CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-166A Begroting 2024

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2024 Gemeente Amsterdam VN2023-02101549.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Om voldoende planontwikkeling in de komende 10 jaar mogelijk te maken met heldere prioriteringen stellen we Ontwikkelstrategie 2035 op, die in 2024 aan de raad wordt voorgelegd. Hierin houden we rekening met onzekerheden in de markt en hoe we daar als gemeente op in kunnen spelen.

Beleidskaders • Nationale wetgeving voor ruimtelijke ordening en bouwen, zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening (vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet) die regelt hoe ruimtelijke plannen van Rijk, provincie en gemeenten tot stand komen. In het kader van de NOVEX heeft het Rijk zestien gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke transities en nationale opgaven vragen om herbestemming en/of ingrijpende herinrichting, waarvoor Rijk en regio samen ontwikkelperspectieven en uitvoerings­ agenda’s opstellen. Het Verstedelijkingsconcept MRA is hierbij te beschouwen als ontwikkelperspectief. Voor Amsterdam zijn daarnaast Noorzeekanaalgebied, regio Schiphol, Groene Hart en Lelylijn relevante NOVEX-gebieden/-opgaven. • De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin het toetsingskader voor de ruimtelijke plannen, voor gebiedsgericht en thematisch beleid en de investeringsagenda’s staan, en een toekomstbeeld over hoe we de fysieke leefomgeving kunnen invullen en gebruiken. • Koers 2025, de stadsbrede inventarisatie en aansturing van stedelijke bouwlocaties om de gemeentelijke opgaven voor woningbouw, werkruimte en voorzieningen te kunnen vervullen. Dit strategische document wordt naar verwachting in 2024 opgevolgd door de Ontwikkelstrategie 2035. • MRA agenda, de actieagenda van de Metropoolregio Amsterdam voor de periode 2020 tot en met 2024.

Er wordt in 2024 gewerkt aan de opvolger van de MRA agenda voor 2025 en verder.

Begroting 2024

42

H3.1.2

3.1.2 Grond Het duurzaam realiseren van de gewenste woningbouwproductie in gemengde wijken.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?

Doel 1.2.2 Gebieden ontwikkelen ten behoeve van wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Indicatoren doel

Doel 1.2.1 1

Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen & kantoorruimte. Indicatoren doel 1

Start bouw nieuwbouw woningen (totaal)

2

Netto toename kantorenvoorraad per jaar (m2 bvo)

3

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 7.410 (2021)

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

8.401

7.500

7.500

7.500

15.000 m2 Niet in (realisatie jaarverslag / 2021) nieuwe indicator

47.000

65.000

195.000

Nieuw gebouwde woningen per Alleen Niet in 1.000 bestaande woningen realisatie in jaarverslag / (BBV-verplicht: geen streefwaarde, jaarverslag nieuwe alleen realisatie in jaarverslag) indicator

N.v.t.

Indicatoren activiteit Aantal actieve grondexploitaties

Indicatoren activiteit

Activiteit 1.2.2.3

2

Twee keer per jaar opstellen van de rapportage “Monitor kantoren Amsterdam”

Begroting 2024

2 (2022)

150

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 166

Begroting 2023

154

150

Begroting Prognose 2024 2025-2027 150

150

We maken de grond bouwrijp, inclusief verwerven en sloop.

1

1 (2022)

150

Activiteit 1.2.2.2

We monitoren de voortgang van projecten en treden in overleg met partners (corporaties, ontwikkelaars, beleggers) die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

Eén keer per jaar opstellen van de “rapportage Woningbouwplan”

150

N.v.t.

Indicatoren activiteit

1

154

Begroting Prognose 2024 2025-2027

We voeren het projectmanagement uit van gebiedsontwikkelingsprojecten.

Activiteit 1.2.1.1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

166

Begroting 2023

Activiteit 1.2.2.1

1 N.v.t.

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

1

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

2

Begroting Prognose 2024 2025-2027 1

1

Aantal actieve grondexploitaties

2

166

154

Begroting 2023 150

Begroting Prognose 2024 2025-2027 150

150

We ontwerpen en richten de openbare ruimte in van nieuw te ontwikkelen gebieden. Indicatoren activiteit

2

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 166

154

Begroting 2023 150

Begroting Prognose 2024 2025-2027 150

150

43

H3.1.2

Activiteit 1.2.2.4 We beheren en bewaken de prudentie van het Vereveningsfonds. Indicatoren activiteit 1

Opstellen MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) in voorjaar en AMPG (Actualisatie MPG) in najaar

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 1 (2022)

1

Begroting 2023 1

Begroting Prognose 2024 2025-2027 1

1

De cijfers in dit programmaonderdeel zijn over het algemeen nog gebaseerd op het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2023 (MPG) dat in juni door de gemeenteraad is vastgesteld. Over de feitelijke ontwikkelingen en actuele prognoses wordt periodiek separaat gerapporteerd bij het MPG en de actualisatie van het MPG (AMPG).

Doel 1.2.3 In de toekomst worden voldoende gebieden ontwikkeld voor wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Indicatoren doel 1

Omvang meerjarige planvoorraad woningen (periode van 4 jaar)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

46.000 Niet in (2022) jaarverslag / nieuwe indicator

50.000 woningen

50.000 woningen

50.000 woningen

Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt. Deze doelstelling is echter sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. De gemeente bouwt niet zelf, maar dat doen marktpartijen. De stijgende bouwkosten, de gestegen rente en de toegenomen onzekerheid in de markt hebben de businesscase van de marktpartijen onder druk gezet en maken dat de realisatie van de 7500 woningen in 2024 mogelijk niet zal worden gehaald. Wel zal de gemeente pogen waar het in haar invloedsfeer ligt de belemmeringen zo veel mogelijk te beperken. De verslechterde marktsituatie zal ook een onmiskenbaar effect hebben op de grondexploitaties en daarmee op het Vereveningsfonds. Omdat het Vereveningsfonds (inclusief de reserve Zuidas) een afgescheiden financieel onderdeel vormt van de gemeentebegroting, raken kosten en opbrengsten van grondexploitaties niet direct de algemene middelen. Vanzelfsprekend raakt dit wel de financiële stromen binnen het Vereveningsfonds en beperkt dit de mogelijkheid om nieuwe verlieslatende plannen te starten.

Begroting 2024

In de Begroting 2024 is de in het Coalitieakkoord opgenomen additionele structurele afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen -bovenop de reeds eerder opgelegde structurele afdracht van (oplopend tot) € 20 miljoen in 2026 teruggedraaid. Daartegenover staat dat wel is besloten tot een meerjarige afdracht uit het Vereveningsfonds van € 10 miljoen in 2023 en jaarlijks € 12 miljoen in de periode 2024 -2037 ten behoeve van de zogenaamde schaalspronginvesteringen.

Met de ontwikkeling van Zuidasdok wordt bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen uit het Coalitieakkoord. Met het uitbreiden van de capaciteit en ontvlechting van de A10-zuid dragen we bij aan de verbetering van de bereikbaarheid van Amsterdam en de noordelijke Randstad die van grote economische importantie is. Met de duurzame inpassing van de weginfrastructuur door het ondergronds situeren van de A10 ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas wordt bijgedragen aan de leefbaarheid van de stad Amsterdam. Hierdoor ontstaat ook een hoogwaardige openbaarvervoersterminal voor trein en metro, inclusief dubbelsporige aanlanding van de Noord/Zuidlijn en de inrichting van de openbare ruimte met stadsstraten en pleinen. De fiets krijgt hierin een belangrijke plek. Hierdoor kan de Zuidas verder uitgroeien tot internationale toplocatie als integraal onderdeel van de regio en stad Amsterdam.

