CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-187E herstelbesluit BP Museumkwartier–Valeriusbuurt - toelichting

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het herstelbesluit bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 VN2023-01984740.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeente X Amsterdam

BEHOORT BIJ BESLUIT VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM , NR. 12 1-VAN DE RAADSGRIFFIER, -kr

x

Bestemmingsplan Museumkwartier Valeriusbuurt 2022

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.K1908BPSTD-VG02

Datum print

13 September 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Totstandkoming bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 8 11 12 15

Het plangebied

17

Historie Beschrijving huidige situatie: ruimtelijke structuur Beschrijving huidige situatie: functionele structuur

17 19 23

Uitgangspunten

31

Algemene uitgangspunten Uitgangspunten bouwen Uitgangspunten voorzieningenstructuur Uitgangspunten gebruiksmogelijkheden

31 33 63 73

Hoofdstuk 4

Ontwikkelingen

85

Hoofdstuk 5

Beleidskader

87

Europees recht Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Stadsdeelbeleid

87 101 107 109 112 172

Milieuaspecten

179

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Milieueffect Milieuzonering bedrijven Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit

179 179 181 184 189 194

Hoofdstuk 7

Omgevingsaspecten

197

Mobiliteit Water Archeologie Cultuurhistorie Natuurbescherming

197 201 206 213 230

Juridische toelichting

233

Algemeen

233

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 Hoofdstuk 6

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 Hoofdstuk 8 8.1

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.2

Planregels

234

Hoofdstuk 9

Economische uitvoerbaarheid

259

Hoofdstuk 10

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

261

Voortraject Inspraak Vooroverleg Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

261 261 261 261 262

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1

Inleiding

Naar aanleiding van de beroepen die tegen de vaststelling van dit bestemmingsplan zijn ingediend, is gebleken dat het bestemmingsplan op een aantal punten verbeterd kan worden. Om deze verbeteringen door te voeren neemt de gemeenteraad een zogeheten herstelbesluit. Op grond van artikel 6.19 Algemene wet bestuursrecht zullen alle beroepen die al ingediend zijn tegen het vaststellingsbesluit van 13 juli 2022 ook gelden tegen de nieuwe vaststelling. In het vaststellingsbesluit is tevens een beknopte nota van wijzigingen toegevoegd waaruit puntsgewijs valt af te lezen welke wijzigingen in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd. Voor alle overige onderwerpen, percelen en adressen zijn geen wijzigingen doorgevoerd.

1.1

Aanleiding

Het huidige bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt is in 2011 vastgesteld en is op onderdelen verouderd. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 opgesteld. De actualisatie maakt onderdeel uit van de Actualisatieopgave Bestemmingsplannen Amsterdam (hierna: ABA) van het college. De ambitie van de gemeente Amsterdam is dat alle bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet actueel en digitaal beschikbaar zijn. Het ontwerpbestemmingsplan Museumkwartier en Valeriusbuurt moet vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage worden gelegd. Daarna kan er namelijk geen ontwerpbestemmingsplan meer ter visie worden gelegd.

1.2

Doel bestemmingsplan

Met de actualisatie van dit bestemmingsplan streeft de gemeente de volgende doelen na: 1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen; 2. het verkrijgen van een actuele ruimtelijk-juridische vertaling van de bestaande bebouwing en het gebruik (conserverende bestemmingsplannen) en het eventueel mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen (ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen); 3. het komen tot digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplannen. Bouwdynamiek Naast het voorzien in een digitaal beschikbaar, actueel bestemmingsplan, wordt met het actualiseren van dit plan gestreefd naar een nieuw evenwicht tussen het mogelijk maken van investeringen en het beschermen van de bestaande kwaliteiten in het plangebied. In het hele plangebied is het aantal verbouwingen in woningen en winkelpanden de afgelopen jaren toegenomen. Verbouwingen vinden plaats om het wooncomfort te verbeteren, bijvoorbeeld bij gezinsuitbreiding. Maar er wordt ook veel geïnvesteerd door projectontwikkelaars en beleggers, ogenschijnlijk vooral met het doel om zoveel mogelijk vierkante meters toe te voegen. Veel bouwinitiatieven zijn een combinatie van de bouw van kelders, aanbouwen en een extra bouwlaag. Een deel van de woningen wordt daarbij opgesplitst in meer woningen.

Plannen zijn niet meer alleen ingegeven door de wens om te renoveren en woonkwaliteit toe te voegen, maar ook door de wens om de vastgoedwaarde te verhogen. Door de veranderingen in de woningvoorraad (bijvoorbeeld verhuur in plaats vaneigenaar-bewoners) en de aantrekkingskracht van de stad verandert ook de samenstelling van de

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bewoners. Het toevoegen van woonoppervlak past in het beleid om de bestaande stad te verdichten. De bouwdynamiek leidt echter ook tot overlast voor omwonenden. Die hinder bestaat uit feitelijke bouwoverlast tijdens verbouwingen en minder woongenot na de verbouwingen. Veel bewoners maken zich daarnaast zorgen over de constructieve schade die kan ontstaan als gevolg van de verbouwingen en de gevolgen voor de grondwaterstand en afwatering door de bouw van kelders. Het stadsbestuur heeft zich uitgesproken actie te willen ondernemen als het gaat over de overlast van de bouwdynamiek. Het uitgangspunt voor het bestuur is daarbij een nieuwe balans te vinden tussen ruimte om te investeren in de verhoging van kwaliteit en comfort en het beperken van de negatieve effecten hiervan, zoals de overlast en permanente aantasting van het stadsgezicht.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor het plangebied Museumkwartier - Valeriusbuurt. Het plangebied ligt ten zuidwesten van het stadscentrum van Amsterdam en ten zuiden van het Vondelpark.

Afbeelding: Ligging plangebied

Het westelijke deel van het plangebied wordt gevormd door de Valeriusbuurt, het oostelijke deel door het Museumkwartier. De scheiding tussen de twee buurten wordt gevormd door de Emmastraat. De deelgebieden worden hieronder kort beschreven.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding: Het plangebied en de te onderscheiden buurtend

Museumkwartier Het Museumkwartier is een levendige stadswijk met veel niet-woonfuncties, zoals winkels, hotels, kantoren en consulaten. De P.C. Hooftstraat heeft als chique winkelstraat een bovenstedelijke functie. Het Museumplein, met zijn internationaal bekende musea en het Concertgebouw vormt het culturele hart en het internationale visitekaartje van de stad. Dit gebied trekt veel bezoekers. Het Museumkwartier valt daarom te karakteriseren als een centrummilieu. Het aantal bezoekers is de laatste jaren sterk gestegen. Met name rondom het Museumplein, maar ook daarbuiten. De grote musea trekken steeds meer bezoekers. Van oudsher zijn er veel hotels en bed & breakfast in het Museumkwartier gevestigd. De laatste jaren vindt er ook veel verhuur via AIR-bnb plaats. Binnen het Museumkwartier kunnen het Duivelseiland en de Harmoniehofbuurt als aparte buurten worden onderscheiden, elk met een geheel eigen karakter. Duivelseiland Het Duivelseiland is een kleine dichtbebouwde 19e eeuwse arbeidersbuurt aan de zuidkant van het Museumkwartier. De buurt lijkt qua karakter meer op De Pijp dan op het chique Museumkwartier. In de plinten bevinden zich diverse voorzieningen, waaronder ook kleine ambachtelijke bedrijven. De buurt heeft een proces van gentrificatie ondergaan en is net als De Pijp inmiddels een zeer gewilde woonbuurt.

