CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-085A Lening- en garantiebeleid 2023

RAAD 28 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het geactualiseerde lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam VN2023-0139958.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lening- en garantiebeleid gemeente Amsterdam Richtlijnen voor verstrekken en beheer van leningen en garanties aan externe partijen

Gemeente Amsterdam 2023

1

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................ 3 Inleiding .....................................................................................................................5 Hoofdstuk 1 Regelgevend kader.............................................................................. 6 Hoofdstuk 2 Verstrekken van leningen en garanties ............................................... 8 2.1.1 Nieuwe leningen en garanties – nee, tenzij en publiek belang............... 8 2.1.2 Bestuur.................................................................................................10 2.1.3 Budgettaire gevolgen ...........................................................................10 2.1.4 Vormvereisten aanvraag lening of garantie ......................................... 11 2.1.5 Overige vormen van garanties ............................................................. 17 2.1.6 Marktconforme voorwaarden lening en garanties ............................... 17 2.2 Wijziging van bestaande leningen en garanties ..................................... 20 Hoofdstuk 3 Beheer van leningen en garanties ........................................................

23 3.1.1 Intensiteit van beheer ...........................................................................23 3.2 Rapportages............................................................................................25 Bijlage 1 Begrippenlijst leningen en garanties .......................................................... 27

2

Samenvatting Voor het verstrekken van nieuwe leningen en garanties geldt het ‘nee, tenzij’ beleid. Dat wil zeggen dat de gemeente alleen een lening verstrekt wanneer banken hier niet toe bereid zijn én een lening de beste manier is om een publiek belang te behartigen. De gemeente is terughoudend met het verstrekken van leningen en garanties vanwege een aantal redenen. De gemeente wil marktverstoring voorkomen (de gemeente is geen bank) en is gebonden aan de staatssteunregels. De gemeente verstrekt alleen een lening of garantie wanneer banken dat niet doen. Dat betekent automatisch dat de leningen die de gemeente verstrekt een hoog risicoprofiel kennen. Als laatste heeft het verstrekken van leningen tot gevolg dat de gemeentelijke schuld stijgt. Garanties mogen alleen verstrekt worden wanneer een garantie een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van een lening. Met een garantie is er nauwelijks een prikkel voor een commerciële bank om het kredietrisico te beperken, omdat de financiële verplichting (grotendeels) door een gemeentegarantie wordt gedekt. Bij het verstrekken van een lening of garantie moet worden voldaan aan bestaande wet- en regelgeving, waarvan de staatssteunregels een belangrijk onderdeel zijn. Dat houdt in dat de gemeente alleen leningen of garanties verstrekt onder marktconforme voorwaarden.

Het college is bevoegd tot het verstrekken van een nieuwe lening of garantie. Daarnaast moet elke garantie of lening voorafgaand aan het verstrekken ervan voor wensen en bedenkingen aan de Raad worden voorgelegd. Voor (materiële) wijzigingen van leningen en garanties geldt hetzelfde proces. Het relatief hoge risico van de verstrekte leningen en garanties vraagt om goed beheer. Goed beheer van leningen en garanties betekent niet dat er geen sprake is van risico’s. Wel worden risico’s zoveel mogelijk benoemd, beperkt en bewaakt door adequate beheersmaatregelen te treffen. Binnen het college is de vakwethouder/ directie verantwoordelijk voor het beleidsinhoudelijke publieke belang van de verstrekte lening of garantie, het beheer van de lening en het inbrengen van noodzakelijke besluitvorming in College of Raad. De wethouder Financiën is er verantwoordelijk voor dat aan de randvoorwaarden uit het lening- en garantiebeleid wordt voldaan en de risico’s voor de gemeente zoveel mogelijk worden beperkt. In het lening- en garantiebeleid is expliciet opgenomen dat alleen financiële garanties onder het beleid vallen. Bij een financiële garantie verstrekt een andere partij (bijvoorbeeld een bank) een lening aan de kredietnemer en staat de gemeente

3

garant wanneer de kredietnemer niet aan zijn rente en/of aflossingsverplichtingen kan voldoen.

4

Inleiding

Het lening- en garantiebeleid heeft betrekking op zowel het verstrekken als het beheer van leningen en garanties aan rechtspersonen. In 2017 is het lening- en garantiebeleid voor het laatst herzien. De bevoegdheid voor het verstrekken van leningen en garanties blijft liggen bij het college van B&W. De raad heeft het recht tot het uiten van wensen en bedenkingen. In deze notitie wordt eerst kort aandacht aan het regelgevend kader besteed. Daarna vormen twee onderdelen de kern van het verhaal, te weten: a. Het verstrekken en wijzigen van een lening en/of garantie b. Het beheer van een verstrekte lening en/of garantie In bijlage 1 is een verklarende begrippenlijst toegevoegd waarin verschillende financiële termen worden uitgelegd.

5

Hoofdstuk 1 Regelgevend kader Het verstrekken van leningen en garanties door gemeenten is onderhavig aan weten regelgeving, waarvan de belangrijkste hieronder worden vermeld: Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) Deze wet geeft aan decentrale overheden de mogelijkheid leningen en garanties te verstrekken aan instellingen mits hiermee een publiek belang gediend is. Wat het publiek belang (exact) is, staat niet nader omschreven in de wet. Dit om de decentrale overheden, zoals een gemeenteraad, de ruimte te geven om zelf te bepalen wat zij een publiek belang achten. Gemeentewet Het college is bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente, artikel 160,lid 1 onder d van de Gemeentewet. Hieronder valt het aangaan van leningen en garanties. Daarnaast is een gemeenteraad verplicht een financiële verordening vast te stellen (Artikel 212 van de Gemeentewet). Financiele verordening gemeente Amsterdam, 2023 Artikel 14.2 “Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.” Artikel 17 “Het college biedt de raad een beleidsnota aan over leningen en garanties.

De raad stelt de nota vast.” Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (staatssteun) Vanuit Europese regelgeving mag er geen sprake zijn van staatssteun en concurrentievervalsing (Artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)). Om staatssteun te voorkomen moet de gemeente marktconforme voorwaarden (onder andere rente) overeenkomen met instellingen aan wie een lening wordt verstrekt. De Europese Commissie heeft hiertoe opslagen op de EURIBOR (European Interbank offered rate, rente die banken onderling in rekening brengen) voor verschillende categorieën van kredietwaardigheid van dergelijke instellingen gepubliceerd (zie voor een verder toelichting paragraaf 2.1.5 marktconforme voorwaarden). Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Artikel 36, 50 en 57 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verlangen bij begroting en jaarrekening een volledige opgave van alle verstrekte leningen en garanties en de bijbehorende risico’s.

