Raadsbesluit 2024-096A Bekendmakingsbesluit Wijziging Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam
Tekst van het document
X
Gemeente Amsterdam
x x
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.n1 Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad Zo snel mogelijk, met inachtneming van de volgende regel Niet eerder bekendmaken dan na instemming van alle deelnemers van de gemeenschappelijke regeling, zoals hieronder genoemd Ja n.v.t. n.v.t.
Besluit van de raden van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de herindeling van de gemeente Weesp
De raden van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad, gelezen het voorstel van het presidium van de raad van de gemeente Amsterdam, gelet op artikel 8i1 van de Gemeentewet en de artikelen i en 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, besluit: Artikel I A De Gemeenschappelijke regeling 'Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam' komt to luiden als volgt: Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad Hoofdstuk is Begripsbepalingen Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten Amsterdam en Zaanstad; - raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten Amsterdam en Zaanstad; - reflectie: constatering van de rekenkamer die ziet op de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid, geen onderzoek is in de zin van artikel 182 van de Gemeentewet en alleen gebaseerd is op openbare bronnen; - regeling: de gemeenschappelijke regeling ten behoeve van de Rekenkamer AmsterdamZaanstad; - rekenkamer: de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad; - wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 2: Instelling en wijziging van de gemeenschappelijke regeling Artikel 2 Belang Deze regeling is aangegaan om gezamenlijk op een effectieve en efficiente wijze de wettelijke opdracht tot het instellen van een rekenkamer vorm en inhoud te geven. Artikel 3 Gemeenschappelijk orgaan 1. De raden richten door deze regeling een gemeenschappelijk orgaan op als bedoeld in artikel eerste lid juncto artikel 8, tweede lid van de wet. 2. Het gemeenschappelijke orgaan is genaamd 'Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad' en is gevestigd in de gemeente Amsterdam. 3. De rekenkamer kan tevens worden aangeduid als 'Rekenkamer' met daaraan toegevoegd de naam van een van de deelnemende gemeenten. Hoofdstuk 3: Toetreding, uittreding en opheffing Artikel 4 Wijziging Deze regeling kan zowel op voorstel van de rekenkamer als op voorstel van een van de raden worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de raden. Artikel 5 Toetreding i.Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de deelnemende raden en de raad van de toetredende gemeente. 2. Bij toetreding stellen de deelnemende raden gezamenlijk de voorwaarden voor toetreding vast
met dien verstande dat de raad van de toetredende gemeente niet deelneemt in het reeds opgebouwde vermogen. Artikel 6 Uittreding 1. Uittreding is voor het eerst mogelijk zes jaar na toetreding tot de regeling. 2. Uittreding uit deze regeling kan geschieden na een daartoe strekkend besluit van de raad van de uittredende gemeente. 3. Indien het besluit tot uittreding voor ijuli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van ijanuari van het jaar volgend op de mededeling. Indien het besluit tot uittreding na ijuli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van ijanuari van het tweede jaar volgend op de mededeling. 4. Bij uittreding stellen de deelnemende raden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vast. Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Artikel 7 Opheffing i. Deze regeling wordt opgeheven bij uittreding van de raad van Amsterdam of wanneer er minder dan twee raden overblijven om te participeren in deze regeling. 2. De deelnemende raden dragen gezamenlijk zorg voor opheffing en treffen ten minste een
regeling voor de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.
2
Hoofdstuk 4: Verhouding met de deelnemende raden Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. De deelnemende raden zorgen voor een vertegenwoordiging. 2. Het lid van de rekenkamer voert ten minste een keer per jaar overleg met de vertegenwoordiging van de raden, waarbij in ieder geval de concept begroting en de concept jaarrekening van de rekenkamer worden besproken. Artikel g Bijdragen deelnemende gemeenten 1. De raden dragen er, na overleg met de rekenkamer, zorg voor dat de rekenkamer de nodige middelen heeft voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden voor telkens een periode van zes jaar. 2. Elke raad stelt voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vast. De bijdrage wordt jaarlijks aangepast op basis van het indexcijfer CAO-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur.. 3. De raad kan de vastgestelde jaarlijkse bijdrage tussentijds op voorstel van de rekenkamer of in overleg met de rekenkamer verhogen. 4. Elke raad stelt ten minste twaalf maanden voor afloop van de periode bedoeld in het tweede lid de nieuwe jaarlijkse bijdrage voor een periode van zes jaar vast. 5. De jaarlijks beschikbare onderzoeksuren van de rekenkamer worden naar rato van de jaarlijkse bijdrage verdeeld over de deelnemende raden.
Artikel 10 Inhoudelijk jaarverslag De rekenkamer zendt jaarlijks voor i april een verslag van haar werkzaamheden van het voorgaande jaar naar de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten. Hoofdstuk 5: Lid en plaatsvervangend lid van de rekenkamer Artikel ii Samenstelling en benoeming 1. De rekenkamer heeft een lid. 2. De vertegenwoordiging van de raden en een vertegenwoordiging van de ambtenaren van het bureau van de rekenkamer worden bij de selectie van het lid en het plaatsvervangend lid betrokken. Artikel 12 Plaatsvervanger 1. Het lid van de rekenkamer voert naar behoefte overleg met het plaatsvervangend lid. 2. Het plaatsvervangend lid vervangt het lid van de rekenkamer bij langdurige afwezigheid. Artikel 13 Rechtspositionele aanspraken en verplichtingen 1. In aparte besluiten wordt in de vergoeding voor de werkzaamheden, de tegemoetkoming in de kosten en de andere rechtspositionele aanspraken en voorzieningen van het lid en het plaatsvervangend lid van de rekenkamer voorzien. 2. Aan de raad van de gemeente Amsterdam wordt door de raden van de andere gemeenten het mandaat verleend om de rechtspositionele besluiten vast to stellen. 3. De vertegenwoordiging van de raden wordt bij de vaststelling of de wijziging van de rechtspositionele besluiten betrokken.
3
Hoofdstuk 6: Bureau van de rekenkamer Artikel 14 Bureau van de rekenkamer 1. Er is een bureau van de rekenkamer gevestigd in de gemeente Amsterdam. 2. Het bureau ondersteunt het lid van de rekenkamer in een goede uitoefening van zijn werkzaamheden. 3. Het lid van de rekenkamer is directeur van het bureau. Artikel 15 Andere onderzoeksactiviteiten i. Het bureau van de rekenkamer kan op verzoek van een van de raden ondersteuning bieden bij het uitvoeren van een raadsonderzoek. 2. De rekenkamer moet voor ondersteuning toestemming geven. 3. De kosten voor extra ondersteuning komen voor rekening van de raad die daarom heeft verzocht. De raad beslist op basis van een voorstel van de rekenkamer over de dekking van die kosten. 4. Aanvullende regels ten aanzien van de extra ondersteuning legt de rekenkamer vast in het Reglement van Orde. Hoofdstuk 7: Voorbereiding en uitvoering onderzoek Artikel i6 Het onderzoek i. De rekenkamer bepaalt welke onderzoeken worden verricht en licht dit per deelnemende gemeente toe in een onderzoeksprogramma. 2. Voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma gaat de rekenkamer bij de in de raad vertegenwoordigde groeperingen na welke wensen er voor de to onderzoeken onderwerpen zijn. 3. Het onderzoeksprogramma bevat: a. de onderzoeksthema's met een korte toelichting; b. een overzicht van de of to ronden, lopende en al voorgenomen onderzoeken.