Harmoniehofbuurt De Harmoniehof en omgeving is een kleine woonbuurt in de zuidoostpunt van het plangebied. Bijna alle

Gemeente Amsterdam

blz. 10

woningen in deze buurt zijn eigendom van woningcorporatie Samenwerking. De buurt is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School en vormt in stedenbouwkundig en architectonisch opzicht een harmonieus geheel. Langs de Roelof Hartstraat zijn winkels en horeca gevestigd en rondom het Roelof Hartplein bevinden zich enkele maatschappelijke voorzieningen. In de rest van de buurt staan uitsluitend woningen. Valeriusbuurt De Valeriusbuurt is een woonbuurt met voornamelijk buurgerichte voorzieningen en enkele scholen. De Emmastraat vormt de administratieve grens met het Museumkwartier. Typologisch gezien is er echter geen duidelijke grens aan te wijzen, omdat het gemengde centrummilieu van het Museumkwartier geleidelijk overloopt in de meer rustige Valeriusbuurt. In de Valeriusbuurt is weinig te merken van de sterke stijging van het aantal bezoekers. Wel staat het huidige voorzieningenniveau onder druk. Buurtwinkels gericht op de dagelijkse boodschappen verdwijnen omdat de huren stijgen. Nieuwe winkels met een meer specialistisch karakter vestigen zich in de Valeriusbuurt. In ruimtelijk opzicht kennen de Valeriusbuurt en het Museumkwartier veel overeenkomsten. Beide buurten bestaan uit lange, smalle, gesloten bouwblokken met bebouwing van vier of vijf bouwlagen al dan niet met kap en een binnentuin. Het grootste gedeelte van het plangebied maakt deel uit van de '19e-eeuwse Ring'.

De buurten ten zuiden van de Roelof Hartstraat en ten zuiden van de Cornelis Krusemanstraat behoren, wat de karakteristieken van de bebouwing betreft, tot de 'Gordel '20-'40'. Plangrenzen Het plangebied Museumkwartier en Valeriusbuurt heeft de volgende plangrenzen: aan de noordzijde: de Sophialaan, Saxen Weimarlaan, Koninginneweg, Van Eeghenstraat, het Vondelpark en de Singelgracht; aan de oostzijde: de Boerenwetering en de bestemmingsplangrens van het bestemmingsplan Boerenweteringgarage; aan de zuidzijde: het Noorder Amstelkanaal, de Hendrik Jacobszstraat en de Cornelis Krusemanstraat; aan de westzijde: de Amstelveenseweg.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 11

Afbeelding: Grenzen bestemmingsplangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

De plangrenzen komen nagenoeg overeen met het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt 2012. Aan de oostzijde is de plangrens ter plaatse van het bestemmingsplan Boerenweteringgarage een klein stukje opgeschoven. Hier is voor gekozen om te voorkomen dat de regels van dit bestemmingsplan moeten worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt. Ten behoeve van de ontwikkeling van het conservatoriumhotel aan de Van Baerlestraat 27 is het postzegelbestemmingsplan 'Herontwikkeling voormalige Rijkspostspaarbank' opgesteld. Dit postzegelplan maakte destijds geen onderdeel uit van het huidige bestemmingsplan, maar is nu opgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Voor de Banstraat 23-27 is voor de oprichting van een nieuwe woongebouw met apprtementen het postzegelbestemmingsplan 'Banstraat 23-27 opgesteld. Dit postzegelplan is eveneens opgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Medio 2020 is voor een klein deel van het huidige bestemmingsplan het bestemmingsplan 'Museumkwartier en Valeriusbuurt 1 herziening' vastgesteld. In het huidige bestemmingsplan was voor het grootste deel van het bouwblok De Lairessestraat / Jan van Goyenkade de maximaal toegestane bouwhoogte aanzienlijk hoger dan dan de bestaande bouwhoogte.

Op grond van de toegestane bouwhoogte konden bij een groot aantal panden in dit blok bouwlagen worden toegevoegd, terwijl het bouwblok ligt in een gebied dat op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1998 per 1 april 2018 als

Gemeente Amsterdam

blz. 12

beschermd stadsgezicht is aangewezen. Dit betekende dat de gemeenteraad verplicht was om het geldende bestemmingsplan, ter bescherming van het beschermde stadsgezicht, voor het betreffende bouwblok te herzien door de bestaande bouw- en goothoogtes vast te leggen. Deze herziening is in dit bestemmingsplan overgenomen. Daarmee zijn in het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan momenteel de volgende vastgestelde bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan

Vastgesteld

Onherroepelijk

Museumkwartier - Valeriusbuurt

19 december 2012; Stadsdeel Zuid

31 juli 2013 (definitieve uitspraak RvS)

Herontwikkeling voormalige Rijkspostspaarbank

26 september 2007; Stadsdeel Oud-Zuid

27 februari 2008

Banstraat 23-27

30 mei 2012; Stadsdeel Zuid

28 augustus 2013

Museumkwartier en Valeriusbuurt 1e herziening

19 mei 2020 Gemeenteraad

9 juni 2021

Daarnaast zijn de afgelopen tien jaar in afwijking van het vigerende bestemmingsplan meerdere omgevingsvergunningen verleend. Deze ontwikkelingen zijn in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen.

1.5

Totstandkoming bestemmingsplan

Het college van B & W heeft op 16 januari 2018 de Actualisatieopgave Bestemmingsplannen Amsterdam (hierna: ABA) vastgesteld. De ambitie van de gemeente Amsterdam is dat alle bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet actueel en digitaal beschikbaar zijn. Het doel van de ABA is om de actualisatie van verouderde bestemmingsplannen te versnellen. Het bestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt is een van de bestemmingsplannen die in het kader van de ABA dient te worden geactualiseerd. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe het bestemmingsplan tot stand is gekomen. De totstandkoming bestaat voor dit bestemmingsplan uit vijf fases, te weten: het plan van aanpak, de nota van uitgangspunten, het voorontwerpbestemmingsplan, het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan. Hieronder worden deze vijf fases toegelicht. Plan van aanpak Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid (hierna: DB) heeft op 18 december 2018 het Plan van Aanpak voor de actualisatie van dit bestemmingsplan vastgesteld. Hierin zijn o.a. de processtappen, de projectorganisatie, de planning en het participatieproces vastgelegd. In het plan van aanpak is ervoor gekozen om eerst een Nota van uitgangspunten op te stellen. Daarnaast is ervoor gekozen om zo vroeg mogelijk in het planproces te starten met de participatie. Aan deze keuzes liggen de volgende overwegingen ten grondslag.

Met het oog op de nieuwe Omgevingswet wordt in het nieuwe bestemmingsplan geanticipeerd op ontwikkelingen die in het gebied spelen. Om een goed afgewogen bestemmingsplan te maken is daarom eerst een nota van uitgangspunten opgesteld. Met het oog op de nieuwe Omgevingswet en het coalitie akkoord 2018-2022 houdt het bestemmingsplan waar mogelijk rekening met lokale wensen

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 13

vanuit het gebied. Daarom heeft er in een zo vroeg mogelijk stadium participatie plaatsgevonden. Het is bij de actualisatie van een bestemmingsplan gebruikelijk dat bewoners en ondernemers pas voor het eerst kunnen reageren als het voorontwerpbestemmingsplan ter visie wordt gelegd. Maar dan zijn de keuzes voor de plansystematiek al gemaakt. Bewoners en ondernemers kunnen op dat moment alleen reageren op de vertaling van die keuzes naar hun perceel of dat van hun buren. Bovendien is er met de Nota van Uitgangspunten voor gekozen, mede op advies van de stadsdeelcommissie van stadsdeel Zuid (hierna: SDC), om geen voorontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen, om zo het planproces te versnellen. Bij de actualisatie van dit bestemmingsplan konden bewoners en ondernemers meepraten over de formulering van de uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan en konden zij zelf ideeën aandragen voor het plan. Hierdoor hebben zij invloed gehad op de keuzes die in de plansystematiek zijn gemaakt. Nota van Uitgangspunten In de nota van uitgangspunten (hierna: NvU) zijn de keuzes met betrekking tot de systematiek van bestemmen vastgesteld. Bijvoorbeeld over de bouwdiepte van aan- en uitbouwen en over de functies die zijn toegestaan op begane grond van de winkelstraten. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het bestemmen van alle gronden en gebouwen in het bestemmingsplan.

