CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2024-045D Bijlagen toelichting BP Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01

RAAD 27 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Simon Stevinstraat – zelfbouwkavel 01 (VN2024-000341)25.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente X Amsterdam

BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM NR. VAN 1). OF RAADSGRIFFIER, I

x

Bestemmingsplan Simon Stevinstraat - Zelfbouw Kavel 01

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M2204BPSTD-VG01

Datum print

16 Januari 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Bodemonderzoek

7

Bijlage 2

Rapport stikstof

145

Bijlage 3

Rapport stikstof bijlage 1

159

Bijlage 4

Rapport stikstof bijlage 2

167

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Gemeente Amsterdam

VERKENNEND BODEM EN ASBEST-INGRONDONDERZOEK

Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 99 04 800

Simon Stevinstraat Don Bosco buurt - Kavel 01 in Amsterdam

Ref.: NL202032093-R22-723 10 oktober 2022

Gemeente Amsterdam

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon

L.H. Smits

Projectnummer

NL202032093

Adres

Postbus 12693

Kenmerk

NL202032093-R22-723

1100 AR AMSTERDAM

Datum

10 oktober 2022

Versie

1.0

Projectleider: Adviseur/auteur: Controleur:

F.J.E. van der Sterre K. Stegeman-Bakema C. Stuij

In verband met digitale verwerking van deze rapportage ontbreekt de handtekening. Dit rapport is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgeven.

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 2 van 25

RPS advies- en ingenieursbureau bv in Utrecht RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:

• • • •

NEN-EN-ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015

2001 + 2002 + 2018

VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)

•

BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)

RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 3 van 25

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................... 6 Algemeen ...................................................................................................................... 6 Aanleiding ...................................................................................................................... 6 Doelstelling .................................................................................................................... 6 Toegepaste normen ...................................................................................................... 6 Opbouw rapportage ....................................................................................................... 7

2

VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8 Ligging locatie en algemene gegevens ......................................................................... 8 Historische gegevens .................................................................................................... 8 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ....................................................................... 9 Achtergrondwaarden ..................................................................................................... 9 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) ........................................................................... 10 Geologie en geohydrologie ......................................................................................... 11 Conclusie vooronderzoek ............................................................................................ 11

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE ...................................................................................... 12 Onderzoeksopzet ........................................................................................................ 12 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................... 12

4

UITGEVOERD VELDWERK ....................................................................................... 13 Veldwerk ...................................................................................................................... 13 Lokale bodemopbouw ................................................................................................. 13 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 13 Bodemonderzoek ........................................................................................................ 13 Asbest onderzoek ........................................................................................................ 14 Meetresultaten grondwatermonsters ........................................................................... 14

4.3.1 4.3.2 5

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3.1

6 6.1.1 6.1.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 7

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................ 15 Samenstelling analysemonsters.................................................................................. 15 Toetsingskaders .......................................................................................................... 15 Toetsingswaarden ....................................................................................................... 15 Landelijk Toetsingskader Per- en Polyfluoralkylstoffen PFAS .................................... 16 Toetsingskader PFAS gemeente Amsterdam ............................................................. 17 Toetsingsresultaten verkennend bodemonderzoek .................................................... 18 Aanvullend bodemonderzoek ...................................................................................... 19 Toetsingsresultaten grondwater .................................................................................. 20 Interpretatie ................................................................................................................. 20 CROW 400 .................................................................................................................. 21 RESULTATEN FUNDERINGSONDERZOEK ............................................................

22 Samenstelling en uitloging .......................................................................................... 22 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................. 22 Resultaten en interpretatie fundatieonderzoek ........................................................... 22 Asbestonderzoek ......................................................................................................... 23 Laboratoriumonderzoek asbest ................................................................................... 23 Toetsingskader asbest ................................................................................................ 23 Resultaten en interpretatie asbestonderzoek .............................................................. 23 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 24 Conclusies ................................................................................................................... 24 Toetsing hypothese ..................................................................................................... 25 Hergebruiksmogelijkheden en aanbevelingen ............................................................ 25

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 4 van 25

Disclaimer .................................................................................................................... 25

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Locatieoverzicht met weergave boor- en graaflocaties Boorprofielen Toetsingskader Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocatie

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 5 van 25

1

INLEIDING Algemeen

Dit rapport behandelt het verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de Simon Stevinstraat Don Bosco buurt - Kavel 01 in Amsterdam. Het onderzoek staat bij RPS geregistreerd onder nummer NL202032093.

Aanleiding Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen uitgifte in erfpacht van kavel 01.

Doelstelling Het onderzoek heeft de volgende doelstelling: • Vastleggen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit (inclusief PFAS en asbest) van de bodem. • Vaststellen van voorlopige veiligheidsklasse op basis van de CROW 400. • Vaststellen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende grond. • Het beoordelen of de bodem geschikt is voor de functie ‘Wonen met tuin’ met specifiek aandacht voor het loodgehalte.

Toegepaste normen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek', oktober 2017). Het vooronderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de ARVO 2020 (Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend onderzoek, 26 mei 2020). De ARVO 2020 is een verbijzondering van de NEN 5740+A1 (Nederlandse Norm: ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, april 2016) en de leidende norm binnen gemeente Amsterdam. Het onderzoek asbest-in-grond is uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5707+C1/C2 (Nederlandse Norm: ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’, december 2017). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB proces-certificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 6 van 25

Opbouw rapportage •

•

• • • •

In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocaties. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. Ook is in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin is de hypothese gesteld en een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. Het uitgevoerde veldwerk is in hoofdstuk 4 beschreven. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van het verkennend asbestonderzoek weergegeven. In hoofdstuk 7 zijn conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 7 van 25

2

VOORONDERZOEK Ligging locatie en algemene gegevens

De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 235 m2 en ligt aan de Simon Stevinstraat in de Don Bosco buurt in Amsterdam-Oost. Momenteel ligt de onderzoekslocatie braak en is het afgesloten met een hek. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. In figuur 2.1 is de ligging van de locatie weergegeven.

