CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-188I BP Hoofddorpplein en Schinkelbuurt 2022 - toelichting

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995340.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In maatschappelijke voorzieningen en sportkantines mag overigens ook alcohol worden geschonken, mits er een vergunning op grond van de drank- en horecawet is verleend. Gehanteerde uitgangspunten Samengevat gelden in het bestemmingsplan de volgende uitgangspunten voor maatschappelijke voorzieningen: Panden die geheel in gebruik zijn als maatschappelijke voorziening krijgen in beginsel een maatschappelijke bestemming en kunnen niet worden omgezet naar een andere functie; Maatschappelijke voorzieningen die zijn gevestigd op de begane grond van een winkelstraat krijgen een gemengde bestemming. Op deze locaties is uitwisseling tussen maatschappelijke voorzieningen en publieksgerichte voorzieningen mogelijk. Voor maatschappelijk voorzieningen in de begane grond gelden verder dezelfde voorwaarden als voor publieksgerichte voorzieningen op de begane grond: 1. panden die zijn bestemd voor maatschappelijkke dienstverlening hebben een maximale vestigingsgrootte van 300 m2. Bestaande, legale vestigingen groter dan 300 m2 mogen wel worden voortgezet, maar niet verder worden vergroot. Tevens mogen maximaal twee panden worden samengevoegd tot één vestiging; 2.

maatschappelijke dienstverlening is alleen toegestaan op de begane grond, in het souterrain en in de kelder; Maatschappelijke voorzieningen die zijn gevestigd op de begane grond van een doorgaande straat, een buurtvoorzieningencluster of een woonstraat krijgen een eigen bestemming en worden gereserveerd voor maatschappelijke dienstverlening. Uitwisseling met andere niet-woonfuncties en wonen is niet mogelijk. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Binnen de bestemming Maatschappelijk wordende volgende functies toegelaten: onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen, culturele voorzieningen, religieuze en levensbeschouwelijke voorzieningen, buurthuizen en welzijnsvoorzieningen, overheidsvoorzieningen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven en sportvoorzieningen (sportschool uitgezonderd). De bijbehorende buitenruimten met de bestemming Maatschappelijk mogen worden gebruikt als buitenruimte bij kinderopvang; Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de vestiging van nieuwe buitenruimte in de binnentuin bij kinderdagverblijven. Deze worden alleen toegestaan indien er geen onevenredige geluidsoverlast ontstaat op het binnenterrein van het betreffende bouwblok; Ondersteunende horeca wordt bij recht toegestaan in maatschappelijke voorzieningen. Maximaal

Gemeente Amsterdam

blz. 70

20% van het vloeroppervlak mag worden gebruikt voor ondersteunende horeca. 3.4.4

Horeca

Eten en drinken Het Horecabeleid 2011 van Stadsdeel Zuid is gericht op het bieden van ruimte voor nieuwe zelfstandige horecavestigingen. Het doel hiervan is om de hoofdstraten te verlevendigen en om consumenten de gelegenheid te bieden om in deze straten iets te eten of te drinken. In de doorgaande routes in de wijk waar winkels en andere voorzieningen zijn gevestigd (Zeilstraat, Hoofddorpweg, Aalsmeerweg, Hoofddorpplein, Heemstedestraat en Haarlemmermeerstraat) biedt het bestemmingsplan 2008 daarom ruimte om het aantal horecavestigingen uit te breiden. De afgelopen jaren is het aantal horecavestigingen in het plangebied ook daadwerkelijk toegenomen. In de Amstelveenseweg is al jarenlang sprake van een clustering van horeca inrichtingen. Een verdere uitbreiding van het aantal horeca inrichtingen aan de Amstelveenseweg is niet gewenst. Daarom biedt het bestemmingsplan geen ruimte om het aantal horecavestigingen in deze straat uit te breiden. Ook in het horecabeleid wordt geen ruimte geboden om in deze straat nieuwe horecavestigingen te realiseren. De laatste jaren is er meer aandacht voor de keerzijde van het succes van de populaire wijken binnen de ring. Zo is er meer aandacht voor de overlast van populaire horecagelegenheden. Het draagvlak om het aantal horecavestigingen uit te breiden is ook beperkt.

Uit de mini-enquête blijkt dat een grote groep bewoners het huidige aanbod voldoende vindt of van mening is dat er teveel horecavestigingen zijn. Daar komt bij dat elk stadsdeel op dit moment nog zijn eigen horecabeleid heeft. De gemeente Amsterdam wil daarom een nieuw stedelijk beleidskader horeca en terrassen opstellen. De Het is nog niet bekend wanneer het nieuwe horecabeleid in werking zal treden. Een (verdere) uitbreiding van het aantal horecapanden in het plangebied is daarom in beginsel niet gewenst. Het bestemmingsplan biedt dan ook geen ruimte om het aantal horecavestigingen of het vloeroppervlak uit te breiden. Indien het stadsdeel in een voorkomend geval wil meewerken aan een nieuwe horeca-inrichting, dient er een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan te worden verleend. Met een buitenplanse afwijking is het makkelijker om op maat gemaakte voorwaarden te stellen aan het horecaconcept. In het bestemmingsplan worden de bestaande, legale horecavestigingen positief bestemd door deze op de verbeelding op te nemen met de bijbehorende categorie.

Daarbij is onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën (zie ook paragraaf 5.6.1 'Horecabeleid'): Categorie 1: fastfoodrestaurants, cafetaria's, snackbars, automatiek, loketverkoop, shoarmazaken; Categorie 2: dancings/discotheken, zaalverhuurbedrijven, sociëteiten, (dance)clubs; Categorie 3: cafés, bars, cocktailclubs; Categorie 4: restaurants, eetcafés, lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons, juicebars. In het algemeen mogen zwaardere horeca categorieën worden omgezet naar lichtere. Lichtere horeca categorieën mogen niet worden omgezet naar zwaardere. Hierdoor blijft het mogelijk om het bestaande horecaaanbod te vernieuwen en kan de horeca sector blijven inspelen op veranderende behoeftes van het horecapubliek. Er kunnen zich echter geen nieuwe horeca-inrichtingen vestigen die onevenredig veel overlast veroorzaken voor direct omwonenden. Terrassen De terrassen bij de horecavoorzieningen worden toegestaan in de bestemming waarin de terrassen zijn gesitueerd. Dit komt in praktijk neer op het toestaan van terrassen in de Verkeer-bestemming.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 71

Coffeeshops Coffeeshops vormen een aparte categorie horeca-inrichtingen waarvoor een specifieke exploitatievergunning wordt verleend. Coffeeshops vallen planologisch gezien in de categorie horeca IV (restaurant, lunchroom, koffie- of theehuis). De verkoop van hasj wordt niet in bestemmingsplan geregeld. Hiervoor geldt stedelijk beleid. Indien een coffeeshop zijn deuren sluit, is in dat pand horeca-exploitatie mogelijk binnen de ter plekke geldende horecacategorie. Hotels Het onderhavige plangebied is in het gemeentelijke overnachtingsbeleid onderdeel van het gebied waar hotelontwikkeling niet is toegestaan (zie paragraaf 5.5.13 'Overnachtingsbeleid Amsterdam'). In het bestemmingsplan zijn daarom alleen de twee bestaande hotelvestigingen toegestaan: Hotel Belfort in de begane grond en de 1e etage aan het Surinameplein 53 en SWEETS hotel (met één hotelkamer) in het voormalige brugwachterhuisje bij de fietsbrug over de Schinkel naar het Vondelpark. Deze hotels zijn positief bestemd. Uitbreiding van hotels in aantal of in oppervlak is niet mogelijk.