4. De rekenkamer stuurtjaarlijks uiterlijk op i april van het betreffende onderzoeksjaar per deelnemende gemeente het onderzoeksprogramma toe aan de raad en het college. Artikel 17 Extra onderzoek s. Een raad kan een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een extra onderzoek bij de rekenkamer. 2. De rekenkamer bericht in hoeverre aan een verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek voldoet, geeft zij dit gemotiveerd aan. Indien de rekenkamer wel aan het verzoek voldoet, maakt zij inzichtelijk welke aanvullende kosten dit met zich meebrengt. 3. De kosten voor een extra onderzoek komen voor rekening van de raad die daarom heeft verzocht. De raad beslist op basis van een voorstel van de rekenkamer over de dekking van die kosten. 4. Aanvullende regels ten aanzien van het extra onderzoek legt de rekenkamer vast in het Reglement van Orde. Artikel i8 Hoor en wederhoor 1. Het rapport van de rekenkamer bevat de bevindingen, conclusies en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reactie van het onderzochte orgaan hierop voor zover deze binnen de daarvoor door de rekenkamer gestelde redelijke termijn heeft gereageerd.
4
2. In het geval de rekenkamer conclusies of aanbevelingen doet over andere organen en instellingen dan het orgaan dat is onderzocht, worden deze in de gelegenheid gesteld om hier binnen een redelijke termijn op te reageren. 3. In afwijking van het tweede lid wordt de raad alleen in de gelegenheid gesteld te reageren wanneer het rapport zowel conclusies als aanbevelingen over de raad bevat. Artikel 1g Openbaarmaking rapport 1. De rekenkamer bepaalt het moment en de wijze van openbaarmaking van het rapport. 2. De rekenkamer stuurt het rapport voor de openbaarmaking toe aan de raad en het college van de betreffende gemeente. Artikel 20 Reflecties 1. De rekenkamer kan reflecties geven. 2. De rekenkamer bepaalt of het orgaan waarop de reflectie betrekking heeft in de gelegenheid wordt gesteld om vooraf op de reflectie te reageren. 3. Als de rekenkamer het orgaan waarop de reflectie betrekking heeft in de gelegenheid stelt om vooraf te reageren, geeft de rekenkamer een redelijke termijn voor de reactie. Hoofdstuk 8: Financien Artikel 21 Begrotingswijzigingen Artikel 35, eerste, derde en vierde lid van de Wgr is alleen van toepassing op begrotingswijzigingen als: a. die van invloed zijn op de jaarlijkse bijdrage als bedoeld in artikel g, tweede lid; of b. de algemene reserve hierdoor lager wordt dan io% van de voor dat jaar vastgestelde begroting; of c.
de algemene reserve hierdoor hoger wordt dan 15% van de voor dat jaar vastgestelde begroting. Artikel 22 Controle jaarrekening De jaarrekening wordt voorafgaand aan de vaststelling ter controle voorgelegd aan een door de rekenkamer aangewezen accountant. Hoofdstuk 9: Slotbepalingen
Artikel 23 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op ijuni 2016. Artikel 24 Citeertitel Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad B De toelichting bij de Gemeenschappelijke regeling 'Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam' komt te luiden als volgt:
5
TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REKENKAMER AMSTERDAM-ZAANSTAD Algemeen De Gemeentewet biedt via artikel 83.I gemeenten die gebruik willen maken van dezelfde rekenkamer de mogelijkheid om een dergelijke samenwerking vorm te geven via een gemeenschappelijke regeling. Het relevante kader voor het aangaan van deze gemeenschappelijke regelingen betreft de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). In zolo hebben de gemeenten Amsterdam en Zaanstad besloten tot oprichting van een gemeenschappelijke regeling van de rekenkamer: de Gemeenschappelijke Rekenkamer Metropool Amsterdam. In 2019 is de gemeente Weesp toegetreden. In 2022 is de gemeente Weesp opgegaan in de gemeente Amsterdam. De Wgr is ook gewijzigd vanwege onder andere de Wet versterking decentrale rekenkamers en de wijzigingen in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Tot slot is de werkwijze van de rekenkamer op onderdelen gewijzigd, dit is mede het gevolg van de nieuwe beleidsvisie van de rekenkamer. Om deze redenen is de noodzaak ontstaan om de Gemeenschappelijke Regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam aan te passen. Daarbij is als uitgangspunt genomen de van toepassing zijnde artikelen van de Gemeentewet of de Wgr niet te herhalen in deze regeling.
De aard en omvang van de aanpassingen zijn zodanig dat ervoor is gekozen om de tekst van de regeling integraal te wijzigen en ook de naam van de regeling aan te passen. De nieuwe naam luidt: de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer AmsterdamZaanstad. Artikelsgewijs Artikel 1 Definities Reflecties Dit artikel definieert reflecties als: werkzaamheden van de rekenkamer die wel zien op de doelmatigheid, de doeltreffendheid of de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid, maar gebaseerd zijn op openbare bronnen en dus geen formeel onderzoek betreffen in de zin van artikel 182, eerste lid van de Gemeentewet. Op deze manier worden andere werkzaamheden van de rekenkamer, anders dan het onderzoek in de zin van artikel 182, eerste lid van de Gemeentewet, geclausuleerd. Dit geeft de rekenkamer de ruimte om bij reflecties sneller op actuele ontwikkelingen te reageren en een procedure voor hoor en wederhoor te hanteren die daarbij past. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel zo. Artikel 2 Belang Artikel 10 van de Wgr stelt dat in de gemeenschappelijke regeling het belang wordt vermeld van het treffen van de regeling. Deze regeling is getroffen ten behoeve van het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamer voor de gemeenten Amsterdam en Zaanstad. Dit is in dit artikel tot uitdrukking gebracht.
Artikel 3 Gemeenschappelijk orgaan Aangezien de gemeente Weesp als zelfstandige gemeente is opgeheven en is toegevoegd aan het grondgebied van de gemeente Amsterdam, zal de rekenkamer Amsterdam-Zaanstad heten. De rekenkamer kan ook worden aangeduid als de Rekenkamer met daaraan toegevoegd de naam van een van de deelnemende gemeenten.
6
Artikel 4 Wijziging Op voorstel van de rekenkamer of een van de deelnemende gemeenteraden kan de regeling worden gewijzigd. Artikel 5 Toetreding Bij toetreding van een gemeente zorgen alle deelnemende gemeenteraden ervoor dat er zo spoedig mogelijk een gelijkluidend besluit wordt genomen. Daarnaast worden de voorwaarden voor toetreding bepaald door de deelnemende gemeenteraden. De toetredende gemeenteraad neemt niet deel in het reeds opgebouwde vermogen. Dit betekent dat nieuwe gemeenteraden dus geen bijstorting hoeven te doen. Na verloop van tijd zullen zij vanzelfsprekend wel deelnemen in het vermogen. Vandaar dat dit artikel over het 'reeds opgebouwde vermogen' spreekt. Artikel 6 Uittreding Uit artikel 9, eerste lid, van de Wgr volgt dat in de regeling bepalingen moeten worden opgenomen die duidelijk maken wat de gevolgen van uittreding zijn voor de deelnemende gemeenteraden en de voorwaarden bevatten waaronder kan worden uitgetreden. Voor de voorwaarden waaronder uittreding plaats kan vinden geldt dat van belang is dat de rekenkamer voldoende tijd heeft om de onderzoeken of te ronden.
