Raadsbesluit 2024-121D BP Pampuslaan 1 Weesp - Bijl toelichting
Tekst van het document
x
Gemeente Amsterdam
BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMENTERAAD VAN AMSTERDAM 1,024) ,NR. 1 2- 1 VAN 2 DE RAADSGRIFFIER,
Bestemmingsplan Pampuslaan 1 Weesp
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Pampuslaan 1 Weesp
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.GW2302BP01-VG01
Datum print
29 April 2024
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Bijlagen
5
Bijlage 1
Akoestischonderzoek milieuzonering
7
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
33
Bijlage 3
Asbestinventarisatie
101
Bijlage 4
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
145
Bijlage 5
Ecologische quickscan
211
Bijlage 6
Nader ecologisch onderzoek
243
Bijlage 7
Ontheffing Wet natuurbescherming
263
Bijlage 8
Berekening stikstofdepositieaanlegfase
279
Bijlage 9
Berekening stikstofdepositiegebruiksfase
289
Bijlage 10
Rapportage Luchthavenindelingsbesluit
297
Bijlage 11
Aanmeldnotitie m.e.r.
307
Bijlage 12
Participatieverslag
323
Bijlage 13
Toelichting
329
Bijlage 14
Bijlagen bij de toelichting
399
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)
blz. 5
Bijlagen
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)
blz. 7
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek milieuzonering
Gemeente Amsterdam
Akoestisch onderzoek milieuzonering appartementen Pampuslaan 1 Weesp Versie 5 juni 2023
opdrachtnummer
23-084
datum
5 juni 2023
opdrachtgever
Ten Brinke Vastgoedontwikkeling bv Burg, van der Zandestraat 21 7051 CS VARSSEVELD 088 - 374 13 00
auteur
ir. Peter van der Boom
INHOUDSOPGAVE bladzijde
INHOUDSOPGAVE .......................................................................................... I SAMENVATTING ............................................................................................ 1 1
INLEIDING .......................................................................................... 2 1.1
Omgeving
2
1.2
Grenswaarden
3
2
UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 6
3
GELUIDBELASTING, ANALYSE EN CONCLUSIES ..................................... 7 3.1
Richtafstanden en conclusies
7
3.2
Percelen E enH
7
BIJLAGEN
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina i
datum
5 juni 2023
SAMENVATTING In opdracht van Ten Brinke Vastgoedontwikkeling b.v. te Varsseveld is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op nieuwe appartementen aan de Pampuslaan 1 te Weesp t.g.v. omliggende bedrijven. Vastgesteld moet worden of: bij de woningen een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat is gewaarborgd; het bedrijf niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering t.g.v. woningen in de nabijheid. Uit tabel II.1 blijkt dat er 2 inrichtingen binnen de richtafstanden uit de VNGbrochure tot de perceelgrens van het bouwplan liggen, te weten percelen E en H. In beide gevallen is de afstand tot de grens van het bouwperceel klein; wanneer het bouwvlak aan de westzijde minimaal 5 m en aan de noordzijde minimaal 10 m van de perceelgrens ligt kan op de grens van het bouwvlak aan de richtafstanden worden voldaan.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 1
datum 6 juni 2023
Uit tekening 2 blijkt dat dit het geval is aangezien de noord- en westgevels van de nieuwbouw gesloten (zgn. dove) gevels zijn die buiten toetsing vallen.. Dat betekent dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de te bouwen woningen en dat de bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.
1
INLEIDING In opdracht van Ten Brinke Vastgoedontwikkeling b.v. te Varsseveld is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op nieuwe appartementen aan de Pampuslaan 1 te Weesp t.g.v. omliggende bedrijven. Vastgesteld moet worden of; • bij de woningen een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat is gewaarborgd; • het bedrijf niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering t.g.v. woningen in de nabijheid. De tekeningen in de bijlagen I en III geven situatieoverzichten van het bedrijf en de omgeving.
1.1
Omgeving Figuur I.1 geeft een overzicht van de locatie. De omgeving bestaat uit bedrijventerrein.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 2
datum 5 juni 2023
Figuur I.1
overzicht locatie.
1.2
Grenswaarden De ruimtelijke ordening en het milieubeleid zijn gericht op het handhaven van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Bij nieuwe ontwikkelingen kan daartoe gebruik worden gemaakt van de zgn. milieuzonering, daaruit volgt welke afstanden minimaal moeten worden aangehouden tussen inrichtingen / activiteiten en woningen. Dat dient een tweeledig doel: • Het beperken van hinder bij omwonenden. • En borgen van voldoende geluidruimte voor inrichtingen. In deze toets speelt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 een belangrijke rol. Afhankelijk van het type omgeving – rustige woonwijk of gemengd gebied – geeft deze brochure richtafstanden.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 3
datum 5 juni 2023
Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies, zoals bedrijven of kantoren, voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid en gebieden langs de hoofdinfrastructuur kunnen als gemengd gebied worden beschouwd. Voor een rustige woonwijk of rustig buitengebied wordt een richtwaarde voor de geluidbelasting op woningen van 45 dB(A) dag- en etmaalwaarde aangehouden en voor gemengd gebied (wonen en werken) een waarde van 50 dB(A). In dit laatste gebied kunnen de afstanden daarom kleiner zijn. Onderstaande tabel I.1 geeft een overzicht van de richtafstanden tot diverse bedrijfscategorieën alsmede een inschatting van het bijbehorende bronvermogensniveau Lw (etmaalwaarde) conform de Handreiking Zonebeheerplan uit 2006, uitgaande van een woonwijk inclusief marge, aangevuld met eigen ervaringen en de waarden van andere adviesbureaus. Voor gemengd gebied liggen de bronvermogens 5 dB(A) hoger
TABEL I.1
Richtafstanden en bronvermogensniveau Lw per inrichting / kavel
vestigingstype/
Richtafstand in meters
milieucategorie
Woon-
Gemengd
gebied
gebied
Lw [dB(A)] incl. marge1 obv woongebied Puntbron2
Kavel
dB(A)/m2
Indicatief vaak
In m2
kavel
gehanteerd dB(A)/m2
cat. 1
10
0
79
1000
49
50
cat. 2
30
10
89
2000
56
50-55
cat. 3.1
50
30
93
3000
58
55-57
cat. 3.2
100
50
99
5000
62
55-60
cat. 4.1
200
100
105
10000
65
60-63
cat. 4.2
300
200
108
10000
68
60-66
1 2
inclusief marge i.v.m. afmetingen terrein van de inrichting. Op basis van woongebied; gemengd gebied 5 dB(A) hoger.
