Raadsbesluit 2023-188J BP Hoofddorpplein en Schinkelbuurt 2022 - bijlagen toelichting
Tekst van het document
Afbeelding 12: Foto uit 1973 van Amstelveenseweg 94-104 (v.r.n.l.) met op nummer 104 het Boomschorshuisje. In 19992000 werd op deze percelen een nieuw appartementencomplex gebouwd. Uit SAA, J.M. Arsath Roís, 010122007656, 14 mei 1973.
CHV 032
36
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Afbeeldingen 13-14: Links een uitsnede van een foto waarop Café Schinkelhaven is te zien vanaf de Amstelveenseweg met ernaast een (elektrische) tram. Uit SAA, Benjamin Atelier Herz, ANWR00314000001, ca. 1915. Rechts een affiche voor concert- en kinderspeeltuin Schinkelhaven. Uit SAA, Drukkerij Kotting, ANWN00238000001,1920.
Afbeelding 15: Presentatietekening voor de remise van
Afbeelding 16: De Amstelveenseweg gezien in
de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij aan de
zuidelijke richting. Het derde gebouw van
Amstelveenseweg 134. G.B. Salm & A. Salm GBzn, 1883-
rechts is de paardentramremise. Links ernaast,
1884.
op de hoek met de Eerste Schinkelstraat, staat de in 1890 gerealiseerde Schinkelkerk.
CHV 032
37
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Bouw noordelijk deel Schinkelbuurt Aangespoord door de economische opleving van de nabijgelegen stad, kochten veel aannemers en bouwspeculanten in de jaren zeventig en tachtig in Nieuwer-Amstel percelen op om te bebouwen met arbeiderswoningen. Dit was in veel opzichten vergelijkbaar met de manier waarop het er in de stad aan toe ging. Ook hier was de slotenverkaveling bepalend voor de loop van de straten en werden de woningen door particuliere partijen – vaak plaatselijke aannemers - neergezet. Een groot verschil was dat de bouwgrond niet werd opgehoogd, waardoor het maaiveld 1,40 meter lager lag dan dat in de stad. Ook bestonden de arbeiderswoningen uit beduidend minder woonlagen. Op deze manier werden in de jaren tachtig de eerste straten ten zuiden van de Dubbele Buurt aangelegd en bebouwd: de Visserskade, de Vissersstraat, de Alexanderstraat en de Willemsparkstraat (de huidige Schinkelhavenstraat, Eerste, Tweede en Derde Schinkelstraat). Veel woningen zijn eind negentiende / begin twintigste eeuw herbouwd. Uitzonderingen zijn gebouwen met een publieke/maatschappelijke functie, zoals de paardentramremise met bijhorende dienstwoning, de Schinkelkerk en een school in de Derde Schinkelstraat. In dezelfde straat is op nummer 7 een woonhuis uit 1884 te vinden, dat beduidend minder hoog is dan de begin-twintigste-eeuwse bouwblokken die het straatbeeld nu domineren.
Afbeeldingen 17-18: Links is een uitsnede van de Kaart van Amsterdam en Omstreken uit 1881 met daarop de Dubbele Buurt met Café Schinkelhaven en de net aangelegde Visserskade en Visserstraat. Rechts toont hetzelfde gebied in 1900: vier jaar na de annexatie door Amsterdam. De straten, ondertussen bebouwd, hebben nieuwe namen gekregen. Uit SAA, E. de Geest & Seyffardt’s Boekhandel, KOKA00254000001, 1881; Tresling en Co. & Van Holkema en Warendorf, KOKA00534000001, 1900-1901.
CHV 032
38
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
3.1.3
1896 – 1921: voltooiing Schinkelbuurt en woningbouw in Sloten
Nieuwe ideeën over stadsuitbreiding Tegen het einde van de negentiende eeuw riep de bebouwing die in de decennia ervoor tot stand was gekomen in de grote steden in heel Nederland kritiek op. De nieuwe woonwijken werden als troosteloos en onesthetisch ervaren en de term ‘revolutiebouw’, gebruikt om snelle, goedkope negentiende-eeuwse woningbouw mee aan te duiden, was synoniem geworden voor alles wat niet deugde. Dit leidde tot een roep om overheidsbemoeienis. Zo werden in Amsterdam aan het einde van de negentiende eeuw de eerste woningbouwverenigingen opgericht en kwam, mede afgedwongen door de groeiende socialistische beweging, in 1901 de Woningwet tot stand. Gemeenten kregen hierdoor meer bevoegdheden om de bouwpraktijk te stimuleren en deze zoveel mogelijk uit handen van grondspeculanten en particuliere ‘eigenbouwers’ te houden. Daarnaast werden grotere gemeenten wettelijk verplicht om uitbreidingsplannen op te stellen. Hiermee werden zij aangespoord om nieuwe stedenbouwkundige inzichten van zowel functionele als esthetische aard met elkaar te verbinden. Annexatie en een uitbreidingsplan In 1896 annexeerde Amsterdam grote delen van de gemeentes Nieuwer Amstel en Sloten. Dit betekende dat de alsmaar uitdijende stad maar liefst 1380 hectare aan haar grondgebied kon toevoegen, waaronder de Dubbele Buurt en de recent aangelegde straten ten zuiden daarvan.
Al direct na deze annexatie werd er nagedacht over de manier waarop dit grote gebied ten zuiden van de bestaande stad kon worden bebouwd. Hiervoor maakte architect H.P. Berlage in 1904 een eerste ontwerp, wat echter niet werd goedgekeurd. Zowel op dit ontwerp als op een ouder plan van stadsingenieur C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem uit 1898 stond het zuidelijk gedeelte van de Schinkelbuurt vanaf de Sluisstraat ingetekend. De planvorming werd uiteindelijk ingehaald door de realiteit. Tegen de tijd dat Berlages tweede plan was goedgekeurd in 1917, was het zuidelijk deel van de Schinkelbuurt al bebouwd. Het illustreert echter dat er rond de eeuwwisseling al op een andere manier werd nagedacht over stadsuitbreiding dan in de decennia ervoor.
Afbeelding 19: Uitsnede van het uitbreidingsplan van Amsterdam-Zuid door ir. C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem met het plangebied erop in rood aangegeven. Uit SAA, KOKA00351000001, ca. 1899.
CHV 032
39
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Begin twintigste eeuw: voltooiing Schinkelbuurt Na de annexatie werd veel van de onder de gemeente Nieuwer-Amstel gerealiseerde woningbouw in het noordelijk deel van de Schinkelbuurt gesloopt en herbouwd. Dit was nodig omdat de grond op hetzelfde peil moest worden gebracht als dat van de stad. Ook de straten werden opgehoogd en kregen hun huidige namen: Schinkelhavenstraat, Eerste, Tweede en Derde Schinkelstraat. Het grondgebied ten zuiden van de Derde Schinkelstraat werd in de eerste decennia van de twintigste eeuw bebouwd door de particuliere woonmaatschappij Weltevreden. Deze straten kregen namen die te maken hadden met de scheepvaart, zoals de Sluisstraat, Havenstraat en Zeilstraat en net als bij het noordelijke deel van de Schinkelbuurt volgde de verkaveling het slotenpatroon. Zo ontstond een buurt die bestond uit dwarsstraten tussen de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade. Het is tekenend voor die tijd dat woningbouw niet langer pand voor pand tot stand kwam, maar dat de woningblokken in zijn geheel werden ontworpen. Kenmerkend voor de buurt is dan ook de aaneengeschakelde gesloten blokbebouwing en de ingetogen baksteenarchitectuur met staande ramen en gemetselde lateien. Balkons en topgevels met hijsbalken geven hierbij ritme aan het straatbeeld.
De straten hadden aanvankelijk een stenig karakter: de bomen die zich nu aan één zijde van de straat bevinden, zijn later geplant. Verder bevindt het groen zich uitsluitend achter de gesloten gevels in de binnentuinen. Tegenwoordig is dit straatbeeld nog steeds aanwezig: slechts op incidentele plekken is begin-twintigsteeeuwse bebouwing vervangen door nieuwbouw uit latere periodes. Zo is in de Sluisstraat, waar alle oorspronkelijke panden nog aanwezig zijn, de aaneenschakeling van woningbouwblokken duidelijk zichtbaar.
