Raadsbesluit 2023-242B Uitgeschreven wijzigingen welstandsnota
Tekst van het document
Bijlage A Wijziging welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam en Welstand op het Water welstandskader in verband met harmonisatie Weesp. Uitgeschreven tekstuele wijzigingen in verband met: - fusie gemeenten Weesp en Amsterdam - invoering Omgevingswet
1
Inhoud 3 5 54 65 70
72 74
Inleiding a. Te wijzigen en toe te voegen passages in De Schoonheid van Amsterdam b. Te wijzigen en toe te voegen passages in Bijlage De Schoonheid van Amsterdam c. Te wijzigen en toe te voegen passages in Welstand op het water d. Lijst met te vervangen termen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in De Schoonheid van Amsterdam (incl. Bijlage) en Welstand op het water e. Te vervangen kaarten in De Schoonheid van Amsterdam f. Te vervangen kaarten in Welstand op het water
2
Inleiding In dit stuk, bijlage A Wijziging welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam en Welstand op het Water welstandskader in verband met harmonisatie Weesp, staan alle wijzigingen in verband met de fusie van de gemeenten Weesp en Amsterdam en in verband met de invoering van de Omgevingswet. De wijzigingen zijn uitgeschreven in vier onderdelen (a t/m d): a. Te wijzigen en toe te voegen passages in De Schoonheid van Amsterdam b. Te wijzigen en toe te voegen passages in Bijlage De Schoonheid van Amsterdam c. Te wijzigen en toe te voegen passages in Welstand op het water d. Lijst met te vervangen termen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in De Schoonheid van Amsterdam (incl. Bijlage) en Welstand op het water De te vervangen kaarten zijn opgenomen in bijlagen e en f: e. Te vervangen kaarten in De Schoonheid van Amsterdam f. Te vervangen kaarten in Welstand op het water De uitgeschreven wijzigingen zijn geclassificeerd als ‘toevoegen’, ‘vervangen door’, of ‘komt te vervallen’. Fusie Weesp en Amsterdam Toen Weesp en Amsterdam nog niet gefuseerd waren, hadden beide gemeentes een eigen welstandsnota. In verband met de fusie tussen de gemeentes moet het welstandsbeleid voor Weesp binnen twee jaar door de gemeenteraad van Amsterdam opnieuw worden vastgesteld.
Dit vormt aanleiding om met ingang van 2024 de criteria uit de welstandsnota Weesp 2017 te harmoniseren met de welstandsnota van Amsterdam, zodat de criteria voor alle inwoners vindbaar zijn op dezelfde plek. Voor deze beleidsarme harmonisatie zijn in sommige gevallen formuleringen of terminologieën aangepast, maar de strekking en werking van het welstandsbeleid voor stadsgebied Weesp is gelijk gebleven. De opzet en systematiek van de twee nota’s vertonen grote overeenkomsten, terwijl de criteria inhoudelijk verschillen. Bij de harmonisatie is gekeken hoe de criteria van Weesp ingepast kunnen worden in de systematiek van De Schoonheid van Amsterdam. Waar het niet mogelijk was om Weesp 1op-1 op te nemen in deze systematiek, zijn aparte hoofdstukken, categorieën en bepalingen opgenomen die specifiek zijn voor Weesp. In alle gevallen waarin het Amsterdamse beleid uitgebreider was dan dat van Weesp, is expliciet vermeld dat deze extra bepalingen niet gelden voor stadsgebied Weesp. In de welstandsnota van Weesp zijn ook criteria voor de beoordeling van woonboten opgenomen. In Amsterdam wordt dit in de nota Welstand op het water geregeld. De criteria voor woonboten in Weesp worden opgenomen in deze nota met een eigen ruimtelijk systeem ‘Weesp’. Omgevingswet Een tweede aanleiding om De Schoonheid van Amsterdam te actualiseren is de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024.
Hierdoor wijzigt de wettelijke grondslag van de welstandsnota. In de welstandsnota staan beleidsregels die de gemeente toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Het overgangsrecht bepaalt dat de welstandsnota na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsregel is, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt er inhoudelijk niets aan welstandstoetsing in Amsterdam. Dit komt omdat in het Omgevingsplan is geregeld dat er nog steeds getoetst blijft worden aan de criteria uit deze nota zoals vóór de invoering van de Omgevingswet, totdat er aparte beleidsregels in het Omgevingsplan over het uiterlijk van bouwwerken worden opgenomen.
3
Het doel van de voorliggende aanpassing van de huidige welstandsnota is om de toelichtende tekst van de nota zo veel mogelijk te laten aansluiten op de Omgevingswet. Daarom is de tekst van de nota op een aantal onderdelen aangepast. Zoals hierboven al is opgemerkt zijn de criteria inhoudelijk niet gewijzigd. Tot slot is in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet al eerder een nieuwe verordening vastgesteld voor de commissie. Daarbij is de naam gewijzigd van Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) in Commissie Omgevingskwaliteit (COK). Dit is nu ook aangepast in de welstandsnota.
4
a. Te wijzigen en toe te voegen passages in De Schoonheid van Amsterdam
5
De titelpagina vervangen door:
Gemeente Amsterdam
De Schoonheid van Amsterdam
Welstandsnota 2016 Wijziging januari 2024 in verband met: • harmonisatie welstandsbeleid Weesp • invoering Omgevingswet
6
Stroomschema welstand In het blokje ‘een cultuurhistorisch gebouw of gebied’ als volgt toevoegen: karakteristiek pand Weesp
EEN CULTUURHISTORISCH GEBOUW OF GEBIED monument karakteristiek pand Weesp ordepand beschermd gezicht
7
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Welstand en beleid Onder het derde punt ‘Welstand en ruimtelijk beleid’ de kopjes ‘1.3.1 Structuurvisie’ en ‘1.3.2 Bestemmingsplan’ vervangen door: 1.3.1 Omgevingsvisie 1.3.2 Omgevingsplan
Hoofdstuk 5 Welstandscriteria voor erfgoed Na het punt ‘Waarderingskaarten en ordepanden’ toevoegen: 5.4 Karakteristieke panden Weesp
Hoofdstuk 7 Welstandscriteria categorieën Na Kiosken toevoegen: ▪ Horecaterrassen in Weesp
Hoofdstuk 8 Welstandscriteria ruimtelijke systemen 1. Binnenstad De opsomming onder het kopje ‘1. Binnenstad’ vervangen door: Inleiding Betekenis status UNESCO Werelderfgoed Binnenstad Amsterdam (1a) Binnenstad Weesp (1b) 2. Historische kernen, linten en fragmenten Onder het kopje ‘2. Historische kernen, linten en fragmenten’ toevoegen: Buitenveer e.o. Weesp (2e) 6. AUP en Post AUP Het kopje ‘6. AUP en Post AUP’ vervangen door: 6. AUP en Post AUP / Wederopbouw Weesp Onder het kopje ‘6. AUP en Post AUP / Wederopbouw Weesp’ toevoegen: Wederopbouw Weesp (6f) 11. Noordelijk Buitengebied Het kopje ’11. Noordelijk Buitengebied’ vervangen door: 11. Buitengebied De opsomming onder het kopje ’11. Buitengebied’ vervangen door: Buitengebied Amsterdam (11a) 8
Landelijk gebied Weesp (11b) 13. Overige systemen Aan de opsomming onder het kopje ‘Transformatiegebieden (13b). toevoegen: - Weespersluis
9
Inleiding Bovenaan de pagina eerste alinea ‘De stad … hun wensen’ vervangen door: In de gemeente Amsterdam hechten we waarde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving; het is een publiek belang om zorgvuldig met die omgeving om te gaan. Tegelijkertijd wil de gemeente burgers niet onnodig beperken in de mogelijkheid gebouwen aan te passen aan hun wensen. Tussen het kopje ‘Welstand in Amsterdam’ en het kopje ‘Doel van de welstandsnota’ toevoegen:
Welstand in Weesp In maart 2022 zijn de gemeenten Weesp en Amsterdam gefuseerd. De welstandsnota’s van beide gemeenten zijn daarbij samengevoegd tot één nota, waarbij de nota voor Amsterdam leidend is qua opzet en systematiek. De werking van het welstandsbeleid voor Weesp is daarbij inhoudelijk niet veranderd. Tijdens de totstandkoming van de welstandsnota Weesp 2017 groeide de overtuiging dat meer losgelaten kon worden en zodoende ruimte gegeven kon worden aan mensen die zelf willen bepalen hoe hun omgeving eruitziet. Met de nota maakte Weesp een radicale ommezwaai in het tot dan toe gevoerde welstandsbeleid. Weesp koos voor het uitgangspunt dat bestaande woongebieden*, bedrijventerreinen en sportterreinen en volkstuincomplexen welstandsvrij zijn. Dit in het vertrouwen dat de kwaliteit van de bebouwing bij de (toekomstige) bewoners in goede handen is en in de overtuiging dat het stadsbeeld van Weesp daarmee levendiger en verrassender kan worden. Aangezien de welstandsvrije gebieden in de welstandsnota Weesp 2017 wél een repressieve toetsing (excessenregeling) kenden, worden ze in de geharmoniseerde nota ondergebracht bij het niveau ‘Eenvoudig – geen preventieve toetsing’, voor gebieden waar alleen de excessenregeling van toepassing is. Daarmee blijft de werking zoals bedoeld in de Welstandsnota Weesp 2017 onveranderd.
