CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-144A BP 10e herziening Landelijk Noord - Toelichting Regels Verbeelding

RAAD 20 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan 10e herziening Landelijk Noord VN2023-01490634.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

- Realisatie duurzame stal De melkkoeienstal is gerealiseerd volgens het principe van de Maatlat Duurzame Veehouderij. In hoofdstuk 2.2 is reeds aangegeven wat dit exact inhoudt. Een dergelijke stal is een stal met een lagere milieubelasting, maatregelen voor diergezondheid en dierenwelzijn en draagt bij aan verduurzaming van de veehouderij. Dit vloeit ook voort uit de steeds veranderende wens van de consument waar initiatiefnemers in mee participeren.

- Beheer van landschap Het agrarisch ondernemerschap is op zichzelf al een cultuurhistorisch beroep. Hoewel het ambacht in de loop der decennia sterk is getransformeerd en gespecialiseerd is de kennis van en liefde voor vee en landschap altijd de basis. Zoals eerder vermeld profileren initiatiefnemers zich sterk op het gebied van weidevogelbeheer, maar ook door het in standhouden van de oorspronkelijke landschap waarden.

23

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

- Lidmaatschappen Een lidmaatschap bij natuurvereniging ‘Water, Land en Dijken’ en de ‘Centrale Dorpenraad Landelijk Noord’ is een uiting van maatschappelijke betrokkenheid van de ondernemers bij hun omgeving. Beide organisaties kennen agrarische leden als niet-agrarische leden, waardoor er veel onderlinge contacten zijn tussen diverse bewoners van het gebied, gezamenlijk activiteiten worden verricht en daarmee het maatschappelijk draagvlak wordt vergroot.

- Zorglandbouw De partner van Arjan Zant, de manager van het bedrijf, heeft een Mbo-opleiding afgerond met studierichting Zorghulpverlening op een agrarisch bedrijf als ook een de Hbo-opleiding sociaal pedagogische hulpverlening afgerond. Hierdoor is het denkbaar dat in de toekomst een neventak aan het bedrijf kan worden toegevoegd, zoals zorg en/of verzuiveling. Gedacht kan worden aan een vorm van kleinschalige dagbesteding waardoor het mogelijk is het functioneren van bepaalde zorgbehoevenden in de samenleving te verbeteren. Denk hierbij aan het verkrijgen van meer zelfwaardering, rust vinden, ritme en sociale contacten opbouwen.

-Beter Leven Keurmerk (BLK) 1 ster Sinds begin 2019 voldoet initiatiefnemer met haar bedrijf aan de opgestelde criteria van het BLK 1 ster vanuit de Dierenbescherming. Dit zeer exclusieve keurmerk wordt hoog aangeschreven op betrouwbaarheid en herkenbaarheid. Hiermee zorgt het bedrijf voor een hoge standaard van haar product kijkende naar dierenwelzijn, natuur, milieu en duurzaamheid. De melk wordt samen met 5 collega melkveebedrijven geleverd aan de Jumbo supermarkten in heel Nederland. Het beleid wordt in deze situatie goed toegepast: een economische landbouw is noodzakelijk voor het duurzaam beheer en behoud van natuur en landschap. Er wordt ruimte gefaciliteerd voor ontwikkeling van de landbouw zodat die economisch vitaal blijft, waardoor het beheer en behoud ook voor de toekomst gegarandeerd blijft. Dit is alleen mogelijk als hierbij voldoende rekening wordt gehouden met omgeving, natuur en landschap. Uit het bovenstaande blijkt dat dat hier duidelijk slaagt.

Paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders In oktober 2021 is het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders vastgesteld. De regels die zijn opgenomen in dit plan gelden voor alle aanvragen voor het aanleggen van kelders onder gebouwen. Omdat dit ook de situatie is voor Nieuwe Gouw 29, dient dit bestemmingsplan als direct toetsingskader en doorvertaling in nieuwe (herzieningen van) bestemmingsplannen. De aanleg van nieuwe kelders kan (tijdelijke) invloed hebben op de stroming van het grondwater en tot overlast en schade leiden doordat op sommige plaatsen grondwater te hoog of te laag komt te staan. Er kunnen ook opbarstrisico’s ontstaan. Gebieden waarin dergelijke invloeden aan de orde kunnen zijn, zijn met gebiedsaanduidingen op de plankaart aangegeven. Voor het perceel Nieuwe Gouw 29 geldt de gebiedsaanduiding ‘overige zone 1’ waardoor er een direct aanlegverbod geldt voor kelders. Via een afwijking van het bestemmingsplan kan alsnog medewerking worden verleend. In deze procedure wordt gelijktijdig om een opheffing van het verbod gevraagd.

24

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Ter onderbouwing dat grondwaterneutraal kan worden gebouwd is in november 2021 een geotechnisch onderzoek uitgevoerd door Loots Grondwatertechniek. Uit dit haalbaarheidsonderzoek, dat is bijgevoegd als bijlage 5, blijkt dat een op een aanzienlijk deel van het perceel ingrepen mogelijk zijn zonder mitigerende maatregelen. Voor een ander deel geldt wel dat er (relatief eenvoudige) maatregelen in acht moeten worden genomen. Het onderzoek is beoordeeld door Waternet. De beoordeling is positief en hieronder (letterlijk) toegevoegd.