Onderstaande tabel I.2 geeft de gehanteerde waarden uitgaande van rustige woonwijk of gemengd gebied. TABEL I.2 onderwerp
Appartementen
23-084
bestand
Lw [dB(A)] incl. marge [dB(A)/m2]
vestigingstype/ milieucategorie
rustige woonwijk
Gemengd gebied
Ondergrens
bovengrens
Ondergrens
bovengrens
cat. 1
50
50
55
55
cat. 2
50
55
55
60
cat. 3.1
55
57
60
62
cat. 3.2
55
60
60
65
cat. 4.1
60
63
65
68
cat. 4.2
60
66
65
71
Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
Richtafstanden en bronvermogensniveau Lw per type inrichting
23-084r1
Voor de beoordeling wordt het stappenplan uit de VNG-brochure gehanteerd: bladzijde
pagina 4
datum 5 juni 2023
Stappenplan Stap 1 In het geval dat de richtafstand voor geluid behorende bij het geldende bestemmingsplan niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. De richtafstand wordt in de onderhavige situatie echter wel overschreden, zodat nader akoestisch onderzoek nodig is. Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is worden de volgende grenswaarden gehanteerd voor het gebiedstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’: - 45 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 65 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde); en voor het gebiedstype ‘gemengd gebied’:
-
50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (etmaalwaarde) 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde).
LAr,LT
Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is worden de volgende grenswaarden gehanteerd voor het gebiedstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’: - 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde). en voor het gebiedstype ‘gemengd gebied’: - 55 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde), exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer. Inpassing is in stap 3 mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van gemeentelijk geluidbeleid. onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 5
datum 5 juni 2023
Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 is buitenplanse inpassing veelal niet mogelijk. Het bevoegd gezag kan wel tot inpassing overgaan maar dit dient grondig te worden onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Toetsing akoestisch onderzoek In onderhavig akoestisch onderzoek wordt onderzocht of aan de eisen uit de VNG-brochure kan worden voldaan, zodat zowel een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd als voldoende akoestische ruimte resteert voor bedrijven. Daartoe zijn op basis van het bestemmingsplan bedrijventerreinen (besluit Z.51045/D.2755, vastgesteld op 24 februari 2016*) de maximaal toegestane milieucategorieën vastgesteld en zijn de afstanden van de percelen tot de appartementen (rand perceel) getoetst aan de richtwaarden voor gemengde gebieden, als genoemd in bovenstaande tabel I.1.
2
UITGANGSPUNTEN De maximaal toegestane milieucategorieën van de omliggen percelen zijn aangegeven in tekening 1 in bijlage I. De omgeving is vervolgens gemodelleerd, als aangegeven in de figuren 1 en 2 in bijlage III; daarin zijn per milieucategorie de afstanden opgenomen conform de milieucategorieën. Tabel II.1
Zone milieu / richtafstanden
Perceel/vlak
Categorie
Richtafstand
Afstand
tot
grens
woningbouwperceel A
2
10
15-23
B
3.1
30
50
C
3.2
50
87
D
3.1
30
31
E
2
10
5-7
F
2
10
55
G
2
10
123
H
2
10
0
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 6
datum 5 juni 2023
Uit tabel II.1 blijkt dat er 2 inrichtingen binnen de richtafstanden uit de VNGbrochure tot de perceelgrens van het bouwplan liggen, te weten percelen E en H. In beide gevallen is de afstand tot de grens van het bouwperceel klein; wanneer het bouwvlak aan de westzijde minimaal 5 m en aan de noordzijde minimaal 10 m van de perceelgrens ligt kan op de grens van het bouwvlak aan de richtafstanden worden voldaan. Uit tekening 2 blijkt dat dit het geval is.
3
GELUIDBELASTING, ANALYSE EN CONCLUSIES
3.1
Richtafstanden en conclusies Onderstaande tabel III.1 geeft voor de percelen (zie tekening , bijlage I en figuren 1 en 2, bijlage III) de richtafstanden en de werkelijke afstanden tussen de grenzen van de bedrijfskavels en de grens van het bouwperceel. Tabel III.1
Zone milieu / richtafstanden
Perceel/vlak
Categorie
Richtafstand
Afstand
A
2
10
15-23
B
3.1
30
50
C
3.2
50
87
D
3.1
30
31
E
2
10
5-7
tot
grens
woningbouwperceel
F
2
10
55
G
2
10
123
H
2
10
0
Uit tabel II.1 blijkt dat er 2 inrichtingen binnen de richtafstanden uit de VNGbrochure tot de perceelgrens van het bouwplan liggen, te weten percelen E en H. In beide gevallen is de afstand tot de grens van het bouwperceel klein; wanneer het bouwvlak aan de westzijde minimaal 5 m en aan de noordzijde minimaal 10 m van de perceelgrens ligt kan op de grens van het bouwvlak aan de richtafstanden worden voldaan.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
Uit tekening 2 blijkt dat dit het geval is aangezien de noord- en westgevels van de nieuwbouw gesloten (zgn. dove) gevels zijn die buiten toetsing vallen..
bestand
23-084r1
Dat betekent dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de te bouwen woningen en dat de bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.
bladzijde
pagina 7
3.2 datum
Percelen E enH Ondanks bovenstaande conclusies is aanvullend daarop gekeken naar de activiteiten op de beide percelen E en H.
6 juni 2023
Op perceel E gaat het om een kantoor met parkeerplaatsen. In verband met mogelijke piekniveaus in de nacht, t.g.v. parkerende auto’s, is het advies om een afstand van minimaal 10 m aan te houden tot de perceelsgrens, zoals hierboven al verondersteld. Op perceel H, ten noorden van de appartementen – is Davis Groothandel in juweliersartikelen actief. Het betreft hier een groothandel in kleine producten; de verwachting is dat de (beperkte) rijbewegingen van en naar het bedrijf
maatgevend zijn voor de geluidemissie naar de omgeving maar dat deze niet zullen leiden tot een relevante geluidbelasting op de nieuwbouw.
Figuur 3.1 bedrijf perceel H onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bladzijde
pagina 8
datum 5 juni 2023
Peter van der Boom.
Bijlage I Tekeningen
opdrachtnummer
23-084
datum
Tekening nr
versiedatum
1
Mei 2023
opdrachtgever
2
Mei 2023
Ten Brinke
3
5 juni 2023
Vastgoedontwikkeling bv Burg, van der Zandestraat 21 7051 CS VARSSEVELD 088 - 374 13 00
auteur
ir. Peter van der Boom
Cat 3.2
C Cat 3.1
D
B
Cat 3.1
F
H
Cat 2
Cat 2
Cat 2
E
Cat 2
A
Cat 2 tekening 1
projectnummer 23 - 084
schaal -
versie :mei 2023
Situatie-overzicht met aanduiding milieucategorieen bouwlocatie
tekening 2 schaal project-nummer : 23 - 084 versie : juni 2023
Situatie-overzicht
foto 1 schaal Project-nummer : 23 - 084 versie : mrt 2023
Foto's
Bijlage II Uitgangspunten
opdrachtnummer
23-084
datum
5 juni 2023
Reken\info-Blad nr 1
opdrachtgever
2
Ten Brinke
3
Vastgoedontwikkeling
4
bv
5
Burg, van der Zandestraat 21 7051 CS VARSSEVELD 088 - 374 13 00
auteur
ir. Peter van der Boom
versiedatum
Toelichting Handreiking bedrijven en Milieuzonering (VNG) – (bron: Infomill) Voor milieuzonering is de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering een belangrijk standaardwerk. Ook op deze website wordt de VNG-publicatie vaak aangehaald. De publicatie geeft voor vele bedrijfstakken en installaties aan: •
welke milieuonderwerpen een rol kunnen spelen
•
welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing 'passend' zijn.