Activiteit 1.2.3.1 We houden de planvoorraad op peil. Indicatoren activiteit 1

Jaarlijkse toevoeging aantal woningen in vastgestelde investeringsbesluiten

2

Eén keer per jaar maken van update en rapporteren over ontwikkeling van de planvoorraad

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

8.900 Niet in (2022) jaarverslag / nieuwe indicator

7.500 woningen

7.500 woningen

7.500 woningen

1

1

1

1 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

44

H3.1.2

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? GEM Lutkemeer (CV, GEM Lutkemeer BV, Gemeente Amsterdam, Participatie Lutkemeer BV (GAP)) / Schiphol Area Development Company (SADC). Amsterdam werkt samen met SADC in een deelneming (Lutkemeer CV/BV) aan de ontwikkeling van het Businesspark Amsterdam Osdorp in stadsdeel Nieuw-West.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Baten

465,4

316,5

505,0

493,1

486,1

477,9

Lasten

474,1

320,0

526,2

502,8

501,8

494,0

-8,8

-3,5

-21,2

-9,7

-15,7

-16,1

Onttrekking

162,7

165,2

139,4

127,8

120,9

128,7

Toevoeging

188,6

105,6

117,8

116,7

104,3

110,6

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-25,8

59,6

21,6

11,1

16,6

18,1

Totaal

-34,6

56,1

0,5

1,4

0,9

2,0

Saldo Baten en Lasten

Het programmaonderdeel Grond heeft voornamelijk betrekking op grondexploitaties. De opbrengsten en kosten in de grondexploitaties kunnen van jaar tot jaar sterk verschillen. De financiële ontwikkelingen moeten daarom over de gehele looptijd van de grondexploitaties worden bezien. De huidige meerjarenbegroting is gebaseerd op het MPG 2023. Een uitgebreide toelichting op de meerjarige ontwikkelingen in de gemeentelijke grondexploitaties en de samenhangende fondsen is opgenomen in de aparte paragraaf ’Grondbeleid’ in deze begroting. Het overgrote deel van de baten en lasten in dit programmaonderdeel wordt verrekend met de balans heeft daardoor geen relatie met de algemene middelen. In de begroting is uitgegaan van een structurele afdracht vanuit de reserve Vereveningsfonds aan de algemene middelen van € 12,2 miljoen in 2023 oplopend tot € 18,2 miljoen structureel vanaf 2024. Daarnaast is besloten tot het afdragen van middelen ten behoeve van schaalspronginvesteringen van in totaal € 244 miljoen, waarvan in 2023 € 76,0 miljoen is afgedragen aan de nieuwe reserve “Incidentele bijdragen schaalspronginvesteringen” en hierna € 12 miljoen per jaar tot en met 2037.

Begroting 2024

Het saldo van de begroting 2024 op de algemene middelen van € 0,3 miljoen heeft betrekking op enkele specifieke lastenbudgetten (€ 4,3 miljoen), de indexatie­ vergoeding (€ 25,5 miljoen) en afdrachten uit het Vereveningsfonds (€ 30,2 miljoen). De overige lasten en baten worden verrekend conform BBV-voorschriften met balans­ posten.

Baten De baten in dit programmaonderdeel in 2024 zijn € 505,0 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Erfpachtuitgiften en overige baten in de grondexploitaties (€ 407,1 miljoen). • Winstnemingen en planafsluitingen (€ 91,0 miljoen). Dit zijn afdrachten uit de grondexploitaties aan de reserve Vereveningsfonds als gevolg van baten uit het verleden. • Erfpachtbaten en bijdragen van woningcorporaties als meerwaarde ontstaat bij canonherziening (aan het einde van een tijdvak) of bij verkoop of liberalisering van sociale woningen (€ 6,9 miljoen). Dit is conform de samenwerkingsafspraken met de corporaties. Deze baten worden aan de reserve vereveningsfonds toegevoegd.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel in 2024 zijn € 526,2 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Projectuitgaven, zoals het bouwrijp maken van grond, het inrichten van de openbare ruimte en infrastructurele werken en projectmanagement in de grondexploitaties (€ 436,8 miljoen). • Administratieve verrekeningen met balansposten (€ 59,4 miljoen). Dit zijn geen uitgaven, maar technische verrekeningen met de balans. Deze technische verrekeningen zijn nodig om grondexploitaties saldoneutraal in de exploitatie te laten verlopen. • In het project Zuidasdok werken we aan het uitbreiden van de capaciteit en ontvlechting van de A10-zuid (€ 30,0 miljoen).

Reserves Het saldo van de lasten en baten binnen gebiedsontwikkeling wordt bijna geheel verrekend met de reserves Vereveningsfonds en Zuidas. Bij grondexploitaties gebeurt dit door toevoegingen aan reserves door middel van tussentijdse winstnemingen bij positieve plannen of door middel van de voorziening Plantekorten voor plannen met een negatief saldo die gevoed wordt uit de reserve. Voor een aantal projecten is besloten lasten direct te onttrekken uit de reserve. Hiervoor zijn binnen de reserve separate reserveringen getroffen. Ook is in de begroting een incidentele afdracht

45

H3.1.2

opgenomen aan de reserve ”Incidentele bijdrage schaalspronginvesteringen” van in totaal € 244 miljoen in de periode 2023-2037 en een structurele afdracht die oploopt tot € 18,2 miljoen in 2024. In dit programmaonderdeel wordt in 2024 € 139,4 miljoen onttrokken en wordt € 117,8 miljoen toegevoegd aan de reserves. Van de onttrekking van € 139,4 miljoen wordt in 2024 € 18,2 miljoen afgedragen aan de algemene middelen en wordt in 2024 € 12,0 miljoen overgeheveld naar de reserve “Incidentele bijdragen schaalspronginvesteringen”. De resterende onttrekking van € 109,2 miljoen en de toevoeging van € 117,6 miljoen bestaan uit: • Een onttrekking van € 79,2 miljoen voor lasten in projecten waarvoor separate reserveringen zijn getroffen in de reserve Vereveningsfonds/Zuidas en apparaatskosten die indirect aan de grondexploitaties worden toegerekend. Een toevoeging van € 117,6 miljoen aan de reserve Vereveningsfonds/Zuidas als gevolg van winstnemingen en planafsluitingen, indexatievergoeding en inkomsten uit erfpachtafspraken. • Een onttrekking van € 30,0 miljoen voor het project Zuidasdok.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Gebiedsontwikkeling duurt lang en is onzeker. Om de relatief grote risico’s te beheersen zijn Bij het actualiseren van grondexploitaties moet verschillende beheersmaatregelen getroffen. rekening worden gehouden met lange termijn De belangrijkste is dat reserveringen worden aannames. Bij het uitvoeren van plannen zal blijken getroffen bij majeure (voor)investeringen en het dat de werkelijkheid anders kan zijn dan verwacht. gaan anticiperen op de toekomstige bovenplanse Periodiek wordt een scenarioanalyse uitgevoerd voorzieningen. Daarnaast wordt er een financiële en in het MPG opgenomen. De belangrijkste buffer aangehouden in de reserves om project risico’s en onzekerheden liggen in verslechterende specifieke risico’s op te vangen en om in geval van marktomstandigheden. crisis de proceskosten te kunnen dekken die niet meer terugverdiend kunnen worden. Deze financiële buffer wordt het weerstands­ vermogen genoemd. Verder worden direct verliesvoorzieningen gevormd voor projecten met een geraamd financieel tekort.