Op 22 november 2021 heeft Waternet een adviesverzoek ontvangen voor Nieuwe Gouw 29 te Amsterdam. Waternet heeft het haalbaarheidsonderzoek van Loots Grondwatertechniek B.V. (4 november 2021), kenmerk 10280221B.1, beoordeelt op basis van het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders. Afhankelijk van de locatie worden kelders verboden of toegestaan met eventuele mitigerende maatregelen. In de toelichting (bijlage) hieronder leest u hier meer over. Barrièrewerking In het haalbaarheidsonderzoek staat aangegeven dat de barrièrewerking door de aanleg van de kelder voorkomen kan worden door de damwanden te trekken en de kelder om te storten met grondverbetering van 0,3 m dik en met een doorlatendheid van minimaal 15 m/dag. Deze maatregelen voldoen aan de gebiedsspecifieke eisen van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders. Waternet adviseert daarom positief. Opbarstrisico Het geohydrologisch rapport dat u heeft opgestuurd heeft betrekking op een kelder in een gebied waar geen kelders zijn toegestaan vanwege te geringe diepte van de risico op bodemopbarsting. Afwijking van dat verbod is dan alleen mogelijk door toepassing te geven aan de buitenplanse “kruimelafwijking”. Uit het rapport blijkt dat de voorgestelde mitigerende maatregelen wel voldoende zijn om de risico's te beheersen. Waternet adviseert daarom positief.

Geconcludeerd kan worden dat kelderbouw binnen het nu gevraagde bouwvlak aan de Nieuwe Gouw 29, onder voorwaarden, mogelijk is zonder belemmeringen voor grondwater. Hiervoor zijn passende (mitigerende) regels aan dit bestemmingsplan toegevoegd om de waterdoorlatendheid te waarborgen. De gebiedsaanduiding ‘overige zone 1’ op basis van het bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders behoeft derhalve voor het perceel Nieuwe Gouw 29 niet gehandhaafd te worden en is om die reden niet op de plankaart overgenomen.

25

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

4. Milieu en omgevingskenmerken Hoewel de ruimtelijke ordening en het milieubeleid zich met dezelfde omgeving bezighouden, is de wettelijke basis verschillend. Het belangrijkste kader voor het milieubeleid is de Wet milieubeheer. Voor de ruimtelijke ordening is dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet op de ruimtelijke ordening. Beide beleidsvelden mogen elkaar niet uitsluiten of negeren. Het is van belang om te onderzoeken in hoeverre milieu hygiënische factoren belemmeringen opleveren voor het gewenste plan. Onderstaand wordt ingegaan op de onderwerpen die relevant zijn voor dit project. 4.1

MER-beoordeling en activiteitenbesluit

Op 1 april 2011 is de gewijzigde Wet MER (verder: milieueffectrapportage) in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer waar het gaat om procedure en wettelijke bepalingen aangaande het (al dan niet verplicht opstellen van een MER-rapportage). Elk gewenst plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de zogenoemde D-lijst (bijlage bij besluit) en waarvoor de drempelwaarden overschreden worden moet een afweging worden gemaakt of het opstellen van een MER noodzakelijk is op grond van omgevingskenmerken in relatie tot ligging van het bedrijf. De drempelwaarden bij activiteiten in kolom D.14 bedragen: -

maximaal 200 melkkoeien

-

maximaal 340 stuks vrouwelijk jongvee

-

maximaal 340 stuks runderen samen (combinaties)

De bouw van de nieuwe bedrijfswoning en uitbreiding bouwvlak naar 1,5 hectare op Nieuwe Gouw 29 zorgt niet voor een toename van het aantal stuks vee of dierverblijven, zodat geen sprake is van een nieuwe installatie of wijziging van een installatie waarop de drempelwaarden van toepassing zijn. Conclusie is dat geen MER noodzakelijk is. Op Nieuwe Gouw 25 wordt een woning onbewoonbaar gemaakt en de bouwvlak vergroot. Er wordt niet nieuw gebouwd. Hier is dan ook geen sprake van een nieuwe installatie of wijziging van een installatie waarop de drempelwaarden van toepassing zijn. Conclusie is dat geen MER noodzakelijk is voor de Nieuwe Gouw 25. Op 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Deze algemene maatregel van bestuur (AMvB) heeft ertoe geleidt dat voor veel veehouderijen in Nederland de vergunningplicht is komen te vervallen en dat nu een meldingsplicht geldt. Zo ook voor het bedrijf van initiatiefnemers. Op 13 december 2014, 5 oktober 2016 en 20 december 2018 is voor de gewenste situatie een melding op grond van het besluit ingediend bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Behoudens enkele vragen, welke inmiddels beantwoord zijn, is er geen bijzonderheid naar voren gekomen. De melding is geaccepteerd middels een kennisgeving richting initiatiefnemers en publicatie in een plaatselijk huis- aan-huis blad destijds. 4.2

Geluid, verkeer en parkeren

De Wet Geluidhinder (verder: Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai als ook industrielawaai. Toetsing daaraan vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning en de Wet ruimtelijke ordening.