In deze paragraaf wordt toegelicht hoe de NvU tot stand is gekomen. Het opstellen van de NvU startte met een participatietraject. In juni 2019 is er een mini-enquête gehouden. Alle bewoners en ondernemers in het plangebied zijn in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan deze mini-enquête. In de enquête zijn vragen gesteld over bouwen en verbouwen, cultuurhistorische waarden, het voorzieningenniveau en over het toevoegen van woningen aan de bestaande woningvoorraad. De enquête is gehouden om in beeld te krijgen welke wensen er in het plangebied leven. Er zijn ruim 10.000 huis-aan-huisbrieven verstuurd over de mini-enquête. De enquête is ruim 1.200 keer ingevuld. In september 2019 zijn er afzonderlijke rondetafelgesprekken gevoerd met bewonersorganisaties, ondernemers, culturele instellingen en partijen uit de bouw- en vastgoedsector. Het doel van deze gesprekken was het inventariseren van de wensen en belangen van deze groepen. Bewonersorganisaties hebben daarbij hun wensen voor het nieuwe bestemmingsplan in een speerpuntennotitie kenbaar gemaakt. Op 29 oktober 2019 heeft er een verdiepingssessie plaatsgevonden. Hierin gingen bewoners, ondernemers, culturele instellingen en partijen uit de bouw- en vastgoedsector met elkaar en met de gemeente in gesprek over de uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan.

Het doel van deze gesprekken was om te bepalen welke onderwerpen prioriteit moeten krijgen en hoe belanghebbenden met deze onderwerpen willen omgaan. Tenslotte heeft het stadsdeel op 23 januari 2020 een informatiebijeenkomst gehouden over de concept NvU. Alle bewoners en ondernemers uit het plangebied en de deelnemers aan de rondetafelgesprekken en verdiepingsbijeenkomst zijn voor deze bijeenkomst uitgenodigd. Het doel van deze bijeenkomst was om bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden te informeren over de voorgestelde uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan. De resultaten van de mini-enquête, de verslagen van de rondetafelgesprekken, het verslag van de verdiepingsbijeenkomst en het verslag van de informatieavond zijn als bijlagen opgenomen bij de NvU.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

De concept uitgangspunten zijn vervolgens vastgelegd in een consultatieversie van NvU. Deze consultatieversie is op 7 januari 2020 vastgesteld door het DB. De consultatieversie is voor advies aangeboden aan de SDC. Tevens is de consultatieversie ter kennisname naar de wethouder ruimtelijke ordening gestuurd. De opmerkingen van de wethouder en de stadsdeelcommissie zijn verwerkt in de definitieve versie van de NvU. Tevens zijn er enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het DB heeft de definitieve NvU vervolgens op 17 maart 2020 vastgesteld. Op 5 oktober 2021 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met een notitie met aanvullende uitgangspunten voor het ontwerp bestemmingsplan. Reden is dat bij het uitwerken van de nota van uitgangspunten naar het ontwerpbestemmingsplan is gebleken dat er functies en voorzieningen in het plangebied aanwezig zijn waarover geen uitgangspunten zijn vastgesteld. Daarnaast bleek dat enkele uitgangspunten niet goed aansluiten bij de situatie in het plangebied. Geen voorontwerpbestemmingsplan ter visie Zoals hierboven aangegeven is er, om het planproces te versnellen, voor gekozen om geen voorontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen. Er geldt geen wettelijke verplichting om een voorontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen en door dit achterwege te laten, kan tijdwinst worden behaald.

Dit betekent niet dat er geen voorontwerpbestemmingsplan moet worden wordt opgesteld. Dit is nodig in verband met het wettelijk verplichte vooroverleg conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan wordt het voorontwerpbestemmingsplan voor een reactie voorgelegd aan de wettelijke (voor)overlegpartners. Dit zijn de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijksen provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De ontvangen reacties van (voor)overlegpartners zullen worden samengevat en beantwoord in de Nota vooroverleg, die in het ontwerpbestemmingsplan als bijlage bij de toelichting zal worden gevoegd. Bij de beantwoording wordt tevens toegelicht of en zo ja tot welke aanpassingen de ingediende vooroverlegreacties hebben geleid. Ontwerpbestemmingsplan Medio 2020 is gestart met het uitvoeren van alle inventarisaties. De bestaande bouwhoogtes zijn ingemeten. De cultuurhistorische waarden zijn in kaart gebracht. En er is geïnventariseerd welke niet-woonfuncties er in het plangebied aanwezig zijn. Daarbij is tevens nagegaan of deze niet-woonfuncties ook op de betreffende locaties zijn toegestaan conform het huidige bestemmingsplan. Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan Museumkwartier - Valeriusbuurt opgesteld.

Het ontwerpbestemmingsplan zal, conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, in 2022 ter visie worden gelegd. Gedurende deze periode van ter inzage legging (een termijn van zes weken) kan iedereen een zienswijze indienen. Alle zienswijzen zullen in de Nota van beantwoording zienswijzen worden samengevat en beantwoord. In de nota wordt tevens toegelicht tot welke aanpassingen de ingediende zienswijzen hebben geleid. Zoals hierboven aangegeven, vindt de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan daarmee plaats vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vaststellen bestemmingsplan Het bestemmingsplan wordt naar verwachting in juli 2022 door de gemeenteraad van Amsterdam bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 15

vastgesteld. Het bestemmingsplan wordt dan voor beroep ter visie gelegd. Beroep kan ingesteld worden bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadat de beroepstermijn is afgelopen, treedt het nieuwe bestemmingsplan in werking.

1.6

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 10 hoofdstukken. Na de inleiding in Hoofdstuk 1, wordt in Hoofdstuk 2 de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied beschreven en aangegeven welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. In Hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor het bestemmingsplan uiteengezet. In het daarop volgende Hoofdstuk 4 worden de ontwikkelingen beschreven die in het bestemmingsplan een plek krijgen. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in Hoofdstuk 5 beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en Hoofdstuk 7 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in Hoofdstuk 8.

In Hoofdstuk 9 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in Hoofdstuk 10 komen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures aan bod.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk wordt in paragraaf 2.1 eerst kort de ontstaansgeschiedenis van het plangebied beschreven. Vanwege die ontstaansgeschiedenis wordt het plangebied daarbij opgedeeld in drie deelgebieden. Voor een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis wordt verwezen naar de Cultuurhistorische verkenning Museumkwartier - Valeriusbuurt, die als bijlage bij de toelichting is opgenomen. In de daarna volgende paragraaf 2.2 wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Daarbij: Komt in paragraaf 2.2 eerst de ruimtelijke structuur aan bod. Hierbij worden dezelfde drie deelgebieden aangehouden als bij de ontstaansgeschiedenis. Bij de ruimtelijke structuur komen in drie subparagrafen de volgende aspecten aan bod: de stedenbouwkundige structuur, de architectuur en de openbare ruimte, het groen en het water; Wordt in paragraaf 2.3 de functionele structuur van het plangebied toegelicht. De bereikbaarheid van het plangebied voor de verschillende vervoersvormen (auto, openbaar vervoer, fiets en voetganger is beschreven in paragraaf 7.1 'Mobiliteit'.