Gehanteerde uitgangspunten In het bestemmingsplan gelden de volgende uitgangspunten voor horeca: De bestaande, legale horecavestigingen zijn positief bestemd in de betreffende horeca-categorie; het bestemmingsplan biedt geen ruimte voor nieuwe horecavestigingen of uitbreiding van bestaande horeca; Horeca inrichtingen hebben een maximale vestigingsgrootte van 300 m2. Bestaande legale vestigingen groter dan 300 m2 zijn positief bestemd. Tevens mogen maximaal twee panden worden samengevoegd tot één vestiging; De horecafunctie is alleen toegestaan op de begane grond, in het souterrain en in de kelder; Zwaardere horeca categorieën mogen worden omgezet naar lichtere. Lichtere horecacategorieën mogen niet worden omgezet naar zwaardere; Bestaande coffeeshops worden niet apart bestemd. Zij zijn in het bestemmingsplan opgenomen als de lichtste horeca-categorie; De bestaande hotels zijn positief bestemd. Uitbreiding van hotels in aantal of oppervlak is niet mogelijk. 3.4.5

Kantoren

Heel pand is kantoor- en/of bedrijfsverzamelgebouw Het economisch beleid van de gemeente Amsterdam is erop gericht om de gemengde woon-werkmilieus in de wijken binnen de ring A10 te behouden en waar mogelijk te versterken. Bedrijven uit de hedendaagse kenniseconomie vestigen zich graag in gemengde woon-werkmilieus. De aanwezigheid van kantoorruimte en ruimtes voor creatieve bedrijven draagt bij aan de aantrekkingskracht van wijken als vestigingsmilieu voor bedrijven uit de kenniseconomie. Omdat creatieve bedrijven geen hinder voor de omgeving veroorzaken, kunnen zij zich zonder problemen vestigen in wijken waar ook wordt gewoond. De gemeente Amsterdam onderscheidt een aantal typen gemengde woon-werkmilieus. De Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt zijn benoemd als 'Creatieve wijk'. Dit zijn woon-werkwijken in het bestaande centrummilieu binnen de Ring A10, die door menging met zelfstandige kantoorruimtes voorzien in de behoefte aan een informeel stedelijk werkmilieu. De beschikbare ruimte voor kantoren in stadsdeel Zuid is de afgelopen jaren echter afgenomen. Veel Gemeente Amsterdam

blz. 72

kantoren zijn bijvoorbeeld omgebouwd tot hotels en appartementen. Het uitgangspunt van het gemeentelijke kantorenbeleid is om binnen de ring A10 functiemenging te stimuleren en ruimte te (blijven) bieden aan kantoren. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2, staan verspreid in het plangebied enkele panden die geheel in gebruik zijn als kantoor-/bedrijfsverzamelgebouw. Deze panden krijgen een eigen bestemming. Binnen deze bestemming zijn kantoren, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid in alle bouwlagen toegestaan. Er geldt geen maximum vloeroppervlak voor deze functies. Voor zover kantoor-/bedrijfsverzamelgebouwen zijn gesitueerd in een woonstraat zijn woningen bij rechte toegestaan in alle bouwlagen. Kleinschalige bedrijfsruimtes (waar kantoor- en bedrijfsverzamelgebouwen toe worden gerekend) in woonstraten mogen namelijk op grond van het afwegingskader voor het omzetten van kleinschalige bedrijfsruimtes worden omgezet naar woningen indien is aangetoond dat deze onverhuurbaar zijn als bedrijfspand. Omdat kantoor/ bedrijfsverzamelgebouwen die zijn gesitueerd in een woonstraat in het bestemmingsplan 2008 bij rechte mochten worden omgezet naar woningen, is ervoor gekozen om deze gebruiksrechten in het bestemmingsplan te handhaven. Het laten vervallen van de woonrechten leidt bij deze panden namelijk tot een onevenredige inperking van gebruiksrechten.

De consequentie is wel dat er in potentie een groot vloeroppervlak aan kantoorruimte uit de markt kan worden gehaald. Dit past niet bij het streven om binnen de ring A10 ruimte te bieden aan kantoren, zoals verwoord in het kantorenplan. Aan het belang van het handhaven van de gebruiksrechten voor wonen wordt in dit bestemmingsplan echter een zwaarder gewicht toegekend dan aan het belang van het beschermen van het vloeroppervlak voor kantoren. In kantoorpanden en kantoor/ bedrijfsverzamelgebouwen die zijn gesitueerd langs een doorgaande straat en in een winkelstraat zijn geen woningen toegestaan. In het afwegingskader voor het omzetten van kleinschalige bedrijfsruimtes is namelijk bepaald dat kleinschalige bedrijfsruimtes in een stadsstraat of winkelstraat niet mogen worden omgezet naar woningen. Kantoor/ bedrijfsverzamelgebouwen die zijn gesitueerd langs een doorgaande straat of winkelstraat mochten in het bestemmingsplan 2008 overigens ook niet worden omgezet naar woningen. Er is bij deze panden dus geen sprake van inperken van gebruiksrechten. In kantoor/ bedrijfsverzamelgebouwen die zijn gevestigd op een binnenterrein zijn geen woningen toegestaan, ook niet als het een binnenterrein achter een woonstraat betreft.

De gemeente Amsterdam staat het omzetten van bedrijfsruimtes op binnenterreinen in beginsel niet toe, omdat het woongenot van de zittende bewoners rondom het binnenterrein hierdoor kan worden aangetast. Het toevoegen van woningen op een binnenterrein kan tot extra geluidsoverlast aan de stille zijde van een blok leiden. Daarnaast hebben de nieuwe bewoners weinig privacy, omdat de zittende bewoners op het binnenterrein uitkijken. In kantoor/ bedrijfsverzamelgebouwen mogen zich in beginsel ook bedrijven uit milieucategorie B vestigen. Voor categorie B-bedrijven gelden de maximum vloeroppervlakten uit de 'Staat van bedrijfsactiviteiten' voor B-bedrijven (zie de paragraaf 3.4.6 'Kleinschalige bedrijven' hierna). Indien het kantoor/ bedrijfsverzamelgebouw deels wordt omgebouwd tot woningen, dan mogen zich de resterende bedrijfsruimtes alleen bedrijven uit milieucategorie A vestigen. Daarnaast zijn ook maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Door deze toe te laten in kantoorpanden en bedrijfsverzamelgebouwen worden de vestigingsmogelijkheden voor maatschappelijke voorzieningen vergroot. Maatschappelijke voorzieningen hebben een vergelijkbare impact op het woonen leefklimaat als kantoren. Het zijn allebei functies die niet publieksgericht zijn en een beperkte verkeersaantrekkende werking hebben.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 73

Kantoren op de begane grond Niet-publieksgerichte dienstverlening, zoals een advocaten- en notariskantoor, functioneert op vergelijkbare wijze en heeft dezelfde ruimtelijke uitstraling als een 'regulier' kantoor. Om die reden is deze vorm van dienstverlening aangemerkt als kantoorfunctie. Vanwege het gesloten karakter van dit soort dienstverlening, zijn nieuwvestigingen in de begane grond van winkelstraten ongewenst en daarom niet toegestaan. De bestaande vestigingen in winkelstraten zijn als zodanig vastgelegd met een functieaanduiding op de verbeelding. Omzetting naar de andere in de winkelstraten mogelijk gemaakte niet-woonfuncties is wel toegestaan. In de doorgaande straten en woonstraten is vestiging van niet publieksgerichte dienstverlening wel overal toegestaan. Net als voor alle vormen van dienstverlening in de begane grond gelden voor deze vorm van dienstverlening dezelfde specifieke voorwaarden ten aanzien van het maximum vloeroppervlak (300 m2) en maximum aantal samen te voegen panden (maximaal twee panden). Gehanteerde uitgangspunten In het bestemmingsplan gelden de volgende uitgangspunten voor kantoren: Panden die geheel in gebruik zijn als kantoor en/of bedrijfsverzamelgebouw krijgen een gecombineerde kantoor-, bedrijfs- en maatschappelijke bestemming.

