CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-187E herstelbesluit BP Museumkwartier–Valeriusbuurt - toelichting

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het herstelbesluit bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 VN2023-01984740.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 49

De verharding van een tuin mag maximaal 50% van het oppervlak van de tuin bedragen. Daarbij wordt het grondoppervlak van de bebouwde gronden meegerekend. Indien de verharding meer dan 50% van het totale oppervlak van de tuin bedraagt, dan is het aanleggen of toevoegen van nieuwe verharding in de vorm van betegeling alleen toegestaan met een omgevingsvergunning. Hiervoor dient een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan te worden verleend. Er is gekozen om geen regeling in het bestemmingsplan op te nemen voor het verharden van meer dan 50 % van de tuin, omdat dit maatwerk is. Indien meer dan 50 % van de tuin wordt verhard, dan geldt in ieder geval de voorwaarde dat het waterbergend vermogen van de tuin in de nieuwe situatie een capaciteit heeft van tenminste 60 mm hemelwater per uur. Daarmee kan bij een zware regenbui het regenwater op eigen terrein worden verwerkt. Dit waterbergend vermogen kan op meerdere manieren worden gerealiseerd, bijvoorbeeld middels waterdoorlatende verharding, het leggen van tegels met een open voeg, het plaatsen van een regenton, het aanleggen van een vijver en dergelijke, al dan niet in verschillende combinaties. Wettelijk is het toegestaan om in de begane grond aan de oorspronkelijke achtergevel aan- en uitbouwen tot maximaal 4 meter diep vergunningsvrij te realiseren.

Gezien de ondiepe binnentuinen in het plangebied zouden aan- en uitbouwen van deze diepte het groene karakter van de woonbuurt, en daarmee de waterbergende capaciteit en de hittebestendigheid, te veel aantasten. Veel binnentuinen hebben een beperkte diepte van achtergevel tot achtergevel. Met aan beide zijden een uitbouw van 4 meter diep blijft er maar heel beperkt open binnentuin over. De meeste tuinen hebben achterin ook nog een schuurtje / berging staan en tegen de achtergevel is er meestal een verhard terras. Dan blijft er weinig over van het groene karakter van de binnentuinen. Ruimtelijke studie 'Aan- en uitbouwen in binnentuinen Musemkwartier en Valeriusbuurt' In de ruimtelijke studie 'Aan- en uitbouwen in binnentuinen Museumkwartier en Valeriusbuurt' (oktober 2021) is aan de hand van uiteenlopende voorbeelden inzichtelijk gemaakt wat de ruimtelijke effecten zijn op de binnentuinen van het inperken van de maximale diepte van aan- en uitbouwen. De studie ligt mede ten grondslag aan de regelingen voor de bebouwingsmogelijkheden van de binnentuinen. De studie is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Museumkwartier en Valeriusbuurt zijn beide gekenmerkt door meestal gesloten bouwblokken met 3 á 4 bouwlagen met of een platte dak of en schuine dak. De binnentuinen van deze bouwblokken zijn met een diepte van meestal 15 tot 25m van gevel tot gevel ondiep.

Er bestaan zelfs bouwblokken die een diepte van alleen maar 10m hebben. Bij bouwblokken met woningen op de begaande grond is het binnenterrein meestal groen ingericht met privétuinen voor de woningen. In sommige bouwblokken zijn voorzieningen in het binnenterrein opgenomen zoals schoolgebouwen of een kerk die in het binnenterrein rijkt. Deze gebouwen hebben over het algemeen een verharde buitenruimte zodat alleen de tuinen van de woningen er omheen een groene en open inrichting tonen. Vooral de gebouwen rond het Museumplein wijken af van de homogene bebouwingstypologie van gesloten bouwblokken. Hier en incidenteel ook nog verspreid over het gebied zijn los staande, solitaire gebouwen gesitueerd die met de buitenruimtes direct aan het openbaar gebied grenzen. Vaak zijn dat gebouwen met een publieke functie die belangrijke schakelpunten in de stadstructuur vormen. Bovendien vormen de hoofdwinkelstraten Pieter Cornelisz Hooftstraat (tussen de Van Baerlestraat en de Hobbemastraat) en het noordelijke deel van de Van Baerlestraat (ten noorden van het Concertgebouw), en de buurtgerichte (niche)winkelstraat Cornelis Schuytstraat qua functie een uitzondering in de opbouw van de wijk. Zij zijn belangrijke straten en de functie aan de voorkant is vaak ook afleesbaar in de binnentuinen. Zij hebben meestal geen groen karakter.

Het achtererf van een winkelpand is bijna altijd verhard en wordt gebruikt om bijvoorbeeld afvalcontainers te stallen of als opslagruimte of is al bebouwd

Gemeente Amsterdam

blz. 50

met een winkel ondersteunende gebouw. Begrenst worden het Museumkwartier en de Valeriusbuurt door twee grote waterlopen, de Noorder Amstelkanaal in het Zuiden en de Boerenwetering in het Oosten. In het Noorden sluit direct het Vondelpark aan met zijn recreatieve betekenis voor de hele stad. Maar toch zijn door de relatief hoge dichtheid van de bebouwing de binnentuinen meestal de enige groene plekken in de directe woonomgeving. Daarom hebben de groene binnentuinen een belangrijke invloed op de woonkwaliteit in dit gebied m.b.t. gezondheid, lucht, koeling, waterbergende capaciteit en meer. Het is daarom van groot belang dat deze kwaliteit behouden blijft. Door de maximaal toegestane bouwdiepte van vergunningsvrije aan- en uitbouwen in ondiepe binnentuinen terug te brengen tot 2,5 meter, blijft de open en groene kwaliteit van de binnentuinen zo veel mogelijk gehandhaafd zonder de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen op begane grond volledig te beperken. Aan de hand van onderstaande uitgangspunten is onderzocht bij welke bouwblokken een beperking van de maximale diepte van aan- en uitbouwen nodig is om het groene karakter van de binnentuinen te behouden en waar mogelijk diepere aan- en uitbouwen aanvaardbaar zijn. Voor de bouwblokken zijn hiervoor de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

Per straatfront van een bouwblok dienen zo weinig als mogelijke verschillende maximale dieptes van aanbouwen aangehouden te worden zodat er zo veel mogelijk een rechte lijn aan de achterkant van de bebouwing op begane grond ontstaat. Het verspringen van de diepte van aanbouwen in eenzelfde straatfront zou ten kosten gaan van het woongenot van de woningen op begane grond met ondiepe tuinen. 2. Bij de beoordeling van de impact van aan-/uitbouwen op de groene uitstraling van de binnentuinen zijn niet alleen de diepte van de individuele kavels van belang maar de maat van de gehele open ruimte tussen de tegenover elkaar liggende gevels. Om de open en groene kwaliteit te behouden is de onbebouwde ruimte tussen de tegenover elkaar liggende gevels, inclusief de aan-/uitbouwen op de eerste bouwlaag, bij voorkeur minimaal 25 m diep. Hieronder is het ruimtelijke effect van de aan- en uitbouwen op de binnentuinen aan de hand van een aantal voorbeelden geschetst. Deze voorbeelden zijn op onderstaande overzichtskaart weergegeven. De nummering van de voorbeeld-blokken correspondeert met de analyses per voorbeeld-blok hierna.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 51

Afbeelding: Overzichtskaart onderzochte voorbeeld-bouwblokkenin het plangebied

De onderzochte voorbeeld-blokken zijn vergeleken met alle bouwblokken in het plangebied. Zo is bepaald welke bouwblokken vergelijkbaar zijn met een voorbeeld-blok en dezelfde regeling behoren te krijgen als het voorbeeld-blok.

