Raadsbesluit 2024-184B Begroting 2025 Gemeente Amsterdam
Tekst van het document
20
H1
nadelig uit voor een aantal stadsdelen. Hierdoor kwam het huidige voorzieningenniveau in die stadsdelen onder druk te staan. Om dit te voorkomen zetten we structureel € 1,9 miljoen in. Zo kan het voorzieningenniveau in de stadsdelen gehandhaafd blijven. Daarnaast is gebleken dat de afgelopen jaren het budget voor de sociale basis onvoldoende is meegegroeid met de toename van de bevolking. Om de sociale basis toekomstbestendig te houden maken we hier structureel € 4,1 miljoen extra voor vrij. Ouderenzorg De demografische ontwikkeling van Amsterdam laat een sterke(re) groei zien in de hogere leeftijdscategorieën. Onderzoek geeft aan dat een hogere leeftijd het meest verklarend is voor hoger zorggebruik. Om de stijgende vraag naar diensten binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de sociale basis te kunnen opvangen maken we jaarlijks € 3,9 miljoen vrij. Om een goede start te maken vullen we dit aan met nog eens € 2,8 miljoen per jaar in 2025 en 2026. Hulp bij huishouden Om de wachtlijsten voor hulp bij huishouden te verminderen trekken we structureel € 2,1 miljoen uit. Hiermee wordt het aantal Amsterdammers dat hulp bij huishouden ontvangt verder uitgebreid naar 12.250 per jaar.
Wachtlijstbegeleiding en versterking aanpak dakloosheid We zetten de resterende coalitieakkoordmiddelen voor opvang (€ 9,4 miljoen) evenredig verdeeld over 2025 en 2026 in voor wachtlijstbegeleiding en projecten ter versterking van de aanpak dakloosheid. Jongerenwerk We maken in de periode 2025 – 2028 € 1,5 miljoen per jaar vrij voor het Jongerenwerk in School. Jongerenwerkers zijn aanwezig zijn op het voortgezet onderwijs, zijn een luisterend oor voor scholieren en bereiken daar veel mee. Op die manier zetten we meer in op preventie, om kleine problemen klein te houden en problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Met dit extra geld kunnen we het programma uitbreiden, ook naar het MBO. Continuering Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet wordt de Landelijke Vreemdelingenvoorziening beëindigd. Dit betekent dat de Rijksbijdrage voor het programma Ongedocumenteerden komt te vervallen. Voor 2025 is er eenmalig nog een rijksbijdrage ontvangen, maar te weinig om de activiteiten in 2025 op het huidige niveau te behouden. Om toch de activiteiten voor de Landelijke Vreemdelingen voorziening in 2025 op niveau te houden is € 2 miljoen ruimte gevonden binnen de portefeuille opvang. Hiermee kan de voorziening nog een jaar gecontinueerd worden.
Begroting 2025
Aanpak onbegrepen gedrag in de stadsdelen Voor de aanpak ‘onbegrepen gedrag’ maken we in 2025 € 2,8 miljoen vrij binnen programma 6. Deze middelen zijn gevonden binnen de portefeuille opvang. International children’s peace prize We trekken € 0,2 miljoen uit voor de organisatie van de International Children’s Peace Prize. De uitreiking daarvan vindt plaats op 19 november 2024 in Amsterdam. Opstart Dialoogfestival Er is een bedrag van € 0,05 miljoen toegekend ten behoeve van de opstart van het Dialoogfestival.
Programma 7 Sociale zaken en Armoedebestrijding Pantar & beschut werk In de voorjaarsnota hebben we € 6 miljoen in 2024 vrijgemaakt om het verwachte negatief financieel resultaat van Pantar te kunnen dekken. Dat tekort is het gevolg van een aantal ontwikkelingen. Aanpassingen in cao’s leiden tot hogere personele lasten. Pantar maakt een transformatie door naar een organisatie die werkt met medewerkers waarvan alleen de verminderde loonwaarde met subsidies wordt gedekt. Ook is de problematiek van de medewerkers zwaarder geworden. Hierdoor is meer begeleiding nodig en kunnen deze mensen op minder (rendabele) werksoorten worden ingezet. We maken nu € 9,4 miljoen vrij, waarmee het financiële tekort voor Pantar ook in 2025 gedekt is. Hiermee bieden we financiële zekerheid, waardoor Pantar zich sneller en op een meer innovatieve wijze kan ontwikkelen richting sociaal ontwikkelbedrijf/sociaal ondernemer en binnen de financiële kaders kan blijven. Inzet is dat Pantar in samenwerking met de gemeente de komende periode een meerjarenstrategie 2025-2029 uitwerkt die ons het vertrouwen geeft dat Pantar deze ontwikkeling kan realiseren binnen voor de gemeente haalbare financiële kaders. Daarnaast stellen we € 6,7 miljoen beschikbaar voor de bredere opgave beschut werk vanaf 2028. Dit geld is breed inzetbaar voor financiële knelpunten die gerelateerd zijn aan beschut werk.
Bestaanszekerheid De eerder dit jaar vastgestelde agenda bestaanszekerheid wordt voor een deel uitgevoerd binnen de bestaande organisatorische en financiële kaders. Een deel betreft echter het vernieuwen of intensiveren van de dienstverlening waar (nog) geen dekking tegenover stond. Hiervoor maken we incidenteel in totaal € 9 miljoen vrij. Daarvan maakte € 2,8 miljoen al onderdeel uit van de Voorjaarsnota. In 2025 en 2026 gaat het jaarlijks om nog eens € 3,1 miljoen. 21
H1
Uitbreiding buurtbanen voor masterplan-gebieden In een buurtbaan zetten actieve buurtbewoners hun ervaring en kennis van de buurt twee jaar in om de buurt te versterken, waarbij zij zich kunnen ontwikkelen naar regulier betaald werk. Om meer buurtbanen te kunnen realiseren in Zuidoost, NieuwWest en Noord maken we in totaal € 5 miljoen vrij, waarvan € 2 miljoen gedekt wordt uit de egalisatiereserve inkomensdeel en conjunctuur.
Programma 8 Veiligheid Amsterdam 750 Het college wil voor zowel Amsterdam 750 als voor Sail voor de start van het jubileumjaar met een extra post van € 6 miljoen zorgen dat alle programmering door kan gaan, ook bij nu nog onvoorziene kosten. Aangezien voor beide evenementen ook nog externe bijdragen geworven worden, hoopt het college hier zo min mogelijk gebruik van te hoeven maken. Evenementenfonds & capaciteit in het kader van Amsterdam 750 We trekken in 2025 € 0,7 miljoen extra uit voor het Stedelijke evenementenbureau. Voor het jubileumjaar 2025 wordt een veelvoud aan aanvragen verwacht, door meer deelname aan bestaande evenementen en extra aanvragen voor nieuwe evenementen. Toezicht en handhaving evenementen Voor het vergroten van de veiligheid van, en toezicht op, (met name de grote) evenementen in Amsterdam zijn extra middelen nodig. Hierbij gaan we uit van het inrichten van extra toezicht op 60-80% van de grote evenementen en risicovolle middelgrote evenementen. Hiervoor maken we structureel € 0,6 miljoen vrij, waarvan de inzet in 2024 al opgenomen was in de voorjaarsnota. Ombuiging evenementenleges In het coalitieakkoord is een ombuiging opgenomen op leges van € 2,0 miljoen. Het grootste deel van deze ombuiging is al ingevuld. Het nog ingevulde deel heeft betrekking op de evenementenleges (€ 0,5 miljoen vanaf 2025).