Het vloeroppervlak van de niet-woonfuncties in deze panden wordt niet gelimiteerd; Kantoor en/of bedrijfsverzamelgebouw die zijn gesitueerd in een woonstraat mogen worden omgezet naar woningen; Kantoor en/of bedrijfsverzamelgebouwen die zijn gesitueerd in een doorgaande straat, in een winkelstraat of op een binnenterrein mogen niet worden omgezet naar woningen; Kantoren die zijn gevestigd op de begane grond van een pand met daarboven woningen krijgen een gemengde bestemming. Voor kantoren die zijn gevestigd op de begane grond geldt een maximaal bruto vloeroppervlak van 300 m2 per vestiging. Tevens mogen maximaal twee panden worden samengevoegd tot één vestiging. 3.4.6

Kleinschalige bedrijven

In het plangebied is een aantal kleinschalige, vaak ambachtelijke bedrijven gevestigd. Het betreft een aantal schoen- en sleutelmakers, een fietsenmaker aan de Aalsmeerweg, een meubelstoffeerder aan de Andreas Schelfhoutstraat, een kleermaker aan de Haarlemmermeerstraat en twee garagebedrijven (in de Legmeerstraat en aan de Schinkelhavenkade). Van oudsher zijn er in de meeste wijken binnen de ring A10 veel ambachtelijke en kleinschalige bedrijven gevestigd. Dit type bedrijvigheid staat binnen de ring A10 echter onder druk, omdat ze de hoge huren voor bedrijfsruimten vaak niet kunnen opbrengen. Kleinschalige en ambachtelijke bedrijven zijn waardevol voor de buurt. Ze voorzien in een behoefte en passen goed in het gemengde woon-werkmilieu van de vooroorlogse wijken, waarin van oudsher veel kleinschalige productiebedrijven waren gevestigd. De gemeente wil voorkomen dat kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid als gevolg van de gentrificatie uit de vooroorlogse wijken verdwijnt. In het bestemmingsplan zijn daarom alle kleinschalige en ambachtelijke bedrijven in de woonstraten en doorgaande straten beschermd met een eigen bestemming. In de winkelstraten zijn (ambachtelijke) bedrijven niet beschermd. Het detailhandelsbeleid is er namelijk op gericht om publieksgerichte functies, zoals detailhandel en consumentgerichte dienstverlening, te clusteren in de winkelstraten.

Het beschermen van ambachtelijke bedrijven in de winkelstraten past niet bij deze doelstelling.

Gemeente Amsterdam

blz. 74

Voor de kleinschalige en ambachtelijke bedrijven in het plangebied geldt dat zij geen onaanvaardbare overlast mogen veroorzaken voor het woon- en leefmilieu. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6.2 (Milieuzonering). Nutsvoorzieningen In het plangebied staan twee nutsgebouwen die in gebruik zijn bij Waternet. Het betreft een rioolgemaal aan het Surinameplein 165 en een poldergemaal aan het Legmeerplein 34. In deze gebouwen vindt geen productie van goederen plaats, maar het past in de algemene bestemmingsplansystematiek om deze gebouwen de aparte bestemming te geven. Gehanteerde uitgangspunten In het bestemmingsplan gelden de volgende uitgangspunten voor kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven: Kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven die zijn gevestigd in een doorgaande straat, een buurtvoorzieningencluster of een woonstraat hebben ter bescherming van dat gebruik een eigen bestemming gekregen; Kleinschaige (ambachtelijke) bedrijven hebben een maximale vestigingsgrootte van 300 m2. Bestaande legale vestigingen groter dan 300 m2 zijn positief bestemd.

Tevens mogen maximaal twee panden worden samengevoegd tot één vestiging; Kleinschalige (ambachtelijke) bedrijvigheid is alleen toegestaan voor zover deze goed inpasbaar is in het woon- en leefklimaat; Alleen bedrijvigheid in de woonstraten en doorgaande straten wordt beschermd. Kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven worden in de winkelstraten niet beschermd; De gebouwen van Waternet die dienst doen als gemaal, krijgen in het bestemmingsplan een aparte bestemming. 3.4.7

Ontspanning en sport

Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, bevinden zich in het plangebied geen vestigingen op het gebied van ontspanning, zoals bioscopen, of (stedelijke) openbare sportvoorzieningen, zoals sportparken. Het bestemmingsplan bevat daarom geen regelingen voor dit soort voorzieningen. Zoals aangegeven in paragraaf 3.4.2 'consumentgerichte dienstverlening', zijn de sportscholen in het bestemmingsplan aangemerkt als een bijzonder vorm van consumentgerichte dienstverlening. 3.4.8

Wonen

In het plangebied is wonen de meest voorkomende functie. In het bestemmingsplan wordt de woonfunctie beschermd door de panden die geheel worden bewoond de bestemming 'Wonen' te geven en de panden waar in de plint niet-woonfuncties (winkels, horeca, bedrijven en dergelijke) zijn gevestigd de bestemming 'Gemengd' te geven. In dat laatste geval mag op de etages uitsluitend worden gewoond. In het bestemmingsplan 2008 zijn woningen zonder nadere aanduidingen of gebruiksbepalingen bestemd. Hierdoor is een woning voor iedere gewenste woonvorm en doelgroep te gebruiken. Ook is het mogelijk om woningen te splitsen, samen te voegen of een zolderetage om te zetten naar een woning zonder dat hiervoor een planologisch besluit nodig is. Deze wijze van bestemmen geeft veel flexibiliteit. Ontwikkelingen op de woningmarkt kunnen tot op zekere hoogte worden opgevangen binnen de bestaande woningvoorraad. Bewoners kunnen bijvoorbeeld bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 75

de zolderetage bij hun woning voegen. Hierdoor ontstaan grotere woningen, waardoor gezinnen in de wijk kunnen blijven wonen of wooncarrière kunnen maken binnen de wijk. Maar het is ook mogelijk om woningen te splitsen, waardoor er kleinere woningen ontstaan voor starters en alleenstaanden. Tevens kunnen woningen worden verbouwd tot zorgwoningen. De bevolking vergrijst en ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen. De behoefte aan zorgwoningen zal daarom toenemen. Het nadeel is dat deze wijze van bestemmen minder rechtszekerheid geeft. Maar dit wordt ondervangen door de huisvestingsverordening, waarin is bepaald dat er een woning onttrekkingsvergunning nodig is voor wijzigingen in de woningvoorraad. Met dit instrument kan een afweging op maat worden gemaakt. Het toetsen van wijzigingen in de woningvoorraad aan het bestemmingsplan voegt niets toe aan deze afweging op maat, maar leidt wel tot een extra administratieve last voor burger en overheid. Tevens bestaat het risico dat bestemmingsplanregels afwijken van de regels uit de huisvestingsverordening, waardoor er twee tegenstrijdige toetsingskaders ontstaan. Daarom blijft het uitgangspunt dat woningen zonder nadere aanduidingen of gebruiksbepalingen worden bestemd. In het bestemmingsplan is bepaald dat een woning is bestemd voor de huisvesting van één huishouden.

In het woonbeleid is bepaald dat woningdelen onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. In de praktijk worden veel woningen gedeeld door twee of meer mensen die samen geen huishouden vormen. Veel starters die onvoldoende wachttijd hebben opgebouwd voor een sociale huurwoning en te weinig verdienen om te kopen of in de vrije sector te huren delen een woning. Het voordeel hiervan is dat deze groep toch een woonruimte kan bemachtigen in een markt waarin het moeilijk is om een eigen woning te huren of te kopen. Het risico is echter dat huurprijzen worden opgedreven en de leefbaarheid onder druk komt te staan. In de nieuwe huisvestingsverordening zijn daarom regels over het woningdelen opgenomen. Er wordt een quotum per gebouw en per wijk voorgesteld en een maximaal aantal bewoners per woning. Woonzorg Een woonzorgcentrum wordt gedefinieerd als "een gebouw of gedeelte van een gebouw waar een specifieke doelgroep, zoals ouderen, woont, die algemene en medische verzorging geniet en waar naast ruimten voor verzorging tevens bij het zorgcentrum behorende ruimten zoals ondergeschikte detailhandel, ondersteunende horeca en overige nevenruimten zijn inbegrepen". Het gaat hierbij om onzelfstandige bewoning, waarbij de directe nabijheid van zorg essentieel, en daarom 'in huis' is.