Naast de gebieden waar veel ruimte wordt geboden, zijn er gebieden die naar het gevoel ‘van ons allemaal’ zijn. Waar het aanzien van de stad het particuliere belang nadrukkelijk overstijgt, blijft een sturing op zijn plaats. Als overheid is het voeren van regie op plaatsen noodzakelijk waar het gaat om het bewaken van het gemeenschappelijke belang. Gebieden zoals het centrum, het Landelijk gebied en de Vecht bepalen in belangrijke mate de identiteit en het gezicht van Weesp. Hier is de behoefte aanwezig om te blijven sturen op het behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de collectieve ruimte van de stad. Onder het motto ‘loslaten waar het kan, sturen waar het moet’ werd met de Welstandsnota Weesp 2017 een nieuwe balans in het welstandsbeleid gebracht. (*) Op uitdrukkelijk verzoek van de Historische Kring Weesp, kenbaar gemaakt tijdens de commissievergaderingen in juni en juli 2017, ondersteund door de verschillende fracties, is het gebied dat onder het welstandstoezicht valt uitgebreid. De uitbreiding heeft betrekking op het Buitenveer, de wederopbouwwijk Weesp Zuid II en de gebieden die liggen tussen het beschermd stad en dorpsgezicht en de begrenzing van de oude vesting. Deze gebieden zijn toegevoegd aan de gebieden die onder welstandstoezicht vallen.
10
Hoofdstuk 1. Welstand en beleid Bovenaan de pagina eerste paragraaf ‘Sinds 1 oktober … met erfgoed’ vervangen door:
De Omgevingswet voegt 26 bestaande wetten samen, waaronder ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) tot één Omgevingswet. Deze regels over de fysieke leefomgeving stelt de gemeente in het Omgevingsplan. Daarin wordt bepaald of voor voor een activiteit o.g.v. het omgevingsplan vergunning nodig is (een omgevingsplanactiviteit) In het kort komt het erop neer dat wie wil slopen, bouwen, verbouwen of aanbouwen vrijwel altijd een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig heeft. De aanvraag voor die vergunning wordt beoordeeld door de gemeente. Daarbij wordt onder andere bekeken of het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit. Dat wil zeggen dat er kritisch wordt gekeken naar de architectonische kwaliteit van een bouwplan en de inpassing ervan in de omgeving. De stad is er immers bij gebaat dat nieuwe bouwwerken de stad verrijken en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met erfgoed/panden met een monumentale waarde.
1.1 Waarom welstand? Onder het kopje ‘1.1 Waarom welstand?’ de eerste paragraaf ‘Welstandszorg … evenwichtig is’ vervangen door:
Voorheen vond welstandszorg zijn basis in artikel 12 van de Woningwet, waarin geregeld werd dat bouwwerken zowel wat betreft de situering als het uiterlijk niet strijdig mogen zijn met redelijke eisen van welstand. In artikel 12a van de Woningwet was geregeld dat de gemeenteraad een welstandsnota vaststelt. De juridische basis is nu geregeld via de Omgevingswet. Artikel 4.19 van de Omgevingswet bevat de verplichting voor de gemeenteraad om beleidsregels vast te stellen voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning, als in het omgevingsplan regels zijn opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft. Zolang er nog geen beleidsregels zijn opgenomen in het omgevingsplan blijft o.g.v. het overgangsrecht getoetst worden aan de welstandsnota, net zoals dat gebeurde vóór de invoering van de Omgevingswet. In deze welstandsnota, die door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd wat verstaan wordt onder redelijke eisen van welstand. Alle bouw- of verbouwplannen in de gemeente Amsterdam, met uitzondering van een aantal welstandsvrije zones, moeten voldoen aan de hierin beschreven criteria. Het gaat er vooral om of een bouwwerk in zijn omgeving past, of het vakkundig is vormgegeven, en of het materiaal- en kleurgebruik evenwichtig is.
1.2 Hoe werkt welstand? Onder het kopje ‘1.2 Hoe werkt welstand?’ tekst geheel vervangen door:
Het bevoegd gezag is niet verplicht om elk bouwplan om advies voor te leggen aan een onafhankelijke welstandscommissie, maar kan het er ook voor kiezen om ambtelijk te laten toetsen of een bouwplan al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. De gemeente Amsterdam heeft besloten deze ‘kan’-bepaling constructief in te vullen en afspraken te maken over welke aanvragen door een stadsdeel zelf ambtelijk zullen worden getoetst op basis van hoofdstuk 6 ‘Standaardtoets voor veel voorkomende kleine bouwplannen’ en voor welke aanvragen advies zal worden gevraagd aan de welstandscommissie. Dit geldt ook voor stadsgebied Weesp. 11
Gaat het bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning om een meer ingrijpend plan, dan wordt altijd advies gevraagd aan de Commissie Omgevingskwaliteit (COK). De commissie adviseert over de architectonische kwaliteit en inpassing van een plan in de omgeving of de gevolgen van een bouwkundige ingreep op de cultuurhistorische waarden van een monument. Zij bekijkt of het plan voldoet aan de criteria die zijn vastgelegd in deze welstandsnota en, als het om een monument gaat, ook of het plan aan het omgevingsplan en de erfgoedverordening van de gemeente voldoet. Het advies wordt uitgebracht aan B&W of aan het dagelijks bestuur van een bestuurscommissie, die vervolgens een besluit nemen over het al dan niet verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag neemt het advies in principe over. Maar als zwaarwegende belangen het noodzakelijk maken, kan het college van B&W besluiten het advies niet op te volgen. De aanvraag wordt dan ‘contrair vergund’. Dit kan het geval zijn bij plannen waarbij het toepassen van de vastgestelde welstandscriteria heel nadelige effecten heeft op andere belangen. Het bevoegd gezag kan ook besluiten een plan contrair te vergunnen als de commissie aantoonbaar niet heeft getoetst op basis van de vastgestelde criteria. In de bijlage wordt dieper op het proces ingegaan onder de titel ‘Hoe werkt welstand?’.