Deze ombuiging laten we vervallen omdat we het niet wenselijk vinden deze leges verder te verhogen. Bijdrage Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland mentale weerbaarheid brandweerprofessionals We investeren extra in de mentale weerbaarheid van onze (beroeps) brandweer professionals. Dit is om de mentale weerbaarheid van brandweermensen via trainingen, oefeningen en mentale checks te verhogen en daarmee PTSS te voorkomen. Hier trekken we, naast de € 0,8 miljoen uit de voorjaarsnota, € 0,8 miljoen in 2025 voor uit.
Begroting 2025
Comité herdenking februaristaking Het Comité Herdenking Februaristaking ontvangt geen subsidie van de gemeente, hoewel het een onmisbare en unieke herdenking betreft. Met een structurele bijdrage van € 50.000 per jaar garanderen we een waardige herdenking voor de toekomst en een mogelijke uitbreiding van (bijvoorbeeld educatieve of promotionele) activiteiten.
Programma B Bestuur en Organisatie Wetgeving digitalisering Op het gebied van digitalisering zien we een aantal ontwikkelingen op wet- en regelgeving waar invulling aan moet worden gegeven. Er is de komende jaren steeds meer aandacht nodig voor de kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie. Daarnaast moeten we geld vrijmaken om aan de minimale eisen van nieuwe Europese wetgeving rond cyberbeveiliging, en de aangepaste Wet politiegegevens, te voldoen. Hiervoor stellen we in 2025 € 1,3 miljoen beschikbaar, zoals we in de voorjaarsnota ook al deden voor 2024. Vanaf 2026 maken we structureel € 0,2 miljoen vrij. Mbo-traineeship Het vinden van werk blijft voor veel mbo’ers lastig. Daarnaast hebben we als organisatie mbo’ers hard nodig. We maken daarom in 2025, net als in 2024, € 1 miljoen vrij voor het voortzetten van de in september 2023 gestarte pilot mbo-traineeship, die in eerste instantie loopt tot en met juni 2025. Inclusie, diversiteit en vertrouwenswerk We geven een extra impuls aan onze inzet op inclusie, diversiteit en toegankelijkheid in de organisatie. Hiervoor maken we in 2025 en 2026 € 0,5 miljoen vrij. In die jaren trekken we ook € 1,2 miljoen per jaar uit voor de benodigde wervingscapaciteit om bewust inclusief te kunnen werven en selecteren.
Bij het Bureau Integriteit zien we dat naar aanleiding van de onderzoeksrapporten over racisme en discriminatie uitbreiding van het vertrouwenswerk en het meldpunt nodig is. Hier zetten we met € 0,3 miljoen per jaar in 2025 en 2026 extra op in. Voor alle drie deze bedragen geldt dat we ze in de voorjaarsnota al voor 2024 hebben vrijgemaakt. Daarnaast reserveren we € 2 miljoen extra om invulling te kunnen geven aan de voorstellen die volgen uit de actualisatie van de bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit van eind 2024. PTSS bij personeel Toezicht en Handhaving Bij Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte is voor de medewerkers sprake van een risico op PTSS. Vanaf 2025 maken € 0,3 miljoen vrij om een structurele voorziening in te richten om de mentale weerbaarheid van toezichthouders en handhavers te verhogen via trainingen, oefeningen en mentale checks en zo het risico op PTSS te verkleinen.
22
H1
Internationale Vrouwenconferentie Ter opvolging van de editie van 2024 in Parijs wordt in Amsterdam op 8 maart 2025 een vrouwenconferentie georganiseerd. Dat doen we ook in het kader van internationale profilering, wat deel uitmaakt van het programma Amsterdam 750. Hiervoor trekken we in 2025 € 0,2 miljoen uit.
Meerjarig laten de baten het volgende beeld zien.
Figuur 1.4 Ontwikkeling baten meerjarig (bedragen x € miljoen) 8.000
Visie internationaal De Visie Internationaal is unaniem door de raad aangenomen. Amsterdam als veilige haven is een van de pijlers van de visie. We maken vanaf 2025 € 0,3 miljoen vrij voor huisvesting, begeleidingsprogramma’s en levensonderhoud voor mensenrechtenactivisten en bedreigde journalisten. Canon van Amsterdam De Canon van Amsterdam geeft in vijftig korte hoofdstukken een samenvatting van de geschiedenis van de stad. In de aanloop naar 750 jaar Amsterdam herziet een nieuwe, divers samengestelde, commissie samen met de huidige Amsterdamse bevolking de inhoud: in 2025 zal de nieuwe Canon van Amsterdam worden gepubliceerd. Voor deze herziening maken we € 500.000 in 2025 vrij.
7.000 6.000 5.000
670
689
646
781
764
603
611
781
764
855
979
1.005
1.034
1.054
1.029
880
835
786
786
3.019
3.079
3.012
3.123
3.228
2024
2025
2026
2027
2028
612
643
661
646
636
567
4.000 3.000 2.000 1.000
1.4
Ontwikkeling baten en lasten
1.4.1
Ontwikkeling baten
De baten kunnen globaal worden onderverdeeld in drie categorieën: • Inkomsten van het Rijk • Lokale heffingen • Overige eigen middelen De inkomsten van het Rijk bestaan uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De lokale heffingen bestaan uit heffingen voor enerzijds specifieke wettelijke taken zoals riool-, drinkwater- en afvalstoffenheffing en anderzijds uit gemeentelijke belastingen zoals onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting en parkeerbelasting. De overige eigen middelen zijn de inkomsten uit bezit zoals erfpacht, dividend en grondopbrengsten door verkopen. De categorie overig in figuur 1.4 bestaat uit huuropbrengsten, dividend en andere kleinere inkomstenbronnen.
Begroting 2025
0
Gemeentefonds
Specifieke uitkeringen
Parkeren, OZB en toeristenbelasting
Afvalstoffen-, rioolheffing, drinkwater, leges
Grond- erfpachtopbrengsten
Overig
Ruim de helft van de baten bestaan uit rijksbijdragen: het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De andere categorieën zijn de eigen inkomsten van de gemeente. In 2028 zijn deze met 13% gestegen ten opzichte van 2024. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door (meerjarige) indexatie. De stijging van de rijksbijdragen blijft hierbij achter.
1.4.2 Ontwikkeling lasten De verdeling van de lasten (uitgaven) over de programma’s in de begroting maakt duidelijk aan welke opgaven we het geld besteden. We onderscheiden zes categorieën: • Personele lasten: salarislasten inclusief werkgeverslasten voor het gemeentelijk personeel en inhuur. • Inkomensoverdrachten: lasten die de gemeente heeft aan uitkeringen, vergoedingen (met name aan instellingen voor WMO en jeugdzorg) en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. • Kapitaallasten: rente- en afschrijvingslasten voor gemeentelijke bezittingen.
23
H1
• Goederen & diensten: lasten voor aanschaf van goederen, zoals materiaal voor beheer en onderhoud. • Subsidies en kapitaaloverdrachten: lasten voor subsidies en kapitaaloverdrachten aan andere instanties. • Overig: lasten die niet in een andere categorie vallen, zoals toevoegingen aan voorzieningen en interne doorbelastingen van personeelskosten.
Figuur 1.5 Ontwikkeling lasten meerjarig per kostensoort (bedragen x € miljoen)
7.000 891
847
817
833
2.049
2.075
2.106
1.989
2.082
311
354
410
464
559
1.745
1.791
1.787
6.000 5.000
Ontwikkeling bezittingen, schuld en reserves
De balans van de gemeente laat aan de ene kant onze bezittingen zien, en aan de andere kant de financiering ervan. Onze bezittingen zijn te onderscheiden naar materieel bezit, zoals grond, gebouwen en wegen, en financieel bezit, zoals deelnemingen. Financiering van ons bezit vindt plaats deels met onze eigen reserves, en deels met schuld. In paragraaf 3.4 Financiering is een vereenvoudigde balans opgenomen.