Afbeelding: Overzichtskaart alle bouwblokken in het plangebied

Gemeente Amsterdam

blz. 52

1. Bouwblokken aan woon- en doorgaande straten In het plangebied van het bestemmingsplan zijn een aantal varianten van bouwblokken: 1.1 Smalle bouwblokken (tot 31m diepte) Deze bouwblokken zijn kenmerkend voor een groot deel van het plangebied. Ze beschikken over ondiepe binnentuinen van ca. 10 tot 27m diepte tussen de tegenover elkaar liggende vlakke achtergevels. In deze ondiepe bouwblokken gaan aan-/uitbouwen altijd ten kosten van de open en groene kwaliteit van de binnentuinen (zie uitgangspunt 2). Om het vergunningsvrije bouwen echter niet helemaal in te perken wordt hier gekozen voor een (smalle) balans tussen uitbreidingswensen en groene binnentuinen. De diepte van aan-/uitbouwen dient hier beperkt te blijven tot max. 2,5 m.

De in voorbeeldblok 1.1 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 2, 3, 5-7, 11-14, 15 (midden), 17, 19-24, 25 (oost en west), 26-31, 34, 36, 38-41, 45, 48, 50, 55-57, 60, 63 (noord), 64 (zuid), 65 (oost), 68, 70, 71, 73-75, 77 (zuid), 78-80, 82 (zuid), 84 en 86-89.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 53

1.2 Bouwblok met voorziening in de binnentuin Naast bouwblokken met woningen op de begane grond zijn er ook wat diepere bouwblokken met voorzieningen- /bedrijfsgebouwen in het binnenterrein. De afstand tussen de tegenover elkaar gelegen vlakke achtergevels is weliswaar meer dan 32 meter. Maar door de aanwezigheid van bebouwing zijn de tuinen van de woningen ook in deze bouwblokken relatief ondiep. Diepe uitbouwen zouden hier tot kosten gaan van het open en groene karakter van de binnentuinen. Daarom wordt de mogelijkheid voor vergunningsvrije aan- en uitbouwen tot maximaal 2,5 m beperkt.

De in voorbeeldblok 1.2 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 4, 8, 33, 35, 44, 46, 58, 59, 66, 69, 81, 83, 85 en 90. 1.3 Bouwblok met (keuken)uitbouwen In sommige bouwblokken hebben de woongebouwen deels kenmerkende (keuken)uitbouwen. Deze bouwvolumes steken uit in de binnentuinen waardoor de achtergevellijn verspringt. Dit gaat ten koste van de openheid van de sowieso vaak al ondiepe binnentuinen. Diepe uitbouwen zouden leiden tot nog verdere inperking van de openheid en zouden de binnentuinen deels afscheiden dus opdelen in meerdere kleine binnentuinen. Daarom dienen vergunningsvrije aan- en uitbouwen tot maximaal 2,5 m beperkt te worden om de kwaliteit van open en groene tuinen te waarborgen. Daarnaast zijn aan- en uitbouwen alleen toegestaan aan de oorspronkelijke vlakke achtergevel. Achter de keukenuitbouwen zijn Gemeente Amsterdam

blz. 54

geen verdere aan-/uitbouwen toegestaan om de al beperkte open ruimte te behouden.

De in voorbeeldblok 1.3 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt (deels) voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 02, 06, 07, 13, 23, 28, 30, 34, 35, 39, 40, 44, 46, 53, 58, 59, 63, 64, 65, 68-70, 80 en 87. 1.4 Bouwblok met veelhoekige vorm en verschillend diepe tuinen Door een verdraaiing in het stratenpatroon ontstaan deels bouwblokken met een veelhoekige vorm. Hierdoor hebben de panden soms zeer verschillend diepe tuinen. Diepere kavels liggen tussen minder diepe kavels zoals in onderstaand voorbeeld in het zuidelijke eind van de Banstraat. Aan de Banstraat (in de afbeelding rechts) hebben de meeste kavels weliswaar eenzelfde relatief diepe maat maar zijn de tuinen in de westelijke hoek van het bouwblok juist zeer ondiep. Indien er in eenzelfde straatfront diepere aan-/uitbouwen (4m) bij langere kavels zouden worden gerealiseerd naast panden met ondiepe kavels, zou de aanbouwdiepte verspringen en zouden de diepe aanbouwen grote impact hebben op de naastgelegen benedenwoningen. Conform de boven benoemde uitgangspunten is dit niet wenselijk. Daarnaast is de impact van aan-/uitbouwen op de groene uitstraling van de binnentuinen in een bouwblok niet alleen op basis van de diepte van de individuele kavels te beoordelen maar wordt de

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 55

gehele open ruimte tussen de tegenover elkaar liggende gevels beschouwd. Om deze redenen worden vergunningsvrije aan- en uitbouwen ook bij diepere kavels tot maximaal 2,5 m beperkt.

De in voorbeeldblok 1.4 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 01, 10, 16, 18, 32, 37, 42, 43, 47, 52-54, 61, 62, 67, 72 en 76. 1.5 Bouwblok met grote diepte Heel soms in de gebieden Museumskwartier en Valeriusbuurt is een bouwblok (gedeeltelijk) zo diep dat het groene onbebouwde binnenterrein voldoende aanwezig en overtuigend is - ook met een aan- of uitbouw van 4m diepte aan allebeide blokkanten. De groene karakter gaat hier ook met een diepere volumen niet verloren en de tuinen van de kavels zijn groot genoeg om een aan- of uitbouw van 4m op te nemen. Dit geldt voor blokken die (gedeeltelijk) dieper dan 33m zijn gemeten van de vlakke achtergevels. Bovendien moeten meerdere kavels in samenhang deze diepte hebben om een 4m diepe uitbouw mogelijk te kunnen maken. Meerdere verspringingen van de diepte van de aan- en uitbouwen is ruimtelijk namelijk wederom niet wenselijk.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

De in voorbeeldblok 1.5 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 09, 15 (west) en 25 (midden). 2. Bouwblokken aan hoofdwinkelstraten 2.1. Pieter Cornelisz Hoofdstraat en Cornelis Schuytstraat Naast bouwblokken met vooral woningen op de begane grond zijn er bouwblokken die aan een kant aan hoofdwinkelstraten (Pieter Cornelisz Hooftstraat en Cornelis Schuytstraat) zijn gelegen. De achtererven van deze winkelpanden zijn grotendeels verhard en veel winkelpanden in deze straten beschikken al over een uitbouw van vier meter of dieper tot aan de perceelgrens. Een aantal van deze bouwblokken hebben dan ook diepere binnenterreinen. Het ruimtelijk effect van aan- en uitbouwen tot aan de perceelgrens bij de panden langs deze twee winkelstraten is beperkt. Het groene en open karakter ontstaat in deze binnentuinen voornamelijk door de tuinen van de woningen aan de andere kanten van de bouwblokken waar de maximale diepte van aan- en uitbouwen op 2,5 m beperkt wordt. Bij de panden langs deze twee winkelstraten zijn daarom aan- en uitbouwen tot aan de perceelgrens ruimtelijk aanvaardbaar. Deze regeling geldt voor de Pieter Cornelisz Hoofdstraat tussen de Hobbemastraat en de Van

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 57

Baerlestraat maar niet voor het oostelijke en westelijke einde. Hier zijn de winkels en percelen kleinschaliger en moeten ook de aan- en uitbouwen kleiner dus 2,5m diep zijn. Deze regeling geldt ook voor de panden langs de Cornelis Schuytstraat tussen de Van Eeghenstraat en de De Lairessestraat die te samen functioneren als de buurtgerichte (niche)winkelstraat. In enkele gevallen behoren ook panden in de zijstraten van dit deel van de Cornelis Schuytstraat bij deze winkelstraat. Deze regeling geldt niet voor het zuidelijke einde van de Cornelis Schuytstraat omdat hier geen winkels meer op de begane grond gesitueerd zijn maar woningen.