Afbeelding 20: Sluisstraat, nummers 22-56 (v.r.n.l.), Uit
Afbeelding 21: Schinkelbuurt in zuidelijke richting
SAA, J. van Dijk, 010107000834, 1943.
gezien. Rechts de Schinkel, links de Amstelveenseweg. Uit SAA, B00000036575, 1984.
Gebouwen met andere functies De Amstelveenseweg was en is nog steeds een belangrijke verkeers- en winkelstraat, maar de Schinkelbuurt bestaat verder voornamelijk uit woningbouw. Het gebied ten zuiden van de Vaartstraat (niet behorend bij het plangebied) kreeg een bedrijfsfunctie. Hier stond al sinds 1890 een gevangenis, waar in 1914 de Remise aan de Havenstraat van het Gemeentevervoersbedrijf Amsterdam en in 1915 het Haarlemmermeerstation werden bijgebouwd. Naast de tramremise en de Schinkelkerk is bovendien een CHV 032
40
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
aantal scholen gebouwd, waarvan de voorgevels zijn geïntegreerd in de gesloten wanden van de woningbouwblokken. Verder was in de Schinkelbuurt een aantal (kleinschalige) fabriekspanden te vinden. Zo huisde vanaf 1900 de Nederlandse Cocaïne Fabriek in een onopvallend pand aan de Schinkelkade te vinden. Hier werden cocabladeren uit Nederlands-Indië verwerkt tot cocaïne: in die tijd een volkomen normaal geneesmiddel. In 1994-1995 is op de plek van dit oude fabriekspand een buurthuis annex appartementencomplex gebouwd, ontworpen door architectenbureau Fenna Oorthuys. Woningbouw in Sloten Ook aan de overkant van de Schinkel vond in de eerste decennia van de twintigste eeuw woningbouw plaats. De Sloterkade was in de loop van de negentiende eeuw bijna over de hele lengte bebouwd geraakt met woon- en winkelhuizen die – conform de Slotense bouwverordening – niet hoger waren dan 15 meter en door het gebrek aan één duidelijke rooilijn tot op de dag van vandaag een grillig verloop kennen. De gemeente Sloten kreeg steeds meer te maken met de dynamiek van de oprukkende stad en stelde daarom in 1909 en 1916 uitbreidingsplannen op voor de ontwikkeling van haar eigen grondgebied. Dit leidde ertoe dat het gebied achter de historische bebouwing langs de Sloterkade tot ontwikkeling kwam. Een grote rol hierin was weggelegd door Amsterdams architect J.A.
de Waal, die werkzaam was als grondexploitant en projectontwikkelaar en grote stukken grond langs de Schinkel en ter hoogte van het huidige Jacob Marisplein in bezit had. Op basis van een rastervormig plan liet hij hier vier nieuwe straten aanleggen: de Bosboomstraat (nu Andreas Schelfhoutstraat), Jacob Marisstraat, Theophile de Bockstraat en de Weissenbruchstraat. Zo ontstond de wijk rondom het Jacob Marisplein die door de kleinschalige woonbebouwing nog steeds de sfeer ademt van een kleine provincieplaats. Ook aan de Sloterkade verscheen wat nieuwe bebouwing die aansloot op de straten erachter. Hierbij werd op twee hoeken met respectievelijk de Theophile de Bockstraat en de Weissenbruchstraat de rooilijn bewust naar achter gelegd om een klein pleintje te creëren.
Afbeelding 22: Uitbreidingsplan van de Gemeente Sloten, getekend door H.A. Rübenkamp, gemeentearchitect bij de Dienst der gemeentewerken. Het westen is boven, het noorden rechts. Het plangebied is met een rode contour aangegeven. Duidelijk is te zien dat ter hoogte van het Hoofddorpplein en het Surinameplein al pleinen zijn ingetekend. Uit SAA, 10033: Collectie Stadsarchief Amsterdam: kaarten van stadsgedeelten, 7 Nieuw West: 754, 1916.
Jacob Marisbuurt De Jacob Marisstraat had naast een woon- ook een verkeersfunctie. Deze ontlastte de drukke Sloterkade, vooral toen in 1915 de paardentram van Sloten naar Amsterdam hierdoorheen ging rijden. Helemaal aan de zuidkant van het huidige Jacob Marisplein stond van 1908 tot omstreeks 1920 een 41
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
imposante watertoren, die dit deel van Sloten van drinkwater voorzag totdat de Amsterdamse waterleiding dit overnam. De nieuw aangelegde straten worden nog gerekend tot de 19e-eeuwse Ring en bestaan uit aaneengesloten gevelwanden. Hierbinnen hebben de huizen vergelijkbare gevelhoogtes en-breedtes, maar zijn deze vaak wel iets anders vormgegeven. Opvallend zijn de zogenaamde ‘kabouterhuisjes’ aan de Jacob Marisstraat en het Rijksmonument op Jacob Marisplein 20 dat een op de zeventiende-eeuwse Renaissance geïnspireerde vormentaal kent. Dat de bebouwing in tegenstelling tot de Schinkelbuurt was bedoeld voor de meer gegoede burger, blijkt uit de bij bouw opgenomen bepalingen: '[...] op de terreinen mogen geen arbeiderswoningen, fabrieken of trafieken, geen bordelen, nacht- dans- koffie- wijn- bier- of speelhuizen, tapperijen, koetshuizen, stallen of pakhuizen noch inrichtingen voor publieke vermakelijkheden worden opgericht, gesticht of gehouden [...].'
Afbeeldingen 23-26: Linksboven een kaart uit 1920 met daarop het plangebied in rood aangegeven. De eerste aangelegde straten achter de Sloterkade zijn duidelijk te zien. Rechtsboven een foto van de (verdwenen) watertoren in de Jacob Marisstraat die hier nog in aanbouw is. Linksonder: Sloterkade 61-61 met op de voorgrond een hoekpand uit 1907 met een verder naar achter gelegen rooilijn. Rechtsonder: Kabouterhuisjes in de Jacob Marisstraat. Uit SAA, D10100000013, 19101920; OSIM00008000473, 1904-1906; OSIM00003005925, jaartal onbekend; J.M Arsath Roís, 010122040463, 1979.
42
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
3.1.4
1921-1940: Hoofddorppleinbuurt
Een nieuw uitbreidingsplan In 1921 annexeerde Amsterdam de gemeente Sloten, waarmee het grondgebied ten westen van de Schinkel in Amsterdamse handen kwam. In deze tijd besloot de rechtse regering dat het maar afgelopen moest zijn met de sociale woningbouw, waardoor gemeenten en woningbouwverenigingen geen subsidie meer kregen. Het plan voor de aanleg van de Hoofddorppleinbuurt kwam dan ook van één grote eigenaar: de Grondbriefbank, waarvan architect H.A.J. Baanders de directeur was. De uitwerking ging op een zelfde manier als bij Plan West, waarbij de gemeente Amsterdam controle uitoefende door een aangestelde commissie het Slotense uitbreidingsplan uit 1916 aan te laten passen. Dit driemanschap bestond uit het hoofd van de Dienst der Publieke Werken, A.R. Hulshoff, en de architecten Jan Gratama en H. van der Vijgh. Zij bepaalden het stratenplan en waakten over de architectonische eenheid. Hierbij werd veel overgenomen uit het Slotense uitbreidingsplan, zoals het ronde Surinameplein, de noordzuidlopende Haarlemmermeerstraat en het Hoofddorpplein met de aan de oostzijde hierop aansluitende Hoofddorpweg. Ook de sterk in hoogte afwisselende bebouwing langs de Sloterkade en rond het Jacob Marisplein werd meegenomen en geïntegreerd in de planvorming. Het resultaat was in feite een kleinere versie van het plan voor het Mercatorplein en omgeving.
