die inspecties worden, als dat nodig is, extra inspecties uitgevoerd naar bijvoorbeeld de fundering, installaties of constructie. Met de resultaten van deze inspecties kunnen we de onderhoudsopgave voor 2025 en de navolgende jaren aanvullen en afstemmen met onze partners. Er is sprake van achterstalligheid, met name in het onderhoud aan de beschoeiingen. Op basis van risicoafwegingen wordt prioriteit gegeven aan onderhoud aan met name bruggen, kades en sluizen en wordt onderhoud aan beschoeiingen uitgesteld, tenzij er een onveilige situatie is bij de beschoeiingen. Wij houden zo goed mogelijk de huidige kwaliteit vast en proberen we verdere achteruitgang en het oplopen van achterstallig heid te vertragen. Voor 2025 is er onder andere groot onderhoud gepland aan de bruggen van de Cornelis Lelylaan en omgeving Slotervaart in Nieuw-West, aan de bruggen van de Gooiseweg in Oost en Zuidoost en de Dageraadsbrug over de Nieuwevaart (Centrum), het vervangen van de Fortbrug in Weesp, groot onderhoud aan de glooingen van de Boerenwetering (Zuid), kades bij de Foodhallen (West) en beschoeiingen van het Noord-Hollands kanaal (Noord) en het vervangen van sluisdeuren van de Dageraadswaterkering (Oost). In totaal wordt er gewerkt aan ongeveer 60 bruggen, 10 sluizen, 15 beweegbare bruggen, 15 steigers en 22 km oever.
Aanpak Wegtunnels Amsterdam De wegtunnels zijn van groot belang voor de bereikbaarheid van de stad. In de Amsterdamse hebben we 5 wegtunnels en een kabels en leidingen tunnel in beheer. De Verkeerscentrale Amsterdam zorgt voor de doorstroming van het verkeer. De algehele kwaliteit van de tunnels is over het algemeen goed, behalve in de IJtunnel en Arenatunnel. Omdat de vervangingsinvesteringen voor deze twee tunnels op zich laat wachten stijgen de kosten voor preventief en correctief onderhoud. Door de indexatie van Stadsbehoud dekken we het tekort op correctief en preventief onderhoud van € 1,5 miljoen in 2025. Uit onderzoek en inspectie bleek dat de Arenatunnel met een aantal maatregelen, waaronder aan de technische installaties en het toevoegen van afsluitbomen, voorlopig weer aan de minimale eisen kon voldoen. Er zijn voorbereidingen getroffen voor een grootschalige renovatie waardoor de tunnel weer jaren mee kan en in 2025 worden de werkzaamheden gestart. Ook bij de IJ-tunnel is sprake van achterstalligheid. Uitstel dient voorkomen te worden om het risico op onverwachte sluiting met als gevolg verkeersopstoppingen, veiligheid en economische te voorkomen. Voorbereidingen voor het benodigde vervanging en renovatie zullen starten in 2025.
92
H2.2.4
Verkeersregelinstallaties en Verkeersinformatiesystemen
Er wordt gewerkt aan een nieuwe verkeerscentrale. Deze komt aan de Van Marwijk Kooystraat. De bouw is gestart en de opening vindt in 2025 plaats.
Verkeersregelinstallaties en verkeersinformatiesystemen, waaronder verkeerslichten, camera’s en parkeerverwijssystemen zijn van belang om op een duurzame manier alle vormen van vervoer te faciliteren. Het zorgt voor het optimaal geleiden van verkeersstromen en vormt zo een waarborg voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid . De installaties en systemen informeren weggebruikers tijdens hun reis met als doel de leefbaarheid in de stad te bevorderen.