2.1

Historie

Het plangebied ligt ten zuidwesten van de Singelgracht, net buiten de historische binnenstad. Tot het einde van de negentiende eeuw was het ruraal gebied en maakte het deel uit van de Binnendijkse Buitenvelderse Polder - het ontgonnen veengebied tussen de Amstel en de Schinkel. Dit poldergebied werd doorsneden door sloten die uitmondden in de Singelgracht en de Boerenwetering, het water dat het plangebied aan de oostzijde begrenst. Afgezien van het Schapenburgerpad (achter de P.C. Hooftstraat), het verdwenen Mennonietenpad (ter hoogte van de Hobbemastraat) en de Schagerlaan (nu Ruysdaelstraat) kon het gebied alleen te water doorkruist worden. Er waren met name molens, tuinderijen en lusthoven te vinden. Aan de Boerenwetering bevond zich bovendien wat industrie. Het plangebied raakt in de periode 1870-1930 gebouwd. Doordat hier verschillende plannen aan ten grondslag lagen en sommige ontwikkelingen simultaan op verschillende locaties in het gebied plaatsvonden, is bij de onderstaand ontstaansgeschiedenis en beschrijving van de huidige situatie het plangebied opgesplitst in drie deelgebieden: 1. Museumpleinbuurt en Duivelseiland; 2. Concertgebouw- en Valeriusbuurt; 3. Plan Zuid-strook.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Afbeelding: Het plangebied en de drie onderscheiden deelgebieden.

1. Museumpleinbuurt en Duivelseiland De eerste stedelijke bebouwing ontstond in de jaren 1870 direct ten zuiden van het Vondelpark met de aanleg van de P.C Hooftstraat en de Vossiusstraat. Deze volgden de aanwezige polderverkaveling. De rest van de Museumpleinbuurt werd in het uitbreidingsplan van Kalff (1877) bestemd tot een luxewijk, waarvoor het in 1902 vastgestelde uitbreidingsplan van P.J.H. Cuypers (tevens architect van het in 1885 gerealiseerde Rijksmuseum) grotendeels de basis vormde. Op basis daarvan kreeg de wijk een waaiervormige structuur van radialen en geknikte dwarsverbindingen die voortborduurt op de opzet van de zeventiende-eeuwse grachtengordel. Het middelpunt wordt gevormd door het Rijksmuseum met het daarachter gelegen Museumplein, dat werd gebruikt voor diverse manifestaties en waarop in de winters altijd werd geschaatst. Daaromheen bevonden zich al sinds de jaren 1880-90 het Stedelijk Museum en aan de overkant van de Van Baerlestraat - het Concertgebouw. Duivelseiland vormt de zuidpunt van dit gebied en werd al vanaf 1890 bebouwd. Het ging hierbij om speculatiebouw, waarbij de verkaveling de oude poldersloten volgde. Deze rastervormige opzet botste met het plan van Cuypers, wat de verdraaiing in de straten ten zuidoosten van het Museumplein, waaronder de Gabriël Metsustraat, verklaart. Beide buurten behoren tot de 19de-eeuwse Ring. 2.

Concertgebouw- en Valeriusbuurt Het gebied ten westen van de Van Baerlestraat lag aanvankelijk op het grondgebied van de gemeente Nieuwer-Amstel, waarvan dit deel in 1896 door Amsterdam werd geannexeerd. Vanwege de dreigende annexatie was er in de jaren 1880 al begonnen met het ontwikkelen van het gebied dat tegen de grens aan lag, wat leidde tot de aanleg van de Willemsparkweg, Koninginneweg, Van Eeghenstraat en -laan en de Alexander Boersstraat, die precies de loop van de gemeentegrens volgde. Na de annexatie maakte L.C.M. Lambrechtsen van Ritthem, de toenmalige directeur van Dienst Publieke Werken, in

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 19

1899 een uitbreidingsplan voor de invulling van dit gebied. Nadat dit was afgewezen, werd architect H.P. Berlage gevraagd een plan te maken. Ook dit eerste Plan Zuid (1905) werd niet vastgesteld. Toch zijn delen van beide plannen gebruikt voor de verdere invulling van het gebied ten zuiden van de Willemsparkweg. Net als de wijken die volgens het plan van Kalff tot stand zijn gekomen, volgt de opzet van dit gebied de oude polderverkaveling en wordt het dan ook tot de 19e-eeuwse Ring gerekend. De structuur bestaat uit een raster van lange oost-westlopende straten dat wordt doorsneden door noord-zuidlopende dwarsstraten, gelegen tussen de Van Baerlestraat en Amstelveenseweg, waarbij de bebouwing in het westelijk deel in de jaren 1910 werd gerealiseerd. 3. Plan Zuid-strook Dit gebied is tot stand gekomen op basis van het tweede, vastgestelde Plan Zuid van Berlage (1917) en werd gerealiseerd in de jaren 1920-30. Het is in veel opzichten een overgangsgebied tussen de 19e-eeuwse Ring en de Gordel '20-'40. Het westelijke deel van de strook bouwt voort op de negentiende-eeuwse orthogonale structuur, waarbij de noord-zuidlopende dwarsstraten tot aan het kanaal werden doorgetrokken en drie daarvan, de Cornelis Schuytstraat, Emmastraat en de Emmalaan/het Valeriusplein de buurt middels bruggen verbinden met de Stadionbuurt.

In het zuidoostelijk deel, gelegen tussen de Cornelis Schuytstraat en de Boerenwetering, gaat de orthogonale structuur over in een verkaveling van onregelmatig gevormde bouwblokken, begeleid door knikkende noord-zuidstraten. Tussen de Joh. M. Coenenstraat en Roelof Hartstraat is de Harmoniehofbuurt, voor Plan Zuid kenmerkende hovenbebouwing, gerealiseerd. Ook het Noorder Amstelkanaal maakte onderdeel uit van Berlage's plan: dit heeft een belangrijke structurerende functie binnen het op basis van Plan Zuid gerealiseerde gebied. Alle buurten binnen het plangebied zijn grotendeels herkenbaar gebleven als onderdelen van de 19e-eeuwse Ring en de Gordel '20-'40. Er hebben in tegenstelling tot een aantal andere buurten binnen de 19de-Ring geen grote stadsvernieuwingsprojecten plaatsgevonden. Het enige dat veel veranderingen heeft ondergaan is het Museumplein, waar op basis van een door Cornelis van Eesteren gemaakt ontwerp vanaf 1953 een autoweg overheen liep - een ontwikkeling die weer is teruggedraaid met het in 1999 gerealiseerde ontwerp van architect S.I. Andersson. Daarnaast zijn de culturele instellingen die het plein afbakenen in de afgelopen decennia één of meerdere keren verbouwd en/of voorzien van een uitbreiding.

2.2

Beschrijving huidige situatie: ruimtelijke structuur

2.2.1

Stedenbouwkundige opzet

1. Museumpleinbuurt en Duivelseiland De P.C. Hooftstraat, Vossiusstraat en het Schapenburgerpad volgen de oorspronkelijke polderverkaveling, het deel van de Museumpleinbuurt gelegen tussen de Jan Luijken-, Van Baerle- en Nicolaas Maesstraat is planmatig tot stand gekomen en volgt een waaiervormige structuur van radialen en geknikte dwarsverbindingen die voortborduurt op de opzet van de zeventiende-eeuwse grachtengordel. Het middelpunt wordt gevormd door het Museumplein. De bebouwing is noord-zuidgeoriënteerd en bestaat overwegend uit gesloten blokbebouwing. Aan de weerszijden van het Museumplein bevinden zich villa's en ensembles van twee- en drie-onder-één kap. Culturele voorzieningen bevinden zich in de grote, beeldbepalende gebouwen rondom het Museumplein en aan de Van Baerlestraat. Een aantal publieke voorzieningen, waaronder een school en het Zuiderbad, ligt aan de Boerenwetering. Winkels bevinden zich met name in de P.C. Hooftstraat en in de Van Baerlestraat, die net als de Paulus Potterstraat een belangrijke uitvalsroute vormt. Aan deze straten zijn ook kantoren en horeca te vinden.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