Bezittingen
8.000
909
1.5
Om onze stad in goede staat te houden, te verduurzamen en uit te breiden investeren we jaarlijks vele miljoenen euro’s. Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van onze materiële en financiële bezittingen zien, verdeeld naar erfpachtgrond en andere activa.
Figuur 1.6 Bezittingen: materieel en financieel (bedragen x € miljoen) 20.000
4.000 3.000
1.779
1.794
2.000 1.000
18.000 16.000
1.150
1.183
1.201
1.207
14.000 1.823
1.817
1.810
1.791
1.791
2024
2025
2026
2027
2028
0
12.000
7.945
6.346
6.884
7.441
8.583
8.623
8.694
2024
2025
2026
1.215
8.405
10.000
Personele lasten
Inkomensoverdrachten
Kapitaallasten
Goederen en diensten
Subsidies
Overig
Bovenstaande figuur laat zien hóe we het geld in de begroting inzetten. De totale uitgaven (exclusief de toevoegingen aan reserves) bedragen in 2025 € 6,8 miljard. Amsterdam investeert met de beschikbare middelen de afgelopen en komende jaren fors. Dit resulteert in een toename van het aandeel kapitaallasten in de begroting.
8.000 6.000 4.000
8.795
8.896
2027
2028
2.000 -
Erfpachtgrond
Gebouwen, infrastructuur etc
Deelnemingen, Leningen
Zowel ons bezit aan erfpachtgronden als onze andere bezittingen nemen toe, omdat we investeren in gebiedsontwikkeling, openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen en onze eigen huisvesting en ICT.
Begroting 2025
24
H1
De investeringsruimte voor de periode 2024-2028 bedraagt € 3.826 miljoen en is daarmee € 505 miljoen hoger dan de ruimte voor de periode 2023-2027. Er zijn meerjarige portfolio’s met investeringen opgesteld die passen binnen deze investeringsruimte, verdeeld naar de domeinen Openbare ruimte en mobiliteit, Maatschappelijke voorzieningen en Bestuur en organisatie.
Figuur 1.7 Investeringen per domein (bedragen x € miljoen) 900 800 61
700 600 500
81
224
68
287
25
In 2025 is het voornemen om € 771 miljoen te investeren. Door uit te gaan van 30% overprogrammering is in de portfolio’s een programmering opgenomen van € 982 miljoen. In de programmering 2025 zijn onder andere opgenomen: • Openbare ruimte en mobiliteit: bruggen en kademuren (€ 90 miljoen), diverse vervangingsprogramma’s (€ 104 miljoen), wegtunnels (€ 84 miljoen), Smart Mobility Hub (€ 31 miljoen); • Maatschappelijke voorzieningen: vervangende nieuwbouw en nieuwbouw van scholen, renovatie en verduurzaming van de Bosbaan en de renovatie van het Amsterdam museum; • Bestuur en organisatie: verduurzaming huisvesting en aanpassing werkomgeving waaronder de raadszaal (€ 23 miljoen) en werven (€ 22 miljoen).
60 357 321
155
In paragraaf 4.1 Investeringen lichten we de investeringen in 2025, de periode 2024-2028 en de daarbij gemaakte afwegingen toe. In het de programmabladen komen de investeringen in 2025, toegespitst op het programma, aan bod. In de portfoliobijlage staan de investeringen in de domeinportfolio’s.
400
Financiering van ons bezit
300
We financieren ons bezit met eigen middelen, die we hebben gespaard in onze reserves, of met schuld, waarvoor we bij externe financiers aankloppen.
200
406
480
453
397
421
Figuur 1.8 Financiering
100
(bedragen x € miljoen) 18.000 2024
2025
Openbare ruimte en mobiliteit
2026 Maatschappelijke voorzieningen
2027
2028
Bestuur en organisatie
Bij het bepalen van de ruimte zijn we uitgegaan van het gemiddelde van de investeringsruimte van de jaren 2023 tot en met 2027 en de indexatie van de toegevoegde jaarschijf voor 2028. We hebben rekening gehouden met enkele specifieke ontwikkelingen, zoals de elektrificatie van het wagenpark, emissievrije veren en enkele bovenplanse investeringen. Ook de ruimte voor de Oostbrug en enkele andere grote infra-gerelateerde investeringen is nu al toegevoegd, ondanks dat uitvoering na 2028 wordt verwacht. Gezien de grootte van de investeringen is het verstandig hier nu geld voor te reserveren. In de meerjarige portfolio’s zijn diverse nieuwe investeringen opgenomen zoals de Oostbrug, de IJtunnel, vervanging en renovatie van bruggen en kademuren, de ontsluiting van IJburg en Noord (Cruciale mijl en van Hasselt zone), het Nationaal Slavernijmuseum en de verduurzaming van veren en van het wagenpark.
Begroting 2025
16.000 14.000 12.000
6.915
8.909
7.435
8.081
8.532
2.245
2.209
2.245
2.279
5.434
5.496
5.582
5.691
2025
2026
2027
2028
10.000 8.000 6.000
3.120
4.000 2.000
4.670
0 2024 Algemene reserve
Systeemreserves vermogensopbouw
Overige reserves
Schuld
25
H1
De schuld neemt de komende jaren verder toe. Dit is vooral het gevolg van de investeringen die we doen. We verwachten dat de schuld in 2028 uitkomt op € 8,9 miljard. De schuldquote behorend bij de standaardschuld (exclusief erfpacht) stijgt naar 82%, nog ruim onder de streefwaarde van 110% zoals vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2023. De reserves nemen iets toe. We besteden de middelen in onze reserves aan de doelen waarvoor we de reserves hebben ingesteld, maar sparen ook weer in dezelfde omvang, voor bestedingen in de toekomst. Vanaf 2025 is een herstructurering in de reserves doorgevoerd. Besluitvorming hierover ligt tegelijk met deze begroting voor. Financieringsreserves zijn gebundeld in één reserve, de reserve vermogensopbouw. Dit is gedaan vanuit het oogpunt van transparantie en inzicht in de financiële positie. Een gezonde financiële positie vereist dat het bezit van de gemeente voor een deel met eigen vermogen wordt gefinancierd. De investeringen die vrij beschikbare middelen opleveren financieren we met eigen vermogen, via de reserve vermogensopbouw. Dit betreft voornamelijk in canonbetalende erfpacht uitgegeven grond en deelnemingen. De beschikbare externe financieringsruimte kunnen we dan zoveel mogelijk benutten voor investeringen in de openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen.
Zoals eerder is besloten sparen we de (meer)opbrengsten erfpachtcanon om de hiervoor aangegane (voor)financiering te kunnen aflossen. Deze middelen voegen we toe aan de reserve vermogensopbouw. Aan de reserve vermogensopbouw wordt niet onttrokken.
1.6
Risico’s
Met het oog op de begroting voor 2025 staat de gemeente Amsterdam voor diverse uitdagingen. Onderstaande risicoanalyse biedt inzicht in de belangrijkste sociaal economische, geopolitieke en financiële ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële gezondheid van de stad in de komende jaren. Sociaaleconomische ontwikkelingen Na een jaar van economische stagnatie vertoont de Nederlandse economie weer tekenen van herstel, aldus het Centraal Planbureau in hun CEP 2024-rapport. Dit herstel brengt een lichte verbetering in de koopkracht van huishoudens met zich mee, hoewel deze in 2025 nog steeds iets lager blijft dan in 2024. Vooral lage inkomens profiteren van de verhoging van het minimumloon, terwijl hogere inkomens een lichte teruggang in koopkracht zullen ervaren. Een positief gevolg hiervan is dat minder mensen in armoede zullen leven.