Een groot verschil was echter dat er in de Hoofddorppleinbuurt middenstandswoningen werden gebouwd en de architectuur, waarbij het met pannen gedekte dak een eerherstel kreeg, veel traditioneler was. Gordel ’20-‘40 Het ontwerp voor de Hoofddorppleinbuurt volgde de vormgevingsprincipes zoals deze al eerder door Berlage bij de opzet van Plan Zuid (1917) waren toegepast en typerend zijn voor de Gordel ’20-’40: lange brede straten, ruimte en overzichtelijkheid, zichtlijnen, oriëntatie en rechte hoeken en lijnen. Kenmerkend is de samenhang tussen architectuur en stedenbouw, waarbij de individuele woning ondergeschikt wordt gemaakt aan de straatwand die cruciaal is in de ontwerpopgave van de stedenbouwer. Hierin is een aantal ontwerpprincipes zichtbaar. Het meest in het oog springend is de geaccentueerde hoekbebouwing. Beeldbepalend zijn ook torens in de zichtas van de straat, poorten en andere elementen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van spiegelingen en symmetrie en is er een sterk hiërarchisch onderscheid tussen de monumentaal vormgegeven hoofdstraten, waar de bebouwing overwegend vijf lagen telt, en de secundaire wegen, waar dit er vier zijn. De hiërarchische opzet van straten wordt ook onderstreept door de profilering en de keuze van beplanting. In de hoofdwegen zijn de bomen slank, hoog en statig, in de buurstraten juist klein en pittoresk.
Ook verschilt de keuze van boomsoort waar de beplanting van straat- en plein samenkomen, zoals is te zien op het Legmeerplein.
Afbeeldingen 27-28: Links een hoogteaccent op de hoek van de Haarlemmermeer- en de Weissenbruchstraat. Rechts de Legmeerstraat. M&A, 2019.
43
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Het Hoofddorpplein en omgeving Rond 1925 werd begonnen met het bouwrijp maken van de terreinen voor de Hoofddorppleinbuurt. De aanleg begon met het plein (1925-1930) en de directe omgeving (1928-1935). Het Hoofddorpplein kreeg in het midden een plantsoen dat was ingericht als siertuin en werd afgebakend door in baksteen opgetrokken blokken die ondanks hun verschillende uitvoeringen, van opzet gelijk zijn. Alle vier zijn ze rechthoekig en symmetrisch, met lagere en smallere zijstukken. Zowel de bouwblokken aan het plein als delen van de straten die erop uitkwamen, zijn hooggewaardeerd en geheel ontworpen door J.M. van der Mey, een architect die zijn sporen had verdiend bij de uitvoering van Plan West. De ontwerpen van de blokken aan de noordzijde tussen de Haarlemmermeerstraat en Warmondstraat en aan de zuidzijde tussen de Aalsmeerweg en de Leimuidenstraat ontstonden uit een samenwerking van Van der Mey en architect J.J.B. Franswa. De monumentale gevelwanden van de woonblokken in de Haarlemmermeerstraat werden ontworpen door architectenbureau Baanders. Net als het Mercatorplein heeft het Hoofddorpplein een bajonetontsluiting waarbij de straten in het verlengde van de pleinwanden uitwaaieren. Van der Mey had in de as van de Hoofddorpweg een toren ontworpen die vergelijkbaar was met de torens van het Mercatorplein.
Deze markeerde het punt waar aan de westzijde het plein overging in de straat. Omdat het onderhoud van deze toren zoals bij wel meer architectonische elementen van de Amsterdamse School te kostbaar werd gevonden, is deze na de oorlog gesloopt.
Afbeeldingen 29-31: Boven Hoofddorpplein 21-41 vermoedelijk vlak na voltooiing, met toren. Linksonder de bebouwing van het Hoofddorpplein tussen de Warmondstraat en de Haarlemmermeerstraat. Rechtsonder het Legmeerplein, vlak na voltooiing. Uit SAA, 010012000924, jaartal onbekend; 010016000040, 1934; 010122040297, 1959.
44
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Afbeelding 32: Kaart van Amsterdam uit 1931, waarop het eerste aangelegde deel van de Hoofddorpplein te zien is. Het plangebied is rood omcirkeld. Uit SAA, D10100000020, 1931.
Afbeelding 33: Luchtfoto waarop het als eerst voltooide, zuidoostelijk deel van de Hoofddorppleinbuurt is te zien. Rechts bovenin bevindt zich het Hoofddorpplein, in het midden loopt de Aalsmeerweg en onderaan de Rijnsburgerstraat die het tracé van de oude Sloterweg volgt. De hiërarchie in de bebouwing tussen hoofd- en secundaire wegen is duidelijk te zien. Uit SAA, A04139001035, 8 april 1931.
45
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Voltooiing Hoofddorppleinbuurt Het westelijk deel van de Hoofddorppleinbuurt werd gerealiseerd tussen 1931 en 1940. Dit gebeurde onder leiding van Cornelis van Eesteren, die in 1929 hoofd werd van de pas opgerichte afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken. Hij voorstond een functionalistische stedenbouw waarin licht, lucht en ruimte een doorslaggevende rol spelen. Dit kwam tot uiting in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), dat na uitgebreid onderzoek werd vastgesteld in 1935 en voorzag in een ruim opgezette stadsuitbreiding waarin grote zorg werd besteed aan het groen. Hoewel Van Eesteren zich bij de aanleg van dit deel van de buurt hield aan wat al door de Dienst Publieke werken was getekend, schemeren zijn stedenbouwkundige opvattingen door in de uitvoering. Zo is de architectuur hier in vergelijking met het eerder aangelegde deel van de buurt zeer terughoudend gehouden, om meer aandacht te vestigen op de stedenbouwkundige ruimte. In tegenstelling tot de architectuur van de bebouwing is de stedenbouwkundige structuur is in dit deel van de wijk dan ook hoog gewaardeerd.
Afbeelding 34-35: Links de Abbenesweg met op de hoek de Westlandgracht. Rechts een luchtfoto van de Hoofddorppleinbuurt uit 1952 met Westlandgracht aan de westzijde. Uit SAA, B00000012758 en A04139001043.
Groen in de hoofdrol De ontwerpers van het AUP kenden een grote betekenis toe aan groen en water. Volgens hen voldeed groen het beste aan zijn bestemming als het niet alleen voor ontspanning kon worden gebruikt, maar ook als doorgangsroute voor voetgangers en fietsers. Onder verwijzing naar landen als Engeland en Duitsland, waar de normen voor de op te nemen oppervlakten aan groen wettelijk waren vastgelegd, werd de hoeveelheid groen in het AUP nauwkeurig bepaald op basis van de norm van 3,5 m2 groenoppervlak per inwoner. Ook in de straten die Van Eesteren in de Hoofddorppleinbuurt ontwierp, poogde hij zoveel mogelijk ruimte voor groen te creëren door straten als de Abbenes-, Sassenheim- en Rietwijkerstraat een asymmetrisch profiel te geven. De belangrijkste en hoogst gewaarde groenzones in de Hoofddorppleinbuurt worden echter gevormd door de Theophile de Bockstraat en de Westlandgracht. De Theophile de Bockstraat was voor de ontwerpers van het AUP van groot belang omdat hier de oude en de nieuwe stad samenkwamen en is dan ook bedoeld als overgangsstrook tussen het Vondelpark en het Rembrandtpark. Aanvankelijk was het idee om bij deze straat een verbinding te graven tussen de Westlandgracht en de Schinkel, maar dat is nooit gebeurd.
De in de jaren dertig aangelegde Westlandgracht had in Van Eesterens ontwerp een grote stedenbouwkundige betekenis als markering van de scheiding tussen de oude stad en de nieuwe uitbreidingswijken, waardoor de 46
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
bebouwing van de oost- en westzijde sterk contrasteert. In de jaren vijftig werd de Slotervaart gedeeltelijk omgelegd en geëgaliseerd, waarmee de Westlandgracht werd vergroot en er een bassin ontstond dat meer recreatiemogelijkheden schiep. Het scherm van hoog opgaande platanen langs de gracht geeft het uitzicht over dit unieke waterplein een grote allure. Zij is, zoals in de toelichting bij het AUP valt te lezen, als ‘aesthetisch element in het stadsbeeld van onschatbare waarde’.
Afbeelding 36: Uitsnede van het AUP uit 1935 met daarop het plangebied. Het rode gebied is het nog te realiseren deel van de Hoofddorppleinbuurt. De doorlopende groenstructuur van Vondelpark naar Rembrandtpark is ook te zien, hoewel de gracht ter hoogte van de Theophile de Bockstraat er nooit is gekomen. Uit SAA, STOK0100025000001, 1935.
Afbeelding 37: Uitsnede van een door Holkema en Warendorf uitgegeven kaart van Amsterdam uit 1936 met daarop het plangebied in rood aangegeven. De Westlandgracht had hierop nog niet zijn huidige vorm. Uit SAA, KOKA00603000001, 1936.