6

In de notitie “Rente 2017” uit juli 2016 van de commissie BBV staan richtlijnen hoe leningen boekhoudkundig moeten worden verwerkt. Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo) In aanvulling op de wet Fido is er het Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden. Het Bldo schrijft voor dat geldleningen of garanties slechts door gemeenten kunnen worden aangegaan of verstrekt in euro’s. Daarnaast kunnen geldleningen door gemeenten slechts worden aangegaan of verstrekt, indien de hoofdsom niet onderhevig is aan enige vorm van indexatie. Wet versterking decentrale rekenkamers Deze wet maakt het mogelijk dat decentrale rekenkamers alle leningen en garanties kunnen onderzoeken.

7

Hoofdstuk 2 Verstrekken van leningen en garanties 2.1.1 Nieuwe leningen en garanties – nee, tenzij en publiek belang Voor het verstrekken van nieuwe leningen of garanties geldt een ‘nee, tenzij‘ – beleid. Dat wil zeggen dat de gemeente alleen een lening verstrekt wanneer commerciële banken hier niet toe bereid zijn, de business case rendabel is én een lening de beste manier is om een publiek belang te behartigen. De gemeente is terughoudend met het verstrekken van leningen en garanties vanwege een aantal redenen. De gemeente wil marktverstoring voorkomen (de gemeente is geen bank) en staatssteun is (op uitzonderingen na) niet toegestaan. Daarnaast is inherent aan het terughoudende beleid voor het verstrekken van leningen of garanties (‘nee, tenzij’) dat het risicoprofiel van de verstrekte leningen en garanties hoog is. Als laatste heeft het verstrekken van leningen tot gevolg dat de gemeentelijke schuld stijgt. De afbakening van het publiek belang is moeilijk aan te geven; het blijkt zelfs niet eenvoudig te definiëren. Er is in wezen sprake van een publiek belang wanneer de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt. In dat geval dient de overheid dit publieke belang te borgen.

Dit geldt bijvoorbeeld voor collectieve goederen, die zonder overheidsborging niet beschikbaar komen. Het is dus de (lagere) overheid die bepaalt wat een publiek belang is en daarbij geldt het primaat van de politiek. Figuur 1 Beslisboom verstrekken van lening of garantie 1) Is er sprake van een gemeentelijk publiek belang?

Nee

Aan de markt of andere overheden overlaten

Ja

Interne uitvoering: uitvoering door directie of stadsdeel

Ja

Uitvoering door markt (regulering/subsidiëring/opdrachtgever /lening)

Ja 2) Is volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk? Nee 3) Is behartiging belang als opdracht- of regelgever of subsidieverstrekker mogelijk en afdoende? Nee 4) Wordt het publiek belang het beste gediend met een lening? Of alleen indien daarvoor een significante meerwaarde is, een garantie?

Lening

Garantie

8

Bovenstaande beslisboom is vergelijkbaar met die uit de nota ‘Beleidskader verbonden partijen 2021’. Hier wordt gekeken of het publiek belang het beste gediend wordt door het verstrekken van eigen vermogen en daarmee het participeren in een deelneming. Bij de afweging tussen het verstrekken van een lening of eigen vermogen is van belang dat bij een lening over het algemeen minder risico wordt gelopen dan bij het verstrekken van eigen vermogen. Bij eigen vermogen heb je daarentegen meer invloed en zeggenschap om eventueel via het aandeelhouderschap het publiek belang te behartigen. Bij het doorlopen van de beslisboom, wordt steeds een andere afweging gemaakt. Deze afwegingen worden hieronder toegelicht: 1. Is er sprake van een gemeentelijk publiek belang? Uitgangspunt is dat de gemeente alleen taken uitvoert of laat uitvoeren die voortkomen uit een gemeentelijk publiek belang. Of iets een publiek belang is, is een politieke afweging. Het gaat dus om belangen die het gemeentebestuur wil behartigen, met de gemeentelijke bevoegdheden kan behartigen en waarvoor vervolgens beleid en activiteiten worden ontwikkeld. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is sprake van publiek belang wanneer de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt.

Er is dus geen statische definitie van een publieke taak of het publiek belang. Uiteindelijk bepalen College en de gemeenteraad of er sprake is van een publieke taak. 2. Is volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk? Volledige gemeentelijke betrokkenheid kan bijvoorbeeld voortkomen uit: a. een wettelijke verplichting om een taak intern door de gemeente uit te voeren. Bijvoorbeeld: het sluiten van huwelijken door de Burgerlijke stand of de heffing en inning van lokale belastingen; b. de wens altijd te kunnen beschikken over specialistische kennis en ervaring. Het gemeentelijke Ingenieursbureau Amsterdam is hier een goed voorbeeld van; c. het feit dat een taak niet, of alleen tegen hoge kosten uitbesteed kan worden, omdat de risico’s en onzekerheden groot zijn. 3. Is behartiging van het publiek belang als opdracht- of regelgever of subsidieverstrekker mogelijk en afdoende? De gemeente heeft in veel gevallen de mogelijkheid om via regelgeving (bijvoorbeeld bestemmingsplannen), subsidies (conform het geldende subsidiebeleid) of opdrachtgeverschap het publiek belang te dienen. In geval er sprake is van een investering met een onrendabele top, waardoor de markt geen lening wil verstrekken, kan het te verkiezen zijn om alleen voor die onrendabele top een subsidie te verstrekken zodat het overige gedeelte wel door banken kan worden gefinancierd.

9

4.

Wordt het publiek belang het beste gediend door het verstrekken van een lening? Of indien een lening niet mogelijk is door een garantie? Als het publieke belang niet door de markt kan worden uitgevoerd, en ook andere mogelijkheden vallen af (zie vraag 3), dan zal worden onderzocht of en hoe een lening of garantie kan worden verstrekt. Aan het verstrekken van een lening of garantie zijn wel voorwaarden verbonden, zie paragraaf 2.1.4. Een garantie wordt alleen verstrekt wanneer deze een duidelijk toegevoegde waarde heeft boven een lening.

2.1.2 Bestuur De bevoegdheid voor het verstrekken van leningen en garanties ligt bij het college van B&W1. Nieuwe, of materiële risico verhogende wijzigingen van leningen en garanties moeten daarnaast aan de raad worden voorgelegd voor wensen en bedenkingen. Met een wijziging wordt een wijziging ten opzichte van de leningsovereenkomst bedoeld. Bijvoorbeeld uitstel van betaling is een aanpassing ten opzichte van het afgesproken aflossingspatroon in de leningsovereenkomst, zie ook paragraaf 2.2 ‘Wijziging van bestaande leningen en garanties’ voor meer toelichting over materiële wijzigingen. Binnen het college is de vakwethouder/ directie verantwoordelijk voor het beleidsinhoudelijke publieke belang van de verstrekte lening of garantie, het beheer van de lening en het inbrengen van noodzakelijke besluitvorming in College of Raad. De wethouder Financiën is er verantwoordelijk voor dat aan de randvoorwaarden uit het lening- en garantiebeleid wordt voldaan en de risico’s voor de gemeente zoveel mogelijk worden beperkt2.