Begroting 2025
Externe factoren De geopolitieke situatie blijft een belangrijke rol spelen. De stad wordt geconfronteerd met uitdagingen zoals vluchtelingenstromen en stijgende energie- en grondstofprijzen, die worden beïnvloed door de aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Deze factoren zorgen voor blijvend hoge kosten van levensonderhoud, terwijl ook de maatschappelijke onrust door conflicten in het Midden-Oosten aanhoudt. Hoewel de inflatie iets afneemt, blijven de lonen en bouwkosten stijgen, wat de druk op de gemeentelijke financiën vergroot. De stijgende rentestanden en de noodzaak om te investeren in duurzaamheid als reactie op klimaatverandering voegen extra lagen van complexiteit toe aan het risicoprofiel van de stad. Financiën van de Rijksoverheid De financiële situatie van de Rijksoverheid heeft gevolgen voor Amsterdam. Het overheidstekort stijgt en zal naar verwachting vanaf 2028 boven de Europese norm van 3% blijven, vooral door hogere uitgaven aan sociale zekerheid, zorg, defensie en rentelasten. Dit vergroot de onzekerheid voor de gemeentelijke begroting, vooral gezien de geplande 10% korting op specifieke uitkeringen door het nieuwe kabinet en het gebrek aan extra middelen om gemeenten te compenseren voor structurele tekorten.
Amsterdamse Financiën Amsterdam haalt het grootste deel van zijn inkomsten uit rijksbijdragen, en de financiële druk van het Rijk werkt door in de lokale financiën. De oploop van de opschalingskorting die vanaf 2028 wordt geschrapt biedt enige verlichting, maar de dalende grondinkomsten door minder winstgevende projecten en stijgende kosten voor infrastructuur en voorzieningen vormen een blijvend risico. Stijgende rentelasten kunnen daarnaast een steeds zwaardere last leggen op de begroting. Weerstandscapaciteit Ondanks de uitdagingen biedt de algemene reserve van Amsterdam op dit moment een solide buffer tegen mogelijke tegenvallers. Uit de grafiek (Figuur 1.9) blijkt dat de algemene reserve in 2025 kan oplopen en dan boven de normhoogte uitkomt. Daarbij speelt een aantal ontwikkelingen een rol. In 2020 hebben we de algemene reserve ingezet om de klap van de coronacrisis het hoofd te bieden. Die inzet ging gepaard met een herstelplan, waarin we de algemene reserve weer aanvulden met € 500 miljoen vanuit de financieringsreserve erfpacht. Het plan was om dat in drie tranches te doen: € 150 miljoen in 2021 en 2022, en € 200 miljoen in 2022. In 2022 zagen we dat onze begroting zich sneller dan verwacht herstelde, en konden we besluiten de laatste twee tranches van in totaal € 350 miljoen achterwege te laten.
26
H1
Inmiddels is de weerbaarheid van onze begroting weer volledig op orde. Dat biedt de gelegenheid om de € 150 miljoen die wel aan de financieringsreserve erfpacht is onttrokken nu weer te corrigeren. In het kader van de herstructurering van onze reserves doen we dat middels een toevoeging aan de reserve vermogensopbouw. Onderstaande grafiek schetst de verwachte ontwikkeling van de algemene reserve in de periode tot en met 2028. Binnen de algemene reserve is € 100 miljoen aangehouden voor onzekerheden en tegenvallers samenhangend met de financiering vanuit de Rijksoverheid.
Deze begroting toont voor alle jaren een positief saldo, wat betekent dat de structurele lasten lager zijn dan de baten. Ook in het jaar 2028 wordt geen negatief saldo verwacht. Dit is een direct gevolg van de verwachting dat het Rijk geen aanvullende middelen meer beschikbaar zal stellen. Daarom hebben wij binnen deze begroting het tekort opgelost en presenteren we een meerjarig en structureel sluitende begroting. Meer informatie over de structurele exploitatieruimte is te vinden in hoofdstuk 10 Overzicht incidentele baten en lasten. Conclusie De gemeente Amsterdam staat in 2025 voor significante uitdagingen, maar ook voor kansen. Door het nauwgezet monitoren van risico’s en het handhaven van een solide weerstandscapaciteit kan de stad haar financiële stabiliteit behouden en inspelen op de dynamische omstandigheden die de komende jaren met zich mee zullen brengen.
Figuur 1.9 Algemene reserve 2024– 2028 (bedragen x € miljoen) 550
450 67 67 350
67
67
67 250 424 150
379 322
289
359
50 2024 Algemene reserve
2025
2026 Verwacht resultaat 2024
2027
2028
Normhoogte
Meer informatie is opgenomen in paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Structurele Exploitatieruimte Een zorgvuldig begrotingsbeleid is essentieel om structurele tekorten te vermijden. De structurele exploitatieruimte, die het verschil meet tussen de structurele baten en lasten van de gemeente, is hierbij een belangrijke indicator. Een positief saldo wijst op een gezond evenwicht, terwijl een negatief saldo aangeeft dat de gemeente moet bijsturen om de financiële stabiliteit te waarborgen.
Begroting 2025
27
2
H2
2 Begroting 2025
2 Programma's 2.1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
30
2.2
Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer
65
2.3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
115
2.4
Sport en Bewegen
139
2.5
Onderwijs
151
2.6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
163
2.7
Sociale zaken en armoedebestrijding
194
2.8
Veiligheid
217
2.A
Algemene dekkingsmiddelen
231
2.B
Bestuur en organisatie
248
29
H2.1
2.1
2.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
Programma 1 | Portefeuillehouder: Van Dantzig, Pels, Groot Wassink, Van der Horst, Van Buren
H2.1
2.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten
865,9
853,6
809,8
805,5
873,5
875,8
Lasten
811,1
830,6
859,5
869,2
808,0
806,6
Saldo Baten en Lasten
54,9
23,0
-49,7
-63,7
65,6
69,3
Onttrekking
823,3
278,0
789,5
280,6
143,6
140,8
Toevoeging
591,7
425,6
200,5
185,5
194,2
194,5
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
231,6
-147,6
589,1
95,1
-50,6
-53,7
Totaal Programma Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
286,5
-124,6
539,4
31,4
14,9
15,6
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
277,9
263,8
268,9
267,8
264,6
262,7
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
Investeringen De gemeentelijke kosten samenhangend met de grondproductie worden opgenomen in de grondexploitaties. Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin kosten van het verwerven, sloopwerken, bouwen woonrijp maken van de grond zijn opgenomen evenals de inkomsten uit de erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas (MPG) en de actualisatie van het MPG in het najaar (het AMPG) wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting
Begroting 2025
en Verantwoording Grondexploitaties (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks de saldi van de grond exploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het MPG waarin zowel de grondexploitaties van het Vereveningsfonds als de Zuidas zijn opgenomen. Voor het investeringsprogramma voor duurzaamheid op vastgoed is 150 miljoen euro gereserveerd voor de periode 2024 tot en met 2027, van de benodigde 300 miljoen euro. Dit bedrag is bedoeld om in 2030 een CO2-reductie van 55 procent te realiseren ten opzichte van 1990 voor de gebouwenportefeuille. Door deze middelen beschikbaar te stellen, kunnen we de
verduurzaming van het vastgoed versnellen en het tempo verhogen om de doelstellingen uit het coalitieakkoord te behalen. Van de 150 miljoen euro is 75 miljoen euro toegewezen aan gebouwen in programma 1.5. Dit omvat 60 miljoen euro voor maatschappelijke voorzieningen en 15 miljoen euro voor gebouwen zonder direct beleidsdoel, die klaar kunnen worden gemaakt voor een maatschappelijk doel. De overige 75 miljoen euro wordt ingezet voor kantoor- en werfgebouwen in programma B5.