De in voorbeeldblok 2.1 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 19-23 (oost), 25-29 (west), 63 (zuid), 64 (noord), 77 (noord) en 84 (noord). 2.2. Van Baerlestraat Ook in het noordelijke gedeelte van de Van Baerlestraat (tussen het Vondelpark en de Willemsparkweg) zijn er bouwblokken die aan een kant op de begane grond hoofdwinkelstraat als functie hebben. De andere kanten van de bouwblokken liggen aan woon- of doorgaande straten of aan het Vondelpark. De achtererven van deze winkelpanden zijn nu al grotendeels verhard en veel winkelpanden in deze straten beschikken al over een uitbouw van 4 meter of dieper tot aan de perceelgrens. Een aantal van deze bouwblokken hebben ook diepere binnenterreinen. Het ruimtelijk effect van aan- en uitbouwen tot 4m bij de panden langs deze winkelstraat is beperkt en er blijft nog voldoende onbebouwde ruimte over. Daarom is een aan- of uitbouw van 4m ruimtelijk aanvaardbaar. eze regeling geldt voor de Van Gemeente Amsterdam

blz. 58

Baerlestraat tussen het Vondelpark en de Willemsparkweg maar niet voor het zuidelijke gedeelte. Hier zijn de winkels en percelen kleinschaliger en moeten ook de aan- en uitbouwen kleiner dus 2,5m diep zijn.

De in voorbeeldblok 2.2 onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplan met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 48-49 (oost), 51 (oost) en 63-65 (west). 3) Naast voorbeeldblokken: afwijkende regeling hoekbebouwing In voorgaande voorbeeldblokken is per bouwblok de gemaakte keuze belicht voor de binnentuinenregeling. De daarin gemaakte keuzes gelden voor de lange en korte zijden van de bouwblokken. Voor de hoeken van de bouwblokken in het plangebied, wordt een andere keuze gemaakt. e hoekpercelen in bouwblokken zijn nagenoeg altijd kleiner dan de percelen op de lange en korte zijden van de bouwblokken. Soms is bij de panden in deze hoeken helemaal geen tuin aanwezig. Voor de veelal geldende situaties dat de hoektuinen duidelijk kleiner zijn dan de overige tuinen in het betreffende bouwblok, is het niet logisch een aan- of uitbouwmogelijkheid van 2,5 of 4 meter vast te leggen. Voor deze situaties wordt dan ook een andere keuze gemaakt. In de hier bedoelde tuinen is gekozen voor een maximaal bebouwingspercentage van 50%. Met maximaal 50% bebouwing wordt aangesloten op de huidige regeling omtrent het vergunningsvrij bouwen uit het Besluit omgevingsrecht.

De koppeling van de bouwmogelijkheden in de hoeken van bouwblokken aan een maximumpercentage, zal er toe leiden dat in vrijwel elke hoektuin minder mogelijkheid tot bebouwen wordt geboden dan bij een regel om maximaal 2,5 meter te bebouwen of - voor de genoemde winkelstraten - maximaal 4 bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 59

meter. In de hieronder opgenomen tekeningen van de voorbeeldblokken zijn de hier bedoelde hoektuinen indicatief met een groene kleur weergegeven. De precieze keuze op blok- en perceelsniveau voor welke hoektuinen deze regeling zal gelden, zal uiteindelijk worden weergegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. Hieronder zijn twee uitsneden opgenomen uit twee voorbeeldblokken met daarin de indicatieve hoekpanden. Daarnaast is de werkelijke (kadastrale) perceelindeling weergegeven.

4) Open bouwblokken In het gebied zijn ook een aantal open bouwblokken of solitaire gebouwen die aan de openbare ruimte grenzen en de binnentuinen dus niet in een afgesloten binnenterrein liggen. In de analysekaart zijn deze gebouwen in donkerblauw weergegeven. Dit zijn vaak gebouwen in een groen en open setting en liggen deels aan het Vondelpark of aan belangrijke open pleinen. Deze panden liggen vaak aan een hoog gewaardeerde stedenbouwkundige zone of zelfs in Plan Zuid waar het straatbeeld door zijn hoge cultuurhistorische waarde niet verandert mag worden. Daarnaast hebben de hier opgenomen gebouwen Gemeente Amsterdam

blz. 60

vaak een hoge architectonische waardering / ordestatus (zie ook bijlage 3 op p. 15). Dit maakt terughoudendheid in de aanbouwmogelijkheden wenselijk. Daarom dient ook hier de diepte van aan/uitbouwen beperkt te blijven tot max. 2,5 m.

5) Verspringende achtergevel In het onderzoeksgebied zijn heel veel bouwblokken waar de achtergevels verspringen. Dit omdat de privé buitenruimtes (balkons) inpandig dus zonder verspringing uit de rooilijn ontworpen zijn. Het gevelbeeld in de binnentuinen krijgt zo een rustig doorlopend beeld maar de achtergevel verspringen duidelijk. Om voldoende groene binnenterreinen te waarborgen en om een rustig gevelaanzicht op de begane grond te waarborgen is daarom ruimtelijk belangrijk de aan- en uitbouwen (maakt niet uit of deze 2,5m of in weinig gevallen ook 4m diep zijn) vanaf de terugliggende achtergevel te laten beginnen. Dit zal ook zo op de verbeelding van het bestemmingsplan worden vastgelegd.

Gehanteerde uitgangspunten De gemeente Amsterdam wil het bouwen van aan- en uitbouwen bij woningen en ondernemingen niet verbieden, maar hecht tegelijkertijd aan de belangen die spreken vóór het open en groen houden van de binnentuinen. Uit het voorgaande blijkt dat er in het plangebied meerdere belangen spelen als het gaat om bebouwing in de binnentuinen. Er is een uitbreidingswens van bewoners en ondernemers in de begane grond. Deze

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 61

wens staat in bepaalde gevallen haaks op de andere belangen die worden gevormd door de belevingswaarde van de binnentuinen, het behoud van een stedenbouwkundig waardevolle verhouding tussen groen en bebouwing en het anticiperen op klimaatveranderingen door het waterbergend vermogen van de binnentuinen op peil te houden en het beperken van hittestress. Deze belangen zijn allemaal gediend bij het tegengaan van verregaande verdichting van de binnentuinen. Echter, in het kader van de afweging van alle belangen, is ervoor gekozen om enige ruimte voor uitbreiding te blijven toestaan voor de bewoners en ondernemers in de begane grond in een mate waarin het groene en open karakter en het waterbergend vermogen van de binnentuinen niet onevenredig wordt aangetast. Deze afweging heeft ertoe geleid dat in dit bestemmingsplan de volgende uitgangspunten gelden voor bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen) in de binnentuinen. In binnentuinen die, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevels, tenminste 32 meter diep zijn, mogen aan- en uitbouwen maximaal 4 meter diep zijn. In binnentuinen die, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevels, minder dan 32 meter diep zijn mogen aan- en uitbouwen maximaal 2,5 meter diep zijn. De bouw van bijgebouwen op een afstand van meer dan 4 resp.