2.1.3 Budgettaire gevolgen Leningen of garanties hebben in principe geen gevolgen voor de begroting. Er is in principe geen dekking nodig, zolang de lening rendabel is en de verwachting is dat de rente en aflossingen conform afspraken wordt terugbetaald. Een rendabele businesscase, inclusief bijpassende risicopremie, is ook een van de voorwaarden van het verstrekken van leningen en garanties, zie ook de volgende paragraaf. Bij iedere lening of garantie zal een risicoanalyse worden uitgevoerd. Mocht hieruit blijken dat het nodig is om een financiële beheersmaatregel te treffen, wordt in die

1

Er is een uitzondering. Om praktische redenen is de directeur van de directie Wonen bevoegd tot het verstrekken of aanpassen van bepaalde garanties en leningen, zie ook het bevoegdhedenbesluit van de gemeente Amsterdam. 2 De overige rollen en verantwoordelijkheden binnen de gemeente worden beschreven in de uitvoeringsnotitie, “Rollen en verantwoordelijkheden bij leningen en garanties”. 10

gevallen een risicobedrag ten laste van de betreffende programmabegroting gebracht en toegevoegd aan de Algemene Reserve3. De rente die de gemeente betaalt voor het aantrekken van leningen is lager dan de rente die de gemeente in rekening brengt bij de kredietnemer (vanwege het hogere risico). Daardoor is er in eerste instantie een zeer klein positief effect op de begroting bij het verstrekken van de lening (zie ook artikel 44 van het BBV ( ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’). Een lening of garantie wordt alleen verstrekt indien de kredietnemer in staat is om de lening terug te betalen. Gedurende de looptijd kan het risicoprofiel verslechteren en kan het nodig zijn om een voorziening te treffen4. Deze voorziening komt dan ten laste van de begroting van de betreffende directie. Voor het treffen van een voorziening is instemming van de gemeenteraad vereist, vanwege het budgetrecht. Hoewel leningen en garanties in principe aanvankelijk geen budgettaire gevolgen hebben, is het verstrekken van garanties en leningen niet kosteloos. Er wordt namelijk een verplichting aangegaan met een potentieel negatief financieel gevolg. Deze risico’s worden meegenomen bij het bepalen van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente Amsterdam. Leningen verhogen de gemeentelijke schuld en nemen ruimte in onder het investeringsplafond.

2.1.4 Vormvereisten aanvraag lening of garantie Om college en raad van de juiste informatie te voorzien, zodat zij een gedegen besluit kunnen nemen, dient in de voordracht, waarin de lening wordt aangevraagd, ondermeer de volgende informatie aan de orde te komen: 1. Wie is de geldnemer • Heeft de gemeente een relatie met de geldnemer? • Wat is de rechtsvorm en wie zijn de eventuele aandeelhouders? • Wat zijn de hoofdactiviteiten? • Wat is de strategie? • Welke entiteiten behoren tot de aansprakelijke groep (is moedermaatschappij mede aansprakelijk)? • Is er iets voortgekomen uit de basale toets op grond van de BIO van de geldnemer en is deze akkoord met de integriteitsclausule welke bij zowel een lening als een garantie in de overeenkomst wordt opgenomen conform de BIO (zie hieronder)? Beleidsregel integriteit en Overeenkomsten (BIO) De BIO betreft een overkoepelend beleidskader voor de integriteitsafwegingen in het privaatrechtelijke domein (bijvoorbeeld overeenkomsten). De gemeente 3 4

Zie ook ‘Beleidsnota Risicomanagement 2022-2026’ zie ook artikel 44 van het BBV ( ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’) 11

Amsterdam heeft als uitgangspunt dat zij alleen integere partijen faciliteert en dus niet-integere partijen niet faciliteert. Niet door het verlenen van een vergunning en ook niet door het aangaan van een overeenkomst. Om te voorkomen dat de gemeente met malafide partijen een overeenkomst sluit, is de maatregel BIO vastgesteld. Met de BIO heeft de gemeente de mogelijkheid om met partijen die niet integer zijn en ook niet vrijwillig het gesprek hierover willen aangaan, geen overeenkomst te sluiten of in het uiterste geval een lopende overeenkomst te beëindigen. De gemeente zal in principe in de lening- en garantieovereenkomst de meest recente BIO integriteitsclausule opnemen. Indien er redenen zijn om dat niet te doen, wordt dit voorgelegd aan het college. 2. Financieringsbehoefte / Garantiebehoefte • Waarvoor is de financiering nodig? • Wanneer het gaat om financiering voor startkapitaal of werkkapitaal; afweging maken of dit wenselijk is en onderzoeken of verstrekken eigen vermogen niet meer voor de hand ligt. • Wat is het benodigde bedrag? • Wat is de looptijd? • Wat is de aflossingsstructuur? • Welke renterisico opslag of garantiepremie is van toepassing (zie ook hoofdstuk 2.3)? • Welke zekerheden en aanvullende voorwaarden worden gevraagd; aansluiting bij risicoanalyse onder punt 5? 3.

Validatie • Past het voorstel binnen het kader van de wet Fido? Welke publieke taak wordt gediend? Leningen of garanties verstrekken aan derden is uitsluitend toegestaan in het kader van de uitoefening van de publieke taak. • Is het “nee, tenzij…” uitgangspunt voldoende in acht genomen? Er is een sterke terughoudendheid voor het verstrekken van een lening of garantie. De gemeente is geen bankier en treedt daarom niet met banken in concurrentie. Leningen hiertoe worden enkel verstrekt als commerciële banken (minimaal 3) hiertoe niet bereid zijn. • Is er al dan niet sprake van (onrechtmatige) staatssteun in de zin van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)? • Zijn er waarborgfondsen voor deze sector?5 Wanneer er al waarborgfondsen bestaan ligt het niet voor de hand aanvullend een gemeentelijke lening of garantie te verstrekken. Om geen valse verwachtingen te wekken bij een potentiële geldnemer en om bovendien niet onnodig tijd te verliezen, is het van belang de validatie in een vroegtijdig stadium uit te voeren. Daarnaast dient een juridische toets uitgevoerd te 5

Bijvoorbeeld waarborgfonds voor: sociale woningbouw (WSW), eigen woningen (WEW), zorg (WfZ), sport (SWS) en kinderopvang. 12

worden om haalbaarheid en naleving van wet- en regelgeving, onder andere met betrekking tot staatssteun, te toetsen (zie voor alle voorwaarden rondom staatsteun paragraaf 2.1.5).