Het verschil met zorgwoningen zit in het zelfstandige karakter van zorgwoningen, waar de zorg op afroep beschikbaar is. Woonzorgcentra bevinden zich meestal in grotere gebouwen, die in dit bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming hebben gekregen. Een voorbeeld hiervan is het woonzorgcomplex Schinkelhof aan de Schinkelkade 26-29. Beroep en bedrijf aan huis Binnen de woonfunctie is het toegestaan om een deel van de woning bedrijfsmatig te gebruiken. Dit kan door een bedrijf aan huis te beginnen, of een beroep aan huis zoals huisarts, tandarts, advocaat en notaris uit te oefenen. Het is eveneens toegestaan om een Bed & Breakfast te beginnen. Hiervoor geldt dat er niet meer dan vier personen tegelijk van de overnachtingsfaciliteit gebruik mogen maken. Ook is het toegestaan om een internetbedrijf aan huis te hebben. De volgende drie typen internetbedrijven mogen als bedrijf aan huis worden uitgeoefend: (1) een afhaalpunt internetaankopen, (2) een internetbedrijf waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en (3) een internetbedrijf met opslag- en verzendfunctie. Een internetbedrijf dat functioneert als detailhandel (met afhaalmogelijkheden en de mogelijkheid de goederen ter plaatse te bekijken) is niet toegestaan als bedrijf aan huis. Voor een beschrijving van de verschillende typen internetbedrijven wordt verwezen naar paragraaf 5.5.14 'Detailhandelsbeleid'.

Gemeente Amsterdam

blz. 76

Voor alle aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten geldt dat deze niet groter mogen worden dan het bewoonde deel van de woning. Om te waarborgen dat deze ondergeschiktheid behouden blijft, mag in woningen maximaal 40% van de woning, met een maximum van 60 m2 worden gebruikt voor huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf of Bed & Breakfast. De bedrijvigheid moet uitgevoerd worden door de hoofdbewoner(s) zelf. Short stay Het bestemmingsplan voorziet niet in de bestemming short stay. Toen deze vorm van verhuur een vlucht begon te nemen, heeft de gemeenteraad aangegeven in alle bestemmingsplannen in de gemeente short stay bij recht toe te willen staan. Via de short stay vergunning kon dan gestuurd worden op het aantal woningen dat voor short stay aangewend mocht worden en waar de short stay mocht komen. In de meer centrumstedelijke delen van de stad bleek short stay echter dermate populair, dat de reguliere woonfunctie onder druk kwam te staan. Binnen het plangebied zijn overigens geen vergunningen afgegeven ten behoeve van short stay. Zoals aangegeven in paragraaf 5.5.9 'Beleidsnotitie short-stay' worden er geen nieuwe short stay vergunningen meer afgegeven. In dit bestemmingsplan wordt short stay dan ook niet bij rechte toegestaan binnen de woonbestemming.

Bij een wijziging in beleid - waarbij weer overgegaan wordt tot afgifte van short stay vergunningen - zal afgeweken moeten worden van het bestemmingsplan. Gehanteerde uitgangspunten In het bestemmingsplan gelden de volgende uitgangspunten voor wonen: Woningen krijgen een algemene woonbestemming en zijn in beginsel door iedere doelgroep te gebruiken. Regels over woonruimteverdeling staan in de huisvestingsverordening; Het aantal woningen wordt niet vastgelegd. Het splitsen, samenvoegen of toevoegen van woningen binnen een bestaande bouwmassa is bij recht toegestaan. Aanvragen voor het splitsen, samenvoegen of toevoegen van woningen worden op grond van de huisvestingsverordening afgewogen; Voor aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten geldt een oppervlaktemaat van maximaal 40% van de woning en een absoluut maximum van 60 m2; In overeenstemmingmet het gemeentelijke beleid voor short stay, maakt het bestemmingsplan geen nieuwe short stay mogelijk.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 77

Hoofdstuk 4

Ontwikkelingen

Dit bestemmingsplan is bedoeld om de bestaande situatie te bestemmen. In beginsel worden er geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Uitzondering hierop zijn reeds vergunde ontwikkelingen en ontwikkelingen waarvan de planologische haalbaarheid al is aangetoond. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State moeten ontwikkelingen die concreet genoeg zijn om te kunnen toetsen, tijdig kenbaar zijn gemaakt èn waarvan de planologische haalbaarheid is aangetoond namelijk worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn enkele nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. In hoofdstuk 4.1 wordt beschreven welke van deze projecten zijn gerealiseerd. Daarnaast wordt toegelicht hoe de ontwikkelingen die nog niet zijn gerealiseerd worden bestemd. In hoofdstuk 4.2 wordt toegelicht welke nieuwe ontwikkelingen in het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. In hoofdstuk 4.3 wordt tenslotte ingegaan op lopende planinitiatieven die niet zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

4.1

Ontwikkelingen sinds bestemmingsplan 2008

In het bestemmingsplan 2008 zijn enkele ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De meeste daarvan zijn in de afgelopen tien jaar gerealiseerd en worden in het bestemmingsplan daarom conform de verleende vergunning bestemd. Het gaat (onder andere) om de volgende projecten: 1. Transformatie van de voormalige schoolgebouwen aan de Floris Versterstraat 10-12 en Floris Versterstraat 11 tot appartementen; 2. Transformatie van het voormalige schoolgebouw aan de Bennebroekerstraat 11-13 tot appartementen; 3. Nieuwbouw van een appartementencomplex ter plaatse van de voormalige gymzaal aan de Andreas Schelfhoutstraat 54; 4. Nieuwbouw van een appartementencomplex met horeca in de plint ter plaatse van het voormalige GGD-gebouw aan de Amstelveenseweg 122; 5. Transformatie van het voormalige buurtcentrum Cascade aan de 1e Schinkelstraat 40 tot appartementen. Daarnaast zijn er diverse projecten en aanvragen met een afwijking van het bestemmingsplan 2008 vergund. Al deze aanvragen worden conform de verleende afwijking van het bestemmingsplan bestemd. Het gaat (onder andere) om de volgende projecten: 1. Transformatie van de bedrijfsruimte op de begane grond aan de Derde Schinkelstraat 31-33 tot tien appartementen; 2. Transformatie van het pand aan de Derde Schinkelstraat 27 tot 14 appartementen, waarbij er een kapverdieping aan het bestaande pand wordt toegevoegd. 3.

Nieuwbouw van een appartementencomplex met 8 appartmenten aan de Derde Schinkelstraat 29. 4. Nieuwbouw van een appartementencomplex met maatschappelijke voorzieningen in de plint ter plaatse van de voormalige kerk aan de Woestduinstraat 18; 5. Nieuwbouw van vijf appartementen aan de Aalsmeerweg 85; 6. Transformatie van de voormalige kerk aan de Andreas Schelfhoutstraat 39A en B tot tien appartementen. 7. Toevoegen van een extra bouwlaag op het pand aan de Andreas Schelfhoutstraat 8-48 ten behoeve van het uitbreiden van de woningen op nr 40, 42, 44 en 46. 8. Transformatie van de kantoorruimte in het souterrain en op de begane grond van het pand aan de Andreas Schelfhoutstraat 8-48 naar 27 appartementen.

Gemeente Amsterdam

blz. 78

In het bestemmingsplan 2008 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van een ondergrondse parkeergarage in Theophile de Bockstrook. Dit plan is niet meer actueel. De ambitie van de huidige coalitie is om alleen nog nieuwe parkeergarages te bouwen vlakbij de op- en afritten van de Ring A10. Deze wijzigingsbevoegdheid komt daarom te vervallen.