De bebouwing op het Duivelseiland volgt de oude slotenverkaveling van de polder. Ten zuidoosten van het Museumplein botst deze rastervormige opzet met de waaiervormige opzet in de Musempleinbuurt, wat de verdraaiing in de straten, waaronder de Gabriël Metsustraat, verklaart. Rondom het grotendeels onder Plan Zuid gerealiseerde Roelof Hartplein bevinden zich van oudsher maatschappelijke voorzieningen. Zowel hier als aan de Van Baerle-/Roelof Hartstraat, die deel uitmaken van de binnenring en aantakken op de Ceintuurbaan, zijn horeca, winkels en kantoren gevestigd. Verspreid in de buurt zijn in de plinten van de bebouwing winkels en horeca te vinden. 2. Concertgebouw- en Valeriusbuurt Deze wijk volgt de oude slotenverkaveling van de polder en bestaat uit een grid van lange oost-westlopende straten dat wordt doorsneden door noord-zuidlopende dwarsstraten. Uitzonderingen op de rechtlijnige verkaveling zijn de Koninginneweg, die haar slingerende loop te danken heeft aan de parkachtige opzet van het Willemspark (geen onderdeel van het plangebied), en de kronkelende Alexander Boersstraat, die de voormalige gemeentegrens tussen Amsterdam en Nieuwer-Amstel volgt. Het Valeriusplein en de ruitvormige pleintjes in de Willemsparkweg en Johannes Verhulststraat, zijn de enige pleinen in de buurt (het Concertgebouwplein vervult die functie tegenwoordig niet meer).

De wijk is voornamelijk bebouwd met gesloten bouwblokken met etagewoningen en herenhuizen. Winkel- en horecavoorzieningen bevinden zich vaak in de plinten van bebouwing en zijn verspreid in de buurt te vinden, veelal in afschuinde hoeken op kruispunten. In de De Lairessestraat zijn veel kantoren en publieke gebouwen te vinden. Deze as vormt tevens een belangrijkste verkeersverbinding tussen de Van Baerlestraat en Amstelveenseweg. Dit geldt ook voor de Willemsparkweg-Koninginneweg, die zowel aantakt op de Paulus Potterstraat in de Museumpleinbuurt als de Zeilstraat in de Schinkelbuurt. 3. Plan Zuid-strook Het zuidelijk deel van het plangebied, gelegen tussen de Cornelis Krusemanstraat / De Lairessestraat, Jacob Obrechtstraat, Bonckhorststraat, Roelof Hartstraat en het Noorder Amstelkanaal, is tot stand gekomen op basis van het tweede, vastgestelde Plan Zuid van Berlage (1917). Het westelijk deel van de strook bouwt voort op de negentiende-eeuwse orthogonale structuur, waarbij de noord-zuidlopende dwarsstraten tot aan het kanaal zijn doorgetrokken en drie daarvan eroverheen zijn gelegd en de buurt verbinden met de Stadionbuurt. Het Valeriusplein maakt deel uit van een hoofdas die het Vondelpark verbindt met Plan Zuid.

In het zuidoostelijk deel, gelegen tussen de Cornelis Schuytstraat en de Boerenwetering, gaat de orthogonale structuur over in een verkaveling van onregelmatig gevormde bouwblokken, begeleid door knikkende noord-zuidstraten. De bebouwing bestaat voornamelijk uit grote, gesloten bouwblokken met etagewoningen. Uitzonderingen zijn enkele villa's en twee-onder-één-kapwoningen aan het Noorderamstelkanaal, de Lairessestraat en Cornelis Schuytstraat, en de vrijstaande huizen in de Harmoniehof. Winkel- en horecavoorzieningen bevinden zich in de plinten van bebouwing aan de belangrijkere hoofdstraten, de Cornelis Kruseman-/De Lairessestraat, Joh. M. Coenenstraat, Van Baerle-/Roelof Hartstraat en het Roelof Hartplein. Veel scholen liggen aan het Noorder Amstelkanaal. 2.2.2

Architectuur

1. Museumpleinbuurt en Duivelseiland De Museumpleinbuurt bestaat grotendeels uit gesloten blokbebouwing van vier bouwlagen met kap. De gevels van de woonblokken bestaan uit apart vormgegeven huizen of uit ensembles van twee of meer. Aan de weerszijden van het Museumplein bevindt zich vrijstaande bebouwing: villa's en ensembles van twee- en drie-onder-één kap. Rondom het plein en aan de Van Baerlestraat zijn grotere, beeldbepalende gebouwen te vinden waarin veelal culturele instellingen zijn gevestigd. In de Johannes Vermeerstraat is woningbouw gerealiseerd die verwant is aan Engelse 'terrace' bouw, met huizen van drie of meer bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 21

verdiepingen met voortuinen. Aan de Hobbemakade en Pieter de Hoochstraat bevindt zich een aantal later gerealiseerde grootschalige appartementencomplexen. De planmatige opzet van deze luxewijk voorzag in een hoge kwaliteit van architectuur. De bebouwing in de P.C. Hooft- en Vossiusstraat wisselt wat in hoogte, doordat deze al voor 1890, toen de stadsuitbreiding pas net op gang kwam, werd gerealiseerd. Deze is meestal niet hoger dan drie lagen met kap. Hoewel de manier waarop de gesloten woonblokken zijn vormgegeven in Museumpleinbuurt en Duivelseiland hetzelfde is, verschilt deze sterk in kwaliteit. Gaat het bij de eerste buurt om woningen voor de gegoede burgerij, op Duivelseiland om speculatiebouw met merendeels etagewoningen. Kenmerkend voor deze buurt is de aaneengeschakelde gesloten blokbebouwing en de ingetogen baksteenarchitectuur met staande ramen en gemetselde lateien. Hier is ook veel gebruik gemaakt van afgeschuinde hoeken, een belangrijk kenmerk van de 19e-eeuwse Ring. 2. Concertgebouw- en Valeriusbuurt In dit deel van het plangebied zijn vooral aaneengeschakelde etagewoningen, meestal van vier of vijf lagen hoog met kap, te vinden. Een uitzondering hierop vormt de Willemsparkweg en de Alexander Boersstraat.

Hier staat ook bebouwing van drie lagen of in enkele gevallen zelfs minder, omdat deze werd ontwikkeld in vroeger stadium - toen dit gebied nog onderdeel was van de gemeente Nieuwer-Amstel. Het merendeel is echter gebouwd in de periode 1900-1915. De bebouwing is vormgegeven in een eenvoudige vormentaal met baksteen en versieringen in natuursteen en staal. Op de kruispunten van de ruitvormige pleintjes weerspiegelt de architectuur van de hoekbebouwing die van de overzijde. Ook de afgeschuinde hoeken die op veel plekken terugkomen in de wijk, zijn vaak voorzien van verbijzonderingen in de architectuur. Tot aan de Jacob Obrechtstraat is de architectuur wat rijker van ornament, en in de Alexander Boersstraat zelfs zeer schilderachtig, maar daarna wordt de architectuur sober. Kenmerkend aan de bebouwing die hier tot 1915 is gerealiseerd, is dat op veel plaatsen ruimtes tussen de kopbebouwing en de lange zijde van het woonblok zijn opengelaten of, zoals in sommige delen van de Valeriusbuurt, tussen de beide langswanden. Reden hiervoor was dat op die manier het probleem van het ontwerp van een goede hoekwoning werd omzeild en voor de woningen op de kop van een bouwblok een betere daglichttoetreding mogelijk was.