26

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

De Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening bevat streef-/grenswaarden voor het landelijk gebied. Deze zijn geïntegreerd in het Activiteitenbesluit. Het eerstvolgende geluidgevoelige object (woning van derden) bevindt zich op circa 140 meter vanaf de grens van de inrichting aan de Nieuwe Gouw 29. Zoals eerder in hoofdstuk 3.3 onder d) vermeld is zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen. Te denken valt aan gemiddeld 3 vervoersmiddelen die per dag het bedrijf in een representatieve situatie bezoeken. Op basis van de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit is er voor maximaal 12x per jaar een uitzondering mogelijk op de reguliere geluidnormen voor het landelijk gebied. Deze zijn bedoeld voor incidentele activiteiten, zoals het oogsten van het ruwvoer. Het realiseren van een nieuwe woning betekent het toevoegen van een nieuw geluidgevoelig object. Derhalve is het noodzakelijk om middels een onderzoek wegverkeerslawaai aan te tonen dat aan de voorkeursgrenswaarden kan worden voldaan, als opgenomen in de Wet geurhinder. TecMap heeft dit onderzoek voor initiatiefnemer uitgevoerd. Dit rapport is als bijlage 6 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Daaruit blijkt dat aan de normen kan worden voldaan en dat geen verdere ontheffing voor hogere grenswaarden noodzakelijk zijn voor het perceel Nieuwe Gouw 29.

Voor de Nieuwe Gouw 25 geldt dat geen wijzigingen in de bedrijfsvoering optreden. Hier wordt een geluidgevoelig object opgeheven, doordat een woonfunctie wordt opgeheven. Gezien de ligging van de Nieuwe Gouw 25 en 29 in relatie tot geluidgevoelige objecten kan derhalve in redelijkheid aan de regelgeving worden voldaan. Op de huidige en gewenst erven zijn ruimschoots parkeergelegenheden aanwezig. Ook is er voldoende ruimte om te kunnen manoeuvreren. Van overlast of hinder op de openbare weg zal geen sprake zijn. 4.3

Geur

Voor veehouderijen geldt specifieke sectorale wetgeving welke in acht moet worden genomen ten aanzien van geur, namelijk de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Deze wet vormt het exclusieve toetsingskader voor het beoordelen van geur uit dierverblijven. De Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wgv geldt nu voor heel Nederland één toetsingskader voor geur veroorzaakt door dierenverblijven van veehouderijen in het kader van vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer. Een gemeente kan bij verordening afwijken van de normstellingen, maar Amsterdam heeft dat niet gedaan voor dit plangebied. De te realiseren agrarische bedrijfswoning aan de Nieuwe Gouw 29 is een geurgevoelig object in het kader van de wet geurhinder en veehouderij. Die wetgeving bepaalt dat een woning van derden op tenminste 50 meter van andere agrarische bedrijven moet zijn gelegen. Dat is hier van toepassing. Ook voor voeropslagen gelden normen, deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit waarbij een afstand van 50 meter tussen opslagen van agrarische bedrijfsstoffen en woningen van derden geldt. Ook hieraan wordt ruim voldaan.

27

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

De woonfunctie aan de Nieuwe Gouw 25 wordt omgevormd naar opslagfunctie (schuur) en is daarom niet meer een geurgevoelig object omdat het niet een met wonen vergelijkbare verblijf heeft. Er zijn daarom geen aanvullende eisen in het kader van de geurregelgeving van toepassing voor deze locatie. 4.4

Luchtkwaliteit

De Wet Luchtkwaliteit 2007 vormt het toetsingskader voor stofconcentraties in de lucht. In de Wet worden wettelijke luchtkwaliteitsnormen genoemd van de luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxiden (NO2 en Nox (als NO2), koolmonoxide (CO), fijnstof (PM10 en PM2,5), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2) en lood (Pb). Volgens het besluit dient rekening gehouden te worden met de grenswaarden voor deze stoffen. Voor het bepalen van de luchtkwaliteit en het overschrijden van eventuele grenswaarden, wordt de emissie van betreffende componenten inzichtelijk gemaakt. De grenswaarden geven een niveau van de buitenluchtkwaliteit aan dat, in het belang van de bescherming van de gezondheid van mens en milieu, binnen een bepaalde termijn moet zijn bereikt. De concentratie van de overige vier stoffen koolmonoxide (CO), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2) en lood (Pb) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarde wordt verwacht. Voor deze stoffen kan worden voldaan aan de gestelde grenswaarden uit de Wet Luchtkwaliteit 2007. De bouw van de bedrijfswoning en de uitbreiding van het bouwvlak naar 1,5 hectare draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij. Dit blijkt uit de Regeling NIBM waarin in categorie 3a is opgenomen dat de bouw van 1500 woningen relevant is. Hier betreft het echter maar 1 woning waarbij de ontsluiting niet wijzigt.

NIBM bedraagt maximaal 3% van de jaargemiddelde. Voor Nieuwe Gouw 25 zijn geen wijzigingen beoogd die getoetst hoeven te worden aan de luchtkwaliteitseisen. De achtergrondconcentraties PM 10, PM2,5 en NO2 overschrijden niet de wettelijke grenswaarden van respectievelijk 40 µg/m3, 20 µg/m3 en 40 µg/m3. Dit blijkt uit de GCN-kaarten van de RIVM, waarbij voor 2021 de achtergrondconcentratie tussen de 10-11 µg/m3 was voor NO2, tussen de 14-15 µg/m3 voor PM10 en tussen de 7-8 µg/m3 voor PM2,5. Daarmee is aangetoond dat ter plaatse van de nieuwe woning een goed leefklimaat mogelijk is. 4.5

Bodem

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening en bouwbesluit dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de bouw van de nieuwe bedrijfswoning en de vergroting van het bouwvlak. Ter plaatse van Nieuwe Gouw 29 is een historisch milieukundig bodemonderzoek conform NEN5725 uitgevoerd door adviesbureau Koch Eurolab in Deventer. Uit het onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn gevonden, die aanleiding geven een (asbest)verontreiniging op de locatie te verwachten. Op basis van het onderzoek en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieu hygiënisch geen belemmeringen bestaan voor realisatie van de gewenste plannen. De onderzoeksresultaten geven volgens de conclusie geen aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag.