In de handreiking is een lijst opgenomen die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Het voordeel van het instrument is, dat het een integrale benadering geeft. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand. De VNG-publicatie is daarmee een onmisbaar hulpmiddel in de bestemmingsplanpraktijk. Opdrachtnummer
23-084
datum
5 juni 2023
opdrachtgever
Ten Brinke
Als gevolg van jurisprudentie heeft de publicatie bijna de status van 'pseudowetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken (ABRvS 13 mei 1997, BR 1997, 830 én ABRvS 3 april 2001, JM 2001, nr. 85). Uit jurisprudentie (zaaknummer 200809208/1/R1) blijkt ook dat de bouwstenen (richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging) correct moeten worden toegepast. Wel moet gerealiseerd worden dat de handreiking ‘richtafstanden’ aangeeft. Er is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een grotere of kleinere afstand uitgegaan kan of moet worden.
Vastgoedontwikkeling bv Burg, van der Zandestraat 21 7051 CS VARSSEVELD 088 - 374 13 00
auteur
ir. Peter van der Boom
De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een ‘rustige woonwijk’, maar een ‘gemengd gebied’. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden (zie tabel). Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. Daarnaast onderscheidt de VNG-publicatie ‘functiemengingsgebieden’. Dit zijn bijvoorbeeld stadscentra, dorpscentra of winkelcentra. Als een gebied is aangewezen als functiemengingsgebied, dan kan de Staat van
Bedrijfsactiviteiten voor functiemenging worden toegepast. Hierbij is het beter mogelijk om menging van functies toe te staan. In- en uitwaartse zonering Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. Milieuzonering kan extra ruimte vragen, bijvoorbeeld voor externe veiligheid of luchtkwaliteit. Maar kan ook leiden tot een betere indeling van de ruimte en daarmee juist tot een zuiniger ruimtegebruik (bijvoorbeeld inwaartse zonering van een bedrijventerrein). Uitgaan van planologische rechten Bij het toepassen van zonering moet rekening gehouden worden met de planologische rechten. Dit betekent dat gemeten wordt vanaf de grens van de bestemming van het bedrijf en de bestemmingsgrens van de nieuwe gevoelige functie. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf / de gevoelige functie.
Nieuwe woning nabij bedrijf (niet gelegen op een gezoneerd bedrijventerrein) Bij het realiseren van een geluidsgevoelige bestemming (genoemd in de Wgh) nabij een bedrijf (niet gelegen op een gezoneerd industrieterrein) is de Wgh niet van toepassing. In deze situatie zijn in de ruimtelijke onderbouwing voor het aspect geluid de volgende punten van belang: •
Een aanvaardbaar akoestisch klimaat bij de nieuwe geluidsgevoelige bestemming.
•
De planologische rechten (akoestische mogelijkheden) van het bestemmingsplan voor het perceel waarop het bestaande bedrijf is gevestigd. Worden deze niet onredelijk ingeperkt?
•
De "akoestische milieubelangen" van het bestaande bedrijf in de milieuvergunning of op basis van het Activiteitenbesluit.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
Voor de afweging over het akoestische klimaat bij de geluidsgevoelige bestemming en de mogelijke inperking van de (akoestische) mogelijkheden van het bestemmingsplan kan gebruik gemaakt worden van de richtafstanden (voor de verschillende type bedrijven) uit de VNG-handreiking bedrijven en milieuzonering. Wordt aan de richtafstanden voldaan dan is er •
én sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat
•
én is er geen inperking van de planologische mogelijkheden als gevolg van het plan.
De VNG-afstanden betreffen richtafstanden. Deze generieke afstanden zijn niet op elke situatie toepasbaar. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn waarom in het specifieke geval de richtafstanden niet representatief zijn. In dat geval moet de geluidsbelasting op een andere wijze worden bepaald. Bij de beoordeling van de belangen van het bestaande bedrijf zijn de "akoestische" milieubelangen van het bedrijf in het milieukader (milieuvergunning, Activiteitenbesluit) leidend. Voor een vergunningplichtig bedrijf worden de akoestische belangen met het in acht nemen van het normenpakket uit de milieuvergunning in ieder geval beschermd. Aanpassing van normen uit de milieuvergunning is een mogelijkheid (zie verder hieronder bij het kopje bestaande milieubelangen). Bij de afweging van de akoestische belangen van een bedrijf die onder het Activiteitenbesluit valt is de situatie anders dan bij een vergunningplichtig bedrijf. Er zijn geen akoestische milieubelangen die als normen in de vergunning zijn vastgelegd. Wanneer uit onderzoek blijkt dat een bedrijf ook na het realiseren van de nieuwe geluidsgevoelige bestemming nog aan de normen uit het Activiteitenbesluit kan voldoen, dan wordt het niet in zijn belangen geschaad.
De nieuwe geluidsgevoelige bestemming kan in die situatie veel dichter bij het bedrijf geprojecteerd worden dan het vroegere toetsingspunt (de dichtstbijzijnde bestaande geluidsgevoelige bestemming). onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
Wanneer naast het bestaande bedrijf ook andere geluidsbronnen aanwezig zijn moet de cumulatieve geluidsbelasting op de nieuwe geluidsgevoelige bestemming beschouwd worden om een uitspraak te kunnen doen over het akoestisch klimaat.
Afwijken richtafstanden Er kan, wanneer dat planologisch wenselijk wordt geacht, worden afgeweken van de richtafstanden van de VNG-brochure. In een dergelijke situatie zal in ieder geval gemotiveerd moeten worden dat er in de specifieke situatie toch sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij deze motivering kan gebruikt gemaakt worden van een toetsingskader uit de Wet milieubeheer (bijvoorbeeld de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening of het Activiteitenbesluit). Dit kader komt in grote lijnen overeen met het kader in stap 2 van bijlage 5.3 van de VNG-publicatie. Men moet er daarbij wel op bedacht zijn dat voor de beoordeling van het akoestisch klimaat alle geluidsbronnen beschouwd moeten worden. Ook bronnen die in het milieuspoor buiten de beoordeling vallen (laden en lossen in de dagperiode, menselijk stemgeluid, onversterkte muziek ed.). Daarnaast zal, afhankelijk van de concrete situatie, ook onderzocht worden wat de gevolgen van het afwijken van de richtafstanden zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden (in relatie tot geluid) in het bestemmingsplan. Bestaande milieubelangen Over het eerbiedigen van bestaande milieubelangen van een bestaand bedrijf in de ruimtelijke afweging nog het volgende.