Figuur 2.1 ligging onderzoekslocatie Tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens adres Simon Stevinstraat Kavel 01 in Amsterdam plaats Amsterdam huidige eigenaar gemeente Amsterdam kadastrale aanduiding gemeente Watergraafsmeer, sectie A, perceelnummers 5447, (gedeeltelijk) x-,y-coördinaten 123.484 - 485.018 (middelpunt) oppervlakte 235 m² onderzoekslocatie huidig gebruik / braakliggend terrein / woning met tuin bestemming bebouwing op de locatie geen terreinverharding onverhard

informatiebron opdrachtgever opdrachtgever Opdrachtgever/kadaster Kadaster ArcGis opdrachtgever opdrachtgever/ veldinspectie veldinspectie veldinspectie

In bijlage 1 is een gedetailleerde tekening van de onderzoekslocatie met de boorlocaties opgenomen.

Historische gegevens Bij de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied (ONZKG) is navraag gedaan naar beschikbare gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de naastgelegen percelen. Tot slot is bodeminformatie geraadpleegd via NAZCA. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie Ter plaatse van en direct nabij (<25 meter) de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen (ondergrondse) brandstoftanks aanwezig (geweest). Daarnaast hebben zich ter plaatse van en nabij de locatie, voor zover bekend, geen potentieel bodembedreigende activiteiten voorgedaan. De onderzoekslocatie ligt in vooroorlogs gebied. De onderzoekslocatie ligt in een gebied met een niet gespecificeerde ophooglaag uit de periode 1945-1959. In deze periode zijn materialen als ophooglaag gebruikt die potentieel bodemverontreinigende stoffen bevatten. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen (sloot)demping aanwezig.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 8 van 25

Branden in Amsterdam In het document ‘kroniek van branden in Amsterdam’ is geen melding bekend van een brand op of in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie wordt hierdoor niet als bronlocatie voor PFAS als gevolg van brandblusmiddelen beschouwd. Japanse duizendknoop Ter plaatse van de onderzoeklocatie zijn geen meldingen van het voorkomen van de Japanse duizendknoop. Binnen een straal van 100 meter rondom de onderzoeklocatie zijn ook geen meldingen bekend van het voorkomen van de Japanse duizendknoop. Bron: https://maps.amsterdam.nl/duizendknoop

Luchtfoto’s en ander kaartmateriaal Op basis van de beschikbare oude luchtfoto’s en kaartmateriaal, geraadpleegd via Topotijdreis.nl, is de Don Boscobuurt in de periode 1930 - 1955 gebouwd. Daarvoor lag de locatie in een polder (Diemer meer polder). De onderzoekslocatie zelf is altijd onbebouwd gebleven. Locatie-inspectie Op 19 augustus 2022 is door de heer T.A.J. Groeneveld van RPS een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, zijn geen bodembedreigende situaties geconstateerd.

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Uit de gegevens van NAZCA en de opdrachtgever blijkt dat er op en nabij de locatie al enkele bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De relevante onderzoeken en gegevens zijn in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: gegevens eerdere bodemonderzoeken locatie (NAZCA-nummer)

onderzoek, auteur,

Don Bosco buurt (AM036308028)

kenmerk, datum Verkennend onderzoek, BK Ingenieurs, 162948, 13 december 2016

Simon Stevinstraat 41 (aangrenzend ten westen)

Simon Stevinstraat (aangrenzend ten noorden)

toelichting

Tijdens dit onderzoek zijn de boringen 34 t/m 40 nabij de huidige onderzoekslocatie uitgevoerd. De zintuiglijk schone grond is op verschillende dieptes niet tot licht verontreinigd met kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink en/of PAK. Verkennend onderzoek, APS Uit het onderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontMilieu B.V., R20-B1058, reinigd is met zink. De ondergrond is sterk verontreinigd december 2020 met koper, matig met zink en licht met kwik, lood en PAK. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, 1,2 dichlooretheen en vinylchloride aangetoond. verkennend onderzoek, Antea Van de boringen (009, 010 en 011) nabij de huidige Group, 269968, 2 oktober 2014 onderzoekslocatie zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht.

Achtergrondwaarden Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt is een bodemkwaliteitskaart opgesteld. De locatie ligt in zone 3 en in zone B (overzichtskaart bodemkwaliteitszones). In de bodemkwaliteitskaart zijn gemiddelde en achtergrondwaarden opgenomen die in het gebied voorkomen. Op basis van de bodemkwaliteitskaart voldoen de boven- en ondergrond gemiddeld aan bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Zeer heterogeen is zowel de boven- als ondergrond niet tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. Bron: https://maps.amsterdam.nl/bodemkwaliteit

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 9 van 25

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Ze worden toegepast is allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Inmiddels worden er al meer dan vijftig jaar producten gemaakt en gebruikt waar PFAS in voorkomt. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten wordt PFAS in Nederland en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In heel Nederland zijn de bovengrond en geroerde bodems verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Bron: handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en website bodemplus FAQ PFAS

Voor de regio Noordzeekanaalgebied, inclusief de gemeente Amsterdam, is een bodemkwaliteitskaart opgesteld voor PFOS en PFOA. De bodemkwaliteitskaart heeft alleen betrekking op PFOS en PFOA en de bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) en de toplaag van de ondergrond (0,5 tot 1,0 m-mv). De bodemkwaliteitskaart bestaat uit een kaart met uitgesloten gebieden, een ontgravingskaart en een toepassingskaart. De ontgravingskaart bestaat uit één onderdeel, met de bodemkwaliteit “Klasse Niet ingedeeldPFOS/PFOA – Vrij Toepasbaar”, gebaseerd op de resultaten voor Zone Landelijk en Zone Stedelijk/Industrieel. In deze zones is voor zowel PFOS als PFOA in beide onderzochte bodemlagen telkens de (aan te passen) bodemkwaliteits-toepassingseis “Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA – Vrij Toepasbaar” aan de orde. Doordat de onderzoekslocatie ligt binnen de op de ontgravingskaart gemarkeerde percelen, is voor de beide bodemlagen (0,0-0,5 en 0,5-1,0 m-mv) toepassing overal binnen de Regio Noordzeekanaalgebied, na aanvullend milieuhygiënisch vooronderzoek, in principe mogelijk. Op de toepassingskaart van de Regio Noordzeekanaalgebied zijn twee zones te onderscheiden. In de zone “Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA- Vrij Toepasbaar” mag tot 1,0 m -mv grond worden toegepast met een PFOS gehalte < 1,5 μg/kg d.s. en een PFOA gehalte < 1,7 μg/kg d.s. (met bodemtypecorrectie vanaf 10% organische stof).