28

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Voor Nieuwe Gouw 29 geldt dat er niet wordt gebouwd en is er geen nieuwe verblijfsfunctie, zodat er geen verder onderzoek nodig wat betreft het onderdeel bodem. 4.6

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, opslag en productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen (circulaire normering gevaarlijke stoffen, augustus 2004/ 2010) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.

Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloed gebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants (art. 1 Bevi). In het kader van het plan moet bekeken worden of erin of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Uit de Landelijke Risicokaart blijkt dat op zeer geruime afstand (snelwegen) zich contouren bevinden.

29

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Nieuwe Gouw 25-29

Figuur12: uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)

4.7

Flora- en fauna, ecologie en natuurwaarden

Bij ruimtelijke planvorming dient aandacht besteed te worden aan natuurwetgeving. Hierbij kan een tweedeling gemaakt worden in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht en heeft de Boswet, Flora en Faunawet en Natuurbeschermingswet vervangen. Verantwoordelijk voor beleid en uitvoering is de provincie.

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming heeft betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde Natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er als gevolg van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die een negatief effect hebben op beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd Natuurmonument) zijn vergunningplichtig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied / NBW-gebied is gelegen op circa 2,5 kilometer van het plangebied. Het betreft Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske. Het vergroten van het bouwvlak naar 1,5 hectare op de Nieuwe Gouw 29 zorgt niet voor het vergroten van de dieraantallen op deze locatie en leidt ook niet tot het vergroten van de aanwezige bedrijfsgebouwen. Er is in juni 2014 een Wet natuurbeschermingsvergunning (stikstoftoestemming) verleend (kenmerk 269864/370150) voor het houden van 197 melkkoeien, 100 stuks vrouwelijk jongvee inclusief voeropslagen, stallen etc. In februari 2017 is een wijziging op deze vergunning verleend (kenmerk RUD17.200065) voor een ander stalsysteem en wijziging van een emissiepunt.

Op de locatie Nieuwe Gouw 25 wordt een woning onbewoonbaar gemaakt en wordt het bouwvlak vergroot zonder toename van de bebouwingsmogelijkheden. Voor de bouw van de bedrijfswoning op Nieuwe Gouw 29 dient te worden aangetoond of er wel of geen tijdelijke toename van stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit kan middels het wettelijk voorgeschreven rekenmodel Aerius Calculator.

30

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Bouwfase In de Aeriusberekening (bijlage 4) is aangegeven welk werkmaterieel voor de bouw van een agrarische bedrijfswoning op Nieuwe Gouw 29 noodzakelijk is en welke verkeersbewegingen daarbij behoren. Er is uitgegaan van 6 weken werkzaamheden voor bouw, met circa 30 werkbare dagen. De emissies van mobiele werktuigen (die geen gebruik maken van de openbare weg zoals een hoogwerker, betonpomp etc.) zijn verwerkt in de berekening. Hierbij is rekening gehouden met de stageklasse (emissienorm) per werktuig (op basis van het TNO-rapport EMMA (TNO-034-UT-200901782_RPT-ML), de cilinderinhoud en het verwachte brandstofverbruik. Deze rekenmethode is uitgevoerd conform de Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator 2021.1 (versie 2.0, juni 2022). Opgemerkt dient te worden dat voor een groot deel van de werkzaamheden een vaste elektrische torenkraan gebruikt zal worden. Tijdens bouwwerkzaamheden is geen verbrandingsmotor ingeschakeld en dus is deze machine daarvoor niet in de berekening opgenomen. Alleen voor de open afbouw is een brandstofverbruik opgenomen. De werktuigen blijven gedurende 6 weken (of zo lang als nodig voor de werkzaamheden) op het perceel staan, van dagelijkse extra verkeersbewegingen voor inzet van mobiele werktuigen is dan ook geen sprake.

Omdat geen exacte gegevens bekend zijn van brandstofverbruik van de mobiele werktuigen, is hier een worst-case situatie berekend, waarbij het verbruik daadwerkelijk waarschijnlijk 25-50% lager zal zijn. Het totaal aantal bewegingen is ingevoerd als jaarberekening om de tijdelijkheid van het project het meest nauwkeurig weer te geven. Voor de bouwfase zijn in een jaarberekening 30 zware verkeersbewegingen opgenomen voor 15 vrachtwagens voor aanvoer beton, staal, hout, deuren, betonwanden, dak- en gevelbeplating en komen en gaan van 1x mobiele kraan en tractor met dumper. Onder de middelzware verkeersbewegingen vallen de bestelauto’s (met aanhanger) van de aannemer die 30 dagen komt en gaat en enkele andere beweging voor komen en gaan van divers transport. Onder het licht verkeer zijn gerekend het af en toe komen en gaan van een personenauto van bijvoorbeeld een leverancier en bouwcontrole. Met het stationair draaien van zwaar vrachtverkeer tijdens laden of lossen (van b.v. containers sloopafval, lossen materiaal) is rekening gehouden door een stagnatiefactor mee te rekenen, zijnde 20% in file. De Nieuwe Gouw betreft een buitenweg (buiten de bebouwde kom). Al het verkeer dat het perceel bezoekt, komt en gaat uit noordwestelijke richting naar de A10 ring van Amsterdam.