Verder is het wenselijk dat een besluit tot uittreding op ijanuari in werking treedt zodat er zowel voor de rekenkamer als de andere deelnemende gemeenteraden ruimte is de jaarlijkse cyclus van begroting en jaarrekening of te ronden en eventueel voorzieningen te treffen voor de gevolgen van de uittreding. Dit is gewaarborgd in dit artikel. Dit betekent dat als een deelnemende gemeenteraad voor sjuli (bijvoorbeeld in maart) besluit uit te treden en dit bijvoorbeeld in april meedeelt aan de andere deelnemende gemeenteraden en het lid van de rekenkamer, het besluit op zjanuari van het daaropvolgende jaar in werking treedt. Er is dan een periode van zeven tot acht maanden beschikbaar om de onderzoeken of te ronden. Als het besluit echter na ijuli wordt genomen en wordt medegedeeld (bijvoorbeeld in oktober), dan treedt het besluit pas in werking op ijanuari van het tweede jaar volgend op het besluit tot uittreding. Er wordt dan ook aansluiting gezocht bij het boekjaar en er zijn dan nog dertien of veertien maanden beschikbaar om de onderzoeken of te ronden. Voor de gevolgen van de uittreding geldt dat geregeld is dat de deelnemende gemeenteraden gezamenlijk de verplichtingen vaststellen van de uittredende gemeenteraad.
Daarbij geldt dat is vastgelegd dat de uittredende gemeenteraad in ieder geval tweemaal de jaarlijkse bijdrage zal vergoeden na inwerkingtreding van het besluit tot uittreding. In dit artikel staat verder met welke kosten de uittredende gemeenteraad in ieder geval rekening moet houden. Het gaat dan om kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Artikel 7 Opheffing De regeling wordt opgeheven als de gemeenteraad van Amsterdam uittreedt, omdat het personeel van het bureau in dienst is van de gemeente Amsterdam en er bij een uittreding van de gemeente Amsterdam ook onvoldoende armslag is om de rekenkamer in zijn huidige omvang in stand te houden. De regeling wordt ook opgeheven wanneer er minder dan twee deelnemende gemeenteraden resteren om te participeren in de regeling. Daarnaast regelt het tweede lid van dit artikel dat de gemeenteraden gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de opheffing. Bij opheffing wordt in ieder geval een regeling getroffen voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van lopende onderzoeken en de verplichtingen die hieruit voortvloeien.
7
Artikel 8 Vertegenwoordiging Dit artikel bepaalt dat de deelnemende gemeenteraden zorgdragen voor een vertegenwoordiging. Om een goede communicatie tussen de rekenkamer en de gemeenteraden te bevorderen wordt tenminste een keer per jaar overleg gevoerd tussen het lid van de rekenkamer en de vertegenwoordiging van de genneenteraden, Artikel 9 Bijdragen deelnemende gemeenten Dit artikel regelt dat de gemeenteraden de rekenkamer voor een periode van zes jaar financiele zekerheid moeten bieden. Dit betreft de periode van zes jaar dat het lid van de rekenkamer is benoemd en zorgt ervoor dat de beleidsvisie van de rekenkamer voor deze periode uitgevoerd kan worden. De bijdrage wordt jaarlijks geIndexeerd. Verder kan de bijdrage eventueel door de gemeenteraad structureel en incidenteel worden opgehoogd. Dit kan aan de hand van een voorstel van de rekenkamer, bijvoorbeeld in het kader van een voorstel voor de afrekening, maar het kan ook op initiatief van de gemeenteraad gedaan worden. Artikel ii Benoeming Dit artikel geeft aan dat de rekenkamer bestaat uit een lid. Voor de benoeming van het lid van de rekenkamer, beoogt het tweede lid van dit artikel dat de vertegenwoordiging van de gemeenteraden en de medewerkers van het bureau betrokken worden bij de selectieprocedure en selectie van het (vervangend) lid van de rekenkamer.
Dit laatste is wenselijk, vanwege de nauwe samenwerking tussen de directeur en de medewerkers. Uit het vierde lid van artikel 8ic van de Gemeentewet volgt dat na afloop van de wettelijke periode het lid van de rekenkamer ook herbenoemd kan worden voor een nieuwe periode. De procedure voor herbenoeming volgt dezelfde procedure als bij benoeming. Artikel ii Rechtspositionele aanspraken en verplichtingen Dit artikel bevat een delegatiegrondslag om de rechtspositie van het lid en het plaatsvervangend lid van de rekenkamer in een apart besluit te regelen. De gedachte hierbij is dat dit in twee aparte besluiten wordt uitgewerkt. In de twee besluiten wordt in ieder geval de tegemoetkoming in de kosten en de vergoeding voor de werkzaamheden geregeld. Daarnaast geeft dit artikel het mandaat aan de gemeenteraad van Amsterdam om de rechtspositionele besluiten vast te stellen. Artikel 13 Plaatsvervanger Artikel 8ic, derde lid van de Gemeentewet, bepaalt dat er een plaatsvervangend lid is. Het gaat bij die plaatsvervanging alleen om vervanging van het lid van de rekenkamer in zijn formele wettelijke bevoegdheden. De plaatsvervanger vervangt de rekenkamer in beginsel niet in zijn functie van directeur van het bureau. Dit artikel bepaalt dat het lid van de rekenkamer naar behoefte overlegt met het plaatsvervangend lid.
Artikel 14 Bureau van de rekenkamer Het bureau van de rekenkamer is gevestigd in de gemeente Amsterdam en staat onder leiding van het lid van de rekenkamer. De ambtenaren van het bureau zijn in dienst van de gemeente Amsterdam. Uit artikel 81j, tweede lid van de Gemeentewet volgt dat het college besluit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met deze ambtenaren. Deze bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de rekenkamer. Verder volgt uit artikel 81.j, vierde lid van de Gemeentewet dat de ambtenaren van het bureau ter zake van de inhoudelijke werkzaamheden uitsluitend verantwoording verschuldigd zijn aan het lid van de rekenkamer. Het college mag
8
bovendien aan deze ambtenaren geen andere werkzaamheden opdragen. Het burgerlijk wetboek, de CAO Gemeenten, de CAO Amsterdam en andere voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam geldende arbeidsrechtelijke regelingen zijn van toepassing op de ambtenaren werkzaam bij de rekenkamer. Artikel 15 Andere onderzoeksactiviteiten In dit artikel gaat het over inzet van capaciteit van het bureau de rekenkamer in een onderzoek waarvoor de gemeenteraad eindverantwoordelijk is en waarvoor de rekenkamer zelf geen verantwoordelijkheid draagt. Artikel 3.6 Het onderzoek De rekenkamer is onafhankelijk en bepaalt zelf welke onderzoeken zij instelt. Dit artikel beschrijft de werkwijze die de rekenkamer bij het schrijven van het onderzoeksprogramma hanteert. Geregeld is dat de rekenkamer voorafgaand aan het opstellen van het onderzoeksprogramma per gemeente spreekt met de fracties. De fracties van de deelnemende gemeenteraden kunnen hierbij kenbaar maken welke wensen zij hebben als het op de door de rekenkamer te onderzoeken onderwerpen aankomt. Deze gesprekken dienen als input voor het onderzoeksprogramma dat de rekenkamer jaarlijks zelf opstelt. De bevoegdheid tot onderzoek omvat alle bestuursorganen die onderdeel uitmaken van de gemeente.