Het niet in acht nemen van de normen uit de milieuvergunning bij de ruimtelijke afweging houdt in principe altijd een inbreuk in op de belangen van een bedrijf. Wanneer het toch wenselijk is om in een dergelijke situatie een geluidsgevoelige bestemming te realiseren zal eerst de milieuvergunning aangepast moeten worden. Er zijn twee situaties denkbaar: •
De normen uit de vergunning zijn voor het bestaande bedrijf te ruim. Via een ambtshalve wijziging van de vergunning kan het normenpakket worden aangepast aan de geluidbelasting van de vergunde activiteiten van het bedrijf (met toepassing van de best beschikbare technieken). Bestaande milieurechten van een bedrijf zijn immers rechten op het uitvoeren van bestaande activiteiten en niet een recht op een bepaalde geluidsruimte.
•
De normen uit de vergunning zijn passend, maar het bestaande bedrijf neemt vrijwillig maatregelen om de geluidsuitstraling in te perken. De kosten van de afgesproken maatregelen komen niet voor rekening van het bedrijf. Een dergelijke afspraak tussen bedrijf, gemeente en eventueel een projectontwikkelaar is niet bestuursrechtelijk af te dwingen. De juridische borging (aanpassing van de vergunning) moet voor de vaststelling van het
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
bestemmingsplan gereed zijn. Via een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst kunnen de kosten van de maatregelen verhaald worden op de projectontwikkelaar. De bovenstaande laatste optie kan ook worden gehanteerd bij een bedrijf dat onder het Activiteitenbesluit valt. In deze situatie worden de maatregelen vastgelegd in maatwerkvoorschriften. Activiteitenbesluit: Gevoelige gebouwen In art. 1.1 is de definitie van gevoelige gebouwen gegeven: •
gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van art. 1 Wgh worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting
Woningen Uit de definitie van woningen (art. 1.1) blijkt dat een woning geluidsgevoelig is als het als voor het gebouw of gedeelte van een gebouw bewoning is toegestaan volgens het bestemmingsplan, beheersverordening of omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening. Dienstwoningen / bedrijfswoningen Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de eigen inrichting behoren zijn woningen van derden. Deze dienst- of bedrijfswoning is voor andere inrichtingen dan de eigen inrichting een gevoelig gebouw en worden dus beschermd.
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
Op basis van de Wabo kan het bevoegd gezag een vergunning onder voorschriften verlenen aan een inrichting. Aan een vergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn ‘in het belang van de bescherming van het milieu’. Het bevoegd gezag bezit enige mate van beoordelingsvrijheid om te bepalen wat het beschermingsniveau moet zijn en aan welke objecten dat geboden wordt. In de systematiek van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening (pdf, 123 kB) (hoofdstuk 4) wordt aan bedrijfswoningen (van derden) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau geen lager beschermingsniveau geboden dan aan woningen. Bedrijfswoningen van derden zijn volgens de Handreiking in principe gewoon woningen van derden. Bedrijfswoningen die
bij de inrichting horen waarvoor de milieuvergunning wordt verleend hoeven natuurlijk niet te worden beschermd. In paragraaf 5.9 wordt voor bedrijfswoningen op een bedrijventerrein voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau een lager beschermingsniveau aanvaardbaar geacht. Daarbij geldt een streefwaarde van 55 dB(A) en een maximale grenswaarde van 65 dB(A). Dit beschermingsniveau is overigens niet anders dan voor (burger)woningen op een bedrijventerrein. Voor het maximale geluidsniveau wordt in paragraaf 5.9 verwezen naar de gemeentelijke nota geluidsbeleid. De Raad van State (ABRvS 28 juni 2006, nr. 200507025/1) is van oordeel dat op een bedrijventerrein gelegen bedrijfswoningen voor het maximale geluidsniveau een geringere mate van bescherming behoeven dan het beschermingsniveau uit paragraaf 3.2 van de Handreiking (voor "normale" woningen).
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
Bijlage III Invoergegevens en resultaten
onderwerp
Appartementen Pampuslaan 1 Weesp
opdrachtnummer
23-084
bestand
23-084r1
Berekeningen
versiedatum
Figuur 1
Mei 2023
Figuur 2
Mei 2023
blz. 32
bestemmingsplan_Pampuslaan 1 Weesp (vastgesteld)
blz. 33
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Gemeente Amsterdam
VERKENNEND BODEMONDERZOEK 'PAMPUSLAAN 1' TE WEESP
Rapportage T.17.9369
December 2017
TERRASCAN B.V. Afdeling bodemonderzoek Postbus 102 1170 AC Badhoevedorp
RAADGEVEND INGENIEURSBUREAU VOOR BODEM EN MILIEU
Opdrachtgever: Ten Brinke Vastgoedontwikkeling
COLOFON:
TERRASCAN B.V.
Afdeling bodemonderzoek Postbus 102, 1170 AC Badhoevedorp Hoofdweg 204, 1175 LD Lijnden Telefoon: 023 5551456 E-mail: terrascan@terrascan.nl Website: www.terrascan.nl Projectnummer: Projecttitel: Opdrachtgever: Contactpersoon:
21 december 2017 TS\17\RP\VO
T.17.9369 Verkennend bodemonderzoek ‘Pampuslaan 1’ te Weesp Ten Brinke Vastgoedontwikkeling te Arnhem Mevrouw C. Kamphuis
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .................................................................................................4
2.
ACHTERGRONDINFORMATIE ......................................................................5 2.1 Ligging en gebruik van de locatie .............................................................5 2.2 Vooronderzoek ....................................................................................5 2.3 Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie........................................6
3.
DOEL VAN HET ONDERZOEK EN STRATEGIE ................................................7 3.1 Doel ..................................................................................................7 3.2 Strategie.............................................................................................7
4.
VELDONDERZOEK .....................................................................................8 4.1 Uitvoering veldonderzoek .......................................................................8 4.2 Resultaten veldonderzoek ......................................................................8
5.
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSINGSKADER .................................. 10 5.1 Laboratoriumonderzoek ....................................................................... 10 5.2 Toetsingskader .................................................................................. 11
6.
INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN ...................................................... 14 6.1 Verontreinigingssituatie........................................................................ 14 6.2 Hergebruiksmogelijkheden grond ........................................................... 15 6.3 Conclusie en advies ............................................................................ 15
7.
SAMENVATTING ...................................................................................... 16
TABELLEN 1. Analyseresultaten en toetsing grond 2. Analyseresultaten en toetsing grondwater FIGUREN 1. Regionale tekening met ligging onderzochte locatie 2. Situatietekening BIJLAGEN 1. Kadastrale informatie 2. Locatiefoto’s 3. Bodeminformatie Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek 4. Boorprofielen 5. Analysecertificaten 6. Toetsingswaarden Circulaire bodemsanering / Regeling bodemkwaliteit 7. Toetsingswaarden landbodem Regeling bodemkwaliteit 8. Verantwoording
1.