47
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Surinameplein en omgeving Het Surinameplein begrenst het plangebied aan de noordzijde. De bebouwing aan de zuidoostzijde van dit plein ligt in de Hoofddorppleinbuurt en heeft de status van gemeentelijk monument. Voor de aanleg van dit plein en de omgeving ervan werd in 1926 een plan gemaakt door architect J. Roodenburgh als onderdeel van Plan West. Hij ontwierp de holronde wanden die elk uit drie in een stompe hoek tegen elkaar geplaatste blokken bestaan. Het plein en de bebouwing kwam in verschillende fases tot stand, waarvan het zuidoostelijk deel in de Hoofddorppleinbuurt gereed was in 1929 en behoort tot de Gordel ’20-’40. Een deel van de Overtoomse Buurt, op deze plek ‘’t Eilandje’ geheten, sneuvelde bij de aanleg ervan. Door voortschrijdend inzicht pakte de uiteindelijke uitwerking van het plein anders uit. Ter voorbereiding op het Algemeen Uitbreidingsplan werd in 1929 onder Van Eesteren een grote verkeersweg richting de Westelijke Tuinsteden geprojecteerd: de huidige Cornelis Lelylaan. Hierdoor verdrievoudigde de omvang van het plein aan de westzijde en kreeg het een langgerekte in plaats van ronde vorm. In 1961 verrees het door C. Wegener van Sleeswijk ontworpen complex de Klokkenhof aan de zuidwestzijde van het Surinameplein. Zowel de hoogbouw als het voormalige bibliotheekgebouw heeft sinds 2020 de status van gemeentelijk monument.
Afbeeldingen 38-40: Linksboven ’t Eilandje bij de Slotervaart, waarvan op deze foto al een deel gesloopt is. De huizen vooraan stonden op de plaats van de even zijde van de huidige Andreas Schelfhoutstraat, met links de zandopspuiting voor het Surinameplein.. Rechtsboven het Surinameplein met de door Roodenburgh ontworpen bebouwing. Onder een luchtfoto van het Surinameplein en omgeving gezien in westelijke richting. Rechts bovenaan de Schinkel met daaronder de Hoofddorppleinbuurt. Het perceel aan de zuidwestzijde van het plein is nog onbebouwd. Uit SAA, OSIM00001003728, juli 1924; 5221F2001136, jaartal onbekend; collectie Stadsarchief Amsterdam, A04139000877, 21 september 1955.
48
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Gebouwen met publieke functies De Hoofddorppleinbuurt is voornamelijk een woonbuurt, maar herbergt ook andere functies. Zo zijn er bij de aanleg van de buurt verschillende scholen gebouwd. Voorbeelden hiervan zijn de tegenover elkaar gelegen scholen in de Floris Versterstraat, waarvan nummer 10 een gemeentelijk monument is. Winkels en horeca bevinden zich van oudsher aan het Hoofddorpplein en aan de hoofdstraten. Vermeldenswaardig is de Andreaskerk die in 1936 werd gebouwd en zich – praktisch onzichtbaar vanaf de straat – bevindt achter de gevels van de bebouwing aan de Andreas Schelfhoutstraat, Wijsmullerstraat, Floris Versterstraat en Haarlemmerstraat. Tegenwoordig heeft dit gebouw een woonfunctie. Schaalvergroting aan de Sloterkade De Sloterkade kent van oudsher een sterke functiemenging. De grote bedrijvigheid in de vorm van aanmerende boten van warmoezeniers uit Sloten leidde immers tot de komst van herbergen, winkels en (prestedelijke) industrie. De grotendeels eind-negentiende-eeuwse bebouwing kende een afwisselende rooilijn en was ondanks de vele hoogteverschillen nooit hoger dan de door de gemeente Sloten gehanteerde bouwhoogte van 15 meter. In 1934 vond de eerste schaalvergroting plaats in de vorm van de door Anton Hamaker ontworpen Victoria-bioscoop.
De ‘Victoria’ was aanvankelijk aan de Nieuwendijk te vinden, maar na een verwoestende brand besloot de eigenaar de bioscoop opnieuw te openen aan de Sloterkade.. In vergelijking met de omringende bebouwing viel direct de hoogte van het grote gebouw op: de Slotense bouwverordening was immers niet meer van toepassing. Tegenwoordig bevindt zich op de plek van het pand een appartementencomplex. Nog wel aanwezig is het monumentale woongebouw ontworpen door Piet Zanstra, Jan Giesen en Karel Sijmons uit 1940 bij de Zeilbrug.
Afbeeldingen 41-43: Linksboven de Andreaskerk met daarachter de Calvijnschool aan de Floris Versterstraat (1972). Rechtsboven het door Zanstra, Giesen en Sijmons ontworpen woongebouw (1943), rechtsonder de Victoriabioscoop (1980). Uit SAA, B00000010211, 5293FO002817 en 010122009190.
49
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
3.1.5
Jaren ’50 – 2000: naoorlogse ontwikkelingen
In de tweede helft van de twintigste eeuw is op verschillende plekken in zowel de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt oude bebouwing incidenteel vervangen door nieuwbouw. Het gaat hier echter niet om grootschalige stads- of stedelijke vernieuwingsprojecten. Schinkelbuurt Doordat de Dubbele Buurt in de jaren dertig grotendeels moest wijken voor de verbreding van de Amstelveenseweg en de Schinkel, zijn tussen de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade verschillende woonblokken gebouwd variërend van de jaren ’50 tot ’00. Vermeldenswaardig is het wooncomplex aan de Amstelveenseweg 106-120. Het is vermoedelijk in 1955 gebouwd naar een ontwerp van de architecten L. Göbel en G. den Hartog en bevindt zich tegenover de ingang van het Vondelpark. In zijn opzet is het kenmerkend voor de overgangsfase van het gesloten bouwblok uit de Gordel 20’-’40 naar de naoorlogse strokenbouw. In de rest van de Schinkelbuurt heeft in de jaren ’70-’80 her en der wat stads- en stedelijke vernieuwing plaatsgevonden.
Een voorbeeld daarvan is het gebouw aan de Derde Schinkelstraat 2-4, dat zich ondanks de moderne architectuur schikt in het negentiende-eeuwse straatbeeld, en het veelzijdige woningencomplex aan de Schinkelhavenkade 25-53 dat naast een aantal appartementen, een rolstoelwoning en een HAT-eenheid ook in woningen en collectieve ruimtes voorzag voor twee woongroepen die hier hun intrek zouden nemen – waaronder één met de passende naam ‘’t Schinkeltje’.
Afbeelding 44: De Amstelveenseweg na de sloop van de
Afbeelding 45: Amstelveenseweg 106 – 120. Uit: SAA,
huizen in de Dubbele Buurt. Uit: SAA,
BMAB00017000007_015, 1988.
OSIM00005005136, 1933.
Sloterkade en Jacob Marisbuurt De schaalvergroting heeft aan de Sloterkade in de laatste decennia van de twintigste eeuw flink doorgezet en het aanzien ervan veranderd. Tegenwoordig heeft deze een zeer divers aanzicht door het contrast van grote bouwblokken uit verschillende periodes met prestedelijke en vooroorlogse bebouwing. In vergelijking met de rest van het plangebied heeft hier relatief veel stedelijke en stadsvernieuwing plaatsgevonden. Een voorbeeld daarvan is een woningbouwcomplex op de nummers 50
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
33-40 uit 1980-81 van Sier van Rhijn dat, door de aanwezigheid van rolstoelwoningen, typologisch van grote waarde is, en het woningen- annex winkelcomplex dat vermaard architect Ben Ingwersen in 1965 ontwierp aan de Sloterkade 110-124.Daarnaast verscheen er een aantal kantoorgebouwen. Zo maakte een rij Slotense woon- en winkelhuizen in 1969-1971 plaats voor het iconische Bankgirogebouw, dat in 1997-1999 vervolgens is verbouwd tot een groot appartementencomplex. Het contrast met het ernaast gelegen zeventiende-eeuwse Aalsmeerder Veerhuis kan bijna niet groter. Noemenswaardig is ook een in 1975 gebouwd wooncomplex aan het Jacob Marisplein dat ruimte biedt aan 12 atelierwoningen en zich op fraaie wijze schikt aan het negentiende-eeuwse straatbeeld.