Voor de gemeente Amsterdam is daarbij van belang dat het onderzoek ook betrekking heeft op de stadsdeelcommissies, het stadsgebied Weesp en de bestuurscommissies. Op grond van artikel 183 van de Gemeentewet is de rekenkamer daarbij bevoegd alle documenten te onderzoeken die voor het verrichten van haar taken nodig zijn. Dit betekent dat de rekenkamer in beginsel onbeperkt toegang heeft tot de documenten die bij het gemeentebestuur berusten. Documenten moet in dat verband ruim worden opgevat. Het betreft documenten zoals bedoeld in de Wet open overheid en archiefbescheiden zoals bedoeld in de Archiefwet 1995. Verder moet de rekenkamer ook alle inlichtingen kunnen krijgen waar ze om vraagt en moet de rekenkamer administraties kunnen inzien, ook als deze aan een derde zijn uitbesteed. De gemeenteraad, het college, het dagelijks bestuur van de stadsdeelcommissies, het dagelijks bestuur van het stadsgebied Weesp, een bestuurscommissie of het bestuur van een andere organisatie waarbij een rekenkamer onderzoeksbevoegdheid heeft, moeten er zorg voor dragen dat de rekenkamer voor de uitvoering van haar taak onbelemmerde toegang heeft tot de documenten. Artikel 17 Extra onderzoek Het eerste lid van dit artikel stelt dat de rekenkamer de ruimte heeft om te beslissen op een verzoek tot extra onderzoek van een raadsmeerderheid.
Dit verzoek kan bijvoorbeeld middels een door de gemeenteraad aangenomen motie worden gedaan. Omdat de Gemeentewet in artikel 182, tweede lid een bepaald gewicht aan dit onderzoek geeft, zal de rekenkamer altijd gemotiveerd antwoorden als het verzoek niet wordt gehonoreerd. Ook wanneer het verzochte onderzoek gedeeltelijk of in aangepaste vorm plaatsvindt, wordt dit gemotiveerd aangegeven. Daarnaast verduidelijkt dit artikel hoe wordt omgegaan met de kosten die met het extra onderzoek gemoeid zijn. De gemeenteraad neemt op basis van een voorstel van de rekenkamer een besluit over die kosten. Overigens is ook denkbaar dat de rekenkamer voorstelt om bepaalde onderzoeken uit het onderzoeksprogramma niet of op een later moment uit te voeren, zodat er voor de gemeenteraad op dat moment geen aanvullende kosten aan het extra onderzoek verbonden zijn.
9
Artikel i8 Hoor en wederhoor Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat het college van de betreffende gemeente de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) conceptonderzoeksrapport. Er vindt dan feitelijk wederhoor plaats, waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan het verantwoordelijke orgaan en, indien van toepassing aan de betrokken instellingen, worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden eruit te halen en te corrigeren. Dit is van belang omdat de rekenkamer op basis van de feitelijke bevindingen in een bestuurlijk deel van het rapport conclusies trekt en aanbevelingen doet. Dit artikel treft hier dan ook een regeling voor. Omdat het onderzoek van de rekenkamer ook gericht kan zijn op een ander orgaan dan het college, waarborgt het tweede lid van dit artikel tevens dat bij andere organen ook hoor en wederhoor wordt toegepast. Dit is zowel het geval als de rekenkamer alleen conclusies trekt als dat de rekenkamer ook aanbevelingen doet. De beslissing of het onderzoek ook is gericht op een ander orgaan dan het college of een instelling berust bij de rekenkamer. Wanneer het onderzoek van de rekenkamer ook gericht is op de gemeenteraad, wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport.
Dit is alleen het geval wanneer het rapport conclusies over en aanbevelingen voor de gemeenteraad bevat. In alle andere gevallen geldt voor de gemeenteraad dat de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van het rapport onderdeel zijn van het debat in de gemeenteraad.
Artikel 19 Openbaarmaking rapport Voor openbaarmaking stuurt de rekenkamer, volgens dit artikel, het rapport toe aan de gemeenteraad en het college van de betreffende gemeente. Op deze manier stelt de rekenkamer de gemeenteraad en het college in de gelegenheid alvast van de uitkomsten kennis te nemen. Het rapport wordt onder embargo toegestuurd.
Artikel zo Reflecties Dit artikel regelt dat de rekenkamer andere werkzaamheden kan verrichten dan het onderzoek zoals vastgelegd in artikel 182, eerste lid van de Gemeentewet. Deze werkzaamheden zijn gedefinieerd in artikel i van de regeling als reflecties. Voorbeelden van de uitkomsten van reflecties kunnen rekenkamerbrieven en gepubliceerde artikelen naar aanleiding van onderzoeken zijn. Dit artikel biedt de rekenkamer de gelegenheid om sneller op actuele ontwikkelingen te reageren. In deze gevallen wordt er gebruik gemaakt van openbare bronnen en is er geen sprake van een onderzoek zoals bedoeld in artikel 182, eerste lid van de Gemeentewet. Het is dan ook aan de rekenkamer om te bepalen of er aanleiding is voor hoor en wederhoor en in welke vorm dit dient te gebeuren.
Artikel 21 Begrotingswijzigingen De procedure voor het vaststellen van de begroting (artikel 34 van de Wgr) en het opstellen van een ontwerpbegroting (artikel 35 van de Wgr) is vastgelegd in de Wgr. Daarbij biedt artikel 35, zesde lid, van de Wgr ruimte om bij bepaalde wijzigingen van de begroting van de zienswijzeprocedure of te zien. Tegen die achtergrond regelt dit artikel dat begrotingswijzingen alleen worden voorgelegd voor een zienswijzeprocedure aan de gemeenteraden wanneer de begrotingswijziging gevolgen zou hebben voor de gemeentelijke bijdrage of als de algemene reserve buiten de bandbreedte zou komen.
10
Artikel 22 Controle jaarrekening In verband met de verantwoording aan de deelnemende gemeenteraden wordt in dit artikel geregeld dat de jaarrekening voorafgaand ter controle aan een accountant wordt verstuurd. De rekenkamer wijst de accountant aan die deze controle uitvoert. Artikel II Dit besluit treedt in werking op ijuli 2024. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 mei 2024
De voorzitter Fe ke Ha ma
Dl aadsgriffier Joh•n Houtman Toelichting De recente wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) zijn de aanleiding geweest om de gemeenschappelijke regeling (hierna: regeling) van de rekenkamer Amsterdam-Zaanstad te wijzigen. Sommige bepalingen in de Wgr, waaronder bepalingen over controle door en verantwoording aan gemeenteraden, participatie en evaluatie verdragen zich niet met die onafhankelijke positie van de rekenkamer. Daarom bepaalt artikel 811_ van de Gemeentewet welke bepalingen uit de Wgr niet van toepassing zijn op de gemeenschappelijke rekenkamer. In het verlengde van de verplichte wijzigingen van de Wgr zijn een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd, mede naar aanleiding van de nieuwe beleidsvisie van de rekenkamer. Daarbij is als uitgangspunt genomen de van toepassing zijnde artikelen van de Archiefwet 1995, Gemeentewet en de Wgr niet te herhalen in deze regeling. De belangrijkste wijzigingen zijn: verduidelijken van de voorwaarden voor toetreding, uittreding en opheffing; -
het proces van feitelijk wederhoor en de bestuurlijke reactie regelen in overeenstemming met de beleidsvisie en huidige werkwijze;
-
de mogelijkheid om snelle kortlopende analyses uit te voeren op basis van openbare bronnen ("reflecties"), zoals een rekenkamerbrief bij de gemeentelijke begroting;
-
Vanaf het begrotingsjaar 2024 worden begrotingswijzigingen aan de raden voor een zienswijze voorgelegd als deze van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage of als door deze wijzigingen de algemene reserve onder of boven de drempelwaarde komt. Alle begrotingswijzigingen zijn vanzelfsprekend zichtbaar in de jaarrekening.
Gezien de aard en omvang van de bovenstaande wijzigingen is besloten om de gehele tekst van de gemeenschappelijke regeling opnieuw vast te stellen. De wijzigingen zijn inzichtelijk gemaakt in de onderstaande was/wordt tabel met een toelichting.