Activiteit 2.4.1.3 We beheren en onderhouden onze installaties. Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Het percentage beschikbare uren 99% (2022) van het areaal van de Verkeersinformatiesystemen
99%
Begroting 2024 99%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 99%
99%
Openbare verlichting Sinds 2024 zetten we het licht in het Vliegenbos uit tussen 23.00 en 05.00 uur. Het doel is dat de natuur in het Vliegenbos gezonder wordt. Door het uitzetten van het licht wordt de natuur minder belast. We willen voorkomen dat dier- en plantensoorten verdwijnen. In 2025 willen we in andere ecologische gebieden de verlichting in de nacht uitzetten zoals in het Vliegenbos al is gebeurd. In 2024 is gestart met de technische vervanging van de overspanningen waar verlichting aan is gemonteerd. In 2025 gaan we daar mee door. De oude verlichting wordt vervangen door ledlampen. Dat is goed voor het milieu, want ledlampen gebruiken veel minder energie. De meeste lampen, aan de overspanningen, gaan we 's nachts ook dimmen. Zo beperken we de lichtvervuiling en besparen we nog meer energie. Oude lantaarnpalen gaan we niet meer weggooien. In plaats daarvan knappen we ze op, zodat ze nog langer mee kunnen. Dat is duurzaam, want zo hoeven er niet steeds nieuwe palen te worden gemaakt. We kunnen de palen een paar keer opknappen, waardoor ze veel langer meegaan. Door het toepassen van led-verlichting besparen we energie. In 2025 gaan we nog meer besparen door een start te maken met dimmen van de ledlampen met een hoog vermogen als er minder mensen op straat zijn.
Met behoud van bijdrage aan veiligheid bespaart dit energie, CO2 uitstoot, geld en verlengt de levensduur van de lampen. Dit zijn maatregelen die bijdragen aan een duurzame, circulaire stad. In 2025 wordt voorgesteld het aantal laadpalen uit te breiden met circa 1000 palen.
Begroting 2025
In 2025 worden de centrale systemen voor aansturing van de installaties en systemen in de stad verplaatst naar de nieuwe verkeerscentrale. Met de nieuwe centrale wordt de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de centrale systemen in de stad geborgd. In de 2025 gaat gewerkt worden met het Langzaam Verkeer Monitoringssysteem Amsterdam. Met dit systeem krijgen we meer inzicht in de fietsers-, bromfietsers- en voetgangersstromen in de openbare ruimte. Op veel wegen heeft het afgelopen jaar de transitie van 50 naar 30 kilometer per uur plaatsgevonden, wat tot veel aanpassingen in de systemen heeft gezorgd. Ook in 2025 zorgt dit voor aanpassingen in de verkeerslichten en verkeersinformatiesystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan aanpassingen in de scenario’s voor omleidingen op dynamische route informatiekanalen en aanpassing van bewegwijzering en parkeerverwijssystemen.
Doel 2.4.2 Amsterdam is voorbereid op veranderend klimaat in 2050 Indicatoren doel 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Zie indicatoren onder activiteit 2.4.2.1.
Activiteit 2.4.2.1 We zorgen voor een klimaatadaptieve stad Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
Aantal afgeronde klimaat adaptieve projecten
30 (2024)
30
10
10
10
2
Aantal m2 vergroend op privaat terrein dmv tegelservice
11.000 (2024)
11.000
7.500
7.500
7.500
93
H2.2.4
Indicatoren activiteit 3
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Aantal m3 waterberging gerealiseerd en m2 vergroend in impulsregeling projecten
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1.000; 500; 12.000 500; 12.000 500; 12.000 1.600 (2024)
1.000; 1.600
De klimaat adaptieve projecten en aantal m2 vergroend op privaat terrein is gepland tot en met 2026 opgenomen. Met klimaatadaptieve maatregelen bereiden we Amsterdam voor op een toekomst met een hogere zeespiegel en temperatuur, drogere zomers en nattere winters. We coördineren en rapporteren over de voortgang op het gebied van klimaatadaptatie. We stimuleren en ondersteunen klimaatadaptatie in projecten, we integreren klimaatadaptatie structureel in werkzaamheden en beheer, we doen nader onderzoek en monitoren de voortgang, we vergroten de bewustwording en bewerkstelligen acties bij derden in de stad, en we zorgen voor kennisdeling en communicatie.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programmaonderdeel.
Financiële toelichting Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Baten
45,9
42,0
38,9
36,8
36,7
34,6
Lasten
275,7
275,2
295,7
293,3
292,6
289,4
Saldo Baten en Lasten
-229,7
-233,2
-256,8
-256,5
-255,9
-254,9
Onttrekking
92,6
96,1
8,9
3,8
2,0
1,8
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
92,6
96,1
8,9
3,8
2,0
1,8
-137,1
-137,1
-247,9
-252,7
-253,9
-253,1
Begroting 2025
De baten in dit programmaonderdeel van € 38,9 miljoen bestaan voornamelijk uit opbrengsten reclame lichtbakken (€ 12,4 miljoen), baten doorberekening materialen aan aannemers voor diverse projecten in de stad (€ 11,0 miljoen) en opbrekingen aan de openbare ruimte (€ 8,2 miljoen). De lasten bedragen € 295,7 miljoen en bestaan voornamelijk uit lasten voor Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte zoals openbare verlichting, verkeersregelaars installaties, onderhoud verhardingen, bruggen, tunnels, wegen en het wagenpark. Ook lasten met betrekking tot afschrijvings- en rentelasten van de objecten in openbare ruimte vallen hieronder.