4.2

Hogere bouwhoogtes

In Amsterdam bestaat een grote vraag naar woningen. Er worden daarom veel nieuwe woningen gebouwd. Niet alleen op nieuwbouwlocaties, maar ook in bestaande woonwijken worden woningen toegevoegd. Dit wordt onder meer gedaan door zolderetages om te bouwen tot woningen, al dan niet in combinatie met het uitbouwen van de kapverdieping. Of door een extra bouwlaag of kapverdieping toe te voegen aan bestaande panden. In het bestemmingsplan kan ruimte worden gecreëerd voor het toevoegen van woningen door hiervoor bouwmogelijkheden op te nemen. Een van de uitgangspunten is daarom dat er onder voorwaarden een hogere bouwhoogte kan worden toegestaan bij panden die lager zijn dan de naastgelegen panden (zie hoofdstuk 3.2.2 'Goot- en bouwhoogtes'). Dit kan alleen indien de hogere bouwmassa stedenbouwkundig verantwoord is in te passen, dit niet tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden leidt en er geen strijd is met sectorale wet- en regelgeving. Er is onderzocht op welke panden in het bestemmingsplan een hogere bouwhoogte kan worden toegelaten. Alle panden waar een hogere bouwmassa stedenbouwkundig verantwoord is in te passen zijn voorgelegd aan Monumenten en Archeologie (hierna: M & A). Het betreft in totaal 16 panden en complexen.

M & A geeft in de Cultuurhistorische Verkenning (bijlage 1 bij de toelichting) aan dat in een aantal gevallen een hogere bouwmassa tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden leidt, dan wel dat er eerst nader cultuurhistorisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voor de betreffende complexen is daarom in het bestemmingsplan de bestaande bouwhoogte vastgelegd. De panden waarvan M & A aangeeft dat een hogere bouwmassa niet is uitgesloten, dan wel mogelijk is, zijn vervolgens nader onderzocht. In het bestemmingsplan kan alleen een hogere bouwhoogte worden toegelaten, indien er geen strijd is met relevante sectorale wet- en regelgeving. Daarom is voor de betreffende locaties beoordeeld of er strijd is met de wet- en regelgeving op het gebied van milieuzonering, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en verkeer- en parkeren. Omdat de bodem niet geroerd wordt, is er geen strijdigheid met de wet- en regelgeving op het gebied van bodem, waterhuishouding en archeologie. Geen van de betreffende locaties ligt in het Natuurnetwerk Nederland of in de Hoofdgroenstructuur. Negatieve effecten op nabijgelegen Natura2000-gebieden zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Per locatie is tenslotte onderzocht of een hogere bouwhoogte al dan niet tot planschade voor omliggende panden kan leiden.

Indien er een risico op planschadeclaims bestaat, wordt er een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een hogere bouwmassa toe te staan. Dit biedt de mogelijkheid om eerst een planschadeverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer af te sluiten, dan wel om nadere voorwaarden te stellen aan het bouwplan. Is er geen risico op planschadeclaims is, dan kan een hogere bouwmassa bij rechte worden toegestaan. In het bestemmingsplan wordt op vijf locaties een hogere bouwhoogte toegestaan. Op drie locaties wordt een hogere bouwhoogte bij rechte mogelijk gemaakt. Op twee locaties wordt een hogere bouwhoogte via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. Hieronder worden de betreffende locaties toegelicht.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 79

Extra bouwlaag of kapverdieping zonder nadere eisen Schinkelhavenkade 42 t/m 53 Dit bouwblok van drie bouwlagen maakt onderdeel uit van het gesloten bouwblok tussen de Schinkelhavenkade en de Amstelveenseweg. Het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2008 maakt ter plaatse een vierde bouwlaag mogelijk. Beide naastgelegen bouwblokken zijn vijf bouwlagen hoog. Het bouwblok is onderdeel van een pleinwand. Het pleinbeeld zou versterkt worden indien de gehele pleinwand vijf bouwlagen hoog zou zijn. Dit kan echter mogelijk tot een onevenredige verslechtering van de bezonning van de tegenovergelegen bebouwing aan de Amstelveenseweg leiden. Daarom wordt voorgesteld om in het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2021 de bouwmogelijkheid voor een vierde bouwlaag te handhaven. Aan de achterzijde dient de extra bouwlaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug te liggen ten opzichte van de oorspronkelijke achtergevel. Hierdoor is de schaduwwerking van de extra bouwlaag op de binnentuin en de tegenovergelegen appartementen minimaal. In de voorlopige ordewaarderingskaart voor de post-AUP periode (1970 - 1985) wordt voorgesteld om dit complex uit 1988 een orde 3 waardering te geven. Omdat wordt voorgesteld om de bouwrechten voor de vierde bouwlaag te handhaven, wordt het kapprofiel van dit complex niet beschermd.

Indien het bestaande kapprofiel zou worden beschermd, zou het immers niet mogelijk zijn om een vierde bouwlaag te realiseren. In dit complex zijn alleen woningen toegestaan. Hierdoor is er geen sprake van strijdigheid met de weten regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit en milieuzonering. De locatie ligt niet binnen een risicocontour van een inrichting, transportroute of buisleiding voor gevaarlijke stoffen. De locatie ligt niet binnen een LIB-zone, de geluidszone van een spoorweg of een industrieterrein. De geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai hoeft niet te worden onderzocht, omdat het bestemmingsplan 2008 al een extra bouwlaag toelaat. De verkeersaantrekkende werking is verwaarloosbaar en de ontwikkeling leidt niet tot extra parkeerdruk. Een vergunning voor een extra bouwlaag kan namelijk alleen worden verleend indien er conform artikel 29 lid 4 en 5 voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd. De bestaande bouwhoogte van het complex is 8,5 meter. In het bestemmingsplan 2021 wordt een bouwhoogte van 11,5 meter toegestaan. In verband met de bezonning van het binnenterrein en de achterliggende woningen, blijft de bouwhoogte aan de achterzijde (tot 3 meter uit de achtergevel) op 8.5 meter gehandhaafd. Hierdoor is het mogelijk om één extra bouwlaag met een setback aan de achterzijde toe te voegen.

Er is geen risico op planschadeclaims. Omdat het bestemmingsplan 2008 reeds een bouwhoogte van 11 meter toestaat, leidt het toestaan van een extra bouwlaag niet tot planschade voor omliggende panden. Eerste Schinkelstraat 37-39 Deze twee panden hebben een bouwmassa van drie lagen plus een kap. Beide naastgelegen complexen hebben een bouwmassa van vier lagen plus een kap. Een hogere bouwmassa kan het straat- en bebouwingsbeeld versterken, mits de extra bouwlaag niet of nauwelijks herkenbaar is als een latere toevoeging. De voorkeur gaat daarom uit naar het toevoegen van een extra bouwlaag onder de kap. Beide panden zijn aangemerkt als basisorde en zijn gelegen in stedenbouwkundige zone C. Voor Gemeente Amsterdam

blz. 80

basisorde panden geldt dat het wijzigen van de bouwmassa tot de mogelijkheden behoort, mits dit niet tot een visuele verstoring van de architectuureenheid als geheel leidt en het straatbeeld niet wordt aangetast. Beide panden vormen samen één architectuureenheid. Dit betekent dat beide panden bij voorkeur tegelijk worden opgehoogd. Gezien de ligging aan de noordkant van het bouwblok leidt het toevoegen van een extra bouwlaag niet tot extra schaduwwerking in de binnentuin. De naastgelegen complexen zijn al vijf bouwlagen hoog zijn zonder setback. Het toevoegen van een extra bouwlaag heeft geen noemenswaardig effect op de beleving van de bouwmassa vanuit de binnentuin. De extra bouwlaag hoeft daarom niet terug te liggen ten opzichte van de oorspronkelijke achtergevel. In beide panden zijn alleen woningen toegestaan. Hierdoor is er geen sprake van strijdigheid met de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit en milieuzonering. De locatie ligt niet binnen een risicocontour van een inrichting, transportroute of buisleiding voor gevaarlijke stoffen. De locatie ligt niet binnen een LIB-zone, de geluidszone van een spoorweg of een industrieterrein. De geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai hoeft niet te worden onderzocht, omdat het bestemmingsplan 2008 al een extra bouwlaag toelaat.