Afbeelding 46: Sloterkade met het oude Bankgirogebouw en het Aalsmeerder Veerhuis. Helemaal links het woningbouwblok ontworpen door Sier van Rhijn. Uit SAA, B00000012699, 1980.
51
C 19-032 02 2021
3.2
Gemeente Amsterdam
Stedenbouwkundige, typologische en architectonische aspecten 3.2.1
Stedenbouwkundige opzet
Schinkelbuurt De bebouwing van de Schinkelbuurt volgt de oude slotenverkaveling. De hoofdader in de buurt wordt bepaald door de drukke Amstelveenseweg, die tevens de oostgrens van het plangebied vormt. Van oudsher is deze woon/winkelstraat een belangrijke verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen. Tussen deze weg en de Schinkelkade lopen oost-west georiënteerde dwarsstraten die worden gedomineerd door woningbouw van rond 1910 en bestaat uit aaneengeschakelde gesloten bouwblokken. Deze straten zijn stenig en voorzien van één rij bomen: het meeste groen bevindt zich achter gesloten gevels in de binnentuinen. In de Zeilstraat en Amstelveenseweg bevinden zich op de begane grond van de woonblokken winkel- en horecavoorzieningen. In de Schinkelbuurt werden, verspreid over de dwarsstraten, ook wat scholen gebouwd waarvan de gevels werden geïntegreerd in de gesloten bouwblokken. Op de plek van de oude Dubbele Buurt, in de ‘driehoek’ waar de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade samenkomen, zijn verschillende bouwblokken uit de tweede helft van de twintigste eeuw te vinden die verschillen in grootte en opzet. Ten zuiden van de Vaartstraat bevinden zich publieke en maatschappelijke voorzieningen, maar deze liggen buiten het plangebied.
Hoofddorppleinbuurt Het deel van de Hoofddorppleinbuurt dat behoort tot de Gordel ’20-‘40 is planmatig tot stand gekomen en kent een duidelijke structuur die bestaat uit een grid van oost-west- en noord-zuidlopende hoofd- en secundaire wegen. De belangrijkste wegen komen samen in het Hoofddorpplein, dat het centrum van de buurt vormt. De bajonetontsluiting van Haarlemmermeerstraat, Hoofddorpplein en Aalsmeerweg is vergelijkbaar met die van het Mercatorplein. Belangrijk voor het karakter van de buurt is het schaalverschil tussen de hoofd- en secundaire wegen. De breedte van de straten varieert van 22 meter voor de hoofdwegen tot 15 à 18 meter voor de buurtstraten. Aan de hoofdwegen telt de bebouwing overwegend vijf lagen, aan de secundaire wegen zijn dat er vier. De bebouwing bestaat uit gesloten bouwblokken voorzien van binnentuinen en was indertijd bedoeld voor de middenklasse. Een aantal schoolgebouwen is te vinden in de secundaire wegen, zoals de Rietwijkerstraat de Floris Versterstraat, waarvan de gevels zijn geïntegreerd in de gesloten bouwblokken. Een uitzondering vormt het multifunctionele schoolgebouw aan de Theophile de Bockstraat bij de Westlandgracht dat in 2010 is gerealiseerd. Winkel- en horecavoorzieningen bevinden zich op de begane grond van de blokken aan verschillende hoofdstraten, zoals de Haarlemmermeerstraat en het Hoofddorpplein.
Het Surinameplein begrenst de buurt aan de noordzijde, de Westlandgracht aan de westzijde en de Schinkel vormt de oostgrens. De Jacob Marisbuurt kwam al tot stand onder de gemeente Sloten en behoort nog tot de negentiende-eeuwse ring. Ook deze buurt bestaat uit een rastervormig grid van oost-west en noordzuidlopende wegen waaraan zich gesloten bebouwing bevindt. Deze woningen variëren meer in ontwerp en hebben een aanzienlijk lagere en meer diverse bouwhoogte dan het Gordel ’20-’40-gedeelte. Het oudste deel van de Hoofddorppleinbuurt wordt gevormd door de Sloterkade, die door de verschillende rooilijnen en bebouwingstypes een grillig verloop kent. De (deels pre-stedelijke) bebouwing is hier door de eeuwen heen op een bijna organische manier ontstaan en herinnert aan de tijd van grote bedrijvigheid bij de overtoom. Daarmee is het een belangrijke cultuurhistorische as. De diversiteit aan 52
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
bebouwing maakt de gelaagde ontwikkelgeschiedenis van de kade afleesbaar. Door de ligging aan de Schinkel kent deze van oudsher een functiemengeling van wonen, werken en (voornamelijk prestedelijke) industrie. Tegenwoordig is hier wegens de ligging aan het water ook horeca te vinden.
Afbeelding 47: Luchtfoto van de Hoofddorppleijknbuurt (links) en Schinkelbuurt (rechts) genomen in noordelijke richting. Uit SAA, B00000037448, 1986.
53
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
3.2.2
Openbare ruimte, groen en water
Schinkelbuurt Het aantal pleinen in de Schinkelbuurt is beperkt. Hoewel de buurt niet beschikt over speciaal aangelegde pleinen, zijn op verschillende plekken de hoeken van de bouwblokken echter afgeschuind of de rooilijnen naar achter gelegd. Daar waar enkele dwarsstraten aansluiten op de Amstelveenseweg dan wel Schinkelkade, zijn op deze manier wat kleinere pleintjes ontstaan. Openbare groenvoorzieningen zijn grotendeels beperkt tot boomaanplant in de straten. Zo zijn de dwarsstraten op de Zeilstraat na voorzien van een rij bomen. Ook de Schinkelkade is voorzien van een bomenrij die het een groen karakter geeft. Groene long van deze buurt is het plantsoen aan de Schinkelhavenstraat op de plaats van de voormalige uitspanning Schinkelhaven. Deze maakt onderdeel uit van een groene doorgaande fietsen wandelroute tussen het Vondelpark en het Rembrandtpark, zoals bedacht in het AUP. Veel privégroen in de buurt is echter niet zichtbaar vanwege de stedenbouwkundige opzet van gesloten bouwblokken. Het groen in de binnentuinen van de Schinkelbuurt is dan ook belangrijk voor de woonkwaliteit in de buurt. Verdere verdichting hiervan is dan ook onwenselijk. Ten slotte is ook de Schinkel vermeldenswaardig. Niet alleen speelde deze een significante rol in de pre-stedelijke ontstaansgeschiedenis van de wijk, het is ook een belangrijke ruimtelijke as.
Vroeger een bedrijvige handelsroute, tegenwoordig een aantrekkelijk onderdeel van de leefomgeving vanwege het uitzicht en de recreatiemogelijkheden.
Afbeeldingen 48-50: Linksboven het plantsoentje bij Schinkelhaven, gezien richting Amstelveenseweg en Vondelpark. Rechtsboven een afgeschuinde hoek op de Amstelveenseweg. Linksonder een verder naar achtergelegen rooilijn in de Schinkelbuurt, waardoor een pleintje ontstaat. M&A, 2019.
54
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Hoofddorppleinbuurt In de Hoofddorppleinbuurt is een grote rol voor pleinen weggelegd. Naast het Hoofddorpplein maken ook het Legmeerplein, twee pleinen in de Woestduinstraat, de Theophile de Bockstraat en het Jacob Marisplein deel uit van de buurt. In de bebouwing die werd gepleegd onder de gemeente Sloten, is op de hoek van de Sloterkade met respectievelijk de Theophile de Bockstraat en de Weissenbruchstraat de rooilijn bewust naar achter gelegd om meer openbare ruimte te creëren, waardoor ook hier een soort pleinen zijn ontstaan. Groen en water zijn volop aanwezig in de buurt. De aanwezige pleinen hebben allemaal een groene inrichting en de beplanting in de buurt werd ook ingezet om de hiërarchische opzet van de straten te onderstrepen. In de hoofdwegen zijn de bomen slank, hoog en statig, in de buurstraten klein en pittoresk. Ook verschilt de keuze van boomsoort waar de boombeplanting van straat- en plein samenkomen, zoals op het Legmeerplein. In de door Van Eesteren ontworpen straten is een asymmetrisch profiel toegepast om meer ruimte voor groen te creëren. Dit is terug te zien in de Abbenes-, Sassenheim- en Rietwijkerstraat. Het meeste privégroen is te vinden in de binnentuinen achter de gesloten gevels. Een uitzondering hierin vormt het rijtje huizen op het Jacob Marisplein, waar de achtertuinen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
De twee belangrijkste groenzones in de Hoofddorppleinbuurt zijn de Theophile de Bockstraat en de Westlandgracht. De Theophile de Bockstraat is door Van Eesteren bedoeld als een overgangsstrook tussen het Vondelpark en het Rembrandtpark en ligt dan ook in het verlengde van het Schinkelhavenplantsoen aan de overkant van de Schinkel. Conform het gedachtegoed van de opstellers van het AUP dient deze niet alleen ter ontspanning, maar ook als doorgangsroute van voetgangers en fietsers. De Westlandgracht is naast ontspanningszone ook van stedenbouwkundige betekenis: deze markeert de scheiding tussen de oude stad en de nieuwe uitbreidingswijken, waardoor de bebouwing van de oost en westzijde sterk contrasteert. Het scherm van hoog opgaande platanen langs de gracht geeft het uitzicht over dit unieke waterplein een grote allure.