De welstandsnota zorgt ervoor dat iedereen die in de gemeente Amsterdam iets wil bouwen duidelijkheid heeft over de wijze waarop de gemeente de schoonheid van de leefomgeving wil behouden en bevorderen. Ook betekent het dat iedereen die in de gemeente woont, weet aan welke eisen een plan moet voldoen: de welstandsnota geeft bewoners een grote mate van duidelijkheid over de kwaliteit van de omgeving waarin zij wonen.
1.3 Welstand en ruimtelijk beleid Onder het kopje ‘1.3 Welstand en ruimtelijk beleid’ de tekst ‘Welstandstoezicht staat … in de openbare ruimte’ vervangen door:
Welstandstoezicht staat niet op zichzelf. Het is ingebed in een breder geheel van maatregelen gericht op ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is een onderwerp dat in veel beleidsstukken een belangrijke plaats inneemt. Er wordt aan gewerkt met een reeks samenhangende instrumenten. Sommige zijn concreet zoals het omgevingsplan en andere eerder overkoepelend, zoals een omgevingsvisie. Deze welstandsnota en de toetsing van bouwplannen aan deze nota is één van die instrumenten. De hele keten van instrumenten is bedoeld om de stad de gewenste kwaliteit te geven. De voorschriften voor die kwaliteit zijn niet overal dezelfde. Zo kunnen de welstandscriteria variëren, bijvoorbeeld van licht en wendbaar in sommige transformatiegebieden tot sterk en dominant waar cultureel erfgoed in het geding is. In de volgende paragrafen wordt op hoofdlijnen de samenhang tussen welstand en een aantal andere beleidsinstrumenten beschreven: de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de regels voor kunst en reclame in de openbare ruimte.
1.3.1 Structuurvisie Het kopje en de paragraaf ‘1.3.1 Structuurvisie’ vervangen door:
1.3.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 beschrijft hoe de gemeente zich in de komende decennia evenwichtig wil ontwikkelen, aan de hand van vijf strategische keuzes. In de omgevingsvisie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het onderwerp ruimtelijke kwaliteit (zie hoofdstuk 17 ‘Compacte stad’). Die kwaliteit maakt Amsterdam aantrekkelijk voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Onderdeel van die kwaliteit is bijna 750 jaar historie van de stad, die zichtbaar en beleefbaar is in de fysieke leefomgeving. Dit komt mede tot uitdrukking in de beschermde 12
stadsgezichten, de individuele monumenten, het UNESCO-werelderfgoed gebied van de grachtengordel en, rondom de stad, de Stelling van Amsterdam en een stukje van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het zorgdragen voor deze kwaliteit past bij de strategische keuze ‘groeien binnen grenzen’: groei van de stad (in aantal woningen, overige bebouwing, aantal inwoners en arbeidsplaatsen etc.) is een gegeven en in veel opzichten positief, maar mag niet onevenredig ten koste gaan van bestaande waarden en dient bij nieuwe ontwikkeling voldoende waarde aan de stad toe te voegen. In de omgevingsvisie wordt daarnaast aandacht besteed aan de meer integrale rol van de COK (in de Omgevingsvisie nog CRK genoemd) onder de nieuwe Omgevingswet. Om dit te borgen is in 2017 de Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK) aangesteld.
1.3.2 Bestemmingsplannen Het kopje en de paragraaf ‘1.3.2 Bestemmingsplannen’ vervangen door:
1.3.2 Omgevingsplan De invoering van de Omgevingswet verplicht gemeenten om een omgevingsplan vast te stellen voor hun hele grondgebied. In dit omgevingsplan staan regels die helpen om ontwikkelingen mogelijk te maken en tegelijkertijd onze fysieke leefomgeving te beschermen. Voor de invoering van de Omgevingswet stonden die regels nog op verschillende plekken, zoals bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen. Door regels bij elkaar te brengen in één samenhangend omgevingsplan worden ze overzichtelijker en beter vindbaar. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeente nog een aantal jaar de tijd gekregen om de regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het definitieve omgevingsplan. Dit geldt ook voor de regels als bedoeld in artikel 4.19 van de Ow. Het overgangsrecht bepaalt dat de welstandsnota na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsregel is, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Tot die tijd is er in het omgevingsplan opgenomen dat aanvragen voor een omgevingsplanactiviteit beoordeeld worden op basis van de criteria in de welstandsnota, zoals vóór de invoering van de Omgevingswet.
1.3.3 Inrichting openbare ruimte De tekst het kopje ‘1.3.3 geheel vervangen door:
Er wordt veel belang gehecht aan de kwaliteit van leven in de stad, en de inrichting van het publieke domein is daarvoor een belangrijk ingrediënt. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is in principe de taak van de gemeente. Voor de meeste ingrepen ‘aan de vloer’ van de openbare ruimte is geen omgevingsvergunning en daarom ook geen welstandsadvies verplicht. Maar ook de gebouwen langs een straat hebben grote invloed op de belevingswaarde van de openbare ruimte. Welstand beoordeelt niet de openbare ruimte zelf, maar wel de gebouwen die de openbare ruimte begrenzen en de relatie van die gebouwen tot de omgeving. De kwaliteit van de openbare ruimte is onlosmakelijk verbonden aan de kwaliteit van de gevels rond die openbare ruimte. Twee elementen in de openbare ruimte die wel onder het welstandsbeleid vallen, zijn kunst en reclame. Kunstwerken waarvoor een omgevingsvergunning activiteit bouwen nodig is, worden voorgelegd aan de COK. Deze worden beoordeeld aan de hand van de algemene welstandscriteria. Ook reclameobjecten vallen onder welstand. De welstandscriteria voor reclame zijn te vinden in hoofdstuk 7, ‘Welstandscriteria Categorieën’.
1.4 Welstand en erfgoedbeleid 13
Onder het kopje ‘1.4 Welstand en erfgoedbeleid’ de tekst ‘Amsterdam telt … noemen we erfgoed’ vervangen door:
Amsterdam en het stadsgebied Weesp tellen samen, naast bijna 10.000 monumenten, vijftien beschermde stads- of dorpsgezichten en de grachtengordel die op de UNESCOWerelderfgoedlijst staat, ook nog een heleboel andere bouwwerken, objecten en structuren van historische waarde. Alle wettelijk beschermde en ook de (nog) niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken en gezichten samen noemen we erfgoed. Al het erfgoed valt onder het welstandsbeleid. Welstand speelt een belangrijke rol bij het omgaan met erfgoed en sluit naadloos aan op de bredere context van monumenten en cultuurhistorisch erfgoed. Naast vaste richtlijnen voor de omgang met beschermd erfgoed, is voor Weesp een lijst met karakteristieke panden vastgesteld en kent Amsterdam al jaren waarderingskaarten voor het Centrum, de 19de-eeuwse Ring, de Gordel ’20-’40 en de AUP-gebieden, waarin de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van deze gebieden gedetailleerd zijn vastgelegd. Deze waarderingskaarten dienen als onderlegger bij de beoordeling van bouwplannen. Het gelaagde welstandsbeleid houdt een geleidelijk ‘aftrappende’ waardering in. Dit kan enerzijds een noodzakelijke transformatie mogelijk maken, maar anderzijds ook een manier zijn om waardevolle, onbeschermde, individuele panden (ordepanden) en de samenhangende stedenbouwkundige kwaliteit te behouden.