31
H2.1
Digitale stad / informatie • We gaan de belangrijkste primaire en secundaire processen in de ontwerpketen digitaal transformeren zodat de realisatieprojecten in het fysieke domein effectiever kunnen samenwerken. • We gaan het datafundament en documentbeheer van de projectketen in het fysieke domein verder ordenen zodat informatie efficiënter beschikbaar en op minder verschillende plaatsen opgeslagen is, ook voor omgevingsprocessen en WOOverzoeken. • We gaan de processen rondom wonen, beheer en toezicht op onroerend goed, en de digitalisering daarvan, meer in samenhang brengen. • We werken toe naar een uniform dashboard wat ondersteunt bij de doelstellingen voor een duurzame stad en organisatie.
Democratisering • Bij de ruimtelijke ontwikkeling betrekken we de bewoners, belanghebbenden en daar waar die aanwezig zijn buurtplatformen via participatietrajecten bij de ontwikkeling van de nieuwbouwprojecten. In 2025 wordt daarvoor gewerkt met de nieuwe participatieverordening, waarmee meer aandacht komt voor bewonersparticipatie van het begin van een project. • Daarnaast zetten we op verschillende wijzen in op het betrekken van bewoners en ondernemers in de stad bij de duurzame transities bijvoorbeeld door participatie bij grote warmte- of energietrajecten in de wijken. We streven naar 100 procent lokaal eigenaarschap van duurzame energiebronnen. De thema's Duurzaamheid en kansengelijkheid worden apart toegelicht in een paragraaf.
Begroting 2025
32
H2.1.1
2.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling We zorgen voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling en kaderstelling en door kwaliteitsborging en bouwplantoetsing goed en duurzaam kunnen functioneren. Hiermee bouwen we door aan een duurzame en complete stad met vitale buurten, leefbare wijken en krachtige kernen.
Activiteit 1.1.1.1
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.1 is:
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)
17 (2017)
2
Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling
3 4
Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
44,21 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
2.239,42 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.1.1 Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werken leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken. Indicatoren doel 1
Actuele en door de raad vastgestelde Omgevingsvisie
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 1 (2021)
1
Begroting 2024 1
Begroting Prognose 2025 2026-2028 1
De vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in juli 2021 heeft invulling gegeven aan deze doelstelling. Dit product biedt een integraal toetsings- en sturingskader voor de opvang en geleiding van de groei van de stad op langere termijn. Via tweejaarlijkse monitoring en regelmatige actualisatie van de Omgevingsvisie (eerstkomende in 2025) zorgen we dat dit ruimtelijke beleid actueel, samenhangend en uitvoerbaar blijft. De waarde ‘1’ geeft aan dat er een actuele Omgevingsvisie geldig is en waarde ‘o’ dat dat niet het geval is. Voor 2023 en 2024 is de indicator met terugwerkende kracht ingevuld.
Begroting 2025
1
We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus. Begroting 2024
Begroting 2025
Prognose 2026-2028
10
9
5
5
3 (2020)
7
2
2
2
Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)
2 (2020)
2
5
7
6
Percentage demografische druk (BBV-verplicht)
46,6 (2017)
46,7
46,7
Geen Geen streefwaarde streefwaarde
We zorgen er met kaderstelling en visievorming op het schaalniveau van regio, stad en stadsdelen/gebieden voor dat de beoogde sociaal-maatschappelijke effecten bereikt kunnen worden. Het gaat zowel om thematisch beleid (zoals groen, verduurzaming, water, woningbouw, bedrijvigheid) als om (integraal) beleid voor bepaalde gebieden in de stad. Met deze activiteiten voldoen we aan de taken uit de Omgevingswet om goed beleid voor de fysieke leefomgeving op orde te hebben en te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies naar locaties. Een belangrijke doelstelling is de opgave om toe te werken naar een klimaatneutrale stad door het verlagen van de CO2-uitstoot. De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.1 is 0 ton voor Scope 1 en 2 in de stad; 44,21 ton voor Scope 1 en 2 van de eigen organisatie; en 2.239,42 ton voor Scope 3 van de eigen organisatie.
Activiteit 1.1.1.2 We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling. Indicatoren activiteit 1
Aantal vastgestelde principe besluiten
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 4 (2020)
0
Begroting 2024 3
Begroting Prognose 2025 2026-2028 3
4
33
H2.1.1
We richten ons op het verbeteren van de beleidsprocessen voor de fysieke leefomgeving, zodat de beoogde sociaal-maatschappelijke effecten worden bereikt. Dit gaat om de inhoud (wat: inhoudelijke sturing gericht op maximale effecten op de omgevingskwaliteit), de realisatie (hoe: met welke processen en samenwerkingen bereiken we deze effecten?) en de tijd (wanneer: op welke momenten en in welke volgorde leidt de gemeentelijke inzet tot de beste effecten?).
Activiteit 1.1.1.3 We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Aantal toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid
8.900 (2020)
9.144
9.000
9.000
9.000
2
Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst
22 (2020)
20
25
20
15
3
Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie) aan initiatief nemers en bestuurders
22 (2020)
16
25
20
24
Activiteit 1.1.1.4 We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag Begroting Begroting Prognose (peiljaar) 2023 2024 2025 2026-2028
1
Bezoekersaantallen Amstelland
€ 3,1 miljoen (2019)
3,6 miljoen
3,3 miljoen
3,6 miljoen
3,6 miljoen
2
Bezoekersaantallen Twiske Waterland
€ 1,3 miljoen (2019)
1,4 miljoen
1,4 miljoen
1,4 miljoen
1,4 miljoen
3
Bezoekersaantallen Spaarnwoude
€ 5,1 miljoen (2019)
6,3 miljoen
6,1 miljoen
6,3 miljoen
6,4 miljoen
We bieden voldoende recreatiemogelijkheden voor Amsterdammers en versterken de landschappelijke en natuurlijke waarden rondom de stad. Voor Amsterdam als grote dichtbevolkte stad met een hoge gebruiksdruk op het binnenstedelijke groen en beperkte mogelijkheden om het groenareaal binnen de stad uit te breiden, zijn de groen- en recreatiegebieden rondom de stad van groot belang voor de leefbaarheid, ontspanning en gezondheid van de inwoners. Met de groei van de bevolking in de Metropoolregio Amsterdam stijgen de bezoekersaantallen van de recreatieschappen ook licht.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
We richten ons op het waarborgen van voldoende kwaliteit in de fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers, bezoekers en toekomstige generaties. Door de onafhankelijke toetsing en advisering met betrekking tot vergunningen, aanwijzen van beschermde gezichten of monumenten en gebiedsontwikkelingen geven we invulling aan de wettelijke taken. Zo dragen we bij aan onze ambities om de schoonheid en ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de stad te behouden en te versterken. Naar verwachting valt het aantal adviesaanvragen in 2024 door de bouwcrisis en invoering van de Omgevingswet lager uit dan begroot maar de prognose is dat in 2025 het aantal adviesaanvragen weer stijgt naar het niveau van voorgaande jaren. Het aantal adviezen voor plaatsing van gebouwen op de monumentenlijst of voor aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht daalt de komende jaren naar een wat lager gemiddeld niveau omdat de afgelopen jaren een grote inhaalslag is gemaakt met cultuurhistorische analyses en de daaruit voortkomende aanwijzingen.
Begroting 2025
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten. Voor de gemeente Amsterdam is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) de omgevingsdienst. Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleidsontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie.
34
H2.1.1
Recreatieschappen
Baten en lasten
Samenwerking in de recreatieschappen richt zich op verbetering van regionaal groen en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de recreatiegebieden. Voor een dichtbevolkte en -bebouwde stad als Amsterdam zijn dit belangrijke groenvoorzieningen. Amsterdam neemt met de Provincie en overige gemeenten deel in: • Recreatieschap Groengebied Amstelland • Recreatieschap Twiske Waterland • Recreatieschap Spaarnwoude
De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit apparaatslasten (€ 70,0 miljoen), doorbelastingen van projectmatige werkzaamheden aan andere programmaonderdelen (- € 81,0 miljoen), beleidsbudgetten voor ruimtelijke ontwikkeling (€ 26,8 miljoen).