4. Financiële analyse • Analyse financiële positie (historie en huidig) en toekomstige verwachtingen op basis van jaarrekeningen, begrotingen, liquiditeits- en solvabiliteitspositie, kasstroomoverzicht en business case. • Er moet een goede onderbouwing zijn van de businesscase. Bij een hoger risicoprofiel kan een (externe) validatie van de businesscase relevant zijn. • Worden voldoende kasstromen gegenereerd om aan rente en aflossingsverplichtingen te voldoen? Zo niet dan is het verstrekken van een lening of garantie niet mogelijk. • Is er afhankelijkheid van (gemeentelijke) subsidies? Wat zijn de voorwaarden omtrent eventuele subsidies (subsidiebeschikking)? Het stopzetten van de subsidie zal een direct effect hebben op de terugbetaalcapaciteit van de geldnemer. Is de continuïteit voldoende gewaarborgd? 5. Risicoanalyse • Analyse en beschrijving van de diverse risico’s zoals operationeel, markt, regelgeving, structuur, politiek, kwaliteit en continuïteit van het management en overig die mogelijk invloed hebben op de financiële gezondheid van de geldnemer.

• Welke andere financiering wordt verstrekt aan de geldnemer, door welke partijen, welke looptijd en in welke verhouding tot de voorgestelde financiering? • Wat zijn de mitigerende factoren en welke beheersmaatregelen en aanvullende voorwaarden kunnen het risico beperken? • Welke zekerheden zijn beschikbaar om het potentiële verlies te dekken? Het streven is risico’s en het potentiële verlies te minimaliseren. • Welke informatie moet een leningnemer verschaffen zodat de gemeente over voldoende informatie beschikt om de risico’s te kunnen inschatten (ook in de toekomst voor het beheer)? • Wat is de looptijd van de lening en hoe ziet het aflossingsprofiel eruit? • Zijn de resterende risico’s acceptabel? Is het nodig een voorziening te vormen? • Wat is de classificatie voor kredietrisico? 6. Beheer • Wat wordt de beheerintensiteit? (zie ook hoofdstuk 3 Beheer).

13

Achtergestelde lening Een achtergestelde lening is een lening waarbij de gemeente in geval van faillissement wordt achtergesteld ten opzichte van ‘reguliere’ kredietverschaffers. Het risico van een achtergestelde lening is daarmee groter dan bij een reguliere lening. Er moeten goede redenen zijn waarom de gemeente een achtergestelde lening wil verstrekken en bereid zou zijn dit extra risico te lopen. De voorwaarden die moeten gelden voor een achtergestelde lening zijn maatwerk. Er wordt dan ook in dit beleid geen aanvullende eisen gesteld aan het verstrekken van een achtergestelde lening. Gezien het hogere risico van een achtergestelde lening ligt het wel meer voor de hand dat er tijdens de looptijd een voorziening moet worden getroffen. Een achtergestelde lening wordt soms gezien als een vorm van eigen vermogen, wat gunstig kan zijn voor de kredietnemer, omdat die daarmee makkelijker ander vreemd vermogen kan aantrekken. Bij een achtergestelde lening krijgt de gemeente echter geen zeggenschap, in tegenstelling tot bij het verstrekken van eigen vermogen. De afweging tussen het verstrekken van eigen vermogen danwel een achtergestelde lening dient expliciet te worden gemaakt in samenhang met het gemeentelijke deelnemingen beleid (Beleidskader verbonden partijen 2021).

Garanties Financiële garanties Bij een financiële garantie verstrekt een andere partij (bijvoorbeeld een bank) een lening aan de kredietnemer en staat de gemeente garant wanneer de kredietnemer niet aan zijn rente en aflossingsverplichtingen kan voldoen. Dergelijke financiële garanties vallen onder dit lening- en garantiebeleid. Waarborgfondsen: WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) en WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) Het WSW staat borg voor de rente en aflossingen van leningen van woningcorporaties. Het WEW waarborgt de leningen die burgers hebben afgesloten voor het kopen van een huis onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Afwijkend van een ‘normale’ garantie staat de gemeente bij het WSW en WEW niet rechtstreeks garant voor verstrekte leningen aan woningcorporaties of burgers, maar vormt de gemeente samen met het Rijk de achtervang voor de Waarborgfondsen die deze garantieverplichting zijn aangegaan. De achtervang heeft de verplichting het risicovermogen van de waarborgfondsen middels het verstrekken van renteloze leningen aan te vullen indien dit door aanspraken op de waarborgfondsen nodig blijkt. Ondanks deze afwijkende systematiek vallen de waarborgfondsen WSW en WEW zoveel mogelijk onder dit lening- en garantiebeleid.

14

Het verstrekken van een garantie heeft in eerste instantie geen effect op de hoogte van de gemeentelijke schuld (in tegenstelling tot het verstrekken van een lening), omdat de bank en niet de gemeente de lening verstrekt. De gemeente zal, alleen in het geval dat aanspraak wordt gemaakt op de verstrekte garantie, het gegarandeerde bedrag moeten betalen. Garanties hebben echter een aantal nadelen ten opzichte van het verstrekken van een lening. Met een garantie is er nauwelijks een prikkel voor een commerciële bank om het kredietrisico te onderzoeken, te beheersen en indien nodig bij te sturen, indien een financiële verplichting geheel door een gemeentegarantie wordt gedekt. De gemeente loopt het gehele risico, terwijl de commerciële bank een rentevergoeding ontvangt. Daarnaast is het beheer van een garantie lastiger dan van een lening, omdat de gemeente geen (directe) relatie heeft met de kredietnemer. Hierdoor is er bij bestaande garanties minder zicht op de (financiële) situatie van de kredietnemer en kan er minder tijd zijn om beheersmaatregelen te treffen. Bij een verstrekte lening ziet de gemeente direct wanneer een kredietnemer niet aan zijn verplichtingen voldoet. Verder is bij een lening de kredietnemer over het algemeen verplicht de gemeente te voorzien van informatie (zoals jaarverslagen). Dit is bij bestaande verstrekte garanties niet altijd het geval.

Voor nieuwe garanties zal in de toekomst in de overeenkomsten afgedwongen worden dat de gemeente wel voldoende informatie ontvangt. Als laatste kan de gemeente niet zelf direct beheersmaatregelen treffen in het geval van een garantie. De bank verstrekt immers de lening. Bij bijvoorbeeld uitstel van betaling is naast toestemming van de gemeente ook instemming van de bank nodig (en die zal wellicht hiervoor een vergoeding vragen onder de garantie). Ervaringen uit het verleden leren dat de gemeente vaker problemen ervaart bij verstrekte garanties dan bij verstrekte leningen. Reden hiervoor is dat bij een garantie vaak minder informatie beschikbaar is dan bij een lening (zoals betalingsachterstanden of jaarverslagen) en onvoldoende handvatten om beheersmaatregelen toe te passen. Daarom worden ten opzichte van leningen aanvullende voorwaarden gesteld aan garanties: • Garanties mogen alleen verstrekt worden wanneer een garantie een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van een lening, bijvoorbeeld: o als meerdere partijen deelnemen aan de financiering via een garantie en de bank de lening verstrekt en de coördinatie doet; o als de financiële constructie dusdanig ingewikkeld is dat de bank beter toegerust is om de voorwaarden en de documentatie bij te houden. Hierbij dient de bank wel een prikkel te hebben om die voorwaarden en documentatie bij te houden (zie ook hierboven).