Begroting 2024

Beleidskaders • Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam. • Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld in 2021): deze visie bevat een beleidsagenda met vastgesteld beleid. • Spelregels voor woningbouwprogrammering: de spelregels gaan over de toepassing van de gewenste woningbouwprogrammering (40 procent sociale huurwoningen, 40 procent middeldure huur- en koopwoningen en 20 procent dure huur- en koopwoningen) in de projecten. • In het woningbouwplan 2022-2028 wordt de Amsterdamse aanpak voor de nieuwbouw van woningen beschreven. Dit aan de hand van drie thema’s. De eerste is de bouw van jaarlijks gemiddeld 7.500 woningen, de tweede het bouwen van de goede mix, het derde thema is versnellen en versimpelen. • Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020: in dit actieplan zijn de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen met een instandhoudingstermijn van 25 jaar in 2020 herijkt. Verder is dit plan het beleidskader voor het realiseren van eeuwigdurende middeldure huurwoningen. • Plaberum: procesbeschrijving die dient als leidraad voor de inrichting van de planvorming van ruimtelijke projecten.

• Kantorenplan 2019-2026: Dit plan moet zorgen voor een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. Selectiebeleid woningcorporaties: corporaties hebben een voorrangspositie bij de bouw van sociale woningen. • Het selectiebeleid woningcorporaties beschrijft hoe het proces verloopt om voor een kavel te komen tot een selectie van een corporatie. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten.

46

H3.1.3

3.1.3 Erfpacht Doel 1.3.1 Het uitgeven van nieuwe erfpachtrechten, beheren van de door de gemeente Amsterdam uitgegeven erfpachtrechten en het uitvoeren van de overstapregeling naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel.

De waarde en het gebruik van grond ten dienste van inwoners en bedrijven laten komen. Indicatoren doel

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren. De vraag in Amsterdam naar nieuw uit te geven grond, onder andere voor woningen en commercieel vastgoed, is groot. Behalve de nieuwe gronduitgiften worden ook woningen gerealiseerd via transformaties. Tot 8 januari 2020 bestond de mogelijkheid om tegen gunstige voorwaarden een overstap naar het eeuwigdurende stelsel aan te vragen. De verwerking van de grote hoeveelheid overstapaanvragen (circa 165.000) is door de verscheidenheid aan erfpachtbepalingen en de verschillende benodigde databronnen een complex proces. De verwerking van de aanvragen vraagt ook in 2023 en 2024 nog veel inzet. Daarnaast is een nieuwe spijtoptantenregeling vastgesteld om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen. Dit heeft geleid tot 19.000 nieuwe aanvragen.

Erfpachtinformatiesysteem In 2021 is gestart met de ontwikkeling van het Nieuwe Informatie Systeem Erfpacht (programma NISE). Het nieuwe systeem is nodig, omdat het huidige systeem verouderd is, waardoor aanpassingen en onderhoud relatief duur zijn. Het nieuwe systeem zal zorgen voor meer efficiency en betere dienstverlening aan de erfpachters. Dit programma wordt in 2023 en 2024 gecontinueerd en zal ook in 2025 nog doorlopen.

Begroting 2024

1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Geen indicator beschikbaar*

* Voor dit doel zijn geen aparte indicatoren benoemd, omdat deze staan bij de onderliggende activiteiten. Uitvoeren van het erfpachtstelsel, inclusief verwerken achterstanden (behandelen van reeds lopende aanvragen). Sinds de zomer van 2017 hebben we ingezet op de uitvoering van de overstapregeling van het voortdurend erfpachtstelsel naar het eeuwigdurend erfpachtstelsel. Hierdoor is in juni 2022 de doelstelling bereikt dat voor 85 procent van de particuliere overstapaanvragen een overstapaanbieding is verstuurd. Na het behalen van deze mijlpaal is de focus nu verschoven naar het reguliere erfpachtbeheer. Inmiddels zijn de overstap en beheerteams geïntegreerd in reguliere team zodat capaciteit en kennis beter kan worden ingezet. Op dit moment zijn we samen met een adviesbureau aan het onderzoeken hoe de doorlooptijden verkort kunnen worden. We hebben zoals omgeschreven in het Amsterdams Akkoord een spijtoptantenregeling ingevoerd voor erfpachters die vóór 8 januari 2020 erfpachter waren en aan alle overstapvoorwaarden voldeden. Na een inspraakperiode is de Spijtoptantenregeling vastgesteld, vrijwel alle spijtoptanten hebben een brief van de gemeente ontvangen, waarbij de hefboomwerking door een stijgende WOZ-waarde is uitgelegd. In juni/juli 2023 stuurt de gemeente die nog geen aanvraag hebben gedaan nogmaals een persoonlijke brief.

Zowel de raad als het college hebben in 2021 onderzoek laten verrichten naar het functioneren van het erfpachtstelsel. Hieruit blijkt dat de vernieuwing van het erfpachtstelsel zorgvuldig is vormgegeven en dat de Overstapregeling een succes is. Ook blijkt dat het stelsel op diverse punten kan worden verbeterd. Deze verdere verbeteringen is een continu proces. De komende tijd gaan we bijvoorbeeld onderzoek verrichten naar twee commissies. Een onafhankelijke commissie die vooraf gaat adviseren over voorgenomen beleidswijzigingen en één onafhankelijke geschillencommissie die in bepaalde concrete gevallen achteraf kan toetsen. 47

H3.1.3

Activiteit 1.3.1.1

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?

We verzorgen de uitgifte van nieuwe erfpachtrechten. We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programmaonderdeel. Indicatoren activiteit 1

Grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten (* €1 mln)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 308

356

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

230

230

230

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

Activiteit 1.3.1.2

Baten

337,1

307,1

246,5

234,8

244,0

243,0

We beheren het erfpachtstelsel en de (bestaande) erfpachtrechten.

Lasten

46,9

53,0

55,4

49,5

43,1

43,4

Saldo Baten en Lasten

290,2

254,1

191,1

185,3

200,9

199,6

Onttrekking

264,5

295,8

50,7

14,9

0,5

0,5

Toevoeging

436,6

235,9

124,9

78,9

72,2

69,4

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-172,1

59,9

-74,2

-64,0

-71,7

-68,9

Totaal

118,1

314,0

116,9

121,2

129,1

130,7

Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Aantal rechten (*1.000)

286

294

298

306

306

2

Aantal wijzigingen van erfpachtrechten (zonder overstap)

563

600

400

400

400

Het erfpachtresultaat bestaat uit de canonopbrengsten, overige opbrengsten, beheer erfpachtstelsel, rentelasten en het project Nieuw Informatie systeem erfpacht (NISE). Het resultaat komt ten goede aan de algemene middelen.