In de zone “Gebiedsspecifiek beleid Stedelijk/Industrieel” mag tot 1,0 m-mv grond worden toegepast met een PFOS gehalte < 3 μg/kg d.s. en een PFOA gehalte < 7 μg/kg d.s. (met bodemtypecorrectie vanaf 10% organische stof). De onderzoekslocatie ligt in zone “Gebiedsspecifiek beleid Stedelijk/Industrieel”. Omdat voor de Bodemkwaliteitszone Landelijk het strengste criterium geldt (“niet verontreinigd conform de provinciale achtergrondkwaliteitswaarde”) en voor het aangewezen gebiedsspecifieke deel op basis van de Bodemkwaliteitszone Stedelijk/Industrieel de LMW’s gelden, zijn de toepassingseisen onafhankelijk van de bodemfunctiekaarten.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 10 van 25

Geologie en geohydrologie Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland, via www.dinoloket.nl (TNO). Lokale bodemopbouw Voor de lokale bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Geohydrologie In tabel 2.3 is geohydrologie tot 9,6 m -mv opgenomen. Tabel 2.3: geohydrologie onderzoekslocatie diepte (m -mv) geohydrologische eenheid 0,0 – 9,6 complexe eenheid, holocene afzettingen

lithologie afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand.

Grondwater De regionale grondwaterstroming is zuidelijk gericht. Zeer lokaal kan de grondwaterstroming afwijken door verschillen in bodemopbouw of door humane bodemverstorende activiteiten. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook vindt er in de directe nabijheid geen grondwateronttrekking plaats.

Conclusie vooronderzoek Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de onderzoekslocatie of een deel ervan is verontreinigd met één of meer stoffen. De locatie kan op basis van de ligging in ‘stedelijke ophogingen’ (1945 - 1959) en voorgaande onderzoeken als ‘verdacht’ voor bodemverontreiniging worden beschouwd.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 11 van 25

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE Onderzoeksopzet

Op basis van het vooronderzoek luidt de onderzoekshypothese ‘vooroorlogs gebied, verdacht voor bodemverontreiniging’ zoals beschreven in paragraaf 3.3.5 van de Amsterdamse richtlijn voor verkennend bodemonderzoek (de ARVO:2020). Het aanvullend PFAS-bodemonderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Amsterdamse richtlijn voor verkennend bodemonderzoek, de ARVO:2020, paragraaf 3.3.7. (strategie PFAS). De onderzoekshypothese voor het asbest-in-grondonderzoek luidt onverdacht kleinschalig zoals beschreven in paragraaf 6.4.2 van de NEN 5707+C1/C2 (Nederlandse Norm: ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’, december 2017). De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden locatie oppvlakte Kavel 01 Simon Stevinstraat

boring tot 0,5 m-mv

boring tot 1,0 m-mv

boring tot 2,0 m-mv

boring + peilbuis

asbest-inpectiegat*

3

1

1

1

2

235 m2

*) de asbestinspectiegaten zijn gecombineerd met de boringen tot 0,5 m -mv

Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt expliciet aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van de Japanse duizendknoop. De peilbuis wordt conform SIKB BRL 2000 protocol 2002 een week na plaatsing bemonsterd.

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek De opzet is afgestemd met de gemeente Amsterdam. In tabel 3.2 is inzichtelijk gemaakt welke analyses er uitgevoerd dienen te worden. De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Tabel 3.2: laboratoriumonderzoek locatie oppvlakte

grond grond asbest grondwater3) (ARVO1)) (PFAS2)) Kavel 01 Simon 325 m2 2x top1 1x top1 1x (asbest-in-grond) 1 Stevinstraat 1x top2 1x top2 1x diep 1) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7) en chloride. 2) 30 stoffen uit de PFAS-advieslijst handelingskader d.d. 12 juli 2019 (Bodemplus) 3) arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC) inclusief lozingspakket Amsterdam.

Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald. rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 12 van 25

4

UITGEVOERD VELDWERK Veldwerk

De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 19 augustus 2022 door de heer T.A.J. Groeneveld (RPS) onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/12). Bodemonderzoek Binnen het onderzoeksgebied zijn in totaal zes boringen geplaatst waarvan er één is afgewerkt met een peilbuis ter bemonstering van het grondwater. Funderingsonderzoek Er zijn in totaal zes inspectiegaten gegraven op het braakliggende terrein. De fundatie bestaat uit puin. Na de uitvoering van het veldwerk zijn van alle boringen de x-, y- en z-coördinaten bepaald. In onderstaande tabel (tabel 4.1) is een overzicht gegeven van de uitgevoerde boringen. Tabel 4.1: uitgevoerde boringen locatie soort onderzoek Kavel 01 Simon bodemonderzoek Stevinstraat funderingsonderzoek

nummer boring* 01 t/m 06 01 t/m 06

opmerkingen boring 03 is afgewerkt met een peilbuis -

* boringen zijn voor de verschillende onderzoeken gecombineerd

In verband met de uit te voeren onderzoeken is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot kabels en leidingen waren niet noodzakelijk.

Lokale bodemopbouw De bodem ter plaatse van het onderzoeksgebied bestaat tot circa 2,00 m -mv uit matig fijn, matig siltig zand. Van 2,00 m -mv tot circa 3,00 m -mv is een kleilaag gelegen. Van 3,00 m -mv tot minimaal 4,00 m -mv (maximale boordiepte) bestaat de bodem uit zeer fijn, matig siltig zand. Het freatisch grondwater is aangetroffen binnen de maximale boordiepte op een diepte van 2,50 m -mv. In bijlage 2 zijn de boorstaten opgenomen.