15

•

• • • •

De omvang van de garantie is gemaximeerd en eenduidig vast te stellen door een duidelijk verband met een financiële transactie met een beperkte looptijd. (bijvoorbeeld hoofdsom plus maximaal 3 maanden achterstallige rente voor een duidelijke periode). Betreffende de looptijd van garanties dienen afspraken te worden gemaakt. De gemeente verstrekt geen garanties die geen einddatum kennen. Ten behoeve van risicoreductie is aflossing op de onderliggende lening verplicht gedurende de looptijd. Het renterisico op de onderliggende lening moet zijn ingedekt door een vaste rente. De gemeente via de garantieovereenkomst heeft vastgelegd dat de kredietnemer verplicht is de gemeente van noodzakelijke informatie te voorzien (alle informatie die de gemeente inzicht geeft in de financiele situatie; een actieve informatieplicht).

Een garantie mag niet meer dan 80% van het uitstaande leningbedrag of andere financiële verplichting dekken6. De overheid mag wel een 100% garantie verstrekken aan een partij waarvan de activiteiten bestaan uit het beheer van een dienst van algemeen economisch belang, voor zover deze garantie is verschaft door de overheid die deze opdracht heeft toevertrouwd. De Europese commissie stelt daarnaast twee voorwaarden aan het verstrekken van een garantie van maximaal 80%: 1) “wanneer de omvang van de lening of de financiële verplichting mettertijd afneemt (bijvoorbeeld omdat de terugbetaling van de lening begint), moet het gegarandeerde bedrag in evenredigheid afnemen, zodat de garantie op ieder tijdstip niet meer dan 80 % van de uitstaande lening of financiële verplichting dekt”; 2) “ verliezen moeten evenredig en op dezelfde wijze door zowel de kredietgever als de garant worden gedragen. Evenzo moeten nettoinkomsten (opbrengsten exclusief executiekosten) afkomstig van de vordering van de door de kredietnemer ter dekking van de schulden gestelde zekerheden de door kredietgever en de garant gedragen verliezen evenredig doen dalen. First-lossgaranties, waarbij verliezen eerst aan de garant en pas daarna aan de kredietgever worden toegewezen, gelden als maatregelen die mogelijk staatssteun behelzen.

Wanneer de gemeente er toch voor kiest om een garantie van meer dan 80% te verstrekken moet de gemeente onderbouwen waarom dit geen staatssteun betreft én moet de gemeente dit melden bij de Europese commissie zodat de commissie dit kan beoordelen op zijn eventuele staatssteunkarakter. Bij oudere garanties uit het verleden wordt nog niet altijd aan alle eisen voldaan. Bovenstaande eisen gelden voor nieuwe af te sluiten garanties en bij herzieningen van oude garanties. 6

Zie ook “Handreiking Treasury van het ministerie, 2015, pagina 108 en de mededeling over garanties van de Europese Commissie http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2008:155:0010:0022:NL:PDF 16

2.1.5 Overige vormen van garanties Overige vormen garanties Er bestaan ook andere vormen van garanties, bijvoorbeeld garanties voor huur, tegenvallende inkomsten of extra kosten (warmte) of kapitaalinstandhoudingsverklaringen (KIV). Deze vormen van garanties vallen onder het algemene risicobeleid van de gemeente7 en niet onder het lening- en garantiebeleid. Het laat onverlet dat deze niet-financiële garanties wel financiële gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. Kapitaalinstandhoudingsverklaring Bij een kapitaalinstandhoudingsverklaring (KIV) garandeert de gemeente dat het eigen vermogen van een onderneming niet onder een bepaald percentage daalt. De gemeente is bij een KIV verplicht eigen vermogen bij te storten totdat het afgesproken percentage of bedrag wordt bereikt. Bij aanhoudende verliezen betreft dit daarom een ‘open einde’ regeling, omdat het onbekend is hoeveel de gemeente maximaal zou kunnen verliezen. Het verstrekken van een KIV is onwenselijk omdat: 1) het een open einde regeling betreft, waardoor de risico’s niet te overzien zijn. 2) er voldoende andere mogelijkheden zijn om hetzelfde doel te bereiken, bijvoorbeeld het direct verstrekken van meer eigen vermogen.

2.1.6 Marktconforme voorwaarden lening en garanties Bij het verstrekken van leningen of garanties moeten staatssteunregels in acht worden genomen. De Europese Commissie heeft hiervoor richtlijnen en mededelingen gesteld. Bij het verstrekken van leningen geldt dat een marktconforme rente moet worden betaald die afhankelijk is van de kredietwaardigheid en zekerheden. Niet marktconforme voordelen aan één of een bepaalde groep ondernemingen, die daarmee (potentieel) in een gunstiger concurrentiepositie komen en waardoor de tussenstaatse handel (potentieel) wordt beïnvloed, zijn niet geoorloofd8. La De-minimisnorm

7

Zie ook ‘Beleidsnota Risicomanagement 2022-2026’. In een aantal gevallen is een uitzondering gemaakt en mag staatssteun worden verstrekt. Zie ook Mededeling van de Commissie betreffende het begrip ‘staatssteun’ in de zin van artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie http://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52016XC0719%2805%29&from=EN of http://www.minbuza.nl/ecer/dossiers/staatssteun/uitzonderingen-op-het-verbod-opstaatssteun.html 8

17

Wanneer het gaat om steun beneden een zogenaamde ‘de-minimisnorm’9 mag er wel staatssteun worden verleend en kunnen dus leningen worden verstrekt met niet-marktconforme voorwaarden. De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. In de ‘de-minimisverordening’ heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (bijvoorbeeld een lening verstrekken tegen een niet marktconforme rente) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun. In de meeste sectoren ligt dit drempelbedrag op € 200.000 over een periode van 3 jaar. Wel is het verplicht om de onderneming een zogenaamde ‘de-minimisverklaring’ te laten ondertekenen, waarin de onderneming verklaart niet meer steun te hebben ontvangen van alle overheden tezamen dan de gestelde drempel van € 200.000 over een periode van 3 jaar. De gemeente verstrekt in sommige gevallen leningen met een lagere rente dan marktconform (alleen als dat expliciet zo is besloten in college en raad). Renteopslag en garantiepremie Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld voor een bepaalde periode.

Eén van de componenten binnen de rentevergoeding heeft betrekking op het risico dat de geldgever loopt op wanbetaling door de geldnemer. Om marktconform te zijn, moet de gemeente aan kredietnemers een rente rekenen die marktpartijen ook zouden rekenen. Dat is een grijs gebied, want de gemeente verstrekt alleen leningen wanneer marktpartijen het niet doen en er in feite geen marktprijs is. Gegeven dit dilemma moet de gemeente een rente rekenen die zo dicht mogelijk in de buurt van een marktconforme rente komt, wanneer een marktpartij wel een lening zou hebben verstrekt. Vanuit staatssteunoverwegingen moeten overheden bij het verstrekken van leningen of garanties marktconforme voorwaarden hanteren. Hiervoor geeft de Europese Commissie een aantal richtlijnen. Eerst moet een overheid kijken wat een rente (of impliciet af te leiden rente), bij vergelijkbare markttransacties is, het zogenaamde ‘benchmarking’. Wanneer deze informatie niet beschikbaar is, kunnen vastgestelde opslagen van de Europese Commissie worden gebruikt.

