CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-084A bijl1 Bekendmaking Gewijzigde financiële verordening Amsterdam 2023

RAAD 28 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Gewijzigde financiële verordening Amsterdam 2023 VN2023-0112973.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

x x

Gemeente Amsterdam Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in:

Gemeenteblad

Uiterlijk bekendmaken op:

3o juni

Niet eerder bekendmaken dan op:

n.v.t. / datum

Consolideren op overheid.n1

Ja

Gevolgen voor de werking van een andere regeling:

Financiele verordening gemeente Amsterdam 2023 wordt ingetrokken

Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid:

n.v.t.

Andere bijzonderheden:

Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over het financiele stelsel (Gewijzigde financiele verordening Amsterdam 2023) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1.8 april 2023, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie met als doel het besturen, functioneren en beheersen van de gemeente alsmede het afleggen van verantwoording;

b.

Administratieve organisatie: administratieve organisatie en interne beheersing: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatievoorziening ten behoeve van de verantwoordelijke leiding;

c.

Begroting: de begroting als bedoeld in de Gemeentewet en de inhoud daarvan zoals nader

d.

Beheer van vermogenswaarden: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het

e.

Beleidsnota: een nadere uitwerking van deze verordening op grond van artikel 212 van de

f.

Deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap waarin de

bepaald in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; geheel van gemeentelijke middelen en rechten; Gemeentewet, vast te stellen door de raad; gemeente aandelen heeft; g.

Jaarstukken: de jaarrekening en het jaarverslag als bedoeld in de Gemeentewet en de inhoud daarvan zoals nader bepaald in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

h.

Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

i.

Programma: een geheel van met elkaar samenhangende beleidsterreinen waarin door de raad geformuleerde doelstellingen worden beschreven in termen van beoogde effecten en de te bereiken resultaten en waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld;

j.

Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college over de mate waarin de financiele beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving:

2.

Het college legt investeringsruimte die in de loop van hetjaar benodigd is en niet in de begroting is opgenomen ter vaststelling aan de raad voor.

3. Voor: a.

investeringen die een bedrag van € 20 miljoen na aftrek van bijdragen van derden te boven gaan of b. investeringen waarvan de gemeenteraad dat bij de begrotingsbehandeling aangeeft

legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor een investeringskrediet aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. 4.

De begroting bevat voorstellen voor wijziging van de begroting van het lopende jaar voor zover die de toleranties voor programmaonderdelen, reserves en investeringsruimte als opgenomen in artikel 6 lid 2 van deze financiele verordening te boven gaan.

5.

De raad autoriseert met het vaststellen van een begrotingswijziging het aanpassen van de begroting waar de wijziging de onder lid 1genoennde onderdelen raakt.

Artikel 6 Tussentijdse rapportages (voorjaarsnota en najaarsnota) 1. Het college rapporteert in tussentijdse rapportages over de uitvoering van de begroting. 2. Het college meldt in de tussentijdse rapportages afwijkingen van de begroting van het lopende jaar en doet met opgave van redenen voorstellen aan de raad voor wijziging van de begroting, bijstelling van het beleid of wijziging van de investeringsruimte van een portfolio of van investeringskredieten als: a.

bekend en duidelijk is dat het totaal van de baten of lasten van een

programmaonderdeel of als die ontbreken een programme, het overzicht kosten van overhead of het overzicht algemene dekkingsmiddelen met meer dan €1 miljoen opof neerwaarts afwijkt van de eerder vastgestelde begroting of b. bekend en duidelijk is dat mutaties in reserves zullen worden overschreden of onderschreden buiten de op grond van artikel 1z lid 2, onder e, door de raad vastgestelde toleranties of c.

bekend en duidelijk is dat de investeringsruimte van een portfolio zal worden overschreden of onderschreden met meer dan € 5 miljoen of io procent van de beschikbaar gestelde investeringsruimte van een portfolio als dat lager is of d. bekend en duidelijk is dat investeringskredieten die door de raad zijn vastgesteld

3. 4. 5.

zullen worden overschreden of onderschreden met meer dan €1 miljoen of io procent van het beschikbaar gestelde investeringskrediet als dat lager is. De voorjaarsnota en de najaarsnota vormen de tussentijdse rapportages aan de raad. Het college biedt voor het zomerreces een voorjaarsnota aan. Het college biedt voor het eind van hetjaar een najaarsnota aan.

Artikel 7 EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort als bedoeld in de Wet houdbare overheidsfinancien, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de toevoegingen aan de reserves.