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2026 nemen de baten langzaam af. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van afname baten voor het deelprogramma infra van het Nationaal Groeifonds (NGF)-programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Ook zijn er incidentele hogere baten in 2025 door een ontvangen eenmalige specifieke uitkering voor de uitvoering van Regiodeal ZaanIJ meedoen en groen die daaropvolgende jaren afnemen. De lasten nemen in 2025 toe met ruim € 20,0 miljoen, door onder meer inzet coalitiemiddelen voor Achterstallig Onderhoud in de openbare ruimte (€ 6,0 miljoen), en voor aanpak zwerfafval en grofafval (€ 1,4 miljoen), Programma stadsbehoud (€ 3,7 miljoen in 2025), het verwerken van loon- en prijsindexatie (€ 2,8 miljoen in 2025) en klimaatadaptatie (€ 2,0 miljoen in 2025).
Reserves
(bedragen x € 1 miljoen)
Totaal
Baten en lasten
De onttrekkingen aan de reserves bedragen in 2025 € 8,9 miljoen en dalen ten opzichte van 2024 met € 87,2 miljoen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van lagere onttrekkingen in 2025 aan de reserves programma Stadsbehoud (€ 64,5 miljoen) en programma Achterstallig Onderhoud (€ 27,2 miljoen). Per 1 januari 2025 worden de reserves Stadsbehoud en Achterstallig Onderhoud opgeheven en daarom dalen de onttrekkingen. Daarentegen wordt er meer onttrokken aan onder meer de reserves Coalitiemiddelen en Programma Stadsbehoud betreft inzet voor achterstallig onderhoud in de stad en aanpak wonen in Noord (€ 6,7 miljoen) en het bomenvervangingsprogramma (€ 5,5 miljoen. Er zijn geen toevoegingen aan de reserves.
94
H2.2.4
Financiële toelichting op de wijzigingen
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
18 R eserve Programma Stadsbehoud
1,6
-56,3
-60,0
-58,1
0,0
19 Reserve achterstallig onderhoud, infrastructuur, openbare ruimte en groen
0,0
-25,5
-25,5
-25,0
-25,0
(bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
42,0
38,9
36,8
36,7
34,6
Beginstand Begroting 2025
38,6
36,3
35,3
34,9
34,8
-2,6
-2,6
-2,6
-2,3
3,4
2,6
1,5
1,8
-0,2
20 Financieringseserve activa Maatschappelijk Nut
0,0
Mutaties 2024-2028 1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
3,6
1,3
0,7
0,9
-0,2
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
2 Reserve-gerelateerde wijzigingen
-0,2
1,3
0,9
0,9
0,0
-137,1
-247,9
-252,7
-253,9
-253,1
275,2
295,7
293,3
292,6
289,4
267,4
285,2
289,1
284,9
226,7
7,9
10,6
4,2
7,7
62,8
3 Opheffen reserve stadsbehoud
0,0
3,7
0,0
0,0
0,0
4 Klimaatadaptatie
0,0
2,0
0,0
0,0
0,0
5 Coalitieakkoord - Masterplannen
0,0
0,7
0,7
0,0
0,0
6 Achterstallig onderhoud
0,0
6,0
2,0
2,0
1,5
7 Schoner Amsterdam
0,0
1,4
1,5
0,0
0,0
8 Actualisatie kapitaallasten
0,0
1,8
4,7
9,7
8,7
9 Areaal
0,0
0,9
0,9
0,9
0,9
10 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
4,6
-16,6
-22,3
-23,5
-20,6
11 Intertemporele mutaties
0,0
1,0
-1,3
-2,7
4,3
12 Nominaal
0,0
2,7
2,8
2,8
2,8
13 Reserve-gerelateerde wijzigingen
3,2
6,2
14,9
18,3
64,9
14 Bouwhubs
0,0
0,5
0,0
0,0
0,0
15 Overig
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
Onttrekking
96,1
8,9
3,8
2,0
1,8
Beginstand Begroting 2025
94,6
86,3
89,1
85,7
27,6
Mutaties 2024-2028
1,6
-77,4
-85,3
-83,7
-25,8
16 Coalitiemiddelen 2022-2026
0,0
6,7
2,7
2,0
1,5
17 Kwaliteitsimpuls Groen
0,0
0,2
0,0
0,0
0,0
Baten
Lasten Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Begroting 2025
Beginstand Begroting 2025 Eindtotaal
Mutaties baten 1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere baten door neutrale mutaties vanwege een ontvangen eenmalige specifieke uitkering (SPUK) voor de uitvoering van Regiodeal ZaanIJ meedoen en groen. Zie ook toelichting op de lasten. Daarnaast komen de hogere baten door toename aantal projecten in de stad, waardoor ook de levering van materialen aan derden is toegenomen, door inkomsten voor reclame-uitingen in de openbare ruimte naar boven bij te stellen (€ 1,3 miljoen). 2 Reserve-gerelateerde wijzigingen Hogere baten door reserve gerelateerde wijzigingen. Dit betreft een ontvangen bijdrage van het Rijk voor het deelprogramma infra van het Nationaal Groeifonds (NGF)-programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Deze hogere baten hebben betrekking op de activiteiten in 2024 rondom Verhardingen. Zie ook toelichting op de lasten (€ 1,3 miljoen).