Afbeelding 51-53: Linksboven de Westlandgracht met plezierbootjes. Rechtsboven de groenstrook van de Theophilde de Bockstraat. Op de achtergrond de Westlandgracht met vaag in de verte de hoogbouw aan de overkant. Rechtsonder het Legmeerplein. M&A, 2019.
55
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
3.2.3
Architectuur
Schinkelbuurt De Schinkelbuurt wordt gedomineerd door gesloten woningbouwblokken van rond 1910 met meestal vier bouwlagen en een kap. De kap is grotendeels parallel aan de straat geplaatst en de blokken hebben karakteristieke verticale ramen en dakkappelen met een uitkragende hijsbalk. Bij sommige blokken is er uit hygiënisch oogpunt op de ontmoeting tussen de lange zijde van een woonblok en de kopbebouwing ruimte opengelaten voor lichtinval en luchtdoorstroming. De al eerder genoemde kenmerkende afgeschuinde hoeken zijn vaak voorzien van verbijzonderingen in de architectuur. Aan de Amstelveenseweg zijn de huizen wat rijker gedecoreerd dan in de dwarsstraten. Op de begane grond van deze bouwblokken en die in de Zeilstraat bevinden zich winkels en horecagelegenheden, die duidelijk herkenbaar zijn aan de verschillende winkelpuien die de plinten sieren. Opvallend is de negentiendeeeuwse paardentramremise, die in Russische stijl is neergezet en een overblijfsel is van de vermaaksarchitectuur bij het Vondelpark. In de jaren tachtig, negentig en nul is her en der wat bebouwing in de dwarsstraten vervangen door moderne woningbouw met een meer eigentijdse architectuur die de aanwezige verkavelingsvormen respecteert.
Het noordelijkste deel van de buurt in de ‘driehoek’ tussen de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade bestaat uit woningbouw- en appartementenblokken die in de tweede helft van de twintigste eeuw zijn gebouwd.
Afbeeldingen 54-57: Linksboven een woonblok aan de Amstelveenseweg met decoraties en op de begane grond winkelpuien. Rechtsboven soberder vormgegeven arbeiderswoningen in de Sluisstraat. Linksonder een open ruimte tussen twee blokken voor voldoende lichtinval aan de Schinkelhavenstraat. Rechtsonder in de jaren ’90 gerealiseerde nieuwbouw op de hoek van de Schinkelkade, die aansluit op de bestaande bebouwing. M&A, 2019.
56
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Hoofddorppleinbuurt De Hoofddorppleinbuurt wordt gedomineerd door gesloten bouwblokken voor de middenklasse die zijn vormgegeven in een sobere variant van de Amsterdamse School. De hiërarchie tussen de secundaire en hoofdwegen komt tot uiting in de architectuur. Aan de hoofdwegen telt de bebouwing overwegend vijf lagen, aan de secundaire wegen zijn dat er vier. Rond het Hoofddorpplein en langs de hoofdwegen is de architectuur uitbundiger dan de woonbebouwing langs de buurtstraten. In het noordwestelijk gedeelte dat tussen 1932 en 1937 verrees onder Van Eesteren is de architectuur bewust zeer terughoudend gehouden met erkerpartijen die voor een sterke ritmering van de stedenbouwkundige ruimte zorgen en een ver uitkragende dakgoot die de straat van boven duidelijk beëindigt. Op die manier is de aandacht verschoven van de architectuur naar de vormgeving van de stedenbouwkundige ruimte, die dan ook hoger is gewaardeerd op de ordekaarten (zie: hoofdstuk 4). De architectuur van de pre-stedelijke bebouwing rondom het Jacob Marisplein bestaat uit aanzienlijk minder bouwlagen (in het geval van de kabouterhuisjes zijn dit er zelfs maar twee) en is qua ontwerp zeer divers. Net als in de Schinkelbuurt is hier op meerdere plekken gezorgd voor lichtinval door ruimte open te laten tussen de lange zijde van een woonblok en de kopbebouwing.
De Sloterkade kent door het verschil in rooilijnen en bebouwingshoogtes een grillig verloop. Naast het zeventiende-eeuwse Aalsmeerder Veerhuis wordt hier negentiende-eeuwse en begin-twintigste-eeuwse bebouwing afgewisseld met modernere bouwblokken.
Afbeeldingen 58-60: Linksboven een prestedelijk pand aan de Jacob Marisstraat met ruimte voor lichtinval tussen de lange zijde en de kopbebouwing. Linksonder een fraai vormgegeven ingang van een bouwblok aan de Haarlemmermeerstraat. Rechtsonder soberder vormgegeven woningen aan de Westlandgracht. Hier speelt het groen in de openbare ruimte overduidelijk de hoofdrol. M&A, 2019.
57
C 19-032 02 2021
4
Gemeente Amsterdam
Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing
De bebouwing in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt werd gerealiseerd in verschillende perioden met de bijbehorende architectuur, zoals in de historisch stedenbouwkundige analyse is te lezen. De waarderingskaarten 19e-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40 en AUP-gebieden zijn sinds oktober 2015 geïntegreerd op maps.amsterdam/ordekaarten. Hierop zijn zowel de stedenbouwkundige zones als de architectuur van gebouwen en bruggen gewaardeerd. De waardering van architectuurordes en stedenbouwkundige/landschappelijke zones leidt in combinatie met elkaar tot een versterking van de aanbevelingen van de aanpak van zowel de architectonische eenheden als van de openbare ruimte. 4.1
Stedenbouwkundige zones
Onder stedenbouwkundige zones wordt het openbaar gebied verstaan, dat wil zeggen: de straten en pleinen of combinaties dan wel gedeelten daarvan, in samenhang met flankerende bebouwing, groen, water en privétuinen die grenzen aan het openbaar gebied. Deze zones zijn gewaardeerd van een basiszone, via zone C en B opklimmend naar zone A (zie welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam, p. 42-44). De zonewaarderingen helpen bij de cultuurhistorische waardering van de verschillende gebieden in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt. Omdat het hierbij vooral om een esthetische waardering gaat, kan een gebied ondanks de vele met een basiszone gewaardeerde straten toch van cultuurhistorisch hoge waarde zijn door de historische betekenis ervan.
Afbeelding 61: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit: stedenbouwkundige zones ter plaatse van het plangebied.
58
C 19-032 02 2021
4.2
Gemeente Amsterdam
Bebouwing
Op de waarderingskaarten wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing in opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1. Op deze kaarten staat ook aangegeven of de panden behoren tot een architectonische eenheid van twee of meer panden, waar accenten in de architectuur zijn aangebracht en of het om een symmetrisch vormgegeven architectuureenheid gaat. Daarnaast zijn de aangewezen rijks- en gemeentelijke monumenten op deze kaarten aangegeven. De architectonische ordes voor de 19de-eeuwse Ring en de Gordel ’20-’40 worden als volgt gedefinieerd: -
Paars – Orde 1: De geregistreerde en beoogde rijks- en gemeentelijke monumenten.
-
Rood – Orde 2: Monumentwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis.
-
Oranje – Orde 3: Karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde.
-
Geel – Basisorde: Voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit, of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren.
-
Grijs – Bebouwing uit overige perioden.
Afbeelding 62: Uitsnede van de Afbeelding 65: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit: architectuur ter plaatse van het plangebied.