Activiteit 1.3.1.3 We werken aan een continue verbetering van de dienstverlening. Indicatoren activiteit 1

Aantal afgehandelde klantvragen (*1000)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 43

36

Begroting 2023 18

Begroting Prognose 2024 2025-2027 1

1

Activiteit 1.3.1.4 We verzorgen de overstap van de voortdurende naar eeuwigdurende erfpachtrechten. Indicatoren activiteit 1

Aantal notarieel gepasseerde overstapaktes (*1.000)

Begroting 2024

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 16

27

Begroting 2023 14

Begroting Prognose 2024 2025-2027 2

2

Baten De baten in dit programmaonderdeel in 2024 zijn € 246,5 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Jaarlijkse canonbaten uit niet afgekochte erfpachtcontracten van € 165,5 miljoen. De canon betalende rechten zijn reguliere (jaarlijkse) inkomsten voor de algemene middelen. Deze nemen toe bij nieuwe uitgiften. De grondwaarde bij uitgifte wordt door het onderdeel erfpacht als het ware “aangekocht” van de grondexploitatie en wordt gefinancierd met een binnengemeentelijke lening. Over deze lening wordt rente betaald (zie lasten). • Afkoopsommen Overstapregeling. Dit zijn de eenmalige afkoopsommen in het eeuwigdurende stelsel afkoopsommen minus de afwaardering van de boekwaarde (per saldo € 48,8 miljoen). Bij een overstap van het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel wordt allereerst de afkoopsom aangewend voor de aflossing van de bestaande grondwaarde op de balans waarna de meerwaarde wordt toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond.

48

H3.1.3

• Reguliere afkoopsommen in het voortdurende stelsel (per saldo € 31,4 miljoen). Als de canon in het voortdurende stelsel wordt afgekocht, ontvangt de gemeente een afkoopsom. Deze afkoopsom wordt aan de reserve afkoopsommen toegevoegd. Indien de afkoopsom hoger is dan de grondwaarde wordt het verschil gedoteerd aan de reserve Financiering Erfpachtgrond. • De overige baten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn in 2024 € 55,4 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Beheer van het erfpachtstelsel € 30,7 miljoen, waarvan € 6,0 miljoen betrekking heeft op de overstapregeling. Dit deel wordt onttrokken uit de reserve Financiering erfpachtgrond. • Ontwikkeling en implementatie Nieuw Informatie Systeem Erfpacht (NISE) (€ 4,4 miljoen) • Rentelasten van € 20,9 miljoen. • De overige lasten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Reserves De ontvangen afkoopsommen worden verrekend met de reserves Afkoopsommen Erfpacht en reserve Financiering Erfpachtgrond. Daarnaast worden de kosten van de overstapregeling onttrokken uit de reserve Financiering Erfpachtgrond. In 2023 wordt in totaal € 200 miljoen afgedragen uit de reserve financiering Erfpachtgrond, waarvan € 100 miljoen aan de reserve “Incidentele bijdragen schaalspronginvesteringen” en € 100 miljoen aan de reserve voor de Sprong over ’t IJ. Dit betekent dat er nog circa € 150 miljoen van de € 500 miljoen aan ontvangen meerwaarde als gevolg van de overstap in de reserve Financiering Erfpachtgronden aanwezig is. Daarnaast worden in deze reserve financiering erfpachtgrond onder andere de meerwaarden bij afkoop in het voortdurende stelsel verantwoord.

Begroting 2024

In dit programmaonderdeel wordt in 2024 € 50,7 miljoen onttrokken en € 124,9 miljoen toegevoegd aan de reserves: • een onttrekking aan de reserve Afkoopsommen Erfpacht doordat rechten overgaan naar het eeuwigdurende stelsel of erfpachters die binnen het voortdurend stelsel na afloop van het tijdvak kiezen voor canon (€ 45,1 miljoen). De toevoeging van € 56,3 miljoen betreft de nieuwe erfpachtcontracten binnen het voortdurend stelsel. • een onttrekking uit de reserve Financiering Erfpachtgrond van € 5,6 miljoen voor lasten van de Overstapregeling en een toevoeging van € 68,6 miljoen aan de reserve Financiering Erfpachtgrond, door ontvangen afkoopsommen in het eeuwigdurende stelsel, ontvangen meerwaarde in het voortdurende stelsel en erfpachters die al hadden afgekocht in het voortdurend stelsel en zijn overgestapt naar het eeuwigdurende stelsel met de keuze canon, waarvan de keuze op een later moment in de toekomst ingaat.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Door de vele afwijkende situaties en de Beheersmaatregel is dat er een gespecialiseerd complexheid van het huidige erfpachtstelsel team klaarstaat om maatwerkaanbiedingen op te bestaat het risico dat niet de juiste aanbieding aan stellen. Om wachttijden te verkorten streven we de erfpachter wordt verstrekt, of dat de erfpachter ernaar om zoveel mogelijk (overstap-)aanvragen lang moet wachten totdat de aanvraag wordt automatisch af te wikkelen. afgewikkeld.

Beleidskaders • Diverse Algemene Bepalingen, de door de raad vastgestelde bepalingen voor het uitgeven van grond in erfpacht. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten. • Overstapregeling (inclusief nieuwe Spijtoptantenregeling), de regeling waarmee erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel.

49

H3.1.4

3.1.4 Bouwen en wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.4.1 Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben. Indicatoren doel

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

80%

60%

80%

80%

80%

1

% kwetsbare huishoudens dat binnen 3 maanden een woning vindt: statushouders, MOBW en sociaal medisch urgenten

2

Aantal actieve woningzoekenden in Woningnet*

PM

72.517

PM

PM

PM

Gemiddelde WOZ-waarde (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

N.v.t.

€ 433.000

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

3

N.v.t.

€ 727

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

4

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

N.v.t.

5

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

Woningzoekenden hebben met het nieuwe systeem nu zelf meer invloed op hun slaagkansen door actief te zoeken en door situatie- en of startpunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om punten op te bouwen en hun positie op de ranglijst te verbeteren. Naast het opbouwen van punten kunnen woningzoekenden ook punten afbouwen. De afbouw van punten, bijvoorbeeld wanneer mensen stoppen met zoeken, niet komen opdagen bij een bezichtiging of een aangeboden woning weigeren, is er voor bedoeld om te benadrukken dat een sociale huurwoning bedoeld is voor mensen die hem écht nodig hebben. Het afbouwen van punten wordt daarnaast gezien als essentieel onderdeel voor de werking van het nieuwe systeem. Voor de echte kwaliteitszoeker die heel selectief reageert is in het nieuwe systeem minder ruimte. Voor de Voorjaarsnota 2024 wordt een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren om het beoogd effect van de nieuwe woonruimteverdeling inzichtelijk of meetbaar te maken.

Activiteit 1.4.1.1 € 837

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

* Voor de Voorjaarsnota 2024 wordt een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren om het beoogd effect van de nieuwe woonruimteverdeling inzichtelijk of meetbaar te maken.

Begroting 2024

De schaarse sociale huurwoningen die beschikbaar komen in de stad willen we op rechtvaardige wijze verdelen. Daarom geven we voorrang aan degenen die het hardst een woning nodig hebben, maar willen we dat ook regulier woningzoekenden kans blijven houden op een sociale huurwoning. We streven ernaar dat kwetsbare huis­houdens binnen drie maanden een woning vinden. Met de nieuwe regels voor de woonruimteverdeling die per 16 januari 2023 in werking is getreden is de inschrijfduur minder doorslaggevend en beogen we ervoor te zorgen dat starters en mensen die het hardst een nieuwe woning nodig hebben, een betere kans krijgen om een woning te vinden.