Zie ook Handreiking Treasury 2015, pagina 109:“Voor garanties geldt een vergelijkbaar de minimisbedrag In de de-minimisverordening staat dat een garantie met een omvang van € 1,5 miljoen een bruto-subsidie-equivalent heeft dat gelijk is aan de de-minimisgrens (€ 200.000 ). Met andere woorden: garanties van € 1,5 miljoen of minder bevatten een niet-meldingsplichtig steunelement. Voorwaarde voor de vrijstelling op basis van de de-minimisverordening is wel (ook hier) dat de garantie niet meer dan 80% van de onderliggende lening mag belopen en verstrekt wordt in het kader van een door de gemeenteraad vastgestelde garantieregeling (dus niet ad hoc) 9

18

Benchmarking Hoe kan de gemeente een zo veel mogelijke marktconforme rente bepalen? 1. Basisrente Als basis wordt de rente genomen die de gemeente zelf zou betalen met eenzelfde looptijd en aflossingsvorm, waarbij samen met de marktconforme renteopslag een ondergrens geldt van 0%. 2. Marktconforme renteopslag Daarbovenop wordt een marktconforme renteopslag voor het kredietrisico en kosten opgeteld. Daarbij zijn niet de kosten van de gemeente van belang, maar die van een commerciële bank. De gemeente wil immers marktconform zijn en een vergelijkbare rente rekenen die een marktpartij zou rekenen. Totale rente De gemeente heeft een zeer sterke kredietwaardigheid en kan daarom zelf tegen scherpe voorwaarden (waaronder: lage rente) leningen afsluiten. De rente op een lening, die de gemeente vertrekt aan de geldnemer wordt dan gelijk aan de som van: 1) de rente die de gemeente zelf moet betalen voor een lening met dezelfde looptijd en vergelijkbare voorwaarden en; 2) een risico opslag.

Rente opslag Rente gemeentelijke lening

Gemeentelijke lening

Verstrekte lening

Overige voorwaarden lening en of garantie De gevraagde rente opslag moet in samenhang worden gezien met de overige voorwaarden van de lening (bijvoorbeeld zekerheden of aflossingsstructuur). Samen bepalen die of de lening marktconform is. In het geval de kredietnemer niet langer aan haar verplichtingen kan voldoen heeft de gemeente de mogelijkheid haar verlies te beperken, wanneer zekerheden, onderpand of hypotheekrecht is gevestigd. Hoe hoger de waarde van de gevestigde zekerheden, hoe lager het restrisico voor de gemeente is en hoe lager de risico opslag hoeft te zijn. Ook de aflossingsstructuur en looptijd zijn van invloed op het risico van de lening. Des te sneller de lening wordt afgelost, des te sneller zal het risico voor de gemeente dalen.

19

Garantiepremie Ook bij garantieverstrekking moet een vergoeding plaatsvinden voor het risico dat de gemeente neemt. De garantstelling van de gemeente leidt voor de geldnemer tot (betere) toegang tot financiering en een mogelijk voordeel in de rentekosten. Wanneer de gemeente zich garant stelt, dan zal de geldgever namelijk niet het risicoprofiel van de geldnemer als uitgangspunt nemen bij het bepalen van de hoogte van de rente, maar ook het risicoprofiel van de gemeente hierbij betrekken. Het risico wordt (bijna) volledig op de gemeente afgewenteld. Voor het dragen van dit risico zal de gemeente bij het verstrekken van een garantie een jaarlijkse garantiepremie bij de geldnemer in rekening moeten brengen.

2.2 Wijziging van bestaande leningen en garanties Bovenstaande procedures hebben betrekking op alle nieuwe leningen en garanties. Voor wijzigingen van bestaande leningen of garanties gelden, onder bepaalde voorwaarden, afwijkende regels. Gedurende de looptijd van een lening of garantie kan het voorkomen dat er een wijziging van de lening of garantieovereenkomst gewenst is. Deze wijziging kan zijn ingegeven door de geldnemer zelf of een andere belanghebbende, maar kan ook de wens zijn van de gemeente. Aan de gemeenteraad worden slechts de materiële wijzigingen (zie hieronder) voorgelegd voor wensen en bedenkingen. Dit betekent dat het te doorlopen besluitvormingsproces voor materiële wijzigingen gelijk is als bij het verstrekken van een nieuwe lening of garantie. De verantwoordelijkheid voor het opstellen en indienen van de betreffende voordracht ligt evenals bij het verstrekken van een lening of garantie decentraal.

Materiële wijziging Materiele wijzigingen van de voorwaarden van een lening of garantie moeten aan de raad worden voorgelegd voor wensen en bedenkingen, ongeacht de omvang van de lening of garantie. Daarnaast kunnen er wijzigingen zijn die het risico voor de gemeente vergroten. Hieronder staat wanneer deze wijzigingen aan de raad moeten worden voorgelegd voor wensen en bedenkingen: - een verhoging van de hoofdsom met meer dan € 1 miljoen; - een verlenging van de looptijd (in ieder geval wanneer de verlenging meer dan 12 maanden is); - een verlaging van de rente; - uitstel van betaling/ een verschuiving (uitstel) van aflossingsverplichtingen naar de toekomst bij een hoofdsom groter dan € 2,5 miljoen , zie ook hieronder; - een daling van het dekkingspercentage van zekerheden ten opzichte van de uitstaande lening door verkoop of vrijgave met meer dan 15% over een

20

-

periode van 3 jaar 10. Indien een dekkingswaarde resteert van meer dan 200% is voorleggen aan de gemeenteraad niet noodzakelijk; afstoten van een dochteronderneming van de geldnemer of andere rechtshandelingen met als gevolg een beperking van de aansprakelijke partijen (geldnemer en mede aansprakelijke (dochter)onderneming) waardoor het onderliggende bedrijfsresultaat met meer dan 10% daalt. Dit laatste kan alleen als in de lening- of garantie overeenkomst is opgenomen dat de kredietnemer hiervoor toestemming nodig heeft van de gemeente. Dit zal bij recent of nieuw verstrekte leningen en garanties het geval zijn, maar er bestaan leningen en garanties waar dat niet het geval is.