Mutaties lasten 3 Opheffen reserve stadsbehoud De vrijval van het saldo van de reserve Stadsbehoud als gevolg van het opheffen van de reserve wordt ingezet voor het programma Stadsbehoud. 4 Klimaatadaptatie Incidentele bestedingsvoorstel klimaatadaptatie middelen voor klimaatadaptatie voor natuurgrasvelden met waterberging en (blauw) groene daken. 5 Coalitieakkoord - Masterplannen Bestedingsplan 2025 en 2026 Integrale aanpak Aanpak Noord (onderdeel van Masterplannen). 95
H2.2.4
6 Achterstallig onderhoud We maken de komende jaren € 45 miljoen vrij voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud in de stad. De eerste € 11,5 miljoen hiervan is in deze begroting in concrete plannen uitgewerkt. Met € 4,0 miljoen pakken we de voetpaden in de stadsdelen Nieuw West, West en Zuid aan. We starten daar in 2025 mee. Met de overige € 7,5 miljoen maken we de openbare speelbaden toekomstbestendig, door onder andere de aanschaf van waterzuiveringsinstallaties. 7 Schoner Amsterdam Hogere lasten in 2025 (€5 miljoen) en 2026 (€5 miljoen) bij programmaonderdelen 2.3 en 2.4 door extra inzet middelen voor een schoner Amsterdam. Deze extra middelen worden ingezet voor aanpak zwerfafval en grofafval en worden gedekt uit de Egalisatiereserve afval. 8 Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio. 9 Areaal Dit betreft de toedeling van gereserveerde middelen voor areaaluitbreiding in 2025. 10 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere lasten in 2024 en lagere lasten vanaf 2025 door gemeentebreed neutrale mutaties. Deze mutaties leiden tot aanpassingen in meerdere programmaonderdelen maar het totale effect op de begroting is nihil.
De lagere lasten komen door het vervallen van de marktconformiteitstoeslag (doorbelasting overhead naar exploitatie projecten) die niet is toegestaan van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) en het herverdelen van budget voor achterstallig onderhoud en van de nominale middelen voor loon- en prijsstijgingen. De hogere lasten komen door uitvoering van Regiodeal ZaanIJ meedoen en groen en door toename aantal projecten in de stad waarvoor ook meer materialen voor levering aan derden wordt ingekocht. Zie ook toelichting op de baten. Verder komen de hogere lasten door het aanpassen van kasritmes, herpositionering van basis- en kernregistraties en het herverdelen van FTE en salariskosten tussen programmaonderdelen (€ 16,6 miljoen). 11 Intertemporele mutaties Hogere lasten in 2025 en 2028 en lagere lasten in 2026 en 2027 door intertemporele mutaties. Deze mutaties houden verband met het herverdelen over de jaarschijven van lasten voor het programma bruggen en kademuren en stadsbehoud (€ 1,0 miljoen). 12 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen.