We bieden huisvesting voor kwetsbare groepen. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Aantal woningen toegewezen aan kwetsbare huishoudens

1.800 (2023)

1.850

1.800

1.800

1.800

2

Aantal gehuisveste statushouders

2.000 (2023)

1.283

2.000

1.100

1.100

50

H3.1.4

In de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties is tot en met 2023 afgesproken dat 1.800 woningen beschikbaar zijn voor kwetsbare groepen. Deze woningen worden verdeeld onder statushouders en kwetsbare huishoudens die zonder en met begeleiding kunnen wonen.

Activiteit 1.4.1.2 We wijzen met voorrang woningen toe aan bepaalde beroepsgroepen. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

200 (2023)

Aantal woningen aan beroepsgroepen*

202

Begroting 2023 200

Begroting Prognose 2024 2025-2027 200

200

Richting 2030 en verder, is structurele energiebesparing en het verbeteren van woningen essentieel voor Amsterdammers en het klimaat. Daarom zet dit college met het isolatieoffensief in op het versnellen van het isolatietempo en het verbeteren van woningen. In 2023 wordt een uitvoeringsprogramma voor het isolatieoffensief vastgesteld. Daarmee willen we in 2024 tenminste woningeigenaren en bewoners op verschillende manieren begeleiden, stimuleren en helpen om te komen tot versnelde woning­ verbetering en isolatie. Zwaartepunt hierbij ligt bij bewoners in kwetsbare buurten en/ of in een kwetsbare positie. Op basis van het uitvoeringsprogramma worden de juiste indicatoren en activiteiten bepaald. Voor de Voorjaarsnota 2024 wordt een voorstel uitgewerkt op welke wijze het doel geoperationaliseerd wordt en wordt een voorstel gedaan voor een of meer indicatoren om de doelbereiking te monitoren.

*Op basis van afspraken met de woningcorporaties ten aanzien van het beschikbare aantal sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Deze aantallen zijn exclusief de aantallen die de particuliere sector aanbiedt aan de beroepsgroepen.

We voeren daarnaast een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en hand­ havingstaken (VTH) uit. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers.

Om het tekort aan leraren, politie- en zorgpersoneel aan te pakken wijzen we met voorrang woningen toe aan deze beroepsgroepen.

Activiteit 1.4.2.1 We houden toezicht op en handhaven de wettelijk minimumkwaliteit.

Doel 1.4.2 Een toekomstbestendige woningvoorraad (duurzaam, basiskwaliteit en veilig). Indicatoren doel 1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Bijdragen aan een duurzame, veilige en kwalitatieve fysieke leefomgeving met behoud van monumentale waarde.*

* Voor de voorjaarsnota 2024 wordt op basis van het uitvoeringsprogramma isolatieoffensief een voorstel uitgewerkt op welke wijze het doel geoperationaliseerd wordt en wordt een voorstel gedaan voor een of meer indicatoren om de doelbereiking te monitoren.

Begroting 2024

Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Aantal op kwaliteit geïnspecteerde adressen

200 (2023)

161

200

200

200

2

Aantal verbeterde woningen naar aanleiding van inspectie en/of handhaving

150 (2023)

335

150

150

150

De Amsterdamse woningvoorraad is relatief oud en daarmee naar de nieuwbouw­ standaard van matige kwaliteit. Om te voorkomen dat er gevaarlijke of ongezonde situaties ontstaan, moeten woningen in Nederland voldoen aan een minimale wettelijke kwaliteit. Het is een taak van de gemeente om toezicht te houden op de wettelijke woningkwaliteit.

51

H3.1.4

Activiteit 1.4.2.2

We voeren een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) uit. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers.

We ondersteunen bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen. Indicatoren activiteit 1

Aantal ondersteunde adressen*

2

Aantal adressen waar maatregelen zijn genomen**

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

* Voor de voorjaarsnota 2024 wordt op basis van de uitvoeringsagenda isolatie­ offensief een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren. ** Voor de voorjaarsnota 2024 wordt op basis van de uitvoeringsagenda isolatieoffensief een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren. De uitvoeringsagenda voor het isolatieoffensief 2024 e.v. wordt in de 2e helft van 2023 met de raad besproken. Voor de Voorjaarsnota 2024 wordt op basis van de uitvoerings­ agenda een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren.

Activiteit 1.4.2.3 We verstrekken omgevingsvergunningen en zien toe dat bedrijven en burgers voldoen aan actuele wet en regelgeving op het gebied van veiligheid, bouwveiligheid en infrastructuur Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw, monumenten, splitsen, omzetten woonruimte, meldingen bouw, aanvragen ruimtelijke ordening.

9.700 (2022)

9.700

9.700

9.700

9.700

2

Aantal verleende vergunningen waarop toezicht is gehouden (monumenten, bouw, ruimtelijke ordening, splitsen en omzetten woonruimte) waarop toezicht is gehouden

5.400 (2022)

5.400

5.400

5.400

5.400

Begroting 2024

We behandelen aanvragen voor omgevingsvergunningen monumenten, splitsen, omzetten van woonruimte, afwijkingen van het Omgevingsplan en meldingen bouw (Wkb). We houden toezicht op de verleende vergunningen op bestaande bouwwerken en op brandveilig gebruik. Toezicht kan ook plaatsvinden naar aanleiding van ontvangen handhavingsmeldingen. Geconstateerde overtredingen worden gehandhaafd. Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht. De implementatie vindt gefaseerd plaats en heeft een aanzienlijk effect op VTH; het wettelijk stelsel wordt immers volledig herzien en er worden diverse nieuwe instrumenten geïntroduceerd met effect met name op de vergunningverlening en toezicht. De manier waarop de gemeente hiermee omgaat staan vermeld in het VTH Beleid FLO. Dit betekent dat de vermelde prognoses met meer onzekerheid is omgeven dan andere jaren.

Doel 1.4.3 Beschermen van de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. Indicatoren doel 1

Aantal beëindigingen onrecht­ matig woninggebruik, in gebruik genomen leegstaande woningen, opgeknapte woningen naar aanleiding van handhavings­ maatregelen

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 300

1.426

Begroting 2023 1.500

Begroting Prognose 2024 2025-2027 1.500

1.500

Er is nog altijd een groot tekort aan met name betaalbare woningen in Amsterdam. Woningen leveren veel geld op, waardoor frauderen met Amsterdamse woningen erg verleidelijk blijft. Door oneigenlijk gebruik aan te pakken, leegstand te bestrijden en de kwaliteit te verbeteren, blijven woningen behouden voor Amsterdammers met een laag en middeninkomen en houden we wijken en buurten leefbaar.

52

H3.1.4

Activiteit 1.4.3.1

leggen we vast in een jaarlijks te actualiseren uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan onder andere de te leveren producten en diensten.