59
C 19-032 02 2021
4.3
Gemeente Amsterdam
Naoorlogse bebouwing
Veel naoorlogse bebouwing in het plangebied heeft nog geen waardering gekregen en is dan ook niet terug te vinden op de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. In 2017 is M&A in opdracht van de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit gestart met het maken van waarderingskaarten voor de periode 1970-1985 (Post-AUP), als vervolg op de Waarderingskaarten AUP-gebieden. Binnen dit kader zijn stadsvernieuwingsprojecten, bedrijfs- en kantoorlocaties en uitbreidingswijken uit deze periode gewaardeerd. Omdat de naoorlogse bebouwing in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt die voor 1970 is gerealiseerd nog geen waardering heeft, is ook deze ook meegenomen in het onderzoek. De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing wordt hieronder kort beschreven: Surinameplein 35-59 Architect: C. Wegener Sleeswijk Jaar: 1961 Dit door C. Wegener Sleeswijk ontworpen complex verrees aan de zuidwestzijde van het Surinameplein, waarmee het de grens van de oude stad en de westelijke tuinsteden markeert. Het geheel sluit aan op het zuidelijke van de al in 1927 voltooide gebogen bouwblokken aan de zuidoostzijde van het plein. De Klokkenhof bestaat uit een 14 bouwlagen tellende woontoren, dwars daarop geplaatste langgerekte laagbouw die was bestemd voor bejaardenwoningen, met haaks daarop een bejaardentehuis. Twee paviljoens op de uiterste hoeken dienden als bibliotheek en kantoorruimte.
De hoogbouw, met daarop het carillon waaraan het complex haar naam te denken heeft, is vanwege de hoge monumentwaarde samen met het voormalige bibliotheekcomplex in 2020 aangewezen tot gemeentelijk monument.
Afbeelding 63: De Klokkenhof aan het Surinameplein. Uit SAA, 5293FO008850, jaartal onbekend.
60
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Sloterkade 33-40 Architect: P.H. (Sier) van Rhijn Jaar: 1980-81 Sier van Rhijn ontwierp aan de Sloterkade dit complex, bestaande uit 12 twee-, 8 drie- en 8 vierkamerwoningen, waaronder een aantal rolstoelwoningen, waarmee het van hoge typologische waarde is. Het moderne, in baksteen opgetrokken gebouw is voorzien van een plat dak, heeft een getrapte rooilijn die de (licht diagonale) loop van de Schinkel volgt en zorgvuldig aansluit op de afwisselende verkaveling van de Sloterkade. De teruggelegen ingangen zorgen in combinatie met de naar voren gelegen balkons voor dieptewerking in de gevel en voor een interessante overgang tussen publiek en privé. De witte betonnen kolommen integreren de balkons met de gevel en geven samen met de hijsbalken ritme aan het straatbeeld. Het complex is hierdoor van hoge architectonische en stedenbouwkundige waarde.
Afbeeldingen 64-66. Linksboven: uitsnede tekening plattegrond van het complex. Uit BWT-archief. Rechtsboven: foto van het gebouw, data.amsterdam.nl. Onder: situatie in 1998. Uit SAA, 010122009153.
61
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Jacob Marisplein 7-17 Architect: T.S. Hoogeveen Jaar: 1975-77 Aan de oostzijde van het Jacob Marisplein ontwierp T.S. Hoogeveen 12 atelierwoningen in opdracht van de toenmalige gemeentelijke dienst volkshuisvesting. Elke atelierwoning beschikt over een speciale werkruimte die kan worden gebruikt voor kunstproductie, waarmee dit complex van hoge typologische waarde is. Het in baksteen opgetrokken complex getuigt van een uitgebalanceerd ontwerp, waarbij de afzonderlijke panden, voorzien van grote ramen, balkons en hijsbalken, zorgen voor ritmering en aansluiten op de kleinschaligheid van de Jacob Marisbuurt. Het complex is van zowel hoge stedenbouwkundige als architectonische kwaliteit.
Afbeeldingen 67-69. Linksboven: woningen met op de voorgrond een groenperk op het Jacob Marisplein. Foto door M&A, 2019. Linksboven de atelierwoningen vlak na voltooiing. Uit SAA, 010122040465, 1979. Foto onderaan afkomstig van data.amsterdam.nl
62
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Amstelveenseweg 2-26 Architect: A.J. Westerman Jaar: 1954 Op het driehoekvormige perceel tussen het begin van de Amstelveenseweg en Schinkelhavenkade ontwierp A.J. Westerman een complex bestaande uit 12 woningen, kantoorruimtes en een autoshowroom. Het verrees in 1954 op het braakliggende terrein dat hier aan het eind van de jaren dertig was ontstaan na de gedeeltelijke sloop van de Dubbele Buurt. Dit voor die tijd zeer moderne gebouw is bijzonder in het oeuvre van deze architect, die met name voor de oorlog veel woningen ontwierp en erna weinig productief meer was. Dit gebouw heeft een compact ontwerp met een duidelijke beëindiging op alle hoeken en een mooi evenwicht tussen gesloten- en openheid. De afwisseling van in de in het gebouw verzonken balkons en erkers hebben een plastische werking. Door de ‘koppositie’ op het bebouwingsblok is het alzijdig ontworpen en stedenbouwkundig goed ingepast in het hooggewaardeerde negentiendeeeuwse straatbeeld. Het gebouw is van hoge architectonische en stedenbouwkundige waarde en draagt bovendien bij aan de historische gelaagdheid van deze plek.
Afbeeldingen 70-72. Boven: tekening gevels blok. Uit BWT-archief. Linksonder: aanzicht vanaf de Amstelveenseweg. Rechtsonder: aanzicht vanaf de Schinkelhavenkade. Bron: data.amsterdam.nl
63
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Derde Schinkelstraat 2-4 Architect: K. van Santen Jaar: 1976 Dit wooncomplex kent door de afwisselende bouwhoogtes, verschillende ramen en ongelijk lopende verdiepingen een grote variëteit, maar komt toch over als een samenhangend geheel. Dat evenwicht in tegenstrijdigheidheden is ook terug te vinden in de gesloten massawerking versus de verzonken balkons en modern ogende architectuur van het gebouw dat stedenbouwkundig mooi is geïntegreerd in het negentiende-eeuwse straatbeeld. Hiermee is het een geslaagd voorbeeld van kleinschalige stadsvernieuwing en beschikt het over een hoge architectonische en stedenbouwkundige waarde.
Afbeeldingen 73-74: Foto en bouwtekening van het complex. M&A, 2019 / BWT-archief.
64
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Sloterkade 50-52 Architect: C.P. Onclin Jaar: 1978 Op de plek waar eerst nog een ‘onbewoonbaar verklaarde bouwval’ te vinden was, ontwierp C.P. Onclin een interessant complex met woon- en kantoorruimte. De twee panden lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken te hebben, maar zijn als één geheel ontworpen. De vorm van de gevel en het gebruik van verschillende raam- en baksteensoorten versterken deze illusie, waarmee het ontwerp refereert aan de grote variëteit aan de bebouwing die aan de Sloterkade is te vinden. Ook wat betreft volume sluit het stedenbouwkundig gezien goed aan op dit hooggewaardeerde straatbeeld. Het gebouw draagt dan ook in hoge mate bij aan de bijzondere ruimtelijke structuur en historische gelaagdheid van de Sloterkade.
Afbeelding 75-78. Linksboven: het complex gezien vanaf de Sloterkade. Foto door M&A, 2019. Rechtsboven: Foto van het complex, gezien over de Schinkel. Uit SAA, BMAB00007000010_003, 1988. Onder: tekening met daarop de gevels van het nieuwe complex, ingepast in het straatbeeld. Bron: BWT-archief.
65
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Sloterkade 90-92 Architect: A. Penning Jaar: 1958-65 Dit blok portieketagewoningen is een mooi voorbeeld van naoorlogse architectuur. Het kent duidelijke beëindigingen en heeft een sober, eenvormig exterieur met weinig verbijzonderingen, waardoor het zich ondanks het grote volume en naar voren liggende rooilijn schikt in het straatbeeld. De door een lijst omgeven portieken en classicistisch aandoende natuurstenen plint (die later is voorzien van een grijze kleur) geven het echter een zekere verfijning. De waarde van dit gebouw is met name besloten in de bijdrage die het geeft aan het hooggewaardeerde en historisch gelaagde straatbeeld van de Sloterkade, waarvoor het contrast tussen kleinschalige bebouwing en grote complexen een belangrijke karakteristiek is en als uitgangspunt handhaving van de ruimtelijke structuur geldt.