Voor de recreatieschappen zetten we in op het continueren en borgen van de huidige situatie. We houden daarbij rekening met een bescheiden autonome groei van de bezoekersaantallen, in lijn met de (bevolkings)groei van de stad en de regio. De gemeente Amsterdam oefent geen directe invloed uit op de bezoekersaantallen vanwege de minderheidspositie in de besturen. Via goede recreatieve verbindingen en promotie kan Amsterdam het gebruik wel verder stimuleren.
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten De lasten dalen vanaf 2026, vanwege aflopende middelen omgevingswet. De verwachting is dat we in de toekomst nieuwe middelen zullen ontvangen.
Reserves De onttrekkingen aan de reserves in 2025 bedragen € 2,2 miljoen, dit is voor de voorbereidingskosten van het project ‘Sprong over het IJ’ (€ 1,2 miljoen) en de coalitiemiddelen ten behoeve van de gebiedsontwikkeling (€ 1,0 miljoen). Vanaf 2026 en verder nemen de onttrekkingen af, omdat deze budgetten incidenteel zijn.
Financiële toelichting op de wijzigingen
Financiële toelichting
(bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
18,9
15,8
12,0
10,6
10,6
Beginstand Begroting 2025
18,4
14,5
14,1
12,3
12,3
Mutaties 2024-2028
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Baten
1,5
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
19,2
18,9
15,8
12,0
10,6
10,6
Saldo Baten en Lasten
-17,7
-18,9
-15,8
-12,0
-10,6
-10,6
Onttrekking
7,1
6,8
2,2
1,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
7,1
6,8
2,2
1,0
0,0
0,0
-10,7
-12,1
-13,6
-11,0
-10,6
-10,6
Totaal
Begroting 2025
Baten Beginstand Begroting 2025 Lasten
0,5
1,3
-2,1
-1,6
-1,7
1 Omgevingswet
0,0
0,9
-0,5
0,0
0,0
2 Havenstad
0,0
0,3
0,3
0,0
0,0
3 Volkstuinen
0,0
0,3
0,2
0,1
0,0
4 Eeuwigdurende grafrust
0,0
0,2
0,0
0,0
0,0
5 Burgerberaad
0,3
0,6
0,0
0,0
0,0
6 Gemeentefonds
1,0
0,0
0,0
0,0
0,0
7 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-0,1
-1,3
-1,3
-1,3
-1,3
8 Nominaal
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
9 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
1,2
0,0
0,0
0,0
10 Overig
-0,7
-0,9
-0,9
-0,5
-0,5
35
H2.1.1
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
6,8
2,2
1,0
0,0
0,0
Beginstand Begroting 2025
6,8
1,0
1,0
0,0
0,0
Mutaties 2024-2028
0,0
1,2
0,0
0,0
0,0
11 Reserve IJ-oeververbinding
-0,3
1,2
0,0
0,0
0,0
12 Vereveningsfonds algemeen deel
0,3
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-12,1
-13,6
-11,0
-10,6
-10,6
Onttrekking
Beginstand Begroting 2025 Eindtotaal
Mutaties lasten 1 Omgevingswet Voor het invoeren van de omgevingswet, verhogen wij het budget voor de transitiekosten, die wordt gebruikt om de meerkosten op te vangen. 2 Havenstad Wij continueren het overkoepelende programma Havenstad, voor de ontwikkeling van een nieuw stuk Amsterdam. Dit programma werd vanuit de vorige coalitiemiddelen incidenteel gedekt. Om het programma niet stil te laten vallen, reserveren wij meerjarig aanvullende middelen. 3 Volkstuinen Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming Amsterdamse volkstuinparken (€ 0,3 miljoen). Wij reserveren meerjarig incidenteel budget. Deze aanpak omvat richtlijnen en een voorstel voor de gezamenlijke uitwerking met de volkstuinparken, waarin onder andere langdurige huurzekerheid, planologische bescherming, meer openstelling en activiteiten, en een beheerfonds zijn opgenomen.
5 Burgerberaad Naar aanleiding van het referendum over de hoofdgroenstructuur heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen een burgerberaad te organiseren. Dit burgerberaad zal zich richten op de uitdaging om te vergroenen in een groeiende en verdichtende stad. Voor de organisatie van het burgerberaad stellen wij in totaal € 850.000 beschikbaar. 6 Gemeentefonds Meicirculaire - uitvoeringskosten voor de Omgevingswet. 7 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Dit zijn beleidsarme mutaties die per saldo geen effect hebben op het begrotingstotaal (in alle jaren). Veelal zal dit betekenen dat sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. 8 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 9 Reserve-gerelateerde wijzigingen Dit zijn gemeentebreed neutrale mutaties die een aanpassing in de onttrekking of toevoeging aan een reserve tot gevolg hebben. 10 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties onttrekkingen reserves 11 Reseve IJ-oeververbinding Dit is ten behoeve van voorbereidingskosten voor het project 'Sprong over het IJ'. 12 Reserve Vereveningsfonds algemeen deel Dit is ten behoeve van projectkosten Nieuwe Entree A2.
4 Eeuwigdurende grafrust Sinds 2023 zijn wij samen met de Islamitische gemeenschap bezig de ambities te bepalen en het juridisch kader te toetsen. Voor de afronding van het project is aanvullend incidenteel budget nodig.
Begroting 2025
36
H2.1.2
2.1.2 Grond Het duurzaam realiseren van de gewenste woningbouwproductie in gemengde wijken.
Doel 1.2.2
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.2 is:
Gebieden ontwikkelen ten behoeve van wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen.
Scope 1 en 2 in de stad
16.969,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
0,02 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
54.757,87 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
160 (2023)
Aantal actieve grondexploitaties
160
Begroting 2024 150
Begroting Prognose 2025 2026-2028 150
150
Doel 1.2.3
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?
In de toekomst worden voldoende gebieden ontwikkeld voor wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen.
Doel 1.2.1
Indicatoren doel
Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen & kantoorruimte. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
1
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Start bouw nieuwbouw woningen (totaal)
7.410 (2021)
5.314
7.500
7.500
7.500
2
Netto toename kantorenvoorraad per jaar (m2 bvo)
15.000 m2 (realisatie 2021)
88.000
65.000
195.000
195.000
3
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 bestaande woningen (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)
n.v.t.
14,8
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begroting 2025
Omvang meerjarige planvoorraad woningen (periode van 4 jaar)
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 46.000 (2022)
55.292
Begroting 2024 50.000
Begroting Prognose 2025 2026-2028 50.000
50.000
Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt. Deze doelstelling is echter sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. De gemeente bouwt niet zelf, maar dat doen marktpartijen. De stijgende bouwkosten, de gestegen rente en de toegenomen onzekerheid in de markt hebben de businesscase van de marktpartijen onder druk gezet en maken dat de realisatie van de 7500 woningen in 2024 mogelijk niet zal worden gehaald. Wel proberen we de belemmeringen zo veel mogelijk te beperken. De verslechterde marktsituatie heeft ook een onmiskenbaar effect op de grondexploitaties en daarmee op het Vereveningsfonds. Omdat het Vereveningsfonds een afgescheiden financieel onderdeel vormt van de gemeentebegroting, raken kosten en opbrengsten van grondexploitaties niet direct de algemene middelen. Vanzelfsprekend raakt dit wel de financiële stromen binnen het Vereveningsfonds en beperkt dit de mogelijkheid om nieuwe verlieslatende plannen te starten.