2,5 meter achter de oorspronkelijke achtergevel is niet toegestaan, uitgezonderd een kleine berging in de achtertuin. De achtererven van de percelen in de P.C. Hooftstraat, tussen de Hobbemastraat en de Van Baerlestraat mogen volledig worden bebouwd. De achtererven van de percelen in de Cornelis Schuytstraat, tussen de Van Eeghenstraat en de De Lairessestraat mogen volledig worden bebouwd. Op de achtererven van de percelen in het noordelijk deel van de Van Baerlestraat (tussen het Vondelpark en de Willemsparkweg) mogen aan- en uitbouwen maximaal 4 meter diep zijn. Bestaande aan- en uitbouwen die dieper zijn worden positief bestemd. Indien bovenstaande regeling in onvoldoende mate zorg draagt voor het openhouden van de hoektuinen, dan geldt een afwijkende regeling. Daarbij bedraagt het bebouwingspercentage van de tuinen maximaal 50%; In alle gevallen geldt dat nieuwe aan- en uitbouwen moeten worden voorzien van een groen dak. Dit groene dak dient tevens een waterbergende functie te hebben. 3.2.4

Ondergronds bouwen

In het huidige bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om kelders en souterrains onder het hoofdgebouw en in de tuin te bouwen. Het aantal ondergrondse verdiepingen en het oppervlak van de kelder zijn daarbij niet gelimiteerd. Er worden geen voorwaarden gesteld om negatieve effecten op de grondwaterhuishouding te voorkomen. Een kelder of parkeerkelder onder een tuin moet worden voorzien van een grondpakket van minimaal 80 cm boven op het dak en mag niet ten koste gaan van (waardevolle) bomen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor parkeerkelders onder het hoofdgebouw en in de tuin te bouwen. De bouw van kelders heeft in beginsel een positief effect op de leefbaarheid van de vooroorlogse stadswijken. Veel vooroorlogse panden hebben te maken met een matige tot slechte fundering. Funderingsherstel is een kostbare operatie. Indien dit gecombineerd wordt met de bouw van een kelder, staat tegenover deze investering een waardevermeerdering van het pand. Dit kan een extra stimulans zijn om tot funderingsherstel over te gaan. Door de bouw van een kelder wordt het vloeroppervlak vergroot, waardoor gezinnen met kinderen in de wijk kunnen blijven wonen en ondernemers kunnen uitbreiden. Dit draagt bij aan het gemengde karakter van de wijk. Kelders kunnen ook een oplossing bieden voor de parkeerdruk.

Het gemeentelijk beleid is erop gericht om het parkeren op eigen terrein op te lossen. De bouw van een parkeerkelder is in de

Gemeente Amsterdam

blz. 62

vooroorlogse wijken een effectieve manier om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. De bouw van kelders staat in het kader van de bouwdynamiek echter ter discussie. Uit het participatietraject komt naar voren dat veel bewoners zich zorgen maken over de constructieve schade die hierdoor kan ontstaan. Het feit dat de gemeente voorwaarden stelt aan de bouw van kelders neemt deze zorgen niet voor iedereen weg. Circa 40 % van de respondenten van de mini-enquête vindt dan ook dat de bouw van kelders helemaal verboden moet worden. De meerderheid van de respondenten (56 %) vindt dat de bouw van kelders al dan niet onder voorwaarden moet worden toegestaan. Veelgenoemde voorwaarden zijn o.a. het intact houden van de grondwaterstand en het voorkomen van overlast en schade voor buurpanden. De bouw van kelders heeft ook invloed op de afvoer van regenwater en grondwaterstromen. In het afwijkingenbeleid is daarom de voorwaarde opgenomen dat de bouw van een kelder de grondwaterstand en grondwaterstromen niet mag verstoren. De bouw van één kelder heeft echter weinig invloed op het grondwater. En de geohydrologische situatie is in elke wijk anders. In de ene wijk kan de bouw van kelders de wateroverlast beperken (door barrièrewerking), terwijl de bouw van kelders elders juist tot meer wateroverlast kan leiden.

De gemeente Amsterdam heeft daarom onderzoek gedaan naar de cumulatieve effecten van de bouw van kelders op het grondwater in een aantal verschillende wijken. De conclusie van dit onderzoek is dat de cumulatieve effecten van kelderbouw op de langere termijn tot ernstige grondwateroverlast kunnen leiden, maar dat voor elke wijk weer andere maatwerkoplossingen nodig zijn om grondwateroverlast te beperken of te voorkomen. Op basis van het voorgaande waren in de Nota van Uitgangspunten voor dit bestemmingsplan uitgangspunten opgenomen over het aanscherpen van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (alleen onder hoofdgebouwen, waarbij moet worden aangetoond dat dit niet leidt tot een substantiële belemmering van de grondwaterstromen). Na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten is echter nieuw stedelijk beleid vastgesteld op 20 januari 2021 in de vorm van het 'Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam' en de 'beleidsregel grondwaterneutrale kelders'. Doel van het afwegingskader en beleidsregel is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater in Amsterdam.

Om te zorgen dat een kelder geen nadelige gevolgen heeft voor de stand van het grondwater en dat de kans op schade aan aangrenzende terreinen of panden of de openbare ruimte minimaal is, zijn met het afwijkingskader regels opgesteld voor de aanleg van kelders. Alleen de aanleg van 'grondwaterneutrale' kelders is toegestaan. De aanleg van kelders die 'niet-grondwaterneutraal' zijn, is op grond van de regels niet langer toegestaan. Een aanvraag voor de aanleg van een kelder wordt alleen goedgekeurd als het gaat om een grondwaterneutrale kelder. Dat wil zeggen dat het grondwater ook na de komst van de kelder goed kan blijven doorstromen, de stand van het grondwater niet of nauwelijks verandert (en waar mogelijk zelfs verbetert) en als er ook verder geen negatieve gevolgen zijn voor het grondwater. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd, is in het afwegingskader op basis van de omvang en de diepte van de te bouwen kelder het volgende onderscheid gemaakt: Kelders met één verdieping, een oppervlakte van maximaal 300 m2 en een diepte van maximaal 4 meter onder het grondoppervlak (maaiveld, gerekend aan de straatkant) kunnen grondwaterneutraal worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de technische maatregelen die zijn opgenomen in de beleidsregels.

Deze (bouw)technische maatregelen moeten er voor zorgen dat zowel gedurende de aanleg en bouw van de kelder (op korte termijn) als gedurende de levensduur daarvan (op lange termijn) de grondwaterneutraliteit gegarandeerd blijft. In de praktijk gaat het bij kelders binnen de

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 63

gestelde maximum maten om kelderbouw die de afgelopen jaren met name gewenst is gebleken onder particuliere woningen. Kelders die wat betreft omvang en/of diepte groter zijn dan bovenstaande kelders, kunnen alleen mogelijk worden gemaakt indien op basis van een geohydrologisch onderzoek is aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang van grondwaterneutraal bouwen. Hiervoor zal vrijwel altijd maatwerk noodzakelijk zijn. In het afwegingskader is onderzocht in welke gebieden welke maatregelen vereist zijn om grondwaterneutraliteit te waarborgen. In alle buurten van Amsterdam zijn de belangrijkste eigenschappen van de bodem die een rol spelen bij kelderbouw in kaart gebracht (zoals samenstelling van de bodem, de grondwaterstand, hoe het grondwater stroomt en hoe er gebouwd is). Het afwegingskader is na de vaststelling opgenomen in het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders, dat is vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 7 oktober 2021, dat wil zeggen vóórdat het onderhavige bestemmingsplan is vastgesteld. Daarom is in dit bestemmingsplan de planregeling van het paraplubestemmingsplan overgenomen voor zover die van toepassing is voor dit plangebied.

Dit houdt in praktijk het volgende in: Als hoofdregel is vastgelegd dat het bouwen van nieuwe kelders en souterrains onder zowel bestaande als nieuwe gebouwen, alsmede het vergroten van bestaande kelders en souterrains, niet is toegestaan. Van dit algemene verbod kan alleen worden afgeweken als de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd gelden de hierboven genoemde criteria uit het afwegingskader. In paragraaf 5.5.13 wordt hier verder uitgebreid op ingegaan.

3.3

Uitgangspunten voorzieningenstructuur

In deze paragraaf worden de gebiedsspecifieke uitgangspunten voor de in Hoofdstuk 2 onderscheiden voorzieningenclusters beschreven. Daarbij wordt gemotiveerd waarom bepaalde voorzieningen in bepaalde straten binnen deze clusters wel of niet worden toegestaan. In het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2011 is uitgegaan van een aantal gebiedsspecifieke regelingen voor het gebruik van panden met een niet-woonfunctie. Daarbij werden drie gebieden onderscheiden. Ook in het nieuwe bestemmingsplan gelden gebiedsspecifieke uitgangspunten. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen vier gebieden. Deze vier deelgebieden zijn elk in min of meerdere mate voor hun voorzieningen georiënteerd op een bepaald voorzieningencluster. De vier onderscheiden deelgebieden zijn: 1. 2. 3. 4.

het Museumplein en omgeving; het Roelof Hartplein en omgeving; de Cornelis Schuytstraat en omgeving; de Valeriusbuurt.