We maken beleid en handhaven de regels woninggebruik. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

1

Meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik

1.200 (2023)

2.951

2.300

2.300

2.300

2

Huisbezoeken/ buitendienstonderzoeken

6.000 (2016)

6.185

6.000

6.000

6.000

3

Handhavingsbesluiten

300 (2016)

298

900

450

450

Voor het toezicht en de handhaving op de woonregels zijn onder andere signalen van Amsterdammers van groot belang. Een signaal of melding kan voor de gemeente een reden zijn naar adres te gaan en het gebruik van de woning door toezichthouders te laten onderzoeken. Indien sprake is van een overtreding van de woonregels wordt een handhavingsbesluit opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld een boete zijn. De afgelopen jaren is het aantal handhavingsbesluiten teruggelopen. In 2022 zijn ongeveer 300 handhavingsbesluiten opgelegd. Na een periode van stilstand trekt het toerisme in Amsterdam weer volop aan. Onder andere vanwege het aantrekkende toerisme, is de verwachting dat de komende tijd meer handhavingsbesluiten worden opgelegd. Daar staat tegenover dat de Raad van State (RvS) in een recente uitspraak (31 mei 2023) heeft aangegeven dat woningeigenaren niet meer vanzelfsprekend verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor gedragingen van hun huurders. Als huurders de woonregels schenden, kan dus niet meer automatisch ook een sanctie aan de woningeigenaar worden opgelegd. De inschatting is dat deze uitspraak van de RvS grote invloed heeft op het aantal handhavingsbesluiten. Daarom wordt de streefwaarde van 2023 (900) in 2024 verlaagd naar 450.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Baten

81,3

105,5

88,7

71,9

64,5

64,5

Lasten

166,2

203,6

180,9

154,8

141,8

127,6

Saldo Baten en Lasten

-84,9

-98,1

-92,3

-82,9

-77,3

-63,1

Onttrekking

8,9

42,2

22,2

13,6

9,2

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

8,9

42,2

22,2

13,6

9,2

0,0

-76,0

-55,9

-70,1

-69,3

-68,0

-63,1

Totaal

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 88,7 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Opbrengsten uit de leges voor de omgevingsvergunningen en overige leges. Dit betreffen geïntegreerde vergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Deze komen voort uit de Omgevingswet (€ 55,4 miljoen). • Een rijksbijdrage voor de aanpak van energiearmoede (€ 17,2 miljoen). • Een Rijksbijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds voor woningverbetering in grote delen van Amsterdam Zuidoost (€ 10,9 miljoen). • Legesopbrengsten voor vergunningen in de fysieke leefomgeving en de woonvoorraadvergunningen (zoals splitsingsvergunningen, samenvoegen, vormen en toeristische verhuur van woonruimten) (€ 2,3 miljoen). • Baten uit opgelegde bestuurlijke boetes vanwege handhaving woninggebruik (€ 2,0 miljoen). • De overige baten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we op het gebied van bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaal-gebied (OD NZKG). We zijn samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst. We werken samen op basis van een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samenwerking

Begroting 2024

53

H3.1.4

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 180,9 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Apparaatslasten voor onder andere de uitvoering van de WABO-taken, beleidsadvisering, toezicht en handhaving woninggebruik en de behandeling van juridische zaken (€ 69,6 miljoen). • Kosten voor het opdrachtgeverschap van de projecten in de openbare ruimte bij de gebiedsgerichte aanpak (€ 23,7 miljoen). • Lasten voor de aanpak van energiearmoede. Hiermee kunnen kwetsbare huishoudens ondersteund worden bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen (€ 17,2 miljoen). • Lasten voor de milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op bodem­ activiteiten) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (€ 11,8 miljoen). • Subsidies vanuit het Volkshuisvestingsfonds voor woningverbetering en verduurzaming van woningen in grote delen van Amsterdam Zuidoost. Met deze subsidies worden in deze buurten achterstallig onderhoud weggewerkt en de energielabels van de woningen verbeterd (€ 11,4 miljoen). • Uitvoering van de regionale woonruimteverdeling, de huisvesting van bijzondere en kwetsbare groepen, ouderen en statushouders (€ 10,1 miljoen). • Uitvoering van het isolatieoffensief om de bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig te maken. (€ 7,0 miljoen). • Subsidies voor bewonersondersteuning en de behartiging van huurdersbelangen (€ 6,8 miljoen).

• Subsidies aan woningcorporaties vanuit het corporatiebudget voor onrendabele vastgoedinvesteringen in de stedelijke vernieuwingsgebieden. Deze subsidies zijn bedoeld voor stimulering, herstructurering en verbetering van de woningvoorraad van corporaties in Amsterdam (€ 6,0 miljoen). • Lasten voor de uitvoering van de bouwtaken en vergunningverlening door de stadsdelen voor onder andere capaciteit, kosten voor de inzet van de brandweer en juridische ondersteuning (€ 4,7 miljoen). • Lasten voor de uitwerking en uitvoering van de maatregelen uit de AAV (€ 3,1 miljoen). • Lasten voor actualisatie programma stadsverbeteringen 2023-2027 en onderhoud verhardingen (€ 2,3 miljoen). • Materiële budgetten voor toezicht en handhaving op woninggebruik (€ 1,6 miljoen). • Lasten voor onderhoud aan bestaande en aanleg van nieuwe locaties voor woonwagens (€ 1,4 miljoen). • De overige lasten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Begroting 2024

Reserves Onttrekkingen reserves De onttrekkingen in dit programmaonderdeel zijn in 2024 € 22,2 miljoen: • Een onttrekking uit de reserve coalitiemiddelen voor het isolatieoffensief (€ 7,0 miljoen). • Een onttrekking vanuit de reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 voor de integrale aanpak van kwetsbare groepen en de uitwerking van de maatregelen uit de AAV (€ 6,6 miljoen). • Een onttrekking voor subsidies aan woningcorporaties voor stimulering, herstructurering en verbetering van de woningvoorraad van corporaties in Amsterdam (€ 6,2 miljoen). • De overige onttrekkingen zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Woningcorporaties hebben onvoldoende mutaties in de woningvoorraad waardoor minder woningen beschikbaar komen voor urgenten/ kwetsbare groepen/ ouderen/ statushouders. Hierdoor kan mogelijk niet 80 procent van de urgenten binnen drie maanden een woning vinden.

Om de druk op het aantal beschikbare woningen voor kwetsbare groepen te verlagen worden de urgentiecriteria aangepast. Het verwachte effect is dat mensen met de hoogste urgentie sneller aan een passende woning kunnen worden geholpen. De druk op het aantal voor kwetsbare groepen beschikbare woningen neemt daardoor af.

Als gevolg van het verlagen van de Bed-andBreakfastquota in de stad bestaat het risico dat potentiële Bed-and-breakfasteigenaren een schadeclaim indienen.

Om het risico te beperken worden de schadeoorzaken geanalyseerd.

54

H3.1.4

Beleidskaders • Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV): de AAV is een integraal programma met maatregelen die zijn gericht op het realiseren van voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad. • Huisvestingsverordening 2024: beschrijft het instrumentarium en de toepassing hiervan, in relatie tot woonruimteverdeling en woningvoorraad. Met de huisvestingsverordening verdeelt het college schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Zo wordt de Amsterdamse woningvoorraad beschermt en wordt de leefbaarheid in wijken en buurten gewaarborgd. • Leegstandsverordening Amsterdam 2022: gezien de schaarste aan woningen in Amsterdam is langdurige woningleegstand zeer onwenselijk. Met leegstand­ verordening kan de gemeente optreden tegen langdurige leegstand in Amsterdamse woningen. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. • Omgevingswet: de Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger.

• Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): dit is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging, VTH beleid fysieke leefomgeving (vaststelling naar verwachting eind 2023) hierin geven we aan hoe we de VTH taken uitvoeren en staan diverse strategieën en protocollen voor de uitvoering.

Begroting 2024

55

H3.1.5

3.1.5 Vastgoed Doel 1.5.2 We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.5.1 Amsterdam heeft een vastgoedportefeuille die voldoet aan de gemeentelijk en landelijke ambities en wetgeving op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en bouwkundige kwaliteit Indicatoren doel 1

NEN 2767, onderhoudsniveau minimaal 3, sober en doelmatig

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 82,6% (2020)

Begroting 2023 85%

Begroting Prognose 2024 2025-2027 85%

85%

Activiteit 1.5.1.1 We houden de gewenste kwaliteit van de vastgoedportefeuille in stand door middel van verduurzaming, verbeteren van de veiligheid, renovatie en vervangingsinvesteringen Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

Resterende CO2-uitstoot

37.000 ton

N.v.t.

N.v.t.

36.000 ton

31.000 ton

2

% Panden met energie label A

23 %

N.v.t.

N.v.t.

25%

36%

3

Aantal kwaliteits-verbeterende investeringen

32

32

96

Begroting 2024

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Amsterdam streeft naar een optimaal gebruik van haar maatschappelijk vastgoed­ portefeuille om een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement te behalen en gemiste inkomsten te minimaliseren. Indicatoren doel

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

86% (2022)

Bezettingsgraad

86%

Begroting 2023 90%

Begroting Prognose 2024 2025-2027 95%

95%

Het verhuren van gemeentelijk vastgoed is een belangrijk middel om de juiste huisvesting te bieden aan partijen die bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de stad. Maatschappelijke voorzieningen vormen een onderdeel van de sociale infrastructuur en stimuleren ontmoetingen tussen verschillende mensen. Een inclusieve en verbonden stad heeft maatschappelijk vastgoed nodig voor het huisvesten van deze voorzieningen, plekken waar mensen zich thuis voelen en contact kunnen maken met elkaar. In onze omvangrijke gebouwenvoorraad komt altijd wel leegstand voor, bijvoorbeeld omdat de huur is opgezegd. We zorgen ervoor zo min mogelijk leegstand te hebben. Daarom bieden we vrijgekomen gebouw of grondpercelen binnen de gemeente aan voor nieuw maatschappelijk gebruik (leurprocedure). Zolang geen nieuwe functie wordt gevonden, geven we opdracht aan een professioneel leegstandsbeheerder. Diestelt bewaarders aan om het gebouw of grondperceel voor tijdelijk gebruik met een hele korte opzegtermijn te beheren. Is de verwachte leegstand langer dan 1 jaar (bijvoorbeeld bij bestemmingsplanprocedures of een geplande ontwikkeling) dan kiezen we vaak voor een kortlopende beheerperiode. Wij kiezen bij voorkeur voor een maatschappelijke activiteit. Op die manier gebruiken we ook leegstaande gebouwen of grondpercelen voor de activiteiten van maatschappelijke activiteiten in de stad.

56

H3.1.5

Doel 1.5.3

Financiële toelichting

We beheren en onderhouden de eigendommen bestemd voor broedplaatsen, woonen werkruimtes voor kunstenaars en creatieve ondernemers en cultuurgebouwen Indicatoren doel 1

Aantal m2 Broedplaatsen in beheer bij de gemeente Amsterdam

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 38.400 (2023)

Begroting 2023 38.400

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting Prognose 2024 2025-2027 38.400

38.400

Activiteit 1.5.3.1 We laten het aanbod grootstedelijke én buurtgerichte culturele voorzieningen meegroeien met de stad, houden het onderhoudsniveau op peil en verduurzamen waar mogelijk. Indicatoren activiteit

1

Percentage culturele voorzieningen waarvan het onderhoudsniveau minimaal 3 is.

2

Culturele voorzieningen met energie label A

3

Aantal kwaliteits-verbeterende investeringen bij culturele voorzieningen

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 82,6%

154

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

85%

85%

85%

164

173

185

190

8

8

8

8

Gemeten wordt het onderhoudsniveau van die culturele voorzieningen die in gemeentelijk bezit zijn en/of waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. is eigenaar van de verpachte agrarische grond in de Volgermeer.

Begroting 2024

Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Baten

80,1

67,9

77,5

67,7

68,0

68,0

Lasten

50,7

51,4

56,4

50,7

50,8

50,7

Saldo Baten en Lasten

29,4

16,5

21,1

17,0

17,2

17,3

Onttrekking

1,0

1,0

3,7

1,0

1,0

1,0

Toevoeging

3,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-2,1

1,0

3,7

1,0

1,0

1,0

Totaal

27,2

17,6

24,9

18,0

18,2

18,3

Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 77,5 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Huur, pacht, - en service opbrengsten van € 67,7 miljoen bestaande uit: – huurinkomsten van kunst- en cultuurinstellingen (€ 32,7 miljoen); – huurinkomsten uit de verhuur van gronden en niet-maatschappelijke instellingen (€ 24,9 miljoen); – huurinkomsten van buurt- en wijkcentra en zorggerelateerde instellingen (€ 5,9 miljoen); – huurinkomsten van onderwijsgerelateerde instellingen (€ 1,5 miljoen); – overige huurinkomsten en serviceopbrengsten (€ 2,7 miljoen); • Verkoopopbrengsten van € 9,8 miljoen.

Lasten De lasten in dit programmaonderdeel bedragen € 56,4 miljoen en bestaan uit: • Kapitaallasten (rente en afschrijvingen € 15,1 miljoen) • Dotatie aan de onderhoudsvoorziening voor het planmatig onderhoud (€ 19,9 miljoen) • Doorbelaste binnengemeentelijke huur en servicelasten (- € 9,8 miljoen) • Niet planmatig onderhoud, zijnde dagelijks onderhoud, calamiteitenonderhoud, mutatie-onderhoud en bijdragen aan VvE’s (€ 8,5 miljoen) • Loonkosten (€ 10,1 miljoen) • Zakelijke lasten (€ 4,9 miljoen) • Gas, water en elektriciteit (€ 2,2 miljoen)

57

H3.1.5

• Afboeken boekwaarde verkoopopbrengst en verkoopkosten (€ 1,5 miljoen) • Nog niet bestede last vanwege indexering huuropbrengsten en verkoopopbrengst (€ 3,7 miljoen) • De overige lasten zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.

Reserves Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de financieringsreserve bestaat uit: • het onrendabele deel van de berekende afschrijvingen op kapitaalgoederen (€ 1,0 miljoen). • het aandeel uit de coalitiemiddelen dat wordt aangewend voor verduurzaming (€ 2,7 miljoen).