INLEIDING
Mevrouw C. Kamphuis van Ten Brinke Vastgoedontwikkeling te Arnhem heeft in november 2017 aan Terrascan B.V. opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de ‘Pampuslaan 1’ te Weesp. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 1. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw van een appartementencomplex op het perceel. Het doel van het onderzoek is het geven van een representatieve indicatie van de eventuele aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de boven- en ondergrond en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein. Terrascan heeft het bodemonderzoek uitgevoerd in november en december 2017. Bij de uitvoering van het onderzoek is gewerkt conform de richtlijn NEN 5740+A1:2016 ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’. Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKBprocescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Terrascan B.V. is gecertificeerd volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek.
Eventuele afwijkingen ten opzichte van deze BRL zijn opgenomen in hoofdstuk 4. In de onderhavige rapportage wordt in hoofdstuk 2 de relevante achtergrondinformatie van de locatie behandeld met de ligging en het gebruik van de locatie, de resultaten van het vooronderzoek en de regionale bodemsamenstelling en geohydrologie. In hoofdstuk 3 worden het doel en de gekozen strategie van het onderzoek beschreven. De uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek worden behandeld in de hoofdstukken 4 en 5. In hoofdstuk 6 worden alle gegevens geïnterpreteerd en getoetst aan de hand van de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit voor het vaststellen van de verontreinigingssituatie en de hergebruiksmogelijkheden van de grond. Hier worden tevens een conclusie en advies aan verbonden. Voor de samenvatting wordt verwezen naar hoofdstuk 7.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
4
2.
ACHTERGRONDINFORMATIE
De onderstaande gegevens zijn mede gebaseerd op informatie van de zijde van de opdrachtgever. Er is vooronderzoek uitgevoerd conform NEN 5725:2009. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 2.
2.1 Ligging en gebruik van de locatie
De onderzoekslocatie ‘Pampuslaan 1’ is gelegen in een woongebied ten noorden van het centrum van Weesp in de gemeente Weesp (zie figuur 1). Het terrein is bekend bij de kadastrale gemeente Weesp onder sectie C nummer 1443 (zie bijlage 1). De coördinaten van de locatie zijn: X Y
= 130,250 = 480,370
± 25 m ± 35 m
Z
= NAP 0,0 m
± 0,5 m
De onderzoekslocatie ‘Pampuslaan 1’ betreft een perceel met een oppervlakte van 2.886 m2 dat bebouwd is met een kantorencomplex inclusief oprit en parkeerplaatsen (zie figuur 2 en locatiefoto’s in bijlage 2). Op de onderzoekslocatie is de opdrachtgever voornemens de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van de nieuwbouw van een appartementencomplex. De bodem van de onderzoekslocatie is verhard met klinkers, tegels en gedeeltelijk onverhard. Aan noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan het naburig perceel Pampuslaan 11. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan het naburige perceel Amstellandlaan 84 waarop een kantoorpand is gesitueerd. Aan de zuid- en oostzijde bevinden zich respectievelijk de openbare weg Amstellandlaan en Pampuslaan.
2.2 Vooronderzoek
Ten behoeve van het vooronderzoek is bodeminformatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en is de site van Bodemloket geraadpleegd. Een overzicht van de resultaten van het dossieronderzoek is weergegeven in bijlage 3. Uit zowel de informatie van de Omgevingsdienst als op de site van Bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt geen informatie over de onderzoekslocatie bekend te zijn. Volgens de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Weesp bevindt de onderzoekslocatie zich in een zone met de functieklasse industrie. Volgens de bodemkwaliteits- en ontgravingskaart van de gemeente bevindt de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie zich in de bodemkwaliteitsklasse industrie.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
5
Er heeft in het verleden, voor zover bekend, op de onderzoekslocatie geen (ondergrondse) opslag van bodembedreigende (vloei)stoffen plaatsgevonden. Tevens hebben zich, voor zover bekend, geen milieucalamiteiten voorgedaan.
2.3 Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie
De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaand model. De gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland (TNO Bouw en Ondergrond, REGIS II Kartering). Het model geeft informatie over de geologische en bodemkundige opbouw. Deze informatie is beschikbaar gesteld op basis van geïnterpreteerde gegevens die verkregen zijn door onder andere booronderzoeken en / of grondwateronderzoeken. De schematische weergaven van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn opgenomen in onderstaand model en tabel.
Diepte t.o.v. NAP in meters
Geohydrologie
Lithologie (samenstelling)
0 tot -7
Holocene afzetting (HLc)
Afwisseling van zandige, kleiige en organogene afzettingen
-7 tot < -13
Formatie van Boxtel (BXz3 en BXz4)
Zandige eenheden, overwegend bestaande uit zand (fijn tot en met grof zand), grind en / of schelpen
-13 tot < -30
Gestuwde afzettingen (DTc)
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige en kleiige afzettingen
De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de locatie komt overeen met NAP 0,0 m. De gemiddelde stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket bedraagt ca. NAP - 2,0 m. Regionaal beschouwd heeft het grondwater een westelijke stromingsrichting. Op de locatie is sprake van een kwelsituatie. De locatie is niet gelegen in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied (provincie Noord-Holland, Provinciale Milieuverordening, tranche 10, d.d. 6 februari 2017).
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
6
3.
DOEL VAN HET ONDERZOEK EN STRATEGIE
3.1 Doel
Het doel van het onderzoek is het geven van een representatieve indicatie van de eventuele aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de boven- en ondergrond en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein.
3.2 Strategie
Onder de bestaande klinkerverharding is mogelijk funderingsmateriaal toegepast. Veelal kan funderingsmateriaal hebben geleid tot verontreiniging van de onderliggende bodem. Daarnaast wordt de onderhavige onderzoekslocatie verdacht beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging vanwege (mogelijke) bodembedreigende activiteiten in het verleden, waarbij bijvoorbeeld olie door middel van lekkage van motorrijtuigen in de bodem is terechtgekomen. Derhalve is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijn NEN 5740+A1:2016 ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, § 5.6 ‘Onderzoekstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodem-belasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’. De geplande inpandige boringen zijn niet verricht in verband met een in de kruipruimte gelegen betonverharde werkvloer. Tevens was een geringe werkruimte om hier een boring te verrichten, derhalve zijn de geplande inpandige boringen tegen de gevel gesitueerd. Hiermee wordt nog steeds voldaan aan de gestelde onderzoeksintensiteit uit de NEN 5740 en is naar onze mening een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie verkregen. De posities van de boorpunten zijn aangegeven in figuur 2.
Aangezien er zintuiglijk geen waarnemingen zijn gedaan die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging (met uitzondering van de plaatselijk waargenomen oliegeur en oliewaterreactie, zie § 4.2) zijn ten behoeve van het analytisch onderzoek meer deelmonsters in een mengmonster opgenomen dan de NEN 5740 voorschrijft.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
7
4.