Deze vier deelgebieden komen hieronder achtereenvolgens aan bod. De in de deelgebieden aanwezige culturele voorzieningen, het kernwinkelgebied, de wijkwinkelstraten en de overige voorzieningenclusters krijgen elk een op maat gemaakte regeling. De niet-woonfuncties in de overige straten worden in het gehele plangebied op dezelfde manier bestemd. Daarvoor geldt een aantal algemene uitgangspunten ten aanzien van de niet-woonfuncties. Deze worden aan het eind van deze paragraaf toegelicht. Ook de regeling om ongewenste vormen van detailhandel en dienstverlening (bijvoorbeeld toeristenwinkels, belwinkels en massagesalons) te weren zal voor het gehele plangebied gelden. Deze uitgangspunten staan daarom in de laatste subparagraaf

Gemeente Amsterdam

blz. 64

van dit hoofdstuk beschreven. In beginsel gelden de hier aangegeven uitgangspunten voor alle percelen die als zodanig worden gebruikt. Indien de situatie daarom vraagt, is voor een bepaald perceel of een bepaalde functie maatwerk toegepast. 3.3.1

Museumplein en omgeving

Het Museumplein is een unieke plek in Amsterdam met vier culturele instellingen van wereldniveau. Het Museumkwartier is bovendien een belangrijke toeristische trekpleister. Eén van de opgaves voor het Museumkwartier is het creëren van betere verbindingen naar omliggende buurten zoals De Pijp en de P.C. Hooftbuurt met meer publieksgerichte voorzieningen langs de betreffende langzaam verkeersroutes. Het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2011 beschermt het brede en gevarieerde voorzieningenaanbod rond het Museumplein. Het merendeel van de panden heeft een gemengde bestemming en er is veel maatwerk toegepast. Ook worden er veel nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Zo hebben de panden aan de noordzijde van de Paulus Potterstraat allemaal een gemengde bestemming gekregen, waarbij de vestiging van detailhandel bij rechte is toegestaan. Hoewel de Paulus Potterstraat in het stadsstratenbeleid wordt aangemerkt als een 'voldragen stadsstraat', zijn er in deze straat geen winkels gevestigd. Veel panden zijn in gebruik als kantoor. Een aantal panden wordt bewoond en er zijn twee toeristische publiekstrekkers gevestigd: House of Bols en Coster Diamonds/ Diamant museum.

In alle panden aan de zuidoostzijde van het Museumplein en in de Hobbemastraat en Honthorststraat tussen het Museumplein en de Hobbemakade zijn in het bestemmingsplan Museumkwartier Valeriusbuurt 2011 nieuwe musea toegestaan. Hier zijn echter geen musea gevestigd. In deze straten zijn vooral kantoren en woningen gevestigd. In dit bestemmingsplan wordt in dit plandeel ook weer veel maatwerk toegepast. Voor een aantal straten en percelen worden de gebruiksmogelijkheden echter gewijzigd, zodat ze beter aansluiten op de bestaande situatie. Op deze manier kan worden bijgedragen aan de ambities uit de structuurvisie Amsterdam en de gebiedsagenda Oud-Zuid. De unieke mix van cultuur, winkels, horeca, wonen en werken wordt behouden zonder dat het plangebied op slot gaat. Maar er wordt voorkomen dat er een te grote concentratie van (nieuwe) detailhandel, horeca en toeristische publiekstrekkers ontstaat. Dit zou in strijd zijn met de ambitie om bezoekers juist meer over de stad te spreiden. De regeling in bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2011 voor winkelpanden aan de P.C. Hoofstraat en het deel van de Van Baerlestraat tussen het Vondelpark en het Concertgebouw (hierna: Van Baerlestraat Noord) blijft gehandhaafd. Amsterdam streeft met haar detailhandelsbeleid naar meerdere aantrekkelijke winkelgebieden waar kan worden gewinkeld voor producten die men niet elke dag koopt.

Het aanbod moet voorzien in uiteenlopende behoeftes in verschillende segmenten. Dit vraagt om een ruim aanbod in niche-, top- en luxe segmenten en ruimte om in het kernwinkelgebied mee te bewegen met veranderingen in de consumentenbehoeften. De P.C. Hooftstraat voorziet als meest exclusieve winkelstraat van de stad in de vraag naar luxe winkels in het topsegment. De Hobbemastraat en de Van Baerlestraat Noord fungeren als aanloopstraat respectievelijk uitloper van de P.C. Hooftstraat. Ook in deze straten zijn voornamelijk luxe winkels in het dure segment te vinden. Het hele gebied wordt in het detailhandelsbeleid gerekend tot het kernwinkelgebied van de binnenstad waar de winkels voor niet-dagelijkse boodschappen zijn geconcentreerd die zich vooral op bezoekers richten. Winkels voor dagelijkse boodschappen en consumentgerichte dienstverleners richten zich vooral op bewoners en zijn daarom voornamelijk buiten

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 65

het kernwinkelgebied te vinden. Om die reden wordt in het nieuwe bestemmingsplan in de P.C. Hooftstraat, de Van Baerlestraat Noord en de kop van de Hobbemastraat alleen detailhandel bij rechte toegestaan en wordt er een groter winkelvloeroppervlak toegestaan dan in de wijkwinkelgebieden. Het Amsterdamse detailhandelsbeleid is gericht op clustering van het winkelaanbod in bestaande winkelgebieden. Op die manier profiteren winkels van elkaars bezoekersstromen en heeft de consument het gemak van alle winkels bij elkaar. Dit betekent dat er in principe geen nieuwe winkels kunnen worden gevestigd buiten de bestaande winkelgebieden. Aan de noordzijde van de Paulus Potterstraat bevinden zich weinig publieksgerichte voorzieningen. Er bevinden zich vooral woningen en kantoren. De straat wordt in het stadsstratenbeleid aangemerkt als een 'voldragen stadsstraat' en leent zich daarom goed voor de vestiging van voorzieningen. Het is een doorgaande route waar diverse bussen en trams doorheen rijden. Alle panden hebben echter een hoge cultuurhistorische waarde. De voorgevels dienen daarom beschermd te worden. De mogelijkheid om nieuwe musea te vestigen in alle panden aan de zuidoostzijde van het Museumplein en in de Hobbemastraat en Honthorststraat komt in dit bestemmingsplan te vervallen. Het stadsbestuur wil bezoekers en toeristen meer over de stad spreiden.

In het strategisch huisvestingsplan Kunst en Cultuur staat een aantal beleidslijnen die in het verlengde liggen van de spreidingsgedachte van bezoekers. Zo is er opgenomen dat nieuwe grootstedelijke voorzieningen voor Kunst en Cultuur niet in het centrum komen, maar juist daarbuiten. De vestiging van nieuwe musea aan de zuidoostkant van het Museumplein past niet bij deze ambities. De bestemming van de panden wordt in overeenstemming gebracht met het bestaande gebruik (wonen en kantoren). Wel kan er op de begane grond van de panden aan de Honthorststraat onder voorwaarden ruimte worden geboden voor kleinschalige culturele voorzieningen. Het oostelijk deel van de Honthorststraat maakt onderdeel uit van de verbindingsroute tussen het Marie Heinekenplein en het Museumplein. In de structuurvisie is de ambitie geformuleerd om de functierijkdom in de verbindende straten richting de Pijp te vergroten. In de Eerste Jacob van Campenstraat zijn al diverse voorzieningen zoals winkels, ateliers en horecazaken gevestigd. Deze ontwikkeling heeft zich echter nog niet doorgezet in de Honthorststraat. Hier zijn nog geen publieksgerichte voorzieningen aanwezig. De vestiging van nieuwe detailhandel buiten de winkelstraten is vanuit het detailhandelsbeleid echter niet gewenst.