In hoofdstuk 5 zijn de bij de waarderingskaarten behorende criteria als onderdeel van de erfgoedcriteria opgenomen.
1.4.1 Erfgoedvisie Het kopje en de paragraaf ‘1.4.1 Erfgoedvisie’ komt te vervallen.
1.4.2 Monumentenbeleid Het kopje en de paragraaf ‘1.4.2 Monumentenbeleid’ vervangen door:
1.4.1 Monumentenbeleid Monumenten vormen een apart onderdeel binnen het erfgoed vanwege de juridisch beschermende status. Welstandstoezicht en monumentenzorg zijn van oudsher nauw met elkaar verbonden. Beide zijn erop gericht de kwaliteit en identiteit van de leefomgeving te bestendigen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het behoud van monumenten en beschermde dorps-en stadsgezichten die van cultuurhistorische waarde voor de stad zijn. Bij de uitvoering van het monumentenbeleid werkt de COK nauw samen met Monumenten en Archeologie (M en A). M en A treedt op als adviseur van de COK als er vergunningen worden aangevraagd waar monumenten bij betrokken zijn. Een adviesaanvraag voor een monument wordt pas door de COK behandeld nadat M en A een rapportage heeft gemaakt waarin de gevolgen van een bouwplan voor de monumentale waarden zijn geanalyseerd. De COK beoordeelt vervolgens of er voldoende zorgvuldig wordt omgegaan met veranderingen aan het monument. De criteria voor monumenten maken onderdeel uit van de erfgoedcriteria die zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
14
Hoofdstuk 2 Amsterdamse thema’s 2.1 Verdichting Onder het kopje ‘2.1 Verdichting’ de hele tekst vervangen door:
Via intensiever gebruik van de ruimte in de stad kan aan veel meer mensen en bedrijven woonen werkruimte worden geboden. Hierdoor wordt het draagvlak voor voorzieningen vergroot, kan efficiënter worden omgegaan met energie en vervoer en hoeft het landschap niet te worden aangetast. Verdichting betekent dat de stad telkens verandert, door herbestemming, nieuwbouw, verbouw of transformatie. Voor veel van deze opgaven zijn de gebiedsgerichte criteria niet geschikt, want die richten zich vooral op nieuwbouw binnen de context van het bestaande. Voor de verdichtingsopgaven zullen vaak aparte welstandscriteria opgesteld worden als onderdeel van Stedenbouwkundige Programma’s van Eisen of Uitwerkingsplannen. Een van de middelen om te kunnen verdichten, is hoogbouw. In het hoogbouwbeleid staat waar hoogbouw mogelijk is, tot welke hoogte en hoe de ruimtelijke inpassing beoordeeld wordt. De inpassing van een gebouw met een aanzienlijke hoogte heeft een onmiskenbaar effect. Niet alleen verandert de maat en schaal van de omgeving daardoor, ook de beleving van de gebouwde omgeving verandert. Een toren die al van verre te zien is, moet niet alleen een middel zijn om te verdichten, maar ook om de stad architectonisch te verrijken.
Hier ligt een direct verband met welstand: de hoogbouwvisie heeft bepaald wat de relatie tussen hoogbouw en het cultuurhistorisch karakter van een gebied is, de welstandscommissie beoordeelt hoe dit gebeurt zodat hoogbouw bijdraagt aan de schoonheid van Amsterdam.
2.3 Duurzaamheid Onder het kopje ‘Energiebesparing’ de hele tekst vervangen door:
Een tweede pijler van het Amsterdamse duurzaamheidsstreven is energiebesparing: Amsterdam moet energiezuiniger worden. De stad moet worden ingericht op het post fossiele brandstoftijdperk. Een grote slag kan worden gemaakt met het energiezuinig maken van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast kiest Amsterdam ervoor een groot deel van haar energiebehoefte zelf op te wekken. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van zonnepanelen op daken, het aanleggen van een sluitend warmtenet om restwarmte te kunnen transporteren en het plaatsen van windturbines. Tenslotte zal Amsterdam ook investeren in duurzame energieopwekking in de regio.
15
Hoofdstuk 3 De welstandscriteria Bovenaan de pagina, de inleidende tekst ‘Dit hoofdstuk … van bouwplannen’ vervangen door: Dit hoofdstuk luidt het praktische gedeelte van deze welstandsnota in, dat antwoord geeft op de volgende vraag: als ik wil bouwen in Amsterdam of het stadsgebied Weesp, aan welke redelijke eisen van welstand moet dat dan voldoen? Hieronder volgt een korte toelichting op de verschillende criteria die in de gemeente worden gehanteerd. Het op pagina 2 afgebeelde stroomschema biedt een handvat voor de gebruiker: hier staat welke criteria voor welke bouwwerken gelden. In de volgende hoofdstukken staat per bouwwerk of systeem uitgebreid beschreven wat die criteria inhouden en hoe ze worden toegepast. Tot slot bevat dit hoofdstuk ook de beschrijving van een aantal algemene criteria, die in sommige gevallen ook een rol kunnen spelen bij de beoordeling van bouwplannen. De KAART op pagina 22, De Schoonheid van Amsterdam – Welstandsniveaus – mei 2016, vervangen door kaart 1 in bijlage e: Te vervangen kaarten in De Schoonheid van Amsterdam.
3.1 Welstandsniveaus De KAART op pagina 26, De Schoonheid van Amsterdam – Welstandsgebieden – mei 2016, vervangen door kaart 2 in bijlage e: Te vervangen kaarten in De Schoonheid van Amsterdam.
3.4 Excessenregeling Onder het kopje ‘3.4 Excessenregeling’ de hele tekst vervangen door:
Ook bouwwerken die zonder vergunning mogen worden gebouwd of zijn gebouwd, moeten aan een aantal eisen voldoen. In het omgevingsplan is een regeling opgenomen die ziet op het repressieve toezicht van het uiterlijk van bouwwerken. Deze regeling ziet op op een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is en een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Deze bouwwerken mogen “niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand”. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’. De Commissie Omgevingskwaliteit (COK) geeft dan aan dat er sprake is van ernstig bezwaar. Een eigenaar van een al bestaand gebouw dat wordt beschouwd als exces, kan door de gemeente worden aangeschreven om het bouwwerk te verwijderen of aan te passen. De excessenregeling is niet van toepassing in de gebieden die vallen onder het welstandsniveau ‘welstandsvrij’. Daar gelden geen redelijke eisen van welstand. In de gebieden die vallen onder het niveau ‘geen preventieve toetsing’, is de excessenregeling wél van toepassing. Er is sprake van ernstige mate van strijd als: ▪ ▪
het bouwwerk een te grove inbreuk maakt op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de welstandscriteria bij de ruimtelijke systemen); architectonische bijzonderheden worden ontkend of vernietigd bij aanpassing of uitbreiding van een bouwwerk (bijvoorbeeld door pleisteren van bakstenen gevels of het
16
▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪
op onevenwichtige wijze aantasten van een aanwezige monumentaliteit of spiegelsymmetrie); een bouwwerk dan wel een gezichtsbepalend deel van een bouwwerk fysiek of visueel wordt afgesloten van zijn omgeving; sprake is van armoedig materiaalgebruik, waaronder ook gebruik van materialen waarvan bekend is dat die onevenredig ‘lelijk’ verouderen of die tot een groot contrast binnen de architectuureenheid leiden dan wel onevenredig afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van de omgeving; sterk contrasterende kleuren worden toegepast; gebruik wordt gemaakt van te opdringerige of te veelvuldig herhaalde of te grote reclames en de huisstijl de gevels domineert; specifieke aanvulling voor de ruimtelijke systemen Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ‘20-‘40 en Tuindorpen: specifieke en/of waardevolle kenmerken van de (oorspronkelijke) gevel of kozijnen zodanig zijn aangetast, genegeerd of onzichtbaar gemaakt, dat de samenhang van de architectuureenheid in ernstige mate verloren is gegaan; specifieke aanvulling voor stadsgebied Weesp: sprake is van ernstig verval van bouwwerken en/of materialen zijn toegepast voor een doel waarvoor ze naar hun aard of op grond van de wijze waar ze zijn geconstrueerd niet zijn bestemd.