11
Was-wordt-tabel gemeenschappelijke Rekenkamer Amsterdam — Zaanstad Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
Intitule
Gemeenschappelijke
Besluit van de gemeenteraad
regeling Rekenkamer
van de gemeenten
Amsterdam-Zaanstad
Amsterdam, Zaanstad en Weesp houdende regels omtrent de gemeenschappelijke regeling omtrent de rekenkamer (Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam) Artikel i Definities
Weesp is uit de
Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt
gemeenschappelijke regeling
In deze regeling wordt
verstaan onder:
gehaald, aangezien de
verstaan onder:
- colleges: de colleges van
gemeente is opgegaan in de
a. wet: de Wet
burgemeester en wethouders
gemeente Amsterdam. De
Artikel
gemeenschappelijke
van de deelnemende
titel van de regeling is nu
regelingen;
gemeenten Amsterdam en
Gemeenschappelijke regeling
b. raden: de raden van de
Zaanstad;
Rekenkamer Amsterdam-
deelnemende gemeenten
- raden: de gemeenteraden
Zaanstad. De definitie van
Amsterdam, Zaanstad en
van de deelnemende
reflectie is toegevoegd omdat
Weesp;
gemeenten Amsterdam en
er bij de rekenkamer een
c. college: college van
Zaanstad;
wens bestaat om ook in die
burgemeester en wethouders
- reflectie: constatering van
gevallen duidelijkheid to
van de gemeente Amsterdam;
de rekenkamer die ziet op de
geven over het toepassen van
d. rekenkamer: de
doelmatigheid, de
hoor en wederhoor.
Rekenkamer Metropool
doeltreffendheid en de
Daarnaast zijn er
Amsterdam;
rechtmatigheid van het door
wetstechnische wijzigingen
e. regeling: de
het gemeentebestuur
doorgevoerd.
gemeenschappelijke regeling
gevoerde beleid, geen
ten behoeve van de
onderzoek is in de zin van
Rekenkamer Metropool
artikel 182 van de
Amsterdam.
Gemeentewet en alleen gebaseerd is op openbare bronnen; - regeling: de gemeenschappelijke regeling ten behoeve van de Rekenkamer AmsterdamZaanstad; - rekenkamer: de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad;
12
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
- wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 2 Belang
Artikel 2 Belang
Deze regeling is aangegaan
Blifft ongewijzigd
om gezamenlijk op een effectieve en efficiente wijze de wettelijke opdracht tot het instellen van een rekenkamer vorm en inhoud to geven. Artikel 3 Gemeenschappelijk
Artikel 3 Gemeenschappelijk
Wetstechnische wijziging en
orgaan
orgaan
naamswijziging doorgevoerd.
i.De raden richten door deze
1.De raden richten door deze
regeling een
regeling een
gemeenschappelijk orgaan op
gemeenschappelijk orgaan op
als bedoeld in artikel i, juncto
als bedoeld in artikel s, eerste
artikel 8, lid 2 van de wet.
lid juncto artikel 8, tweede lid
2.Het gemeenschappelijke
2 van de wet.
orgaan is genaamd
2.Het gemeenschappelijke
`Rekenkanner Metropool
orgaan is genaamd
Amsterdam' en is gevestigd in
`Rekenkamer Amsterdam-
Amsterdam.
Zaanstad'en is gevestigd in
3.De rekenkamer kan tevens
de gemeente Amsterdam.
worden aangeduid als
3.De rekenkamer kan tevens
`Rekenkamer' met daaraan
worden aangeduid als
toegevoegd de naam van een
Rekenkamer' met daaraan
van de deelnemende
toegevoegd de naam van een
gemeenten.
van de deelnemende gemeenten.
Artikel 4 Toetreding en
Artikel 4 Wijziging
De onderwerpen wijziging,
uittreding
Deze regeling kan zowel op
uittreding en opheffing zijn in
a.Toetreding tot de regeling
voorstel van de rekenkamer
aparte bepalingen (artikelen 4
kan geschieden bij een
als op voorstel van een van de
tot en met 6) geregeld.
daartoe strekkend
raden worden gewijzigd bij
Daarnaast zijn de
gezamenlijk besluit van de
gelijkluidend besluit van de
voorwaarden ten aanzien van
deelnemende raden en de
raden.
toetreding, uittreding en
gemeente.
Artikel 5 Toetreding
aanleiding van de wijziging van de Wgr.
raad van de toetredende
opheffing verduidelijkt naar
2.Uittreding uit deze regeling
i.Toetreding tot de regeling
kan geschieden na een
kan geschieden bij een
daartoe strekkend besluit van
daartoe strekkend
de raad van de uittredende
gezamenlijk besluit van de
gemeente.
deelnemende raden en de
3.Dit besluit wordt uiterlijk
raad van de toetredende
twaalf maanden voor de
gemeente.
beoogde uittredingsdatum
13
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
aan de raden en het lid van de
2. Bij toetreding stellen de
rekenkamer medegedeeld.
deelnemende raden gezamenlijk de voorwaarden voor toetreding vast met dien verstande dat de raad van de toetredende gemeente niet deelneemt in het reeds opgebouwde vermogen.
4.Uittreding is mogelijk zes jaar na toetreding tot de regeling. 5.De financiele gevolgen van een uittreding en de daarbij behorende verplichtingen van de uittredende gemeente
Toelichting
worden door de raden vastgesteld na het horen van
Artikel 6 Uittreding
het lid van de rekenkamer.
1. Uittreding is voor het eerst mogelijk zes jaar na
Artikel 5 Wijziging en
toetreding tot de regeling.
opheffing
2. Uittreding uit deze regeling
1.Deze regeling kan zowel op
kan geschieden na een
voorstel van de rekenkamer
daartoe strekkend besluit van
als op voorstel van een van de
de raad van de uittredende
raden worden gewijzigd bij
gemeente.
gelijkluidend besluit van de
3. Indien het besluit tot uittreding voor i juli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van s januari van het jaar volgend op de mededeling. Indien het besluit tot uittreding na i juli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van i januari van het tweede jaar volgend op de mededeling. 4. Bij uittreding stellen de deelnemende raden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vast. Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt
raden. 2.Deze regeling wordt
opgeheven bij uittreding van de gemeente Amsterdam of wanneer er minder dan twee gemeenteraden overblijven om to participeren in deze regeling.
14
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Artikel 7 Opheffing i.Deze regeling wordt opgeheven bij uittreding van de raad van Amsterdam of wanneer er minder dan twee raden overblijven om to participeren in deze regeling. 2. De deelnemende raden
dragen gemeenschappelijk zorg voor opheffing en treffen ten minste een regeling voor de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. rekenkamer
Artikel 6 Bureau van de
Artikel 14 Bureau van de rekenkamer
i.Er is een bureau van de
i.Er is een bureau van de
voordracht van het lid van de
rekenkamer gevestigd in de
rekenkamer gevestigd in de
rekenkamer al wordt geregeld
gemeente Amsterdam.
gemeente Amsterdam.
door artikel 81j, tweede lid
2.Het bureau ondersteunt het
2.Het bureau ondersteunt het
van de Gemeentewet.
lid van de rekenkamer voor
lid van de rekenkamer voor
een goede uitoefening van zijn
een goede uitoefening van zijn
werkzaamheden.
werkzaamheden.
3.Het lid van de rekenkamer is
3.Het lid van de rekenkamer is
directeur van het bureau.
directeur van het bureau.
4.Het college besluit, op voordracht van het lid van de rekenkamer, tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de ambtenaren die nodig zijn voor een goede uitoefening van de werkzaamheden van de rekenkamer.