Kleinschalige culturele voorzieningen (galeries, ateliers, cultuureducatie) kunnen echter ook bijdragen aan de verlevendiging van deze straat. Bovendien draagt dit ook bij aan de ambitie om de status van het Museumplein en omgeving als cultureel centrum te versterken. Kleinschalige culturele voorzieningen leiden niet tot noemenswaardige extra aantallen bezoekers. Vanuit het spreidingsbeleid is het geen bezwaar om kleinschalige culturele voorzieningen mogelijk te maken in de Honthorststraat. De vestiging van kleinschalige culturele voorzieningen in de Honthorststraat is echter maatwerk. De meeste panden aan de Honthorststraat hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Er moet worden voorkomen dat de gevels worden aangetast door de vestiging van een galelie of atelier. Ook moet worden voorkokmen dat er geen negatieve effecten optreden voor het woon- en leefklimaat. Om die reden is er geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen voor het vestigen van kleinschalige culturele voorzieningen in de Honthorststraat. Als een initiatiefnemer een kleinschalige culturele voorzieningen wil vestigen, dan heeft het de voorkeur om zo'n aanvraag via een buitenplanse afwijking te vergunnen. Op die manier kunnen er maatwerkvoorschriften worden gesteld. En kan een aanvraag ook makkelijker geweigerd worden als niet wordt voldaan aan de maatwerkvoorschriten.

Uitgangspunten Museumplein en omgeving Samengevat worden daarmee voor het voorzieningencluster Museumplein en omgeving de volgende

Gemeente Amsterdam

blz. 66

uitgangspunten gehanteerd: 1. Alle culturele publiekstrekkers (Concertgebouw en de musea rond het Museumplein: Rijksmuseum, Stedelijk Museum, Van Goghmuseum, Coster Diamonds/Diamond Museum en Moco Museum) krijgen een culturele bestemming. De mogelijkheid om zelfstandige horeca te vestigen bij het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Stedelijk museum en het Van Goghmuseum blijft gehandhaafd. 2. Voorziening(en) gericht die gericht zijn op entertainment, zoals House of Bols, krijgen een eigen bestemming. 3. De P.C. Hoofstraat is onderdeel van het kernwinkelgebied van Amsterdam. De maatwerkbestemming uit het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012 voor het deel tussen de Van Baerlestraat en de Hobbemastraat wordt gehandhaafd. In alle panden wordt detailhandel toegestaan op de begane grond én de eerste verdieping, mits daarboven nog tenminste twee woonlagen aanwezig zijn. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Winkels mogen een bruto vloeroppervlak van maximaal 750 m2 hebben en een maximale gevelbreedte van 15 meter. Bestaande andere niet-woonfuncties worden positief bestemd. 4. Het noordelijk deel van de Van Baerlestraat (tussen het Concertgebouw en het Vondelpark), de kop van de Willemsparkweg (tussen de Van Baerlestraat en de Alexander Boerstraat), de kop van de Hobbemastraat (tussen de Stadhouderskade en de P.C. Hooftstraat) en de kop van de P.C.

Hooftstraat (tussen de Stadhouderskade en de Hobbemastraat) maken onderdeel uit van het kernwinkelgebied. Detailhandel wordt in alle panden toegestaan op de begane grond. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Winkels mogen een bruto vloeroppervlak van maximaal 500 m2 hebben. Bestaande andere niet-woonfuncties worden positief bestemd. 5. De maatwerkbestemming voor de panden aan de zuidoostzijde van het Museumplein wordt gewijzigd. De bestaande gebruiksrechten voor musea komen te vervallen. Alle kantoren krijgen een gemengde woon- en kantoorbestemming. Alle woningen krijgen de bestemmingen Wonen. Bestaande andere niet-woonfuncties worden positief bestemd. 3.3.2

Roelof Hartplein en omgeving

In het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012 is ervoor gekozen om de winkelfunctie in het deel van de Van Baerlestraat ten zuiden van het Concertgebouw (hierna: Van Baerlestraat Zuid) en de Roelof Hartstraat te beschermen. Daarom werd alleen detailhandel bij rechte toegelaten op de begane grond. In veel panden waren en zijn andere functies dan detailhandel gevestigd, zoals dienstverlening, kantoren en woningen op de begane grond. Deze functies werden in het bestemmingsplan positief bestemd. Dit houdt in dat in de desbetreffende panden naast detailhandel ook dienstverlening, kantoren of woningen op de begane grond was toegestaan. In de afgelopen tien jaar is het Amsterdamse winkellandschap veranderd. Als gevolg van het internetwinkelen zijn er minder winkels voor niet-dagelijks boodschappen. Het aandeel dienstverleners en horecazaken is echter toegenomen. In de Van Baerlestraat Zuid en de Roelof Hartstraat is het aantal niet-dagelijkse winkels en horecazaken vrijwel gelijk gebleven, maar het aandeel dienstverleners nam juist sterk toe (van 10 naar 18 vestigingen). Het winkellint functioneert goed. De leegstand is lager dan gemiddeld in stadsdeel Zuid. De huren liggen iets hoger dan gemiddeld in stadsdeel Zuid. In beide straten zijn diverse winkels en horecazaken in het hogere segment gevestigd. Er zijn geen prijsvechters of low budgetzaken aanwezig.

Opvallend is dat er relatief weinig filialen van ketens zijn gevestigd. Onder bewoners en ondernemers leven echter zorgen over de toekomst van het winkellint. Men verwacht dat de vraag naar winkelruimtes zal afnemen. Door de beperkte bestemming wordt het risico op leegstand groter. Het uitgangspunt in het huidige detailhandelsbeleid is dat op de begane grond van wijkwinkelstraten zowel winkels als consumentverzorgende dienstverlening is toegestaan. Het toestaan bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 67

van zowel winkels en consumentgerichte dienstverlening draagt bij aan het op peil houden van een goed voorzieningenaanbod en het voorkomen van leegstand. De ambitie is om de kwaliteit en het voorzieningenaanbod in dit winkellint op peil te houden en waar mogelijk te versterken. Het winkellint Van Baerlestraat Zuid - Roelof Hartstraat krijgt daarom een ruimere bestemming die beter aansluit bij het gemengde karakter van het lint en de toekomstige vestigingsmogelijkheden vergroot. Detailhandel en consumentgerichte dienstverlening worden bij rechte toegestaan op de begane grond. Andere niet-woonfuncties, zoals maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven worden niet bij rechte toegestaan op de begane grond. Dit zijn geen voorzieningen die bijdragen aan het uitwisselingsmilieu van een winkelstraat. In het winkellint bevinden zich diverse woningen op de begane grond. De meeste van deze woningen hebben in het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012 een gemengde bestemming met de aanduiding 'wonen'. De panden aan de Van Baerlestraat 138, 140 en 142 hebben echter de bestemming Wonen. Het is niet bekend waarom voor een afwijkende bestemming is gekozen. In dit bestemmingsplan krijgen alle panden in het winkellint een gemengde bestemming. De aanwezige woningen op de begane grond worden positief bestemd.