Zintuiglijke waarnemingen 4.3.1

Bodemonderzoek

Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijk afwijkingen aan de bodem geconstateerd. Deze afwijkingen zijn opgenomen in tabel 4.2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een bodemverontreinigende ophooglaag. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is de Japanse duizendknoop NIET waargenomen.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 13 van 25

Tabel 4.2: zintuiglijke waarnemingen nummer boring diepte (m-mv) 01 0,00 - 0,50 02 0,00 - 0,50 03 0,00 - 0,50 04 0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 05 0,00 - 0,50 06 0,00 - 0,50

4.3.2

zintuiglijke waarneming puin fundatielaag puin fundatielaag puin fundatielaag puin fundatielaag zwak baksteenhoudend puin fundatielaag puin fundatielaag

eind diepte boring (m-mv) 1,00 1,00 4,00 0,70 2,00 1,00

Asbest onderzoek

Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn de volgende zaken geconstateerd: • De weersomstandigheden waren geen reden voor een verminderde visuele waarneming; er was geen neerslag, weinig wind en geen mist. • In geen van de inspectiegaten is asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. • In totaal zijn zes inspectiegaten gegraven (afmeting 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m) met behulp van een schep. Na inspectie is het puin gezeefd en bemonsterd. • De inspectie-efficiency van het vrijgekomen monstermateriaal is 90-100%. In paragraaf 4.3 (tabel 4.2) zijn de zintuigelijke waarnemingen opgenomen.

Meetresultaten grondwatermonsters Tijdens de bemonstering van het grondwater op 29 augustus 2022 is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door J.T.E. Warring van RPS onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milli-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.3 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel 4.3: gegevens grondwatermonster nummer filterstelling pH peilbuis (m-mv) 03 3,00 - 4,00 7,12

EC (µS/cm) 2.006

troebelheid (NTU) 44

gws tijdens plaatsing (m-mv) 2,50

gws tijdens bemonstering(m-mv) 2,19

De pH kan voor de onderzoekslocatie als normale waarde worden beschouwd. Het geleidingsvermogen (EC) is relatief aan de hoge kant. Het is niet bekend waar deze verhoging door wordt veroorzaakt. Wanneer de NTU-waarde (indicatie troebelheid) hoger ligt dan 10, kunnen eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), mede veroorzaakt zijn door gronddeeltjes.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 14 van 25

5

RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK Samenstelling analysemonsters

De laboratoriumwerkzaamheden zijn niet geheel uitgevoerd conform de onderzoeksopzet die is weergegeven in tabel 3.2. Door de aanwezigheid van de fundatie zijn de TOP1 analyses verplaatst naar TOP2. Tevens is één PFAS-analyse komen te vervallen. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium van SGS Analytics in Hoogvliet. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie en bodemtypen. In de tabellen 5.1 en 5.2 zijn de specificaties van de grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters (meng)monster boring diepte (m-mv) Top-2-1 01 ,06 0,50 - 0,70 Top-2-2 02, 03, 05 0,50 - 1,00 Top-2-3

04

0,50 - 0,70

analysepakket incl. AS3000 ARVO-pakket grond ARVO-pakket grond + PFAS ARVO-pakket grond

Diep-1-1

03

2,00 - 2,50

ARVO-pakket grond

onderzoeksdoel bepalen kwaliteit ondergrond [klei] bepalen kwaliteit ondergrond [zand] bepalen kwaliteit ondergrond [baksteenhoudend zand] bepalen kwaliteit diepe ondergrond [klei]

Tabel 5.2: overzicht grondwatermonster watermonster boring filterstelling analysepakket onderzoeksdoel (m-mv) incl. AS3000 03-1-1 03 3,00 - 4,00 ARVO-pakket grondwater + bepalen kwaliteit grondwater lozingspakket

Toetsingskaders 5.2.1

Toetsingswaarden

Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS. Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 = achtergrondwaarde T = actiewaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < AW2000 • gehalte > AW2000 en < T • gehalte > T en < I • gehalte > I

- niet verontreinigd - licht verontreinigd - matig verontreinigd - sterk verontreinigd

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 15 van 25

Alvorens de analyseresultaten te toetsen worden deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S T I

= = =

streefwaarde actiewaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) interventiewaarde

Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < S - niet verontreinigd • gehalte > S en < T - licht verontreinigd • gehalte > T en < I - matig verontreinigd • gehalte > I - sterk verontreinigd De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn de volledige toetsingsrapportages aan de geldende achtergrond-/streef-, en interventiewaarden van alle geanalyseerde monsters opgenomen.

5.2.2

Landelijk Toetsingskader Per- en Polyfluoralkylstoffen PFAS

De normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie is in december 2021 door de minister van Infrastructuur en Waterstaat, vastgelegd in het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 13-12-2021). In tabel 5.3 zijn de toepassingsnormen van grond op de landbodem en in oppervlaktewater weergegeven. Tabel 5.3 Toepassingsnormen voor het toepassen van PFAS-houdende grond (in µg/kg d.s.)1 Toepassingssituatie Op de landbodem Grond toepassen Bodemfunctieklasse bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur landbouw/natuur, wonen of industrie wonen of industrie landbouw/natuur wonen of industrie wonen of industrie Grond en baggerspecie grootschalig toepassen Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden In een oppervlaktewaterlichaam8 In een Rijksoppervlaktewaterlichaam uitgezonderd de diepe plas het toepassen van grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies4. In een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd de diepe plas het toepassen van grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies 4. Toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater1, 6 Toepassen in andere diepe plassen5, 6 1.

Toepassingsnorm2, 3, 4, 5, 7 PFOS PFOA overige PFAS

1,4 1,9 1,4 1,4 1,9 1,4 3,0 7,0 3,0 3,0 7,0 3,0 Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1

3,7

0,8

0,8

1,1

0,8

0,8

3,7

0,8

0,8

1,1 0,8 0,8 Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: Een met water gevulde verdieping / put in de (water)bodem die ontstaan is als gevolg van zand-, grind-, of kleiwinning of dijkdoorbraak (zoals wielen en kolken). Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 16 van 25

2.

3. 4. 5.

6. 7.

8.

Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld. PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd). Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal de waterbeheerder als bevoegd gezag in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen.

Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen. Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden. Hier wordt met ‘oppervlaktewaterlichaam’ bedoeld: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem en oevers (met uitzondering van uitdrukkelijk krachtens de Waterwet aangewezen drogere oevergebieden), alsmede flora en fauna.

Voor de toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie is niet alleen het handelingskader van belang, maar dient vanzelfsprekend ook te worden voldaan aan alle verplichtingen die voor het toepassen voortvloeien uit het Besluit bodemkwaliteit. Bron: Handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, geactualiseerde versie 13 december 2021

Voor de gemeenten die voorafgaande aan de publicatie van het handelingskader, al gebiedsspecifiek beleid hebben vastgesteld blijft dit beleid van kracht. Hiernaast hebben gemeenten de mogelijkheid gebiedsspecifiek beleid vast te stellen. Lokaal kunnen derhalve afwijkende normen voor hergebruik van PFAS-houdende grond gelden. Bron: website bodemplus, FAQ PFAS.

5.2.3

Toetsingskader PFAS gemeente Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft een beleidsregel1 voor PFAS en de bodemkwaliteitskaart PFOS / PFOA2 vastgesteld. De beleidsregel gaat voor op de regels geformuleerd in het Handelingskader van het Rijk. Om te bepalen of op een locatie wel of geen sprake is van een bodemverontreiniging met PFAS, worden door de gemeente Amsterdam de in tabel 5.4 weergegeven toetsingswaarden gehanteerd. Tabel 5.4: toetsingswaarden PFAS-beleidsregel gemeente Amsterdam grond (ug/kg d.s.) PFOS PFOA overige PFAS* niet verontreinigd ≤ 1,5 ≤ 1,7 ≤ 1,5 verontreinigd – geen saneringsnoodzaak ≤ 110 ≤ 1.100 ≤ 110 ernstig verontreinigd - saneringsnoodzaak > 110 > 1.100 > 110 (Ʃ PFAS >440**) *

1 2

grondwater (ug/l) PFOS PFOA ≤ 0,01 ≤ 0,01 ≤ 4,7 ≤ 0,39 > 4,7 > 0,39

overige PFAS* ≤ 0,01 ≤ 4,7 > 4,7 (Ʃ PFAS >18,8**)

Vermelde normwaarden gelden voor de individuele PFAS-verbindingen.

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent PFAS in de bodem (Beleidsregel PFAS gemeente Amsterdam 2020), Gemeenteblad nr. 30609, d.d. 5 februari 2020. ACN en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA Regio Noordzeekanaalgebied (hoofdrapport, versie 3.2), Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Dossiernummer 9037072, d.d. 2 januari 2020.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 17 van 25

** Wanneer de som van de individuele PFAS-gehalten anders dan PFOS en/of PFOA groter is dan 4 maal de interventiewaarde voor de individuele PFAS, is ook sprake van een ernstige verontreiniging.

Conform het Besluit bodemkwaliteit zijn toepassingen van grond en baggerspecie, na onderzoek naar de voor bodemtype gecorrigeerde aanwezige PFAS-gehalten, binnen de gemeente Amsterdam toegestaan, na toetsing op stofniveau aan de Bodemfunctie (Nota bodembeheer) en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. In tabel 5.5 zijn de toepassingsnormen van grond op de landbodem binnen de gemeente Amsterdam weergegeven. Tabel 5.5: hergebruiksmogelijkheden niet ernstig PFAS houdende grond of bagger maximaal gehalte in µg/kg ds*. PFOS

PFOA

overige PFAS

som overige PFAS@

Klasse Niet ingedeeld - PFOS/PFOA-Vrij toepasbaar

1,5

1,7

1,5

6

Klasse Niet ingedeeld - PFOS/PFOA-Toepasbaar

3

7

3

12

Toepassing binnen zones bodemkwaliteitskaart PFOS/PFOA

Toepassing op basis van vastgestelde kwaliteit ontvangende bodem* Klasse PFOS/PFOA-Wonen

5

89

5

20

Klasse PFOS/PFOA-Industrie

50

170

50

200

PFAS-Grootschalige Bodem Toepassing (in kern)**

3

7

3

12

Verspreiden op aangrenzend perceel of tijdelijk opslaan in een weilanddepot**

3

7

3

12

Bijzondere bodemtoepassingen#

* Maximaal gehalte na toepassen bodemtype correctie. ** Mits er na toepassing geen contact optreedt met het grondwater en er geen invloed is naar kwetsbare objecten. # Voor de bijzondere bodemtoepassingen geldt als verbijzondering dat wanneer uit specifiek bodemonderzoek op de plek en diepte van toepassing blijkt dat al sprake is van gehalten boven de in de tabel vermelde waarden, dat toepassing alsnog mogelijk is. Toepassing is mogelijk na uitvoering de dubbele toetsing (bodemfunctie en -kwaliteit), waarbij de strengste geldt. @ De individuele gehalten mogen hierbij de maximale waarde voor PFOS niet overschrijden.

Toetsingsresultaten verkennend bodemonderzoek In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In de onderstaande tabel (tabel 5.6) zijn de toetsingsresultaten samengevat. Tabel 5.6: analyseresultaten grond(meng)monsters (meng) boring diepte Wbb monster (m-mv) Top-2-1 01 ,06 0,50 - 0,70 >AW Top-2-2

02, 03, 05

0,50 - 1,00

Top-2-3

04

Diep-1-1

03

0,50 - 0,70 >I >AW 2,00 - 2,50 >AW

>AW

overschrijdende parameter(s) cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK en PCB koper, kwik, lood, zink en PCB lood kwik, zink, PAK en PCB koper, kwik, lood en molybdeen

Bbk industrie industrie niet toepasbaar > I-waarde industrie

De analyseresultaten van PFAS zijn getoetst aan het landelijk beleid en aan het gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Amsterdam. In tabel 5.7 is een overzicht gegeven van de toetsingswaarden en hergebruiksmogelijkheden. De aangegeven analyseresultaten betreffen de meetwaarden. Omdat er in geen van de mengmonsters een gehalte organisch stof is gemeten hoger dan 10%, zijn de meetwaarden hier niet aan gecorrigeerd.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 18 van 25