Toevoegingen reserves In dit programmaonderdeel zijn er geen toevoegingen aan de reserves.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

De verduurzamingsoperatie loopt vertraging op Opstellen van een integrale planning van de als gevolg van het feit dat de bestedingen ruim verduurzamingsaanpak van de vastgoed­ achterblijven bij de begrote bedragen. portefeuille in combinatie met de totale Aanbestedingen en/of werkzaamheden moeten onderhoudsplanning. worden uitgesteld door krapte op de arbeidsmarkt en schaarste aan materialen. De gemeente kan daardoor haar voorbeeldfunctie op dit dossier niet waarmaken. Het beheren van vastgoed zit in een fraude­ gevoelig klimaat. Integriteit kan in het geding komen. De AO is nog niet volledig en de informatievoorziening (financieel en managementinformatie) is nog niet optimaal.

Begroting 2024

Opstellen van protocollen, vastleggen van werkprocessen en regelmatig monitoren van de aanbestedingsresultaten.

58

H3.1.6

3.1.6 Duurzaamheid en milieubeheer In het tegengaan van de klimaatcrisis werken we aan de overgang naar een duurzame, klimaatneutrale en aardgasvrije stad waar we grondstoffen (hoogwaardig) hergebruiken.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.6.1 Amsterdam voldoet aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs door de stad aardgasvrij te maken voor 2040 en de CO2-uitstoot met 95% te verlagen voor 2050 en is een stad met schone lucht waar afval als grondstof wordt gebruikt. Indicatoren doel 1

Totale CO2emissies (in kton) verbruik van energie op het Amsterdamse grondgebied

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022 5.000 (2017)

3.770 (2022)

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

*

* 2025: 3.620 / 2026: * / 2027: *

* Er zijn alleen doelstellingen voor 2025, 2030 en 2050. Amsterdam streeft naar 60 procent reductie van de CO2-uitstoot van de stad (als gevolg van energieverbruik) in 2030 en 100 procent reductie in 2050 (beide ten opzichte van 1990). Als tussendoel is een vermindering van 5 procent in 2025 gesteld. We werken samen met bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties aan de uitvoering van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 met een maatregelenpakket dat zich richt op de volle breedte van de energietransitie en de vermindering van de CO2-uitstoot: • Met het isolatieoffensief zetten we in op het stimuleren van het verbeteren en versnellen van het isolatietempo van bestaande woningen. Dit gebeurt zowel met projecten die moeten bijdragen aan energiebesparing op korte termijn in de strijd tegen energiearmoede als door het verhogen van het isolatietempo om de energievraag van woningen structureel te verlagen en het comfort te verbeteren. • Met corporaties werken we binnen Warm Amsterdam, bij de isolatieaanpak en bij de uitrol van zonnepanelen aan de uitvoering van de gemaakte afspraken voor de verduurzaming van de corporatiewoningen. Corporaties streven ernaar om in 2028 alle woningen met energielabel E,F en G verbeterd te hebben. In de eerst vier

Begroting 2024

buurten (ca 4.000 woningen) van Warm Amsterdam wordt gestart met de uitvoering en woningen aardgasvrij gemaakt. • Samen met de onderwijssector en zorginstellingen werken we toe naar samen­ werkingsafspraken over verduurzaming van de gebouwen en de bedrijfsvoering. • We ondersteunen ondernemers met een stadsbreed aanbod. Met de grootste industriële uitstoters maken we afspraken over het terugdringen van de uitstoot. Naast faciliteren zetten we met de Omgevingsdienst en stadsdelen in op handhaving van bestaande regels. Goede energie-infrastructuur (met name voldoende capaciteit voor elektrificatie) is een essentiële randvoorwaarde voor de energietransitie en om de duurzaamheidsdoel­ stellingen te halen. De opgave om het elektriciteitsnet uit breiden is fors en heeft impact op de stad. Met Liander en Tennet maken we afspraken over de werkwijze omtrent de benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet. Daarnaast faciliteren we de aanleg van waterstof- en CO2-leidingen in het Noordzeekanaal gebied. We leggen dit vast in de gebiedsvisie voor het havengebied en zetten in op landelijke investerings­ programma’s zoals het MIEK (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat) om de aanleg een impuls te geven. We zetten in op duurzame en toekomstbestendige warmtebronnen als aquathermie, geothermie en datacenter restwarmte.

We doen onderzoek naar- en maken afspraken over de verdere verduurzaming van bestaande warmtenetten en inzet van nieuwe warmtebronnen in gebiedsontwikkeling. De eerste resultaten van wetenschappelijke boringen naar geothermie komen beschikbaar. We leggen nadruk op de (versnelling van de) uitvoering. De uitvoering van de van de energietransitie wordt waar mogelijk via een gebiedsgerichte aanpak gestroomlijnd met andere stedelijke opgaven (zoals werken in de openbare ruimte).

59

H3.1.6

Activiteit 1.6.1.1

Activiteit 1.6.1.2

We dragen bij aan de transitie naar een circulaire economie.

We werken aan een klimaatneutrale én aardgasvrije stad (routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050).

Indicatoren activiteit 1

Totale hoeveelheid nieuw niet-hernieuwbaar materiaalgebruik in Amsterdam

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

Begroting 2023

Begroting Prognose 2024 2025-2027

Indicatoren activiteit

23 miljard kg (2020)

20 miljard kg

19 miljard kg

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2022

1

Deel van Amsterdammers dat zegt de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden

75% (2019)

Nog niet bekend

75%

75% 2025: 75% / 2026: 75% / 2027: 75%

2

Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied

46 (2018)

199

250

300 2025: 350 / 2026: 350 / 2027: p.m

3

Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied

66 (2019)

75

75

84

4

Hernieuwbare elektriciteit (BBV-verplicht)

5

Aantal woningequivalenten waarvoor in het betreffende jaar met WAM-aanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden

N.v.t.

Nog niet bekend1)

15.0002)

1.5003)

Nog niet bekend4)

6

Totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij

109.000 (februari 2023)5)

N.v.t.

Nog niet bekend

112.0006)

Nog niet bekend4)

N.v.t.

2025: 18 miljard kg / 2026: 17 miljard

Om een bijdrage te leveren aan de transitie naar een circulaire economie geven we uitvoering aan de Agenda Circulair 2023-2026 en werken we onder meer aan de volgende activiteiten: • We zullen, door inzet van eigen inkoopkracht en waar mogelijk door te reguleren en waar nodig te stimuleren, zorgen dat overheid, bedrijven en Amsterdammers in 2030 50 procent minder nieuw, niet herwinbaar materiaal gaan gebruiken. Daartoe moet het gebruik van de hoeveelheid nieuwe, niet herwinbare grondstoffen met 1 miljard kg per jaar dalen (in 2020 gebruikte de stad 23 miljard kilogram). • We kijken naar de hele keten: van ontwerp en productie tot consumptie, reparatie en hergebruik. De focus ligt daarbij op de waardeketens gebouwde omgeving, consumptiegoederen en voedsel & organische reststromen. • Amsterdam is samen met MRA-gemeenten, marktpartijen en kennisinstituten partner in de green deal Houtbouw. Onze ambitie is om in 2025 20 procent van de nieuwe woningen van hout en hernieuwbaar (bio-based) materiaal te bouwen. • Amsterdam is partner in de regionale green deals Circulair Textiel, waarbij met diverse ketenpartners, zoals kennisinstellingen, bedrijven, recyclers en producenten, gewerkt wordt aan het verminderen van de impact van de textiel-keten. Eén van de doelen is daarbij om jaarlijks drie miljoen stuks denimkleding te produceren met gerecycled materiaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476649/1