Op grond van het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012 mogen winkels in de Van Baerlestraat Zuid een maximaal vloeroppervlak van 500 m2 hebben. Dit wordt in het nieuwe bestemmingsplan teruggebracht naar 300 m2. In dit deel van de Van Baerlestraat bevinden zich geen winkels die groter zijn dan 300 m2. Door het maximale vloeroppervlak in te perken naar 300 m2 worden de winkelpanden minder aantrekkelijk voor grote winkelfilialen. Hiermee worden de overlevingskansen voor kleinere, meer buurtgerichte winkels en dienstverleners vergroot. De niet-woonfuncties langs de Hobbemakade, Johannes Vermeerstraat en Ruysdaelstraat hebben in het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012 een gemengde bestemming. Detailhandel, bedrijf en dienstverlening zijn bij rechte toegestaan. De overige functies (kantoor, horeca en hotel) zijn alleen toegestaan waar dit met een aanduiding is aangegeven. De bestemming van het buurtvoorzieningenclusters aan de Ruysdaelstraat wordt in dit bestemmingsplan verruimd. Naast winkels, consumentgerichte dienstverlening en bedrijven worden hier ook maatschappelijke voorzieningen, galeries en kantoren toegelaten. Enerzijds wordt hiermee de overlevingskans van dit cluster vergroot, nu de vraag naar winkelruimtes afneemt. Anderzijds worden de vestigingsmogelijkheden voor maatschappelijke voorzieningen en kleine kantoren vergroot.

De bestemming van de niet-woonfuncties in de Johannes Vermeerstraat wordt ingeperkt. De Johannes Vermeerstraat is geen winkelstraat of stadsstraat en is ook niet aangewezen als potentiele stadsstraat. Het toestaan van nieuwe detailhandel en consumentgerichte dienstverlening in de Johannes Vermeerstraat kan een bedreiging vormen voor het bestaande winkelaanbod in de nabijgelegen wijkwinkelgebieden. In het nieuwe bestemmingsplan worden langs deze straat daarom geen nieuwe publieksgerichte voorzieningen toegestaan. Maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven zijn hier wel toegestaan. Dit betekent overigens niet dat er helemaal geen ruimte is voor nieuwe publieksgerichte voorzieningen (winkels en dienstverleners) in de Johannes Vermeerstraat. De route Gabriel Metsusstraat - Johannes Vermeerstraat - Ruysdaelstraat vormt een belangrijke langzaam verkeersverbinding tussen De Pijp en het Museumplein. Door de opening van de Noord/Zuidlijn is het belang van deze langzaam verkeersverbinding toegenomen. Veel bezoekers wandelen vanaf station De Pijp via de Albert Cuypstraat en de Ruysdaelstraat naar het Museumplein. Dit biedt kansen voor de vestiging van publieksgerichte voorzieningen langs de Ruysdaelstraat, de Johannes Vermeerstraat en de Gabriel Metsusstraat.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

Er dient echter een afweging op maat plaats te vinden of de voorziening past in het woon- en leefklimaat van de Johannes Vermeerstraat en de Gabriel Metsusstraat. Ook dient te worden beoordeeld of de vestiging van een nieuwe publieksgerichte voorziening al dan niet een bedreiging vormt voor het voorzieningenaanbod in omliggende winkelstraten. Indien het stadsdeel hieraan wil meewerken, dient er daarom een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan te worden verleend. Hierdoor is het makkelijker om op maat gemaakte voorwaarden te stellen aan nieuwe publieksgerichte functies. Ook de bestemming van de niet-woonfuncties aan de Hobbemakade wordt ingeperkt. De Hobbemakade is geen stadsstraat of winkelstraat en is ook niet aangewezen als potentiele stadsstraat. De Hobbemakade maakt onderdeel uit van het hoofdnet auto en heeft aan de gebouwenzijde een relatief smalle stoep. De straat leent zich daarom niet goed voor de vestiging van publieksgerichte voorzieningen. Met uitzondering van enkele straathoeken zijn er ook geen winkels en dienstverleners aanwezig langs de Hobbemakade. De mogelijkheid om winkels en dienstverleners te vestigen in de panden met een niet-woonfunctie komt daarom te vervallen. Andere niet-woonfuncties, zoals maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven zijn hier wel toegestaan.

De bestemming van de overige niet-woonfuncties in de woonstraten wordt ook ingeperkt. De mogelijkheid om publieksgerichte voorzieningen te vestigen in panden met een niet-woonfunctie komt in het nieuwe bestemmingsplan te vervallen. Niet publieksgerichte voorzieningen, zoals maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven zijn hier wel toegestaan. Bestaande winkels en dienstverleners worden met een aanduiding bestemd. Voor een motivering van deze keuze wordt verwezen naar paragraaf 3.3.5 (Overige uitgangspunten voorzieningenclusters). Uitgangspunten Roelof Hartplein en omgeving Daarmee gelden voor het voorzieningencluster Roelof Hartplein en omgeving de volgende uitgangspunten: 1. De bestemming van de panden in het zuidelijke deel van de Van Baerlestraat (tussen het Concertgebouw en het Roelof Hartplein) en de Roelof Hartstraat wordt verruimd. In alle panden wordt op de begane grond detailhandel en consumentgerichte dienstverlening toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Het maximale bvo voor winkels en consumentgerichte dienstverlening is 300 m2. Bestaande andere niet-woonfuncties en woningen op de begane grond worden positief bestemd. 2. De bestemming van het voorzieningencluster aan de Ruysdaelstraat (tussen de Hobbemakade en de Johannes Vermeerstraat) wordt verruimd.

Op de begane grond worden detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, galeries, kleine kantoren en kleine bedrijven toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Bestaande horeca wordt positief bestemd. Voor alle niet-woonfuncties geldt een maximaal bruto vloeroppervlak van 300 m2 per vestiging. 3. De bestemming van de niet-woonfuncties in de Johannes Vermeerstraat en langs de Hobbemakade wordt ingeperkt. Detailhandel en consumentgerichte dienstverlening worden niet meer bij rechte toegestaan op de begane grond. Op de begane grond worden maatschappelijke voorzieningen, kleine kantoren en kleine bedrijven toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Voor alle niet-woonfuncties geldt een maximaal bruto vloeroppervlak van 300 m2 per vestiging. Bestaande winkels, consumentgerichte dienstverlening en horeca worden positief bestemd.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 69

3.3.3

Cornelis Schuytstraat en omgeving

Dit deel van het plangebied zit qua voorzieningendichtheid en aanbod tussen het Museumkwartier en de Valeriusbuurt in. De voorzieningendichtheid is hoger dan in de Valeriusbuurt, maar een stuk lager dan rondom het Museumplein. In dit plandeel bevinden zich geen landelijke en internationale publiekstrekkers zoals musea of een P.C. Hooftstraat. De Cornelis Schuytstraat is echter een bekende Amsterdamse winkelstraat met speciaalzaken en winkels uit het duurdere segment, die ook bezoekers uit de omliggende buurten trekt. In dit plandeel bevinden zich veel winkels in het midden- en hogere segment. Winkels zijn niet alleen in de Cornelis Schuytstraat te vinden, maar ook verspreid in het eerste deel van de Willemsparkweg, de Jacob Obrechtstraat, de Emmastraat en op de hoeken van de woonstraten. Er is al jaren een ontwikkeling gaande dat traditionele buurtwinkels worden verdrongen door winkels uit het hogere segment. Veel bewoners maken zich hier zorgen over. Verspreid door dit plandeel bevinden zich relatief veel kantoren. Aan de De Lairessestraat en de J.J. Viottastraat zijn enkele concentraties van kantoorpanden te vinden. Bijzonder aantrekkelijk aan deze buurt zijn de vele kleine restaurants en lunchgelegenheden op de hoeken van de woonstraten. Dit hangt samen met het welvarende karakter van de buurt.