3

Het college evalueert vierjaarlijks de vastgestelde beleidsnota's benoemd in de artikelen: 14, 15, 18, 19, 20 en 21. Artikel 13 Adviesorgaan

Het college kan voor bepaalde of onbepaalde tijd een onafhankelijk deskundig adviesorgaan instellen. Dit orgaan adviseert het college over financiele onderwerpen binnen de kaders van het bestuurlijk en financieel stelsel. Artikel 14 Waarderen, activeren en afschrijven vaste activa 1.

2.

Het college biedt de raad een beleidsnota aan over waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa. De raad stelt deze nota vast. De beleidsnota behandelt ten minste: a. de grondslagen voor activering en waardering van vaste activa; b. c.

3.

de termijnen en methodieken voor afschrijvingen van vaste activa; het moment waarop de afschrijving van vaste activa aanvangt.

Het college biedt de raad een beleidsnota aan over grondbeleid. De raad stelt deze nota vast.

Artikel 15 Reserves en voorzieningen

1.

Het college biedt de raad een beleidsnota aan over reserves en voorzieningen. De raad stelt

2.

deze nota vast. De beleidsnota behandelt ten minste a. het soort reserves en voorzieningen dat wordt onderscheiden; b. voorschriften voor het instellen, besteden en opheffen van reserves; c. de omstandigheden waarin vorming van voorzieningen kan of moet plaatsvinden; d. de verwerking van reserves en mutaties daarin bij opmaak van de jaarstukken en in het bijzonder de tolerantie die daarbij mag worden gehanteerd voor het verwerken van overschrijdingen bij toevoegen of onttrekken; e. de informatievoorziening aan de raad over reserves en voorzieningen en de informatiemomenten die daaraan gekoppeld zijn.

Artikel 3.6 Kostprijsberekening 1.

2.

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Kosten van overhead worden toegerekend: a.

3.

op basis van een of meer verdeelsleutels gerelateerd aan personele inzet waaronder in elk geval wordt begrepen personeelskosten of

b. op basis van de financiele omvang van taakvelden of c. op basis van een combinatie van a en b. Bij het overzicht "kosten van overhead" wordt de gehanteerde kostentoerekening

gemotiveerd toegelicht. 4. Bij de bepaling van de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa 5.

Voor rioolheffing en afvalstoffenheffing worden de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 6. Bij de bepaling van de indirecte kosten bij heffingen worden de instructies van de rijksoverheid en relevante wet- en regelgeving gevolgd. Artikel 17 Prijzen economische activiteiten

5

d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiele posities. 2.

Het college stelt nadere regels op ter uitvoering van het gestelde in het eerste lid aangevuld met regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening en legt deze vast in een Treasurystatuut.

3.

Het college biedt de raad een beleidsnota aan over leningen en garanties. De raad stelt de nota vast. De beleidsnota behandelt ten minste de volgende onderwerpen: a. voorschriften voor het verstrekken van nieuwe leningen en garanties b. voorschriften voor het wijzigingen van bestaande leningen en garanties; c. het beheer van leningen en garanties.

Artikel 20 Verbonden partijen i. Het college biedt de raad een beleidsnota aan over de verbonden partijen. De raad stelt de nota vast. 2. De beleidsnota behandelt ten minste de wijze waarop wordt omgegaan met oprichting, beheer, verkoop en liquidatie van de verbonden partijen van de gemeente. 3.

Het college voert iedere collegeperiode een herijking uit voor alle deelnemingen en biedt deze ter kennisname aan de raad aan. Op basis hiervan wordt per deelneming bekeken of het verstandig is deze aan te houden, te verkopen of te liquideren.

Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicomanagement i.

Het college biedt de raad een beleidsnota aan over het gemeentelijke beleid voor het

2.

weerstandsvermogen en het risicomanagement. De raad stelt de nota vast. De beleidsnota behandelt ten minste de volgende onderwerpen: a. uitgangspunten risicobereidheid; b. toepassing spelregels weerstandsvermogen; c. beleid beheersing risico's.

Artikel 22 Onderhoud kapitaalgoederen s. De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen; 2.

f. sportaccommodaties en -parken. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: a. de (actualiteit van de) beleidskaders ter beoordeling van de onderhoudsniveaus, waaronder de beheerplannen, met bijbehorende financiele prognoses; b. de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud per kapitaalgoed.

Hoofdstuk 5 Administratie, organisatie en interne beheersing Artikel 23 Administratie 1.