VELDONDERZOEK
4.1 Uitvoering veldonderzoek
Werkwijze De veldwerkzaamheden zijn op 4 december 2017 uitgevoerd onder begeleiding van een conform het Besluit bodemkwaliteit erkende medewerker van Terrascan B.V. conform protocol 2001 (zie bijlage 8). Ten behoeve van de grondbemonstering zijn de volgende boringen verricht (zie figuur 2): • • •
11 boringen tot 0,5 à 0,7 m - mv. (boring 01 t/m 04, 06, 08 t/m 12 en 14) 2 boringen tot ca. 2,0 m - mv. (boring 05 en 07) 1 boring tot ca. 2,5 m - mv. met peilbuis (boring 13)
Het grondwater is op 13 december 2017 bemonsterd door een conform het Besluit bodemkwaliteit erkende medewerker van Terrascan B.V. conform protocol 2002 en NEN 5744:2011 (zie bijlage 8). Van het bemonsterde grondwater zijn de pH (zuurgraad), EGV (geleidbaarheid) en troebelheid gemeten. Boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Het opgeboorde materiaal is beschreven aan de hand van textuur (korrelgrootteverdeling), kleur, geur en eventuele bijzondere eigenschappen*. Hierbij is de mogelijke aanwezigheid van een verontreiniging onderzocht aan de hand van de volgende waarnemingen: - kleur: - geur: - olie:
- bodemvreemd materiaal:
het zien van opvallende of bodemvreemde kleuren. het waarnemen van opvallende of bodemvreemde geuren. door middel van onderdompeling van een verdacht stukje bodemmateriaal in water kan aanwezigheid van olie worden geconstateerd door het ontstaan van een dun filmlaagje op het water. het aantreffen van bodemvreemd materiaal zoals puin, sintels, slakken, asbest, e.d.
* Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk beoordeeld ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek. De waarnemingen zijn niet zonder meer geschikt voor civieltechnische doeleinden.
4.2 Resultaten veldonderzoek
De bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen in bijlage 4. Hierin is tevens een legenda opgenomen met een verklaring van de gebruikte symbolen en arceringen.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
8
In de bodem van de onderzoekslocatie is tot een diepte van ca. 2,0 m - mv. siltig zand aangetroffen. Hieronder werd tot de einddiepte van de boringen (ca. 2,5 m - mv.) veen aangetroffen. Ter plaatse van boring 13 (traject 1,8 tot 2,0 m - mv.) is een oliegeur en een oliewaterreactie waargenomen, waardoor de boring is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het vaststellen van de verontreinigingssituatie in het grondwater. Tevens is van het traject een steekbus genomen ten behoeve van het analytisch onderzoek. Met een steekbusmonster wordt voorkomen dat de vluchtige stoffen tussen bemonstering en analyse vervluchtigen (verdampen). Verder zijn in de bodem geen bodemvreemde bijmengingen, geuren en / of kleuren waargenomen. Tijdens het veldwerk is geen specifiek onderzoek gedaan naar asbest. Als tijdens het veldwerk asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, wordt hier echter wel melding van gemaakt. Bij een globale visuele inspectie tijdens het veldwerk van het onderhavige bodemonderzoek is in of op de bodem van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grondwaterstand bedroeg ca. 0,10 m - mv. De pH (zuurgraad) en EGV (geleidbaarheid) van het grondwater zijn bepaald op respectievelijk 6,8 en 1.900 µS/cm. De troebelheid van het grondwater is bepaald op 29 NTU.
Opgemerkt wordt dat de troebelheid ten tijde van de bemonstering van het grondwater boven de voorgeschreven norm van 10 NTU lag. De troebelheid wordt vermoedelijk veroorzaakt door in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes in het grondwater ten tijde van de bemonstering. De gemeten concentraties in het laboratorium kunnen worden beïnvloed door stoffen die gebonden zijn aan gesuspendeerde (grond)deeltjes.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
9
5.
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
5.1 Laboratoriumonderzoek
Op basis van zintuiglijke waarnemingen (bodemsoort en bodemvreemde bijmengingen) zijn monsters geselecteerd en mengmonsters samengesteld ten behoeve van de laboratoriumanalyses. De NEN 5740 richtlijnen geven een standaard aantal chemische stoffen waarop de monsters geanalyseerd dienen te worden. De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op de parameters zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Matrix
Monstercode (opmerking)
Boornummer (traject in m-mv.)
Onderzochte parameters
Grond
MM01 (zand, bovengrond)
01 (0,08-0,70) 02 (0,00-0,50) 03 (0,08-0,58) 04 (0,08-0,70) 05 (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50) 07 (0,08-0,58)
NEN 5740 grond
MM02 (zand, bovengrond)
08 (0,00-0,50) 09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 11 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50) 14 (0,00-0,50)
NEN 5740 grond
MM03 (zand, ondergrond)
05 (0,50-2,00) 07 (0,58-2,00) 13 (0,50-1,50)
NEN 5740 grond
Boring 13 (zand, oliewaterreactie)
13 (1,80-2,00)
NEN 5740 grond + VAK
Peilbuis 13
13 (1,00-2,00)
NEN 5740 grondwater
Grondwater MM = mengmonster NEN 5740 grond:
NEN 5740 grondwater:
metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PCB (polychloorbifenylen), minerale olie, droge stof-, lutum- en organische stofgehalte. metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen), naftaleen, VOCl (vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen), tribroommethaan, minerale olie.
De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens NEN-normen of -richtlijnen door een laboratorium dat is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie (RvA) gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2005. Daar waar deze normen of richtlijnen ontbreken, zijn door het laboratorium eigen methodes toegepast. In bijlage 5 zijn de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters opgenomen.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
10
5.2 Toetsingskader
De uit de chemische analyse verkregen waarden zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit (zie bijlagen 6 en 7).
Toetsing ten behoeve van vaststelling verontreinigingsgraad Voor het toetsen ten behoeve van het vaststellen van de verontreinigingsgraad van grond en / of grondwater is de volgende terminologie gehanteerd: •
• •
Achtergrondwaarden (AW) voor grond: Landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit die de grens vormen aan wat in het dagelijks gebruik ‘schone grond’ wordt genoemd. De achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de (onverdachte) bodem van natuur- en landbouwgronden. Streefwaarden (S) voor grondwater: Landelijk geldende waarden die aangeven tot welke concentraties er sprake is van verwaarloosbare effecten op het milieu. Interventiewaarden (I): Landelijk geldende waarden die aangeven dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, als bedoeld in de Wet bodembescherming. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (poriënverzadigd bodemvolume) hoger is dan de interventiewaarde.
De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De streefwaarden voor grondwater en de interventiewaarden voor grond en grondwater zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Bij de toetsing en interpretatie van de analyseresultaten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: + ++
: kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde voor grond of de streefwaarde voor grondwater (= niet verontreinigd); : groter dan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (= licht verontreinigd); : groter dan interventiewaarde (= sterk verontreinigd).
In de onderhavige rapportage wordt gesproken van verontreinigingen indien de aangetoonde concentraties in de grond de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit of in het grondwater de streefwaarden uit de Circulaire bodemsanering overschrijden.