37
H2.1.2
Gegeven de moeizame marktsituatie en de noodzaak van een robuust Vereveningsfonds is de structurele afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen met € 10 miljoen verlaagd naar € 8 miljoen per jaar. Daarnaast wordt uit het Vereveningsfonds in de periode 2024-2037 jaarlijks een bedrag van € 12 miljoen afgedragen aan de reserve schaalspronginvesteringen. In de voorjaarsnota is afgesproken extra aandacht te besteden aan de huisvesting van leraren door het realiseren van een lerarencampus. Hiervoor is in de begroting € 15 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 3,4 miljoen in programma 1. De gemeente gaat hiervoor een tender op de markt brengen, locatie aan de Pampuslaan op Centrumeiland IJburg. Hier kan een woongebouw worden gerealiseerd met de met 60-65 middeldure huurappartementen, waarvan de bedoeling is deze beschikbaar te stellen aan docenten van primair en voortgezet onderwijs (PO en VO). Start bouw is op zijn vroegst in 2027. De komende tijd werkt de gemeente dit plan verder uit. De baten en lasten en mutaties in reserves in dit programmaonderdeel zijn over het algemeen nog gebaseerd op het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2024 (MPG) dat in juni door de gemeenteraad is vastgesteld. Over de feitelijke ontwikkelingen en actuele prognoses wordt periodiek separaat gerapporteerd.
Activiteit 1.2.2.2 We maken de grond bouwrijp, inclusief verwerven en sloop. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
160 (2023)
We monitoren de voortgang van projecten en treden in overleg met partners (corporaties, ontwikkelaars, beleggers) die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.
150
150
We ontwerpen en richten de openbare ruimte in van nieuw te ontwikkelen gebieden. Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Aantal actieve grondexploitaties 160 (2023)
160
Begroting 2024 150
Begroting Prognose 2025 2026-2028 150
150
Activiteit 1.2.2.4
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Eén keer per jaar opstellen van de “rapportage Woningbouwplan”
1 (2022)
1
1
1
1
2
Twee keer per jaar opstellen van de rapportage “Monitor kantoren Amsterdam”
2 (2022)
2
2
2
2
Opstellen MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) in voorjaar en AMPG (Actualisatie MPG) in najaar
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 1 (2022)
Begroting 2024
1
1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028 1
1
Activiteit 1.2.3.1 We houden de planvoorraad op peil. Indicatoren activiteit
Activiteit 1.2.2.1 We voeren het projectmanagement uit van gebiedsontwikkelingsprojecten. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
160 (2023)
Begroting 2025
150
Activiteit 1.2.2.3
1
Aantal actieve grondexploitaties
160
Begroting Prognose 2025 2026-2028
We beheren en bewaken de prudentie van het Vereveningsfonds.
Activiteit 1.2.1.1
Indicatoren activiteit
Aantal actieve grondexploitaties
Begroting 2024
160
Begroting 2024 150
Begroting Prognose 2025 2026-2028 150
150
1
Jaarlijkse toevoeging aantal woningen in vastgestelde investeringsbesluiten
2
Eén keer per jaar maken van update en rapporteren over ontwikkeling van de planvoorraad
Begroting Prognose 2025 2026-2028
8.900 (2022)
1860
7.500
7.500
7.500
1 (2022)
1
1
1
1
38
H2.1.2
De gebiedsontwikkeling wordt vormgegeven door het uitvoeren van een groot aantal projecten waarvoor de gemeenteraad een investeringsbesluit heeft genomen. In 2025 wordt gewerkt aan de uitvoering van 155 projecten. De financiële vertaling hiervan vindt plaats in grondexploitaties waarin de kosten en opbrengsten van de afzonderlijke projecten in de tijd zijn geplaatst. De resultaten van de positieve en negatieve grondexploitaties worden verevend in het Vereveningsfonds. Over de ontwikkeling van het Vereveningsfonds wordt twee keer per jaar gerapporteerd. Bij de jaarrekening van het Meerjarenprogramma Grondexploitaties (MPG) en na de zomer via een actualisatie van het MPG (AMPG). Daarnaast wordt jaarlijks separaat gerapporteerd over de woningbouw en de kantoorontwikkeling.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? GEM Lutkemeer (CV, GEM Lutkemeer BV, Gemeente Amsterdam, Participatie Lutkemeer BV (GAP)) / Schiphol Area Development Company (SADC) Amsterdam werkt samen met SADC in een deelneming (Lutkemeer CV/BV) aan de ontwikkeling van het Businesspark Amsterdam Osdorp in stadsdeel Nieuw-West.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Baten
401,3
410,8
406,0
428,4
510,0
510,0
Lasten
423,6
425,3
437,9
465,4
478,0
450,1
Saldo Baten en Lasten
-22,3
-14,5
-28,5
-37,0
31,9
59,9
Onttrekking
431,0
106,8
119,7
144,2
115,6
88,9
Toevoeging
349,4
93,5
100,4
117,8
155,4
157,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
81,6
13,3
19,3
26,4
-39,8
-68,1
Totaal
59,4
-1,2
-9,2
-10,6
-7,9
-8,2
Programmaonderdeel 1.2 is in financieel administratief opzicht zeer complex. Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de financiële stromen met de reserves (het Vereveningsfonds en reserve Zuidas) worden verrekend. Bovendien moeten de verrekeningen met de reserves, vanwege BBV-voorschriften, ook in de exploitatie verantwoord worden. In de overzichten lopen daarom zowel de inkomsten en uitgaven in de projecten als de dotaties en onttrekkingen aan de reserves door elkaar. Het uiteindelijke saldo dat niet met de balans wordt verrekend bestaat alleen uit de afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen en de indexatie vergoeding over de reserves en voorzieningen in het Vereveningsfonds. In 2025 verwachten we € 406 miljoen aan baten en € 437,9 miljoen aan lasten te realiseren. De baten bestaan uit opbrengsten in de grondexploitaties (€ 326 miljoen), (administratieve) winstnemingen (€ 63 miljoen) en erfpachtinkomsten (€ 17 miljoen). Deze zijn afhankelijk van de gronduitgiften aan marktpartijen en daardoor afhankelijk van marktomstandigheden en zeer moeilijk voorspelbaar. Voor de methodiek van de winstnemingen geldt op basis van de BBV een stringente POC-methodiek (percentage of completion), waarbij het jaar van de grondopbrengsten bepalend is.
Hierdoor zijn winstnemingen voorzichtig geraamd om te voorkomen dat er plannen met een financieel tekort worden uitgewerkt en vastgesteld waarvoor onvoldoende vereveningsruimte is. Bij de jaarrekening/MPG 2025 worden op basis van de gerealiseerde uitgiften de daadwerkelijke winstnemingen berekend, waardoor bij de besluitvorming over de voorjaarsnota de vereveningsruimte bekend is. De lasten bestaan hoofdzakelijk uit kosten in de grondexploitaties en overige projecten (€ 487 miljoen) en de toevoeging aan een voorziening van te ontvangen rijksmiddelen (€ 69 miljoen). De middelen worden in latere jaren onttrokken aan de voorziening wanneer aan de voorwaarden van de subsidie is voldaan. Daarnaast is een bedrag van - € 117 miljoen in de lasten opgenomen voor administratieve verrekeningen. Dit is nodig om de grondexploitaties saldoneutraal in de begroting op te nemen. Dit zijn geen uitgaven, maar verrekeningen met balansposten. Door de moeilijke marktomstandigheden staan de grondinkomsten in de grondexploitaties onder druk en wordt de vereveningsruimte die nodig is om toekomstige plannen vast te stellen beperk. Om deze vereveningsruimte te verbeteren is de structurele afdracht aan de algemene middelen in 2025 met € 7,8 miljoen verlaagd naar € 10,4 miljoen en structureel € 12 miljoen.