Tabel 5.7: analyseresultaten grond(meng)monsters PFAS (meng) PFOS PFOA overige gebiedsspecifiek gebiedsspecifiek landelijk monster (µg/kg ds) (µg/kg ds) PFAS (toetsingswaarden) (hergebruik) (hergebruik) (diepte m – mv) (µg/kg ds) Top-2-2 (0,50 - 1,00) 1,2 0,3 niet verontreinigd vrij toepasbaar landbouw/ natuur

5.3.1

Aanvullend bodemonderzoek

Door het aantreffen van een sterk verhoogd gehalte aan lood in de ondergrond van boring 4 (traject 0,5-0,7 m-mv) heeft op 14 september 2022 een aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het veldwerk heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden: Ter verticale afperking is direct naast boring 4 een boring geplaatst (boring 100). Rondom boring 4 zijn ter horizontale afperking in totaal vier boringen geplaatst (boringen 101 t/m 104). Door de aanwezigheid van vast gesteente was verticale afperking niet mogelijk. Hierop is dezelfde bodemlaag nogmaals ingezet en onderzocht op de parameter lood. Voor de horizontaal afperkende boringen bleek ook plaatselijk (boring 103) sprake te zijn van vast gesteente. De verdachte bodemlaag is bemonsterd en geanalyseerd. In de onderstaande tabel zijn de analyses weergegeven. Tabel 5.8: samenstelling grondmonsters aanvullend onderzoek boring diepte analysepakket onderzoeksdoel (m-mv) incl. AS3000 100 0,50 - 0,90 bepalen kwaliteit ondergrond [herbemonstering verdachte bodemlaag] 101 0,70 - 0,90 bepalen kwaliteit ondergrond [horizontale afperking] lood 102 0,50 - 0,70 103 0,50 - 0,90 104 0,50 - 0,70

In de geanalyseerde grondmonsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In de onderstaande tabel (tabel 5.9) zijn de toetsingsresultaten samengevat. Tabel 5.9: analyseresultaten aanvullend onderzoek diepte Wbb overschrijdende parameter(s) boring (m-mv) 100 0,50 - 0,90 >AW lood 101 0,70 - 0,90 <AW 102 0,50 - 0,70 >AW lood 103 0,50 - 0,90 <AW 104 0,50 - 0,70 >AW lood

Bbk wonen altijd toepasbaar wonen altijd toepasbaar wonen

Uit bovenstaande analysegegevens blijkt dat er geen sprake (meer) is van een sterke loodverontreiniging op de locatie. Het betrof een incidentele verhoging die niet is bevestigd.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 19 van 25

Toetsingsresultaten grondwater In het geanalyseerde grondwatermonster van peilbuis 03 zijn geen verontreinigingen aangetoond ten opzichte van de Wbb. In aanvulling op het standaardpakket grondwater zijn ook enkele lozingsparameters geanalyseerd. In de onderstaande tabel (5.10) zijn deze weergegeven. Tabel 5.10: overzicht gemeten lozingsparameters analyses

peilbuis 03

ijzer

35 mg/l 57 mg/l 1200 mg/l

chloride onopgeloste bestanddelen

lozingseisen (niet vuil water riool) (in mg/l) 5 50

lozingseisen in oppervlaktewater (in mg/l) 20

De analyseresultaten zijn getoetst aan het besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.2. Hieruit blijkt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn bij het lozen van grondwater op een (niet vuilwater) riool of oppervlaktewater. Geadviseerd wordt de meetwaarden van de bovenstaande lozingsparameters toe te voegen aan de meldingsvergunning ‘lozen op riolering’ bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Na het indienen van de melding beoordeelt de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied of de lozingsparameters voldoen.

Interpretatie Grond Vanwege de aanwezigheid van een fundatielaag op de gehele locatie is er geen sprake van bovengrond. Plaatselijk is een bijmenging met baksteen of vast gesteente aangetoond. De ondergrond ter plaatse van boring 4 is in eerste instantie sterk verontreinigd met lood, maar na herbemonstering en aanvullend onderzoek is de loodverontreiniging niet meer aangetoond. De ondergrond is daarmee uitsluitend licht verontreinigd met zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood en zink in wisselende samenstelling), PAK en PCB. De diepe ondergrond is alleen licht verontreinigd met de zware metalen koper, kwik, lood en molybdeen. De aangetoonde gehalten aan PFOS, PFOA overschrijden de gehalten van het tijdelijke handelingskader (landelijke beleid) niet. Dit geldt ook bij de toetsing aan de gebiedsspecifieke normen. De gemeten gehalten liggen lager dan de norm van PFOS (<1,5 mg/kg d.s.) en PFOA (<1,7 mg/kg d.s.). De overige PFAS-verbindingen overschrijden eveneens de gebiedsspecifieke normen niet (allen < 1,5 mg/kg d.s. of detectielimiet). De bodem is tot 1,0 m-mv niet verontreinigd met PFAS. Er zijn bij herinrichting van de locatie dan ook geen beperkingen voor eventueel hergebruik van de grond op basis van het PFAS-gehalte. De mengmonsters (in verschillende bodemlagen) voldoen aan de indicatieve bodemkwaliteitsklasse industrie.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 20 van 25

Grondwater Het grondwater is niet verontreinigd met een van de onderzochte parameters.

CROW 400 Op basis van de analyseresultaten is conform de CROW-publicatie 400 ‘werken in en met verontreinigde bodem’ geen veiligheidsklasse van toepassing. Wel zijn altijd ‘basis-hygiënische maatregelen’ van toepassing. De toetsingsresultaten van de CROW 400 (grond) zijn opgenomen in bijlage 5.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 21 van 25

6

RESULTATEN FUNDERINGSONDERZOEK

Tijdens de uitvoering van het veldwerk is verdeeld over de hele onderzoekslocatie een puinhoudende fundatie aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever is het funderingsmateriaal indicatief onderzocht.