Het bouwverkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als het zich niet meer onderscheidt van overig verkeer door hoeveelheid, snelheid en optrekkend-/afremmend verkeer. Hoewel aan weerszijden van de weg richting het zuidwesten slechts enkele andere bedrijven zijn gevestigd en deze vergelijkbare (middel) zware als lichte verkeersstromen kennen, is een worst-case berekening gemaakt. De rijroute voor licht verkeer is volgens de richtlijnen op 80 meter ingevoerd en voor (middelzwaar) verkeer tot 250 meter. De rekenresultaten als gevolg van het project veroorzaken in de bouwfase geen stikstofdioxide hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van een meldings- of vergunningplicht bij de provincie Noord-Holland, op grond van de Wet natuurbescherming en de provinciale beleidsregels intern en extern salderen (laatstelijk geactualiseerd augustus 2021).

31

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Gebruiksfase Qua activiteiten, aard of omvang is er geen verschil tussen de huidige en toekomstige gebruiksfase. De huidige Wnb-vergunning (stikstoftoestemming) voor Nieuwe Gouw 29 voldoet in het aantal dieren, stalsystemen, voeropslag (bestaande activiteit) en overige werkzaamheden rond het melkveebedrijf. Om het huis te kunnen verwarmen zal gebruik gemaakt gaan worden van een elektrische CV installatie. Ontsluitingen blijven ongewijzigd. Ook op Nieuwe Gouw 25 zijn er geen wijzigingen. Derhalve is het uitvoeren van een nieuwe Aeriusberekening voor de gebruiksfase niet noodzakelijk. Door het opnemen van passende gebruiksregels in dit bestemmingsplan wordt een toetsingsmoment opgenomen voor eventuele wijzigingen in stalsysteem, diersoorten, dieraantallen of ventilatie. Door deze regel op te nemen moet alvorens wijzigingen worden doorgevoerd eerst worden aangetoond dat er geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Hiermee is ook voor het vergrote deel van het agrarisch bouwvlak aan de Nieuwe Gouw 29 de waarborg dat voldaan wordt aan de Wet natuurbescherming. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling is daarom ook niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat er geen significant negatief effect zal plaatsvinden op beschermde dieren, planten of gebieden ten opzichte van de vergunde situatie. Er zijn geen beperkingen voor de realisatie van het gewenste plan.

Soortenbescherming De wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten (uit de groepen kevers, mieren, schelp- en schaaldieren) en op een honderdtal vaatplanten. Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Dat betekent dat onder andere opzettelijke verstoring niet is toegestaan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met de juridisch zwaarder beschermde soorten uit tabel A van de Wet natuurbescherming, de soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en met alle vogels. Van deze laatste groep is een lijst opgesteld met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (categorie 1 t/m 4). Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op deze beschermde soorten. Indien wel dan dient voor de start van de ingrepen een ontheffing bij de provincie te worden aangevraagd of het plan te worden gewijzigd. Om aan de zorgplicht invulling te geven heeft opdrachtgever in november 2014 een quickscan flora en fauna laten verrichten door Van der Poel Milieu Advies bv uit Markelo (kenmerk 2014.384).

Uit het rapport blijkt dat de ingrepen geen negatief effect hebben op de beschermde flora en fauna. Er zal geen significant negatief effect plaatsvinden op omliggende weidevogel- en ganzengebieden. Hiermee is sprake van een goede soortenbescherming. Voor de locatie Nieuwe Gouw 25 is er geen sprake van het slopen, bouwen, dempen, graven of kappen. Er vindt dan ook geen ruimtelijke ingreep plaats waarvoor een onderzoeksplicht geldt.

32

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, voorheen de ecologische hoofdstructuur (EHS), is een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen op nationaal niveau. Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, maakt onderdeel uit van dit netwerk. Zowel het Rijk als de Provincie wensen het netwerk te behouden en verder te ontwikkelen. Hiertoe zijn NNN regels opgesteld die de provincie nader heeft uitgewerkt ter ondersteuning van het ruimtelijk beleid van gemeenten. Het plangebied bevindt zich buiten het NNN. Ten zuiden van het projectgebied is nabij het fietspad richting de Zwarte Gouw en de Popperdammergouw een NNN-gebied gelegen. De afstand van het bedrijf van initiatiefnemers tot dit gebied bedraagt ruim 275 meter. Van (in)directe verstoring of significant negatief effect (geluid, licht, vernatting, verdroging etc.) is in redelijkheid geen sprake. Er wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de instandhoudings- en versterkingsdoelstellingen. Nadere toetsing op dit punt is dan ook niet noodzakelijk. 4.8

Archeologie

Sinds 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht (WAMZ). Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Volgens de indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ligt het perceel in een gebied waarvoor de verwachtingswaarde voor archeologische vondsten laag is. Tegenstrijdig is de vertaling in het gemeentelijke beleid. In het bestemmingsplan Landelijk Noord is het archeologisch beleid juridisch verankerd. Regels die gelden in dubbelbestemming archeologie 3 zijn: onderzoek plicht bij een oppervlakte van meer dan 100m2 en dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld. Het gewenste plan overschrijdt deze maatvoeringen niet, omdat de voeropslagen ter hoogte van het maaiveld plaatsvinden zonder graafwerk en de gewenste bedrijfswoning een kleinere oppervlakte zal krijgen. Op 15 december 2022 heeft de gemeentelijke archeoloog een selectiebesluit Nieuwe Gouw 25-29 vastgesteld waarbij een archeologische vrijstelling is verkregen voor het plangebied met daarin opgenomen diverse voorwaarden. Dit besluit is als bijlage 7 bij dit bestemmingsplan gevoegd. De vondstmeldingsplicht blijft onverminderd in stand.