De gaten zijn op de begane grond vaak afgesloten met een provisorisch ontworpen muur, maar vormen soms ook een integraal onderdeel van de architectuur van de aangrenzende woningen. Hoewel esthetisch niet altijd van grote waarde, zijn ze vanuit cultuurhistorisch oogpunt kenmerkend voor de negentiende-eeuwse stedenbouw. 3. Plan Zuid-strook Bij de invulling van Plan Zuid werden gehele woningbouwblokken of delen daarvan als een geheel ontworpen en vrijwel altijd met platte daken. In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om gesloten bouwblokken voor de middenklasse in donkere baksteen, gebouwd in de voor Plan Zuid kenmerkende Amsterdamse Schoolstijl, en enkele villa's en twee-onder-één-kapwoningen. De hiërarchie tussen de secundaire en hoofdwegen komt tot uiting in de architectuur. Aan de meeste hoofdwegen telt de bebouwing overwegend vijf lagen, aan de secundaire wegen zijn dat er vier of drie, wat vooral tot uiting komt in het zuidoostelijk deel van dit gebied. De architectuur van de bouwblokken bepaalt door het terugspringen van wanden of hoeken de vorm van de stedenbouwkundige ruimtes van straten en pleinen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van in het oog springende geaccentueerde hoekbebouwing, torens in de zichtas van de straat, poorten en andere elementen. Tussen de Joh. M. Coenenstraat en Roelof Hartstraat is voor Plan Zuid kenmerkende hovenbebouwing gerealiseerd.

Deze buurt kent een sterke eenheid. Aan De Lairessestraat/Cornelis Krusemanstraat wisselen villa's, losstaande appartementencomplexen en aaneengesloten bebouwing elkaar af.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

2.2.3

Openbare ruimte, groen en water

1. Museumpleinbuurt en Duivelseiland Door de planmatige opzet kent de Museumpleinbuurt een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. Alle straten in de buurt zijn voorzien van boombeplanting, waarbij er vaak sprake is van een middenstoep of -berm waarop een enkele of dubbele rij bomen is geplant. Het Museumplein fungeert met haar grote gazon en geplante bomenrijen als groene long van de buurt. Ook de tuinen van het Rijksmuseum, die van de villa's rondom het Museumplein en de (voor)tuinen in de Johannes Vermeeren Gabriël Metsustraat dragen bij aan de groenbeleving. Ander openbaar groen is aanwezig in de vorm van de driehoekige plantsoentjes rondom het Johannes Vermeerplein en aan het begin van de P.C. Hooftstraat. Het openbare groen op het Duivelseiland beperkt zich tot de enkele bomen die aan één straatzijde geplant in de aanvankelijk stenige straten, en het plantsoen aan het Roelof Hartplein. Verder is het groen hier uitsluitend te vinden achter de gesloten gevels van de binnentuinen. De Boerenwetering is naast een historische ook een belangrijke ruimtelijke as. 2.

Concertgebouw- en Valeriusbuurt In de Concertgebouw- en Valeriusbuurt zijn verschillende pleinen te vinden, waarvan de grootste het Valeriusplein is, dat samen met het (buiten het plangebied gelegen) Emmaplein een aaneenschakeling van stedelijke ruimtes met plantsoenen en laanbeplanting vormt die richting het Vondelpark loopt. Ook het Concertgebouwplein was aanvankelijk voorzien van een groenstrook, maar deze is later verdwenen. De ruitvormige pleintjes in de Cornelis Schuytstraat en Willemsparkweg hebben hun vorm te danken aan de afgeschuinde bouwblokken. Op deze wijze zijn op meer plekken in het gebied open ruimtes gerealiseerd, zoals op de kruising van de Johannes Verhulst- en Dufaystraat. Doordat bijna alle straten zijn voorzien van beplanting, draagt het groen in grote mate bij aan de kwaliteit van de wijk. Noemenswaardig is de Lohmanstraat, die wordt gekenmerkt door scheef gegroeide platanen. In de Van Eeghenstraat en -laan, P.C. Hooft- en Vossiusstraat draagt het Vondelpark bij aan de groenbeleving. Verder is ook in deze wijk veel privégroen niet zichtbaar vanwege de stedenbouwkundige opzet van gesloten bouwblokken. Het groen in de binnentuinen is dan ook belangrijk voor de woonkwaliteit van de buurt. 3.

Plan Zuid-strook De pleinen in dit deel van het plangebied liggen bijna allemaal op de grens met de 19e-eeuwse Ring en hebben een scharnierfunctie tussen de verschillende systemen. Zowel het onder Berlage verder naar het zuiden doorgetrokken Valeriusplein als het Roelof Hartplein hebben daarnaast de functie van verkeersplein. Groen werd in het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan mee ontworpen en is royaal aanwezig in dit deel van het plangebied. De openbare groenvoorzieningen bestaan voornamelijk uit grasvelden en plantsoenen die dienen ter accentuering van de stedenbouwkundige structuur. Dit is onder andere te zien bij het Banplein, dat is voorzien van een geometrisch gazon, en het rechthoekige plantsoen met vijver dat het hart vormt van het door J. van Epen ontworpen Harmoniehof. De bomen zijn in dit gebied gerelateerd aan de hoogte van de bebouwing: in hoofdstraten zijn deze hoger dan in de kleinere zij- en dwarsstraten. Ook de plaatsing van de bomen verschilt per straatprofiel. Zo is de royale groenstrook langs de Hobbemakade, die als een buffer tussen de drukke weg en de bebouwing van de Harmoniehofbuurt in ligt, voorzien van groepen bomen, terwijl het plantsoen in de Harmoniehof is voorzien van solitaire bomen. Groen is ook ingezet om de waterlopen, die een structurerende functie hebben binnen Plan Zuid, te accentueren.

Zowel de kade van het Noorder Amstelkanaal als het deel van de Boerenwetering dat zich ten zuiden van de Ceintuurbaan bevindt, bestaat uit met gras beplante, licht glooiende taluds waarin verschillende solitaire bomen zijn gepland. Zij dragen in grote mate bij aan de groenbeleving van dit gebied. Een belangrijk maar onzichtbaar onderdeel van de groenstructuur bestaat

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 23

uit de royale binnentuinen van de woningbouwcomplexen.

2.3

Beschrijving huidige situatie: functionele structuur

Het Museumkwartier - Valeriusbuurt is een divers plangebied. Zowel het Museumkwartier als de Valeriusbuurt zijn te typeren als woongebieden, maar het zijn geen monofunctionele woongebieden. Er vindt een duidelijke menging van woningen met niet-woonfuncties plaats, waarbij verschillende buurten met elk een eigen karakter kunnen worden onderscheiden. Tussen deze buurten is er meestal ook geen sprake van een duidelijke grens. De verschillende buurten lopen geleidelijk in elkaar over. Het voorzieningenaanbod verschilt dan ook per buurt. Zo heeft het voorzieningenaanbod in het Museumkwartier een grootstedelijk en meer internationaal karakter, terwijl het aanbod in de Valeriusbuurt vooral buurtgericht is. In deze paragraaf wordt de huidige functionele structuur van het plangebied beschreven. Daarbij komen eerst de diverse niet-woonfuncties aan bod. Afgesloten wordt met een korte toelichting op de woonfunctie in het plangebied. 2.3.1

Niet-woonfuncties

Functiemenging Functiemenging betekent simpelweg dat een bepaald gebied zich kenmerkt door de aanwezigheid van verschillende functies. Binnen een gebouw, een straat, buurt of wijk en op de hogere schaalniveaus, en steeds weer in een andere verhouding. Het gaat om de menging tussen wonen, werken en vrijetijdsbesteding, en om de menging binnen deze functies.

Afbeelding: Uitsnede kaart Functiemix Amsterdam

Op de bovenstaande uitsnede van de kaart 'Functiemix Amsterdam' van de gemeente Amsterdam is goed te zien dat het Museumkwartier en de Valeriusbuurt hoofdzakelijk woonbuurten zijn, maar dat er in een aantal buurten sprake is van een hoge mate van functiemenging. Die doet zich vooral voor rond het Museumplein (menging met kantoren en de grote culturele instellingen), langs de P.C. Hooftstraat (met winkels), langs de Van Baerlestraat (met winkels en cosumentgerichte dienstverlening) en langs het zuidelijke deel van de De Lairessestraat (met kantoren). Naast de economische linten is ook verspreid over de woonbuurten relatief veel sprake van invulling door een niet-woonfunctie, en dan vooral in de Gemeente Amsterdam

blz. 24

plint. Onderstaande uitsnede van de 'Functiekaart Amsterdam' van de gemeente geeft hiervan een goede indruk.