15
Het vierde lid wordt geschrapt, omdat de
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Artikel 7 Het onderzoek
Artikel i6 Het onderzoek
Artikel i6: Wijzigingen in
1.De rekenkamer bepaalt
3..De rekenkamer bepaalt
verband met het in
welke onderzoeken worden
welke onderzoeken worden
overeenstemming brengen
Toelichting
verricht.
verricht en Iicht dit per
van de regeling met de
2.De jaarlijks beschikbare
deelnemende gemeente toe
werkwijze en beleidsvisie van
onderzoeksuren worden naar
in een
de rekenkamer. Doel is
rato van de jaarlijkse bijdrage,
onderzoeksprogramma.
duidelijker vast te leggen wat
bedoeld in artikel 12 lid 2,
2. Voorafgaand aan het
de rol van de deelnemende
verdeeld over de
vaststellen van het
gemeenteraden en
deelnemende gemeenten.
onderzoeksprogramma gaat
raadsleden is als het op het
3.De rekenkamer legt jaarlijks
de rekenkamer bij de in de
onderzoeksprogramma van
per deelnemende gemeente
raad vertegenwoordigde
de rekenkamer aankomt.
een onderzoeksprogramma
groeperingen na welke
voor aan de raad voor het
wensen er voor de te
komende jaar. De raden
onderzoeken onderwerpen
kunnen voorstellen voor
zijn.
onderzoek aandragen bij de
3. Het
rekenkamer.
onderzoeksprogramma
4.In het
bevat:
onderzoeksprogramma wordt
a. de onderzoeksthema's
per onderwerp aangegeven:
met een korte toelichting;
a.de afbakening van het
b. een overzicht van de of te
onderzoeksterrein;
ronden, lopende en al
b. doelstelling en
voorgenomen onderzoeken.
onderzoeksvraag.
4. De rekenkamer stuurt
5.Een raad kan in aanvulling
jaarlijks uiterlijk op 3. april van
op de in lid 3 genoemde
het betreffende
voorstellen een gemotiveerd
onderzoeksjaar per
verzoek doen tot het instellen
deelnemende gemeente het
van een extra onderzoek bij de
onderzoeksprogramma toe
Artikel 17: Wijziging in
rekenkamer.
aan de raad en het college.
verband met het in
hoeverre aan een verzoek van
Artikel 3.7 Extra onderzoek
van de regeling met de
een raad zoals bedoeld in de
1.Een raad kan een
werkwijze en beleidsvisie van
leden 3 en 5 wordt voldaan.
gemotiveerd verzoek doen tot
de rekenkamer. Doel is meer
Indien de rekenkamer niet aan
het instellen van een extra
duidelijkheid te geven over de
het verzoek van een raad
onderzoek bij de rekenkamer.
procedure rond een verzoek
voldoet, geeft zij dit
2.De rekenkamer bericht in
om extra onderzoek te doen.
6.De rekenkamer bericht in
overeenstemming brengen
gemotiveerd aan.
hoeverre aan een verzoek
7.Indien op verzoek van een
wordt voldaan. Indien de
raad een extra onderzoek
rekenkamer niet aan het
zoals bedoeld in lid 5 wordt
verzoek van een raad voldoet,
verricht door de rekenkamer,
geeft zij dit gemotiveerd aan.
zijn de daaraan verbonden
Indien de rekenkamer wel
meerkosten voor rekening van
aan het verzoek voldoet,
die raad.
maakt zij inzichtelijk welke
16
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
8.Bij de uitvoering van het
aanvullende kosten dit met
Toelichting
onderzoek worden de
zich meebrengt.
organ isatieonderdelen die te
3.De kosten voor een extra
maken krijgen met het
onderzoek komen voor
onderzoek tijdig op de hoogte
rekening van de raad die
gesteld van:
daarom heeft verzocht. De
a.de opzet van het onderzoek;
raad beslist op basis van het
b.de planning van het
voorstel van de rekenkamer
onderzoek.
over de dekking van die kosten. 4. Aanvullende regels ten
Artikel 7a Andere
aanzien van het extra
Artikel 15: Wijziging in
onderzoek Iegt de
verband met het in
onderzoeksactiviteiten
rekenkamer vast in het
overeenstemming brengen
i.Het bureau van de
Reglement van Orde.
van de regeling met de
rekenkamer kan op verzoek van een van de raden helpen
werkwijze en beleidsvisie van Artikel i5 Andere
de rekenkamer. Doel is meer
bij het uitvoeren van een
onderzoeksactiviteiten
duidelijkheid te geven over
raadsonderzoek.
i.Het bureau van de
hoe met de kosten van extra
2.De rekenkamer moet voor
rekenkamer kan op verzoek
ondersteuning wordt
ondersteuning zoals bedoeld
van een van de raden
omgegaan. Dit in lijn met wat
in lid i toestemming geven.
ondersteuning bieden bij het
er voor extra onderzoek
3.De spelregels voor
uitvoeren van een
geregeld is.
ondersteuning zoals bedoeld
raadsonderzoek.
in lid 1 zijn door de
2.De rekenkamer moet voor
rekenkamer vastgelegd in het
ondersteuning toestemming
Reglement van Orde.
geven. 3.De kosten voor extra ondersteuning komen voor rekening van de raad die daarom heeft verzocht. De raad beslist op basis van een voorstel van de rekenkamer over de dekking van die kosten. 4. Aanvullende regels ten aanzien van de extra ondersteuning Iegt de rekenkamer vast in het Reglement van Orde.
Artikel 8 Rapportage
Artikel i8 Hoor en wederhoor
Artikel 185, tweede lid, van de
1..De rekenkamer bepaalt het
1. Het rapport van de
Gemeentewet regelt al het
moment en de wijze van
rekenkamer bevat de
proces van feitelijk wederhoor
openbaarmaking van het
bevindingen, conclusies en,
en de bestuurlijke reactie, om
rapport.
indien van toepassing,
die reden kunnen het tweede
aanbevelinqen, alsmede de
17
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
2.De rekenkamer stelt in
reactie van het onderzochte orgaan hierop voor zover deze binnen de daarvoor door de rekenkamer gestelde redelijke termijn heeft gereageerd. 2. In het geval de rekenkamer conclusies of aanbevelingen doet over andere organen en instellingen dan het orgaan dat is onderzocht, worden deze in de gelegenheid gesteld om hier binnen een redelijke termijn op te reageren. 3. In afwijking van het tweede lid wordt de raad alleen in de gelegenheid gesteld te reageren wanneer het rapport zowel conclusies als aanbevelingen over de raad bevat.
aanvulling op artikel 185, lid 1 van de Gemeentewet het college van de betreffende gemeente schriftelijk op de hoogte van het conceptrapport. 3.De rekenkamer stelt het college van de betreffende gemeente in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn schriftelijk te reageren op het conceptrapport. 4.Na ontvangst van de reactie stelt de rekenkamer het rapport vast waarin de bevindingen, conclusies en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reactie hierop zijn opgenomen. 5.De rekenkamer geeft de raad van de betreffende
Toelichting
en derde lid van artikel 8 vervallen. Daarnaast zijn er wijzigingen doorgevoerd in verband met het in overeenstemming brengen van de regeling met de werkwijze en beleidsvisie van de rekenkamer. Doel is duidelijk te maken dat de rekenkamer, in aanvulling op het hoor en wederhoor uit de Gemeentewet, niet alleen ten aanzien van de onderzochte organen maar ook in andere situaties hoor en wederhoor toepast. Daarbij wordt ook inzichtelijk gemaakt wanneer dat aan de orde is.
gemeente voor de publicatiedatum de mogelijkheid om het rapport
Artikel ig Openbaarmaking rapport
in te zien.