Op grond van de Erfgoedwet dient bij vondsten tijdens werkzaamheden dit te worden gemeld aan de gemeentelijk archeoloog. 4.9

Waterbeleid

Van groot belang voor de ruimtelijke ordening is de wettelijk verplichte watertoets. Het plangebied valt onder het regime van waterschap hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In haar HHNK Waterprogramma 2016-2021 stelt zij haar maatregelen, activiteiten, prioriteiten en samenwerkingsplannen voor het waterbeheer in de Noord-Hollandse Delta.

33

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Wateradvies kort procedure Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het gewenste plan aan de Nieuwe Gouw 29. Onderstaand is de reactie (letterlijk) overgenomen, waarbij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviezen geeft om de wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016 -2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbesten dig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmati g waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden ( https://www.hhnk.nl/keur/ ). Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen/ slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd.

Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stel sel aan te leggen.

34

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Wij zijn voornemens om het advies volgend uit de uitgevoerde watertoets op te volgen. Op Nieuwe Gouw 25 is geen watertoets noodzakelijk. Er verandert namelijk niets aan de erfinrichting. 4.10

Kabels en leidingen

Blijkens het geldende bestemmingsplan en leidinggegevens van de Gasunie komen op, of in de directe omgeving van de betreffende locatie geen leidingen voor, met een dusdanige beschermingszone dat zij de realisatie van onderhavig plan belemmeren of een nadere planologische-juridische regeling verlangen. Voor aanvang van de werkzaamheden zal een klic-melding worden gedaan bij het Kadaster. Op circa 260 meter van het bedrijf aan de Nieuwe Gouw 29 bevindt zich een hoogspanningsleiding aan de westzijde. Op 25 meter aan weerszijden van het hart van de hoogspanningsleiding geldt een bouwverbod. Deze afstand is voldoende groot. Voor Nieuwe Gouw 25 zijn geen wijzigingen beoogd.

35

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

5. Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg met betrokken overheden In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan verzonden aan: -

Provincie Noord-Holland (adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit ARK)

-

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

-

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

-

Monumenten en Archeologie gemeente Amsterdam

De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft in haar reactie (advieskenmerk 77/RoEv-2022) aangegeven dat er geen aanvullende opmerkingen zijn. De provincie Noord-Holland heeft eveneens gereageerd. De provincie ziet geen belemmeringen in het plan, mits voldoende rekening wordt gehouden met de provinciale instructieregels voor agrarische bedrijven, landelijk gebied en bijzonder provinciaal landschap. In hoofdstuk 3 is nadere aandacht besteed aan deze aspecten. In de regels zijn extra waarborgen opgenomen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is advies ingewonnen bij het hoogheemraadschap. Dit advies is verwerkt in de waterparagraaf zoals opgenomen in hoofdstuk 4.9. Er is geen afzonderlijk vooroverlegreactie meer ontvangen. De afdeling Momenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam heeft een vooroverlegreactie opgesteld. Aspecten rondom cultuurhistorie en stedenbouwkunde zijn in dit bestemmingsplan nader uitgewerkt in hoofdstuk 3 en 4.8 en in de regels zijn extra waarborgen opgenomen. Maatschappelijk overleg Op de voorbereiding van een herziening van het bestemmingsplan is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van artikel 3.140 Wabo van toepassing. Door een delegatiebesluit van de gemeenteraad is geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk. Het ontwerpbesluit heeft 6 weken ter inzage gelegen, vanaf 6 april 2023 t/m 17 mei 2023.

In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan kan daarmee ongewijzigd worden vastgesteld. Participatie Omwonenden zijn op de hoogte van de geschetste plannen van initiatiefnemers. Als bijlage bij dit plan is een beknopt verslag toegevoegd waarin is aangeven hoe het participatieproces is doorlopen.

36

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

5.2 Economische uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van initiatiefnemers. Het plan betreft namelijk een particulier initiatief. Het opstellen van een exploitatieovereenkomst wordt niet noodzakelijk geacht, gezien de omvang van het project. Ten behoeve van het plan hoeven door de gemeente geen financiële middelen ter beschikking te worden gesteld. Afspraken, tussen gemeente en initiatiefnemer over planschade zijn vastgelegd in een overeenkomst.

37

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

6. Wijze van bestemmen 6.1 Algemeen Deze herziening voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan bestaat uit geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.N2013BPSTD-VG01 met de bijbehorende regels (en bijlagen) en een toelichting hierop. Het GML-bestand (de kaart) en de bijbehorende regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. In het GML-bestand zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. 6.2 Methodiek Verbeelding In het GML-bestand hebben alle gronden met hun bebouwing binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere soorten aanduidingen zijn opgenomen.

Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels in combinatie met het GMLbestand aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding. In de legenda zijn deze als "verklaringen" aangegeven (bijvoorbeeld kadastrale gegevens). Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Regels De regels van het bestemmingsplan zijn afgeleid van het bestemmingsplan Landelijk Noord en het Parapluplan Grondwaterneutrale Kelders en ontdaan van regels die niet van belang zijn voor dit plan. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige of op te richten bebouwing.