Samenstelling en uitloging 6.1.1

Laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het laboratorium van SGS Analytics in Hoogvliet. De fundatielaag is onderzocht op samenstelling en uitloging. De aangetroffen fundatielaag bestaat uit zwak zandig puin. In de onderstaande tabel zijn de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 6.1: samenstelling mengmonsters funderingsonderzoek boringen diepte (meng)monster (m-mv) Fun_01 01, 02 0,00 - 0,50 Fun_02

6.1.2

03, 04, 05, 06

0,00 - 0,50

analysepakket onderzoeksdoel samenstelling + uitloging samenstelling + uitloging

bepalen kwaliteit fundatiemateriaal op samenstelling bepalen kwaliteit fundatiemateriaal op samenstelling

Resultaten en interpretatie fundatieonderzoek

Omdat de bemonstering niet conform de BRL1002 is uitgevoerd hebben de resultaten van het samenstellingsonderzoek een indicatief karakter. De analyses zijn getoetst aan bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. Bijlage A betreft de maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden voor bouwstoffen. In het kader van dit onderzoek gaat het om een niet vormgegeven bouwstof. Tabel 6.2: resultaten funderingsonderzoek (meng) boringen diepte analysepakket samenstelling monster (m-mv) Fun_01 01, 02 0,00 - 0,50 samenstelling + toepasbaar uitloging (<SW) Fun_02 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,50 samenstelling + toepasbaar uitloging (<SW)

overschrijden- emissie de parameter(s) toepasbaar (<EW) toepasbaar (<EW)

overschrijdende parameter(s) -

Uit de toetsing aan bijlage A (maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden) van de Regeling bodemkwaliteit blijkt dat het funderingsmateriaal toepasbaar is op basis van samenstelling en emissiewaarden.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 22 van 25

Asbestonderzoek 6.2.1

Laboratoriumonderzoek asbest

In onderstaande tabel is de samenstelling van de mengmonsters voor het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 6.3: samenstelling asbest mengmonsters boring (meng)monster

diepte (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Asb_01 Asb_02

01, 02 03, 04, 05, 06

6.2.2

Toetsingskader asbest

analysepakket

onderzoeksdoel

asbest-in-puin asbest-in-puin

bepalen concentratie asbest fundatie bepalen concentratie asbest fundatie

Per 24 februari 2000 is asbest opgenomen in de “Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering”, opgesteld door het Ministerie van VROM. Door het opnemen van asbest in deze circulaire wordt de Wet Bodembescherming (WBB) van toepassing verklaard op een met asbestverontreinigde bodem. Per 1 januari 2003 is een interventiewaarde ingevoerd voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin (granulaat). De interventiewaarde is gesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Voor het berekenen van een gewogen concentratie wordt de concentratie aan serpentijne asbest opgeteld bij 10 maal de concentratie aan amfibole asbest. Voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin(granulaat) is geen streefwaarde opgesteld. Voor verontreinigingen veroorzaakt na 1993 geldt de Zorgplicht (terugsaneerwaarde hiervoor is een asbestgehalte onder de detectielimiet). Per 1 maart 2003 is de restconcentratienorm voor toepassing en hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) verontreinigd met asbest herzien. De restconcentratie is vastgesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Tevens zijn de verpakkingseisen voor het vervoer van asbestbevattende bulkmaterialen, te weten grond en puin(granulaat), gewijzigd.

Asbestbevattende bulkmaterialen mogen in afgesloten containerwagens, zonder verpakt te zijn in containerbags of big bags, worden getransporteerd mits de gemeten concentratie niet hoger is dan 1.000 mg/kg ds. Uitgangspunt voor de aangetroffen asbestverontreinigingen is dat deze veroorzaakt zijn voor 1993. Daarom wordt een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. aangehouden.

6.2.3

Resultaten en interpretatie asbestonderzoek

In bijlage 4 zijn de analysecertificaten van de geanalyseerde (meng)monsters opgenomen. In tabel 6.4 zijn de analyseresultaten van de fijne fractie (grond <20 mm) beknopt weergegeven. Er is geen grove fractie (materiaal >20 mm) aangetroffen en daarom heeft geen verrekening van de grove en fijne fractie plaatsgevonden. Tabel 6.4: analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) (meng) gaten traject (m-mv) monster Asb_01 01, 02 0,00 - 0,50 Asb_02 03, 04, 05, 06 0,00 - 0,50

analytisch asbest aanwezig nee nee

soort asbest n.v.t. n.v.t.

gewogen concentratie (mg/kg) < 1,0 < 1,0

In de asbest-in-puinmonsters is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. Er zijn daarnaast ook geen asbestverdachte materialen waargenomen.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 23 van 25

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk vindt de integratie plaats van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beschreven. Vervolgens vindt de toetsing plaats van de vooraf opgestelde hypothese.

Conclusies Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen uitgifte in erfpacht van kavel 01 aan de Simon Stevinstraat in Amsterdam. Het onderzoek heeft bestaan uit een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek en een funderingsonderzoek. Bodem Op het maaiveld is over de gehele oppervlakte een puinlaag aangetroffen. Hierdoor is er op de onderzoekslocatie geen sprake van bovengrond. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan van de in het vooronderzoek beschreven ophooglagen. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de ondergrond licht verontreinigd is met diverse zware metalen, PAK en PCB. Het in eerste instantie aangetroffen sterk verhoogde gehalte lood bij boring 4 is na aanvullend bodemonderzoek niet opnieuw aangetoond. In de horizontaal afperkende boringen zijn geen tot hooguit lichte verontreinigingen met lood aangetroffen. Geconcludeerd is dat de aanwezige loodgehalten ver onder de maximale waarde blijft die de gemeente Amsterdam hanteert voor gevoelige locaties (wonen met tuin). Bij toetsing aan het Bbk blijkt dat de mengmonsters indicatief voldoen aan klasse industrie. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de onderzochte parameters. Bij lozen van grondwater zijn op basis van het ijzergehalte en de onopgeloste bestanddelen aanvullende maatregelen noodzakelijk. De onderzoekslocatie is niet verontreinigd met PFAS.