Toetsing ten behoeve van toepassing grond en / of baggerspecie Voor het toetsen ten behoeve van de toepassing van grond en / of baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater is de volgende terminologie gehanteerd: •
Achtergrondwaarden (AW): Landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit die de grens vormen aan wat in het dagelijks gebruik ‘schone grond of bagger’ wordt genoemd. De achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de (onverdachte) bodem van natuur- en landbouwgronden.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
11
•
•
• •
•
•
Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen (MW) en industrie (MI): Landelijk vastgestelde generieke waarden voor de bodemkwaliteit die voor een groep van bodemfuncties in algemene zin de bovengrens aangeeft van wat als een duurzaam geschikte toestand wordt beschouwd. Maximale waarden bodemkwaliteitsklasse wonen (MW) en industrie (MI): Landelijk vastgestelde generieke waarden voor klassen waarin de actuele bodemkwaliteit kan worden ingedeeld. De bovengrens van deze klassen die de actuele bodemkwaliteit weergeven komt overeen met de overeenkomstige bodemfunctieklassen die de gewenste kwaliteit weergeven. Maximale waarden kwaliteitsklasse A (MA) en B (MB): Bij toepassing van grond of baggerspecie op de waterbodem worden de kwaliteitsklassen A en B gehanteerd. Interventiewaarden (I): Landelijk geldende waarden die aangeven dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, als bedoeld in de Wet bodembescherming (zie ook ‘Toetsing ten behoeve van vaststelling verontreinigingsgraad’). Lokale maximale waarden: Lokaal vastgestelde waarden voor de bodemkwaliteit waaraan de toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen. Bij het vaststellen van deze waarden is door het bevoegd gezag rekening gehouden met de actuele bodemkwaliteit en de risico’s voor de bodemfunctie ter plaatse.
Aangezien de hergebruikslocatie van de grond bij het opstellen van de onderhavige rapportage niet bij ons bekend was, is hier geen rekening mee gehouden. Derhalve zijn de analyseresultaten uitsluitend getoetst aan de generieke (landelijke) maximale waarden. Mogelijk zijn in het bodembeheerplan en de bodemkwaliteitskaart van de gemeente waar de grond zal worden toegepast afwijkende maximale hergebruikswaarden opgenomen. Emissietoetswaarden grootschalige toepassingen: Landelijk vastgestelde generieke maximale waarden voor de toepassing van grond of baggerspecie in grootschalige toepassingen op of in de bodem zoals bedoeld in artikel 63 van het Besluit bodemkwaliteit.
De landelijke generieke toetsingswaarden voor grond en baggerspecie (achtergrondwaarden en maximale waarden) zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Bij de toetsing en interpretatie van de analyseresultaten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: ●
: kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (klasse landbouw / natuur); : groter dan de achtergrondwaarde en kleiner of gelijk aan de maximale waarde bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse wonen (klasse wonen); ●● : groter dan de maximale waarde bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse wonen en kleiner of gelijk aan de maximale waarde bodemfunctieklassen of bodemkwaliteitsklasse industrie (klasse industrie); ●●● : groter dan de maximale waarde bodemfunctieklasse of bodemkwaliteitsklasse industrie (klasse niet toepasbaar).
De klassenindeling van de grond is indicatief, aangezien niet conform het protocol uit de Regeling bodemkwaliteit voor het uitvoeren van een partijkeuring is bemonsterd en geanalyseerd.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
12
Bodemtypecorrectie De toetsingswaarden voor grond en baggerspecie zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op een standaardbodem met een organische stofgehalte van 10 gew.% en een lutumgehalte van 25 gew.%. Bij de toetsing van de analyseresultaten van grond en baggerspecie dienen derhalve de gemeten concentraties middels een bodemtypecorrectie te worden omgerekend naar standaardbodem.
De resultaten van de analyses en toetsingen zijn samengevat weergegeven in tabel 1 en 2. De generieke toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 6 en 7.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
13
6.
INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN
6.1 Verontreinigingssituatie
Bovengrond In de zintuiglijk schone zandige bovengrond (mengmonster MM01 en MM02) zijn lichte verontreinigingen (> AW) met lood, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. De aangetoonde oliesoort (accent fractie C22-C30, zie oliechromatogram in bijlage 5) duidt op relatief zware oliefracties en wordt mogelijk gedeeltelijk veroorzaakt door een motorolieachtig product. Polychloorbifenylen (PCB) zijn in het verleden onder andere gebruikt in isolatievloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit en lijm. Voor de verontreinigingen met lood en PAK zijn vooralsnog geen verklaringen gevonden.
Ondergrond In het mengmonster van de zintuiglijk schone zandige ondergrond (mengmonster MM03) heeft geen van de onderzochte potentieel milieuschadelijke stoffen de achtergrondwaarde overschreden. In het traject met de zintuiglijk waargenomen oliewaterreactie en oliegeur (boring 13, traject 1,8 tot 2,0 m - mv.) is een lichte verontreiniging (> AW) met minerale olie aangetoond. Geen van de andere onderzochte potentieel milieuschadelijke stoffen, waaronder vluchtige aromatische koolwaterstoffen, hebben de achtergrondwaarden overschreden. De aangetoonde oliesoort (accent fractie C22-C40, zie oliechromatogram in bijlage 5) duidt op relatief zware oliefracties en wordt mogelijk gedeeltelijk veroorzaakt door een motorolieachtig product. Grondwater In het grondwater van peilbuis 13 is een lichte verontreiniging (> S) met barium aangetoond. De aangetoonde lichte verontreiniging met barium in het grondwater is mogelijk (deels) het gevolg van een tijdelijke verstoring van het natuurlijk bodemevenwicht als gevolg van het plaatsen van de peilbuis. Hierdoor kunnen tijdelijk verhoogde concentraties in het grondwater voorkomen, ondanks dat de in de NEN 5744 voorgeschreven minimale wachttijd van 7 dagen tussen het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater is aangehouden.
Indien sprake is van een tijdelijke verstoring van het natuurlijk bodemevenwicht zullen deze verontreinigingen bij een eventuele herbemonstering van het grondwater in een later stadium naar verwachting niet meer worden aangetoond.
Voor de gedetailleerde resultaten en toetsing van de waarden wordt verwezen naar de tabellen 1 en 2 en de bijlagen 5 t/m 7.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
14
6.2 Hergebruiksmogelijkheden grond
De concentratie minerale olie in de zandige boven- en ondergrond (mengmonster MM02 en boring 13) heeft de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse industrie overschreden. Derhalve wordt de verontreinigde grond op basis van de onderzoeksresultaten indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar en komt deze bij eventuele afvoer mogelijk niet in aanmerking voor hergebruik. De overschrijdingen van de achtergrondwaarden door de concentraties lood en PCB in de grond van mengmonster MM01 voldoen aan de uitzonderingsregel uit artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit. Derhalve worden deze grond samen met de overige ondergrond indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur en komen deze mogelijk in aanmerking voor hergebruik binnen alle bodemfunctieklassen. Indien grond van de voorgenomen bouwlocatie wordt afgevoerd (bijvoorbeeld voor een toepassing elders) dient rekening te worden gehouden met een uitgebreider grondonderzoek (conform het Besluit bodemkwaliteit). Op basis van de gegevens in onderhavige rapportage kan eventueel af te voeren grond worden aangeboden bij een grondbank en/of reiniger.
