Raadsbesluit 2023-111B BP Buiksloterham 8e herz - Toelichting
Tekst van het document
Daarbij zijn ter aanscherping van het landelijk Besluit als uitgangspunten bepaald dat: binnen de zone van 300 meter gemeten van de rand van een snelweg en 50 meter gemeten van de rand van een provinciale weg, geen gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd; bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 mvt per etmaal binnen een afstand van 50 meter gemeten van de rand van de weg geen gevoelige bestemmingen in de eerste lijnsbebouwing worden geprojecteerd. Van de genoemde uitgangspunten kan gemotiveerd worden afgeweken indien (bijzondere) omstandigheden en belangen hiertoe aanleiding geven. Indien men vanuit projecten gevoelige bestemmingen langs drukke wegen wil realiseren, dan is een advies van de GGD, afdeling Milieu en Gezondheid nodig. Daarbij is van belang dat de aan de luchtkwaliteit gerelateerde gezondheidsaspecten worden beschouwd in relatie tot alle overige spelende belangen. Voor de omschrijving van een gevoelige bestemming wordt aangesloten bij het (landelijke) Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit, namelijk: gebouwen geheel of gedeeltelijk bestemd of in gebruik ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarige, kinderopvang, verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis.
De richtlijn heeft, evenals bij het landelijke Besluit gevoelige bestemmingen alleen betrekking op nieuwe situaties en bij een uitbreiding van een bestaande gevoelige bestemming, indien de toename eenmalig ten hoogste 10% van het aantal daar reeds verblijvende personen bedraagt. Resultaten toetsing
bestemmingsplan_Buiksloterham 8e herziening (vastgesteld)
blz. 31
Voorliggende 8e herziening maakt woningbouw en een school mogelijk. Deze functies waren ook al mogelijk volgens het bestemmingsplan Buiksloterham 2009. De 8e herziening maakt wel meer brutovloeroppervlak aan bebouwing mogelijk. Dit is in overeenstemming met de Investeringsnota Buiksloterham 2020. Voor de investeringsnota Buiksloterham 2020 is een Luchtkwaliteitsonderzoek gedaan. In de onderzoeksrapportage die als bijlage 5 aan deze toelichting is gevoegd, zijn de gegevens met betrekking tot het verkeer voor het planjaar 2030 opgenomen. Uit de rekenresultaten blijkt dat er wat betreft stikstofdioxide en (zeer) fijn stof op basis van artikel 5.16 lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) ten aanzien van de luchtkwaliteitseisen van de Wm de grenswaarden niet worden overschreden. Deze 8e herziening leidt niet tot een situatie dat binnen een afstand van 50 meter gemeten van de rand van een stedelijke weg met meer dan 10.000 mvt per etmaal gevoelige bestemmingen in de eerste lijnsbebouwing worden geprojecteerd. Daarmee wordt voldaan aan de Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Amsterdam. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Aan de wettelijke eisen voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Er zijn wat betreft luchtkwaliteit geen knelpuntenlocaties aanwezig in het plangebied of in de directe omgeving. 2.3.9
Stikstofdepositie
Er is een onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie van de voorgenomen ontwikkeling op Natura2000 gebieden. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen. Tijdens de bouwfase wordt gebruikgemaakt van mobiele machines die stikstofoxiden (NOx) emitteren. Daarnaast zijn voertuigbewegingen nodig om bouwmateriaal en personeel van en naar de bouwlocatie te vervoeren. Relevante stikstofemissie als gevolg van de herontwikkeling vindt in de gebruiksfase plaats vanwege de verkeersgeneratie. Met het programma Aerius is de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden bepaald. Uit het voorliggende onderzoek blijkt dat de gebruiksfase van Kavel 19 na de partiële 8e herziening niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter hoogte van een Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen, ook niet bij de dichtstbijzijnde en daardoor maatgevende, zijnde Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske en Polder Westzaan. Hierdoor zijn op voorhand significant negatieve effecten gerelateerd aan stikstofdepositie voor de natuur uit te sluiten, en is ten aanzien van gebiedsbescherming een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor ruimtelijke procedures en de bouwaanvraag niet aan de orde.