Bij de toepassing van deze criteria is eerder sprake van een exces: naarmate een bouwwerk meer in het zicht staat en de openbare ruimte van groter belang is voor het aanzicht van de stad of het landschap; naarmate een gebied een hoger welstandsniveau en/of hogere cultuurhistorische waarde heeft, zeker als er sprake is van ensemblewaarde; naarmate er meer van de genoemde criteria van toepassing zijn.
17
Hoofdstuk 4 Welstandscriteria duurzame stad Bovenaan de pagina, de inleidende tekst na ‘Amsterdam moet … een gewogen oordeel’ toevoegen: Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op stadsgebied Weesp.
18
Hoofdstuk 5 Welstandscriteria voor erfgoed Bovenaan de pagina de inleidende tekst tot kopje ‘5.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten’ vervangen door: De Westertoren, de Hermitage, het Olympisch Stadion, Het Schip, het Vondelpark, Tuindorp Frankendaal, het voormalig Burgerweeshuis, Brug 705 en het raadhuis, voormalige postkantoor of het sociaal-culturele centrum "City of Wesopa" in Weesp: het zijn maar een aantal van de bijna 10.000 monumenten die de gemeente Amsterdam rijk is. Daarnaast telt de gemeente zeven rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, en acht gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten. Bovendien heeft een deel van het gebied binnen de Singelgracht de status van Werelderfgoed. Alle gebouwen en zones die van historische waarde zijn – óók de niet wettelijk beschermde – worden gerekend tot het Amsterdams en Weesper erfgoed en vormen een belangrijk onderdeel van het culturele kapitaal van de gemeente. Welke gebieden en bouwwerken dit zijn, is te vinden op de waarderingskaarten en de lijst met karakteristieke panden in Weesp (zie de bijlagen van deze welstandsnota). In dit hoofdstuk worden de criteria beschreven die bij de beoordeling van al dit erfgoed gehanteerd worden.
5.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten Onder het kopje ‘5.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten’, de tekst van de tweede en derde alinea ‘Bij beschermde gezichten … vergunningvrij bouwen’ vervangen door:
Bij beschermde gezichten wordt onderscheid gemaakt tussen van rijkswege en van gemeentewege beschermde gezichten. De van rijkswege beschermde gezichten zijn: ‘Amsterdam binnen de Singelgracht’, het historische centrum van Weesp, Plan Zuid van H.P. Berlage in de gordel ’20’40, beschermd gezicht Amsterdam-Noord en de Waterlandse dorpen Durgerdam, Ransdorp en Holysloot. Amsterdam heeft ook acht gemeentelijk beschermde gezichten: het Van Eesteren Museum, de Noordoever Sloterplas, Sloten, de Admiralenbuurt, Oud-Zuid, het IJplein, Betondorp en het Bijlmermuseum. In een beschermd gezicht is het slopen van panden moeilijker, omdat de waarde van de bestaande bebouwing nadrukkelijk een rol speelt in het afwegingsproces. Bij verbouwings- of vernieuwingsplannen wordt strenger beoordeeld of een plan een stedenbouwkundige of architectonische verbetering voor het geheel oplevert. Er wordt vooral gekeken naar het behoud van de samenhang. Daarom gelden ook in een beschermd gezicht deels andere regels voor vergunningvrij bouwen.
5.2 Monumenten Onder het kopje ‘5.2 Monumenten’, de tekst geheel vervangen door:
Net als bij de beschermde gezichten zijn er in de gemeente Amsterdam beschermde monumenten: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten en een klein aantal provinciale monumenten. Een rijksmonument is een gebouw of object dat cultuurhistorisch gezien van nationaal belang is vanwege schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Voor een gemeentelijk monument geldt hetzelfde, maar dan gaat het om lokaal belang. 19
De juridische kaders voor de bescherming van monumenten worden gevormd door de Omgevingswet, het Omgevingsplan, de Erfgoedwet en de erfgoedverordening van de gemeente. Op de website data.amsterdam.nl is te vinden of een pand voorkomt op de lijst van rijks- of gemeentelijke monumenten. Bij een monument zijn de mogelijkheden voor het vergunningvrije bouwen uiteraard beperkter dan bij een niet-monument. Bij twijfel of een bouwwerkzaamheid wel of niet vergunningvrij is, is het aan te bevelen contact op te nemen met het stadsdeel of M en A, dat als kennisbank en vraagbaak fungeert voor verbouwingen, restauraties en het energiezuiniger maken van monumenten. Beoordeling van monumenten Is een pand aangewezen als monument, dan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning door de Commissie Omgevingskwaliteit (COK) tegelijkertijd twee adviezen uitgebracht: •
Advies aspect ‘bouwen’ Een advies over het aspect ‘bouwen’, waarbij het beoordelingskader, afhankelijk van het soort bouwplan, wordt gevormd door de criteria voor orde 1 in hoofdstuk 6 ‘Standaardtoets voor veel voorkomende kleine bouwplannen’, de welstandscriteria voor categorieën (zie hoofdstuk 7), de welstandscriteria voor de ruimtelijke systemen (zie hoofdstuk 8) of de algemene welstandscriteria. Daarnaast wordt ook beoordeeld hoe een bouwkundige ingreep zich verhoudt tot de cultuurhistorische waarde van het monument.
•
Advies aspect ‘monument’ Een advies over het aspect ‘monument’, op basis van de het beleidskader Monumenten. M en A treedt op als adviseur van de COK: een adviesaanvraag voor een monument wordt pas door de COK behandeld nadat M en A een rapportage heeft gemaakt waarin de gevolgen van een bouwplan voor de monumentale waarden zijn geanalyseerd. De COK beoordeelt vervolgens of in bouwplannen voldoende zorgvuldig wordt omgegaan met veranderingen aan monumenten. Daarbij gaat het niet alleen om het exterieur, maar ook om de gevolgen voor de interieurelementen en de structuur van het monument.
De algemene uitgangspunten bij de beoordeling van aanpassingen aan monumenten zijn gelijk voor stadsgebied Weesp en de rest van de gemeente Amsterdam. Voor stadsgebied Weesp gelden daarbij nog aanvullende criteria voor de welstandsbeoordeling van monumenten. In de volgende paragrafen worden de verschillende uitgangspunten nader toegelicht.
Uitgangspunten De volgende algemene uitgangspunten worden gebruikt bij de beoordeling van aanpassingen aan monumenten in Amsterdam en Weesp: •
Functionele verenigbaarheid ingreep Herbestemming is van alle tijden en alle plaatsen. In het verleden werd bij herbestemming getracht zoveel mogelijk van het bestaande te handhaven. Tegenwoordig is vernieuwing meestal het uitgangspunt. Om bij monumenten zoveel mogelijk historisch materiaal te bewaren, is het van belang dat de nieuwe bestemming zich voegt naar de monumentale waarden van een monument. Als een nieuwe functie inpasbaar is in een bestaand gebouw, kunnen de aanwezige monumentale waarden bewaard blijven. Als de essentie van het monument verloren gaat door de nieuwe functie, is de voorgestelde functie niet passend.