1. De rekenkamer bepaalt het moment en de wijze van openbaarmaking van het rapport. 2. De rekenkamer stuurt het
rapport voor de openbaarmaking toe aan de raad en het college van de betreffende gemeente. Artikel 20 Reflecties i.De rekenkamer kan reflecties geven. 2.De rekenkamer bepaalt of het orgaan waarop de reflectie betrekking heeft in de gelegenheid wordt gesteld om vooraf op de reflectie te reageren. 3. Als de rekenkamer het orgaan waarop de reflectie 18
Wijzigingen in verband met het in overeenstemming brengen van de regeling met de werkwijze en beleidsvisie van de rekenkamer. Doel is duidelijkheid te geven over het hoor en wederhoor dat, in aanvulling op de bepalingen uit de wet, bij reflecties wordt toegepast.
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
betrekking heeft in de gelegenheid stelt om vooraf te reageren, geeft de rekenkamer een redelijke termijn voor de reactie. Artikel 8a Vertrouwelijke
Artikel 8a Vertrouwelijke
Artikel 185, derde lid van de
informatie
informatie
Gemeentewet regelt de
Als de rekenkamer informatie
Vervallen
vertrouwelijke kennisneming.
heeft die zij van belang acht
Om die reden vervalt artikel
voor de raad, maar die naar
8a.
haar aard vertrouwelijk is, krijgt de rekenkamer de gelegenheid om in een besloten vergadering van een raadscommissie die informatie te delen. De raadscommissie besluit of er wel of niet geheimhouding moet worden opgelegd omtrent het in een besloten vergadering behandelde. Artikel 9 Jaarverslag
Artikel so Inhoudelijk
De rekenkamer zendt jaarlijks
jaarverslag
een verslag van haar
De rekenkamer zendt jaarlijks
werkzaamheden van het
voor i april een verslag van
voorgaande jaar naar de raden
haar werkzaamheden van het
en de colleges van de
voorgaande jaar naar de raden
deelnemende gemeenten als
en de colleges van de
bepaald in artikel 185, leden 3
deelnemende gemeenten.
Wetstechnische wijzigingen.
en 4 van de Gemeentewet. Artikel 10 Overleg
Wijzigingen in verband met
vertegenwoordiging van de
Artikel 8 Vertegenwoordiging i.De deelnemende raden zorgen voor een vertegenwoordiging.
raden.
2.Het lid van de rekenkamer
om te verduidelijken dat de
2.Bij dit overleg worden in
voert ten minste een keer per jaar overleg met de
deelnemende raden
1.Het lid van de rekenkamer voert ten minste jaarlijks overleg met een
ieder geval de begroting en de
het in overeenstemming brengen van de regeling met de werkwijze en beleidsvisie van de rekenkamer. Doel is
verantwoordelijk zijn voor het
jaarrekening van de
vertegenwoordiging van de
aandragen van een
rekenkamer besproken.
raden, waarbij in ieder geval
vertegenwoordiging voor het
3.Het lid van de rekenkamer
de concept begroting en de
overleg. Daarnaast zijn er
vraagt bij belangrijke
wetstechnische wijzigingen
bedrijfsvoeringbeslissingen de
concept jaarrekening van de rekenkamer worden
vertegenwoordiging van de
besproken.
raden vooraf om een zienswijze. 19
doorgevoerd.
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
4.Het lid van de rekenkamer meldt het aan de vertegenwoordiging van de raden als er zich zaken voordoen waarvan de raden kennis zouden moeten nemen. Artikel ii Begroting
Artikel 21
De procedure voor het
1..De rekenkamer stelt jaarlijks
Begrotingswijzigingen
opstellen en vaststellen van
de begroting voor het
Artikel 35, eerste, derde en
de begroting is al vastgelegd
volgende kalenderjaar vast,
vierde lid van de Wgr is
in de Wgr. Om die reden
zoals bepaald in artikel 34 van
alleen van toepassing op
wordt het eerste tot en met
de wet.
begrotingswijzigingen als:
het vijfde lid geschrapt. Op
2.De rekenkamer zendt voor
a. die van invloed zijn op de
grond van artikel 35, zesde lid,
de vaststelling van de
jaarlijkse bijdrage als bedoeld
van de Wgr is daarnaast
begroting een
in artikel 9, tweede lid; of
toegevoegd welke
ontwerpbegroting inclusief
b. de algemene reserve
begrotingswijzigingen zijn
meerjarenraming en
hierdoor lager wordt dan
uitgesloten van de
toelichting naar de raden
10% van de voor dat jaar
zienswijzeprocedure en welke
teneinde hen in de
vastgestelde begroting; of
begrotingswijzigingen aan de
gelegenheid te stellen hun
c. de algemene reserve
raden worden voorgelegd voor een zienswijze.
zienswijze bij de rekenkamer
hierdoor hoger wordt dan
naar voren te brengen.
15% van de voor dat jaar
3.Voor de samenstelling van
vastgestelde begroting.
de begroting wordt uitgegaan
Vanaf het begrotingsjaar 2024 worden
van de in de laatst
begrotingswijzigingen aan de
vastgestelde begroting
raden voor een zienswijze
opgenomen ramingen
voorgelegd als deze van
alsmede de
invloed zijn op de
resultatenrekening van het
gemeentelijke bijdrage of als
voorlaatste jaar.
door deze wijzigingen de
4.Binnen twee weken na de
algemene reserve onder of
vaststelling, doch in ieder
boven de drempelwaarde
geval voor i augustus van het
komt. Andere
jaar voorafgaande aan dat
begrotingswijzigingen
waarvoor de begroting dient,
worden niet voor een
wordt de begroting door de
zienswijze aan de raden
rekenkamer aan de raden en
voorgelegd. Enerzijds zodat
aan gedeputeerde staten
meer tijd beschikbaar is voor
gestuurd.
rekenkameronderzoek,
5.0p een wijziging van de
anderzijds om de
begroting is artikel 35 van de
documentenstroom richting
wet van overeenkomstige
de raden te beperken. Alle
toepassing.
begrotingswijzigingen zijn vanzelfsprekend zichtbaar in de jaarrekening.
20
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Artikel 12 Bijdragen
Artikel g Bijdragen
Wijzigingen in verband met
Toelichting
deelnemende gemeenten
deelnemende gemeenten
het in overeenstemming
1.De raden stellen, na overleg
1. De raden dragen er, na
brengen van de regeling met
met de rekenkamer, de
overleg met de rekenkamer,
de werkwijze en beleidsvisie
rekenkamer de nodige
zorg voor dat de rekenkamer
van de rekenkamer. Doel is
middelen ter beschikking voor
de nodige middelen ter
om duidelijkheid te geven
een goede uitoefening van
beschikking heeft voor een
over het tussentijds wijzigen
haar werkzaamheden.
goede uitoefening van haar
van de jaarlijkse bijdrage
2.Elke raad stelt voor een
werkzaamheden voor telkens
(incidentele of structureel
periode van zesjaar de
een periode van zes jaar.
verhoging) en financiele
jaarlijkse bijdrage aan de
2. Elke raad stelt voor een
zekerheid te waarborgen voor
rekenkamer vast. De bijdrage
periode van zesjaar de
de rekenkamer. Daarnaast
wordtjaarlijks aangepast op
jaarlijkse bijdrage aan de
zijn er wetstechnische wijzigingen doorgevoerd.
basis van het indexcijfer voor
rekenkamer vast. De bijdrage
lonen voor
wordtjaarlijks aangepast op
overheidspersoneel.
basis van het indexcijfer CAO-
3.Ten minste twaalf maanden
Ionen, contractuele
voor afloop van de periode
loonkosten en arbeidsduur.
bedoeld in lid 2 stelt een raad
3. De raad kan de
opnieuw de jaarlijkse bijdrage
vastgestelde jaarlijkse
vast.
bijdrage tussentijds op voorstel van de rekenkamer of in overleg met de rekenkamer verhogen. 4. Elke raad stelt ten minste twaalf maanden voor afloop van de periode bedoeld in het tweede lid de nieuwe jaarlijkse bijdrage voor een periode van zes jaar vast. 5. De jaarlijks beschikbare onderzoeksuren van de rekenkamer worden naar rato van de jaarlijkse bijdrage verdeeld over de deelnemende raden.