Afbeelding: Uitsnede Functiekaart Amsterdam

Voorzieningenstructuur Als het gaat om de voorzieningenstructuur, dan wordt in dit bestemmingsplan onderscheid gemaakt naar vier deelgebieden. Deze gebiedsindeling hangt samen met een aantal gebiedsspecifieke uitgangspunten. De uitgangspunten worden in Hoofdstuk 3 nader toegelicht. De vier onderscheiden deelgebieden zijn elk in min of meerdere mate voor hun voorzieningen georiënteerd op een bepaald voorzieningencluster. De vier deelgebieden zijn: 1. Museumplein en omgeving: Veel voorzieningen in dit deel van het plangebied hebben een grootstedelijk en internationaal karakter. Ze zijn gericht op zowel bewoners, bezoekers als toeristen. Daarmee onderscheiden deze voorzieningen zich van de voorzieningen uit de andere clusters die vooral op bewoners zijn gericht. Het voorzieningencluster wordt gevormd door de P.C. Hooftstraat en het noordelijk deel van de Van Baerlestraat. Deze straten maken onderdeel uit van het Amsterdamse kernwinkelgebied en kenmerken zich als een exclusief winkelgebied met niet-dagelijkse winkels in hogere segment. Daarnaast bevindt zich in dit deelgebied een cultureel cluster met een aantal toonaangevende musea en het Concertgebouw. 2. Roelof Hartplein en omgeving: De voorzieningen in dit plandeel zijn geclusterd in het zuidelijk deel van de Van Baerlestraat en in de Roelof Hartstraat.

Het voorzieningenaanbod richt zich vooral op bewoners met een mix van dagelijkse en niet-dagelijkse winkels en dienstverleners. Er zijn relatief veel winkels en horeca uit het hogere segment gevestigd. Daarnaast is er een kleiner cluster met vooral buurtgerichte voorzieningen aanwezig in de Ruysdaelstraat. 3. Cornelis Schuytstraat en omgeving: De voorzieningen in dit plandeel zijn geclusterd in de Cornelis Schuytstraat. Deze van oorsprong typische buurtgerichte winkelstraat heeft zich in de afgelopen 15 jaar getransformeerd tot een nichewinkelstraat met winkels voor dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen in het hogere segment. Daarnaast zijn er in het eerste deel van de Willemsparkweg, de Jacob Obrechtstraat en de Emmastraat ook winkels aanwezig. Deze winkels liggen echter verspreid langs deze straten en zijn niet geclusterd. 4. Valeriusbuurt: In dit plandeel zijn de voorzieningen verspreid over drie kleinere clusters langs de Hendrik Jacobszstraat, de kruising Valeriusplein/ Koninginneweg en de Cornelis Krusemanstraat.

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 25

Er zijn ook een aantal winkels aanwezig in het deel van de Koninginneweg tussen de Hendrik Jacobstraat en de Amstelveenseweg. Met uitzondering van de winkels op de kop van de Koninginneweg (die onderdeel uitmaken van het winkelgebied Amselveenseweg-Zeilstraat-Hoofddorpplein) liggen deze echter verspreid. Bewoners uit deze buurt zijn voor een deel van hun dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen aangewezen op nabijgelegen winkelgebieden zoals de Amstelveenseweg - Zeilstraat - Hoofddorpplein, de Cornelis Schuytsstraat of de Stadionweg - Olympiaplein. In de onderstaande kaart zijn de verschillende voorzieningenclusters in het plangebied afgebeeld.

Afbeelding: De voorzieningenstructuur in het plangebied.

De straten waarin in het bestemmingsplan ruimte wordt geboden voor nieuwe publieksgerichte voorzieningen (zoals de Honthorststraat en Paulus Potterstraat) zijn eveneens in de afbeelding opgenomen. In Hoofdstuk 3 'Uitgangspunten' wordt nader toegelicht waarom er in deze straten ruimte wordt geboden voor de vestiging van nieuwe publieksgerichte voorzieningen. Cultuur en ontspanning Rond het Museumplein staan niet alleen de drie grote internationale musea (Rijksmuseum, Van Gogh Museum en Stedelijk Museum). Ook het Moco Museum, het Coster Diamonds/ Diamant museum en het House of Bols trekken jaarlijks veel (internationale) toeristen. De populariteit van deze publiekstrekkers, en daarmee de bezoekersaantallen, is de afgelopen jaren ook aanzienlijk groter geworden. Het Rijksmuseum kreeg in 2016 ruim twee keer, en het Stedelijk Museum vier keer zoveel bezoekers ten opzichte van 2008 (Bron: Trendrapport Stad 2016, Verkenning naar de

Gemeente Amsterdam

blz. 26

ruimtelijk -economische functiemenging in Amsterdam). Sindsdien zijn deze bezoekersaantallen alleen maar verder gegroeid. In 2019 (voor de uitbraak van de Covid19-pandemie) trokken alleen al de drie grote musea (Rijksmuseum, Van Gogh Museum en Stedelijk Museum) te samen bijna 5,5 miljoen bezoekers per jaar. De groei van het aantal bezoekers is niet alleen het gevolg geweest van een toename van het aantal buitenlandse toeristen. Ook de bewoners van Amsterdam en binnenlandse bezoekers hebben daaraan bijgedragen. Het vrijetijdsgedrag van de Nederlander is de afgelopen jaren intensiever, frequenter, gevarieerder en uithuiziger geworden. Op het Museumplein zelf vinden daarnaast jaarlijks meerdere grootschalige manifestaties en evenementen plaats. Het Museumplein, met de daarbij behorende randen, kent een specifiek gebruik. Door de aanwezigheid van grote musea en het concertgebouw vormt het Museumplein een belangrijk cultureel centrum. Aan de noord-westzijde en de zuid-oostzijde zijn grote kantoorpanden aanwezig. In de panden rondom het Museumplein zijn weinig publiekgerichte functies aanwezig. Hierboven zijn in het kader van de voorzieningenstructuur de detailhandel en consumentgerichte dienstverlening in de vier deelgebieden van het plangebied beschreven.

Aanvullend daarop wordt hieronder een beschrijving gegeven van de belangrijkste andere niet-woonfuncties die in het plangebied aanwezig zijn. Overige functies Bovenstaande ontwikkelingen hebben geresulteerd in een toename van de drukte en meer verkeersbewegingen (met name fietsen en lopen) in en rond het Museumkwartier. Veel winkels en voorzieningen hebben daarop ingespeeld en zijn van profiel veranderd naar nieuwe soorten formules. Traditionele winkels en voorzieningen zijn zo veranderd naar een toeristisch profiel. Het zijn toeristische voorzieningen geworden, vormen van detailhandel en dienstverlening waarbij de exploitatie uitsluitend nog gericht is op dagjesmensen en toeristen, zoals souvernirwinkels, fietsverhuur of ticketshops. Uitgangspunt is dat in het bestemmingsplan een regeling wordt opgenomen om ongewenst gebruik tegen te gaan vanwege hun negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Hierbij moet worden gedacht aan belwinkels, automatenhallen, seksinrichtingen, geldwisselkantoren en smartshops. Reeds aanwezig ongewenste gebruiksfuncties worden in dit bestemmingsplan positief bestemd. Daarnaast worden ook vuilstort en milieuzoneringsplichtige bedrijven uitgesloten.