De verkeersaantrekkende werking is verwaarloosbaar en de ontwikkeling leidt niet tot extra parkeerdruk. Een vergunning voor een extra bouwlaag kan namelijk alleen worden verleend indien er conform artikel 29 lid 4 en 5 voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd. Het toevoegen van een extra bouwlaag onder de kap heeft bij dit complex de voorkeur. Hierdoor voegt het ontwerp zich op een natuurlijke wijze in het straatbeeld en is de extra bouwlaag niet of nauwelijks herkenbaar als een latere toevoeging. Om het toevoegen van een extra bouwlaag onder de kap mogelijk te maken is een maximale goothoogte van 13 meter opgenomen en een maximale bouwhoogte van 16 meter. De beoordeling van het uiteindelijke ontwerp van de extra bouwlaag ligt bij de commissie voor ruimtelijke kwaliteit. Er is geen risico op planschadeclaims. Omdat het bestemmingsplan 2008 reeds een bouwhoogte van 17 meter toestaat, leidt het toestaan van een extra bouwlaag niet tot planschade voor omliggende panden. Derde Schinkelstraat 2-4 Het westelijk deel van dit complex heeft een bouwhoogte van 10,5 meter, terwijl het naastgelegen complex (nr. 10 en 12) een bouwhoogte van 16,5 meter heeft. Dit zorgt voor een onnatuurlijke overgang tussen de bouwmassa's.

Het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2008 maakt ter plaatse van het westelijk deel een bouwhoogte van 14 meter mogelijk. Hierdoor kan er een een extra bouwlaag worden toegevoegd. Het oostelijk deel van dit complex heeft een bouwhoogte van 12,5 meter. Door de bouw van een extra bouwlaag op het westelijk deel, ontstaat er een meer geleidelijke toename van bouwmassa's in dit deel van de Schinkelstraat. Het complex sluit hierdoor qua bouwmassa beter aan bij het naastgelegen complex op nr. 10 en 12. Daarom wordt voorgesteld om in het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2021 de bouwmogelijkheid voor een vierde bouwlaag te handhaven. Door op het westelijk deel een bouwhoogte van 13,5 meter toe te staan, is het mogelijk om een extra bouwlaag of een kapverdieping toe te voegen. Gezien de ligging aan de zuidkant van het bouwblok leidt het toevoegen van een extra bouwlaag mogelijk tot extra schaduwwerking voor de binnentuin en de tegenovergelegen woningen aan de Tweede

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 81

Schinkelstraat. Die extra schaduwwerking kan worden voorkomen door een setback aan de achterzijde te maken. In de voorlopige ordewaarderingskaart voor de post-AUP periode (1970 - 1985) wordt voorgesteld om dit complex een orde 2 waardering te geven. Omdat wordt voorgesteld om de bouwrechten voor een extra bouwlaag te handhaven, wordt het kapprofiel van dit complex niet beschermd. Indien het bestaande kapprofiel zou worden beschermd, zou het immers niet mogelijk zijn om een extra bouwlaag te realiseren. In dit complex zijn alleen woningen toegestaan. Hierdoor is er geen sprake van strijdigheid met de weten regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit en milieuzonering. De locatie ligt niet binnen een risicocontour van een inrichting, transportroute of buisleiding voor gevaarlijke stoffen. De locatie ligt niet binnen een LIB-zone, de geluidszone van een spoorweg of een industrieterrein. De geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai hoeft niet te worden onderzocht, omdat het bestemmingsplan 2008 al een extra bouwlaag toelaat. De verkeersaantrekkende werking is verwaarloosbaar en de ontwikkeling leidt niet tot extra parkeerdruk. Een vergunning voor een extra bouwlaag kan namelijk alleen worden verleend indien er conform artikel 29 lid 4 en 5 voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd.

Om het toevoegen van een extra bouwlaag op het westelijk deel van het pand mogelijk te maken, is ter plaatse een bouwhoogte van 13,5 meter toegestaan. In verband met de bezonning van het binnenterrein en de achterliggende woningen, blijft de bouwhoogte aan de achterzijde (tot 3 meter uit de achtergevel) op 10.5 meter gehandhaafd. Er is geen risico op planschadeclaims. Omdat het bestemmingsplan 2008 reeds een bouwhoogte van 14 meter toestaat, leidt het toestaan van een extra bouwlaag niet tot planschade voor omliggende panden. Extra bouwlaag of kapverdieping met nadere eisen Schinkelhavenkade 6 Schinkelhavenkade 6 maakt onderdeel uit van het gesloten bouwblok tussen de Schinkelhavenkade en de Amstelveenseweg. De bouwhoogte van Schinkelhavenkade 3 tot en met 6 is met één bouwlaag substantieel lager dan rest van het bouwblok. Dit zorgt voor een onnatuurlijke onderbreking in het aangezicht van de straatwand. Door het toevoegen van bouwmassa wordt het straat- en bebouwingsbeeld langs de Schinkelhavenkade versterkt. De afstand tussen nummer 3 t/m 5 en de tegenovergelegen bebouwing aan de Amstelveenseweg is vrij klein. Een hogere bouwmassa kan op deze adressen mogelijk tot een onevenredige verslechtering van de bezonningssituatie leiden. Daarom wordt op deze adressen in dit bestemmingsplan geen hogere bouwhoogte toegestaan.

De afstand tussen nummer 6 en de tegenovergelegen bebouwing aan de Amstelveenseweg is iets groter. Er wordt geen noemenswaardige verslechtering van de bezonning verwacht voor de woningen aan de Amstelveenseweg indien er één bouwlaag wordt toegevoegd. Het pand is aangemerkt als architectuurorde 3 en is gelegen in stedenbouwkundige zone B. Orde 3 panden in zone B worden als orde 2 panden beschouwd vanwege de meerwaarde die de zone-B waardering geeft. Voor orde-2 panden geldt het uitgangspunt dat de oorspronkelijke bouwmassa aan de straatzijde gehandhaafd, dan wel hersteld dient te worden. In dit geval wordt specifiek naar deze locatie

Gemeente Amsterdam

blz. 82

gekeken en is het verhogen van het pand niet uitgesloten. Dit pand heeft de bestemming Gemengd-3 met de functie-aanduiding 'wonen'. Op de begane grond is o.a. kleinschalige bedrijvigheid toegestaan. In de extra bouwlaag is alleen een woning toegestaan. Indien er een extra bouwlaag met een woonbestemming wordt toegevoegd, leidt dit tot een beperking voor de gebruiksmogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid. Alleen bedrijven die zijn aangemerkt als categorie A in de staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging zijn dan toegestaan. Aan deze beperking kan niet een zodanig zwaar gewicht worden toegekend dat er geen extra bouwlaag kan worden toegevoegd. Op de begane grond van dit pand zijn naast kleinschalige bedrijvigheid ook maatschappelijke voorzieningen en kantoren toegestaan. De gebruiksmogelijkheden van de begane grond blijven hierdoor voldoende ruim. Bovendien is in de huidige situatie een woning gesitueerd op de begane grond. Dit betekent dat er in de huidige situatie dus ook alleen categorie A bedrijven zijn toegestaaan in dit pand. Er is geen sprake van strijdigheid met de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. De locatie ligt niet binnen een risicocontour van een inrichting, transportroute of buisleiding voor gevaarlijke stoffen. De locatie ligt niet binnen een LIB-zone, de geluidszone van een spoorweg of een industrieterrein.