Het college stelt regels vast gericht op de opzet, de inrichting en de wijze van registreren in de financiele administratie, die ten minste waarborgen dat: a. b.

registraties op uniforme wijze worden uitgevoerd; wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving;

7

Artikel 26 Subsidieverstrekking Het college legt de raad een algemene subsidieverordening voor, die een algemeen kader bevat voor de subsidieverstrekking aan instellingen, ondernemingen en particulieren. De raad stelt deze verordening vast.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 27 Intrekking De Financiele verordening Amsterdam 2023 wordt ingetrokken. Artikel 28 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van ijuli 2023. Artikel 29 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Gewijzigde financiele verordening Amsterdam 2023. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 28 juni 2023.

De voorzitter Femke Halsema

De dsgriffier

J. en Houtman

9

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Bij de gehanteerde begrippen in de verordening wordt aangesloten op (definities uit) de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Artikel 2 Begrotingscyclus Dit artikel bepaalt dat het college de raad tijdig voorziet van begrotingsproducten zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak kan uitvoeren. Hieronder staat de begrotingscyclus verder toegelicht. Daarnaast biedt het college jaarlijks aan de raad een overzicht aan met de data waarop de planning- en controlproducten in de raad worden geagendeerd. De begrotingscyclus bestaat uit vier verschillende budgettaire rapportages, de zogenoemde `begrotingsproducten': De begroting, de voorjaarsnota, de najaarsnota en hetjaarverslag. Een deel van deze producten is wettelijk voorgeschreven. Zo staat in de Gemeentewet dat elke gemeente een begroting en een jaarverslag maakt. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat waar de begroting en hetjaarverslag aan moeten voldoen.

Veel gemeenten kiezen ervoor om, naast een begroting en een jaarverslag, andere producten op te stellen om het bestuur zo goed mogelijk te ondersteunen Bij de begroting spreekt de raad na het zomerreces over de beleidsmatige en financiele kaders voor het komende jaar en de meerjarenraming op een moment dat alle relevante informatie beschikbaar is. Op basis van de Gemeentewet sturen we de provincie Noord-Holland voor 15 november een door de raad vastgestelde begroting voor het komendejaar. De begroting kijkt vooruit, beleidsmatig naar het komende jaar, financieel naar de komende vier jaar. In de begroting staat wat het college het komende jaar wil bereiken, wat het daarvoor gaat doen en wat dat kost. Ook aanpassingen voor het lopende jaar kunnen in de begroting meelopen. Het college maakt de begroting op basis van de voorjaarsbesluitvorming over de meerjarenperiode van de aankomende begroting. Die besluitvorming vormt de start van het begrotingsproces. De begroting is onderverdeeld in programma's die zijn opgebouwd uit programmaonderdelen. In Amsterdam is vastgelegd dat de raad de budgetten op programmaonderdeelniveau autoriseert. De begroting actualiseren we in Amsterdam op drie momenten gedurende het begrotingsjaar: bij de voorjaarsnota (voor het zomerreces), bij de begroting voor het volgende jaar (na het zomerreces) en bij de najaarsnota (aan het einde van het jaar).

Op basis van de voorjaarsbesluitvorming door het college bieden we de raad voor het zomerreces de voorjaarsnota aan. De voorjaarsnota is een enkeljarige rapportage en bevat informatie over en mutaties van het lopende begrotingsjaar. Per programma en programmaonderdeel geven we een overzicht van beleidsmatige en financiele afwijkingen met een bestuurlijk relevante en redengevende verklaring en geven we aan of een begrotingswijziging wordt voorgesteld of niet. De bestuurlijke en financiele hoofdlijnen van de voorjaarsnota bevatten, waar daar aanleiding voor is, een doorkijk naar de komende jaren. Voorstellen voor aanpassingen van (de formulering van) doelen en (streefwaarden voor) effect- en resultaatindicatoren kunnen ook plaatsvinden bij de voorjaarsnota.