Artikel 13 Jaarrekening
Artikel 22 Controle
Artikel 34 van de Wgr regelt al
1.De rekenkamer stelt jaarlijks
jaarrekening
de controle op de
de jaarrekening over het
De jaarrekening wordt
jaarrekening. Om die reden
daaraan voorafgaand
voorafgaand aan de
wordt het eerste en het derde
kalenderjaar vast, zoals
vaststelling ter controle
lid geschrapt. Toegevoegd is
bepaald in artikel 34 van de
voorgelegd aan een door de
dat de rekenkamer de
wet.
rekenkamer aangewezen
accountant aanwijst.
2.De jaarrekening wordt
accountant.
voorafgaand aan de vaststelling ter controle
21
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
voorgelegd aan een accountant. 3.De rekenkamer zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden en aan gedeputeerde staten. Artikel 14 Benoeming
Artikel i1 Samenstelling en
Artikel is in overeenstemming
1.De rekenkamer heeft een
benoeming
gebracht met huidige
lid.
1.De rekenkamer heeft een
werkwijze van de
2.De raden worden betrokken
lid.
rekenkamer. Doel is vast te
bij de selectieprocedure van
2. De vertegenwoordiging
leggen dat zowel
het lid van de Rekenkamer.
van de raden en een
vertegenwoordigers van de
3.De raden benoemen het lid
vertegenwoordiging van de
gemeenteraden als van het
van de rekenkamer op
ambtenaren van het bureau
bureau bij de benoeming
voordracht van de
van de rekenkamer worden
betrokken wordt om voor een
vertegenwoordiging van de
bij de selectie van het lid en
goede samenwerking te
raden door een gelijkluidend
het plaatsvervangend lid
zorgen.
besluit.
betrokken.
Artikel 15 Verklaring en
Artikel 15 Verklaring en
De verklaring en belofte is al
belofte
belofte
vastgelegd in artikel 81m in
Het lid van de rekenkamer legt
Vervallen
samenhang met artikel 83.g
in de vergadering van de
van de Gemeentewet. Om die
gemeenteraad van
reden kan dit artikel vervallen.
Amsterdam de eed (verklaring en belofte) of als bedoeld in artikel 83.g van de Gemeentewet. Artikel 16 Rechtspositionele
Artikel 3.3 Rechtspositionele
Wetstechnische wijzigingen
aanspraken en verplichtingen
aanspraken en verplichtingen
doorgevoerd en artikel in
1. Aan de gemeenteraad van
1. In aparte besluiten wordt
overeenstemming gebracht
Amsterdam wordt door de
in de vergoeding voor de
met artikel 810 van de
raden van de andere
werkzaamheden, de
Gemeentewet.
gemeenten het mandaat
tegemoetkoming in de
verleend om in een apart
kosten en de andere
rechtspositioneel besluit,
rechtspositionele
behorend bij deze regeling, te
aanspraken en
bepalen welke ambtelijke
voorzieningen van het lid en
rechtspositionele regelingen
het plaatsvervangend lid van
van overeenkomstige
de rekenkamer voorzien.
toepassing zijn en bij wijziging
2. Aan de raad van de
van deze regelingen van
gemeente Amsterdam wordt
22
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
toepassing zullen zijn,
door de raden van de andere
Toelichting
alsmede eventuele anders
gemeenten het mandaat
luidende of andere
verleend om de
aanspraken.
rechtspositionele besluiten
2.De raden van de andere
vast to stellen.
deelnemende gemeenten
3. De vertegenwoordiging
worden bij bovengenoemd
van de andere deelnemende
besluit, of de wijziging
gemeenten wordt bij de
daarvan, betrokken indien dit
vaststelling of de wijziging
belangrijke financiele
van de rechtspositionele
gevolgen heeft.
besluiten betrokken.
Artikel 17 Plaatsvervanger
Artikel 12 Plaatsvervanger
Het eerste lid wordt
1.De rekenkamer heeft een
3..Het lid van de rekenkamer
geschrapt, omdat dit
plaatsvervangend lid.
voert naar behoefte overleg
geregeld wordt door artikel
2.De bepalingen in de
met het plaatsvervangend
fh.c, derde lid in samenhang
artikelen 14 en 15 met
lid.
met artikel 81m, eerste lid,
betrekking tot het lid van de
2.Het plaatsvervangend lid
van de Gemeentewet. Het
rekenkamer zijn van
vervangt het lid van de
benoemen van het
overeenkomstige toepassing
rekenkamer bij langdurige
plaatsvervangende lid van de
op diens plaatsvervanger.
afwezigheid.
rekenkamer is een
3.Het plaatsvervangend lid
bevoegdheid van de beide
voert enkele keren per maand
raden.
overleg met de rekenkamer en
Het artikel is daarnaast in
ontvangt daarvoor een
overeenstemming gebracht
onkostenvergoeding
met huidige visie en de
overeenkomstig de voorzitter
ondermandaatregeling. De
van een adviescollege of
vervallen normen voor het
commissie zoals bedoeld in
vervangende lid van het
artikel i van de Wet
rekenkamer zullen onderdeel
vergoedingen adviescolleges
gaan uitmaken van het
en commissies.
rechtspositionele besluit zoals
4.Bij langdurige afwezigheid
bedoeld in artikel 13 eerste lid
van het lid van de rekenkamer
van deze regeling. Tot slot
vervangt de plaatsvervanger
zijn er wetstechnische
hem en ontvangt daarvoor
wijzigingen doorgevoerd.
een vergoeding voor maximaa116 uur per week, conform de Gedragscode externe inhuur van de gemeente Amsterdam, middentarieven. 5.De tijdsbesteding van de plaatsvervanger en de financiele vergoeding daarvoor, wordt separaat
23
Was
Wordt
Doorgestreept = geschrapt
Dikgedrukt = nieuw
Toelichting
verantwoord in het jaarverslag van de rekenkamer. Artikel 18 Inwerkingtreding en
Artikel 23 Inwerkingtreding
Het tweede lid
evaluatie
Deze regeling treedt in
(evaluatiebepaling) moet
1. Deze regeling treedt in
werking op ljuni 2016.
worden geschrapt in verband
werking op ljuni 2016.
met de wijziging van artikel
2. Deze regeling wordt
811 van de Gemeentewet.
minimaal een maal in de zes
Daarin staat dat het artikel
jaar geevalueerd door de
van de Wgr niet van
raden.
toepassing is op gemeenschappelijke rekenkamers.
Artikel 1g Citeertitel
Artikel 24 Citeertitel
Deze gemeenschappelijke
Deze gemeenschappelijke
regeling wordt aangehaald
regeling wordt aangehaald
als: Gemeenschappelijke
als: Gemeenschappelijke
regeling Rekenkamer
regeling Rekenkamer
Metropool Amsterdam.
Amsterdam-Zaanstad.
24
Naamswijziging doorgevoerd