Begroting 2025
13 Reserve-gerelateerde wijzigingen Hogere lasten door reserve gerelateerde wijzigingen, waaronder aanpassingen in verband met het opheffen van de reserve programma Stadsbehoud, verschuivingen binnen programmaonderdelen, doorschuiven van projecten Groot Onderhoud Plus in 2024 naar 2025 en verdere jaren, activiteiten in het kader van het Nationaal Groeifonds (NGF) programma Toekomstbestendige leefomgeving en het bomenvervangings programma (zie programmaonderdeel 2.1 voor een uitgebreidere toelichting op dit laatste punt) (€ 6,2 miljoen). 14 Bouwhubs Hogere lasten door toekenning van incidentele middelen ten behoeve van bouwhubs voor programma Hergebruik (onderdeel van het onderhoudswerk aan verhardingen) (€ 0,5 miljoen). 15 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties onttrekkingen reserves 16 Coalitiemiddelen 2022-2026 Onttrekking aan de reserve Coalitiemiddelen ter dekking van de inzet. 17 Kwaliteitsimpuls Groen Deze mutatie lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. 18 Reserve Programma Stadsbehoud Hogere onttrekking in 2024 en lagere onttrekkingen in 2025 tot en met 2027 aan de reserve programma Stadsbehoud voornamelijk door aanpassingen in verband met het opheffen van deze reserve, verschuivingen binnen programmaonderdelen en het bomenvervangingsprogramma (€ 56,3 miljoen). 19 Reserve achterstallig onderhoud, infrastructuur, openbare ruimte en groen Lagere onttrekking aan de reserve Achterstallig onderhoud van € 27,2 miljoen in 2025 komt door het opheffen van deze reserve. De hogere onttrekking van € 1,7 miljoen in 2025 is in het kader van programma Bruggen en Kademuren. Dit komt door uitgekeerde nominale compensatie bij de Begroting 2024. Deze compensatie is eerder aan programmaonderdeel 2.1 toegevoegd waar de lasten nu met hetzelfde bedrag dalen. Dit is een budgetverschuiving van programmaonderdeel 2.1 naar 2.4 (€ 25,5 miljoen). 20 Financieringsreserve activa met maatschappelijk nut Hogere onttrekking aan de financieringsreserve door de actualisatie van de kapitaallasten (rente en afschrijving) (€ 2,6 miljoen). 96
H2.2.5
2.2.5 Water Een evenwichtig, veilig en duurzaam beheer en gebruik van water en wal door het onderhouden van waterassets, het beheersen van drukte en het tegengaan van overlast waardoor het Amsterdamse watersysteem functioneert, schoon en veilig is en een vlotte en veilige doorvaart wordt gegarandeerd. De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 2.5 is: Scope 1 en 2 in de stad
7.084,58 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
48,67 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
13.743,50 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 2.5.1 Het openbare water is begaanbaar, aantrekkelijk, schoon en veilig voor alle gebruikers. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Schoonheidsgraad van de grachten (0-10)
7,8 (2017)
7,0
7,0
7,0
7,0
2
De werkvoorraad voor het baggeren is gelijk aan de hoeveelheid bagger die er jaarlijks bijkomt
n.t.b.*
n.v.t.
n.v.t.
n.t.b*.
n.t.b*.
3
Aantal aanschrijvingen op de 100 (2025) wettelijke zorgtaak voor baggeren en schonen.
354
100
100
Wordt nog bezien wat realistisch is
4
Aantal ton verwijderd drijf- en grofvuil uit bevaarbaar water
160
350
160
160
175 (2020)
Water is het kloppende hart van Amsterdam, een bron van leven en beweging. De vele grachten, havens en waterwegen vormen niet alleen een iconisch deel van de stad, maar zijn ook cruciaal voor haar leefbaarheid en veerkracht. We staan voor de uitdaging om deze kostbare waterwegen te beheren en te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, waaronder hittestress en wateroverlast. Met de groei van onze stad neemt ook de druk op ons watersysteem toe. Het aantal inwoners en bezoekers groeit, waardoor de vraag naar verkoeling in hete zomers toeneemt en de kans op wateroverlast bij hevige regenval vergroot. We streven ernaar om onze waterinfrastructuur te optimaliseren, zodat deze niet alleen schoon en veilig blijft, maar ook bijdraagt aan ecologische doelstellingen en het tegengaan van hittestress en wateroverlast. Onze inspanningen omvatten het schoonhouden van de watergangen door actief (drijf) vuil te verwijderen en baggerwerkzaamheden uit te voeren. Daarnaast zorgen we voor vlotte en veilige doorgang door het bedienen van bruggen en sluizen. We bevorderen het gebruik van water als natuurlijke koeltebron in onze stad. Langs de oevers van de grachten en havens stimuleren we groene zones en waterpartijen, die verkoeling bieden tijdens hittegolven en tegelijkertijd water kunnen opvangen bij hevige regenval.