2.4
Juridisch planologische aspecten
Deze 8e herziening van het bestemmingsplan Buiksloterham wijzigt een aantal bepalingen van de bestemming 'Gemengd' voor het plangebied zoals op de verbeelding aangegeven, die behoort bij deze 8e herziening. De bestemming 'Gemengd' van het bestemmingsplan Buiksloterham is van toepassing, inclusief de wijzigingen die zijn aangebracht met de 1e, 2e, 3e en 4e partiële herzieningen en het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders. In de regels van voorliggende 8e herziening is aangegeven welke bepalingen niet van toepassing zijn, dan wel welke bepalingen worden gewijzigd of Gemeente Amsterdam
blz. 32
worden toegevoegd. Voor deze herziening gelden de in artikel 4 van het bestemmingsplan opgenomen toegestane functies, met uitzondering van de functie horeca V. Een aantal bouwregels zijn aangepast. Deze hebben onder meer betrekking op de floorspace index. In overeenstemming met de Investeringsnota Buiksloterham 2020 worden halfverdiepte parkeervoorzieningen niet meegerekend bij de floorspace index. Onder halfverdiept moet hier verstaan worden een bouwlaag die maximaal 1,5 meter boven maaiveld is gelegen. Aan de Papaverweg is een hoogte accent van 40 meter mogelijk in het noordwest kwadrant. Deze hoogbouw mag boven de 30 meter die daar overal mogelijk is, per bouwlaag niet meer bedragen dan 600 m2 bvo. [De volgende passage is ingevoegd naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het beroep over het bestemmingsplan Buiksloterham, 8e herziening (ABRvS 7 juni 2023, 202206279/1/R1, ECLI:NL:RVS:2023:2218)] (Hierna: Tussenuitspraak). In deze tussenuitspraak is, voorzover hier relevant,kort samengevat overwogen dat de enkele verplichting om een (wind)onderzoek te overleggen bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een gebouw hoger dan 30 meter onvoldoende is om te verzekeren dat er geen onaanvaardbare gevolgen voor het windklimaat van omwonende zullen optreden.
Zo blijkt, volgens de tekst van de uitspraak, niet uit de regeling of de omgevingsvergunning voor het gebouw van 30 meter of hoger geweigerd kon worden indien uit onderzoek blijkt dat het realiseren van het bouwplan als gevolg heeft dat de windhinder ter plaatse onaanvaardbaar is. Evenmin bleek uit de voormalige tekst wanneer sprake was van zulke onaanvaardbare windhinder (r.o. 6.2 van hierboven vermelde Tussenuitspraak). In de Tussenuitspraak van de Afdeling wordt de raad van de gemeente Amsterdam opgedragen om het bestemmingsplan aan te passen om te verzekeren dat geen onaanvaardbaar windklimaat ontstaat voor omwonenden.Dat is n.a.v. de Tussenuitspraak gedaan.] In het bestemmingsplan Buiksloterham is opgenomen dat de aanvrager voor een omgevingsgunning voor bouwen van gebouwen hoger dan 30 meter verplicht is een rapport te overleggen waaruit de gevolgen van het gebouw op het gebied van windhinder en bezonning blijken (artikel 4.2 aanhef en onder t, van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham). Daarbij heeft het college op grond van artikel 4.3 de mogelijkheid om nadere eisen te stellen ten aanzien van de vorm van gebouwen hoger dan 30 meter, teneinde mogelijk nadelige effecten van wind (en schaduw) te voorkomen.
Voor het genoemde hoogteaccent aan de Papaverweg (van maximaal 40 meter met een maximale brutovloeroppervalkte van 600m2 per bouwlaag) dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een rapport met de resultaten van onderzoek naar windhinder en bezonning te worden overgelegd. Voor bebouwing hoger dan 30 meter dient een windonderzoek te worden uitgevoerd en als uitgangspunt geldt dat rondom de bebouwing een goed windklimaat behaald moet worden. Voor het beoogde gebruik van dit gebied geldt dat de score ‘goed’ moet worden behaald bij de activiteit ‘slenteren’ in kwaliteitsklasse A of B. Indien die score niet wordt behaald is de bebouwing op die wijze ter plaatste niet toegestaan Deze score is passend bij het beoogde gebruik van het gebied. Dit staat beschreven in paragraaf 2.2 van voorliggende herziening van het bestemmingsplan. Het gaat om een stedelijke omgeving, waarin een indeling is gemaakt van ruis, rust en reuring: Ruis aan de Papaverweg waar autoverkeer is toegestaan en de reuring aan de Johan van Hasseltkade waar het recreatief en maatschappelijk gebruik is geprojecteerd dat gebaat is met een autovrije openbare ruimte en het rustige autovrije gebied dat gecreëerd wordt in het middengebied (waar de informele route is gelegen en waar het school-/buurtplein ook onderdeel vanuit maakt. Het windklimaat wordt getoetst aan de activiteiten ‘slenteren’ en ‘doorlopen.