De geluidsbelasting ligt onder de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. Wel is er aan de straatzijde sprake van een kleine overschrijding van de grenswaarde voor scheepvaartverkeer met 2 dB. Omdat ter plaatse van de tuinzijde ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarde voor scheepvaartverkeer, kan er een hogere grenswaarde voor scheepvaartverkeer worden vastgesteld. De verkeersaantrekkende werking is verwaarloosbaar en de ontwikkeling leidt niet tot extra parkeerdruk. Een vergunning voor een extra bouwlaag kan namelijk alleen worden verleend indien er conform artikel 29 lid 4 en 5 voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd. De bestaande bouwhoogte is 3,5 meter. Het bestemmingsplan 2008 staat een bouwhoogte van 3 meter toe. Het toevoegen van een extra bouwlaag leidt mogelijk tot planschade. Dit betekent dat er een planschadeverhaalsovereenkomst moet worden afgesloten om eventuele planschadeclaims te kunnen verhalen op de initiatiefnemer. Voor dit pand wordt daarom een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om aan de straatzijde een maximale bouwhoogte van 6,5 meter toe te staan. Hierdoor is het mogelijk om een extra bouwlaag toe te voegen.

Eerste Schinkelstraat 26-40 (even zijde) Dit complex op de hoek van de Schinkelkade en de Eerste Schinkelstraat bestaat uit twee bouwmassa's van vijf bouwlagen (bouwhoogte: 16 meter) en een tussenstuk van drie bouwlagen (bouwhoogte: 10 meter). Het verhogen van het tussenstuk tot vijf bouwlagen kan het straat en bebouwingsbeeld versterken. Het verhogen van het tussenstuk leidt niet tot een verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende panden. Het complex is in 1994 gebouwd en heeft daarom geen architectonische ordewaardering. Het ophogen van dit pand leidt niet tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden. Omdat er op de hogere etages alleen woningen zijn toegestaan, is er geen sprake van strijdigheid met de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Op de begane grond kunnen zich alleen maatschappelijke voorzieningen vestigen. Hierdoor is er ook geen sprake van strijdigheid met de regelgeving rondom milieuzonering. De locatie ligt niet binnen een risicocontour van een inrichting, transportroute of buisleiding voor gevaarlijke stoffen. De locatie ligt niet binnen een LIB-zone, de geluidszone van een spoorweg of een industrieterrein. De geluidsbelasting ligt onder de

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 83

voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. De verkeersaantrekkende werking is verwaarloosbaar en de ontwikkeling leidt niet tot extra parkeerdruk. Een vergunning voor een extra bouwlaag kan namelijk alleen worden verleend indien er conform artikel 29 lid 4 en 5 voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd. Het bestemmingsplan 2008 staat ter plaatse van het tussenstuk een bouwhoogte van 11 meter toe. Het verhogen van het tussenstuk tot 16 meter leidt mogelijk tot planschade. Dit betekent dat er een planschadeverhaalsovereenkomst moet worden afgesloten om eventuele planschadeclaims te kunnen verhalen op de initiatiefnemer. Voor dit complex wordt daarom een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om ter plaatse van het tussenstuk een bouwhoogte van 16 meter toe te staan. Hierdoor is het mogelijk om het tussenstuk te verhogen tot vijf bouwlagen.

4.3

Initiatieven die niet zijn opgenomen

In de aanloop naar het opstellen van dit bestemmingsplan is een aantal planinitiatieven aan de gemeente voorgelegd die in de komende jaren mogelijk gerealiseerd gaan worden. Deze plannen zijn echter nog te prematuur om in dit bestemmingsplan op te nemen. Ook is een aantal afwijkingen van het bestemmingsplan 2008 verleend waartegen nog een bezwaar of beroepsprocedure loopt. Deze vergunningen zijn niet doorvertaald in dit bestemmingsplan. Indien de omgevingsvergunning in bezwaar wordt herroepen of (hoger) beroep wordt vernietigd, maar de ontwikkeling wordt in het bestemmingsplan wel mogelijk gemaakt, dan kan de initiatiefnemer op grond van het bestemmingsplan alsnog een omgevingsvergunning voor het bouwplan krijgen. Omdat de aanvraag in dat geval in het bestemmingsplan past, ontstaat er een zogenaamde gebonden beschikking. Dit is ongewenst. Een onherroepelijke omgevingsvergunning levert een directe bouwtitel op. Ook indien deze niet is doorvertaald in het bestemmingsplan. Er is dan ook geen juridische noodzaak om omgevingsvergunningen waartegen nog bezwaar of beroep loopt in het bestemmingsplan door te vertalen. De onderstaande ontwikkelingen zijn niet opgenomen, omdat ze prematuur zijn of omdat er nog een bezwaar of beroepsprocedure loopt.

Surinameplein Het bouwblok tussen het Surinameplein, de Haarlemmermeerstraat, de Andreas Schelfhoutstraat en de Jacob Marisstraat is in Koers 2025 aangewezen als 'strategische ruimte voor de stad'. Voor deze locatie is een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd, maar er is nog geen ruimtelijk kader vastgesteld.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 85

Hoofdstuk 5

Beleidskader

In dit hoofdstuk worden de beleidskaders voor dit bestemmingsplan beschreven. Dat gebeurt op verschillende beleidsniveaus: Rijksbeleid, provinciaal beleid, beleid op regionaal niveau, gemeentelijk beleid en stadsdeelbeleid. Alleen het beleid dat voor dit bestemmingsplan relevant is komt aan de orde. Geldend beleid dat niet van toepassing is voor het bestemmingsplan 2021 wordt niet nader toegelicht. Voorbeelden van dit laatste zijn het beleid dat geldt voor het Natuurnetwerk Nederland (binnen en in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen gronden die deel uitmaken van dit natuurnetwerk), de gemeentelijk Nota Varen (in het plangebied bevinden zich geen op- en afstapplaatsen of ligplaatsen voor de passagiersvaart en deze worden ook niet voorzien) en de gemeentelijke nota Hoogbouw in Amsterdam (het bestemmingsplan maakt hoogbouw niet mogelijk).

5.1

Europees recht

5.1.1

Richtlijn betreffende diensten op de interne markt (2006/123/EG, 'Dienstenrichtlijn')

In het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de interne Europese markt beschreven als een ruimte zonder binnengrenzen, waarin vrij verkeer van kapitaal, personen, goederen en diensten is gewaarborgd. De Dienstenrichtlijn neemt als uitgangspunt dat diensten een bijzonder belangrijke economische sector zijn. Concurrentie op de Europese dienstenmarkt wordt beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor het bevorderen van de groei van de economie en de werkgelegenheid. De Dienstenrichtlijn geeft juridische kaders om die concurrentie te bevorderen en om belemmeringen voor een vrij dienstenverkeer tussen de lidstaten weg te nemen. Voor ieder algemeen verbindend voorschrift, beleidsregel of vergunningstelsel dient te worden nagegaan of deze betrekking heeft op de toegang tot of de uitoefening van een dienst die onder de Dienstenrichtlijn valt. Ruimtelijke voorschriften in de vorm van een bestemmingsplan vallen daar ook onder. Dat betekent dat beperkende ruimtelijke voorschriften in bestemmingsplannen op grond van de Dienstenrichtlijn in beginsel verboden zijn. Met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Appingedam en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak van de Afdeling (Raad van State, uitspraak d.d.