38

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

6.3 Artikelgewijze toelichting De regels zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: 

Hoofdstuk 1 bevatten de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen.

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden. Ook is dit hoofdstuk de dubbelbestemming opgenomen.

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, waaronder een anti-dubbeltelregel, en de algemene gebruiksregels.

Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel

De bestemmingsregels kennen allemaal dezelfde opbouw: 

bestemmingsomschrijving;

bouwregels;

afwijken van de bouwregels (indien aanwezig);

specifieke gebruiksregels (indien aanwezig);

afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig);

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig);

wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig).

In het plangebied zijn twee enkelbestemmingen opgenomen, zijnde ‘Agrarisch met waarden Veenweidegebied’ en ‘Bedrijf’. Hieronder volgt een beschouwing van deze bestemmingen, alsmede de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’, gebiedsaanduidingen en de algemene regels. Tot slot is het wettelijke overgangsrecht opgenomen.

Agrarisch met waarden De voor ‘Agrarisch met waarden - veenweidegebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid alsmede voor behoud, versterking en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden. Dit houdt in dat voor diverse werken een omgevingsvergunning vereist is. Er is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat het gebruik van de woning Nieuwe Gouw 25 moet worden beëindigd zodat de woning aan de Nieuwe Gouw 29 is gerealiseerd en in gebruik wordt genomen. Hiermee is geborgd dat niet beide woningen tegelijk bewoond mogen worden. Omdat de gebiedsaanduiding ‘overige zone - 1’ niet meer is opgenomen, zijnde het bouwverbod voor het bouwen of vergroten van kelders, zijn regels opgenomen om grondwaterneutraal te bouwen. De bouwregels maken onderscheid in algemene regels en regels voor bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning en overige bouwwerken. Hierin zijn onder meer bebouwingshoogte en inhoudsmaat opgenomen. Daarnaast zijn een beperkt aantal afwijkingsmogelijkheden voor het college opgenomen alsmede wijzigingsbevoegdheden.

39

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Bedrijf Met de bestemming ‘Bedrijf’ wordt voorzien in bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en hun bijbehorende voorzieningen. Er is een bouwvlak opgenomen voor maximaal 1.017 m2 aan bedrijfsgebouwen. De bouwregels maken onderscheid in algemene regels en regels voor bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning en overige bouwwerken. Hierin zijn onder meer bebouwingshoogte en inhoudsmaat opgenomen. Daarnaast zijn een beperkt aantal afwijkingsmogelijkheden voor het college opgenomen alsmede wijzigingsbevoegdheden.

Dubbelbestemming Ter bescherming van te verwachten archeologische waarden is een dubbelbestemming opgenomen, ‘Waarde - Archeologie 3’. Hiervoor geldt dat bepaalde werken en werkzaamheden pas zijn toegestaan als middels onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden worden geschaad.

Algemene aanduiding- en afwijkingsregels dat de gronden mede bestemd zijn voor een verwevingsgebied als bedoeld in de Reconstructiewet concentratiegebieden en de daarop gebaseerde regels en plannen. Nu ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer uitgevoerd mag worden, is deze aanduiding slechts beperkt van toepassing. Tot slot is een anti-dubbeltelregel opgenomen, alsmede algemene afwijkingsregels zoals bijvoorbeeld een 10%-regel en is het wettelijk overgangsrecht geregeld.

40

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Bijlagen die (afzonderlijk) bij het bestemmingsplan zijn gevoegd:

1. Erfinrichtings- en inpassingsschets: Rudi Herder agrarisch ontwerp en advies 2. Weidevogelkaarten 2019 en 2020 (nesttellingen) 3. Bedrijfseconomische begroting: Melkveebedrijf Zant - Den Hartog 4. Aeriusberekening Nieuwbouw huis Nieuwe Gouw 29 5. Haalbaarheidsonderzoek Loots grondwatertechniek bv 6. Onderzoek wegverkeerslawaai TecMap 7. Selectiebesluit archeologie 8. Verslag participatie directe omgeving

41

Bestemmingsplan

Regels 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

Artikel 4 Agrarisch met waarden – Veenweidegebied

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Antidubbeltelregel

Artikel 7 Algemene bouwregels

Artikel 8 Algemene gebruiksregels

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

Artikel 12 Slotregel

Bijlagen

Bijlage 1 Standaard SvB

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Landelijk Noord van de gemeente Amsterdam, stadsdeel Noord. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.N2013BPSTD-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4 aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; b. paardenfokkerij: het fokken, trainen en verzorgen van paarden.

1.7 agrarisch deeltijdbedrijf een marktgeoriënteerd agrarisch bedrijf waarbij de arbeidsbehoefte minder is dan een halve arbeidskracht, er sprake is van een continuïteit in de bedrijfsvoering en het gebruik van het perceel en de bebouwing in overwegende mate op het agrarisch gebruik gericht is. 1.8 archeologisch rapport rapport, zoals bedoeld in artikel 39, lid 2 Monumentenwet 1988, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur in voldoende mate is vastgesteld. 1.9 automatenhal een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee spelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld. 1.10 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11 bed & breakfast het verstrekken van logies met ontbijt, met dien verstande dat dit bij woningen, geen bedrijfswoningen zijnde, uitsluitend in het hoofdgebouw is toegestaan. 1.12 bedrijf het bedrijfsmatig (industrieel) vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.13 bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.14 bedrijfsvaartuig een vaartuig, daaronder begrepen een object, gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep waarbij bewoning van het vaartuig niet is toegestaan. 1.15 bestaand gebruik het op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezige gebruik. 1.16 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.17 bestaand (in het geval van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde) gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.20 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.21 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.22 bodemverstoring elke vorm van grondverzet. 1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.29 buitenrijbaan een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining. 1.30 consumentverzorgende dienstverlening persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.31 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid. 1.32 dagelijks bestuur het dagelijks bestuur van het stadsdeel Noord. 1.33 dagrecreatie activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting.