In tabel 1 van de NEN 8100 staat de activiteit ‘doorlopen’ aangegeven als kwaliteitsklasse I; slenteren valt hier onder kwaliteitsklasse II en lang.zitten valt onder kwaliteitsklasse III.
bestemmingsplan_Buiksloterham 8e herziening (vastgesteld)
blz. 33
Voornoemde windkwaliteit is in voorliggend bestemmingsplan geborgd in artikel 4 onder i van de planregels. Naar aanleiding van de Tussenuitspraak is een nieuw lid i toegevoegd. Daarin wordt aan artikel 4.2 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham een nieuw onderdeel bb. toegevoegd. Het nieuwe lid bb. bestaat uit vier subonderdelen. In het eerste sub onderdeel (bb, sub 1), is bepaald dat het niet toegestaan is om gebouwen hoger dan 30 meter te bouwen voorzover dit leidt tot onaanvaardbaar windhinder of windgevaar. Wat onder onaanvaardbare windhinder of windgevaar dient te worden verstaan en hoe dat moet worden onderzocht is vastgelegd in tweede onderdeel van het artikel (bb. sub 2). Daarin is opgenomen dat het onderzoek moet worden uitgevoerd volgens de NEN 8100. Er is geen sprake is van een onaanvaardbaar windklimaat als de score 'goed' wordt behaald bij de activiteit 'slenteren' in kwaliteitsklasse A of B als bedoeld in tabel 1 van NEN 8100.Als die score niet wordt behaald wordt het windklimaat geacht onaanvaardbaar te zijn. De NEN norm is getiteld ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’, versie 2006. Het is uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut in Delft. In de regeling is in een definitie bepaling van de NEN norm toegevoegd als nieuw artikellid 1.17. In het nieuwe lid bb.
sub 3 en 4 is tenslotte aangegeven welke elementen betrokken worden bij het onderzoek als genoemd in bb. sub 2. Onder bb. sub 3 is bepaald dat bij het onderzoek in elk geval betrokken moet worden de bebouwing die op het moment van de aanvraag in de directie omgeving aanwezig is, maar ook in de directe omgeving van de beoogde bebouwing te realiseren toekomstige bebouwing, waarvoor op het moment van de aanvraag reeds een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk is aangevraagd of verleend. Bij die eerder aangevraagde of verleende vergunningen kon nog geen rekening worden gehouden met de (later aangevraagde) vergunningaanvraag waarop deze beoordelingsregel wordt toegepast. Op deze wijze wordt in het onderzoek rekening gehouden met reeds aanwezige bebouwing, maar ook met in de nabije toekomst te realiseren bebouwing. Onder bb. sub 4 is de mogelijkheid opgenomen om in het onderzoek als bedoeld in bb.sub 2 ook ontwikkelingen mee te nemen waarvoor nog geen omgevingsvergunning is aangevraagd. Dat is dan vanwege te verwachten ontwikkelingen in de omgeving van het nieuw te bouwen bouwwerk. Welke bebouwing en voorgenomen bebouwing gelet op het bepaalde in bb sub 3 en sub 4 in het onderzoek moet worden betrokken, is op voorhand niet in algemene regels aan te geven. Dat zal afhangen van de concrete situatie en de concreet beoogde bebouwing.
Het (wind)onderzoek als opgenomen in bb sub 2 kan overigens hetzelfde onderzoek zijn als het rapport genoemd in artikel 4.2 aanhef en onder t van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham, In dat artikel is namelijk bepaald dat de aanvrager van een bouwvergunning voor een gebouw hoger dan 30 meter verplicht is om een rapport te overleggen waaruit de gevolgen van het gebouw op het gebied van windhinder en bezonning blijken. Overigens behoud het college de bevoegdheid om nadere eisen te stellen ten aanzien van de vorm van gebouwen hoger dan 30 meter, teneinde mogelijke nadelige effecten van wind en schaduw te voorkomen. Deze bevoegdheid is opgenomen in artikel 4.3 van het bestemmingsplan Buiksloterham. Het bepaalde in het nieuwe onderdeel bb dient te worden beschouwd als een aanvulling op de bestaande artikelen 4.2, aanhef en onder t, en 4.3 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham. [Einde ingevoegde passage naar aanleiding van de Tussenuitspraak]
Gemeente Amsterdam
blz. 34
In het zuidoostelijke kwadrant is een school voorzien. Hier geldt niet dat voor 65% in de gevellijn gebouwd moet worden. De gevel van een schoolgebouw moet wel binnen 10 meter uit de grens met de Johan van Hasseltkade worden gebouwd. In plaats van de parkeernormen uit het bestemmingsplan Buiksloterham gelden hier de parkeernormen uit de Nota Parkeren Auto en Nota Parkeren Fiets en Scooter. Dat staat in artikel 4 onder l. . [Naar aanleiding van de Tussenuitspraak is 'k.' aangepast in 'l.' ]. van deze herziening. De afwijkingsbevoegdheid van deze regels is opgenomen in artikel 4 onder m. [[Naar aanleiding van de Tussenuitspraak is 'l.' aangepast in 'm.'] van voorliggende herziening. Voor het overige zijn de bepalingen van het bestemmingsplan Buiksloterham van toepassing zoals gewijzigd in de eerdere partiële herzieningen en het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders.