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek vormen geen belemmering bij de voorgenomen werkzaamheden. Op basis van de analyseresultaten is conform de CROW-publicatie 400 ‘werken in en met verontreinigde bodem’ geen veiligheidsklasse van toepassing. Wel zijn altijd ‘basishygiënische maatregelen’ van toepassing. Fundering Over de gehele oppervlakte is puinfundatie aangetroffen. Deze puinlaag is onderzocht op samenstelling en uitloging en is conform de NEN5897 onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Uit de indicatieve toetsing op samenstelling blijkt dat het puin in aanmerking komt voor hergebruik. In de puinmonsters is analytisch geen asbest aangetoond.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 24 van 25

Toetsing hypothese De onderzoekshypothese zoals opgesteld in paragraaf 3.1, is vergeleken met de resultaten van dit bodemonderzoek. Een overzicht van de toetsing van de hypothese is in tabel 7.1 opgenomen. Tabel 7.1: toetsing onderzoekshypothese locatie hypothese kavel 01 Simon Stevinstraat verdacht van bodemverontreiniging in Amsterdam Fundering verdacht op asbest Fundering herbruikbaar is als een ‘niet vormgegeven bouwstof’

conclusie hypothese aanvaard, omdat lichte verontreinigingen zijn aangetoond. Hypothese verworpen omdat geen asbest is aangetoond. hypothese aangenomen, omdat de fundatie voldoet aan de samenstellingswaarden.

De gemeten verhoogde gehalten in de grond geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek.

Hergebruiksmogelijkheden en aanbevelingen Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de verwerker een partijkeuring (AP04) geëist. Indien meer dan 50 m3 licht verontreinigde grond wordt ontgraven, dient dit minimaal vijf werkdagen voor aanvang te worden gemeld bij de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Aanbevolen wordt dit rapport toe te voegen bij de overdrachtsdocumenten van de kavel Don Bosco.

Disclaimer RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

rps.nl NL202032093-R22-723 | 10 oktober 2022 Pagina 25 van 25

BIJLAGE 1.

rps.nl

Locatieoverzicht met weergave boor - en graaflocaties

/

02

! .

/

102

100 04

01

! .

103

! ./

! .

101

! . 03

)

A³

104

/

" /

2

4

6

05

8 Meters

Legenda

Proj ect:

Verkennen bodemonderzoek Don Bosco buurt - kavel 01

Ond er zo ekslo ca tie

! . Bor ing to t 1 ,0 m -mv ing to t 1 ,0 m -mv icm / Bor asbe sti nspe ctieg at

Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam Om schrijving:

Bor ing to t 2 ,0 m -mv icm " / asbe sti nspe ctieg at

Afperk end onderzoek

)

A³ Pei lbu is icm asb estinsp ectieg at

NL202032093

Formaat:

A4

F.J.E. van der Sterre

Schaal:

Auteur:

R. Warring

1:200

Stat us:

Definitief

Fase:

Rapportagekaart

Datum:

06-10-2022

Proj ectnummer: Proj ectleider:

Wate r en b od em

Pto lem a e us laa n 4 0, 3 52 8 BP U tr ec ht T + 31 8 8 - 99 0 4 8 00 W w ww. rp s. nl

Regionale ligging pdf /pri nt door: Warringr, 10-10-2022

schaal

1:20.000

Logo opdracht gever:

Blad: Nummer:

1 van 1

NL202032093-001

Wij z:

© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors

0

06

Q: \GGI \1 P rojecten\NL202032093\NL202032093.002\3 Werkdossier\04 Tekeningen\NL202032093_Don_Bosco_buurt_Kavel _01_aanvullend. mxd

BIJLAGE 2. Boorprofielen

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

01

Boring:

02

Datum:

19-8-2022

Datum:

19-8-2022

X:

123476.32

X:

123481.82

Y:

485022.69

Y:

485027.17

N.A.P. (cm) -357

0

N.A.P. (cm)

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

3 2 1

4

-427

5 -457

100

-406

50 Klei, zwak zandig, zwak grindhoudend, resten wortels, neutraal zwartgrijs, Edelmanboor

2

-456

Boring:

04

Boring:

05

Datum:

19-8-2022

Datum:

19-8-2022

X:

123485.02

X:

123485.49

Y:

485022.84

Y:

485011.10

N.A.P. (cm) -358

0

braak

-408

50 2

-428

-372

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, licht beigebruin, Edelmanboor

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

7 6 1 -422

50 Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, zwak baksteenhoudend, licht beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt ivm vast gesteente

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, zwak grindhoudend, neutraal zwartgrijs, Edelmanboor

N.A.P. (cm) 0

Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

4 3 1

-426

3 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, licht beigebruin, Edelmanboor

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

5 4 1

-407

50

-356

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, licht beigebruin, Edelmanboor

2 100 3

150

-492

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, zwak grindhoudend, neutraal zwartbruin, Edelmanboor

4

5 200

Projectnaam:

Don Bosco buurt Simon Stevinstraat Adam

Projectcode:

NL202032093

-572

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

06

Boring:

100

Datum:

19-8-2022

Datum:

14-9-2022

X:

123491.69

X:

123484.02

Y:

485018.16

Y:

485023.19

N.A.P. (cm) -361

0

N.A.P. (cm)

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

5 4 1

2

-431

3 -461

100

-403

50 Klei, zwak zandig, neutraal zwartgrijs, Edelmanboor

2 -443

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, licht beigebruin, Edelmanboor

Boring:

101

Boring:

102

Datum:

14-9-2022

Datum:

14-9-2022

X:

123483.09

X:

123483.21

Y:

485025.47

Y:

485024.94

N.A.P. (cm) -349

0

braak

50 3 100

-351

-401

2

-419 -439

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-469

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor

4

Projectnaam:

Don Bosco buurt Simon Stevinstraat Adam

Projectcode:

NL202032093

-421

3 100

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

1 50

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten schelpen, zwak baksteenhoudend, resten kolengruis, licht beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt ivm vast gesteente

N.A.P. (cm) 0

Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

1

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

1

-411

50

-354

0

-451

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, zwak grindhoudend, neutraal zwartgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

103

Boring:

104

Datum:

14-9-2022

Datum:

14-9-2022

X:

123487.05

X:

123485.43

Y:

485023.83

Y:

485019.75

N.A.P. (cm) -365

0

braak Sterk puinhoudend, zwak zandhoudend, neutraal roodbruin, Schep

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13988289/1