Afbeelding 79-80: recente en historische foto. Bron: data.amsterdam.nl / SAA, 5293FO010291, jaartal onbekend.
66
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Sloterkade 110-124 Architect: J.B.(Ben) Ingwersen Jaar: 1965 Fraai modernistisch woningen- en winkelcomplex, ontworpen door J.B. Ingwersen. Deze naoorlogse architect staat met name bekend om het grote aantal scholen dat hij ontwierp, waaronder ambachtsschool ‘Het Schip’, en verwierf faam met het multifunctionele ‘Autopon’: een woon- en garagegebouw aan de Overtoom, vernoemd naar Pon’s Automobielhandel. Zowel het Schip als Autopon heeft de status van Rijksmonument. Het door hem ontworpen complex aan de Sloterkade heeft ondanks het grote volume een vriendelijke uitstraling door het witgeverfde beton, de open balustrades waarbij de balkons zorgen voor plasticiteit en de pergola die luchtigheid geeft aan de hijsbalken. Het is van grote cultuurhistorische waarde wegens de plaats die het inneemt in het oeuvre van de architect en van stedenbouwkundige waarde door de bijdrage die het levert aan het gevarieerde en hooggewaardeerde straatbeeld van de Sloterkade.
Afbeelding 81-82: historische foto en recente foto van het complex. Bron: data.amsterdam.nl / SAA, 010122009169, 1978.
67
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Schinkelhavenkade 25-53 Architect: Schippers architecten Jaar: 1988 In opdracht van woningcorporatie Patrimonium ontwierp architectenbureau Schippers dit veelzijdige woningencomplex dat naast een aantal appartementen, een rolstoelwoning en een HAT-eenheid ook in woningen en collectieve ruimtes voorzag voor twee woongroepen die hier hun intrek zouden nemen – waaronder één met de passende naam ‘’t Schinkeltje’. Hierbij hoorde zelfs een speciale woning voor een pianist. Het gebouw oogt in eerste instantie nogal zwaar door de betonnen balkons en massieve bakstenen gevels. Het gebruik van een afwijkende kleur baksteen voor de plint is echter een fraai detail en het complex is op zorgvuldige wijze stedenbouwkundig ingepast: door de terugwijkende hoek stelt het zich bescheiden op en geeft het bovendien vorm aan de openbare ruimte van de Schinkelhavenkade. Door de grote verscheidenheid aan woontypes is dit complex niet alleen van stedenbouwkundige, maar ook van grote typologische waarde.
Afbeelding 83-84: bouwtekening gevels en foto van het straatbeeld. Bron: BWT-archief / data.amsterdam.nl
68
C 19-032 02 2021
4.4
Gemeente Amsterdam
Overige elementen
Alle pleinen en plantsoenen gelden als betekenisvolle elementen in het gebied. Dit geldt ook voor kleinere groene voorzieningen waaraan het karakter van de wijk valt af te lezen. De Schinkel en de Westlandgracht, waterwegen die een significante rol spelen in de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied, zijn bovendien belangrijke ruimtelijke assen en betekenisvolle cultuurhistorische elementen. Dat geldt eveneens voor bijbehorende waterbouwkundige (kunst)werken zoals de sluizen, bruggen en wachtershuisjes. Binnen het plangebied liggen twee bruggen die de Hoofddorpplein- en de Schinkelbuurt met elkaar verbinden: brug 360 tussen de Theophile de Bockststraat en de Schinkelhavenstraat en brug 348 tussen de Zeilstraat en de Hoofddorpweg. Brug 360 ligt hier sinds 1975 en is in het kader van de Waarderingskaarten Post-AUP-gebieden gewaardeerd. Brug 348 is in 1999 vervangen door een nieuw exemplaar, maar beschikt nog over de originele beeldhouwwerken van Hildo Krop die afkomstig zijn van oude brug uit 1927 en cultuurhistorische waarde bezitten.
Afbeelding 85: Brug 360 over de Schinkel tussen de Schinkelhavenstraat en Theophile de Bockstraat. Uit SAA, B00000013843, 1976.
69
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Bronnen
Publicaties
Aardse, H. en M. Statema, Van licht, lucht en groen word je een ‘beter’ mens, een cultuurhistorische verkenning naar de tuin in de Amsterdamse stedenbouw, Monumenten en Archeologie, Amsterdam 2017.
Bolhuis, G., e.a., De atlas Gordel 20-40, Amsterdam 2000.
Haaren, M. van, e.a., Atlas van de 19de -eeuwse Ring, Amsterdam 2004.
Kuyt, J. en N. Middelkoop, G.B. Salm & a. Salm GBzn: bouwmeesters van Amsterdam, Rotterdam 1997.
Mulder, D., ‘Op stadspeil in de polder: ‘Wijk F in de Amsterdamse stadsuitbreiding’ in: Bulletin KNOB 2012-2, p. 99-110.
Platvoet, Leo, Stappen door de Nieuwe Stad. Tochten langs de jongste woningbouw in Amsterdam Zuid, 2000.
Sickmann, J.W.M., De Overtoom en de Dubbele Buurt, Amsterdam 1999.
Steenhuis, M., P. Meurs e.a., De nieuwe grachtengordel. De realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, Bussum 2017.
Vermeer, G. en B. Rebel, d’Ailly’s Historische Gids van Amsterdam, Amsterdam 1992, p. 631-661.
Vermeer, G., B. Rebel en V. Stissi, Historische gids van Amsterdam. Stadsuitbreidingen 1860-1935, Amsterdam 2010, p. 597-607.
Witman, B. en H. de Haan, Amsterdamse pleinen, Amsterdam 2010.
Archieven
Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's
Archief van de Dienst der Publieke Werken; Afdeling Gebouwen: foto's
Archief van Bouw en Woningtoezicht (BWT-archief)
Beeldbank Archief Monumenten en Archeologie
Bureau Monumenten & Archeologie, Beschrijvingen gebouwen in Amis, Amsterdam 2019
Collectie Stadsarchief Amsterdam: kaarten van stadsgedeelten
Websites
Baar, P. de, ‘Een wandeling door de Hoofddorppleinbuurt’, Ons Amsterdam, 16 april 2013. https://onsamsterdam.nl/een-wandeling-door-de-hoofddorppleinbuurt [augustus 2019].
Meershoek, P., ‘Is er niemand die het Boomschorshuisje wil?’, Het Parool, 29 december 2015. https://www.parool.nl/nieuws/is-er-niemand-die-het-boomschorshuisje-wil~bfd7b070/ [juli 2019].
Slot, E, ‘Legaal snuiven, slikken en spuiten. De Nederlandse Cocaïne Fabriek (1900-1962)’, Ons Amsterdam, 1 maart 1994. https://onsamsterdam.nl/legaal-snuiven-slikken-en-spuiten [augustus 2019]. 70
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
‘Nieuwe woningen in oude panden Amsterdam-Zuid’, 10 april 2012. https://www.parool.nl/nieuws/nieuwe-woningen-in-oude-panden-amsterdam-zuid~bbd139f9/ [september 2019].
Website van cultureel complex De Binnenpret: https://binnenpr.home.xs4all.nl/paardentramremise.htm
Website Andreaskerk: https://www.deandreaskerk.nl/historie/
Colofon Datum: Status: Redactie: Tekst:
18 februari 2021 definitief Sandra Guarda, Jouke van der Werf Tessa Henkes
© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2020 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van M&A nodig. M&A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. M&A doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.
71
C 19-032 02 2021
Gemeente Amsterdam
Bijlage
72
Onderzoek dakuitbouwen orde 2 1. Jacob Marisstraat 79-93 Complexnummer 16498; 0rde 2; woningen - Complex is voorzien van schijnkappen. - Niet zichtbaar vanaf de straat. - Deze kappen zijn echter zo laag, dat het uitbouwen conform de regel (30 cm onder de nok) in de praktijk niet mogelijk is. - Uitbouwen zijn dus niet mogelijk.
Bron: data.amsterdam.nl
Het bouwblok gezien van bovenaf, in zuidwestelijke richting. Bron: Google Earth.
Bouwtekening met daarop de doorsnede van het complex. Te zien is dat de schijnkap zeer laag is. Bron: Archief van Bouw- en Woningtoezicht.