Voor bovenstaande wijzigingen geldt overigens altijd dat een toets noodzakelijk is op marktconformiteit in verband met staatssteunregelgeving. Wanneer de wijziging niet materieel is en het een wijziging betreft die kleiner is dan € 1 miljoen, dan moeten deze wijzigingen, voorzover het een verslechtering van het risicoprofiel betreft, altijd aan het college worden voorgelegd. De Raad wordt hierover achteraf geïnformeerd via de P&C cyclus. Uitstel van betaling/ verschuiving van aflossing of rente11 Een bijzondere vorm een wijziging is uitstel van betaling of verschuiving van aflossing of rente naar de toekomst. In sommige gevallen kan het nodig zijn om uitstel van betaling te verlenen. Dit kan de kredietnemer ruimte geven om te herstellen en daarna de kans vergroten dat de gehele lening conform afspraken kan worden terugbetaald. Bij een resterende hoofdsom groter dan € 2,5 miljoen12, zal het verlenen van uitstel van betaling, aan college ter instemming en raad ter kennisname worden voorgelegd. Uitstel van betaling is een dusdanig signaal dat het college hier goedkeuring aan moet verlenen. Voor uitstel van betaling van leningen met een resterende hoofdsom kleiner dan € 2,5 miljoen heeft de directeur DMC mandaat om hierover te beslissen. College en Raad worden achteraf geïnformeerd via de P&C cyclus.

De wethouder Financien wordt gelijktijdig geïnformeerd, wanneer het uitstel van betaling wordt verleend. Uitstel van betaling is een indicatie van een serieuze verslechtering en kan daarom financiële consequenties hebben. De gemeente zal alleen uitstel van betaling verlenen als dat daadwerkelijk nodig is. Dat wil zeggen: niet zodat een kredietnemer

10

De dekkingswaarde betreft executiewaarde van een zekerheid (bijvoorbeeld hypotheek of verpanding). In geval van een hypotheek is dit de verwachte verkoopopbrengst van een pand bij executie. 11 Uitstel van betaling en verschuiving van aflossing van aflossing en rente zijn juridisch twee verschillende termen, maar betekenen allebei dat de kredietnemer later betaald. Daarom worden ze hier gelijk behandeld. 12 Voor het bepalen van de uitstaande hoofdsom worden alle leningen die uitstaan bij die kredietnemer bij elkaar opgeteld. 21

een nieuwe investering kan doen, maar wel als een kredietnemer niet meer aan zijn betalingsverplichting kan voldoen. Daarom zal het bij het verlenen van uitstel van betaling altijd om maatwerk gaan, waarbij onder andere om een liquiditeitsprognose wordt gevraagd. Kwijtschelding In uitzonderlijkere gevallen kan kwijtschelding van een lening aan de orde zijn. Bij kwijtschelding van de lening leidt dit tot een verlies voor de gemeente en heeft gevolgen voor de begroting. Aangezien dit het budgetrecht betreft, moet dit ter instemming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Vervroegde aflossing door een kredietnemer leidt tot een afname van het risico dat de gemeente loopt. Immers het uitstaande bedrag waarover de gemeente risico loopt, daalt. Een vervroegde aflossing leidt daarnaast tot schuldreductie voor de gemeente. In principe is een vervroegde aflossing daarom altijd mogelijk en is geen instemming nodig van het college of raad. Indien in de leningovereenkomst vervroegde aflossing niet is toegestaan, is wel nog een toets noodzakelijk om te controleren of het toestaan van de vervroegde extra aflossing marktconform is (zou een commerciële partij een dergelijke vervroegde aflossing ook toestaan?).

Verder is een voorwaarde dat de vervroegde aflossing definitief is; de geldnemer kan deze vervroegde aflossing niet op een later moment opnieuw lenen en de bestaande aflossingsbedragen blijven gelijk. Is dat wel het geval dan moet deze wijziging wel aan het college worden voorgelegd. De vervroegde aflossing kan een effect hebben op de begroting, omdat in principe een renteopslag is verwerkt in de rente die aan een geldnemer wordt gevraagd. Tegenover het verlies van de renteopslag staat het feit dat de gemeente ook een evenredig lager risico loopt. De gemeente opereert niet als bank en heeft dan ook geen winstoogmerk bij het verstrekken van leningen of garanties.

22

Hoofdstuk 3 Beheer van leningen en garanties De gemeente verstrekt alleen een lening of garantie wanneer banken dat niet doen. Dat betekent automatisch dat de leningen die de gemeente verstrekt een hoog risicoprofiel kennen. Dit vraagt om goed beheer. Goed beheer van leningen en garanties betekent niet dat er geen sprake is van risico’s. Wel worden risico’s zoveel mogelijk benoemd, beperkt en bewaakt. Beheer van een lening begint bij de financiële en risicoanalyse, die ten grondslag ligt aan het besluit tot verstrekking van de lening of garantie. In de leningovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over rente en aflossingen, maar ook over voorwaarden die inzicht kunnen geven over de ontwikkeling van risico’s (o.a. informatieplicht van jaarcijfers, tussentijdse cijfers) en voorwaarden die het risico van de lening beperken (o.a. zekerheden). Het beheer van de leningen wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke in samenwerking met de afdeling Treasury die valt onder de directie Middelen & Control. In dit zogenaamde ‘getrapte beheer’ ligt de verantwoordelijkheid van het beheer primair decentraal, zie ook de uitvoeringsnotitie “Rollen en verantwoordelijkheden bij leningen en garanties”. Voor een lening eindigt de beheerfase na volledige aflossing of afwikkeling van de lening en vrijgave of uitwinning van de zekerheden.

Voor garanties eindigt de beheerfase na het verlopen van de geldigheidsduur en vrijwaring van alle verplichtingen onder de garantie door de begunstigde.

3.1.1 Intensiteit van beheer Kredietbeheer blijft maatwerk. Het minimum vereiste beheer is gekoppeld aan het risicoprofiel (kredietrisico) van de lening of garantie. Hierbij geldt logischerwijs dat de intensiteit van beheer voor een lening met een laag risicoprofiel lager zal zijn dan de intensiteit van een lening met een hoger risicoprofiel. We onderscheiden 3 niveaus van minimum vereist beheer. En voor het bepalen van de intensiteit van beheer gebruiken we de risicoclassificatie. Risicoclassificatie Zoals eerder genoemd, verstrekt de gemeente alleen een lening of garantie wanneer banken dat niet doen. Dat betekent automatisch dat de leningen die de gemeente verstrekt een hoog risicoprofiel kennen. Toch zijn er enkele leningen uit het verleden met een laag risicoprofiel, omdat het gaat om een bijzondere constructie, of omdat de kredietnemer in de loop der tijd minder risicovol is geworden. Uit het kredietrisicomodel komt een rating die loopt van 1 (goed) naar 13 (failliet). Hieronder is in een overzicht aangegeven hoe deze rating kan worden vergeleken met de meer gangbare ‘letter’ ratings.