•
Functionele duurzaamheid ingreep 20
Verlies van monumentale waarden is alleen bespreekbaar bij ingrepen die voor lange tijd een functionele meerwaarde geven. Ingrepen met een tijdelijk karakter en zonder toegevoegde waarde voor de toekomst van het monument, zijn in beginsel niet mogelijk. •
Onoverkomelijkheid ingreep Een ingreep ten koste van monumentale waarden is mogelijk wanneer dit voor het functioneren van het monument noodzakelijk is en er geen redelijk alternatief is dat geen of minder gevolgen voor de monumentale waarden heeft.
•
Bouwhistorie eerbiedigen Veel monumenten zijn in het verleden van functie gewijzigd en gemoderniseerd. Latere wijzigingen en/of toevoegingen kunnen van grote waarde zijn en vergroten de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis. Reconstructie van onderdelen van een gebouw kan de afleesbaarheid van waardevolle interventies uit het verleden verstoren.
•
Reversibiliteit Hedendaagse veranderingen aan een monument zijn in beginsel toevoegingen die de monumentale waarden niet aantasten en die weer ongedaan gemaakt kunnen worden.
•
Behouden gaat voor vernieuwen Bij herstel en verbouw is het behoud van oorspronkelijke bouwmaterialen en bouwtechnieken een belangrijk uitgangspunt. Oude bouwmaterialen en constructiewijzen zeggen iets over het ambacht van vroeger en over het gebruik van monumenten in het verleden. Daarom gaat repareren boven vervangen.
•
Technische, chemische en bouwfysische verenigbaarheid ingreep Hedendaagse bouwmaterialen of constructiewijzen zijn niet altijd verenigbaar met historische materiaaltoepassingen en/of constructiewijzen. Zij kunnen mechanische, fysische en/of chemische reacties veroorzaken die schadelijk zijn voor het monument. De toe te passen technieken mogen geen mechanische, fysische of chemische schade veroorzaken aan een monument.
•
Technische duurzaamheid ingreep Het is essentieel dat een reparatie, aanpassing of vernieuwing technisch duurzaam is. De toepasbaarheid van materialen en/of technieken moeten door attest of ervaring aangetoond worden. In geval van twijfel kan een materiaal of techniek geweigerd worden.
Aanvullende uitgangspunten stadsgebied Weesp In het stadsgebied Weesp bevinden zich 196 rijksmonumenten, 2 provinciale en 104 gemeentelijke monumenten. Het doel van deze welstandsnota is om te voorkomen dat aanpassingen afbreuk doen aan het monument. Bij verbouwings- of vernieuwingsplannen wordt strenger beoordeeld of een plan een stedenbouwkundige- of architectonische verbetering oplevert. In aanvulling op de gebiedsgerichte criteria worden er eisen gesteld aan plannen binnen de invloedssfeer van monumenten om recht te doen aan de bijzondere waarde van deze panden/objecten. Het is de bedoeling om de ontwikkeling aan deze objecten in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen, of het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van panden. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen die het aanzien van gebouwen niet schaden, zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte.
21
Meer ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast. Het uitgangspunt is behoud dan wel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij voor kleine wijzigingen een gelijke architectuur uitgangspunt is. Voor grotere wijzigingen kan, afhankelijk van de omgeving en het karakter van het object, een meer eigentijdse architectuur eveneens passend zijn. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de COK onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien, waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van grotere wijzigingen zal de commissie vooral aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Omdat monumenten vragen om een specifieke benadering, zal de commissie eveneens kunnen teruggrijpen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria.
De volgende algemene uitgangspunten worden gebruikt bij de beoordeling van aanpassingen aan monumenten in stadsgebied Weesp: • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd; •
wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld;
• wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zijn zorgvuldig afgestemd op de (cultuurhistorische delen van) de omgeving en het hoofdgebouw; •
bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar;
•
het zicht op monumenten of karakteristieke panden wordt vrijgelaten.
Beleidskader Monumenten Met het stadsbrede Beleidskader voor het toetsen van ingrepen of herstel van monumenten (hierna Beleidskader Monumenten) wil de Gemeente Amsterdam recht doen aan de kwaliteiten en onderlinge verschillen van monumenten. Elk monument is anders en verdient zijn eigen beoordeling. Ieder monument heeft cultuurhistorische waarden die van belang zijn. Door deze monumentale waarden in kaart te brengen wordt duidelijk wat de essentie is van het monument. Aan de andere kant zijn er in (bijna) elk monument (onder)delen te vinden die minder van belang zijn. Door een goede analyse van het monument wordt dus ook inzichtelijk waar de mogelijkheden tot aanpassingen of ingrepen liggen. Het Beleidskader Monumenten is opgebouwd uit twee delen: 1. de Beoordelingscriteria. 2. de Technische aanwijzingen voor de uitvoering voor restauratie en onderhoud. De beoordelingscriteria geven aan welke mogelijkheden er zijn om het monument aan te passen (Wat mag?), de technische aanwijzingen geven aan hoe werkzaamheden moeten worden uitgevoerd (Hoe moet het?). Het vastgestelde besluit is op 14 oktober 2016 gepubliceerd in het Gemeenteblad nr. 142283.
22
5.3 Waarderingskaarten en ordepanden Onder het kopje ‘5.3 Waarderingskaarten en ordepanden’, aan het einde van de paragraaf, na de tekst ‘… een rol bij de beoordeling van plannen’, toevoegen:
In het stadsgebied Weesp wordt niet de systematiek van waarderingskaarten en ordepanden gehanteerd. Wel zijn hier zogeheten ‘karakteristieke panden’ aangewezen. Deze worden nader toegelicht in paragraaf 5.4.
Waarderingskaart beschermd stadsgezicht Centrum Onder het kopje ‘Waarderingskaart beschermd stadsgezicht Centrum’, na de tweede alinea de tekst ‘Recentelijk is de … van een ordewaardering voorzien’, vervangen door:
De behoefte ontstond om ook de bouwwerken uit de Wederopbouwperiode in kaart te brengen en te waarderen volgens het ordesysteem. De bouwkunst uit deze periode had toentertijd een leeftijd bereikt van 40-70 jaar. Hierdoor bestond er voldoende afstand voor beoordeling in aansluiting op de landelijke trend. Stadsdeel Centrum heeft de waarderingen opgenomen in de verbeelding (kaart) behorend bij het bestemmingsplan. Bij de actualisatie van het bestemmingsplan worden sindsdien panden uit de periode 1940- 1970 dus ook van een ordewaardering voorzien.