Daarnaast wordt uit het Vereveningsfonds € 12 miljoen per jaar (tot en met 2037) afgedragen aan de reserve schaalspronginvesteringen. Over de ontwikkeling van het Vereveningsfonds wordt twee keer per jaar aan de raad gerapporteerd bij het Meerjarenprogramma Grondexploitaties (MPG) en de Actualisatie van het MPG (AMPG).
Programmaonderdeel 1.2 Grond betreft hoofdzakelijk de gebiedsontwikkeling. Hierin geven we voordat we ingaan op de begroting een uitleg over de methodiek.
Begroting 2025
39
H2.1.2
Financiële toelichting op de wijzigingen
Mutaties Baten
(bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
410,8
406,0
428,4
510,0
510,0
Beginstand Begroting 2025
421,0
493,1
486,1
477,9
477,9
Mutaties 2024-2028
-10,2
-87,1
-57,7
32,1
32,1
-10,2
-96,2
-68,8
21,0
21,0
0,0
9,1
11,1
11,1
11,1
425,3
437,9
465,4
478,0
450,1
Beginstand Begroting 2025
435,6
502,8
501,8
494,0
494,0
Mutaties 2024-2028
-10,3
-64,9
-36,4
-16,0
-43,9
3 Gebiedsontwikkeling
-0,2
32,4
57,6
7,8
-10,9
4 Nominaal
0,0
1,2
1,1
1,1
0,9
-10,1
-101,9
-95,1
-24,9
-33,9
0,0
3,4
0,0
0,0
0,0
106,8
123,1
144,2
115,6
88,9
106,8
127,8
120,9
128,7
128,9
0,0
-4,7
23,3
-13,2
-40,0
7 Lerarencampus
0,0
3,4
0,0
0,0
0,0
8 Vereveningsfonds algemeen deel
0,0
1,7
37,9
-0,3
-2,3
9 Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties
0,0
-9,8
-14,6
-12,9
-37,7
Toevoeging
93,5
100,4
117,8
155,4
157,0
Beginstand Begroting 2025
90,9
116,7
104,3
110,6
110,6
Mutaties 2024-2028
2,6
-16,3
13,5
44,7
46,3
10 Vereveningsfonds algemeen deel
2,6
-9,7
-18,7
-19,3
-18,4
11 Vereveningsfonds
0,0
9,0
11,0
11,0
11,0
12 Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties
0,0
-15,6
21,3
53,0
53,7
Eindtotaal
-1,2
-9,2
-10,6
-7,8
-8,2
Baten
1 Baten Gebiedsontwikkeling 2 Erfpachtinkomsten Lasten
5 Administratief technische verrekeningen 6 Lerarencampus Onttrekking Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Begroting 2025
1 Baten Gebiedsontwikkeling In het Meerjarenperspectief grondexploitaties 2024 zijn alle projectramingen geactualiseerd. Deze mutatie is saldoneutraal doordat de baten en lasten worden verrekend met balansposten. De baten in de gebiedsontwikkeling dalen door vertragingen in de gronduitgiftes door verslechterde marktomstandigheden. Hierdoor nemen zowel de inkomsten als de winstnemingen af. Vanaf 2027 nemen de inkomsten en winstnemingen weer toe. 2 Erfpachtinkomsten Er zijn hogere inkomsten uit bijdragen van woningcorporaties doordat meerwaarde ontstaat bij canonherziening (aan het einde van een tijdvak) of bij verkoop of liberalisering van sociale woningen. Dit is conform de samenwerkingsafspraken met de corporaties. Deze baten worden aan de reserve vereveningsfonds toegevoegd.
Mutaties lasten 3 Gebiedsontwikkeling In het Meerjarenperspectief grondexploitaties 2024 zijn alle projectramingen geactualiseerd. Deze mutatie is saldoneutraal doordat de baten en lasten worden verrekend met balansposten. De lasten in de gebiedsontwikkeling stijgen door aanpassingen van kasritmes en prijsstijgingen binnen de lopende investeringsprojecten en de start van nieuwe projecten. 4 Nominaal Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen die onderdeel uitmaken van het Vereveningsfonds met 2% geïndexeerd. Dit is vastgelegd in de nota “Verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgiften". De lasten stijgen doordat de verwachte eindstand van de voorziening Plantekorten hoger is. 5 Administratief technische verrekeningen Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van de baten en lasten in grondexploitaties met balansposten. De lasten dalen door administratief technische verrekeningen. Dit zijn geen uitgaven maar een verrekening van de projectsaldi met balansposten. Deze verrekeningen zijn nodig om de grondexploitaties saldo neutraal in de gemeentebegroting op te nemen. Wanneer het resultaat van projecten verslechtert, uit zich dit in een daling van lasten en omgekeerd.
40
H2.1.2
6 Lerarencampus We besteden extra aandacht aan de huisvesting van leraren door het realiseren van een lerarencampus. Hiervoor is in de begroting € 15 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 3,4 miljoen hogere lasten in programma 1.
Mutaties onttrekkingen reserves 7 Lerarencampus De onttrekking stijgt met € 3,4 miljoen voor de realisatie van een lerarencampus. 8 Reserve Vereveningsfonds algemeen deel De onttrekking stijgt doordat structurele afdracht (€ 18,2 miljoen) vanaf 2025 plaatsvindt uit deze reserve in plaats van reserve Zuidas. We verlagen de winstafdracht vanuit het VEF in 2025 van € 30,2 miljoen naar € 22,4 miljoen en vanaf 2026 naar € 23,9 miljoen. Zo blijft het fonds robuust, en kunnen we onze ambities waar blijven maken. Daarnaast onttrekken we minder doordat het kasritme van een aantal grote projecten, waarvoor specifieke reserveringen zijn opgenomen, is gewijzigd. 9 Reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties De onttrekking daalt doordat structurele afdracht (€ 18,2 miljoen) vanaf 2025 plaatsvindt uit de reserve Vereveningsfonds in plaats van reserve Zuidas. Daarnaast onttrekken we meer doordat het kasritme van het project Zuidasdok is gewijzigd.
Mutaties toevoegingen reseves 10 Reserve Vereveningsfonds algemeen deel Lagere toevoeging van door enerzijds minder winstnemingen (€ 15,0 miljoen) en anderzijds een hogere toevoeging door nominale ontwikkeling van de reserve en voorzieningen in het Vereveningsfonds die jaarlijks met 2% worden geïndexeerd (€ 5,3 miljoen). 11 Reserve Vereveningsfonds Hogere toevoeging door erfpachtinkomsten, zie ook baten (€ 9 miljoen). 12 Reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties Lagere toevoeging van door enerzijds minder winstnemingen (€ 11,0 miljoen) en anderzijds een lagere toevoeging door nominale ontwikkeling van de reserve en voorzieningen in het Vereveningsfonds die jaarlijks met 2% worden geïndexeerd (€ 4,6 miljoen).
Begroting 2025
41
H2.1.3
2.1.3 Erfpacht Het uitgeven van nieuwe erfpachtrechten, beheren van de door de gemeente Amsterdam uitgegeven erfpachtrechten en het uitvoeren van de overstapregeling naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel.
Activiteit 1.3.1.1
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.3 is:
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
Aantal rechten (*1.000)
294 (2022)
295
306
297
298
2
Aantal wijzigingen van 832 (2022) erfpachtrechten (zonder overstap)
909
400
800
800
Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
0,00 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
1.266,47 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
We beheren de bestaande erfpachtrechten.
Doel 1.3.1
We verzorgen de uitgifte van nieuwe erfpachtrechten. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
255 (2022)
De waarde en het gebruik van grond ten dienste van inwoners en bedrijven laten komen.
1
Canon (* €1 mln)
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 156 (2022)
154
Begroting 2024 157
Begroting Prognose 2025 2026-2028 161
164
Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren.
Begroting 2025