23

Rating

Externe rating (indicatief) 1 AAA tot en met A+ 2 A 3 A4 BBB+ 5 BBB 6 BBB7 BB+ 8 BB 9 BB10 B+ 11 B 12 B13 CCC of D (= failliet)

Beheersintensteit: Classificatie beheerrisico

Minimaal vereist beheer

Laag (1-3) Midden (4-7) Hoog (8-13)

Beperkt Regulier Intensief

Laag risico (rating 1-3) De kans dat de lening niet kan worden terugbetaald is zeer klein. Rentebetalingen en aflossingen vinden tijdig plaats, aanvullend is de dekkingswaarde van zekerheden minimaal 90%, financiële ontwikkelingen zijn minimaal in lijn met de verwachtingen en de vooruitzichten zijn goed zonder risico’s, beheervoorwaarden worden tijdig nagekomen. Als laatste dient de kredietnemer niet afhankelijk te zijn van slechts enkele grote debiteuren. Midden risico (rating 4-7) De kans dat de lening in de toekomst niet kan worden terugbetaald is klein, maar niet uit te sluiten. Rentebetalingen en aflossingen vinden tijdig plaats; aanvullend is de dekkingswaarde van de zekerheden minimaal 50%; financiële ontwikkelingen zijn redelijk tot matig; maar de kredietnemer is in staat om ook in de toekomst zonder problemen aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen; beheervoorwaarden worden tijdig nagekomen. Hoog risico (rating 8-13) De kans dat de lening in de toekomst niet kan worden terugbetaald is aanwezig. De dekkingswaarde van de zekerheden is lager dan 50% of de financiële ontwikkelingen zijn reden voor zorg of beheervoorwaarden worden niet tijdig nagekomen. Wanneer niet aan rente- en aflossingsverplichtingen kan worden voldaan, valt een kredietnemer sowieso in deze categorie.

24

Niet voor alle leningen zal alle informatie beschikbaar zijn. Wanneer informatie niet beschikbaar is, zal uit voorzichtigheid aangenomen worden dat het de meest risicovolle variant betreft. Beperkt beheer Dit is de minimale vorm van beheer. Op basis van de jaarcijfers en eventueel een gesprek met de geldnemer dient het risicoprofiel (risico op wanbetaling) van de lening te worden geactualiseerd en onderbouwd. Dit betekent onder andere dat inzichtelijk moet worden wat de resterende hoofdsom is, hoe het betalingsgedrag is op de lening en of aan de voorwaarden van de lening of garantie wordt voldaan. Ook dient te worden aangegeven of er aanvullende beheersmaatregelen gewenst zijn. Regulier beheer In aanvulling op de vereisten die gelden voor beperkt beheer is ten behoeve van regulier beheer nadere analyse door de kredietbeheerder vereist zowel voor leningen als garanties. Hiertoe dient de gemeente naast het jaarverslag ook prognoses met toelichting op te vragen. Tevens is een gesprek tussen de gemeente en geldnemer ter onderbouwing van de kredietwaardigheid en het kredietrisico onderdeel van regulier beheer. Door ook de vooruitzichten (zoals prognoses en begrotingen) te beoordelen is de gemeente in staat om pro-actief te handelen. In gesprekken met de geldnemer kan onder andere nadere onderbouwing van ontvangen informatie (vb.

jaarrekening of prognose) of mogelijke implicaties van marktontwikkelingen worden gevraagd. Indien opportuun zullen aanvullende afspraken worden gemaakt om het risico te monitoren en mogelijke maatregelen geïdentificeerd worden om het risico te reduceren. Intensief Beheer Voor leningen en garanties waarvoor een verhoogd risicoprofiel geldt dienen, in aanvulling op de vereisten voor regulier beheer, separate afspraken te worden gemaakt over de wijze waarop de risico’s bewaakt en beheerst worden enerzijds en de rapportage anderzijds. Dit zal maatwerk zijn. In de jaarrekening van de gemeente zal voor leningen en garanties met een verhoogd risicoprofiel een aparte toelichting worden opgenomen. Indien het financieel economisch beheer op basis van een verhoogd risicoprofiel aanleiding geeft tot tussentijdse wijziging van leningsvoorwaarden, dan is hoofdstuk 2.2 van toepassing. Intensief beheer zal in ieder geval bestaan uit het regelmatig voeren van gesprekken met de kredietnemer en zodanig informatie inwinnen dat een goed beeld van het kredietrisico wordt verkregen.

3.2 Rapportages Via de jaarrekening en begroting wordt de gemeenteraad twee keer per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen bij de leningen en garanties in de hierboven genoemde financieringsparagraaf.

25

In aanvulling op bovenstaande wordt in de begroting voor de lening- en garantieportefeuille als geheel ook inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van het onderliggende bedrag aan verstrekte leningen.

26

Bijlage 1 Begrippenlijst leningen en garanties Business case Een business case is een haalbaarheidsstudie van een investering of project waarin de kosten en baten op de lange termijn worden berekend rekening houdend met de risico’s. Een business case is rendabel wanneer de opbrengsten inclusief risicopremie hoger zijn dan de kosten op de lange termijn. Dekkingswaarde De dekkingswaarde betreft de executiewaarde van een zekerheid (zie hieronder bijvoorbeeld hypotheek of verpanding). In geval van een hypotheek is dit de verwachte verkoopopbrengst van een pand bij executie. EURIBOR (European Interbank Offered rate) Euribor is de interbankrente die in Europa wordt toegepast. Het is de rente waartegen de Europese banken deposito‘s in euro bij andere Europese financiële tussenpersonen kunnen hebben. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen Hoofdsom Bij een lening, waaronder een garantie, het bedrag dat terugbetaald dient te worden, exclusief de rente en dergelijke Kredietnemer Degene aan wie de lening of garantie is verstrekt. Kredietrisico Kredietrisico is een risico op een verlies dat optreedt als een geldnemer zijn beloofde betalingen niet na komt of kan komen. Een dergelijke gebeurtenis wordt een default genoemd. Een andere term voor kredietrisico is debiteurenrisico.

De verliezen kunnen de rente, de hoofdsom, een verminderde kasstroom en gestegen incassokosten betreffen. Kredietwaardigheid De mate waarin een persoon of onderneming openstaande schulden kan vereffenen met eigen (toekomstige) middelen. De kredietwaardigheid van een onderneming wordt vaak geschat middels een rating.

27

Liquiditeit De mate waarin een onderneming op korte termijn aan de vervallen of opeisbare verplichtingen kan voldoen. Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico opslag Extra rente (ten opzichte van eigen financieringsrente van de gemeente) die de geldnemer moet betalen bij een lening ter compensatie van de kredietrisico’s. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan in welke mate een onderneming aan haar totale schulden kan voldoen (eventueel na liquidatie). In de bedrijfseconomie neemt men daarvoor vaak de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Zekerheden Een kredietnemer kan zekerheden (ook wel onderpand genoemd) verstrekken aan de geldgever om zo het risico voor de geldgever te verminderen. Zekerheden kunnen bestaan uit een hypotheek, maar ook uit andere objecten die waarde bevatten. In geval van een faillissement kan de geldgever deze zekerheden verkopen om zo (gedeeltelijk) het verlies op de lening te compenseren.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12957617/1