Aan het einde van hoofdstuk 5, na de tekst “(…) ensemble van het veld.” toevoegen:
5.4 Karakteristieke panden Weesp In het stadsgebied Weesp wordt niet gewerkt met waarderingskaarten en ordepanden, zoals beschreven in hoofdstuk 5.3. Wel zijn in Weesp karakteristieke panden aangewezen. Deze panden stonden oorspronkelijk in de Welstandsnota Weesp 2017, en zijn na de fusie van de gemeenten Weesp en Amsterdam overgenomen in deze geharmoniseerde welstandsnota. Een aantal ontwikkelingen heeft bij de totstandkoming van de Welstandsnota Weesp 2017 geleid tot het aanwijzen van karakteristieke panden. Ten eerste is een aantal panden in het beschermd stadsgezicht gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Het instrument “beschermd stadsgezicht” bood onvoldoende mogelijkheden om panden zonder monumentenstatus te kunnen beschermen tegen het slopen. Daarnaast is er in het landelijk gebied een ontwikkeling zichtbaar waardoor panden die typerend zijn voor de bloeiperiode tussen 1850 en 1900 dreigen te verdwijnen. Veel boeren stoppen met hun agrarische bedrijf. Een nieuwe eigenaar kiest er vaak voor om het pand te slopen en te vervangen door nieuwbouw met een andere bestemming. In de toenmalige bestemmingsplannen is een bescherming tegen sloop opgelegd binnen het beschermd stadsgezicht en voor de karakteristieke panden daarbuiten. Deze bestemmingsplannen zijn na de fusie van de gemeenten Weesp en Amsterdam onderdeel geworden van het omgevingsplan van Amsterdam.
Voor het aanzicht van Weesp is behoud en herstel van de karakteristieke panden van grote waarde, vandaar dat voor deze panden dezelfde uitgangspunten gelden als bij monumenten in Weesp, voor wat betreft het volume en het aanzicht. Deze uitgangspunten zijn terug te vinden in hoofdstuk 5.2, aanvullende uitgangspunten stadsgebied Weesp. Een overzicht van de karakteristieke panden is als bijlage toegevoegd aan deze welstandsnota.
23
Hoofdstuk 6 Standaardtoets veel voorkomende kleine bouwplannen Bij alle inleidende paragrafen van hoofdstuk 6 de tekst ‘Noordelijk Buitengebied’ vervangen door: Buitengebied Bij alle inleidende paragrafen van hoofdstuk 6 de tekst ‘AUP en Post-AUP’ vervangen door: AUP en Post-AUP/Wederopbouw Weesp Bij alle inleidende paragrafen van hoofdstuk 6 de tekst ‘Monumenten, orde 1 en orde 2’, vervangen door: Monumenten, orde 1 en orde 2, en karakteristieke panden Weesp In alle kolomkoppen van hoofdstuk 6, die aangeven voor welk gebied de criteria gelden wordt: 1. Binnenstad vervangen door 1a. Binnenstad Amsterdam 11. Noordelijk Buiten gebied vervangen door: 11a. Buitengebied Amsterdam Ruimtelijke systemen Onder het kopje ‘Ruimtelijke systemen’, de tekst geheel, vervangen door:
In de criteria is onderscheid gemaakt naar ruimtelijke systemen. Wat bijvoorbeeld past in een wijk met geschakelde woningen, hoeft niet op zijn plaats te zijn in een buurt met individuele huizen. Een beschermd stadsgezicht zoals de binnenstad van Amsterdam en Weesp vraagt uiteraard om nog preciezere criteria. Door de criteria te groeperen aan de hand van de ruimtelijke systemen is met grotere zekerheid aan te geven of een klein plan voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Criteria Erfgoed Onder Criteria, onder het kopje ‘Erfgoed’, de tekst geheel, vervangen door:
Voor monumenten, beschermde gezichten en ordepanden (waarbij in de AUP-gebieden alleen gebruik wordt gemaakt van de Welstandskaart Architectuur en de ordes WA1, WA2, WA3 en WAbasis) en karakteristieke panden in Weesp gelden in de regel aanvullende criteria.
Monumenten, orde 1 en orde 2 De kop ‘Monumenten, orde 1 en orde 2’, vervangen door:
Monumenten, orde 1 en orde 2, en karakteristieke panden Weesp Onder het kopje ‘Monumenten, orde1 en orde 2, en karakteristieke panden Weesp’, de tekst geheel,
vervangen door: Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de COK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor 24
ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2 en karakteristieke panden in Weesp.
Op pagina 42, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
1. Aanbouwen 1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Ten behoeve van de aanbouw dient de overgang naar of scheiding tussen de naastliggende hoofdbebouwing met aanbouw gelijkvormig en duidelijk aangegeven te worden (bijvoorbeeld door een gemetselde muurdam). Bij hoekaanbouwen dienen de gevels van de achter- en zijaanbouw gelijk te lopen, waardoor een aaneensluitende hoekoplossing ontstaat. Algemeen ▪ Aanbouwen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van onderstaande criteria: Architectonische uitwerking ▪ detaillering en vorm overeenkomstig het hoofdgebouw ▪ rechthoekig, eventueel met afgeschuinde hoeken ▪ aan een voorgevel vormgeven als erker met lage gemetselde opbouw met kozijnen ▪ gevelgeleding afstemmen op de gevelgeleding van het hoofdgebouw ▪ dakvorm afstemmen op dakvorm hoofdgebouw of aan een achterkant plat afdekken ▪ geen doorgetrokken dakvlakken vanaf de kap van het hoofdgebouw. Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren van zichtbare delen afstemmen op het hoofdgebouw.
Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden en het Buitenveer, Weesp Zuid II en het gebied tot aan de grens (contouren) van de oorspronkelijke oude vesting geldt ook: Algemeen ▪ aanbouwen zoveel mogelijk plaatsen achter het hoofdgebouw of naast de hoofdmassa opnemen in de straatwand ▪ wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven Architectonische uitwerking ▪ ontwerpaandacht voor alle details 25
Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren van zichtbare delen overeenkomstig het hoofdgebouw.
26
Na pagina 46, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
▪ 2. Bijgebouwen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ bijgebouwen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van onderstaande criteria: Architectonische uitwerking ▪ aan een voorkant detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw ▪ dakvorm afstemmen op dakvorm hoofdgebouw ▪ bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten; Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren afstemmen op hoofdgebouw, erf- of tuinkarakter (bij voorkeur metselwerk en hout in gedekte, donkere kleuren) ▪ bij integratie in erfafscheiding materialen en kleuren gelijk aan deze erfafscheiding. Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden en het Buitenveer, Weesp Zuid II en het gebied tot aan de grens (contouren) van de oorspronkelijke oude vesting geldt ook: Algemeen ▪ wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven ▪ overkappingen aan de voorzijde zijn niet gewenst ▪ overkappingen zijn in ieder geval niet zichtbaar vanaf de openbare weg; Maat ▪ aan een achterkant een overstek van hoogstens 0,10 m ▪ boeibord tot maximaal 0,25 m hoog. Architectonische uitwerking ▪ ontwerpaandacht voor alle details. Materiaal en kleur gevels van bijgebouwen zijn in hoofdzaak van baksteen. 27
Op pagina 50, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
▪ 3. Kozijnwijzigingen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ kozijnwijzigingen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van onderstaande criteria (en zie ook criteria voor gevelwijzigingen): Maat ▪ maatvoering afstemmen op hoofdgebouw. Vormgeving aan een voorkant ▪ samenhang en ritmiek van straatwanden behouden ▪ gevelwijziging afstemmen op de architectuur en detaillering van de oorspronkelijke gevel ▪ gevelopeningen zijn grotendeels ingevuld met glas (niet blinderen). Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw (aan een voorkant kunststof slechts toepassen als dimensionering en aansluiting zijn afgestemd op de gevel). Winkelpuien Winkelpuien bepalen in grote mate het beeld de uitstraling en de aantrekkelijkheid van het winkelgebied in de binnenstad. Veel verbouwingen hebben de gevelaanzichten de afgelopen jaren vervormd, vaak niet ten goede. Drempelloze inlooppuien en glazen schuifdeuren zijn bedacht zonder rekening te houden met de architectuur van het bestaande pand of stadsbeeld. In sommige gevallen zijn waardevolle winkelpuiten en de oorspronkelijke harmonie verdwenen. Voor nieuwe aanvragen wordt nadrukkelijk gevraagd de historische context op te zoeken. In serie vervaardigde puien zijn veelal vlak en zonder reliëf. De nadruk wordt gelegd op rijkere detaillering en materialisering van de oorspronkelijke beeldtaal.
Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden en het Buitenveer, Weesp Zuid II en het gebied tot aan de grens (contouren) van de oorspronkelijke oude vesting geldt ook: ▪ kozijnwijzigingen zijn niet gewenst, behalve wanneer het herstel betreft van historisch wenselijke eigenschappen ▪ kozijnen liggen in principe verdiept in het gevelvlak ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven ▪ zie ook criteria voor gevelwijzigingen 28
Op pagina 57, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
4. Gevelwijzigingen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ gevelwijzigingen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van onderstaande criteria (en zie ook criteria voor kozijnwijzigingen): Maat ▪ maatvoering afstemmen op hoofdgebouw. Vormgeving aan een voorkant ▪ samenhang en ritmiek van straatwanden behouden ▪ gevelwijziging afstemmen op de architectuur en detaillering van de oorspronkelijke gevel ▪ gevelopeningen zijn grotendeels ingevuld met glas (niet blinderen). Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw (aan een voorkant kunststof slechts toepassen als dimensionering en aansluiting zijn afgestemd op de gevel). Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden en het Buitenveer, Weesp Zuid II en het gebied tot aan de grens (contouren) van de oorspronkelijke oude vesting geldt ook: ▪ gevelwijzigingen zijn niet gewenst, behalve wanneer het herstel betreft van historisch wenselijke eigenschappen ▪ gevelopeningen zijn staand ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven ▪ gevelwijziging afstemmen op de architectuur en detaillering van de oorspronkelijke gevel (oorspronkelijke profileringen zijn uitgangspunt: stalen kozijnen vervangen door aluminium, houten kozijnen door hout) ▪ zie ook criteria voor kozijnwijzigingen
29
Op pagina 62, na de paragraaf ‘Monumenten, orde 1 en orde 2’, boven het kopje ‘Criteria’ toevoegen de kop:
Overige systemen Op pagina 62, na de paragraaf ‘Monumenten, orde 1 en orde 2’ en voor de nieuw toegevoegde kop ‘Overige systemen’, als kolom toevoegen:
5. Dakramen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ een dakraam voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object (dit geldt in ieder geval voor de beschermde stadsgezichten) Ligging ▪ minstens 0,50 m dakvlak aanhouden boven, onder en aan weerszijden van dakraam, paneel of collector ▪ meerdere exemplaren in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijnen ▪ op hellende daken vlak aanbrengen (hellingshoek gelijk aan het dakvlak) en binnen het dakvlak Maat ▪ bij meerdere exemplaren identieke maatvoering aanhouden Architectonische vormgeving ▪ eenvoudig vormgeven en bescheiden detailleren Materiaal en kleur ▪ onopvallende kleuren gebruiken ▪ afstemmen op het dakvlak
30
Op pagina 68, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
7. Erfafscheidingen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ erfafscheidingen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van onderstaande criteria: Vormgeving ▪ bij voorkeur dichte constructies alleen als drager van (camouflerende) beplanting toepassen ▪ ondergeschikt aan en afstemmen op hoofdgebouw of aan het doel (het dragen van beplanting). Materiaal en kleur ▪ terughoudende, duurzame materialen en donkere kleuren, aansluitend op erfafscheiding naastgelegen percelen of het hoofdgebouw ▪ materialen als metselwerk, hout of spijlenhekwerk (dan wel open gaaswerk als drager voor beplanting). Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden en het Buitenveer, Weesp Zuid II en het gebied tot aan de grens (contouren) van de oorspronkelijke oude vesting geldt ook: Architectonische uitwerking ▪ wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig ▪ afstemmen op het hoofdvolume ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven Materiaal en kleur ▪ erfafscheidingen zijn van hout of ijzerwerk en bij voorkeur in een donkere kleur geschilderd.
31
Op pagina 72, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
8. Dakkapellen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ dakkapellen gelijk uitvoeren aan een eventueel standaardplan of beoordelen aan de hand van de volgende criteria: Aantal en plaats ▪ meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijn (uitgaande van de onderzijde van de dakkapel), dus niet boven elkaar ▪ in beschermde situaties aan de voorzijde van het gebouw: hoogstens één dakkapel ▪ dakkapel aan alle zijden omsloten door minimaal 0,50 m (eigen) dakvlak; in beschermde situaties aan de voorzijde minimaal 1,00 m dakvlak aan weerszijden van de dakkapel ▪ bij een mansardekap: geen dakkapellen in het bovenste dakvlak situeren ▪ een dakkapel op het zijdakvlak minimaal 1,50 m terug liggend situeren ten opzichte van de voorgevel ▪ geen dakkapellen op een dakvlak met een hellingshoek van minder dan 30 graden ▪ geen dakkapel op vrijstaande bijgebouwen Maat ▪ maximale breedte van de dakkapel in verhouding tot de breedte van de onderliggende gevel aan de achterzijde maximaal 70%, aan de voorzijde max. 50%, aan de voorzijde in beschermde situaties max.
30% van de gevelbreedte ▪ maximale breedte van de dakkapel aan de achterzijde in beschermde situaties 3,00 m ▪ maximale hoogte gemeten vanaf de voet van de dakkapel 2,00 m ▪ maximale hoogte gemeten vanaf de voet van de dakkapel voor beschermde situaties 1,50 m Vorm ▪ hoogte en breedte van de vensters in de dakkapel zijn kleiner dan de (beeldbepalende) hoogte en breedte van de vensters van de ondergelegen verdieping ▪ maatverhouding van de vensters van de dakkapel gelijkend aan de maatverhouding van de vensters van het hoofdgebouw ter plaatse van de ondergelegen verdieping ▪ de dakkapel voorzien van een plat dak, of bij een minimale dakhelling van 60 graden aankappen ▪ bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten ▪ dichte panelen in de voorzijde van de dakkapel slechts beperkt toepassen, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken ▪ geen gesloten kistvormige vormgeving ▪ maximale hoogte boeiboord: 0,20 m 32
▪ ▪
maximale breedte zijwangen in vooraanzicht: 0,15 m maximaal overstek plat dak: 0,20 m
Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren gelijkend aan het hoofdgebouw ▪ zijwangen donker of in de kleur van het dakvlak en niet doorzichtig Erfgoed Voor het beschermd stadsgezicht, monumenten en karakteristieke panden geldt ook: Algemeen ▪ wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume ▪ bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven Ligging ▪ dakkapellen op het zijdakvlak liggen ten minste 3,00 m terug van de voorgevelrooilijn ▪ de voet van de dakkapel staat vlak boven de goot of lijst ▪ dakkapellen kunnen de gootlijn raken als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel ▪ afstand van de bovenzijde van de dakkapel is groter dan de afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet. Massa ▪ dakkapellen hebben gezamenlijk maximaal een breedte van 30% van de onderliggende gevelbreedte Architectonische uitwerking ▪ geen zichtbare ventilatieroosters toegestaan ▪ ontwerpaandacht voor alle details ▪ aan een voorkant de vormgeving en positie van de dakkapel zorgvuldig relateren aan de grafiek van de onderliggende gevel Materiaal en kleur ▪ de zijwangen van dakkapellen zijn wit of donker geschilderd in de kleur van het houtwerk van het hoofdgebouw