Ook de aanwezigheid van de vele vaak kleine kantoren draagt bij aan het draagvlak voor horeca in deze buurt. In het huidige bestemmingsplan is ervoor gekozen om de winkelfunctie in de Cornelis Schuytstraat te beschermen. Daarom wordt alleen detailhandel bij rechte toegelaten op de begane grond. In het nieuwe bestemmingsplan wordt in alle panden in het noordelijk deel van de Cornelis Schuytstraat (tussen de Van Eeghenstraat en de De Lairessestraat) zowel detailhandel als consumentgerichte dienstverlening bij rechte toegelaten op de begane grond. De bestemming wordt verbreed omdat de Cornelis Schuytstraat een wijkwinkelstraat is, die geen onderdeel uitmaakt van het kernwinkelgebied. Het voorzieningenaanbod in de Cornelis Schuytstraat richt zich vooral op bewoners. In het kernwinkelgebied zijn niet-dagelijkse winkels gericht op bezoekers geconcentreerd. Daarom worden winkelpanden in het kernwinkelgebied uitsluitsel voor detailhandel bestemd. Omdat wijkwinkelstraten zich vooral op bewoners richten, wordt hier zowel detailhandel als consumentgerichte dienstverlening toegestaan. In de Cornelis Schuytstraat zijn op dit moment vooral winkels gevestigd. De straat heeft een sterk imago en oefent op dit moment nog voldoende aantrekkingskracht uit als vestigingslocatie voor winkels. Het winkellandschap staat echter onder druk.

Het risico bestaat dat er in de toekomst vanuit de markt minder vraag naar winkelruimte in de Cornelis Schuytstraat zal zijn. Door ook consumentgerichte dienstverlening bij rechte toe te staan, worden overlevingskansen van deze niche winkelstraat vergroot. Eén van de ambities uit het huidige bestemmingsplan was om de ontwikkeling van de Willemsparkweg als verbindingsroute tussen de Cornelis Schuytstraat en de Van Baerlestraat te faciliteren. Op die manier zou er meer doorstroom tussen deze twee winkelgebieden ontstaan. Bovendien zouden winkels die door de hoge huurprijzen uit deze straten worden verdrongen zich dan kunnen vestigen in de Willemsparkweg. Daarom zijn winkels in dit deel van de Willemsparkweg in het huidige bestemmingsplan in alle panden bij rechte toegestaan. De Willemsparkweg heeft zich echter (nog) niet ontwikkeld tot een straat met publieksgerichte voorzieningen. Het merendeel van de panden is in gebruik als woning. Daarnaast zijn er diverse kantoren gevestigd. Deze ambitie om de Willemsparkweg te ontwikkelen tot een winkelstraat past niet in het huidige detailhandelsbeleid, dat is gericht op clustering van het winkelaanbod in bestaande winkelgebieden. Er is bovendien onvoldoende vraag naar winkelruimte om alle panden in dit stuk straat te vullen met Gemeente Amsterdam

blz. 70

winkels. Daarom wordt het uitgangspunt om de bestaande functies in Willemsparkweg zoveel mogelijk conform te bestemmen. De generieke gemengde bestemming wordt in het nieuwe bestemmingsplan vervangen door maatwerkbestemmingen. Alle woningen krijgen de bestemming Wonen. Alle kantoren krijgen een gecombineerde kantoor- en maatschappelijke bestemming. Alle maatschappelijke voorzieningen krijgen een maatschappelijke bestemming. De uitgangspunten voor het bestemmen van kantoren, woningen en maatschappelijke voorzieningen worden toegelicht in hoofdstuk 3.4. De overige panden met een niet-woonfunctie op de begane grond krijgen een gemengde bestemming, Binnen deze gemengde bestemming zijn zowel publieksgerichte voorzieningen (detailhandel en consumentgerichte voorzieningen) als niet publieksgerichte voorzieningen (maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijvigheid) toegestaan. Het uitgangspunt om de bestaande functies zoveel mogelijk conform te bestemmen geldt ook voor de zuidzijde van de Koninginneweg (de noordzijde van de Koninginneweg maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan). Op het gehele tracé Willemsparkweg - Koninginneweg zijn namelijk diverse publieksgerichte voorzieningen aanwezig, met name op de straathoeken (zie ook onderstaande afbeelding).

In de Omgevingsvisie 2050 wordt bovendien het hele tracé Willemsparkweg – Koninginneweg aangemerkt als een te ontwikkelen stadsstraat. Door publiekgerichte voorzieningen bij rechte toe te staan in panden met een niet-woonfunctie in de plint wordt bijgedragen aan de ambitie om het tracé als stadsstraat te versterken.

Afbeelding: publieksgerichte voorzieningen Willemsparkweg en Koninginneweg

Naast voorzieningen op de begane grond zijn er op het trace ook diverse kantoren gevestigd in benedenwoningen en herenhuizen. Deze kantoren krijgen een gemengde kantoor- en maatschappelijke bestemming. Deze panden mogen niet worden omgezet naar publieksgerichte voorzieningen. De betreffende panden zijn van oorsprong geen winkelpand en lenen zich minder goed voor omzetting naar een publieksgerichte voorziening. Bovendien wordt hiermee voorkomen dat er te veel nieuwe solitaire winkelvestigingen ontstaan. Dit is immers in strijd met het detailhandelsbeleid. De niet-woonfuncties langs de De Lairessestraat hebben in het huidige bestemmingsplan ook een gemengde bestemming. De vestiging van winkels, dienstverleners en bedrijven is bij rechte toegestaan bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 71

op de begane grond. Kantoren zijn alleen toegestaan in panden met de aanduiding kantoor. Er zijn echter geen winkels, dienstverleners en bedrijven gevestigd in deze straat. Er staan vooral woningen en kantoren in deze straat. De gebruiksrechten voor detailhandel, dienstverlening en bedrijven komen daarom in het nieuwe bestemmingsplan te vervallen. Alle woningen krijgen de bestemming Wonen. Alle kantoren krijgen een gecombineerde kantoor- en maatschappelijke bestemming. Alle maatschappelijke voorzieningen krijgen een maatschappelijke bestemming. De bestemming van de niet-woonfuncties in het deel van de Jacob Obrechtstraat tussen de Van Eeghenstraat en de De Lairessestraat wordt in het nieuwe bestemmingsplan verbreed. Ook de bestemming van de niet-woonfuncties in het deel van de Emmastraat tussen de Willemsparkweg en de De Lairessestraat wordt in het nieuwe bestemmingsplan verbreed. Van oorsprong waren veel buurtwinkels en andere voorzieningen gevestigd in de dwarsstraten die de verbinding vormen tussen de lange oost-west gerichte woonstraten. Daarom zijn er tegenwoordig nog steeds veel niet-woonfuncties in deze dwarsstraten gevestigd, zowel publieksgerichte voorzieningen, als kantoren, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Een brede gemengde bestemming past goed bij het gevarieerde voorzieningenaanbod in de dwarsstraten.

Uitgangspunten Cornelis Schuytstraat en omgeving Daarmee gelden voor het voorzieningencluster Cornelis Schuytstraat en omgeving de volgende uitgangspunten: 1. De bestemming van panden in het deel van de Cornelis Schuytstraat tussen de Van Eeghenstraat en de De Lairessestraat wordt verruimd. In alle panden wordt op de begane grond detailhandel en consumentgericht dienstverlening toegestaan. Het maximale bvo per vestiging is 300 m2. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Bestaande andere niet woonfuncties en woningen op de begane grond worden positief bestemd. 2. De bestemming van de panden in de Willemsparkweg wordt gewijzigd. Alle woningen krijgen de bestemming Wonen. Alle kantoren krijgen een gecombineerde kantoor- en maatschappelijke bestemming. Alle maatschappelijke voorzieningen krijgen een maatschappelijke bestemming. De overige niet-woonfuncties op de begane grond krijgen een gemengde bestemming. Op de begane grond worden detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kleine kantoren en kleinschalige bedrijvigheid toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Bestaande horeca-inrichtingen worden positief bestemd. In de panden met een gemengde bestemming geldt voor alle niet-woonfuncties een maximaal bruto vloeroppervlak van 300 m2 per vestiging. 3. De bestemming van de kantoren in de De Lairessestraat wordt gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476820/1