Om een verdere toename van toeristische voorzieningen tegen te gaan, geldt in dit bestemmingsplan een vergelijkbare regeling winkels en voorzieningen die zich uitsluitend of voornamelijk richten op toeristen (zie verder Hoofdstuk 3. 'Uitgangspunten'). 2.3.1.1 Kantoren en bedrijven Kantoren In het plangebied zijn veel kantoren gevestigd in de niet-consumentgerichte dienstverleningssector Vaak zijn deze bedrijven gevestigd in voormalige villa's en herenhuizen die tot kantoor zijn omgebouwd. Een concentratie van kantoorpanden is te vinden in o.a. de De Lairessestraat, de J.J. Viottastraat, de Willemsparkweg, de Paulus Potterstraat en de Johannes Vermeerbuurt. Aan en in de omgeving van het Museumplein bevinden zich enkele buitenlandse consulaten. Aan de

bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 27

zuid-oosthoek van het Museumplein gaat het om het Consulaat Generaal Verenigde Staten (Museumplein 19) en het Consulaat van Turkije (Museumplein 17). Het Consulaat-Generaal van Duitsland is gevestigd in de Honthorststraat 36-38. In het pand aan de Jan Luijkenstraat 5 bevindt zich het Consulaat van Grenada. Niet-publieksgerichte zakelijke dienstverlening, dat wil zeggen kantoren die alleen in de begane grond zijn gevestigd en geen inloop- of baliefunctie hebben, maken eveneens onderdeel uit van de kantoren. Hierbij moet worden gedacht aan kleine kantoren van advocaten, notarissen, adviesbureaus en dergelijke. Deze vorm van dienstverlening komt verspreid over het plangebied veel voor, met name op hoekpunten van straten. Bedrijven Met uitzondering van enkele garagebedrijven zijn bedrijven in het plangebied nagenoeg niet aanwezig. Het Museumkwartier en de Valeriusbuurt zijn gebouwd als wijken voor de hogere klassen. In dit soort wijken werden productiebedrijven van oudsher geweerd. Deze vestigden zich in de volksbuurten. Het Duivelseiland is de enige buurt binnen het plangebied waar enkele ambachtelijke bedrijven zijn gevestigd. Dit is een voormalige volksbuurt die qua karakter meer op De Pijp lijkt dan op het chique Museumkwartier.

2.3.1.2 Maatschappelijke voorzieningen Bij maatschappelijke functies gaat het om verschillende vormen van (medische) gezondheidszorg, kunst, (sociaal-)cultureel werk, welzijnsinstellingen, woonzorg (waarbinnen woonzorgcentrum), kinderopvang, onderwijs en educatie, sport, religie, overheidsvoorzieningen en dergelijke. In het plangebied komen verschillende vormen van maatschappelijke dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen voor. De kleinschalige vestigingen van maatschappelijke dienstverlening zijn in het plangebied verspreid te vinden, met name in de begane grond. Het gaat om praktijkruimtes van huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten en dergelijke. De meeste van deze voorzieningen bevinden zich in de woonstraten. Dat laatste geldt ook voor kinderdagverblijven, waarvan er in dit plangebied relatief veel aanwezig zijn. De grote maatschappelijke voorzieningen zijn meestal gevestigd in een eigen gebouw. Dat geldt onder andere voor de basisscholen en de scholen voor middelbaar onderwijs: in het plangebied bevinden zich meerdere scholen voor basisonderwijs.

Het betreft de Cornelis Vrijschool (Van de Veldestraat 3), Basisschool Schreuder (Van de Veldestraat 10), de Nicolaas Maesschool (Nicolaas Maesstraat 124), de Peetersschool (Richard Holstraat 8), De Kleine Nicolaas (Cornelis Krusemanstraat 10) en basisschool Elout (Cornelis Krusemanstraat 68-70); daarnaast zijn er vier grote scholen voor middelbaar onderwijs, te weten het Montessori Lyceum Amsterdam (Pieter de Hooghstraat 59), het Sweelinck College (Moreelsestraat 21), het Fons Vitae Lyceum (Reijnier Vinkeleskade 53) en het Amsterdams Lyceum (Valeriusplein 15). Ook het College Hotel, gevestigd aan de Roelof Hartstraat 1, behoort tot de maatschappelijke voorzieningen. Het hotel heeft primair tot doel het bieden van onderwijs en opleiding. Daarmee valt het onder de noemer ''opleidingshotel". In het plangebied staan een klein aantal kerkgebouwen die als zodanig in gebruik zijn. Het betreft de Sint-Agneskerk aan de Amstelveenseweg 163, de Obrechtkerk aan de Jacob Obrechtstraat 30 en de

Gemeente Amsterdam

blz. 28

H.H. Petrus en Paulus kerk aan de Ruysdaelstraat 39. In het plangebied bevinden zich tevens meerdere privéklinieken. Een deel daarvan heeft alleen de begane grond of de begane grond en eerste etage in gebruik, en een deel heeft een geheel pand in gebruik. Een aantal klinieken biedt hoofdzakelijk medisch niet-noodzakelijke zorg aan in de vorm van cosmetische behandelingen zoals plastische chirurgie of laserbehandelingen. Maar er is ook een aantal privéklinieken die hoofdzakelijk medisch noodzakelijke zorg aanbieden. Zo is het gehele pand De Lairessestraat 59 in gebruik bij het Oogziekenhuis Amsterdam en is het pand Jan van Goyenkade in gebruik bij het Medisch Centrum Jan van Goyen. Bovenwijkse maatschappelijke voorzieningen zijn het Zuiderbad op de zuidelijke hoek Hobbemastraat-Hobbemakade, de brandweerkazerne 'Dirk' op de noordelijke hoek Hobbemastraat-Hobbemakade en de Jellinek Kliniek aan de Jacob Obrechtstraat 92. 2.3.1.3 Horeca De horeca in het plangebied bevindt zich vooral in de omgeving van het Museumkwartier. Dit hangt samen met de jaarlijks vele toeristen die de musea en de andere attracties rond het Museumplein bezoeken. Eten en drinken De eet- en drinkgelegenheden in het plangebied bestaan voornamelijk uit restaurants en cafés.

De meeste van deze horecagelegenheden zijn gevestigd langs de gehele Van Baerlestraat en de Roelof Hartstraat, de belangrijkste doorgaande route door het plangebied. De horeca in het zuidelijke deel van de Van Baerlestraat richt zich voor een deel op de bezoekers van het Concertgebouw. Langs de Hobbemakade ter hoogte van het Duivelseiland bevinden zich eveneens meerdere horecagelegenheden. Dit sluit aan op de horeca zoals die zich in de naastgelegen De Pijp bevindt. In het winkelcluster langs de Cornelis Schuytstraat zijn eveneens meerdere horecagelegenheden gevestigd. Deze horeca is vooral ondersteunend aan het hier aanwezige winkelaanbod. Op en rond het Museumplein zijn horecagelegenheden gevestigd die zich vooral richten op de bezoekers van de musea rond het plein. Meerdere van de kiosken op het plein langs de Paulus Potterstraat worden als zodanig geëxploiteerd. Een deel van de in de omgeving van het Museumplein gevestigde en voor publiek toegankelijke horeca is onderdeel van de hier gevestigde hotels. Hotels Vergeleken met de andere wijken in Amsterdam zijn in het plangebied veel hotels aanwezig. De meeste hotels in het plangebied bevinden zich aan de noordzijde van het Museumplein, in het gebied tussen de Paulus Potterstraat en het Vondelpark.

Enkele van deze hotels zijn groot tot zeer groot, zoals het Park Hotel aan de Stadhouderskade (circa 190 kamers), en het Conservatoriumhotel (circa 130 kamers) op de hoek van de Van Baerlestraat en de Paulus Potterstraat. In het gebied rondom het Concertgebouw zijn eveneens relatief veel hotels aanwezig. Deze hotels richten zich niet alleen op toeristen, maar voorzien ook in logies voor musici die in het Concertgebouw optreden. Aan de Stadhouderskade 50, ter hoogte van de Nicolaas Maesstraat, bevindt zich het (met circa 160

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13471709/1