bestemmingsplan_Buiksloterham 8e herziening (vastgesteld)
blz. 35
Hoofdstuk 3 3.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Realisatie en kostenverhaal
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeenteraad heeft in 2007 het Investeringsbesluit 'Buiksloterham' vastgesteld en recent in november 2020 met de vaststelling van de Investeringsnota Buiksloterham 2020 deze herzien en geactualiseerd. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan 'Buiksloterham' is op 16 december 2009 een exploitatieplan op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vastgesteld. De kavel waar deze 8e herziening betrekking op heeft is in eigendom van de gemeente, waarbij het kostenverhaal anderszins, via de erfpacht wordt verzekerd. Bestemmingsplannen en andere planologische besluiten kunnen schade veroorzaken. Artikel 6.1 van de Wro bepaalt dat burgemeester en wethouders onder voorwaarden gehouden zijn deze schades als gevolg van planologische besluiten (planschade) aan de gedupeerden te vergoeden. De grondexploitatie voorziet in eventuele kosten van planschade. Vastgesteld kan worden dat er sprake is van een economisch-financieel uitvoerbaar plan.
3.2
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerpbestemmingsplan verzonden aan: Waternet; Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, afdeling Amsterdam; Provincie Noord-Holland; Rijkswaterstaat West-Nederland Noord; Brandweer Amsterdam - Amstelland. De vooroverlegpartners hebben in hun reacties aangegeven geen bezwaren te hebben tegen voorgenomen herziening. De Brandweer Amsterdam-Amstelland en Waternet geven daarnaast elk nog twee aandachtspunten mee, die hieronder staan aangegeven. Parallel aan de 3.1.1 procedure is stadsdeel Noord verzocht om advies. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord heeft een positief advies afgegeven na behandeling van het voorontwerpbestemmingsplan tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie d.d. 22 september 2021. Reactie Brandweer Amsterdam-Amstelland In de vooroverlegreactie van de brandweer wordt aangegeven dat deze herziening geen aanleiding is voor aanvullende opmerkingen op het gebied van externe veiligheid. Ten aanzien van de mogelijkheden voor de hulpverlening geeft de brandweer een aantal andere aandachtspunten mee: Bereikbaarheid en bluswater Uitgangspunt voor hulpverlening is dat het plangebied goed bereikbaar is voor de hulpdiensten en dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn.
Informatie hierover staat in de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Bouwbesluit 2012. Verzocht wordt om een nadere invulling van de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen in het plangebied af te stemmen met
Gemeente Amsterdam
blz. 36
de brandweer. Bestrijdbaarheid bouwwerken Bij de ontwikkeling van de bebouwing in het plangebied komen aspecten aan de orde die relevant zijn voor de (brand)veiligheid en voor een mogelijke inzet van de hulpverlening. Bijvoorbeeld bij ontwikkelingen waarbij voorzieningen moeten worden getroffen om de veiligheid te waarborgen, zoals bij hoge gebouwen, parkeergarages en systemen voor duurzame energie. Wij verzoeken u bij de uitwerking van dergelijke ontwikkelingen de brandweer te betrekken. Reactie gemeente: De gemeente heeft kennisgenomen van de aandachtspunten. Reactie Waternet Waternet geeft aan dat de herziening geen invulling geeft aan wateraspecten, waardoor deze herziening hierop niet is getoetst. Waternet geeft in haar reactie mee dat sinds het bestemmingsplan uit 2009 nieuw beleid vanuit de Gemeente Amsterdam en Amstel Gooi en Vecht van kracht is waar deze ontwikkeling bij het ontwerp en de uitvoering ook rekening mee moet worden gehouden. Reactie gemeente Bij het opstellen van deze herziening is rekening gehouden met het geldend beleid van de gemeente en Amstel Gooi en Vecht.
bestemmingsplan_Buiksloterham 8e herziening (vastgesteld)