20 juni 2018: ECLI:NL:RVS:2018:2062) heeft bovendien een aanscherping plaatsgevonden van de wijze waarop de Dienstenrichtlijn moet worden begrepen binnen de ruimtelijke ordening: detailhandel in goederen behoort eveneens tot de dienstverleningsactiviteiten waar de Dienstenrichtlijn betrekking op heeft; een in ruimtelijke voorschriften opgenomen brancheringsregeling of oppervlaktemaatregel vormen een 'eis' (beperking) in de zin van artikel 15 lid 2 onder a van de Dienstenrichtlijn (een territoriale of kwantitatieve beperking). Op grond van de richtlijn zijn dit soort beperkingen weliswaar in beginsel verboden, maar zij kunnen wel gerechtvaardigd zijn, mits gemotiveerd wordt dat is voldaan aan de in artikel 15 lid 3 Dienstenrichtlijn opgenomen voorwaarden. Dat houdt in dat dwingende redenen van algemeen belang een beperking van de beoogde vrijheid van vestiging kunnen rechtvaardigen. Tot de dwingende redenen van algemeen belang behoren onder meer de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van de stedelijke (en rurale) ruimtelijke ordening. Daarin kan rechtvaardiging worden gevonden voor het stellen van eisen en het opzetten van vergunningenstelsels. Aan een beroep op deze dwingende redenen van algemeen belang om een beperking te rechtvaardigen, zijn echter wel voorwaarden verbonden. Samengevat betekent dit dat beperkingen aan het vrij verkeer,

Gemeente Amsterdam

blz. 86

zoals het stellen van bepaalde eisen, alleen gerechtvaardigd is als daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn: 1. Het verbod van discriminatie: De eisen mogen geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit of statutaire vestigingsplaats; 2. De voorwaarde van noodzakelijkheid: De eisen moeten gerechtvaardigd zijn vanwege dwingende redenen van algemeen belang; 3. De voorwaarde van evenredigheid: De eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, ze mogen niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken en het doel kan niet met minder vergaande beperkingen bereikt worden. Daarmee kunnen overheden in hun ruimtelijke voorschriften dus wel beperkende eisen stellen, maar dergelijke eisen zullen steeds primair moeten worden onderbouwd en gemotiveerd aan de hand van overwegingen van ruimtelijke kwaliteit. Beperkingen kunnen niet enkel gesteld worden om economische doelen na te streven. Consequenties voor dit bestemmingsplan In dit bestemmingsplan worden in verschillende regelingen beperkingen gesteld aan de vestigingsmogelijkheden voor niet-woonfuncties, zoals winkels, horeca, consumentgerichte dienstverleners, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven. Hier worden deze beperkingen eerst kort weergegeven.

Voor een uitgebreide beschrijving van de betreffende regelingen wordt verwezen naar paragraaf 3.3 'Uitgangspunten voorzieningenstructuur' en paragraaf 3.4 'Uitgangspunten gebruiksmogelijkheden' in Hoofdstuk 3 van de toelichting. Om te bepalen of de beperkingen in het bestemmingsplan 2021 in het kader van de Dienstenrichtlijn gerechtvaardigd zijn, zijn de diverse regelingen vervolgens getoetst aan de voorwaarden in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. Beperkingen in het bestemmingsplan Het gehele plangebied Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt kan worden getypeerd als woongebied met een zekere mate van functiemenging. Door de hele wijk vindt in de begane grond menging met kleinschalige niet-woonfuncties plaats. Om het karakter van het plangebied als woongebied te behouden, is vestiging van niet-woon-functies uitsluitend toegestaan in de begane grond, de kelder en het souterrain. Om de bestaande fijnmazige functiemening in de woonstraten te behouden, maakt het bestemmingsplan het niet mogelijk om niet-woonfuncties in de begane grond om te zetten naar een woning. In de hogere bouwlagen mag alleen worden gewoond. Voor de vestiging van niet-woonfuncties in de begane grond (detailhandel, consumentgerichte diensten, maatschappelijke dienstverlening, horeca, kantoren en kleinschalige bedrijven) gelden algemene beperkingen ten aanzien van de vestigingsgrootte.

Deze maximering van de vestigingsgrootte in de begane grond is ingegeven door de wens om het bestaande kleinschalige karakter van de voorzieningen en de bestaande fijnmazige functiemenging in het plangebied te behouden. Voor alle niet-woonfuncties in de begane grond geldt daarom een maximale vestigingsgrootte van 300 m2 vloeroppervlak. Daarmee wordt voortgebouwd op de maximale vestigingsgrootte die gold in het bestemmingsplan 2008. Om in de plinten een gedifferentieerd straatbeeld te behouden, geldt tevens dat maximaal twee panden in de begane grond mogen worden samengevoegd tot één vestiging. Voorzieningenstructuur Als het gaat om de vestigingsmogelijkheden van niet-woonfuncties in de begane grond, is in het

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 87

bestemmingsplan een differentiatie opgenomen naar straattypen. De onderverdeling in straattypen is gemaakt op basis van het huidige functioneren van de straten en de wens tot het behouden en versterken van de voorzieningenstructuur in het plangebied. De onderscheiden typen straten zijn: Winkelstraten; Doorgaande straten; Woonstraten. Binnen deze drie straattypen gelden de volgende regelingen c.q. beperkingen. Winkelstraten Het detailhandelsbeleid is er op gericht om publieksgerichte functies te clusteren in de winkelstraten. Daarom is in de winkelstraten in alle panden in de begane grond alleen detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening toegestaan. Omzetting van de begane grond naar andere niet-woonfuncties en wonen is niet toegestaan. Bestaande andere functies zijn als zodanig bestemd. Consumentgerichte dienstverlening is dienstverlening die gericht is op langslopend publiek dan wel de consument. Hierbij gaat het om persoonlijke verzorging zoals kappers, schoonheidsspecialisten, zonnestudio's, nagelstudio's en dergelijke, alsmede reisbureaus, hypotheekkantoren, uitzendbureaus en dergelijke. Deze vormen van dienstverlening hebben dezelfde ruimtelijke uitstraling en dezelfde ruimtelijke effecten als detailhandel en vestigen zich doorgaans dan ook in winkelstraten en doorgaande straten.

Het Amsterdamse detailhandelsbeleid biedt ruimte voor uitbreiding in 'toekomstbestendige' of kansrijke winkelgebieden. In deze winkelgebieden zijn er - onder voorwaarden - mogelijkheden voor uitbreiding van het winkeloppervlak, zodat in Amsterdam de winkelleegstand laag blijft. Het loslaten van het maximale vloeroppervlak van 300 m2 in de delen van de winkelstraten waar de dagelijkse winkels zijn gevestigd, is op zich een kans om het aanbod in het winkelgebied te versterken. Het kan echter ook een bedreiging zijn voor de diversiteit van het winkelaanbod. Mogelijk leidt dit tot verdringing van kleine speciaalzaken en buurtwinkels door dagelijkse winkels en winkelketens. De winkels met dagelijkse boodschappen bevinden zich verspreid over het gehele wijkwinkelgebied. Een aantal publiekstrekkers ligt juist net buiten de winkelstraten. Er is daarom geen aanleiding om het maximale vloeroppervlak van 300 m2 in dit bestemmingsplan los te laten. Een winkelvloeroppervlak van 300 m2 kan in veel gevallen pas gerealiseerd worden door vier panden samen te voegen. Dit zou er voor zorgen dat langgerekte winkelpuien voor één winkel ontstaan, waardoor het fijnmazige karakter van het voorzieningenaanbod verdwijnt. Dit is onwenselijk. Daarom mogen maximaal twee panden worden samengevoegd.

Doorgaande straten In het plangebied liggen meerdere doorgaande straten die door middel van een verruiming en diversifiëring van het voorzieningenniveau een kwaliteitsimpuls kunnen krijgen en daarmee zouden kunnen uit- en doorgroeien tot voldragen stadsstraten. In de doorgaande straten zijn daarom naast detailhandel en consumentgerichte dienstverlening ook andere niet-woonfuncties in de begane grond toegestaan, te weten maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven. Woonstraten In de woonstraten, alle overige straten binnen het plangebied, waren van oudsher veel buurtwinkels op de straathoeken gevestigd. De meeste van deze winkels zijn in de loop der jaren omgezet naar andere voorzieningen, zoals een tandartspraktijk, een horecavoorziening of een kantoor. De laatste jaren is er

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476844/1