1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan ter plaatse en anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat detailhandel in volumineuze goederen hiertoe niet wordt gerekend. 1.35 detailhandel in volumineuze goederen een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën: a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. detailhandel in zeer volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen. 1.36 dienstverlening het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, onder te verdelen in: 1. consumentverzorgende dienstverlening; 2. maatschappelijke dienstverlening. 1.37 extensieve dagrecreatie niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39 geldwisselkantoor een voor publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het wisselen van geld. 1.40 gevoelige functies ten opzichte van landbouwbedrijven a. objecten categorie I: 1. bebouwde kom met stedelijk karakter; 2. ziekenhuis, sanatorium en internaat; 3. objecten voor verblijfsrecreatie; b. objecten categorie II: 1. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving; 2. objecten voor dagrecreatie; c. objecten categorie III: 1. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleent; d. objecten categorie IV: 1. woning behorend bij een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn; e. objecten categorie V: 1. woning, behorend bij een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn.

1.41 groenvoorzieningen ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, taluds, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.42 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.43 horeca IV restaurant (restaurant, koffie- en theehuis, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.44 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enige ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.45 kampeerterrein terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, op daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. 1.46 kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten, al dan niet met ondergeschikte baliefunctie, op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.47 kap een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°. 1.48 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.49 kleinschalig kamperen een kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf voor ten hoogste 15 kampeermiddelen en ten hoogste 3 trekkershutten, uitsluitend in gebruik gedurende de periode van 1 april tot 1 november. 1.50 kleinschalige natuurontwikkeling de aanleg van riet- en schraallanden, moerasjes, poelen en plas-draszones, en de realisatie van natuurvriendelijke oevers.

1.51 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.52 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde, wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur. 1.53 maatschappelijke dienstverlening het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van overheids-, educatieve, welzijns-, (para)medische, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen. 1.54 maatschappelijke nevenfunctie een nevenfunctie bestaande uit een educatieve, culturele, sociale of vergelijkbare maatschappelijke voorziening, alsmede voorzieningen ten behoeve van kinderdagverblijven en kinderopvang en van conferentieruimtes. 1.55 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarden in verband met de aanwezige flora en fauna.

1.56 neventak/nevenfunctie een van de hoofdfunctie afwijkende functie die ondergeschikt is aan en uitgeoefend wordt naast de hoofdfunctie, veelal ter ondersteuning van het agrarische bedrijf en gericht op de beleefbaarheid van het landschap.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.57 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.58 objecten een voorwerp of vaartuig dat in, op of boven het water is aangebracht of afgemeerd, niet zijnde een woonboot, bedrijfsvaartuig, een passagiersvaartuig of pleziervaartuig. 1.59 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.60 paardenbak een door middel van een afscheiding van een perceel afgezonderd, onoverdekt stuk grond, kennelijk ingericht en bedoeld voor het africhten en/of trainen van paarden, het uitoefenen van de paardensport, dan wel het vrij laten loslopen van paarden, meestal als uitloop van een stal. 1.61 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.62 prostitutie het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen met een ander, nad te onderscheiden in: a.

raamprostitutie: prostitutie waarbij de seksueel-erotische dienstverlening zichtbaar vanaf de openbare weg wordt aangeboden; b. bordeelprostitutie: prostitutie waarbij de seksueel-erotische dienstverlening in een besloten daarvoor ingerichte of bedoelde ruimte wordt aangeboden. 1.63 recreatief medegebruik gebruik van gronden gericht op (extensieve) dagrecreatie waarbij het gebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie van de gronden. 1.64 restaurant een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken. 1.65 ruwvoedergewassen gewassen, zoals gras, maïs, voederbieten, luzerne, die in de volle grond worden geteeld en waarvan de opbrengst is bestemd als voer voor landbouwhuisdieren. 1.66 seksinrichting een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin tegen betalingen handelingen en/of voorstellingen kunnen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard; hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhalen en -winkel en naar de aard daarmee te vergelijken inrichtingen. 1.67 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten de Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt.

Bestemmingsplan

Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29

1.68 telefoneerinrichting of belhuis een voor publiek toegankelijke ruimte waarvan de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en ontvangen van faxen. 1.69 verbeelding digitale of analoge kaart van het bestemmingsplan met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan aangewezen gronden, zijn aangegeven. 1.70 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf in de omvang van ten minste één volledige arbeidskracht met een daarbij passende bedrijfsomvang. 1.71 voorgevel de gevel aan de naar de weg gekeerde zijde van de woning, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. 1.72 voorgevelrooilijn de lijn in het verlengde van de voorgevel of in het verlengde van de op de verbeelding aangegeven voorgevel. 1.73 wonen permanent verblijf, waarbij de mate van zelfstandigheid en samenlevingsverband niet relevant zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13196417/1