11

Dit artikel geeft aan wat de raad bij de begroting (of een wijziging daarvan) in budgettaire zin autoriseert. De autorisatie vindt plaats op programmaniveau of per programmaonderdeel als het programma is onderverdeeld. De raad autoriseert per portfolio de investeringsruimte van het begrotingsjaar. De raad neemt kennis, per porfolio, van de meerjarige investeringsruimte en van de lopende en nieuwe investeringen. In het geval van een begrotingswijzing kan de autorisatie een deel van de begroting omvatten. In het derde lid is expliciet gemaakt in welke gevallen aan de raad een investeringsvoorstel moet worden voorgelegd. Artikel 6 Tussentijdse rapportages (voorjaarsnota en najaarsnota) In dit artikel is vastgelegd dat het college tussentijds rapporteert en voorstellen aan de raad doet als de uitvoering van de begroting, de investeringsruimte van een portfolio of de investeringskredieten die de raad heeft vastgesteld in het gedrang komen. Ook is geregeld welke tolerantiegrenzen daarbij gehanteerd worden. Die tussentijdse rapportages zijn de voorjaarsnota en de najaarsnota. In de toelichting op artikel 2 wordt nader ingegaan op de inhoud en functie in de begrotingscyclus van die begrotingsproducten. Artikel 7 EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinancien vastgelegd dat ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland.

Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMUtekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt door vertaald. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMUreferentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt verantwoording of over alle negen criteria in de jaarrekening. Zie Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021, blz. g e.v. voor de criteria en bijbehorende toelichting. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten en zijn daarmee onderwerp van de reguliere jaarrekeningcontrole van de accountant. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording van het college: begrotingscriterium: de financiele handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting; -

voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;

-

misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. 13

Artikel 13 Adviesorgaan Dit artikel regelt de mogelijkheid om een financieel adviesorgaan in te stellen. Doelstelling van het adviesorgaan is om binnen de kaders van het nieuwe bestuurlijk en financieel stelsel gevraagd of op eigen initiatief te adviseren over onderwerpen die relevant zijn voor de financien van de gemeente Amsterdam. Artikel 14 Waarderen, activeren en afschrijven vaste activa De verordening moet volgens artikel 212 van de Gemeentewet in elk geval regels bevatten voor activering en afschrijving van activa. In het BBV en de uitleg daarvan zijn nadere regels daarvoor opgenomen. Het laatste geldt ook voor het beleid ten aanzien van grondexploitaties. In financiele zin gaat het in deze nota specifiek over de wijze van omgaan met en verantwoording van de grondexploitaties en de erfpachtuitgiftes. Dit artikel van de verordening bepaalt dat het college nota's hierover ter vaststelling aan de raad aanbiedt. Artikel 15 Reserves en voorzieningen Dit artikel bepaalt dat het college een nota over de reserves en voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling van de raad. Met deze nota stelt de raad regels voor de vorming van reserves.

Kaders stellen voor voorzieningen is beperkt aan de orde en betreft qua vrijheid uitsluitend het instellen van voorzieningen met een kosten egaliserend karakter, zoals een onderhoudsvoorziening bedoeld om de kosten van onderhoud in de tijd gezien constant te houden. Artikel 16 Kostprijsberekening De Gemeentewet bepaalt dat de verordening in ieder geval de grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten benoemd. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In dit artikel van de verordening zijn de kaders voor de bepaling van de kostprijzen opgenomen. Ook is in dit artikel opgenomen wat de basisprincipes zijn waarmee overhead (als en voor zover die deel mag uitmaken van de kostprijs) wordt toegerekend. Artikel 17 Prijzen economische activiteiten Als een gemeente goederen, diensten of werken !evert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt.

Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. Van deze verplichting kan verder worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Artikel 28 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

15

vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten voldoen. Het college wordt opdracht gegeven regels vast te stellen gericht op de opzet, inrichting en wijze van registreren in de financiele administratie. Artikel 24 Financiele organisatie Dit artikel geeft de uitgangspunten voor de financiele organisatie. Dit artikel geeft in de brede de mogelijkheid voor het college om uitvoeringsregels vast te stellen gericht op financiele aspecten in de uitvoering door de ambtelijke organisatie van de gemeente. Artikel 25 Interne beheersing Dit artikel is gericht op de interne beheersing binnen de gemeente die omvattender is dan alleen de financiele organisatie. Het artikel onderkent de verantwoordelijkheid van het college daarin en over de ontwikkelingen daarin te rapporteren. Afgezien daarvan biedt ook dit artikel een basis voor het college om in den brede uitvoeringsregels op te stellen die niet per se een financiele dimensie hebben. Artikel 26 Subsidieverstrekking Voor de subsidieverstrekking aan ondernemingen en instellingen is een algemene titel nodig op basis waarvan subsidies verleend kunnen worden. Dit volgt uit de Algemene Wet bestuursrecht. Deze verplichting is in de verordening vertaald naar een opdracht aan het college deze algemene titel in de vorm van een subsidieverordening aan de raad ter vaststelling voor te leggen.

Artikel 27 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking direct na vaststelling.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12957613/1