6.3 Conclusie en advies
Op basis van de resultaten van veld- en laboratoriumonderzoek bestaan er, binnen het kader van het doel van het onderzoek, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, volgens onze interpretatie geen belemmeringen voor het toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater behoeven naar onze mening geen vervolgonderzoek. Tijdens het veldwerk is geen specifiek onderzoek gedaan naar asbest. Als tijdens het veldwerk asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, wordt hier echter wel melding van gemaakt. Bij een globale visuele inspectie tijdens het veldwerk van het onderhavige bodemonderzoek is in of op de bodem van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Derhalve wordt de bodem niet verdacht beschouwd op het voorkomen van een verontreiniging door asbest.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
15
7.
SAMENVATTING
In opdracht van Ten Brinke Vastgoedontwikkeling heeft Terrascan in december 2017 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ‘Pampuslaan 1’ te Weesp. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning omtrent de voorgenomen nieuwbouw van een appartementencomplex op het perceel. Het doel van het onderzoek was het geven van een representatieve indicatie van de eventuele aanwezigheid van milieuschadelijke stoffen in de boven- en ondergrond en het ondiepe grondwater van het terrein, in samenhang met eventuele vroegere en huidige activiteiten op en rond het terrein. De onderzoekslocatie ‘Pampuslaan 1’ betreft een perceel met een oppervlakte van 2.886 m2 dat bebouwd is met een kantorencomplex inclusief oprit en parkeerplaatsen. Op de onderzoekslocatie is de opdrachtgever voornemens de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van de nieuwbouw van een appartementencomplex. De bodem van de onderzoekslocatie is verhard met klinkers, tegels en gedeeltelijk onverhard. De resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek worden als volgt samengevat: •
• • •
In de bodem van de onderzoekslocatie is tot een diepte van ca. 2,0 m - mv. siltig zand aangetroffen. Hieronder werd tot de einddiepte van de boringen (ca. 2,5 m - mv.) veen aangetroffen. Ter plaatse van boring 13 (traject 1,8 tot 2,0 m - mv.) is een oliegeur en een oliewaterreactie waargenomen, waardoor de boring is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het vaststellen van de verontreinigingssituatie in het grondwater. Tevens is van het traject een steekbus genomen ten behoeve van het analytisch onderzoek. Verder zijn in de bodem geen bodemvreemde bijmengingen, geuren en / of kleuren waargenomen. In de bovengrond zijn maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. In de ondergrond ter plaatse van boring 13 is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. In de overige ondergrond hebben geen van de standaard NEN-parameters de achtergrondwaarden overschreden. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Op basis van de resultaten van veld- en laboratoriumonderzoek bestaan er, binnen het kader van het doel van het onderzoek, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, volgens onze interpretatie geen belemmeringen voor het toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater behoeven naar onze mening geen vervolgonderzoek. Tijdens het veldwerk is geen specifiek onderzoek gedaan naar asbest. Als tijdens het veldwerk asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, wordt hier echter wel melding van gemaakt. Bij een globale visuele inspectie tijdens het veldwerk van het onderhavige bodemonderzoek is in of op de bodem van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Derhalve wordt de bodem niet verdacht beschouwd op het voorkomen van een verontreiniging door asbest.
T.17.9369 / V.O. ‘Pampuslaan 1’ te Weesp
16
TABEL 1. Analyseresultaten en toetsing grond
TABEL 2. Analyseresultaten en toetsing grondwater
Tabel 1. Analyseresultaten en toetsing grond (1/2) T.17.9369 'Pampuslaan 1' Mengmonster (opmerking)
MM01 zand, bovengrond
MM02 zand, bovengrond
MM03 zand, ondergrond
Monstersamenstelling (traject in m - mv.)
01 (0,08-0,20) 01 (0,20-0,70) 02 (0,00-0,50) 03 (0,08-0,58) 04 (0,08-0,20)
08 (0,00-0,50) 09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 11 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50)
05 (0,50-1,00) 05 (1,00-1,50) 05 (1,50-2,00) 07 (0,58-1,08) 07 (1,08-1,58)
Droge stof (gew.%) Organische stof (gew.%ds) Lutum (gew.%ds) Metalen (mg/kgds) Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
<
<
04 (0,20-0,70) 05 (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50) 07 (0,08-0,58) zz
gecorrigeerde waarde (1)
gemeten waarde
gecorrigeerde waarde (1)
gemeten waarde
gecorrigeerde waarde (1)
86,8 1,7 7,8
n.v.t. 10 25
80,2 2,4 2,1
n.v.t. 10 25
79,2 1,4 1,3
n.v.t. 10 25
40 0,20 2,7 13 0,11 36 0,50 9,1 50
Polychloorbifenylen (PCB) (µg/kgds) PCB 28 < 1,0 PCB 52 < 1,0 PCB 101 < 1,0 PCB 118 < 1,0 PCB 138 1,7 PCB 153 1,3 PCB 180 1,6 PCB som 7 7,4
Klassenindeling Bbk (2) Grootschalige toepassing
< <
07 (1,58-2,00) 13 (0,50-1,00) 13 (1,00-1,50) zz zz
gemeten waarde
89,9 rg 5,81 22,4 0,144 51,2 < rg 17,9 91,6 <
+ -
● -
<
<
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) (mg/kgds) Naftaleen < 0,01 < rg Antraceen 0,02 0,020 Fenantreen 0,05 0,050 Fluoranteen 0,11 0,110 Benzo(a)antraceen 0,08 0,080 Chryseen 0,05 0,050 Benzo(a)pyreen 0,08 0,080 Benzo(ghi)peryleen 0,07 0,070 Benzo(k)fluoranteen 0,05 0,050 Indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,06 0,060 PAK 10 van VROM 0,58 0,577 -
Minerale olie (mg/kgds) Fractie C10 - C12 Fractie C12 - C22 Fractie C22 - C30 Fractie C30 - C40 Totaal olie C10 - C40
13 (0,00-0,50) 14 (0,00-0,50) zz zz zz
5,0 5,0 13 10 20
< < < <
< <
rg rg rg rg 8,50 6,50 8,00 37,0 rg rg 65,0 50,0 100
● <
-
91,9 rg 6,96 15,1 0,114 37,4 < rg 20,5 103 <
0,07 0,47 0,14 0,85 1,3 0,87 3,4 2,1 1,4 2,0 13 < < < < < <
+
24 0,20 2,0 7,4 0,08 24 0,50 7,1 44
-
landbouw / natuur ja
0,070 0,470 0,140 0,850 1,30 0,870 3,40 2,10 1,40 2,00 12,6
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 5,2
< < < < < <
5,0 29 79 44 150
<
rg rg rg rg rg rg 4,17 21,7 rg 121 329 183 625
-
< <
-
20 0,20 2,1 9,2 0,05 10 0,50 5,4 20